3 Onderzoeksrapport Leiden Bio Science Park
Tekst van het document
Rekenkamercommissie Leiden-Leiderdorp
Onderzoek Leiden Bio Science Park Eindrapportage Amsterdam, 28 september 2020
ECONOMISCH ONDERZOEK EN ADVIES
TITEL Onderzoek Leiden Bio Science Park
STATUS Eindrapportage
DATUM 28 september 2020
IN OPDRACHT VAN Rekenkamercommissie Leiden-Leiderdorp
PROJECTTEAM DECISIO Jaap Broer (projectverantwoordelijk partner, j.broer@decisio.nl) Suzanne Steegman Pim van der Zwet Menno de Pater
CONTACTGEGEVENS DECISIO | ECONOMISCH ONDERZOEK EN ADVIES Valkenburgerstraat 212 1011 ND Amsterdam T 020 – 67 00 562 E info@decisio.nl I www.decisio.nl
Afbeelding voorblad: leidenbiosciencepark.nl
Inhoudsopgave Managementsamenvatting
i
1.
Inleiding
1
1.1
Achtergrond
1
1.2
Doel en onderzoeksvragen
2
1.3
Analysekader
3
1.4
Gebiedsafbakening
5
1.5
Onderzoeksverantwoording
6
Achtergrond en ontwikkeling LBSP
8
2.1
Reconstructie
8
2.2
Huidige samenwerking en ontwikkeling
10
Economische en maatschappelijke betekenis
19
3.1
Directe economische betekenis
19
3.2
Indirecte economische betekenis
26
3.3
Bijdrage aan vestigingsklimaat en economie
32
3.4
Maatschappelijke effecten
35
Kosten en opbrengsten gemeente
38
4.1
Kosten en opbrengsten
38
4.2
Betrokkenheid gemeente
46
2.
3.
4.
5.
Betrokkenheid en rol gemeenteraad
49
5.1
Besproken dossiers/onderwerpen in relatie tot LBSP
49
5.2
Algemeen beeld informatievoorziening en discussie
54
5.3
Rolinvulling
55
5.4
Invloed en afweging
56
5.5
Inzet, beleid en risico’s van de gemeente
56
Bijlage 1. Bronnen
58
Bijlage 2. Input-output analyse
61
Bijlage 3. Overzicht uitvoeringsplanning
65
Managementsamenvatting Opdracht In opdracht van de Rekenkamercommissie Leiden-Leiderdorp deed Decisio onderzoek naar de economische en maatschappelijke effecten van het Leiden Bio Science Park (LBSP), en naar de kosten die de gemeente voor het LBSP maakt en de opbrengsten die ze uit het gebied heeft. Daarnaast zijn de betrokkenheid en rol van de gemeenteraad geïnventariseerd. Voorliggend document is de rapportage van het onderzoek, bedoeld voor het ambtelijk wederhoor. Reconstructie en doelbereik Het Bio Science Park in Leiden is in de jaren 80 ontstaan. Het Academisch Ziekenhuis Leiden en enkele faculteiten van de universiteit waren er al gevestigd en vormden de basis voor de ontwikkeling naar de volwassen life sciences and healthcampus die het nu is. In eerste aanleg had de gemeente geen scherp omlijnde economische ambities met het gebied, en was het vooral in beeld als woningbouwlocatie. Mede dankzij professor Schilperoort zijn die plannen omgezet in een ontwikkeling naar een science park en hebben in de loop der jaren 350 voornamelijk biotechbedrijven en -instellingen hun weg gevonden naar het LBSP. In de afgelopen decennia is de werkgelegenheid en bedrijvigheid in het gebied bovengemiddeld gegroeid en is het LBSP de belangrijkste troef geworden in het gemeentelijke economische beleid om Leiden als kennisstad verder te ontwikkelen.
Economische betekenis van het LBSP De economische betekenis van het Leiden Bio Science Park – of eigenlijk van de daar gevestigde activiteiten - kan op verschillende manieren worden uitgedrukt (zie ook figuur S1). In de eerste plaats door in beeld te brengen wat er in het gebied zelf gebeurt. Dan blijkt dat er in 2020 zo’n 20.800 banen zijn (inclusief 600 banen op het Oegstgeestse deel) bij bijna 350 bedrijven en instellingen en dat deze zorgen voor een productie van € 2,5 miljard en een toegevoegde waarde van € 1,4 miljard. De organisaties op het LBSP zorgen door de aard van hun activiteiten voor een relatief hoge toegevoegde waarde. De bedrijven en instellingen op het LBSP creëren daarnaast banen en omzet bij toeleveranciers en bij bedrijven die omzet hebben door de bestedingen die mensen doen die op het LBSP werken of studeren of er op bezoek zijn. Deze indirecte effecten beslaan 8.000 banen, 840 miljoen euro productie en 410 miljoen euro toegevoegde waarde.
ONDERZOEK LEIDEN BIO SCIENCE PARK; RAPPORTAGE 28 SEPTEMBER 2020
i
Figuur S1. Economische (en maatschappelijke) betekenis van het Leiden Bio Science Park voor Leiden
Bron: Decisio, op basis van cijfers gemeente Leiden
Een derde indicator van de economische impact is in hoeverre ook niethoogopgeleiden profijt hebben van de activiteiten op het LBSP. Op basis van de input-outputanalyse en cijfers van het LUMC komen we tot de conclusie dat de helft van de directe en indirecte werkgelegenheid door het LBSP voor lager en middelbaar opgeleiden is. Een vierde dimensie is geografisch van aard. In hoeverre zorgt het LBSP voor banen voor Leidse inwoners? Uit het onderzoek komt naar voren dat zo’n 30 procent van de banen op/dankzij het LBSP wordt ingevuld door Leidenaren. Dit zijn in totaal 8.400 banen, wat neerkomt op 12 procent van de beroepsbevolking. Zo’n een op de acht werkzame Leidenaren heeft zijn of haar baan dus te danken aan het LBSP. Kosten en opbrengsten De gemeente Leiden investeert op verschillende manieren in het Leiden Bio Science Park. In de Stichting LBSP werkt ze samen met de universiteit, LUMC, ondernemers en gemeente Oegstgeest om het gebied als innovatiedistrict verder te
ONDERZOEK LEIDEN BIO SCIENCE PARK; RAPPORTAGE 28 SEPTEMBER 2020
ii
ontwikkelen en te versterken. De gemeente is opdrachtgever en partner van InnovationQuarter die actief is op het gebied van business development, participaties en acquisitie. Ook geeft de gemeente financiële steun in de vorm van garantiestellingen en tegemoetkoming in huisvestingskosten aan vestigende bedrijven en instellingen. Het grootste deel van de kosten aan het park besteedt de gemeente echter aan haar reguliere overheidstaak op het gebied van infrastructuur en openbare ruimte (en dus niet aan bovengenoemde ‘extra’ inzet). In dit kader maakt ze ontwikkel- en exploitatieafspraken met de universiteit die de meeste gronden in bezit heeft. De jaarlijkse kosten liggen in de orde van € 3,8 miljoen. Een korte scan van situaties elders leert dat de inzet van Leiden voor een kenniscampus als LBSP vergelijkbaar is met hoe andere gemeenten dat doen. Tegenover deze kostenposten staan inkomsten uit incidentele grondverkopen, verhuur, toeristenbelasting, vergoedingen en de onroerendezaakbelasting. Deze opbrengsten zijn jaarlijks € 8,3 miljoen. Tabel S1 geeft een samenvattend overzicht van de kosten en opbrengsten voor de gemeente gerelateerd aan het LBSP in de periode 2011-2019. Tabel S1.
Kosten en opbrengsten voor Leiden gerelateerd aan LBSP, 2011-2019 Kosten Personele inzet Subsidies/bijdragen aan LBSP Ruimtelijke ontwikkeling Beheer & Onderhoud Acquisitiekosten Belastingvrijstellingen Totaal Opbrengsten OZB Toeristenbelasting Precario-opbrengsten Grondverkoop en -verhuur Vergoedingen/subsidies van derden Totaal Saldo kosten en opbrengsten 2011-2019
in miljoen € 6,3 6,3 11,4 9,5 0,8 34,3 in miljoen € 58,1 3,2 1.2 10,7 1,6 74,8 € 40,5 miljoen
Aandeel 18% 18% 33% 28% 2%
Aandeel 78% 4% 2% 14% 2%
Bron: Decisio, op basis van cijfers gemeente Leiden
Maatschappelijke effecten en aandachtspunten Negatieve punten van het gebied zijn de (auto)verkeersaantrekkende werking, de extra druk op de woningmarkt van mensen die in het gebied werken, de economisch en fysiek matige verbinding met de stad en de slagen die moeten worden gemaakt op het gebied van duurzaamheid en biodiversiteit. De gemeente voert op deze punten actief beleid, onder andere in de strategie om het LBSP te ontwikkelen naar een innovatiedistrict. Positieve maatschappelijke kanten van het
ONDERZOEK LEIDEN BIO SCIENCE PARK; RAPPORTAGE 28 SEPTEMBER 2020
iii
LBSP zijn onder andere de ligging nabij het station en het gevoel van trots op wat er in het gebied gebeurt. Rol van de raad Het Leiden Bio Science Park staat zeer regelmatig op de agenda van de gemeenteraad en de verschillende raadscommissies. De raadsleden worden daarbij van voldoende informatie voorzien, zij het dat de informatie is verdeeld over verschillende thema’s waardoor het weleens zoeken is naar het samenhangende beeld. Raadsleden geven in de discussies het college kaders mee op het gebied van onder meer economisch profiel, duurzaamheid, biodiversiteit, duurzame mobiliteit, bevordering van belangen voor Leidse inwoners en ondernemers, terughoudendheid met financiële risico’s en stageplaatsen. De raad kan haar controlerende taak aanscherpen door concretere afspraken te maken over de meegegeven kaders en het vragen om (samenhangende) informatie over effecten. Het belang van plannen voor de Leidse inwoner komt regelmatig terug, op dat punt vult de raad haar vertegenwoordigende rol voortvarend in. De banen en bedrijvigheid op het LBSP zijn in de afgelopen 10 jaar sneller gegroeid dan elders in Leiden en de provincie, ook in de tijd dat de conjunctuur tegenzat.
Uit de gevoerde gesprekken blijkt dat de rolinvulling van de gemeente past bij haar overheidsrol en toegevoegde waarde heeft voor de kwaliteit van het LBSP en voor een evenwichtige afweging van economische en maatschappelijke belangen.
ONDERZOEK LEIDEN BIO SCIENCE PARK; RAPPORTAGE 28 SEPTEMBER 2020
iv
1. Inleiding 1.1 Achtergrond Het Leiden Bio Science Park (LBSP) vindt zijn oorsprong in de jaren tachtig in het Leeuwenhoekgebied ten westen van het station Leiden Centraal. Het gebied van 125 hectare groot huisvest het grootste cluster van Nederland op het gebied van Life Science & Health. Onderwijs, onderzoek, zorg en bedrijfsleven komen hier samen en versterken elkaar. De grond in Bio Science Park is voor het overgrote deel eigendom van de Universiteit Leiden die deze in erfpacht uitgeeft aan bedrijven en instellingen. De gemeente Leiden heeft twee doelen met het LBSP: florerende kennisinstellingen en bedrijven aantrekken en behouden, en zorgen dat inwoners van Leiden er voordeel van hebben. Om het eerste doel te behalen heeft de gemeente onder andere een samenwerkingsovereenkomst afgesloten met de Universiteit Leiden, LUMC en Hogeschool Leiden om Leiden als kennisstad te versterken. In het kader van deze overeenkomst zetten de betrokken partijen zich in voor campusontwikkeling, versterking van onderzoek en onderwijs, internationalisering en voor ‘het gebruik van de stad als lab’. In een investeringspropositie uit 2016 spreken de gemeente Leiden, Universiteit Leiden, LUMC en het LBSP de ambitie uit om in 2025 de wereldwijde ‘hotspot’ voor life sciences en business te worden. Hiervoor zijn de komende jaren investeringen gepland in het LBSP en het stationsgebied1.
De samenwerkingsverbanden en ambities voor de korte en lange termijn geven aan dat de gemeente nauw betrokken is bij de ontwikkeling van het Leiden Bio Science Park. In de gemeenteraad zijn regelmatig vragen over de omvang van deze gemeentelijke inzet, welke inkomsten daar tegenover staan en wat het LBSP de Leidse gemeenschap oplevert. Tegen deze achtergrond heeft de Rekenkamercommissie Leiden-Leiderdorp aan Decisio opdracht gegeven voor een onderzoek naar de gemeentelijke betrokkenheid en de economische en maatschappelijke voor- en nadelen van het LBSP voor Leiden. 1 Investeringspropositie, Unlocking the full potential of the Health & Life sciences (2016).
ONDERZOEK LEIDEN BIO SCIENCE PARK; RAPPORTAGE 28 SEPTEMBER 2020
1
1.2 Doel en onderzoeksvragen Doel: inzicht in meerwaarde LBSP en inzet gemeente voor de stad Leiden De Rekenkamercommissie Leiden-Leiderdorp wil antwoord op de vraag wat de gemeentelijke betrokkenheid bij het LBSP de stad Leiden (en zijn omgeving) oplevert. Het onderzoek moet inzicht bieden in de maatschappelijk en economische kosten en baten voor de gemeente Leiden en omgeving, mede in relatie tot wat de gemeente erin investeert. En wat is het belang van de gemeentelijke inzet voor de ontwikkeling van het gebied? Onderzoeksvragen De onderzoeksvragen zijn ingedeeld in vier hoofdonderdelen: 1. Beleidsevaluatie (hoofdstuk 2) -
Waarom is het LBSP opgericht?
-
Wat was/is het idee achter het LBSP?
-
Zijn de (oorspronkelijke) doelen van de gemeente Leiden gerealiseerd?
-
Liggen de doelen uit het Beleidsakkoord 2018 – 2022 op schema (o.a. campusontwikkeling)?
2. Maatschappelijke en economische voordelen (baten) (hoofdstuk 3 en 4) -
Wat zijn de directe baten voor de gemeente, zoals belastingopbrengsten OZB, toeristenbelasting, opbrengsten van grondverkopen en bouwleges?
-
Wat is de directe werkgelegenheid van de bedrijven op het LBSP (grondgebied gemeente Leiden)?
-
Wat zijn de indirecte baten voor de gemeente, zoals werkgelegenheid bij toeleveranciers?
-
Wat zijn de effecten op de omgeving (aantrekkelijkheid van LBSP voor de stad, universiteit, LUMC)?
3. Maatschappelijk en economische nadelen (lasten, risico’s) (hoofdstuk 3 en 4) -
Wat zijn de directe kosten voor de gemeente, zoals accountmanagement, bijdrage aan organisaties, acquisitiekosten, belastingvrijstellingen, OR of kosten voor een internationale school?
-
Wat zijn de indirecte gevolgen en nadelen van extra bedrijvigheid op de woningmarkt en het verkeer in Leiden? Wat waren de eventueel opbrengsten geweest als de grond was bestemd voor woningen in plaats voor deze bedrijven?
Wat zijn risico’s voor de gemeente t.a.v. het LBSP en andere marktpartijen? 4. Rol van de gemeenteraad (hoofdstuk 5) -
Hoe verloopt de informatievoorziening over het LBSP aan de raad?
-
Wat zijn de beïnvloedingsmogelijkheden van de raad?
-
Hoe wordt bij de beleidsbepaling rekening gehouden met de voor- en nadelen? Welke afweging vindt daarbij plaats?
-
Wat heeft de inzet van de gemeente betekend voor het LBSP?
ONDERZOEK LEIDEN BIO SCIENCE PARK; RAPPORTAGE 28 SEPTEMBER 2020
2
1.3 Analysekader Het Leiden Bio Science Park, of preciezer geformuleerd de hier gevestigde activiteiten, hebben meerdere effecten die economisch en maatschappelijk relevant zijn. Zowel voor de stad Leiden als voor de regio en zelfs voor Nederland als geheel. De bedrijven en instellingen in het LBSP creëren werkgelegenheid in directe zin, maar ook indirect bij toeleverende bedrijven, detailhandel, horeca etc. Daarnaast huisvest het LBSP een kenniscluster en is het (daarmee) onderdeel van het Nederlandse vestigingsklimaat, door de aantrekkingskracht voor start-ups, spill overs en imago. Aan de andere kant brengt het LBSP (maatschappelijke) kosten met zich, bijvoorbeeld als gevolg van congestie (ruimteclaim stedelijk gebied, verkeer), gemeentelijke kosten voor aanleg en onderhoud van infrastructuur, OV, voorzieningen, acquisitie etc. Tegen deze achtergrond is het volgende kader met potentiële effecten van het LBSP gebruikt in het onderzoek. Tabel 1.1 Potentiële effecten Economische impact - Werkgelegenheid direct - Werkgelegenheid indirect - Bestedingen Financiële effecten Uitgaven
Opbrengsten
- Personele inzet gemeente
- Onroerendezaakbelasting (OZB)
- Subsidies/bijdragen
- Toeristenbelasting
- Acquisitiekosten
- Grondverkopen en leges
- Belastingvrijstellingen
- Hogere inkomsten tov alternatieve
- Infrastructuur en openbare ruimte (aanleg,
bestemming
beheer en onderhoud) - Derving inkomsten tov alternatieve bestemming Maatschappelijke effecten Kosten
Baten
- Mobiliteitseffecten (congestie)
- Mobiliteitseffecten (duurzame
- Ruimtegebruik
mobiliteit)
- Effecten woningmarkt
- Agglomeratie-effect
- Imago-effecten
- Imago (aantrekkingskracht) - Innovatie/ investeringen
De focus van het onderzoek ligt op de betekenis van het LBSP voor Leiden en de rol en invloed van de gemeente daarbij. De bredere (maatschappelijke) functie van het Leiden Bio Science Park kan daarbij niet buiten beschouwing blijven.
ONDERZOEK LEIDEN BIO SCIENCE PARK; RAPPORTAGE 28 SEPTEMBER 2020
3
De belangrijkste aspecten van het onderzoek naar de baten van het LBSP zijn: 1. Bedrijvigheid, onderzoek, onderwijs en de ziekenhuisfunctie zijn de kernactiviteiten op het LBSP. Op het LBSP werken (relatief) veel mensen en deze werkgelegenheid is van belang voor Leiden. Het is daarbij relevant om onderscheid te maken tussen theoretisch en praktisch geschoolde werknemers (of zoals via definitie CBS: hoger en lager opgeleide werknemers)2. 2. Ook ondernemers in Leiden profiteren direct van het LBSP. Studenten, werknemers (ook als ze niet in Leiden wonen) en bezoekers op/van het LBSP geven geld uit in de gemeente. Daarnaast kopen de bedrijven en instellingen diensten en producten in waar ondernemers in Leiden van profiteren. Deze bestedings- en indirecte effecten zijn redelijk goed kwantificeerbaar. Daarnaast is er volgens sommigen het zogeheten trickle-downeffect of doorsijpeleffect: hoogopgeleide inwoners zorgen voor relatief veel extra werkgelegenheid voor lager opgeleiden3. 3. Verder zijn er effecten die minder goed te kwantificeren zijn. De clustervorming op het Leiden Bio Science Park gaat bijvoorbeeld gepaard met schaalvoordelen, samenwerkingsverbanden en kennisuitwisseling die ervoor zorgen dat bedrijven effectiever kunnen werken, maatschappelijk relevante innovaties kunnen ontwikkelen en de (inter)nationale concurrentie beter aan kunnen gaan.
Deze effecten van clustervorming zijn voornamelijk effecten die de gemeente Leiden overstijgen of voor de individuele bedrijven gelden, maar de aantrekkingskracht en werkgelegenheid van het cluster hebben wel positieve effecten voor de gemeente Leiden. Andere positieve maatschappelijke effecten voor Leiden en omgeving zijn bijvoorbeeld een gevoel van trots van Leidenaren en de aanwezigheid van onderwijs en een academisch medisch centrum. Deze effecten zijn niet een op een af te zetten tegen de (financiële) kosten van de gemeente, maar ze vertegenwoordigen wel een maatschappelijke waarde in kwalitatieve zin.
2 Er is aangesloten bij de CBS-definitie. Lager opgeleiden zijn personen waarvoor
basisonderwijs, vmbo, onderbouw havo of mbo1 de hoogst behaalde opleiding is. Middelbaar opgeleiden zijn personen waarvoor havo, vwo, mbo 2, 3, 4 de hoogst behaalde opleiding is. Hoger opgeleiden zijn personen waarvoor hbo of universiteit de hoogst behaalde opleiding is. Deze indeling dekt niet altijd de lading, daarom wordt ook wel gesproken over theoretisch en praktisch geschoolden. 3 De bestedingen van hoger opgeleiden aan consumentendiensten worden gezien als het
drijvende mechanisme achter een trickle-downeffect of doorsijpeleffect.
ONDERZOEK LEIDEN BIO SCIENCE PARK; RAPPORTAGE 28 SEPTEMBER 2020
4
Niet alle effecten zijn positief. Het aantrekken van studenten naar de stad zorgt enerzijds voor een blijvend jonge aanwas voor de stad. Anderzijds gaat dit gepaard met huisvestingsproblematiek en mogelijk overlast. De verkeersstromen van en naar het LBSP zorgen voor druk op het wegennet en de stationsomgeving. Een ander vraagstuk dat voor de gehele Randstad geldt, is de (beperkte) ruimte voor de woningbouwopgave. Steden in de Randstad willen de woningbouw zoveel mogelijk binnenstedelijk realiseren. Dit zorgt voor inpassings- en financieringsuitdagingen. Extra ruimte voor het LBSP betekent automatisch minder ruimte voor wonen. De keerzijde van het eerder genoemde trickle down-effect is daarbij dat hoogopgeleiden (expats en Nederlanders) extra druk op de (prijzen in de) toch al krappe woningmarkt zetten, waardoor verdringing kan optreden. Anderzijds draagt woningbouw in het gebied bij aan de verstedelijkingsopgave. Dit (complexe) vraagstuk maakt echter geen deel uit van het onderzoek.
1.4 Gebiedsafbakening Het Leiden Bio Science Park (LBSP) is een district in het Leeuwenhoekgebied ten westen van station Leiden Centraal. Het gebied ligt ingesloten tussen het spoor, met intercityverbindingen van en naar Den Haag, Rotterdam en Amsterdam, en de wegen N206 aan de zuidkant en de Plesmanlaan aan de noordkant. De A44 is de westelijke grens van het Leidse LBSP. Aan de overzijde van de A44 ligt het Oegstgeestse deel van het LBSP. Figuur 1.1 Onderzoeksgebied Leiden Bio Science Park
ONDERZOEK LEIDEN BIO SCIENCE PARK; RAPPORTAGE 28 SEPTEMBER 2020
5
Op het park zijn verschillende kennisinstellingen gehuisvest, zoals de Universiteit Leiden, Hogeschool Leiden en de Leidse instrumentenmakers School (LiS). Vlakbij station bevinden zich het LUMC en Naturalis. Op Nieuw Rhijngeest Zuid, het Oegstgeestse deel van het park aan de andere kant van de A44, bevinden zich onder andere Corpus, het BioPartner5 gebouw (in aanbouw), DuPont en het (toekomstige) nieuwe hoofdkantoor van Galapagos. Figuur 1.2 Onderzoeksgebied Leiden Bio Science Park, indeling park met locaties van enkele grote organisaties, bedrijven en kennisinstellingen
Bron: www.nieman.nl; bewerking Decisio
Voor het Oegstgeestse deel is primair de huidige situatie (werkgelegenheid, bedrijven en instellingen) en samenwerking tussen de gemeente Oegstgeest en Stichting Leiden Bio Science Park (hierna ook te noemen; Parkorganisatie) belicht. Dat betekent dat de focus in het onderzoek op de gemeente Leiden ligt.
1.5 Onderzoeksverantwoording Inhoud Voor de bepaling van de directe en indirecte economische effecten is gebruik gemaakt van het door Decisio ontwikkelde input-outputmodel, waarbij de cijfers van het Bedrijvenregister Zuid-Holland als basis dienden. Voor de berekening van de bestedingseffecten zijn kengetallen gebruikt van Nibud, de Landelijke Studentenmonitor en CBS. Er waren geen pendelcijfers beschikbaar op de schaal van het LBSP, daarom zijn de gemeentelijke pendelcijfers van het CBS gehanteerd. Het LUMC heeft aanvullend informatie aangeleverd over opleidingsniveau en woonplaats van haar werknemers. Voor de analyse van kosten en opbrengsten voor
ONDERZOEK LEIDEN BIO SCIENCE PARK; RAPPORTAGE 28 SEPTEMBER 2020
6
de gemeente Leiden is gebruik gemaakt van door de gemeente aangeleverde jaarstukken, begrotingen en andere financiële documenten en overzichten. Proces Het onderzoek is gestart met het in samenspraak met de Rekenkamercommissie vaststellen van de aanpak. In een bijeenkomst met ambtelijke betrokkenen is vervolgens het plan van aanpak toegelicht en zijn afspraken gemaakt over de samenwerking en het verkrijgen van de benodigde informatie. Tijdens het gehele project hebben de gemeentelijke betrokkenen op zeer constructieve wijze informatie aangeleverd en Decisio in contact gebracht met te interviewen partijen. Wij zijn de gemeentelijke betrokkenen hiervoor zeer erkentelijk. De Rekenkamercommissie heeft het onderzoeksplan in februari met de gemeenteraad besproken. De raad kon zich in de aanpak kon vinden en benoemde nog een aantal aanvullende aandachtspunten en accenten die in het onderzoek naar voren komen. Het aspect biodiversiteit werd eveneens genoemd, dit valt buiten de scope van het onderzoek. Naast het bestuderen van documenten, statistieken, financiële rapportages, begrotingen, raadsstukken en dergelijke, is informatie opgehaald uit interviews met sleutelpersonen van betrokken partijen. In bijlage 1 is de lijst met geïnterviewden en geraadpleegde bronnen opgenomen.
Voor de analyse van de betrokkenheid van, en rolinvulling door de gemeenteraad zijn tien interviews gehouden met tien (oud-)raadsleden die door de fracties naar voren zijn geschoven. Ook is een aantal college- en raadsstukken beschouwd en is een scan gedaan van (de agenda’s en besluitenlijsten) op het politiek portaal. De gesprekken met de raadsleden waren informatief, constructief en plezierig waarvoor we onze dank willen uitspreken.
ONDERZOEK LEIDEN BIO SCIENCE PARK; RAPPORTAGE 28 SEPTEMBER 2020
7
2. Achtergrond en ontwikkeling LBSP Dit hoofdstuk bevat een reconstructie van het ontstaan tot aan de huidige vorm van het Leiden Bio Science Park (LBSP). Daarnaast gaan we in op de huidige samenwerkingsstructuren en ambities voor het park. Daarvoor is gebruik gemaakt van diverse achtergrond- en beleidsstukken en gesprekken met betrokken personen van de gemeente Leiden en op het LBSP actieve organisaties.
2.1 Reconstructie Ontstaansgeschiedenis Begin jaren tachtig startte de ontwikkeling van het LBSP in een periode van economische stagnatie. Er was sprake van hoge werkloosheid en woningnood. Technologische vernieuwing, was de gedachte, zou de concurrentiepositie verbeteren. De gemeente Leiden besloot in 1982 af te zien van een nieuw bestemmingsplan met 2.200 woningen in de Leeuwenhoek, om een Bio Science Park (BSP) mogelijk te maken4. Het BSP is in 1984 opgericht in het Leeuwenhoekgebied, tussen het toenmalige Academisch Ziekenhuis Leiden (nu Leids Universitair Medisch Centrum) en de faculteit Wiskunde en Natuurwetenschappen van de Universiteit Leiden. Er werd een bedrijfsverzamelgebouw opgericht dat zich richtte op biotechnologie: het Academisch Bedrijven Centrum (ABC-gebouw). Startende ondernemers konden zo gemakkelijk(er) huisvesting vinden. Twee jaar later vestigde zich het eerste bedrijf uit de VS: Centocor in de Leeuwenhoek. Een professor als pionier Prof. dr. Schilperoort vertolkte een pioniersrol in aanloop naar de oprichting van Leiden Bio Science Park. Zo was hij met baanbrekend onderzoek een van de grondleggers van de ‘nieuwe biotechnologie’. Daarnaast was Schilperoort betrokken bij meerdere coalitievormingen in het onderzoeksveld, zoals Biotechnologie Delft-Leiden, terwijl hij ook het innovatiebeleid mede bepaalde.
Tot slot zorgde Schilperoort in een ‘ambassadeursrol’ ervoor dat Nederlands onderzoek internationaal onder de aandacht kwam. Dit leidde er indirect toe dat er twee Amerikaanse bedrijven vestigden op het LBSP: Centocor en Molecular Genetics.
In de jaren tachtig en negentig werd de inrichting van het park voor bedrijven en universiteit-gerelateerde activiteiten vastgelegd in diverse bestemmingsplannen en structuurvisies. In de ‘Structuurvisie Leeuwenhoek’ uit 2000 komt daarin voor het 4 Bron: Eindrapport Project “Leiden Bio Science Park – De Leeuwenhoek” 2000 – 2010.
ONDERZOEK LEIDEN BIO SCIENCE PARK; RAPPORTAGE 28 SEPTEMBER 2020
8
eerst ook ruimte vrij voor kantoren, wonen en voorzieningen. Vanwege de onduidelijkheid over milieuzonering, economische segmentering en verkeerskundige ontsluiting wordt deze visie uiteindelijk niet vastgesteld. In 2010 lukt dit wel met het bestemmingsplan Boerhaave – Sylvius. Dit plan maakt de bouw mogelijk van 70.000 m2 bedrijvigheid, 22.000 m2 onderwijshuisvesting van de Hogeschool, en maximaal 325 vrijesectorwoningen en 750 studenteneenheden 5. Het huidige LBSP Inmiddels is het ruim 125 hectare grote park de thuisbasis van zo’n 350 nationale en internationale bedrijven en kennisinstellingen in de life sciences6. Variërend van grote bedrijven als Janssen Pharma en Galapagos, tot verschillende startupbedrijven en scaleups, maar ook een diversiteit aan onderwijsinstellingen: van de Universiteit Leiden, Hogeschool Leiden tot aan beroepsonderwijs op Mbo- en Hbo-niveau. Zo zijn de Hogere en Middelbare Laboratorium Opleiding en de Leidse instrumentenmakers School (LiS) op het park gevestigd. Daarnaast hebben onderzoeksinstituten als TNO, het Leiden/Amsterdam Center for Drug Research, het Leiden Academic Centre for Drug Research en Top Instituut Pharma een plek op het park. Figuur 2.1 Plattegrond van het LBSP
Bron: Leiden Bio Science Park, 2020
Het park heeft sinds de start vastgehouden aan het profiel life sciences & health (LSH). Dit betekent dat het LBSP primair ruimte biedt aan onderzoek, ontwikkeling en commercialisering in (onder meer) de farmaceutica, biotechnologie,
5 Bron: Eindrapport Project “Leiden Bio Science Park – De Leeuwenhoek” 2000 – 2010. 6 Bron: https://leidenbiosciencepark.nl/the-park/facts-and-figures.
ONDERZOEK LEIDEN BIO SCIENCE PARK; RAPPORTAGE 28 SEPTEMBER 2020
9
biomedische technologie. In 2019 telde het LBSP bijna 350 vestigingen van bedrijven en organisaties, die werkgelegenheid bieden aan ruim 20.000 mensen. Van deze vestigingen is ongeveer 22 procent actief in het LSH-kenniscluster, terwijl dat voor de werkgelegenheid 16 procent is7. De bedrijven op het LBSP vormen samen het grootste LSH-cluster van Nederland. Breder vormt het Leidse cluster samen met de LSH-clusters in Amsterdam en Utrecht een Nederlands cluster, waar bijvoorbeeld ook het European Medicine Agency (EMA) onder valt. Naast bedrijven en kennisinstellingen is er in de afgelopen jaren meer ruimte gekomen voor woningen en andere voorzieningen. In het Masterplan Gorlaeus van 2016 is er ruimte voor 49.000 m 2 BVO. In 2009 ging dit nog om 27.000 m2 BVO8. Zo worden op het Schilperoortpark zo’n 2.000 woningen gerealiseerd. In het Entreegebied worden de komende tijd tenminste 1.200 woningen toegevoegd. Figuur 2.2 Woongebieden Leiden Bio Science Park
Bron: Masterplan LBSP, 2016
2.2 Huidige samenwerking en ontwikkeling De samenwerking tussen ondernemers, kennisinstellingen en overheden in de parkorganisatie LBSP was tot 2020 verankerd in de Leiden Bio Science Park foundation, als onderdeel van de ondernemersvereniging. In 2020 is de parkorganisatie ondergebracht bij een nieuw opgerichte stichting: Stichting Leiden
7 Deze afbakening is gebaseerd op de Monitor Topsectorenbeleid van CBS. Het concentreert
zich op life sciences & health-bedrijven en laat de publieke gezondheidszorg (zoals het LUMC) buiten beschouwing. 8 Bron: Masterplan Leiden Bio Science Park – Gorlaeus (2016).
ONDERZOEK LEIDEN BIO SCIENCE PARK; RAPPORTAGE 28 SEPTEMBER 2020
10
Bio Science Park. In het collegebesluit van december 2019 staat als doel: “met de oprichting, het deelnemen aan de Stichting en versteviging van de parkorganisatie versterken de gezamenlijke partners hun kansen en de positie van het park”9. Figuur 2.3 Samenwerkingsverbanden van gemeente Leiden in relatie tot LBSP
LBSP als innovatiedistrict In de notitie Van Science Park naar Innovatie District (juni 2019) beschrijven de partners in het LBSP10 met welk programma ze het gebied willen laten doorgroeien in de periode 2019 – 2023 en hoe ‘de vernieuwde Parkorganisatie dit gaat bevorderen, coördineren en ondersteunen’. Zoals de titel van de notitie ook zegt, moet het LBSP zich verder ontwikkelen tot een innovatiedistrict dat onderdeel is van de stad, waar mensen uit verschillende domeinen en sectoren elkaar kunnen ontmoeten en samenwerken, waar wordt gewoond, gewerkt en ontspannen, waar aantrekkelijke voorzieningen zijn en waar het prettig en veilig is om te zijn. Dit bevordert de uitwisseling van kennis en ideeën, zorgt dat bedrijven en instellingen er willen zitten en dat het aantrekkelijk is voor talent uit binnen- en buitenland om er te werken. De opgave die uit de ontwikkeling naar een innovatiedistrict voortvloeit, is dat het gebied meer moet verstedelijken. De lijnen waarlangs de strategie wordt vormgegeven zijn profilering, programmering, positionering en ruimtelijke ontwikkeling. In het Beleidsakkoord 2018 – 2022 “Samen maken we de stad” worden vier doelen genoemd die concreet betrekking hebben op het Leiden Bio Science Park:
9 Besluit Oprichting en deelname stichting LBSP (na wensen en bedenkingen), d.d. 10
december 2019. 10 Universiteit Leiden, LUMC, Ondernemersvereniging Bio Science Park, gemeente Leiden,
gemeente Oegstgeest en InnovationQuarter.
ONDERZOEK LEIDEN BIO SCIENCE PARK; RAPPORTAGE 28 SEPTEMBER 2020
11
▪
Het programma Kennisstad wordt voortgezet. In de vijf jaar wordt door de gemeenten Leiden en Oegstgeest, Universiteit Leiden, LUMC en ondernemers op het park in totaal 5 miljoen euro geïnvesteerd in de versterking van het economische innovatiecluster op het Bio Science Park.
▪
Meer bestuurlijke allianties met overheden en marktpartijen die de gemeente Leiden bij kunnen staan in duurzame verstedelijking en bij voortvarende ontwikkeling van het Bio Science Park.
▪
Samen optrekken met de provincie Zuid-Holland en andere steden in de Randstad om bedrijven aan te trekken die een focus hebben op life sciences, gezondheid en space. Hierbij richt de gemeente zich onder meer op ondernemingen die vanuit Groot-Brittannië naar Nederland willen komen, in navolging van het Europese geneesmiddelenagentschap (EMA). Ook InnovationQuarter heeft een belangrijke rol in het acquireren van internationale bedrijven.
▪
Een versterkte biodiversiteit op het Bio Science Park in lijn met de verbetering van de groene hoofdstructuur in de stad.
Deze doelen uit het beleidsakkoord zijn niet SMART waardoor het lastig is om concreet te maken in hoeverre de gestelde beleidsdoelstellingen op schema liggen. Wel is duidelijk dat er diverse inspanningen gedaan worden om aan de doelstellingen te voldoen. Zo worden er bijeenkomsten georganiseerd om nieuwe ontwikkelingen op het park te presenteren, worden nieuwe projecten voortdurend getoetst aan de uitgangspunten van de strategie en wordt breder in regioverband samengewerkt met campussen in Delft en Rotterdam. Samenwerking in stichting De Parkorganisatie is verantwoordelijk voor de ontwikkeling naar een innovatiedistrict. Om deze te voorzien van voldoende mandaat, menskracht en middelen is in januari 2020 een stichting opgericht, waarin de gemeente participeert samen met Academisch Ziekenhuis Leiden (LUMC), Universiteit Leiden, gemeente Oegstgeest, Janssen Biologics BV en Ondernemersvereniging BioScience Park. Het overall-doel van de Stichting is om de algemene belangen van het LBSP te behartigen. Door de deelname van de gemeenten, de toonaangevende organisaties/grondeigenaren LUMC en Universiteit en private bedrijven is er gezocht naar een evenwichtige balans tussen de verschillende belangen en posities in het gebied.
Taken zijn het zorgen voor een gedragen visie en deze vertalen naar een missie en strategie, promotie, marketing en public affairs, bevorderen van samenhang en kennisuitwisseling, zorgen voor politiek en maatschappelijk draagvlak.
ONDERZOEK LEIDEN BIO SCIENCE PARK; RAPPORTAGE 28 SEPTEMBER 2020
12
De Parkorganisatie wordt voor evenredig een derde gefinancierd door overheden, kennisinstellingen en ondernemers (zij leveren elk een jaarlijkse bijdrage van € 330.000). De gemeente Oegstgeest betaalt € 50.000. De gemeente Leiden betaalt € 230.000 aan de Parkorganisatie en € 50.000 aan de businessdeveloper van InnovationQuarter. Laatstgenoemde is meegenomen in de reguliere exploitatiesubsidie van InnovationQuarter (in totaal € 185.000). Oegstgeestse deel LBSP Het Leidse deel van Bio Science Park is de sinds de jaren 80 sterk gegroeid. Voor uitbreidingsmogelijkheden is uitgeweken naar de overzijde van de A44: het Oegstgeestse deel van BSP. In 2019 zijn op dit deel van het BSP acht bedrijven en instellingen actief. Er werken zo’n zeshonderd mensen met (naar verwachting) gevarieerde opleidingsachtergronden: enerzijds overwegend lager- en middelbaaropgeleiden bij, bijvoorbeeld, het Hilton en Corpus, anderzijds meer hogeropgeleiden bij Avery Denisson. De werkgelegenheid zal in de nabije toekomst toenemen vanwege de vestiging van Galapagos en Dupont op het Oegstgeestse deel. Wanneer ook BioPartner5 open gaat ontstaat er naast werkgelegenheid naar verwachting meer campusgevoel.
Voor het verbeteren van de levendigheid heeft de gemeente Oegstgeest, in samenwerking met de Universiteit Leiden, plannen om een (recreatieve) haven, horecaruimte, woningbouw en andere voorzieningen en dienstverlening toe te voegen. Er is ook een ruimtelijke regiegroep opgericht met daarin de gemeenten Oegstgeest en Leiden, Universiteit Leiden, LUMC en Parkorganisatie. Het Oegstgeester deel van het park biedt voldoende ruimte voor nieuwe ontwikkelingen voor de komende tien jaar. De gemeente Oegstgeest ervaart de samenwerking met het bedrijfsleven, de universiteit en gemeente Leiden in de huidige Parkorganisatie als prettig, leuk en spannend. Zowel de wethouders van Leiden als Oegstgeest zitten in het bestuur van de Parkorganisatie, hoewel het (kleinere) Oegstgeestse deel van het BSP tot op heden een minder prominente rol vervult in de ontwikkeling van Oegstgeest, dan het Leidse deel van het BSP voor Leiden. Zo zijn er ambtelijk geen functies die zich sec richten op de ontwikkeling van het park. Dat is in Leiden wel het geval. De precieze invulling van het beleid levert weleens discussie op tussen de betrokken partijen, aangezien men soms andere belangen nastreeft. De toegevoegde waarde van de Parkorganisatie is juist het aanbrengen van een eenduidige lijn en doelstelling. De overkoepelende Parkorganisatie stelt kaders en helpt geschillen te beslechten.
Samenwerking Universiteit beheer en ontwikkeling De gronden op het LBSP zijn grotendeels in eigendom van de Universiteit Leiden. Circa acht personen van de vastgoedtak van de Universiteit houden zich bezig met de gebiedsontwikkeling op het park. Per jaar geeft de Universiteit twee tot drie
ONDERZOEK LEIDEN BIO SCIENCE PARK; RAPPORTAGE 28 SEPTEMBER 2020
13
kavels uit. Dit jaar gaat het om vijf kavels, volgend jaar waarschijnlijk ook vijf of zes. De gemeente en Universiteit werken nauw samen als het gaat om infrastructureleen vastgoedontwikkelingen op het park. De Universiteit heeft een actieve rol in de ontwikkeling van voorzieningen als studiefaciliteiten, datacenter en parkeervoorzieningen. De gemeente heeft daarin een toetsende rol. De gemeente is verantwoordelijk voor de aanleg van infrastructuur, de Universiteit draagt hier financieel aan bij. De Universiteit is verantwoordelijk voor de realisatie van publieke ruimte (parken, groenvoorzieningen). Zodra deze gereed zijn, wordt het eigendom meestal overgedragen aan de gemeente11. Dit betekent dat het beheer en onderhoud van infrastructuur en openbare ruimte voor rekening komt van de gemeente. Dat kan worden gefinancierd door de opbrengsten uit OZB. Tot slot trekken de Universiteit en gemeente gezamenlijk op in projecten, zoals een bidbook voor SRON en een tender voor het entreegebied van het Bio Science Park (Yisheng). Plannen en ontwikkelingen In het programma ‘Van Science Park naar Innovatie District’ voor de periode 2019 – 2023 worden vier strategische lijnen genoemd waarlangs het Bio Science Park verder wordt ontwikkeld tot innovatiedistrict: 1. Verdichten van ruimte en verbeteren van mobiliteit.
Verdichting betekent onder andere meer en hogere bebouwing, parkeren centraal in gebouwen, meer ruimte voor lopen en fietsen in plaats van de auto. 2. Menging van werken, wonen en recreëren. Naast kantoren en labs komt er meer ruimte voor horeca, sportfaciliteiten, ontmoetingen, cultuur, etc. 3. Verbinden van werknemers, studenten, bewoners, bezoekers en organisaties op en rond het park. Door middel van programma’s, activiteiten en evenementen. Dit gaat ook over aansluiting van onderwijs op de arbeidsmarkt, zoals bekendheid over competenties van mensen die afstuderen. 4. Versterken van de lokale, nationale en internationale zichtbaarheid van het Leiden Bio Science Park. De investeringsdynamiek op het Bio Science Park is groot. Er zijn circa 40 plannen voor nieuwbouw of herstructurering van vastgoed en infrastructuur die onlangs zijn gestart of op korte termijn gepland staan. In onderstaande paragrafen staan de belangrijkste plannen en ontwikkelingen verder uitgewerkt. Vastgoed In de komende jaren worden er diverse nieuwe locaties gebouwd voor bedrijven die op het park vestigen of intern verhuizen. Dat gaat bijvoorbeeld om de nieuwbouw van bedrijfspanden van SRON, BioPartner5 en uitbreidingen van Janssen en de 11 Het Campusplein is een voorbeeld dat in het beheer blijft van de Universiteit.
ONDERZOEK LEIDEN BIO SCIENCE PARK; RAPPORTAGE 28 SEPTEMBER 2020
14
Hogeschool Leiden. Verschillende bedrijven op het park groeien door en verhuizen intern op het park naar een andere locatie of breiden uit op eigen locatie (zoals TNO). Figuur 2.4 Overzichtskaart planning vastgoed en infrastructuur op het LBSP12
Bron: Leiden Bio Science Park, 2020
Infrastructuur In de afgelopen jaren heeft de gemeente Leiden voornamelijk geïnvesteerd in de (boven)regionale bereikbaarheid van het LBSP. Voorbeelden zijn de ongelijkvloerse kruising Plesmanlaan, fietspad en -tunnel parallel aan de Plesmanlaan, diverse parkeergarages op het LBSP en de in aanleg zijnde Rijnlandroute. In de komende jaren betekent de ontwikkeling tot een innovatiedistrict verdere intensivering van ruimtegebruik en verdichting. De gemeente Leiden heeft samen met de Universiteit Leiden plannen ontwikkeld voor de Hartlijn: een groene route voor fietsers, voetgangers en ov, die loopt van oost naar west langs de centrale plekken in het park. De verbinding loopt van station Leiden Centraal in westelijke richting, onder de A44 door, tot aan de toekomstige (recreatieve) haven in het
12 De kaart dient vooral als overzicht van de diverse plannen die er voor het Bio Science Park
in de komende jaren worden gerealiseerd. Een grote versie van de afbeelding (met leesbare kaders) is opgenomen in de bijlage.
ONDERZOEK LEIDEN BIO SCIENCE PARK; RAPPORTAGE 28 SEPTEMBER 2020
15
Oegstgeestse deel van het Bio Science Park. Het is de bedoeling om autoverkeer af te vangen in gedeelde parkeergarages ten zuiden van deze Hartlijn.
“De Hartlijn wordt een vrijliggend fiets- en voetpad begeleidt door een strook aan geneeskrachtige planten en bloemen om de ruimtelijke kwaliteit te verhogen.” Medewerker gemeente Leiden Aandachtspunten toekomstige campusontwikkeling Uit de gesprekken komen een aantal aandachtspunten naar voren bij de verdere campusontwikkeling van het LBSP: 1. Bereikbaarheid: de bereikbaarheid van en naar het LBSP zelf is goed: ingesloten tussen de A44, het station en de twee doorgaande wegen Wassenaarseweg en Plesmanlaan. Intern op het park is er wel een aantal knelpunten. Dat geldt vooral voor wegen waar autoverkeer en langzaam verkeer elkaar kruisen, zoals op de Darwinweg – Sandifortdreef. Tijdens de ochtendspits, wanneer er zowel autoverkeer als voetgangers en fietsers het park op komen, zorgt dit voor congestie. Als het gaat om openbaar vervoer, dan is vooral het oostelijk deel van het park goed bereikbaar. Het LUMC, de sociale faculteit en hogeschool liggen op loopafstand van station Leiden Centraal en zijn daarmee het meest toegankelijk. Voor bedrijven en instellingen die verderop in het westelijk deel van het park zijn gevestigd, is de bereikbaarheid met het ov lastiger. Dat heeft vooral te maken met reiscomfort (drukke bussen, met name tijdens spitsuren) en (onduidelijkheid over) haltering van verschillende buslijnen.
Bovendien zorgt vestiging van bedrijven op het Oegstgeestse deel van het park voor extra druk op de bereikbaarheid in dit deel van het park. Met de ingrepen die op de planning staan, wordt dit naar verwachting voor een groot deel verholpen. 2. Het ‘9 tot 5 werk- en studiepark’ wordt gelijktijdig met de visie op een innovatiedistrict steeds verder getransformeerd tot een levendiger stadsdeel, een woon-werkgebied waar het 24/7 goed verblijven is. Met woningbouw wordt hier al een slag geslagen. Tegelijkertijd geven gesprekspartners aan dat het park nu nog meer lijkt op een bedrijventerrein, waar “om vijf uur de lichten uit gaan”. De Stal en Lab071 zijn de enige horecavoorzieningen en het aanbod aan hotelaccommodatie beperkt. Dergelijke voorzieningen zijn belangrijk voor
ONDERZOEK LEIDEN BIO SCIENCE PARK; RAPPORTAGE 28 SEPTEMBER 2020
16
een innovatieve, internationale uitstraling van het park. Bovendien helpen dit soort ontmoetingsplekken om de nabijheid op het park beter uit te nutten.
“Het LBSP bevindt zich in een internationaal speelveld met internationaal talent. Toch helpt het om elkaar informeel tegen te komen in de supermarkt of bij de borrel.” Gesprek InnovationQuarter 3. De verbinding van het park met de stad kan sterker. Zie daarvoor ook paragraaf 3.4 over maatschappelijke effecten. 4. De ontwikkeling tot een innovatiedistrict vraagt om nauwe afstemming tussen bedrijfsactiviteiten (als laboratoria) en woningbouw. Nieuwe functies zijn waardevol voor de leefbaarheid van het park, maar op (te)veel verschillende locaties kan dit het de mogelijkheden van de bedrijven op het park beperken. Bijvoorbeeld omdat er rekening gehouden moet worden met een milieucirkel van 30 meter, wat betekent dat om bepaalde bedrijfsactiviteiten geen milieugevoelige functies mogen worden toegevoegd. Dit wordt opgelost door deelgebieden te realiseren met kantoren en laboratoria en gebieden met woningen en winkels en gebieden met onderwijs. Ondanks dat functiemenging op de kleinste korrel niet terug is te zien, ontstaat hierdoor op het niveau van het Leiden Bio Science Park voldoende mix van functies. Duurzaamheid & ecologie Duurzaamheid is een thema dat onderdeel is van de beleidsplannen van de gemeente (m.n. bij de domeinen infrastructuur en ruimtelijke ordening) en ontwikkelingsplannen van het Vastgoedbedrijf.
In de huidige situatie sluit de ligging van het LBSP aan bij het openbaarvervoer-netwerk door Leiden Centraal en diverse HOV-verbindingen naar Noordwijk en Katwijk. De fietser en voetganger krijgen op het LBSP doorgaans voorrang op automobilisten en dit wordt uitgebreid. Er liggen (beleids)plannen om de voetganger, fiets en het openbaar vervoer meer ruimte te geven. Het is de bedoeling dat het autogebruik, ondanks het waarborgen van de bereikbaarheid, wordt teruggedrongen tot de centrale verbinding door het LBSP, de Hartlijn. Daartoe verrijzen ten zuiden van de Hartlijn gedeelde parkeergarages om parkeren te concentreren. Het landschap, inclusief groen- en watervoorzieningen, wordt niet alleen belangrijk geacht voor behoud van natuur, maar ook als belangrijke pijler onder de transitie naar het innovatiedistrict.
ONDERZOEK LEIDEN BIO SCIENCE PARK; RAPPORTAGE 28 SEPTEMBER 2020
17
De gemeente Leiden en Universiteit Leiden sturen in toenemende mate op duurzame nieuwbouw en verduurzaming van bestaand vastgoed. Zo is nieuwbouw tegenwoordig zoveel mogelijk ‘BREEAM Excellence’-gecertificeerd, wat circulair en duurzaam bouwen inhoudt, en wordt er geïnvesteerd in zonnepanelen. Ook worden bij vergunningverlening expliciet eisen gesteld aan de projectontwikkelaars (gemeente en universiteit). Daarnaast faciliteren zij de verduurzaming van vastgoed door gezamenlijk met belanghebbenden op te trekken bij de ontwikkeling van een bodemenergieplan. In dit plan wordt gestuurd op een optimale verdeling van het bodemgebruik voor bodemenergie (warmtekoudeopslag), wat bijdraagt aan de energietransitie van het LBSP. Verder is Biopartner 5, een verzamelgebouw voor bedrijven, een voorbeeld van duurzaam en circulair vastgoed op Leiden Bio Science Park. Duurzaamheid gaat ook over biodiversiteit op Leiden Bio Science Park. Op initiatief van GroenLinks, is in 2018 een rapport uitgebracht, met adviesmaatregelen voor zowel publieke als private terreinen, om de biodiversiteit te verbeteren en verlies van natuurwaarden te compenseren. Ook is er specifieke aandacht voor klimaatadaptieve maatregelen.
Naar aanleiding van het adviesrapport is een uitvoeringskrediet (400.000 euro) vrijgemaakt door de gemeenteraad om een aantal maatregelen te implementeren, namelijk: het biodivers herinrichten van bermen, aanpassen van groenbeheer, realiseren van een ijsvogelwand en drijvende tuinen en het fauna/vleermuisvriendelijk maken van de openbare verlichting. Deze en andere maatregelen uit het adviesrapport zijn tevens verwerkt in een brochure, die onder andere door het Vastgoedbedrijf van de Universiteit Leiden wordt meegegeven aan bedrijven en projectontwikkelaars.
ONDERZOEK LEIDEN BIO SCIENCE PARK; RAPPORTAGE 28 SEPTEMBER 2020
18
3. Economische en maatschappelijke betekenis In dit hoofdstuk gaan we in op de huidige economische en maatschappelijke betekenis van Leiden Bio Science Park (LBSP). De vragen die we hier behandelen zijn: ▪
Wat is de directe werkgelegenheid, productiewaarde en toegevoegde waarde van de bedrijven op het LBSP (grondgebied gemeente Leiden)?
▪
Wat zijn de indirecte baten voor de gemeente, zoals werkgelegenheid, bij toeleveranciers, horeca, detailhandel, etc.?
▪
Wat zijn de effecten op de omgeving (aantrekkelijkheid van LBSP voor de stad, universiteit, LUMC)?
3.1 Directe economische betekenis In de eerste plaats is de directe economische betekenis op kwantitatieve wijze beschreven in termen van werkgelegenheid, aantal vestigingen, de productiewaarde en toegevoegde waarde van het LBSP. Tabel 3.1 De directe economische betekenis LBSP (excl. Oegstgeestse deel), 2019 Directe economische betekenis LBSP Werkgelegenheid (aantal banen)
20.200
Bedrijven en instellingen (aantal vestigingen)
349
Productie (mln. €)
€ 2.500
Toegevoegde waarde (mln. €)
€ 1.400
Bron: Gemeente Leiden en Decisio, bewerking Decisio
Werkgelegenheid De werkgelegenheid op Leiden Bio Science Park concentreert zich in Life sciences & Health (LSH) en gelieerde activiteiten (gezondheidszorg en onderwijs). LSH bestaat uit activiteiten in de farmacie, de vervaardiging van medische instrumenten en het onderzoek (R&D, medicijnenontwikkeling, etc.)13. Het is een innovatieve en technologie-intensieve sector, met onder meer gebruik van genomics en nanotechnologie, die gericht is op het verbeteren van de gezondheid van mens en 13 De topsector LSH bestaat officieel uit de vervaardiging van farmaceutische grondstoffen
en producten (SBI 21), medische instrumenten (SBI 26.60 & 32.50) en onderzoek (SBI 72.11.2 & SBI 72.19.3)
ONDERZOEK LEIDEN BIO SCIENCE PARK; RAPPORTAGE 28 SEPTEMBER 2020
19
dier. In 2011 is LSH door het Rijk en het bedrijfsleven aangemerkt als een van de negen Nederlandse topsectoren. Om concurrerend te blijven, de voortrekkersrol te behouden en economische groei te stimuleren, wordt innovatie binnen LSH vanuit het Rijk gestimuleerd. Monitor Topsectorenbeleid van CBS Volgens de afbakening van de Monitor Topsectorenbeleid van CBS, bestaat de LSH-sector uit de bedrijven en instellingen die actief zijn in de vervaardiging van medische instrumenten of farmaceutische grondstoffen en medicijnen produceren. Dit is een vrij enge definitie: het beschouwt enkel ‘de kern’ van de LSH-bedrijven, waardoor het gezondheidszorg en gerelateerde onderwijsinstellingen op het LBSP buiten beschouwing laat. Ook houdt de definitie van het CBS geen rekening met bedrijven en instellingen die diensten verlenen aan de LSH-sector. Het aandeel banen en vestigingen LSH-bedrijven is door benadering op basis van de CBS-definitie ‘klein’. In 2019 is 16 procent van de banen op het LBSP direct gerelateerd aan de LSH-sector. Het aantal bedrijven en instellingen bestaat in 2019 voor 22 procent uit de LSH-sector. In de praktijk behoren echter allerlei bedrijven en instellingen op het LBSP ook tot het LSH-cluster. Zij leveren immers diensten aan de LSH-bedrijven.
In 2019 biedt het LBSP werkgelegenheid aan ruim 20 duizend personen, bijna 30 procent van de Leidse werkgelegenheid. In 2019 zijn acht op de tien banen op het LBSP te vinden in de gezondheidszorg, onderwijs of in Life sciences & Health. In 2019 zijn in totaal ruim drieduizend banen (16 procent van de banen op het LBSP) direct gerelateerd aan de LSH-sector (zoals afgebakend door het CBS). De helft van deze banen betreft R&D en de andere helft de vervaardiging van farmaceutische grondstoffen en producten. Bedrijven als Janssen Biologics, HAL Allergy, Pharming Group en Galapagos zijn bekende voorbeelden. De gezondheidszorg is op het LBSP de grootste werkgever. De zorg zorgt voor 9 duizend banen (45 procent), het grootste deel (7.000 banen) bij het LUMC. De 2.000 andere banen zijn onder andere te vinden bij Topaz Revitel en GGZ Rivierduinen. Tot slot is het onderwijs (Universiteit Leiden, Hogeschool Leiden en Leidse Instrumentmakers School) met 21 procent van de banen een grote werkgever op het LBSP.
ONDERZOEK LEIDEN BIO SCIENCE PARK; RAPPORTAGE 28 SEPTEMBER 2020
20
Figuur 3.1 Werkgelegenheid op LBSP naar bedrijfsssector, 2019 2% 4%
3% 3%
8%
1% 21%
8% 5%
Onderwijs Famaceutische industrie Kunst en cultuur Overig
45%
Gezondheidszorg Overige industrie Overige dienstverlening
Handel en transport R&D Overheidsdiensten
Bron: Gemeente Leiden en Decisio, bewerking Decisio
Vanaf 2007 groeide de werkgelegenheid op het LBSP jaarlijks met gemiddeld 3,3 procent. Met name de sectoren gezondheidszorg (2.000), onderwijs (1.500) en R&D (1.200) zijn in de periode 2006-2019 snelle groeiers in termen van banen. Handel en transport is een andere groeisector op het LBSP: van 100 banen in 2006 naar 1.000 banen in 2019. In de afgelopen jaren is de totale werkgelegenheid op het LBSP relatief harder gegroeid dan in de gemeente Leiden en in de provincie als Zuid-Holland. Voor de werkgelegenheid gaat het tot 2019 om een toename van 31 procent ten opzichte van 2010, terwijl dat voor de gemeente Leiden en de provincie Zuid-Holland respectievelijk 7 en 4 procent bedraagt14.
14 De groeicijfers voor de gemeente Leiden en de provincie Zuid-Holland zijn inclusief de
werkgelegenheidscijfers van LBSP. Voor 2019 ontbreken daarnaast werkgelegenheidscijfers van Zuid-Holland.
ONDERZOEK LEIDEN BIO SCIENCE PARK; RAPPORTAGE 28 SEPTEMBER 2020
21
Figuur 3.2 Indexering van de werkgelegenheid op het LBSP, in Leiden en ZuidHolland tussen 2007 en 2019, 2010=100 140 130 120 110 100 90 80 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 Werkgelegenheid - ZH (excl. LBSP) Werkgelegenheid - LBSP
Werkgelegenheid - Leiden (excl. LBSP)
Bron: Gemeente Leiden, bewerking Decisio
Vestigingen Evenals de werkgelegenheid is het merendeel van de bedrijven en instellingen op het LBSP actief in het LSH-cluster. De activiteiten op het LBSP zijn uiteenlopend en de volledige LSH-keten is aanwezig. Van de ontwikkeling en productie van medicijnen en instrumenten, tot sales-gerelateerde activiteiten op het kantoor en toepassing ervan in de gezondheidszorg. Dit blijkt ook als we kijken naar de diversiteit aan bedrijfssectoren op het LBSP. In 2019 zijn er 349 bedrijven en instellingen actief op het LBSP. In totaal is 22 procent van de bedrijven en instellingen op het LBSP direct gerelateerd aan de LSHsector (zoals afgebakend door het CBS). Voor het LBSP gaat het in 2019 om veertien organisaties en bedrijven die actief zijn in de vervaardiging van medische instrumenten of farmaceutische grondstoffen en producties, zoals HAL Allergy en Janssen Biologics. Tevens zijn er 72 bedrijven en instellingen actief in het speur- en ontwikkelingswerk (R&D). Daarnaast zijn bedrijven en instellingen op het LBSP gevestigd die onderdeel zijn van het LSH-cluster of er op z’n minst aan gelieerd zijn, maar die niet tot ‘de kern’ behoren. Een derde (118) van het aantal bedrijven en instellingen op het LBSP in 2019 behoort tot deze overige dienstverlenende bedrijven.
Dit zijn voornamelijk gespecialiseerde partijen die actief zijn op het gebied van informatie(technologie), rechtskundige dienstverlening, accountancy en holdings. Voorbeelden zijn Driehoek Research Support, MediLingua Medical Translations, TXT INSIGHT en GenomeScan.
ONDERZOEK LEIDEN BIO SCIENCE PARK; RAPPORTAGE 28 SEPTEMBER 2020
22
Kenmerkend is het aantal bedrijven en instellingen in het gezondheids- en onderwijsdomein, namelijk respectievelijk 30 en 35. In het zorgdomein is de aanwezigheid van het Leiden Universitair Medisch Centrum (LUMC) dominant, maar het LBSP biedt ook andere gezondheidszorg (Visio, SportFysioLeiden, etc.). De Universiteit Leiden en het LUMC zijn niet de enige spelers op het gebied van onderwijs. Ook Hogeschool Leiden, de Leidse Instrumentmakers School en de MLO (Middelbare Laboranten Opleiding) verzorgen onderwijs op het LBSP. Naast de onderwijsinstellingen zitten op het LBSP ook diverse onderzoeksinstituten, zoals NeCEN15 en Leyden Academy on Vitality and Ageing. Ter bevordering van de verbinding tussen onderwijsinstellingen en het bedrijfsleven, bestaan op het park initiatieven zoals Technolab, Lorentz Center, Biotech Traning Facility en Paul Janssens Futurelab. Zij bieden (trainings)programma’s aan voor studenten, trainees en professionals.
Figuur 3.3 Aantal bedrijven en instellingen naar bedrijfssector, 2019
10%
15%
9% 6% 2% 4%
34% 18% 3% Onderwijs Famaceutische industrie Kunst en cultuur
Gezondheidszorg Overige industrie Overige dienstverlening
Handel en transport R&D Overig
Bron: Gemeente Leiden en Decisio, bewerking Decisio
Het aantal vestigingen op Leiden Bio Science Park groeide jaarlijks met 9 procent in periode van 2007 tot en met 2019. Met name de sectoren overige dienstverlening (88) en R&D (39) zijn in de periode 2006-2019 snelle groeiers in termen van vestigingen. In dezelfde periode is het aantal bedrijven en instellingen actief in de farmaceutische industrie gestegen van 5 in 2006 naar 7 in 2019. Het totale aantal bedrijven en instellingen op het LBSP is sinds 2007 evenals de werkgelegenheid, relatief sneller gegroeid dan in de gemeente Leiden en Zuid-Holland. Het gaat om 15 Netherlands Centre for Electron Nanoscopy.
ONDERZOEK LEIDEN BIO SCIENCE PARK; RAPPORTAGE 28 SEPTEMBER 2020
23
een toename van 182 procent ten opzichte van 2007, terwijl dat voor de gemeente Leiden en de provincie Zuid-Holland respectievelijk 122 en 69 procent bedraagt16.
Figuur 3.4 Index van het aantal vestigingen bedrijven en instellingen) op het LBSP,
Ontwikkeling in aantal vestigingen
in Leiden en Zuid-Holland tussen 2006 en 2019, 2007=100 300 280 260 240 220 200 180 160 140 120 100 80
Aantal vestigingen - ZH (excl. LBSP) Aantal vestigingen - LBSP
Aantal vestigingen - Leiden (excl. LBSP)
Bron: Gemeente Leiden, bewerking Decisio
Productie en toegevoegde waarde De 349 bedrijven en instellingen op het LBSP bieden werkgelegenheid aan ruim 20 duizend personen in 2019. De bedrijven en instellingen op het LBSP vertegenwoordigen daarbij naar schatting een productiewaarde van bijna € 2,5 miljard op jaarbasis. De toegevoegde waarde 17 van deze bedrijven en instellingen bedraagt circa € 1,4 miljard euro op jaarbasis 18 (zie ook tabel 3.1). Deze activiteiten voegen relatief veel waarde toe en zijn daarmee vanuit economisch oogpunt relevant voor de gemeente Leiden. De grootste werkgevers op het LBSP zijn, zoals we hebben gezien, de gezondheidszorg, het onderwijs en Life sciences and Health (R&D en farmaceutische industrie). Deze sectoren zorgen voor: ▪
75 procent van de productiewaarde;
▪
80 procent van de toegevoegde waarde.
16 De groeicijfers voor de gemeente Leiden en de provincie Zuid-Holland zijn inclusief de
werkgelegenheidscijfers van LBSP. 17 De toegevoegde waarde betreft de omzet minus de inkoopkosten, oftewel de waarde die
een bedrijf toevoegt. Dit is tevens bij benadering gelijk aan de beloning van werknemers plus de het bedrijfsresultaat (winst). 18 Schatting op basis van CBS sectorgemiddelden voor omzetten en toegevoegde waarde per
werknemer; indirecte doorwerking berekend met Decisio input-outputmodel. In bijlage 2 is over dit model nog een nadere uitleg gegeven.
ONDERZOEK LEIDEN BIO SCIENCE PARK; RAPPORTAGE 28 SEPTEMBER 2020
24
De farmaceutische industrie dragen echter per werknemer meer bij aan de Leidse economie dan de gezondheidszorg en het onderwijs. De productiewaarde en toegevoegde waarde per werknemer is immers het hoogst in de farmaceutische industrie, namelijk respectievelijk € 430 duizend en € 210 duizend per werknemer. Voor een werknemer in het onderwijs en de gezondheidszorg ligt de productiewaarde en toegevoegde waarde beduidend lager. Daarmee heeft de farmaceutische industrie in termen van productiewaarde en toegevoegde waarde een grotere impact dan in termen van werkgelegenheid.
Tabel 3.2 De directe economische bijdrage van het LBSP onderverdeeld naar economische sectoren: totaal en per werknemer, in 2019 Productiewaarde
Toegevoegde waarde
Per sector
Per werknemer
Per sector
Per werknemer
(mln. €)
(duizend €)
(mln €)
(duizend €)
Onderwijs
310
70
230
60
Gezondheidszorg
670
70
460
50
Handel & transport
230
220
110
110
Farmaceutische industrie
710
430
40
210
Overige industrie
170
240
50
70
R&D
200
130
80
50
Kunst en cultuur
20
40
10
20
Overige dienstverlening
100
150
60
80
Overheid
90
160
60
10
Overig
30
90
10
40
Bron: Gemeente Leiden en Decisio, bewerking Decisio Stuwende en verzorgende bedrijvigheid De werkgelegenheidsstructuur van Leiden Bio Science Park bestaat zowel uit verzorgende of agglomeratievolgende, en stuwende of agglomeratievormende werkgelegenheid. Verzorgende bedrijven of organisaties zorgen voor goederen of diensten die min of meer uitsluitend bestemd zijn voor de aanwezige bevolking in dat gebied. Dat geldt bijvoorbeeld voor de Universiteit Leiden en het LUMC. Ze ‘volgen’ als het ware op de vraag die lokaal ontstaat naar onderwijs, zorg of detailhandel. Stuwende bedrijvigheid daarentegen, exporteert goederen en diensten en zorgt daarmee voor inkomsten die hun oorsprong van buiten de stad vinden. Vooral stuwende bedrijvigheid geeft de stad Leiden zijn specifieke werkgelegenheidsstructuur. Deze bedrijven of organisaties zijn immers minder locatiegebonden en daarmee minder ‘verspreid’ over het land in vergelijking tot verzorgende werkgelegenheid. Locatie is belangrijk en de exportwaarde hoog. De farmaceutische industrie op het LBSP haalt naar schatting 75 procent van de omzet uit het buitenland.