CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

220010 Bijlage 1 Artikelsgewijze toelichting wijzigingen Reglement van orde gemeente Leiden

Gemeenteraad 10 maart 2022, gemeente LeidenBij agendapunt: RV 22.0010 Reglement van Orde voor de gemeenteraad Leiden1.605 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 1. Toelichting op de wijzigingen van het Reglement van Orde

Artikel 1 In artikel 1 wordt een aantal begrippen uit dit reglement van orde gedefinieerd. Twee wijzigingen: De definitie van de actualiteitsvraag is verduidelijkt op basis van de ervaringen uit deze raadsperiode. Deze wijziging hangt samen met de aanpassingen in artikel 16 RvO en de aanpassing van artikel 1 en artikel 16 in de Verordening op de raadscommissies. Toegevoegd is dat een actualiteitsvraag geen technische vraag is (maar een vraag van politieke aard). In de definitie stond al dat het daarbij moet gaan om actuele onderwerpen. Het moet dus gaan om nieuwe feiten en omstandigheden die met enige spoed antwoord behoeven (en dus niet kunnen wachten tot de eerstvolgende commissievergadering). Daarnaast is de definitie van 'fractievoorzitter' toegevoegd omdat dit wordt gebruikt in art. 6 RvO. Daarbij is zoveel mogelijk aangesloten bij de definitie in artikel 3.1 aanhef sub e. Rechtspositiebesluit politieke ambtsdragers. Dit is een technische aanpassing / verduidelijking zonder inhoudelijke gevolgen. Artikel 4B Dit artikel is op twee plekken aangepast. Allereerst in lid 3: 'benoembaarheid' vervangen door: 'toelaatbaarheid'. De reden hiervoor is dat een raadslid op basis van het resultaat van de verkiezingen (dus eigenlijk namens de kiezer) benoemd wordt door de voorzitter van het centraal stembureau (V-1 en W-1 Kieswet).

Vervolgens moet de benoemde aanvaarden (of niet: W-2 Kieswet). De gemeenteraad onderzoekt de geloofsbrieven (V-4 Kieswet). Het RvO legt de advisering daarover neer bij de commissie voor de geloofsbrieven. Controle vindt plaats o.b.v. de wettelijke eisen (woonplaats, leeftijd, nevenfuncties en onverenigbare functies (13 en 15 Gemeentewet). Als dit in orde is, besluit de raad het lid toe te laten (V-4 Kieswet) (en volgt de eedaflegging). Door deze aanpassing wordt dit verduidelijkt. V.w.b. wethouders is dit anders: die worden wel door de raad benoemd (na controle geloofsbrieven door de commissie). Daarom is het zesde lid aangepast. Dit zijn dus technisch-juridische aanpassingen. Artikel 6 Ter verduidelijking is toegevoegd dat leden van het fractievoorzittersoverleg (de fractievoorzitters) zich (bij verhindering) kunnen laten vervangen door een ander raadslid uit de eigen fractie. Uiteraard alleen als dat door bijzondere omstandigheden zoals bijvoorbeeld ziekte nodig is. De vervanging is (dus) altijd incidenteel.

Artikel 8 In het eerste lid is de periode rond de gemeenteraadsverkiezingen toegevoegd als uitzondering op de regel dat er iedere derde week van de vergadercyclus wordt vergaderd. Dit is een verduidelijking, vastlegging van de huidige praktijk. Verder is een verkeerde verwijzing in het zesde lid gecorrigeerd. Artikel 16 Dit artikel is op enkele punten (in de leden zes en zeven) aangepast waardoor de procedure voor het stellen van een actualiteitsvraag aansluit bij de huidige praktijk en wordt verduidelijkt. In het eerste lid is een verwijzing naar de definitie van actualiteitsvraag toegevoegd om zo de samenhang tussen deze twee artikelen te benadrukken.

1/5

In het tweede lid is toegevoegd dat actualiteitsvragen kort en duidelijk geformuleerd moeten worden. De vragen kunnen van een korte toelichting worden voorzien. Aan het derde lid is toegevoegd dat geen actualiteitsvragen kunnen worden gesteld bij vergaderingen waar de Kadernota, jaarrekening of de begroting (de P&C-stukken) worden behandeld. Dit is bij de rondvraag in de commissie al staande praktijk (en wordt daar als reden een rondvraag te weigeren ook expliciet (in artikel 16) opgenomen). De reden hiervoor is dat tijdens deze vergaderingen in principe ‘alles’ aan de orde kan komen. Eventuele actualiteiten kunnen als discussiepunt aan de orde worden gesteld. Artikel 19 Voorgesteld wordt het reglement aan te passen zodat een verslag alleen nodig is bij een besloten (deel van een) raadsvergadering. Dan is ook een notulist nodig. Op dit moment is het verslag al ‘extra’ omdat de besluitenlijst het formele verslagleggingsdocument is en de uitzending van de vergadering in beeld en geluid beschikbaar blijft. Het huidige verslag is vooral een manier om snel vanuit de besluitenlijst in te zoomen op de videobeelden van de vergadering. De functie komt binnenkort helemaal te vervallen omdat het digitale raadsinformatiesysteem (RIS) na de invoering van Parlaeus 'automatisch' een verslag maakt op basis van digitale uitzending (de zgn. videotulen). Een verslag is dan dubbelop (en duur).

Volstaan kan worden met een besluitenlijst. Bij een besloten (deel) van een vergadering is een verslag echter wettelijk verplicht. Vandaar dat de bepalingen over het verslag gehandhaafd zijn in het deel van de verordening dat gaat over besloten vergaderingen (hoofdstuk 5).

Artikel 21 De tekst van het ‘nieuwe’ artikel 3 stond in het huidige vierde lid, maar is chronologisch gezien beter hier op z’n plaats. Geen inhoudelijke aanpassing maar een technische. Daarnaast is een nieuw lid (6) toegevoegd. Dit is een inhoudelijke aanpassing om de huidige praktijk en de procedure rondom de motie VOD en de agendering van een LIS-brief in het RvO vast te leggen en daarmee dus te formaliseren. Daarbij is het de bedoeling te voorkomen dat een LIS-brief twee keer in een commissievergadering aan de orde komt door daar bij voorkeur direct een motie-VOD te bespreken en niet eerst een LISbrief en daarna een motie VOD. De tekst spreekt voor zich. Uiteraard is die procedure niet van toepassing bij commissie- en raadsvergaderingen waarbij de P&C-stukken worden besproken of als een LIS-brief ‘hoort’ bij een raadsvoorstel dat in een commissie wordt besproken. In die gevallen kan dat zonder meer, kan worden volstaan met het LIS-advies: ‘desgewenst betrekken bij de behandeling van RV X in commissie Y’ en is geen apart behandelvoorstel nodig.

Artikel 23 Dit is een inhoudelijke aanpassing. De sprekersvolgorde zoals die nu in de praktijk wordt gehanteerd (dat is de volgorde die in de P&C-vergaderingen wordt gebruikt), wordt hier vastgelegd als de standaardmethode (i.p.v. het loten). Fracties die vooraf amendementen en/of moties hebben aangekondigd, krijgen als eerste het woord. Het loten is erg bewerkelijk, de nu voorgestelde werkwijze zorgt van te voren voor duidelijkheid. Deze wijziging hangt samen met het schrappen van het tweede lid van art. 46 en 47 RvO (waar nu de sprekersvolgorde P&C-vergadering is geregeld).

Artikel 32 A en B Dit artikel is op twee punten ‘juridisch-technisch’ aangepast.

2/5

Drie leden (voormalige leden 12, 13 en 14) zijn verplaatst van artikel 32 B naar 32 A (en worden lid 6, 7 en 8). Deze bepalen namelijk voor alle stemmingen (=32A), niet alleen voor hoofdelijke stemming (die worden geregeld in artikel 32B). Verder is een verkeerde verwijzing gecorrigeerd in het (nieuwe) zevende lid.

Artikel 39 Lid 4 en 5 zijn ter verduidelijking aangepast. Een amendement kan maar door één lid worden ingediend en worden ondersteund door één of meerdere medeondertekenaars. Daarom is enkelvoud gemaakt van indiener en toegevoegd de (handtekeningen van) medeondertekenaars. Artikel 40A Lid 3 en 4 zijn ter verduidelijking aangepast. Een motie kan maar door één lid worden ingediend en worden ondersteund door één of meerdere medeondertekenaars. Daarom is enkelvoud gemaakt van indiener en toegevoegd de (handtekeningen van) medeondertekenaars.

Artikel 40B Dit artikel is op twee onderdelen aangepast. De eerste wijziging (in het eerste lid) is een juridisch-technische aanpassing. Het zijn (wettelijk gezien) geen fracties die moties indienen maar individuele raadsleden. Daarnaast is toegevoegd dat het college bij de behandeling van een motie-VOD in de raad maximaal één minuut de tijd krijgt een stemadvies te geven. Het is niet de bedoeling het debat te openen. Dit is een wens uit de praktijk van deze raadsperiode. Fracties hebben de mogelijkheid tot het geven van een stemverklaring over de motie-VOD (zoals geregeld in artikel 30 RvO), voor het college ontbrak deze mogelijkheid en wordt nu dus geregeld.

Artikel 44 De afgelopen raadsperiode bleek verduidelijking van dit artikel nodig. In de toelichting bij dit artikel staat het goed uitgelegd, dit artikel (derde lid) wordt daar nu mee in overeenstemming gebracht. Het is dus geen wijziging maar verduidelijking van huidige gang van zaken over de spreekvolgorde bij een interpellatiedebat. Interpellant(en) kunnen bij de conclusie een voorstel (motie / amendement) indienen. De laatste zin van het (oude) derde lid is aangepast ter verduidelijking.

Artikel 45 Dit artikel is op enkele onderdelen aangepast om de samenloop van schriftelijke vragen en de actualiteit beter te regelen. Deze artikelen zijn ter verduidelijking aangepast. In het tweede lid wordt geregeld dat een raadslid wacht met het indienen van een schriftelijke vraag tot antwoorden op gestelde actualiteitsvragen over hetzelfde onderwerp (in commissies of raad) bekend zijn. Het raadslid dat een schriftelijke vraag wil stellen kan aan de hand van die antwoorden overwegen de vraag niet te stellen of deze aan te scherpen / verduidelijken. Een schriftelijke vraag kan worden gesteld als er technische vragen zijn gesteld over hetzelfde onderwerp. Het is echter vaak wel aan te raden ook in zo’n geval even te wachten tot het antwoord op de technische vragen bekend is om de schriftelijke vraag gerichter te stellen. Uit het (nieuwe) derde lid (was het tweede lid) worden de laatste twee zinnen geschrapt omdat ze in de praktijk overbodig zijn. De schriftelijke beantwoording is standaard. Als er desondanks vanwege bijzondere omstandigheden mondelinge reactie nodig is, kan dat bij de actualiteit.

3/5

Het (nieuwe) vierde lid (was het derde lid) wordt aangepast om de administratieve procedure te verhelderen en aan te laten sluiten op de huidige praktijk.

Artikel 46 en 47 De wijziging in het eerste lid van deze artikelen hangt samen met de wijziging van artikel 21, lid 2 RvO om standaard deze sprekersvolgorde te hanteren. Zie de toelichting daar voor meer informatie. Zie ook de aanpassing van artikel 16, lid 3 RvO. De achtergrond daarvan is: geen actualiteit tijdens vergadering waar P&C-stukken worden behandeld. Zie de toelichting bij dat artikel voor meer informatie.

4/5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11165896/1