Antw SV PS Kersten Burgerfora de Burgerbegroting en Right to Challenge
Tekst van het document
Schriftelijke vragen van Maarten Kersten (PS) aan het College van Burgemeesters en Wethouders van de gemeente Leiden over Burgerfora, de Burgerbegroting en Right to Challenge (ingediend 21 september 2021) Op grond van artikel 45 van het Reglement van Orde stelt het lid Kersten (PS) het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Leiden de volgende vragen: Burgerfora Steden en regio’s in binnen- en buitenland zetten in toenemende mate panels van gelote burgers in om mensen te betrekken bij het bedenken van oplossingen voor grote maatschappelijke problemen en kwesties. Tijdens zo’n burgerforum gaan de ingelote burgers tijdens één of meerdere gesprekken onder onafhankelijke begeleiding met elkaar in dialoog over een maatschappelijk probleem om gezamenlijk te zoeken naar een oplossing. Burgerfora bevorderen a) daarmee de deliberatie tussen burgers en b) maken het mogelijk dat gewone, ongeorganiseerde burgers in een vroeg stadium betrokken worden zodat participatie zich niet beperkt tot georganiseerde belangenorganisaties (zoals bijvoorbeeld bij de landelijke klimaattafels).1) Landelijk heeft eerder (in 2006) een burgerforum plaatsgevonden over wijziging van het kiesstelsel plaatsgevonden, waarvan het eindvoorstel later is overgenomen door de Staatscommissie Parlementair Stelsel en het kabinet-Rutte III.
Op lokaal niveau hebben er – onder de naam G1000 – in verschillende gemeentes eveneens gelote burgerpanels plaatsgevonden over uiteenlopende onderwerpen. Internationaal zijn de burgerfora over klimaat in Frankrijk en de legalisering van abortus en het homohuwelijk in Ierland bekend. Madrid en de Belgische Oostkantons hebben permanente burgerfora ingesteld. In Leiden heeft de gemeenteraad op 22 juni jl. de motie van Partij Sleutelstad 2) aangenomen over het instellen van een burgerforum in het kader van de energietransitie. Voorts werd het college verzocht om het burgerforum op het niveau adviseren of coproductie te participeren. 1.
Kan het college aangeven hoe het staat met het instellen van dit burgerforum en daarbij ingaan op de volgende subvragen: a. Op welk wijze het burgerforum betrokken wordt bij de uitvoering van de RES 1.0 en bij het opstellen van de RES 2.0, waaronder op welke trede van de participatielader de participatie plaatsvindt? b. Of het burgerforum op stadsniveau of op regioniveau zal worden georganiseerd? c. Op welke wijze wordt de steekproef getrokken? Volledig at random of via een gestratificeerde steekproef? Indien dat laatste het geval is, welke doelgroepen worden dan als strata gebruikt? d. Welke stappen en acties worden ondernomen om de participatie van ondervertegenwoordigde groepen, in het bijzonder praktisch opgeleiden, aan het burgerforum te bevorderen? Antwoord Het college staat open voor bestuurlijke vernieuwing. Het college vindt echter dat het instellen een burgerforum een middel is dat onderdeel uitmaakt van een bredere visie op participatie. Er is op dit moment nog geen exacte duidelijkheid te geven over de precieze invulling van het burgerforum waar de motie over spreekt. Het college inventariseert daarentegen wel welke randvoorwaarden er nodig zijn voor een dergelijk burgerforum.
Hierbij valt te denken aan het organiseren van een brede afspiegeling van wensen en belangen uit de samenleving, maar ook het onderzoeken van de invloed op de rolopvatting van college en raad op het besluitvormingsproces. Het college kan op dit moment dus nog niet aangeven hoe dit bij de RES 2.0 zijn beslag krijgt, op welk niveau van participatie dit gedaan gaat worden en hoe de steekproef getrokken gaat worden. Het college deelt de wens vanuit de raad om hier meer op in te zetten. Dit moet wel zorgvuldig gebeuren. Daarbij zet het college volop in op participatie rondom de
energietransitie. Dit operationaliseert zich op dit moment door een groots participatietraject rondom het opstellen van de Transitievisie Warmte. Voor het zomerreces heeft het college een 11-tal online talkshows gehouden, die vooral informerend van karakter waren. Deze talkshows richtten zich specifiek op verschillende wijk van Leiden. Cijfers laten zien dat er meer dan 5.000 unieke personen naar de talkshows hebben gekeken; het college is positief gestemd over dit bereik. Hier is na het zomerreces op voortgebouwd, met een 11-tal wijkgesprekken onder leiding van het initiatief de ‘Leidse gesprekken’, om het verdiepende gesprek met mensen uit de stad te voeren. Deze wijkgesprekken zijn breed bezocht. Wat zijn de scenario’s en perspectieven die zich aftekenen, hoe wil de gemeente daar op inzetten, wat betekent dit voor de individuele bewoners en wat voor aandachtspunten ziet men hier. Ook deze gesprekken worden goed bezocht. De opbrengsten van deze participatieronde worden gevoegd bij het raadsvoorstel over de transitievisie warmte, dat het college in het eerste kwartaal van 2022 aan gemeenteraad voorlegt. Naast het burgerforum over energietransitie, heeft het college in het verleden de intentie uitgesproken om loting vaker in te zetten in participatietrajecten, bijvoorbeeld door via deze wijze (gedeeltelijk) werkgroepen samen te stellen die participeren in de beleidsvorming.
Ons is bekend dat dit in ieder geval toegepast is bij het samenstellen van de werkgroep die meedacht bij de totstandkoming van het inrichtingsvoorstel Roomburgerpark.3) 2. Bij welke andere participatietrajecten zijn vormen van loting inmiddels ingezet? Antwoord: Het begrip loting interpreteren wij in deze vraag breder dan alleen in de context van een burgerforum. Er zijn legio voorbeelden van een variant op loting of willekeurige reacties verzamelen. Bij sommige participatietrajecten is onderdeel van de aanpak om op straat willekeurige voorbijgangers aan te spreken en vragen te stellen over een thema. Of op basis van een willekeurige uitdraai van het GBA in een specifiek gebied de deuren langsgaan en aan de deur het gesprek voeren. Ook communiceren we in participatietrajecten soms QR-codes, zodat voorbijgangers laagdrempelig naar de DoeMee-pagina van het betreffende project kunnen om daar informatie op te halen of ideeën te delen. Ook de stadsenquête (die agendasettend kan werken) wordt verstuurd aan een bestand adressen verkregen met een steekproef. 3.
Hoe reflecteert het college op de eerdere inzet van loting? Wat waren de ervaringen met de trajecten waarbij loting reeds is toegepast?
Antwoord: Bij ieder participatietraject of onderzoek wordt gestreefd naar een goede mix van middelen. Een mix tussen online en offline, verschillende kanalen en dus ook verschillende manieren om input te verkrijgen vanuit verschillende doelgroepen. Lotingen, willekeurige uitnodigingen, open uitnodigingen en steekproeven kunnen goed werken en uitkomst bieden, afhankelijk van het doel van het participatietraject of onderzoek. Het kan soms helpen bij het krijgen van een breed, pluriform beeld vanuit de samenleving. Tegelijkertijd moeten we ons realiseren dat deelname (geloot of niet) altijd op basis van vrijwilligheid is. 4.
Wat zijn de toekomstige ambities van het college op het vlak van burgerfora en het inzetten van loting in participatietrajecten?
Antwoord: Het college hecht veel waarde aan het borgen van een brede afspiegeling van belangen. Juist Participatie mag nooit een versneller van ongelijkheid zijn; niet het recht van de sterkste geldt, maar de rede, het draagvlak en een zorgvuldige belangenafweging. In dat licht bezien kijkt het college met positieve gevoelens naar de inzet van loting als middel om een representatieve afspiegeling op kenmerken als leeftijd, afkomst, gender, inkomen en opleidingsniveau te stimuleren. In participatietrajecten passen we daarom (ook nu al) loting of een variant hierop toe als dit past bij het participatiedoel. Volgens het college zouden eventuele burgerfora, wanneer toegepast, aan vergelijkbare criteria moeten voldoen om een brede afspiegeling te borgen. In de raadscommissie Leefbaarheid en Bereikbaarheid is al een en ander gewisseld over het verbeteren en eventueel uitbouwen van participatiemogelijkheden. Aanstaande 14 oktober spreekt uw commissie daar verder over. Zoals uw commissie heeft geconcludeerd in de eerste
bespreking biedt het voorliggende raadsvoorstel mogelijkheden voor u als raad om suggesties voor verbetering en/of uitbreiding te doen. Daarbij adviseren wij u wel onderscheid te maken in participatie binnen een individueel project en participatie c.q. doorlopend gesprek met de stad in bredere zin over bepaalde thema’s in bijvoorbeeld bepaalde wijken.
Burgerbegroting Een andere nieuwe methode om burgers meer invloed te geven op het lokaal bestuur is de burgerbegroting. Kort gezegd houdt dit in dat burgers voor een bepaald deel van de begroting burgers beslissen aan welke projecten en voorzieningen dit wordt uitgegeven, al dan niet op wijkniveau. De burgerbegroting bevordert ook het draagvlak voor de besteding van publieke middelen. Bij de behandeling van de programmabegroting 2020 is door GroenLinks, PvdA en Partij Sleutelstad een motie 4) ingediend over een experiment met de burgerbegroting. Die motie is destijds ontraden – en daarna ingetrokken – met verwijzing naar de grote werkdruk bij de ambtelijke organisatie en de Corona-crisis die persoonlijke interactie in de weg staat en dat het beter op zijn plaats is bij de vorming van een nieuwe coalitie, omdat het om een heel andere werkwijze gaat. Wel is naar aanleiding van een suggestie van D66 door het college aangegeven om na afronding van het participatie-onderzoek opnieuw naar de mogelijkheden te kijken. Inmiddels is de Corona-crisis grotendeels achter de rug, is het participatie-onderzoek afgerond en naderen de verkiezingen en daarmee een nieuw college. 5.
Is het college bereid om de mogelijkheden voor het aan de slag gaan met de burgerbegroting in kaart te brengen en hierover de gemeenteraad in de aanloop naar de coalitie-onderhandelingen over te informeren, zodat dit betrokken kan worden bij het vaststellen van het nieuwe beleids- en/of bestuursakkoord? Antwoord: Hier is het college nu niet toe bereid. Allereerst ligt de werkdruk in de ambtelijke organisatie nog altijd hoog, niet in de laatste plaats op het vlak van participatie. Het college ziet het als een prioriteit om nu eerst uitvoering te geven aan de aanbevelingen van onder meer Platform31 en de inzichten vanuit de vele gesprekken met de wijkverenigingen, voordat we daar weer nieuwe taken aan toevoegen. Bovendien onderscheidt het college momenteel geen grote maatschappelijke beweging voor het fenomeen burgerbegroting. Het college zet de schaarse capaciteit graag zo efficiënt mogelijk hiervoor in. Afsluitend is het college van mening dat partijen in de eerste plaats zelf aan zet zijn om bij een nieuw beleidsakkoord met elkaar te verdiepen of en hoe thema’s als een burgerbegroting prioriteit verdienen in een nieuwe periode. Hierover zijn vele artikelen en onderzoeken openbaar toegankelijk die de partijen hiervoor kunnen raadplegen om, desgewenst, kaders te bepalen die aan een nieuw college kunnen worden meegegeven.
Right to Challenge De afgelopen jaren zijn veel gemeentes in Nederland aan de slag gegaan met het zogenaamde Right to Challenge. Dit komt er op neer dat een groep burgers een taak van gemeentes kan overnemen als zij denken dit beter, slimmer en/of goedkoper te kunnen doen. Met het Right to Challenge worden initiatieven vanuit de samenleving zelf bevorderd. Parallel aan het vaststellen van de Participatie- en Inspraakverordening is door toenmalig wethouder Leeuwis aangekondigd om aan de slag te gaan met Right to Challenge in Leiden. Bij de behandeling van de verordening in de commissie LB op 28 mei is naar aanleiding van vragen van meerdere fracties toegezegd dat raad en college tijdens de tweede raadsconferentie 1 in gesprek met elkaar zouden gaan over hoe concreet met dit middel aan de slag kan worden gegaan in Leiden. In beantwoording op technische vragen van PS en D66 5) is dit als volgt toegelicht:
1 Stond aanvankelijk gepland voor september, maar is destijds doorgeschoven naar november
2019.
“We, college en raad, voeren het gesprek over Right to Challenge nog op een later moment. Het is onderdeel van de tweede bijeenkomst die na de zomer plaatsvindt. Onderwerpen die daar aan de orde komen zijn: • Right to Challenge (R2C) is het recht van bewoners om taken van gemeenten over te nemen als zij het denken beter, slimmer of goedkoper te kunnen. Wil het bestuur dit recht verder invullen samen met betrokkenen uit de lokale gemeenschap? • Gaat R2C gelden voor (bijna) alle gemeentelijke taken? • Moet er maatschappelijk draagvlak geregeld zijn voordat een R2C initiatief wordt gehonoreerd? • Kiest de gemeente voor een “ontwikkelgerichte aanpak” van R2C? Of alles van te voren “gedetailleerd inregelen”?” Uiteindelijk heeft de tweede conferentie een ander thema gekregen, waardoor het gesprek over Right to Challenge niet meer heeft plaatsgevonden. 6. Wat is de huidige stand van zaken rond Right to Challenge in Leiden? Antwoord: Er zijn geen verdere acties ondernomen op dit punt. Het idee is vanuit de landelijke kaderstelling ook nooit echt verder uitgewerkt. Wel bestaat de mogelijkheid het in te zetten. De participatieverordening biedt die ruimte. Tot op heden hebben zich geen inwoners gemeld met de wens om dit middel in te zetten. 7.
Zijn er inmiddels keuzes gemaakt voor wat betreft de bovenstaande vier vragen (die voor de raadsconferentie geagendeerd stonden)? Zo ja, graag een toelichting van de keuze voor elk van deze punten. Antwoord: Nee 8. Indien er de afgelopen jaren geen ontwikkelingen zijn geweest, kan het college dan aangeven wat de redenen zijn dat niet verder is gewerkt aan Right to Challenge? Antwoord: Het begrip Right to Challenge heeft zich sinds het verschijnen van de term in het Regeerakkoord van 2013 niet verder zelfstandig ontwikkeld. Wel als verzamelnaam voor inwonersinitiatieven die (een deel van) een gemeentelijke taak overnemen, maar niet als apart instrument. Wel zijn er bekende voorbeelden van uitwerkingen van Right to Challenge, maar daar geldt die term weer meer als een nieuwe aansprekende titel voor (varianten) van inwonersinitiatieven. En bovendien bieden de Leidse afspraken en verordeningen hier ruimte voor. Overigens werken we in Leiden natuurlijk op verschillende vlakken wel met initiatieven die gelijkenissen tonen met Right to Challenge. Een populair voorbeeld is het concept ‘Samen aan de Slag’, waarbij inwoners in samenwerking met buurtgenoten een stuk straat adopteren om zelf in onderhoud te nemen. Het publiek beheer van het Singelpark is hier een ander mooi voorbeeld van.
9. Is het college bereid om op de middellange termijn, bijvoorbeeld na de verkiezingen, alsnog het gesprek aan te gaan met de raad over de toepassing en uitwerking van Right to Challenge in Leiden? Antwoord: Dit college kan en wil niet bepalen wat een volgend college, na de verkiezinngen, zou moeten doen. Zoals voorgesteld in het raadsvoorstel bij het onderzoeksrapport ‘Participatie ontleed’ beveelt het college aan om in de volgende college- en raadsperiode als stadsbestuur samen een handelingsperspectief voor participatie te ontwikkelen. Right to Challenge kan daar onderdeel van uitmaken.
Bronverwijzing: 1) Zie bijvoorbeeld ter achtergrond: https://decorrespondent.nl/11707/meer-dan-eeninspraakavond-beter-dan-een-referendum-met-deze-democratische-vernieuwing-kan-deburger-zelf-beleid-maken/1290216763-753ad347
2) https://leiden.notubiz.nl/document/10303672/2/M%2021_0046_12%20PS%20Burgerforu m%20Energietransitie 3) https://leiden.notubiz.nl/document/8220298/1/19_0559Bijlage1Participatieleidraadinrichtin gsvoorstelwijksportparkRoomburgerpark 4) https://leiden.notubiz.nl/document/9395078/3/M%2020_0096_25%20GL%20Wat%20kun %20je%20doen%20voor%20een 5) Beantwoording technische vragen PS en D66 bij Participatie en inspraakverordening 2019, vraag 10.