220011 Bijlage 1 Artikelsgewijze toelichting Verordening op de raadscommissies
Tekst van het document
Bijlage 1 Artikelsgewijze toelichting wijzigingen Verordening op de raadscommissies Leiden
Artikel 1 De definitie van de actualiteitsvraag is toegevoegd op basis van de ervaringen uit deze raadsperiode. Deze wijziging hangt samen met de aanpassingen in artikel 16 van deze verordening en de aanpassing van artikel 1 en artikel 16 RvO. De rondvraag wordt actualiteitsvraag om aan te geven dat er sprake moet zijn van een vraag over actuele onderwerpen. Het moet dus gaan om nieuwe feiten en omstandigheden die met enige spoed antwoord behoeven. Daarnaast zijn het vragen van niet technische aard; die kunnen via een technische vraag worden gesteld. Artikel 7 Dit artikel wordt niet gewijzigd. Dat betekent onder andere dat het alleen in uitzonderlijke situaties mogelijk is een persoon die niet op de kandidatenlijst van een politieke partij heeft gestaan, te laten benoemen als duo-lid (zie het tweede lid van dit artikel). Dat kan alleen na een verzoek hiertoe tot de voorzitter van de raad. Bij het beoordelen van een dergelijk geldt dat in ieder geval sprake moet zijn van de uitputting van de kieslijst van de betreffende partij en/of dat het moet gaan om een periode die valt in het laatste jaar van de betreffende raadsperiode. Artikel 9, 21 en 22A Deze aanpassingen hangen met elkaar samen. Dit is een aanpassing waardoor het verslag alleen nodig is bij een besloten (deel) van een vergadering. Dan is ook een notulist nodig.
Op dit moment is het verslag al ‘extra’ omdat de besluitenlijst het formele verslagleggingsdocument is (zie art. 21) en de uitzending van de vergadering in beeld en geluid beschikbaar blijft. Het huidige verslag is vooral een manier om snel vanuit de besluitenlijst in te zoomen op de videobeelden van de vergadering. De functie komt binnenkort helemaal te vervallen omdat het digitale raadsinformatiesysteem (RIS) na de invoering van Parlaeus 'automatisch' een verslag maakt op basis van digitale uitzending (de zgn. videotulen). Een verslag is dan dubbelop (en duur). Volstaan kan worden met een besluitenlijst. Bij een besloten (deel) van een vergadering is een verslag echter wettelijk verplicht. Vandaar dat de bepalingen over het verslag verplaatst zijn van artikel 9 en 21 naar artikel 22A in deze verordening. Artikel 12 Dit artikel wordt op twee onderdelen (technisch) aangepast. Ten eerste wordt een zin verplaatst uit het huidige vierde lid (het nieuwe vijfde lid) van dit artikel naar het tweede lid. Het gaat om de oproep, dat hoort in dit lid thuis. Ten tweede wordt een nieuw derde lid toegevoegd, ter verduidelijking. De bestaande praktijk wordt vastgelegd (doe aansluit bij de Gemeentewet). Artikel 15 Dit is een inhoudelijke aanpassing. In de afgelopen periode is een aantal keer een petitie ingediend. Dit gebeurde bij de commissievergadering.
Er werd ingesproken en de petitie werd overhandigd aan de voorzitter van de betreffende raadscommissie. Eén keer gebeurde het indienen voorafgaande aan de vergadering (Roomburgersportpark) vanwege het grote aantal belangstellenden. De voorzitter deed er vervolgens melding van (nadat was ingesproken). Die praktijk wordt nu vastgelegd. Er wordt in principe uitgegaan van het indienen van een petitie bij de commissievergadering. Bij een niet geagendeerd onderwerp gebeurt dat tijdens het agendapunt Burger aan het woord. Dan kan de inspreker een toelichting geven en de petitie overhandigen aan de voorzitter. Uiteraard is hetzelfde mogelijk tijdens een wel op de agenda opgenomen onderwerp en dan bij dat agendapunt.
1/5
Artikel 16 Deze aanpassing hangt samen met de aanpassing in artikel 1: de rondvraag wordt actualiteitsvraag. Dit artikel is op enkele punten aangepast waardoor de procedure voor het stellen van een actualiteitsvraag aansluit bij de huidige praktijk, bij de bepalingen over de actualiteitsvraag in het RvO en wordt verduidelijkt. In het eerste lid is een verwijzing naar de definitie van actualiteitsvraag toegevoegd om zo de samenhang tussen deze twee artikelen te benadrukken. Verder wordt, in overeenstemming met art. 16 RvO, toegevoegd dat er maximaal 30 minuten de gelegenheid is, actualiteitsvragen te stellen. In het tweede lid is toegevoegd dat actualiteitsvragen kort en duidelijk geformuleerd moeten worden. De vragen kunnen van een korte toelichting worden voorzien. Ook het derde lid is zoveel mogelijk in overeenstemming gebracht met artikel 16 RvO. Een actualiteitsvraag moet nauwkeurig worden omschreven, er is een verwijzing toegevoegd naar art. 45 RvO (ter verduidelijking) en, ook in overeenstemming met art. 16 RvO, is toegevoegd dat de voorzitter en actualiteitsvraag kan weigeren als dit niet kan worden aangemerkt als een actualiteitsvraag. Dit is bijvoorbeeld het geval als de vraag een technische vraag is.
Tot slot is aan het derde lid toegevoegd dat geen actualiteitsvragen kunnen worden gesteld bij vergaderingen waar de Kadernota, jaarrekening of de begroting (de P&C-stukken) worden behandeld. Dit is in de commissie al staande praktijk. De reden hiervoor is dat tijdens deze vergaderingen in principe ‘alles’ aan de orde kan komen. Eventuele actualiteiten kunnen als discussiepunt aan de orde worden gesteld.
2/5