Antwoord nagekomen technische vragen over Programmabegroting OS
Tekst van het document
Nagekomen technische vragen over Programmabegroting (Marleen Damen) Vraag 1 S. van der Jagt Wat gebeurt er op dit moment vanuit de gemeente en scholen om het gesprek met kinderen over huiselijk geweld en kindermishandeling mogelijk te maken? Antwoord: Afgelopen schooljaar is als proef op verschillende basisscholen het programma Blauwe plekken uitgevoerd. Het is een voorstelling over kindermishandeling, waar ook een lespakket bij hoort. De voorstelling is geschikt voor de groepen 7 en 8 en voor klassen 1 en 2 van het voortgezet onderwijs, inclusief praktijkonderwijs. De voorstellingen zijn erg goed ontvangen en krijgen daarom een vervolg in dit schooljaar, ook op een VMBO-school. In de Leidse Menukaart in het kader van het Nationaal Programma Onderwijs is ook het lesprogramma van Team Kim opgenomen. Dit is een ander programma waarin kindermishandeling bespreekbaar wordt gemaakt. Tevens worden aandachtfunctionarissen huiselijk geweld en kindermishandeling voor basisscholen geschoold, zodat scholen beschikken over getrainde mensen die de gesprekken kunnen voeren en collega’s hierin kunnen steunen. Vraag 2 S.
van der Jagt Wat wordt er op dit moment in Leiden gedaan voor meisjes en jonge vrouwen in de leeftijd van 1227 jaar die buiten de boot dreigen te vallen of met wie het even niet zo lekker gaat? Waar kunnen zij terecht? Welke rol spelen vrijwilligers hierin? Antwoord: In Leiden wordt op verschillende manieren ondersteuning geboden aan meisjes en jonge vrouwen. De GGD biedt in het kader van preventie, programma’s en ondersteuning op scholen vanuit de ‘Gezonde School’. Deze ondersteuning is er op gericht fysieke en mentale gezondheid van alle leerlingen te bevorderen. Vanuit de Sterke Sociale Basis zijn wel laagdrempelige activiteiten specifiek voor meiden. Sol biedt activiteiten voor meiden en BuZz heeft bijvoorbeeld twee groepen voor meiden, in Zuid en een in Mors, waar ze terecht kunnen. Bij beide groepen is een vrijwilliger actief die het gesprek leidt en met de meiden leuke activiteiten onderneemt. Deze partijen hebben ook een signalerende rol en hun professionals zullen meisjes in contact brengen met de jeugdteams indien er meer individuele ondersteuning nodig is. De professionals zijn opgeleid om aandacht te hebben voor sekse specifieke kenmerken en oorzaken en zullen hun aanpak daarop aanpassen als dat nodig is of meer specialistische hulp hiervoor betrekken.
Voor jonge vrouwen geldt dat de route naar ondersteuning doorgaans via sociaal wijkteam of huisarts verloopt waarbij ook gekeken wordt of sekse specifieke ondersteuning passend of nodig is.
Vraag bij overzicht moties, R. Rowaan Bij de motie ''Bestrijd wachtlijsten in de SGGZ'' wordt genoemd dat er de volgende actie ingezet gaat worden ''het nabellen van de wachtlijstcliënten''. Wat houdt deze actie precies in en welk effect wordt ermee verwacht? En daarnaast: tot welke andere specifieke acties is er in het PHO maatschappij nog meer besloten om de wachtlijsten te doen krimpen? Antwoord: Deze interventie bestaat als eerste stap uit een gesprek (telefonisch) met alle jeugdigen/gezinnen op de wachtlijst. In overleg met de aanbieders willen we de vorm daarvan bepalen en kijken hoe we dit zo snel mogelijk vorm kunnen geven. Tevens willen wij de eerste en tweede gesprekken combineren waardoor jeugdigen/gezinnen niet dubbel worden belast en er meteen een behandelaar, die
verstand heeft van de inhoud en beschikbaar aanbod, contact met ze zoekt. Hiervoor ontwikkelen we in samenwerking met jeugdhulpaanbieders een korte instructie en vragenlijst. Doel van deze actie is een gestructureerd proces neerzetten waardoor wachtlijstvervuiling aangepakt wordt, er inzicht is in de daadwerkelijke omvang van het probleem en mogelijke oplossingen doordat er zicht is op de hulpvragen en het aanbod dat daar passend bij zou zijn. Het doel is om door dit inzicht jeugdigen/gezinnen een alternatief te kunnen bieden waarvan de wachtlijst korter is of er geen sprake is van een wachtlijst. Wat we zien uit de aanpak is dat het beperken van de omvang van de interventie helpt om sneller resultaten te boeken. Daarom willen we deze actie eerst richten op een beperkt aantal aanbieders waardoor we de resultaten van de aanpak snel in beeld te brengen. We willen starten met acht aanbieders (Curium, Rivierduinen, Prodeba, Praktische GGZ, Parnassia, Yoep, Opvoedpoli en Rio zorg) en alle jeugdigen/gezinnen die bij hun momenteel op de wachtlijst staan. De reden dat we voor deze aanbieders kiezen, is dat we zien dat op hoog-specialistische GGZ juist in coronatijd nog een groter beroep wordt gedaan en deze aanbieders de grootste omvang wachtlijsten hebben. Andere interventies in het kader van de regionale wachtlijstaanpak zijn o.a.
het organiseren van periodieke bijeenkomsten met aanbieders om de gesignaleerde prioriteiten en expertise op dit thema effectief te bundelen, het oprichten van een regionale experttafel waardoor complexe casuïstiek met prioriteit kan worden geplaatst, het faciliteren van een onderzoek vanuit Curium naar knelpunten en succesfactoren bij de samenwerking rondom door- en uitstroom en het opheffen van de maximale bestedingsruimte voor strategische typen aanbod (gezinshuizen en pleegzorg).
Nagekomen vraag P. Krol: Het valt me op dat er voor vrijwilligers de mogelijkheid is om in Leiden gratis een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) aan te vragen. Is een dergelijke regeling er ook voor mantelzorgers? Antwoord: Als mantelzorger heb je geen VOG nodig, omdat dat zorg voor een naaste betreft. Als vrijwilliger is dat niet (altijd) het geval en diegenen die met kinderen of kwetsbare personen werken, kunnen een gratis VOG aanvragen. ‘De VOG is daarmee een belangrijk onderdeel van het preventie- en integriteitsbeleid van elke vrijwilligersorganisatie’ (www.justis.nl).