CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

3a. Bijlage 1 Memo voor de raad - Proces referendum raadsvoorstel ‘Inrichtingsvoorstel wijksportpark Roomburgerpark’ (geactualiseerd juli 2021) (LIS t.b.v. raad 16 september 2021, B23)

raadscommissie Leefbaarheid en Bereikbaarheid 30 september 2021, gemeente LeidenBij agendapunt: Evaluaties4.090 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Griffie

12-3-2021

Memo voor de raad

Onderwerp

:

Proces referendum raadsvoorstel ‘Inrichtingsvoorstel wijksportpark Roomburgerpark’ (RV20.0088)

Aan de raad

:

12-3-2021 (geactualiseerd: juli 2021)

Inleiding Op 25 september 2020, 6 november 2020 en 15 januari 2021 is de raad door het Presidium geïnformeerd over de stand van zaken rond de verschillende fasen en processtappen bij het inleidend referendumverzoek, de besluitvorming na het inzamelen van voldoende ondersteuningsverklaringen (definitief verzoek) en het daadwerkelijk houden van het referendum over ‘Inrichtingsvoorstel wijksportpark Roomburgerpark’ (RV20.0088) (hierna: WSPR). Vanaf pagina 6 is de huidige fase beschreven. Doel van dit memo is het presidium en de raad te informeren over de laatste stand van zaken en inzicht te geven in het proces en de (doorlopen) fases, ter ondersteuning van de behandeling in de raad. Procedure Op een referendum(verzoek) zijn de bepalingen van toepassing uit de Referendumverordening 2008. De procedure richting een referendum bestaat uit drie fasen: 1. het inleidend verzoek, 2. het definitief verzoek, en 3. het referendum. We bevinden ons momenteel (medio maart 2021) aan het einde van fase 3 (het referendum). Hieronder worden in chronologische volgorde de fases en de doorlopen stappen nader beschreven (‘terugblik’), en vervolgens een stand van zaken gegeven (‘huidige stand van zaken’, vanaf pagina 6 e.v.).

Terugblik Fase 1: het inleidend verzoek (oktober – november 2020) De initiatiefnemers hebben op 28 oktober 2020 het inleidende referendumverzoek met de benodigde formulieren en de ondersteunende handtekeningen ingediend bij de raad. Handtekeningen en indiendatum Het inleidend referendumverzoek is geregeld in artikel 9 van de Referendumverordening 2008. De initiatiefnemers moeten volgens deze verordening minimaal 750 ondersteunende handtekeningen verzamelen en moeten hun verzoek, inclusief de benodigde handtekeningen uiterlijk een week voor de plenaire behandeling van het conceptraadsbesluit hebben ingeleverd bij de griffie. Een handtekening geldt als ondersteuning van het initiatief als alle op het handtekeningenformulier gevraagde informatie beschikbaar en correct is (d.w.z. naam, adres [straat, huisnummer, woonplaats], geboortedatum en handtekening). Ondersteuners dienen kiesgerechtigd te zijn op het moment dat het formulier wordt ingediend bij de raad. Het raadsvoorstel WSPR stond gepland voor de raadsvergadering van 10 november 2020. Dat betekent dat conform de verordening een inleidend referendumverzoek daarover uiterlijk 2 november moest zijn ontvangen om in behandeling te worden genomen. En dat is dus gebeurd. De Referendumkamer is hierover dezelfde dag

geïnformeerd en gevraagd om advisering over de vraag of het raadsvoorstel gelet op de verordening referendabel is. Het college is dezelfde dag verzocht te onderzoeken of het verzoek door voldoende kiezers wordt ondersteund. Dit onderzoek is op woensdag 4 november 2020 afgerond. Uit de burgemeestersbrief inclusief proces-verbaal (zie LIS november 2020, nr. 59 en bijlage bij RV 20.0117) blijkt dat er door de initiatiefnemers 2.022 ondersteunende handtekeningen zijn ingeleverd. Hiervan zijn 1.939 handtekeningen van kiesgerechtigden en 83 handtekeningen van niet-kiesgerechtigden. Hiermee is voldaan aan het bepaalde in artikel 9 lid 1 van de Referendumverordening 2008 en wordt het verzoek voldoende ondersteund. Hierover is door de griffie gecommuniceerd richting de raad, de Referendumkamer en de initiatiefnemers. Advies Referendumkamer Voorafgaand aan de voornoemde raadsvergadering adviseert de Referendumkamer de raad over de toelaatbaarheid van het onderwerp. Daarbij zijn de randvoorwaarden uit artikel 3 van de Referendumverordening 2008 uitgangspunt (zie ook de bijlage bij dit memo). Conform de Referendumverordening stelt de Referendumkamer de meest betrokkenen bij het referendum (dat zijn de initiatiefnemers en het college) in de gelegenheid hun opvattingen over de toelaatbaarheid nader toe te lichten.

Aan hen en ook aan leden van de raad is daarom gevraagd de Referendumkamer te informeren als zij van mening zijn dat het verzoek niet behoort te worden ingewilligd omdat het geen referendabel raadsvoorstel is (gelet op artikel 3 Referendumverordening). De indieners hebben de Referendumkamer op 1 november 2020 aangegeven het onderwerp referendabel te vinden. Op 4 november 2020 heeft het college een brief naar de Referendumkamer gestuurd (zie LIS november 2020, nr. 60 en bijlage bij RV) waarin zij laat weten dat het onderwerp toelaatbaar is voor een referendum. Daarnaast vraagt het college de Referendumkamer om in de advisering aandacht te besteden aan de suggestie om het referendum, indien ook het definitief verzoek voldoende wordt ondersteund, pas te houden op het moment dat het kaderbesluit over de herinrichting van het wijksportpark Roomburgerpark ter besluitvorming voorligt (naar verwachting zomer 2021). Verder hebben zowel de indieners als het college gebruik gemaakt van de gelegenheid de schriftelijke zienswijze over de toelaatbaarheid van het onderwerp toe te lichten tijdens een consultatiebijeenkomst van de Referendumkamer op 4 november 2020. Over deze suggestie van het college is ook gesproken in die consultatiebijeenkomst.

De Referendumkamer heeft de input uit de consultatiebijeenkomst en de schriftelijke reacties bij haar advies over de toelaatbaarheid betrokkenen brengt en de raad op 5 november 2020 geadviseerd. Dit advies is onderdeel van het raadsvoorstel dat op voorstel van het Presidium in de raad van 10 november 2020 is behandeld (RV 20.0117). Dit raadsvoorstel is vóór de fractievergaderingen van 9 november 2020 aan de raad gezonden. Uit het advies van de Referendumkamer (zie de LIS van november 2020 en bijlage bij RV) blijkt dat deze ook adviseert het onderwerp toelaatbaar te verklaren voor een referendum. In het advies wordt ook ingegaan op de andere suggestie van het college. Daaruit wordt duidelijk dat het procedureel niet mogelijk is het lopende proces rond het referendumverzoek te onderbreken. De Referendumverordening biedt hiertoe geen ruimte. Daarnaast is het, zoals ook al eerder door het Presidium vastgesteld, ongewenst om eventueel de spelregels te veranderen tijdens het al lopende proces en ten opzichte van het vorige referendumproces met LEAD, terwijl de evaluatie van dat proces nog besproken moet worden door de raad. De raad heeft dit standpunt bevestigd bij de behandeling van het raadsvoorstel.

Besluitvorming in de raad Er zijn drie mogelijke vervolgbesluiten: - het niet ontvankelijk verklaren van het verzoek (a), - het afwijzen van het verzoek (b), of: Pagina 2 van 9

-

het in de gelegenheid te stellen de initiatiefnemers een definitief verzoek in te laten dienen (c).

a. niet ontvankelijk verzoek Als het verzoek niet voldoende wordt ondersteund of niet binnen de gestelde termijn is ingediend, stelt het presidium de raad voor om het verzoek niet-ontvankelijk te verklaren. b. afwijzen verzoek Als het verzoek betrekking heeft op een onderwerp ten aanzien waarvan de Referendumverordening 2008 een referendum niet toelaat, (artikel 3, zie de bijlage bij dit memo) wijst de raad het verzoek af. Hieraan ligt het advies van de Referendumkamer ten grondslag. De raad kan het verzoek eveneens, met redenen omkleed, afwijzen indien het verzoek betrekking heeft op een onderwerp waarvoor de primaire verantwoordelijkheid bij een andere overheid ligt, dat een bovenlokaal karakter heeft, of waarbij de raad vaststelt dat hij onvoldoende mogelijkheden ziet, dan wel niet bereid is, om te handelen conform een van de mogelijke uitslagen van het referendum. c. volgende fase: indienen definitief verzoek. Als geen van de bovenstaande situaties aan de orde is, adviseert het Presidium aan de raad om te besluiten dat een definitief referendumverzoek kan worden ingediend.

Bij het referendumverzoek was geen sprake van niet-ontvankelijkheid (a) of een noodzakelijkheid tot het afwijzen van het verzoek (b). Het presidium heeft daarom met een raadsvoorstel op 6 november 2020 aan de raad geadviseerd om te besluiten dat een definitief referendumverzoek kan worden ingediend. Dit is in de raad van 10 november 2020 gebeurd. Het raadsvoorstel WSPR is tijdens dezelfde raadsvergadering op 10 november 2020 verder op de gangbare wijze behandeld, met dien verstande dat het conceptbesluit, zoals dat luidt na verwerking van de door de raad aanvaarde amendementen, niet in stemming is gebracht, maar is aangehouden. Deze behandeling was noodzakelijk om helderheid te krijgen over het uiteindelijke raadsbesluit omdat cf. de verordening de raad na het referendum een besluit neemt over het aangehouden conceptbesluit dat aan het referendum werd onderworpen. Dat geldt overigens ook als het referendum uiteindelijk niet doorgaat. Daarnaast was de behandeling noodzakelijk om over de juiste vraagstelling voor het referendum te kunnen spreken in de volgende fase. Fase 2 Definitief verzoek (december 2020 – januari 2021) In fase 2 gaat het om het bepalen van de referendumvraag en de organisatie van de periode waarin de ondersteuningshandtekeningen voor een eventueel referendum ingediend kunnen worden. Er zijn minimaal 5.000 geldige handtekening nodig.

Vraagstelling en organisatie indienen ondersteuningsverklaringen Na het besluit van de raad op 10 november 2020 dat de initiatiefnemers een definitief verzoek mogen indienen, heeft de Referendumkamer op woensdag 18 november 2020 een hoorzitting georganiseerd - cf. de verordening - om met vertegenwoordigers van de raad en van de indieners te overleggen over de vraagstelling. Het college heeft op 17 november 2020 een advies aan de raad uitgebracht (collegebrief Vervolgproces referendum Roomburgerpark d.d. 17 november 2020) met daarin een voorstel voor de locaties en de periode waarin de handtekeningen geplaatst kunnen worden. Hieronder volgt per advies een nadere beschrijving. Advies Referendumkamer over de vraagstelling: Pagina 3 van 9

Op 18 november jl. heeft de Referendumkamer een bijeenkomst gehouden om een advies aan de raad uit te brengen over de vraagstelling t.b.v. het referendum ‘Inrichtingsvoorstel wijksportpark Roomburgerpark’ (RV 20.0088). De referendumkamer heeft daarbij de aanwezigen, de indieners van het referendumverzoek en de aanwezige raadsleden, gevraagd naar hun zienswijze op de vraagstelling. Andere belanghebbenden konden vooraf schriftelijk een reactie geven aan de Referendumkamer. Het college heeft op 18 november 2020 schriftelijk aan de Referendumkamer laten weten dat men afziet van deelname aan de consultatiebijeenkomst van de Referendumkamer in afwachting van het advies van de Referendumkamer aan de raad. In de collegebrief wordt benadrukt dat het raadsvoorstel ‘Inrichtingsvoorstel wijksportpark Roomburgerpark’ één samenhangend geheel vormt en dat het referendum over het totale voorstel zal moeten gaan, niet over onderdelen uit het voorstel. Op 19 november 2020 heeft de Referendumkamer een advies over de vraagstelling aan de raad uitgebracht (zie LIS t.b.v. raad 3 december 2020, nummer 19). Dit advies luidt dat het referendum uitsluitend over een concept-raadsbesluit kan gaan, en niet over onderdelen of afzonderlijke aspecten daarvan. Dit is conform de referendumverordening. De vraagstelling dient daarom volgens de Referendumkamer recht te doen aan deze eis.

Advies college over de organisatie (locaties en periode waarin de ondersteuningsverklaringen ingediend kunnen worden): Het college heeft op 17 november 2020 een advies aan de raad uitgebracht (collegebrief Vervolgproces referendum Roomburgerpark d.d. 17 november 2020) met daarin een voorstel voor de locaties en de periode waarin de handtekeningen geplaatst kunnen worden (zie LIS t.b.v. raad 3 december 2020, nummer 18). Ook geeft het college aan dat de geschatte kosten voor de organisatie tot en met deze fase circa € 17.500 bedragen. De financiële dekking hiervoor volgt in eerste instantie uit de ‘Reserve verkiezingen’. Wanneer er voldoende ondersteuningsverklaringen zijn, en de raad besluit tot het organiseren van een referendum, dan geeft het college een nieuwe raming van de kosten. De verwachting is dat de post onvoorzien niet toereikend zal zijn voor de benodigde middelen. Daarnaast geeft het college een voorstel gedaan over de handtekeningenlijsten en de inhoud van de bij de digitale ondersteuning te gebruiken internetpagina. Deze voorstellen zijn op 17 november 2020 door het Presidium ontvangen en vervolgens ook betrokken bij het raadsvoorstel ‘RV 20.0128 Vraagstelling en organisatie definitief referendumverzoek over inrichtingsvoorstel wijksportpark Roomburgerpark’.

De Referendumkamer heeft op 19 november 2020 een advies uitgebracht naar aanleiding de collegebrief aan de raad over het vervolg van het proces rond het referendum (zie LIS t.b.v. raad 3 december 2020, nummer 20). De referendumkamer adviseerde positief over: a) de voorgestelde locaties waar ten behoeve van het definitieve referendumverzoek ondersteuningshandtekeningen kunnen worden geplaatst; en b) de voorgestelde start van de termijn waarbinnen de voornoemde ondersteuningshandtekeningen kunnen worden verzameld. Het raadsvoorstel ‘RV 20.0128 Vraagstelling en organisatie definitief referendumverzoek over inrichtingsvoorstel wijksportpark Roomburgerpark’ is op 26 november 2020 inhoudelijk behandeld in de commissie LB. Op 3 december 2020 heeft de raad ingestemd met dit raadsvoorstel. Definitief verzoek voor het houden van een referendum Een definitief verzoek tot het houden van een referendum kan worden ingediend door ten minste 5.000 kiesgerechtigden via het plaatsen van hun handtekening op een handtekeninglijst of via het inzenden van een ondersteuningsverklaring met gebruikmaking van DigiD, via een speciale webpagina op de website van de Pagina 4 van 9

gemeente Leiden1. De periode is daarvoor vastgesteld van 7 december 2020 tot en met 17 januari 2021 (of tot het moment dat het benodigde aantal geldige ondersteuningsverklaringen is behaald). De handtekeninglijsten zijn in deze periode beschikbaar gesteld op 7 locaties in de stad (waaronder op het Stadskantoor), in overeenstemming met de raad, aangewezen locaties. Door de verscherpte coronamaatregelen, zijn vanaf 15 december 2020 drie van de zeven locaties gesloten voor publiek. Naar aanleiding daarvan heeft de Referendumkamer op 16 december 2020 een advies gestuurd aan de gemeenteraad (Advies beschikbaarheid locaties vanwege Covid-19, zie LIS raad 28 januari 2021, nummer 12). De Referendumkamer constateerde dat het beschikbare aantal locaties voor het zetten van een fysieke ondersteuningshandtekening strikt genomen niet voldeed aan de Leidse Referendumverordening 2008, waarin een totaal van vijf locaties wordt genoemd. De Referendumkamer had er echter begrip voor, dat de gemeente niet alsnog probeert dit formeel vereiste aantal van vijf locaties te realiseren, omdat er sprake is van overmacht, er nog drie locaties wel beschikbaar zijn, waaronder het Stadskantoor, en het relatief beperkte aantal ondersteuners dat tot op heden van de gesloten locaties gebruik heeft gemaakt. Daarnaast is er de mogelijkheid om het referendumverzoek (24 uur per dag) digitaal te ondersteunen.

Wat de termijn betreft, is het naar de mening van de Referendumkamer onwenselijk om, in strijd met de Referendumverordening 2008 en gezien de (nog) bestaande mogelijkheden tot ondersteuning, de geldende termijn van zes weken waarbinnen deze ondersteuning mogelijk is te verlengen. Dit vooral vanwege de gevolgen daarvan op de planning en praktische organisatie van een eventueel referendum. Op 17 december 2020 heeft burgemeester Lenferink naar aanleiding van dit advies van de Referendumkamer aan het presidium een brief verzonden waarin aangegeven wordt dat het college zich hierin kan vinden en de onderbouwing ervan. Verder wordt nog opgemerkt dat de locatie Het Gebouw toch geopend bleef voor het indienen van ondersteuningsverklaringen. Zie LIS raad 28 januari 2021, nummer 14.) Tijdens de periode waarin ondersteuningsverklaringen konden worden ingediend, is er door het college wekelijks onderzocht in hoeverre de geplaatste handtekeningen en ingezonden ondersteuningsverklaringen geldig zijn. Hierover is wekelijks gerapporteerd via de reguliere communicatiekanalen van de gemeente en de gemeenteraad, via de webpagina’s over het referendumverzoek op de website van de gemeente Leiden en van de gemeenteraad. Deze tussenstanden van geldige ondersteuningsverklaringen waren als volgt: 15 december 2020 22 december 2020 29 december 2020 5 januari 2021 12 januari 2021

2168 3312 4211 4901 5848

Voor 17 januari 2021 dienden er 5.000 geldige handtekeningen zijn ontvangen. Dat is gebeurd en op 12 januari 2012 bekendgemaakt. In vijf weken tijd zijn er in totaal 5.848 geldige ondersteuningsverklaringen binnengekomen. Toen die binnen waren, is conform de verordening gestopt met het verder laten indienen van ondersteuningsverklaringen.

1

Zie de pagina van de gemeente Leiden over het Referendumverzoek Inrichtingsvoorstel wijksportpark Roomburgerpark:

https://gemeente.leiden.nl/bestuur/referendumverzoek-inrichtingsvoorstel-wijksportpark-roomburgerpark/

Pagina 5 van 9

Huidige stand van zaken (medio maart 2021) Fase 3: Referendum (januari – april 2021) Na het behalen van het benodigde aantal handtekeningen, begon de volgende fase. In fase 3 neemt de raad conform de verordening een besluit op het definitieve verzoek. Tegelijk met een besluit om een referendum te houden of zo spoedig mogelijk daarna, bepaalt de raad met inachtneming van een advies van het college de datum van het referendum. Ook stelt de raad zo snel mogelijk na een besluit om een referendum te houden ook een budget vast voor de organisatie van en de voorlichting over het referendum, en een budget voor bijdragen in de kosten van de campagneactiviteiten van de bij het referendum betrokken partijen. Het college pakt daarna de verdere organisatie van het referendum op. De raad heeft op 28 januari 2021 ingestemd met het raadsvoorstel ‘Referendum raadsvoorstel Inrichtingsvoorstel wijksportpark Roomburgerpark’ (RV 21.0018) waar bovengenoemde onderdelen zijn opgenomen. De raad besloot een referendum over het Raadsvoorstel ‘Inrichtingsvoorstel wijksportpark Roomburgerpark’ te houden en dit gelijktijdig met de Tweede Kamerverkiezingen op 15, 16 en 17 maart 2021 te laten plaatsvinden. Daarbij heeft de raad een budget beschikbaar gesteld voor de organisatie en voorlichting over het referendum (130.000 euro) en voor bijdragen in de kosten van campagneactiviteiten (100.000 euro).

In dezelfde vergadering besloot de raad tot aanpassing van de Leidse Referendumverordening 2008 zodat duidelijk werd gemaakt dat de Tijdelijke wetverkiezingen covid-19 en het Tijdelijk besluit verkiezingen covid-19 (naast de Kieswet en het Kiesbesluit) mede van toepassing zijn op de gang van zaken bij een referendum in Leiden (RV20.0141). De raad heeft hierover besloten, met inachtneming van het advies van de Referendumkamer over de uitkomst van het definitief referendumverzoek en de voorgestelde datum van het referendum (zie LIS raad 28 januari 2021, nummer 32) en het advies van de Referendumkamer over de Leidse Referendumverordening 2008 in het licht van landelijke regelgeving kiesproces (zie LIS raad 15 december 2020, nummer 18). Daarnaast heeft het college nadere regels voor bijdragen aan de kosten van campagneactiviteiten vastgesteld, conform de Referendumverordening. Dit besluit is op 19 januari door het college bekrachtigd, ook op basis van het advies hierover van de Referendumkamer dat op 13 januari naar het college is verzonden (zie LIS raad 28 januari 2021, nummer 36). Vóór- en tegenstanders van het raadsvoorstel konden tot 27 januari 2021 een aanvraag doen voor een bijdrage. Zoals vermeld, is ook een budget beschikbaar gesteld voor een neutrale campagne.

Het totale budget hiervoor bedroeg 100.000 euro, waarvan maximaal 35.000 euro voor campagnes tegen het raadsbesluit, maximaal 35.000 euro voor campagnes voor het raadsbesluit en 30.000 euro voor neutrale campagnes. Het college heeft achttien aanvragen ontvangen, waarvan een evenredig aandeel voor- en tegenstanders van het voorstel en neutrale partijen. Na advies van de referendumkamer heeft het college zestien aanvragen (deels) gehonoreerd voor een totaalbedrag van € 63.446,40. Dit bedrag is als volgt verdeeld: € 24.099,90 voor tegenstanders van het inrichtingsvoorstel, € 20.926,50 voor voorstanders van het inrichtingsvoorstel en € 18.420 voor neutrale partijen. Na het referendum leggen de campagne-voerende partijen verantwoording af over de besteding van de subsidie. Na de besluitvorming in de raad van 28 januari was de formele rol van de raad eigenlijk zeer beperkt tot na het referendum. Het college, i.c. de burgemeester heeft het referendum georganiseerd in combinatie met de Tweede Kamer verkiezingen. Daarnaast kunnen alle inwoners van Leiden, waaronder dus ook bijvoorbeeld politieke partijen, campagne voeren in de periode tot aan het referendum. Na het referendum In de verordening staat over de fase na het referendum dat zo mogelijk in de eerste vergadering na het plaatsvinden van het referendum, maar niet later dan na twee maanden, de raad besluit over het Pagina 6 van 9

aangehouden conceptbesluit (in dit geval: WSPR), met inachtneming van de uitkomst van het raadplegend referendum. Dit is uiteindelijk op 8 april 2021 gebeurd. Besluitvorming in de raad In de raad van 8 april 2021 is besloten over de rechtmatigheid van het referendum en is gestemd over het raadsvoorstel ‘Inrichtingsvoorstel wijksportpark Roomburgerpark’ (RV20.0088) (deze is verworpen). Rechtmatigheid referendum Volgens artikel 13 van de Referendumverordening Leiden is op de gang van zaken bij het referendum het bepaalde in de Kieswet en het Kiesbesluit van toepassing. Dat betekent ten eerste dat uiterlijk twee dagen na het referendum het centraal stembureau (op basis van de Kieswet) de uitslag dient vast stellen. Op vrijdag 19 maart 2021 is de openbare zitting van het Centraal Stembureau waar de definitieve uitslag van het referendum Inrichtingsvoorstel wijksportpark Roomburgerpark wordt vastgesteld, incl. de geldigheid op basis van het opkomstpercentage (> 30%). De zitting wordt live uitgezonden voor publiek, vanwege de geldende maatregelen rondom verspreiding van het coronavirus, is het niet mogelijk voor publiek om de zitting bij te wonen. Eventuele bezwaarmakers worden uitgenodigd om (digitaal) in te spreken. Voor de raad is geen formele rol bij deze zitting, maar de zitting kan vanzelfsprekend wel worden gevolgd.

Verder moet de raad op grond van de Kieswet en het Reglement van Orde (RvO) een oordeel geven over de rechtmatigheid van de gemeenteraadsverkiezingen (en in dit geval dus van het referendum). De organisatie en het verloop van het referendum moeten op wettige wijze plaatsvinden. De Commissie voor de Geloofsbrieven adviseert de raad over het verloop van het referendum (of dit op wettige wijze is gebeurd) en het vaststellen van de uitslag (of deze juist is vastgesteld) (artikel 4A en 4B RvO). Zij doet dit op basis van het proces-verbaal van het centraal stembureau. De Commissie Geloofsbrieven heeft in de openbare raadsvergadering van 8 april 2021 verslag gedaan van zijn bevindingen, waarna de gemeenteraad besluit over de rechtmatigheid van het verloop van het Referendum en de vaststelling van de uitslag. Stemming raadsvoorstel Het raadsvoorstel ‘Inrichtingsvoorstel wijksportpark Roomburgerpark’ (RV20.0088) is tijdens de raadsvergadering op 10 november 2020 op de gangbare wijze behandeld. Het debat is afgerond en over de moties en amendementen is gestemd. Alleen het conceptbesluit, zoals dat luidde na verwerking van de door de raad aanvaarde amendementen, is niet in stemming gebracht, maar is aangehouden. Deze behandeling is in de Referendumverordening voorgeschreven.

Formeel gezien, is er sprake van een raadsvoorstel dat reeds is geagendeerd, waarvan de beraadslaging is gesloten, waarna er door de raad gestemd is over moties en amendementen (artikel 29, 30 en 31 RvO). Eén amendement is aangenomen, waardoor het voorstel gewijzigd is. Over dat voorstel heeft de Leidse bevolking zich uitgesproken. Het is aan de raadsleden om, met inachtneming van de uitslag van het raadgevend referendum, voor of tegen dat voorstel te stemmen. Formeel en procedureel gezien, is het enige dat nu nog kan gebeuren, de stemming over het voorstel zelf, evt. met het geven van een stemverklaring (artikel 28 en 30 RvO). Het presidium heeft op 12 maart 2021 de stand van zaken besproken met het referendum en de fase na 15-17 maart 2021. Besloten is dat over het raadsvoorstel ‘Inrichtingsvoorstel wijksportpark Roomburgerpark’ (RV20.0088) alleen een stemming in de raad (van 8 april 2021) plaats vindt, maar dat voorafgaand aan de stemming in één termijn gereflecteerd kan worden op het referendum. Bij de stemming is ruimte voor een uitgebreidere stemverklaring.

Pagina 7 van 9

Evaluatie Artikel 5 van de Referendumverordening Leiden bepaalt dat de Referendumkamer Leiden adviseert over de evaluatie van gehouden referenda. Na het nemen van een besluit over het Inrichtingsvoorstel wijksportpark Roomburgerpark’ (RV20.0088) zal de referendumkamer door de raad gevraagd worden deze evaluatie uit te voeren, zodat deze later dit jaar aan de raad kan worden voorgelegd (naar verwachting 30 september 2021). De opzet en aanpak van de evaluatie is op 22 april 2021 in de commissie LB besproken.

Pagina 8 van 9

BIJLAGE Webpagina’s -

Pagina van de gemeente Leiden over het Referendumverzoek Inrichtingsvoorstel wijksportpark Roomburgerpark: https://gemeente.leiden.nl/bestuur/referendumverzoek-inrichtingsvoorstel-wijksportparkroomburgerpark/

-

Internetpagina van de Referendumkamer: https://gemeenteraad.leiden.nl/raadscommissies/referendumkamer/

Overige informatie Niet-referendabele besluiten 1. Alleen conceptraadsbesluiten kunnen onderwerp zijn van een referendum. 2. De volgende conceptbesluiten kunnen geen onderwerp zijn van een referendum: a. besluiten over voorstellen, gericht op het voor kennisgeving aannemen van nota's, rapporten en dergelijke; b. besluiten over voorstellen inzake individuele kwesties, zoals benoemingen, ontslagen, schorsingen en verlening van kwijtschelding; c. besluiten in het kader van deze verordening; d. besluiten tot het voeren van rechtsgedingen; e. besluiten inzake belastingverordeningen; f. de conceptgemeentebegroting en de perspectiefnota; g. besluiten die dienen ter uitvoering van besluiten waarover al eerder een referendum ingevolge deze verordening heeft plaatsgevonden of met betrekking waartoe de mogelijkheid heeft bestaan tot het indienen van een daartoe strekkend verzoek zonder dat daarvan gebruik is gemaakt; h. besluiten tot het aangaan, opheffen of wijzigen van gemeenschappelijke regelingen; i. bestemmingsplan- en structuurplanwijzigingen voor zover die uitsluitend betrekking hebben op de verplichte doorwerking van planologische kernbeslissingen, aanwijzingen die zijn gegeven op grond van de Wet ruimtelijke ordening en tracébesluiten. Taken van de referendumkamer De referendumkamer heeft tot taak: a.

de raad te adviseren over de toelaatbaarheid van een onderwerp waarover is voorgesteld of verzocht om een referendum te houden; b. de raad een voorstel te doen voor de vraagstelling voor referenda; c. te adviseren over de door het gemeentebestuur te verstrekken voorlichting over referenda en over de toekenning van bijdragen voor campagneactiviteiten; d. toezicht te houden op de uitvoering van de verordening; e. te adviseren bij geschillen tussen het gemeentebestuur, de indieners van een referendumverzoek en andere belanghebbenden; f. te adviseren over de evaluatie van gehouden referenda en van voorstellen en verzoeken die niet tot een referendum hebben geleid.

Pagina 9 van 9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10554197/2