CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

Antw. SV PS Kersten Inspraakprocedure LEAD

raadscommissie Stedelijke Ontwikkeling 15 juni 2021, gemeente LeidenBij agendapunt: Bijlagen2.945 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Schriftelijke vragen van Maarten Kersten (PS) aan het College van Burgemeester en wethouders van de gemeente Leiden over het ontwerp bestemmingsplan Lead (ter inzage vanaf 18 december 2020), en de enquête “Week van de Leidse Hoogte” op Doemee.leiden.nl (ingediend op 22 januari 2021) Antwoord door college van burgemeester en wethouders op 11 maart 2021:

In de krant heeft wethouder Spijker hoog opgegeven van het duurzame karakter van het plan Lead. Ondertussen klinken uit de buurt tegenovergestelde geluiden. De gemeenteraad heeft bij het vaststellen van de Nota van Uitgangspunten Lead door middel van een amendement aangegeven zeer te hechten aan het duurzame karakter van het plan. De onduidelijkheid die daar nu over is, is dan ook niet wenselijk. Op grond van artikel 45 van het Reglement van Orde stelt het lid Kersten (PS) het College van Burgemeester en Wethouders de volgende vragen: 1. Waar baseert het college de uitspraak op dat het een heel duurzaam plan is? Reactie: Voor de duurzaamheidsaspecten van het planinitiatief wordt verwezen naar paragraaf 2.3.3. van de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan LEAD. 2. Klopt het dat het plan niet energieneutraal zal zijn, terwijl de raad met het amendement heeft aangegeven dat wel als uitgangspunt te zien? Zo nee, waarom niet? Reactie: Het gaat hier om het aangenomen amendement A.180124/07 ‘BENG wordt CHENG’. Tijdens de raadsvergadering is het volgende hierover besproken: Met betrekking tot BENG wordt CHENG deelt de wethouder mee dat RED Company heeft aangegeven te streven naar BENG plus. De BENG-eisen zijn echter nog in ontwikkeling en in juli komen er nieuwe rekenmethodieken.

BENG-gebouwen worden op drie manieren getoetst: op de maximale energiebehoefte, maximaal primair fossiel energiegebruik en het minimaal aandeel hernieuwbare energie. Op dit moment wordt een gebouw met een EPC van 0,0 als energieneutraal beschouwd en wordt niet ingegaan op welke wijze deze waarde wordt behaald. De initiatiefnemer zal alle huidige beschikbare technieken aanwenden, maar hiermee kan niet worden gegarandeerd dat dit precies zo zal uitpakken als in het amendement wordt verwoord. De C van circulair, de materialenpaspoort, kan de wethouder toezeggen. Verder stelt zij voor om de H van Helemaal te wijzigen naar Heel en ENG naar klimaatneutraal. Op deze manier kan zij ermee aan de slag. Het amendement ‘BENG naar CHENG (A180124.7): met de uitleg van de wethouder om circulaire energie of een klimaatneutraal gebouw neer te zetten, is het GL het geheel eens. Als daar een enorme inspanningsverplichting tegenover staat om dat te realiseren, kan het amendement op die manier in stemming worden gebracht. De relevante duurzaamheidsaspecten zijn zoals eerder aangegeven in paragraaf 2.3.3. aan bod gekomen. Daarbij dient opgemerkt te worden dat de plannen zijn uitgewerkt (en ingediend) voordat de BENG-eisen op 1 januari 2021 in werking zijn getreden. Een volledig energieneutraal gebouw zou in beginsel leiden tot grote hoeveelheden pvpanelen.

Bij hoogbouw is de beschikbare (dak)oppervlak ten opzichte van het aantal woningen zeer beperkt. Een volledig energieneutraal gebouw is daarom niet haalbaar gezien de gegeven kaders.

1/6

Dat neemt niet weg dat er een inspanningsverplichting (zoals besproken in de raadsbehandeling) is om een circulair en heel duurzaam project te realiseren. De ontwikkelaar heeft daar concreet invulling aan gegeven door het toepassen van zeer hoge gevelisolatie, driedubbele beglazing incl. geïntegreerde energieopwekking, bodemenergie, warmteterugwinning uit ventilatiesystemen en een optimaal gebruik van PV-panelen op de daken. De specifieke duurzaamheidsaspecten van het project zijn daarnaast zoals eerder aangegeven terug te vinden in paragraaf 2.3.3. van de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan LEAD. De voor het project gestelde duurzaamheidsdoelen gaan veel verder dan de minimale eisen van het Bouwbesluit. De eis uit het bouwbesluit voor de EPC van het woondeel is 0,4. Uiteindelijk1 wordt door het toepassen van de meest recente duurzame ontwikkelingen een EPC van 0,255 voor het woondeel van de twee torens op de onderbouw en 0.319 voor het de losstaande toren behaald. Een verbetering van respectievelijk 36% en 20% t.o.v. het Bouwbesluit. Daarnaast is er bij de uitwerking van de plannen vooruit gelopen op de invoering van de eerdergenoemde BENG-eisen en is daarbij een stap verder gegaan (BENG+). Voor een toelichting hierop wordt verwezen naar de beantwoording onder 3.

Het college is van mening dat voldaan is aan het amendement in de context zoals deze behandeld en aangenomen is. Voor bouwaanvragen ná 1 januari 2021 geldt de BENG-norm (Bijna Energie Neutraal Gebouw). Voordien gold het EPC-norm. 3. Klopt het dat het college in het bestemmingplan BENG+ gelijkstelt aan een EPC van 0,25, terwijl BENG vaak vergeleken wordt met een EPC van 0,2? Zo ja, wat is hiervoor de verklaring? Het bestemmingsplan zegt daar verder niets over. Reactie: De EPC van 0,25 voor woningen is gebaseerd op de eerste van de landelijke BENG-eisen, zoals die golden tot eind 2018. Door de rijksoverheid zijn in november 2019 de BENG-eisen verruimd, zodanig dat deze ongeveer overeenkomen met een EPC van 0,4 voor woningen. De overstap van de EPC- naar de BENG-systematiek is daarmee een nagenoeg norm-neutrale overgang. Iedere EPC van minder dan 0,4 voor woningen kan worden aangemerkt als BENG+. Het project LEAD heeft zoals aangegeven in de plantoelichting een doel van een EPC van 0,25 voor woningen. 4. Klopt het dat in de omgevingsvergunning veel hogere EPC-waardes zijn opgenomen, oplopend tot 0,88? Zo ja, wat is hiervoor de verklaring? Reactie: De ingediende EPC-berekening voor het planinitiatief is beoordeeld door de Omgevingsdienst West Holland (ODWH) en akkoord bevonden.

Er is hiermee aangetoond dat voldaan kan worden aan de energieprestatie-eis zoals neergelegd in hoofdstuk 5 van het Bouwbesluit 2012. Woningen De wettelijke EPC eis voor een woonfunctie is (zoals eerder aangegeven) 0,4. Voor het planinitiatief LEAD is voor de woningen een hoger dan wettelijk doel gesteld van een EPC van 0,25. Dit doel wordt niet volledig gehaald: 0,28 voor de twee torens met onderbouw en 0,34 voor de solitaire toren). Daarbij wordt opgemerkt dat gedurende de technische uitwerking in de volgende fase nog kleine verbeteringen in EPC kunnen volgen, waarvoor de initiatiefnemer zich zal blijven inzetten. Zo is gebleken dat door het toevoegen van zogenaamde SmartWindows (ramen die met geïntegreerde PV-cellen energie opwekken en door middel van gestuurde zonwering de warmtelast op de woningen reguleren) de EPC voor het woondeel wordt verlaagd naar een EPC van 0,255 voor de twee torens met onderbouw

1

Zie ook de beantwoording bij vraag 4, na optimalisatie in de volgende fase. 2/6

en 0,319 voor de solitaire toren. De aangevraagde EPC voor woningen is vastgelegd en kan derhalve alleen maar lager en niet hoger worden. Er is een aanzienlijke inspanning gedaan het gestelde doel te behalen. Zo zijn in alle torens dezelfde energiezuinige maatregelen genomen. Daarbij is gekozen voor een balans tussen innovatie, robuuste en bewezen maatregelen en esthetische en stedenbouwkundige randvoorwaarden en het milieu. De maatregelen voor de solitaire toren pakken iets minder gunstig uit dan voor de twee torens met onderbouw. Dit wordt veroorzaakt door de hoogte en door de verhouding tussen oppervlak en volume, ofwel doordat het een smalle toren is. Het planinitiatief is een afgewogen balans tussen uitstraling, kwaliteit en energie, waarbij invulling wordt gegeven aan duurzaamheidsambities die verdergaan dan wettelijk bepaald en verder dan alleen energie (EPC / BENG). Totale gebouw Indien er meerdere functies in een gebouw aanwezig zijn, zoals bij LEAD het geval is, dan geldt geen afzonderlijke eis per functie maar dan geldt dat getoetst wordt aan het quotiënt van het totale karakteristieke energiegebruik en het toelaatbaar energiegebruik. Deze mag niet groter zijn dan 1. Bij LEAD werd hieraan voldaan met waardes van 0,88 en 0,712 voor respectievelijk fase 3 en fase 1&2. Deze scoren dus 12% respectievelijk 29% beter dan de wettelijke energieprestatie-eis.

Op social media hebben buurtbewoners vragen gesteld aan wethouder Spijker over het duurzame gehalte van het plan Lead. Op 21 december is daarop aan een van hen door een advocaat van Teekens Karstens te verstaan gegeven dat hij daarmee op moest houden en ‘lekker moest inspreken, naar de rechter whatever’. 5. Is het college het met Partij Sleutelstad eens dat het inhoudelijk bevragen van onze bestuurders op social media geen enkel probleem is en geheel thuishoort in het democratische proces? Reactie: Vragen mogen altijd gesteld worden, natuurlijk ook via de social media kanalen van de bestuurders. Vragen via social media worden echter niet geregistreerd en er zijn geen afspraken over beantwoording en daaraan gekoppelde termijnen. Als iemand beoogt om een reactie te krijgen, dan is het contactformulier op de gemeentelijke website daarvoor het bedoelde instrument. Vragen die via dat kanaal binnenkomen, worden geregistreerd en volgens het vastgestelde protocol beantwoord. 6.

Is het college bekend met enige persoonlijke of zakelijke verbondenheid – nu of in het verleden – tussen Teekens Karstens en de ontwikkelaar/architect van het project Lead en/of de gemeente en/of enige betrokkene van de gemeente bij dit plan? Zo ja, wat is deze dan en kan de gemeente Teekens Karstens wijzen op het ongepaste en ondemocratische van deze interventies van een van hun medewerkers? Reactie: Teekens Karstens staat de gemeente Leiden niet bij in het dossier LEAD. De uitspraken komen voor rekening van de betreffende schrijver. Zoals publiekelijk bekend heeft wethouder Spijker gewerkt bij Teekens Karstens. In de periode dat zij daar werkzaam was heeft zij geen persoonlijke of zakelijke verbondenheid gehad met de ontwikkelaar/architect van het project LEAD. LEAD wordt gebouwd, althans gepland, in de “100% lethaliteitszone” van een hogedruk- gasleiding. (lethaliteit = dodelijkheid ). Dit betekent dat bij calamiteiten een grote kans op “Fakkelbrand” ontstaat, al helemaal in hoogbouw, en dat dan dus onvermijdelijk honderden dodelijke slachtoffers te betreuren zullen zijn. Bij een brand in de woontoren kan de brandweer met hoogwerkers van buitenaf niet hoger komen dan ca. 40 meter. Een brand boven in de toren moet dan van binnenuit worden bestreden, wat een stuk moeilijker is.

3/6

7. Hoe zit dat precies? Klopt dit en is ook dat een onaanvaardbaar risico? We moeten niet in een Grenfell Tower scenario belanden! (Londen, 67,3 meter hoog) Reactie: Allereerst wordt opgemerkt dat met een fakkelbrand, zoals in bijlage 18 ‘Verantwoording risico’s woongebouw LEAD Leiden’ van het ontwerpbestemmingsplan is genoemd, gedoeld wordt op: het ontbranden van het onder hoge druk vrijkomende gas door een calamiteit bij de hogedrukaardgasleiding. Hiermee wordt niet gedoeld op een snel verspreiden van een brand langs de gevel van een pand (zoals bij de genoemde Grenfell Tower). Bij een calamiteit bij de hogedrukaardgasleiding is het ontstaan van een fakkelbrand inderdaad een realistisch scenario waarbij de gevolgen groot kunnen zijn. De kans dat een dergelijke calamiteit zich voordoet, is echter erg klein, zoals in het document ‘Verantwoording risico’s woongebouw LEAD Leiden’ uiteen is gezet. Ondanks deze kleine kans is het toch van belang om na te denken over de gevolgen, mocht zich onverhoopt toch een calamiteit voordoen bij de hogedrukaardgasleiding. In dat kader is het noodzakelijk om maatregelen en voorzieningen te treffen die de aanwezige personen een zo hoog mogelijke bescherming biedt en daarmee ook een zo groot mogelijke overlevingskans aan de bewoners van de hoogbouw.

Zoals in het document ‘Verantwoording risico’s woongebouw LEAD Leiden’ verder is aangegeven, worden bouwkundige en installatietechnische maatregelen getroffen om voldoende tijd te hebben voor ontvluchting. Een van de aangegeven maatregelen is het uitvoeren van de gevel van de hoogbouw met een voldoende brandwerendheid van de gevel, inclusief de ramen en de kozijnen. Hiermee wordt een snelle verspreiding van een brand langs de gevel naar boven voorkomen. Ook doorslag naar binnen de woningen wordt hiermee vertraagd. Daarmee wordt de tijd dat de aanwezige bewoners veilig kunnen vluchten vergroot. Hierbij is ook de ontruimingsinstallatie van belang die in iedere woning aanwezig is. Het aantal potentiële slachtoffers wordt met deze maatregelen zo veel als mogelijk verkleind. Samengevat kan worden gesteld dat gelet op de overwegingen uit het document ‘Verantwoording risico’s woongebouw LEAD Leiden’ de risico’s van deze ontwikkeling aanvaardbaar worden geacht. Terugkomend op de Grenfell Tower: Een vergelijking met die brand in Londen is niet op zijn plaats. Bij die brand vond een snelle branduitbreiding via de buitengevel plaats omdat het woongebouw aan de buitenzijde voorzien was van een brandbaar, thermisch isolatiemateriaal. Bij dit plan is de gevelopbouw significant anders, die is steenachtig, daarenboven wordt er een onbrandbaar, thermisch isolatiemateriaal toegepast.

Ook staat er een 150KV elektriciteits-station op minder dan de norm-afstand van 30 meter. Ook dat geeft extra risico op brand en in kettingreactie dan ook brand van de hogedrukgasleiding. In de thans ter inzage liggende stukken staat hierover: “De toekomstige bewoners van het plangebied en in het bijzonder van de woontorens dienen op de hoogte gebracht te worden van de in de omgeving aanwezige risicofactoren…” 8. Is het college het met PS eens, dat waarschuwen niet voldoende is en dat de gemeente geen enkele van haar burgers, gewaarschuwd of niet, in gevaar mag brengen? Reactie: Een 100% garantie dat de bewoners geen gevaar lopen kan nooit gegeven worden. Niet bij dit plan, maar ook niet in de fysieke leefomgeving (samenleving) als geheel. Het gaat bij afweging van risico’s om de relatie tussen enerzijds de kans op het ontstaan van een calamiteit en anderzijds het potentieel aantal slachtoffers dat als gevolg van die calamiteit kan ontstaan. Het is aan het bevoegd gezag om te beoordelen of zij, gelet op de kleine kans op het ontstaan van een calamiteit en de getroffen maatregelen en voorzieningen, het verantwoord vinden om het restrisico te accepteren.

4/6

Bij het onderhavige plan geldt dat de kans op een calamiteit erg klein is, maar dat in het slechtste geval zonder het treffen van aanvullende maatregelen veel slachtoffers kunnen vallen. Zoals hiervoor bij de reactie op vraag 7 is aangegeven kan door het treffen van maatregelen het aantal slachtoffers zo veel mogelijk beperkt worden. Een van die maatregelen is ook dat aanwezigen op de hoogte zijn van de risico’s en weten wat hen bij alarmering te doen staat, oftewel een goede risicocommunicatie. In de vraag wordt gesuggereerd dat een eventuele brand bij het 150 kV station via de woontoren een kettingreactie kan veroorzaken bij de hogedrukaardgasleiding. Dit scenario is zeer onwaarschijnlijk, aangezien de gevel van de woontoren voldoende brandwerend wordt uitgevoerd en de hogedrukaardgasleiding ondergronds ligt. Dat deze leiding als gevolg van brand in het transformatorstation of de woontoren zodanig beschadigd raakt dat uitstromend gas in brand raakt is zeer onwaarschijnlijk. En als dit al het geval is, zal dit pas na enige tijd na het ontstaan van de brand gebeuren. Dan is al sprake van een zodanige situatie dat de leiding afgesloten zou kunnen worden, bewoners voldoende tijd hebben gehad om het pand op een veilige manier te kunnen verlaten danwel naar een veilige schuilmogelijkheid te gaan.

In de (in de Week van de Leidse Hoogte, dus tegelijkertijd gehouden!) enquête over hoogbouw bij Doemee.leiden.nl wordt de hoogte van 115 meter voor de hoogste toren en 85 en 65 meter voor de torens ernaast, als voldongen feit, als reeds genomen besluit genoemd: “Vorig jaar is voor het eerst een gebouw toegestaan dat hoger is dan 70 meter. Lead aan de Willem de Zwijgerlaan wordt 115 meter hoog.” Daarbij wordt overigens geheel voorbijgegaan aan de hoogte van de tweede toren, n.l. 85 meter, wat ook een forse overschrijding is van de maximale bouwhoogte uit de gemeentelijke hoogbouwvisie. Ook staat op de bijgaande kaart op de geplande bouwplaats een rode stip geplakt, hetgeen volgens de legenda betekent: “reeds besloten”. 9. Is het college het met PS eens dat deze tekst en kaart misleidend zijn, omdat nog slechts de nota van uitgangspunten is vastgesteld maar nog niet de bestemmingsplanwijziging en de omgevingsvergunning en bovendien omdat de geplande hoogtes niet volledig vermeld zijn (115 én 85 m.) ? Reactie: De betreffende passage is niet misleidend, omdat de Raad heeft ingestemd met het uitgangspunt dat ter plekke van Lead de hoogte van 70 meter mag worden overschreden. Daarmee is voor het eerst besloten dat een gebouw hoger mag worden dan 70 meter. Het klopt dat het bij Lead twee gebouwen de hoogte van 70 meter overschrijden.

Op het betreffende kaartje zijn echter geen hoogtes genoemd, maar alleen projectlocaties. Zie betreffende kaartje hieronder.

5/6

De duizenden pagina’s van de vergunningaanvrage en de bestemmingsplanwijziging zijn in een voor het publiek ongunstige periode ter inzage gelegd. Vanaf 18 december, enkele dagen vóor de Kerst, middenin de periode dat de scholen net gesloten waren en men thuis in een druk gezin, dus niet erg geconcentreerd al die (toch al ingewikkelde en ambtelijke) pagina’s kon doornemen. En nog maar tot 28 januari. Wij hebben al verschillende geluiden opgevangen dat men het vaak lang niet op tijd voor elkaar krijgt. Vele participanten zitten met nog 1 week te gaan nog middenin het onderzoek en het schrijven van hun zienswijzen. 10. Is het college bereid, ten bate van de toch ook door B&W nagestreefde mate van transparantie en participatie de inzagetermijn bij wijze van uitzondering in dit geval met enkele weken te verlengen? Reactie: Deze vraag is als technische vraag reeds als volgt beantwoord: Op de ter inzagelegging is de Uniforme Openbare Voorbereidingsprocedure van toepassing, zoals vastgelegd in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Daarin staat dat de termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen zes weken bedraagt, tenzij bij wettelijk voorschrift een langere termijn is bepaald. Een dergelijk wettelijk voorschrift ontbreekt in onderhavig geval.

Op grond van vaste jurisprudentie staat het een bestuursorgaan niet vrij om een termijn te gunnen voor het indienen van zienswijzen, die in strijd is met de wettelijk vastgestelde termijn in de Uniforme Openbare Voorbereidingsprocedure.

6/6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10272312/1