220003 Bijlage 1 Voorstel adviesrecht onder de Omgevingswet
Tekst van het document
2022
Adviesrecht onder de Omgevingswet
GEMEENTE LEIDEN
Inhoud Leeswijzer .............................................................................................................................................................. 2 Hoofdstuk 1 – Het adviesrecht ........................................................................................................................... 3 De Omgevingswet ............................................................................................................................................ 3 Het bindend adviesrecht onder de Omgevingswet ..................................................................................... 3 De huidige situatie: de ‘verklaring van geen bedenkingen’ ....................................................................... 3 Eén van de doelen ........................................................................................................................................... 3 Status van het advies ...................................................................................................................................... 4 Hoofdstuk 2 – Wat gaat er veranderen ............................................................................................................. 5 Verschillen verklaring van geen bedenkingen en het adviesrecht ............................................................
5 Proces adviesrecht .......................................................................................................................................... 5 Hoofdstuk 3 – Voorgestelde aanpassingen op basis van de huidige verklaring van geen bedenkingenlijst ........................................................................................................................................................................... 7 De huidige verklaring van geen bedenkingen lijst ....................................................................................... 7 Hoofdstuk 4 - Lijst van gevallen adviesrecht ................................................................................................. 14 Hoofdstuk 5 – Wijzigingen................................................................................................................................. 16 Bijlage 1 – Huidige verklaring van geen bedenkingen-lijst ........................................................................... 17
1
Leeswijzer In hoofdstuk 1 staat wat het adviesrecht is. Het tweede hoofdstuk gaat over de verschillen tussen de huidige verklaring van geen bedenkingen en het toekomstige adviesrecht en over de veranderingen voor de organisatie en de gemeenteraad. Het derde hoofdstuk gaat over de huidige verklaring van geen bedenkingen-lijst en wenselijke aanpassingen die voortkomen uit ervaringen met de verklaring van geen bedenkingen-lijst. De voorgestelde aanpassingen zijn voorzien van een onderbouwing. Het vierde hoofdstuk bevat de lijst van gevallen waarvoor het adviesrecht van toepassing is. In het vijfde hoofdstuk staan enkele procedurele aspecten beschreven.
2
Hoofdstuk 1 – Het adviesrecht De Omgevingswet De rolverdeling tussen de gemeenteraad en het college van B&W verandert niet na de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De gemeenteraad houdt ook na de inwerkingtreding met het bestaand raadsinstrumentarium1 gedurende het beleids- en besluitvormingsproces vinger aan de pols en stuurt op de gewenste doelen. Het college van B&W krijgt meer bevoegdheden bij de uitvoering van het beleid en de gemeenteraad is nadrukkelijker belast met de hoofdlijnen en het monitoren van de resultaten. Ook blijft het college van B&W het bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning. Met de omgevingsvisie en het omgevingsplan legt de raad de doelen vast en stuurt op de realisatie van deze doelen. Daarnaast heeft de gemeenteraad verschillende middelen om de vinger aan de pols te houden bij verantwoordelijkheden (gericht op de uitvoering) die belegd zijn bij het college van B&W. Het bindend adviesrecht (vanaf nu adviesrecht) is één van deze middelen.
Het bindend adviesrecht onder de Omgevingswet De ervaring leert dat in de huidige praktijk verreweg de meeste buitenplanse omgevingsvergunningen worden aangevraagd voor relatief geringe wijzigingen in de fysieke leefomgeving. Voor deze aanvragen bepaalt het dagelijks bestuur of de omgevingsvergunning wordt verleend of geweigerd. Bij bepaalde van tevoren door de gemeenteraad gedefinieerde buitenplanse afwijkingen2 van het omgevingsplan kan de gemeenteraad zichzelf met een raadsbesluit als ‘adviseur’ aanwijzen. Dit wordt het ‘adviesrecht’ genoemd3. Het adviesrecht is een bindend advies van de raad voor specifieke gevallen van buitenplanse afwijkingen. Er zijn twee verschillende buitenplanse afwijkingsprocedures (zie hieronder). Het adviesrecht is op beide afwijkingsprocedures van toepassing. •
•
De reguliere procedure: de reguliere procedure is het uitgangspunt bij de Omgevingswet. De beslistermijn voor de reguliere procedure is 8 weken. Het bevoegd gezag kan deze eenmalig met 6 weken verlengen. Het niet halen van termijnen heeft in deze procedure wel gevolgen. De uitgebreide procedure: de uitgebreide procedure (buitenplanse omgevingsactiviteit) is een uitzondering. In deze gevallen dient het bevoegd gezag binnen zes maanden te beslissen over een aanvraag. Het niet halen van termijnen heeft in deze procedure geen gevolgen
De huidige situatie: de ‘verklaring van geen bedenkingen’ In de huidige situatie geeft de gemeenteraad een verklaring van geen bedenkingen (vanaf nu: vvgb) af voor de daarvoor aangewezen gevallen 4. De lijst van gevallen voor de gemeente Leiden is wettelijk verbonden aan de uitgebreide procedure om omgevingsvergunningen. Is er een uitgebreide procedure om omgevingsvergunning nodig om af te wijken van het bestemmingsplan en voldoet de afwijking aan de lijst van gevallen waarvoor de gemeenteraad een vvgb moet afgeven, dan moet de gemeenteraad een besluit nemen over een (ontwerp-)vvgb.
Eén van de doelen De gemeenteraad zou bij het afwegen van de gevallen waarvoor zij het adviesrecht van toepassing willen laten verklaren ook de doelen van de Omgevingswet moeten meewegen; het sneller laten lopen en eenvoudiger maken van procedures én een meer kaderstellende rol innemen. Dit betekent niet dat de gemeenteraad zijn invloed moet weggeven, maar vooral goed moet bedenken in welke gevallen de gemeenteraad zijn invloed wil uitoefenen. Wanneer dit niet gedaan wordt is de kans groot dat de werkdruk enorm gaat toenemen én dat er langere doorlooptijden voor aanvragen ontstaan, wat tot onwenselijke situaties leidt voor de stad, gemeenteraad en het college van B&W. Het niet halen van termijnen voor reguliere omgevingsvergunningaanvragen heeft onder de Omgevingswet, zoals hiervoor
1
Het indienen van amendementen, moties, schriftelijke/mondelinge vragen, interpellatie, recht van onderzoek en initiatief en de actieve informatieplicht van het college van B&W. 2 Alles wat niet past binnen het Omgevingsplan of de binnenplanse afwijkingsregels in het Omgevingsplan. 3 Zie ook artikel 16.15b van de Omgevingswet en artikel 4.21 van het Omgevingsbesluit 4 Voor de huidige vvgb-lijst zie: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2020-51852.html
3
benoemd, ook financiële gevolgen voor de gemeente. Aangezien er een last op dwangsom kan worden opgelegd door de aanvrager.
Status van het advies Het adviesrecht van de gemeenteraad is een zogenaamd verzwaard, bindend advies. Het college van B&W mag daar niet van afwijken.
4
Hoofdstuk 2 – Wat gaat er veranderen Verschillen verklaring van geen bedenkingen en het adviesrecht De vvgb en het adviesrecht verschillen vooral procesmatig. Zo het kent adviesrecht geen ontwerp besluit maar alleen een definitief besluit (de vvgb kende wel een ontwerp vvgb). Er wordt dus maar één keer advies gevraagd aan de gemeenteraad. Daarnaast is het uitgangspunt bij het adviesrecht ‘niets, mits benoemd’. Bij de vvgb is het uitgangspunt ‘alles, tenzij benoemd’. Dit betekent dus dat wanneer de gemeenteraad voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet nog geen adviesrechtlijst heeft vastgesteld, zij zich niet kan beroepen op het geven van advies. Onder de huidige wetgeving zouden alle buitenplanse omgevingsplanactiviteiten vvgbplichtig. Dit verandert met de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Dit is een verandering ten opzichte van de vvgb, aangezien er onder de huidige wetgeving dan alle buitenplanse omgevingsplanactiviteiten vvgb-plichtig zouden zijn. De grootste verandering is de koppeling van de huidige vvgb-lijst aan de uitgebreide procedure om omgevingsvergunning. In de Wet ruimtelijke ordening (vanaf nu Wro) is vastgelegd wanneer een aanvraag een zogenoemd ‘kruimelgeval’ of een ‘uitgebreide procedure om omgevingsvergunning’ is. Hierdoor is het mogelijk om een juridische koppeling te maken met één van de twee.
Leiden heeft die koppeling gemaakt met de uitgebreide procedure, omdat dit veelal procedures zijn met meer maatschappelijke of sociale impact (aangezien de afwijking van het bestemmingsplan vaak groter is). Voor kruimelgevallen is de vvgb-lijst dus niet van toepassing. Onder de Omgevingswet verandert dit. De uitgebreide procedure is alleen toegestaan bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit die aanzienlijke gevolgen heeft of kan hebben voor de fysieke leefomgeving en waartegen naar verwachting verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben5. Omdat dit vooraf niet kan worden bepaald voor alle gevallen die voldoen aan de in hoofdstuk vier genoemde lijst van gevallen adviesrecht, is er geen verbinding te maken tussen de uitgebreide procedure en het toepassen van het adviesrecht. Bovendien gaat het Rijk onder de Omgevingswet meer gevallen onder de reguliere procedure scharen. Daardoor is de lijst van gevallen voor adviesrecht van toepassing op alle buitenplanse afwijkingen. Kortom: de lijst van gevallen waarop het adviesrecht van toepassing verklaard kan worden door de gemeenteraad is op meer aanvragen omgevingsvergunningen van toepassing.
Proces adviesrecht Als er een aanvraag binnenkomt waarvoor advies verplicht is, stuurt het bevoegd gezag (in dit geval het college van B&W) de aanvraag naar het adviesorgaan (gemeenteraad). Dit betekent dat er ook een memo wordt bijgevoegd waarin de ruimtelijke argumentatie om medewerking te verlenen van het college is opgenomen. Vervolgens is het aan de gemeenteraad om advies te geven op de aanvraag. Hoe de gemeenteraad tot een advies komt, wordt niet uitgewerkt in dit voorstel. De gemeenteraad moet naar aanleiding van dit voorstel met zichzelf in overleg treden om te kijken wat voor haar een werkbare vorm is om tot een advies te komen. Aangeraden wordt om dit proces goed te doordenken en goed te borgen. Het is een optie hiervoor extern hulp te zoeken, aangezien weigeringen mogelijk ook behandeld gaan worden in rechtbanken. Het advies dient binnen vier weken na een verzoek vanuit het college te worden gegeven door de gemeenteraad. Er is geen middel om het adviesorgaan te dwingen om snel(ler) advies te leveren. Wel kunnen er gevolgen voor de gemeente optreden bij het niet tijdig adviseren vanuit de gemeenteraad. Wanneer de termijn van 14 weken (8 + 6) voor de reguliere procedure overschreden wordt, is het niet zo dat de omgevingsvergunning van rechtswege is verleend.
Wel kan de aanvrager een last onder dwangsom laten opleggen voor het niet tijdig besluiten op een aanvraag en is er sprake van slechte dienstverlening.
5
Zie artikel 16.65 lid 4 Ow
5
Voorgesteld wordt om het adviesrecht, net zoals bij de vvgb, alleen voor aanvragen te laten gelden waar het college van B&W voornemens is om aan mee te werken. Dit voorkomt dat de gemeenteraad moet adviseren op voorliggende aanvragen die in strijd zijn met lokaal beleid en mogelijk zelfs nationale wetgeving. De gemeenteraad kan via het adviesrecht niet zelf een bouwplan wijzigen, maar heeft in principe drie opties wanneer er een vraag om advies voorligt; 1. de vergunning te verlenen of; 2. de vergunning onder voorwaarden te verlenen 3. de vergunning te weigeren; 1. Als het college van burgemeester en wethouders de aanvraag voor advies aan de gemeenteraad heeft voorgelegd, de aanvraag in een raadscommissie is besproken en de raad geen opmerkingen heeft, kan de raad in de raadsvergadering ten aanzien van de adviesaanvraag volstaan met het bij hamerstuk ‘afzien van het geven van een advies’ 6 en kan het college de procedure vervolgen en op de aanvraag beslissen. 2. De voorwaarden kunnen divers zijn, maar moeten wel causaal en ruimtelijk van aard zijn. Indirect kan dat ook inhouden dat een bouwplan gewijzigd moet worden. Uiteraard moet er voldaan worden aan wet- en regelgeving. Het is aan de initiatiefnemer om te bepalen of het nog een haalbaar (en voor hem wenselijk) plan is onder de meegegeven voorwaarden.
Het college van B&W geeft in de motivering van het uiteindelijke besluit aan wat het advies was. 3. Argumenten om een aanvraag te weigeren dienen een relatie te hebben met de fysieke leefomgeving.
Wat valt er onder de fysieke leefomgeving? De argumenten voor het weigeren (of verlenen onder voorwaarden) van een aanvraag moeten een (causaal) verband hebben met de fysieke leefomgeving, toegespitst op de aanvraag. Volgens de Omgevingswet gaat het om een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. Het soort argumenten dat door de gemeenteraad gebruikt kan worden is niet in een limitatieve lijst op te sommen. Hieronder wordt toch geprobeerd om iets meer duidelijkheid te scheppen over het soort argumenten; Het ontstaan van congestie, aantasting van het beschermd stadsgezicht, verwijderen van bomen of een te hoge gevel zijn voorbeelden van ruimtelijke argumenten. Overlast door rokende jongeren op straat bij een aanvraag voor een hostel is geen (causaal) ruimtelijk argument, omdat het niet aan te tonen is dat hostelbezoekers vaker roken (of allemaal roken). Het gebruik van bepaalde argumentatie hangt af van de aanvraag en de daaruit voorkomende strijdigheden met het omgevingsplan. Een voorbeeld; er is een aanvraag binnengekomen voor het verhogen van een bestaande woning van zes naar twaalf meter en hier appartementen in te realiseren. In het omgevingsplan is voor deze locatie een woonbestemming opgenomen met een maximale goot en bouwhoogte van zes meter.
Het is dus niet mogelijk om de aanvraag te weigeren omdat het onwenselijk wordt bevonden om hier een woonfunctie te vestigen. Dit is volgens planologisch recht al toegestaan. Wel is het mogelijk om de aanvraag te weigeren op de aspecten die strijdig zijn met het omgevingsplan; de overschreden hoogte (stedenbouwkundige argumenten en als het binnen het beschermd stadsgezicht ligt of een monument betreft ook cultuurhistorische argumenten) en effecten op bereikbaarheid en parkeren (mobiliteit) en grootte van de appartementen (woonbeleid). Opgemerkt wordt dat het elke keer maatwerk is.
6 EK 2019-2020, 34.986 nr. W (Nota naar aanleiding van het verslag), blz. 31.
6
Hoofdstuk 3 – Voorgestelde aanpassingen op basis van de huidige verklaring van geen bedenkingen-lijst Om tot een (nieuwe) lijst van gevallen te komen waarvoor het adviesrecht van toepassing is, wordt gestart bij de werking van de huidige vvgb-lijst. Het doel is om vanuit deze bestaande lijst tot een nieuwe lijst te komen waar aanpassingen in zijn gedaan zodat het doel van het adviesrecht beter tot zijn recht komt. Met de onderbouwing in dit hoofdstukonderbouwing komt het college zijn toezegging na die werd gedaan in de commissievergadering SO van 28 september 2020 naar aanleiding van het verzoek van GroenLinks om in onderhavig voorstel aan de hand van een lijst aan te geven hoe het college tot de lijst gekomen is met gevallen waarin het adviesrecht geldt en in welke gevallen het adviesrecht niet geldt. In de tabel hieronder staan de vvgb-plichtige plannen van de afgelopen twee jaar. Adres
Projectomschrijving
1 2 3 4 5 6
Ypenburgbocht/Maredijk-locatie Schelpenkade 48a Ankerpark-locatie Rijndijk 238A Oude Singel 212 Hoflaan Weidehof
7 8
Schelpenkade 4 Klokpoort 1 – Oude singel
9 10
Middelstegracht links naast 12 Kantoorschip Groenewegen
Realisatie 396 studentenappartementen Renovatie woonark Kunstwerk schoorsteen Realisatie 3 woningen Berging in de achterom Sloop en nieuwbouw drie portiekflats, wordt voorzien in 74 sociale huurwoningen en netto toevoeging van 16 sociale woningen Bouw van een nieuwbouwwoning Gedeeltelijke sloop en nieuwbouw van bestaand gebouw. Transformatie van 39 onzelfstandige wooneenheden naar 13 goedkope/ middeldure huurappartementen Realiseren 4 zorgwoningen Vaste ligplaats van een kantoorschip aan het Galgewater/Rembrandtpark
Categorie VVGB lijst 5 en 3 10 10 en 3 3 10 en 3 5 en 3
10 en 3 10 en 3
10 en 3 10
De huidige verklaring van geen bedenkingen lijst In bijlage 1 is de vigerende vvgb-lijst bijgevoegd7. In de loop der jaren is deze vvgb-lijst dusdanig uitvoerig geworden dat vrijwel alle uitgebreide procedures voldoen aan de vvgb-lijst. Dit komt voornamelijk door categorieën 3, 4, 5 en 10 uit de vigerende vvgb-lijst. De huidige vvgb-lijst bevat ook meerdere categorieën die opgesteld zijn met de verouderde werkwijze in het achterhoofd of gebaseerd zijn op de huidige wetgeving (Wro) Categorieën die niet meer kloppen na de inwerkingtreding Omgevingswet, worden aangepast of verwijderd. De huidige vvgb-lijst heeft 12 categorieën. Deze worden allemaal geëvalueerd en voorzien van een advies en onderbouwing in dit hoofdstuk. 1
Indien de gevraagde omgevingsvergunning voldoet aan een van de in deze lijst genoemde categorieën van gevallen en reeds op voorhand duidelijk is dat het college van burgemeester en wethouders niet instemt met de gevraagde omgevingsvergunning;
Advies: Aanpassen aan nieuwe werkwijze Nieuwe formulering: Een advies van de gemeenteraad van Leiden, als bedoeld in artikel 16.15b van de Omgevingswet, is vereist indien het college voornemens is om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit te verlenen of voornemens is om in te stemmen met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit in de volgende gevallen
7 Zie ook https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2020-51852.html
7
Onderbouwing: Deze tekst is opgenomen in de algemene introductie onder artikel 1 uit hoofdstuk 4. Door het opnemen van deze algemene tekst voor de categorieën van gevallen is het niet nodig om de gemeenteraad om advies te vragen voor aanvragen waar het college van burgemeester en wethouders niet aan wil meewerken. Dit voorkomt dat er advies wordt gevraagd voor aanvragen die volgens vigerende beleidskaders of wetgeving niet kunnen. Aangenomen mag worden dat het college van burgemeester en wethouders aanvragen enkel weigert wanneer daar een beleidsmatige of wettelijke basis voor is
2
Indien het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan op grond van planologische motieven wenselijker is dan het afwijken van een vigerend bestemmingsplan of indien reeds een voorbereidingsbesluit voor het opstellen van een nieuw bestemmingsplan is genomen op grond van artikel 1.3.1 Bro, en het college van burgemeester en wethouders in dat kader geen medewerking wenst te verlenen aan een afwijking van het bestemmingsplan als bedoeld in artikel 2.12, lid 1, sub a onder 3o Wabo .
Advies: Schrappen Nieuwe formulering: N.v.t. Onderbouwing: Deze categorie is opgenomen omdat de vvgb-lijst bestond uit gevallen waarvoor je geen vvgb-plicht wilde opleggen. Aangezien de formulering voor het adviesrecht nu omgedraaid wordt is deze categorie niet meer nodig.
3
Indien geen zienswijzen zijn ingediend tijdens de terinzagelegging van de ontwerpVVGBen het ontwerpbesluit op de aanvraag omgevingsvergunning, die betrekking hebben op de activiteit ‘het gebruiken van gronden in strijd met het bestemmingsplan’. *Van deze categorie zijn aanvragen om omgevingsvergunning, die geheel of deels betrekking hebben op het Weidevogelgebied en de naastgelegen gronden bij de Vlietweg+ uitgezonderd; **Het Weidevogelgebied en naastgelegen gronden bij de Vlietweg zijn geel omlijnd op de kaart in bijlage 1, getiteld ‘Weidevogelgebied en stedelijk gebied, d.d. 25 april 2015’.
Advies: Schrappen Nieuwe formulering: N.v.t. Onderbouwing: Door jurisprudentie uit 2019 is het bekend geworden dat de ontwerp-vvgb ook door de gemeenteraad vrijgegeven dient te worden (voorheen werd alleen de definitieve vvgb voorgelegd aan de gemeenteraad). Door deze ontwikkeling in de jurisprudentie is een ontwerp-vvgb altijd benodigd bij een ontwikkeling waar de gronden in strijd zijn met het bestemmingsplan, omdat je niet weet of er een zienswijze wordt ingediend of niet. Dit kan met onderhavige formulering ook leiden tot de situatie dat de gemeenteraad wel een ontwerp-vvgb vrijgeeft, maar als er vervolgens geen zienswijzen binnenkomen er geen vvgb hoeft te worden vrijgegeven. Deze zorgt in de huidige situatie al voor onwenselijke situaties, maar wordt door de koppeling van de vvgb-lijst aan de uitgebreide procedure om omgevingsvergunning nog beperkt gehouden. Onder de Omgevingswet is de reguliere procedure voor omgevingsvergunningen (dus zonder zienswijze procedure) de hoofdregel. Het uitsluiten van adviesrecht bij een reguliere procedure lijkt niet voor de te hand te liggen. De uitgebreide procedure is alleen toegestaan bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit als het gaat om een activiteit die
8
aanzienlijke gevolgen heeft of kan hebben voor de fysieke leefomgeving, en waartegen naar verwachting verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben 8. De toevoeging in categorie 3 van de vvgb-lijst had als effect dat alle uitgebreide procedures, waarvan de bestemming in strijd is met het vigerende bestemmingsplan in het weidevogelgebied, vvgb-plichtig waren. Dit is hoogstwaarschijnlijk opgenomen omdat de gemeenteraad in 2015 een extra controlerende rol wilde voor dit weidevogelgebied gezien het belang om dit gebied open en groen te houden. Deze wens van de gemeenteraad is in 2016 vastgelegd in het nu nog steeds vigerende bestemmingsplan Oostvlietpolder. Er wordt in principe niet meegewerkt aan aanvragen in afwijking van het bestemmingsplan die als gevolg hebben dat er meer bebouwing ontstaat. Het is daarom onnodig om het adviesrecht van toepassing te verklaren voor buitenplanse afwijkingen in het weidevogelgebied, aangezien dit juridisch geborgd is in het daar vigerende bestemmingsplan.
4
Indien de aangevraagde activiteiten passen in een kaderbesluit of een uitvoeringsbesluit, dat niet langer dan vijf jaar voor de indieningsdatum van de aanvraag om omgevingsvergunning door de gemeenteraad is vastgesteld, mits dit ruimtelijk kader tot stand is gekomen na een inspraakprocedure zoals bedoeld in de Participatieen Inspraakverordening en over het soort overschrijding door de raad is besloten in het ruimtelijk kader, en zolang geen sprake is van: het realiseren* van méér dan 25 woningen; het realiseren* van méér dan 5000m2 bruto vloeroppervlak aan kantoorruimte of bedrijfsruimte, of een combinatie daarvan; het realiseren* van méér dan 1000m2 bruto vloeroppervlak aan dienstverlening, horeca, detailhandel of maatschappelijke en recreatieve voorzieningen, of een combinatie daarvan; projecten die op grond van de Provinciale Verordening Ruimte een provinciale ontheffing behoeven; m.e.r.- beoordelingsplichtige activiteiten. *Onder realiseren wordt het nieuw bouwen, het uitbreiden van bestaande gebouwen en het wijzigen van het gebruik van bestaande gebouwen verstaan.
Advies: Behouden maar formulering aanpassen en toevoegen van meer kaderstellende besluiten Nieuwe formulering: Indien een activiteit bestaande uit het realiseren van woningen, horeca, dienstverlening, detailhandel, maatschappelijke voorzieningen, recreatieve voorzieningen, kantoorruimte en/of bedrijfsruimte niet voldoet aan eerder door de gemeenteraad vastgestelde ruimtelijke kaders in een kaderbesluit, (stedenbouwkundig) masterplan, kavelpaspoort, gebiedspaspoort, ontwikkelstrategie, gebiedsvisie of nota van uitgangspunten, en dit ruimtelijk kader tot stand is gekomen na een participatie- en/of inspraakprocedure conform het op dat moment geldende inspraak- en participatiebeleid Onderbouwing: In dit artikel zijn enkele aanpassingen doorgevoerd. -
-
8
Het artikel is aangevuld met extra ruimtelijke kaders, die concreet genoeg zijn om geen adviesrecht van toepassing te verklaren en door de gemeenteraad worden en/of zijn vastgesteld. Daarnaast is het uitvoeringsbesluit uit de opsomming verwijderd. Het uitvoeringsbesluit is namelijk een kader dat tegenwoordig veelal financiële, en nauwelijks ruimtelijke, kaders bevat. Daarnaast er een opsomming van functies toegevoegd. Dit is gedaan om te voorkomen dat voor elke nutsvoorziening of elke fietsenstalling, waarover in het ruimtelijke kader veelal niets wordt gezegd, geredeneerd kan worden dat het niet past binnen dit ruimtelijke kader. Dit zou betekenen dat de gemeenteraad alle kleine buitenplanse afwijkingen in gebieden
Artikel 16.65 lid 4 Ow
9
-
-
4a
waarvoor zij een ruimtelijke kader heeft vastgesteld, alsnog voorgelegd krijgt om op te adviseren. De puntsgewijze opsomming, onder de huidige categorie 4, is weggehaald. Aangezien dit juist tot een situatie zou leiden dat slechts om gevallen zouden gaan die afwijken van eerder vastgestelde kaders én voldoen aan één van de opsommingen, de gemeenteraad adviesrecht heeft. Het doel is juist dat wanneer er wordt afgeweken van de eerder door de gemeenteraad vastgestelde kaders het adviesrecht van toepassing is. Het maakt dan niet uit of het gaat om 10 woningen of 25 woningen. Het maakt uit of de kaders over waar welke functies gerealiseerd mogen worden, gerespecteerd worden. Wanneer er voor specifieke functies afgeweken wordt van bijvoorbeeld de locatie of bouwhoogte in een eerder vastgesteld ruimtelijk kader, is er dus een strijdigheid en heeft de gemeenteraad adviesrecht. Daarnaast is de termijn van ‘vijf jaar’ verwijderd uit de formulering. Kaderstellende documenten hebben geen ‘houdbaarheidsdatum’. Wanneer een kaderstellend document achterhaald is kan er vanuit het college van B&W of de gemeenteraad opdracht gegeven worden om het document te actualiseren, of kan het ingetrokken worden.
Indien sprake is van een evenement dat passend is binnen het Evenementenbeleid 20132018 of een door de gemeenteraad vastgestelde actualisatie daarvan.
Advies: Behouden maar formulering aanpassing en actualiseren en onder de opsomming van de nieuwe artikel 1.2 scharen Nieuwe formulering: het realiseren van één of meer evenementen buiten de evenementen-locaties die niet passend zijn binnen het op dat moment geldende evenementenbeleid Onderbouwing: In de nieuwe formulering is specifieker benoemd dat het moet gaan om ‘een locatie die niet passend is’. Dit is gedaan omdat de locaties van evenementen ruimtelijk worden doorvertaald in bestemmingsplannen/het omgevingsplan, maar de andere randvoorwaarden (zoals geluid en veiligheid) via de APV wordt geregeld. De nieuwe formulering zorgt ervoor dat de gemeenteraad advies moet geven op aanvragen van evenementen die zien op locaties die niet zijn vastgelegd in vigerende beleidskader rondom evenementen of het omgevingsplan
5
Indien sprake is van: het realiseren* van minder dan 10 woningen in bestaand stedelijk gebied** en geen ruimtelijk kader zoals bedoeld onder categorie 4 door de gemeenteraad is vastgesteld; het realiseren* van minder dan 1000m2 bruto vloeroppervlak aan kantoorruimte of bedrijfsruimte, of een combinatie daarvan, in bestaand stedelijk gebied** en geen ruimtelijk kader zoals bedoeld onder categorie 4 door de gemeenteraad is vastgesteld; het realiseren* van minder dan 200m2 bruto vloeroppervlak aan dienstverlening, horeca, detailhandel of maatschappelijke en recreatieve voorzieningen, of een combinatie daarvan, in bestaand stedelijk gebied** en geen ruimtelijk kader zoals bedoeld onder categorie 4 door de gemeenteraad is vastgesteld. ** Tot het bestaand stedelijk gebied behoren alle rood omlijnde gronden op kaart in bijlage 1, getiteld ‘Weidevogelgebied en stedelijk gebied, d.d. 25 april 2015’
Advies: Behouden, maar wel opsplitsen, aanvullen en de drempelwaardes aanpassen.
10
Nieuwe formulering: Indien de aangevraagde activiteit in een gebied ligt waarvoor geen ruimtelijk kader, zoals benoemd in artikel 1.1, door de gemeenteraad is vastgesteld en bestaat uit één of meer van de volgende subcategorieën; a. het realiseren van per saldo meer dan 25 woningen; b. het realiseren van horeca, dienstverlening, detailhandel, maatschappelijke voorzieningen of recreatieve voorzieningen, of een combinatie daarvan die voor meer dan 1000m2 afwijkt van het omgevingsplan en/of hetgeen vergund is via een omgevingsvergunning; c. het realiseren van bedrijfsruimte of kantoorruimte, of een combinatie daarvan die voor meer dan 5000m2 afwijkt van het omgevingsplan en/of hetgeen vergund is via een omgevingsvergunning; d. het realiseren van een activiteit waarvoor op grond van provinciale omgevingsverordening een besluit nodig is, zoals een ontheffing; e. het realiseren van een activiteit waarvoor ten behoeve van de omgevingsvergunning een milieueffectrapport moet worden opgesteld; Onderbouwing: Dit artikel kan worden gezien als het hoofdartikel van de lijst van gevallen. De drempelwaarden zijn gekoppeld aan de opsomming in categorie 4 van de huidige vvgb-lijst. Dit is gedaan omdat het adviesrecht niet meer kan worden gekoppeld aan de uitgebreide procedure.
Wanneer de drempelwaarden van 10 woningen, 200m2 horeca en 1000m2 aan bedrijfsruimte zou worden gehanteerd is het waarschijnlijk dat er enorm veel buitenplanse omgevingsplanactiviteiten adviesplichtig worden. Het doel is om een drempelwaarde in te voegen die ervoor zorgt dat voornamelijk buitenplanse omgevingsplanactiviteiten met een maatschappelijke of fysieke impact voorgelegd worden aan de gemeenteraad voor advies. Daarom is er gekozen om de hogere drempelwaarden uit categorie 4 van vvgb-lijst te hanteren en over te hevelen naar dit artikel. Daarnaast zijn lid d en e ook overgeheveld uit categorie 4 van de huidige vvgb-lijst. Deze zijn formulering aangepast, maar hebben nog hetzelfde doel. Lid e is tekstueel aangepast van m.e.r.beoordelingsplichtige activiteiten naar ‘een milieueffectrapport’. Door recente jurisprudentie is het zo dat bij alle ruimtelijke ontwikkeling een milieutoets gedaan wordt, en in die milieutoets wordt bezien of het nodig is om een milieueffectrapport op te stellen. Dit wordt ook wel een vormvrije m.e.r. genoemd. Dit kan verwarring scheppen met de vorige formulering. Een milieueffectrapport wordt verplicht gesteld bij bepaalde drempelwaarden (genoemd in de milieuwetgeving). Wanneer dit het geval is, is het logisch dat de gemeenteraad haar adviesrecht uitoefent.
6
Indien sprake is van lokaal gerichte infrastructuurprojecten en projecten met betrekking tot groen, water en verblijfsgebieden, die niet in strijd zijn met lokaal beleid;
Advies: Behouden, formulering aanpassen en toevoegen van een drempelwaarde voor de grootte van projecten Nieuwe formulering: het realiseren van infrastructuurprojecten en projecten met betrekking tot groen, water en verblijfsgebieden die groter zijn dan 500m2. Onderbouwing: Positie van de gemeenteraad blijf hetzelfde. Er wordt alleen een drempelwaarde van projecten die minimaal 500m2 zijn toegevoegd. Dit voorkomt dat kleinschalige infrastructuurprojecten ook adviesplichtig worden. Dit geval wordt ook onder het nieuwe artikel 1.2 geschaard. Dit heeft als gevolg dat wanneer er infrastructuurprojecten en projecten met betrekking tot groen, water en verblijfsgebieden worden gerealiseerd die groter zijn dan 500m2 én geborgd zijn al eerder vastgestelde ruimtelijke kaders, niet adviesplichtig worden voor de gemeenteraad. Daar waar de gemeenteraad dus geen kaders heeft vastgesteld die zien op infrastructuurprojecten en projecten met betrekking tot groen, water en verblijfsgebieden die groter zijn dan 500m2 heeft de gemeenteraad wel adviesrecht.
11
7
Indien sprake is van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van lokale infrastructuur in strijd met lokaal beleid en met uitzondering van bovenlokale infrastructuur;
Advies: Schrappen Nieuwe formulering: N.v.t. Onderbouwing: Onder het vorige recht had deze categorie als doel om bouwwerken, geen gebouw zijnde, uit te sluiten van de vvgb maar bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die in strijd zijn met lokaal beleid wel vvgb-plichtig te maken. Voorbeelden van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn bijvoorbeeld fietsenstallingen of overkappingen in de tuin. Deze bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn vrijwel altijd minimaal van schaal en hebben niet of nauwelijks impact op de fysieke leefomgeving. Daarnaast is de lijn van het college dat er meegewerkt kan worden aan initiatieven wanneer deze initiatieven in het vigerende beleid passen. Het opnemen van deze categorie is daarom ook geen één keer van toepassing geweest. Er wordt geadviseerd om deze categorie te schrappen uit de nieuwe lijst van gevallen.
8
Indien het te realiseren plan voldoet aan de kaders die de raad heeft gesteld tijdens de behandeling het verzoek om een VVGB voor een eerdere versie van het plan.
Advies: Behouden, maar formulering aanpassen en nieuw artikel van maken Nieuwe formulering: In afwijking op artikel 1 geeft de gemeenteraad geen nieuw advies indien de activiteit voldoet aan de kaders die de raad eerder gesteld heeft in een advies naar aanleiding waarvan de aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit is aangepast. Onderbouwing: Dit artikel borgt dat wanneer de gemeenteraad besluit om voorwaarden mee te geven, deze ook doorgevoerd moeten worden. Wanneer dat om de één of andere reden niet mogelijk is (uitvoerbaarheid of door veranderende beleidskaders) dient er wederom advies gevraagd te worden aan de gemeenteraad.
9
Indien de aangevraagde omgevingsvergunning voldoet aan de door de raad vastgestelde kaders van de bij die omgevingsvergunning behorende Nota van Uitgangspunten (hierna NvU) voor de aanvraag om uitgebreide omgevingsvergunning.
Advies: Schrappen Nieuwe formulering: N.v.t. Onderbouwing: Onder de Omgevingswet wordt er niet meer gewerkt met Nota van Uitgangspunten. Voor meer informatie zie ook ‘RV 21.0087 Bestuurlijke werkafspraken over de Omgevingswet: Werkwijzer Bestuur en Omgevingswet’. Omdat het mogelijk is dat er kort na de inwerkingtreding nog omgevingsvergunningen vastgesteld dienen te worden door de gemeenteraad, wordt de Nota van Uitgangspunten ingevoegd bij categorie 1 van de nieuwe lijst van gevallen.
10
Indien de aangevraagde activiteit geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden binnen een beschermd stadsgezicht is voor bovengenoemde categorieën 4 tot en met 7 wél een VVGB vereist, tenzij de uiterlijke kenmerken van het pand ongewijzigd blijven aan de zijde(n) gericht naar de openbare ruimte of wanneer er al een NvU voor het project is vastgesteld.
12
Advies: Schrappen Nieuwe formulering: N.v.t Onderbouwing: Aangezien de uitgebreide procedure om omgevingsvergunning veelal gebruikt wordt voor ‘grotere’ afwijkingen van het bestemmingsplan, zijn de aanpassingen ook bijna altijd zichtbaar. Kort samengevat leidde categorie 10 ertoe dat bijna alle uitgebreide procedures om omgevingsvergunningen in het beschermde stadsgezicht vvgb-plichtig waren, behalve als de aanpassingen niet zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte. Het gevolg van categorie 10 uit de vvgb-lijst is dat de afgelopen jaren enkele projecten zijn geagendeerd voor de raadscommissies die minimaal van omvang en impact waren (zie bijvoorbeeld rij 2, 3, 5, 7 en 9 uit tabel 1). Wanneer deze categorie blijft bestaan zijn de gevolgen groot. Omdat het adviesrecht niet meer gekoppeld kan worden aan de uitgebreide procedure worden alle aanpassingen (hoe groot of klein ook) in het beschermde stadsgezicht van Leiden, adviesplichtig. Naar verwachting zijn dit bijna alle buitenplanse aanvragen om omgevingsvergunningen. Daarnaast wordt - door de planologische borging van het beschermd stadsgezicht in de Leidse bestemmingsplannen (en ook het toekomstige Omgevingsplan) - dit deelgebied strenger getoetst door onze specialisten op het gebied van stedenbouw en erfgoed.
Het behoud van het huidige karakter in combinatie met de historische structuur is het uitgangspunt bij het toetsen van ruimtelijke ontwikkelingen.
11
Indien tot uiterlijk vier weken na de publicatie van de aanvraag om omgevingsvergunning door of namens vijf of meer belanghebbenden (in de zin van de Awb) negatieve reacties worden ingediend tegen het plan is wél een VVGB vereist, tenzij sprake is van een geval zoals bedoeld in categorie 3 of categorie 9.
Advies: Schrappen Nieuwe formulering: N.v.t. Onderbouwing: Deze categorie is niet meer mogelijk omdat het adviesrecht ziet op alle buitenplanse afwijkingen, en niet alleen op de uitgebreide procedure. Onder de Wro was de vvgb-lijst wettelijk gekoppeld aan de uitgebreide procedure. De uitgebreide procedure heeft altijd een wettelijke periode van zes weken waarin eenieder zijn of haar zienswijze kan indienen. Bij de lijst van gevallen waarop het adviesrecht van toepassing is, is het vooraf niet bekend of een buitenplanse afwijking uitgebreid of regulier is. Een reguliere procedure heeft geen wettelijke zes weekse zienswijzentermijn, maar enkel een bezwaarperiode na het besluit. Dit maakt categorie 11 onuitvoerbaar onder de Omgevingswet.
12
Indien de gemeenteraad binnen zes weken nadat zij de brief als bedoeld in werkafspraak B onder 1 heeft ontvangen bij meerderheid besluit dat er voor de activiteit wel een VVGB besluit vereist is.
Advies: Schrappen Nieuwe formulering: N.v.t. Onderbouwing: De gemeenteraad kan bij een afzonderlijk besluit aangeven in welke categorieën van gevallen de raad adviesrecht wenst te hebben. Het is juridisch niet mogelijk om dat met terugwerkende kracht te doen ten aanzien van een specifieke reeds ingediende aanvraag (dus niet ten aanzien van een categorie maar ten aanzien van een aanvraag van een specifiek persoon voor een specifieke locatie voor een specifieke activiteit).
13
Hoofdstuk 4 - Lijst van gevallen adviesrecht Artikel 1. Lijst van gevallen adviesrecht Een advies van de gemeenteraad van Leiden, als bedoeld in artikel 16.15b van de Omgevingswet, is vereist indien het college voornemens is om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit te verlenen of voornemens is om in te stemmen met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit in de volgende gevallen: 1. Indien een activiteit bestaande uit het realiseren van woningen, horeca, dienstverlening, detailhandel, maatschappelijke voorzieningen, recreatieve voorzieningen, kantoorruimte en/of bedrijfsruimte niet voldoet aan eerder door de gemeenteraad vastgestelde ruimtelijke kaders in een kaderbesluit, (stedenbouwkundig) masterplan, kavelpaspoort, gebiedspaspoort, ontwikkelstrategie, gebiedsvisie of nota van uitgangspunten, en dit ruimtelijk kader tot stand is gekomen na een participatie- en/of inspraakprocedure conform het op dat moment geldende inspraak- en participatiebeleid. 2. Indien de aangevraagde activiteit in een gebied ligt waarvoor geen ruimtelijk kader, zoals benoemd in artikel 1.1, door de gemeenteraad is vastgesteld en bestaat uit één of meer van de volgende subcategorieën; a. het realiseren van per saldo meer dan 25 woningen; b.
het realiseren van horeca, dienstverlening, detailhandel, maatschappelijke voorzieningen of recreatieve voorzieningen, of een combinatie daarvan die voor meer dan 1000m2 afwijkt van het omgevingsplan en/of hetgeen vergund is via een omgevingsvergunning; c. het realiseren van bedrijfsruimte of kantoorruimte, of een combinatie daarvan die voor meer dan 5000m2 afwijken van het omgevingsplan en/of hetgeen vergund is via een omgevingsvergunning; d. het realiseren van infrastructuurprojecten en projecten met betrekking tot groen, water en verblijfsgebieden die voor meer dan 500m2 afwijken van het omgevingsplan en/of hetgeen vergund is via een omgevingsvergunning; e. het realiseren van een activiteit waarvoor op grond van provinciale omgevingsverordening een ontheffing nodig is; f. het realiseren van een activiteit waarvoor ten behoeve van de omgevingsvergunning een milieueffectrapport moet worden opgesteld; g. het realiseren van één of meer evenementen buiten de evenementen-locaties die niet passend zijn binnen het op dat moment geldende evenementenbeleid Artikel 2. Afwijking op artikel 1 In afwijking op artikel 1 geeft de gemeenteraad geen nieuw advies indien de activiteit voldoet aan de kaders die de raad eerder gesteld heeft in een advies naar aanleiding waarvan de aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit is aangepast. Artikel 3.
Begripsbepaling In deze lijst van gevallen wordt verstaan onder: a. Realiseren: het nieuw bouwen, het uitbreiden van bestaande gebouwen en het wijzigen van het gebruik van bestaande gebouwen. b. Activiteit: een activiteit die in strijd is met het omgevingsplan. c. Per saldo: het aantal vergunde woningen in mindering gebracht van het aantal aangevraagde woningen. Artikel 4: Inwerkingtreding De lijst van gevallen waarvoor het adviesrecht van toepassing is treedt in werking op de dag van inwerkingtreding Omgevingswet.
14
Artikel 5. Overgangsbepaling Bij lopende aanvragen die ingediend zijn voordat de Omgevingswet in werking is getreden past het college de huidige werkwijze (de verklaring van geen bedenkingen procedure op basis van de Wro) toe. Artikel 6. Citeertitel Deze regels kunnen worden aangehaald als ‘Lijst van gevallen adviesrecht gemeente Leiden’.
15
Hoofdstuk 5 – Wijzigingen Met het vaststellen van deze lijst ontstaat mogelijk in de toekomst de behoefte om wijzigingen naar aanleiding van nieuwe inzichten of ontwikkelingen aan te brengen. De gemeenteraad kan zelf vragen om een aanpassing van de lijst van gevallen, maar het college kan ook met voorstellen komen wanneer zij dat noodzakelijk acht. Het nemen van een (actualisatie)besluit is een bevoegdheid van de gemeenteraad.
16
Bijlage 1 – Huidige verklaring van geen bedenkingen-lijst 1. Indien de gevraagde omgevingsvergunning voldoet aan een van de in deze lijst genoemde categorieën van gevallen en reeds op voorhand duidelijk is dat het college van burgemeester en wethouders niet instemt met de gevraagde omgevingsvergunning; 2. Indien het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan op grond van planologische motieven wenselijker is dan het afwijken van een vigerend bestemmingsplan of indien reeds een voorbereidingsbesluit voor het opstellen van een nieuw bestemmingsplan is genomen op grond van artikel 1.3.1 Bro, en het college van burgemeester en wethouders in dat kader geen medewerking wenst te verlenen aan een afwijking van het bestemmingsplan als bedoeld in artikel 2.12, lid 1, sub a onder 3o Wabo . 3. Indien geen zienswijzen zijn ingediend tijdens de terinzagelegging van de ontwerp- VVGBen het ontwerpbesluit op de aanvraag omgevingsvergunning, die betrekking hebben op de activiteit ‘het gebruiken van gronden in strijd met het bestemmingsplan’. - Van deze categorie zijn aanvragen om omgevingsvergunning, die geheel of deels betrekking hebben op het Weidevogelgebied en de naastgelegen gronden bij de Vlietweg+ uitgezonderd; *Het Weidevogelgebied en naastgelegen gronden bij de Vlietweg zijn geel omlijnd op de kaart in bijlage 1, getiteld ‘Weidevogelgebied en stedelijk gebied, d.d. 25 april 2015’. 4.
Indien de aangevraagde activiteiten passen in een kaderbesluit of een uitvoeringsbesluit, dat niet langer dan vijf jaar voor de indieningsdatum van de aanvraag om omgevingsvergunning door de gemeenteraad is vastgesteld, mits dit ruimtelijk kader tot stand is gekomen na een inspraakprocedure zoals bedoeld in de Participatie- en Inspraakverordening en over het soort overschrijding door de raad is besloten in het ruimtelijk kader, en zolang geen sprake is van: - het realiseren* van méér dan 25 woningen; - het realiseren* van méér dan 5000m2 bruto vloeroppervlak aan kantoorruimte of bedrijfsruimte, of een combinatie daarvan; - het realiseren* van méér dan 1000m2 bruto vloeroppervlak aan dienstverlening, horeca, detailhandel of maatschappelijke en recreatieve voorzieningen, of een combinatie daarvan; - projecten die op grond van de Provinciale Verordening Ruimte een provinciale ontheffing behoeven; - m.e.r.- beoordelingsplichtige activiteiten. *Onder realiseren wordt het nieuw bouwen, het uitbreiden van bestaande gebouwen en het wijzigen van het gebruik van bestaande gebouwen verstaan. 4a. Indien sprake is van een evenement dat passend is binnen het Evenementenbeleid 2013-2018 of een door de gemeenteraad vastgestelde actualisatie daarvan. 5.
Indien sprake is van: - het realiseren* van minder dan 10 woningen in bestaand stedelijk gebied** en geen ruimtelijk kader zoals bedoeld onder categorie 4 door de gemeenteraad is vastgesteld; - het realiseren* van minder dan 1000m2 bruto vloeroppervlak aan kantoorruimte of bedrijfsruimte, of een combinatie daarvan, in bestaand stedelijk gebied** en geen ruimtelijk kader zoals bedoeld onder categorie 4 door de gemeenteraad is vastgesteld; - het realiseren* van minder dan 200m2 bruto vloeroppervlak aan dienstverlening, horeca, detailhandel of maatschappelijke en recreatieve voorzieningen, of een combinatie daarvan, in bestaand stedelijk gebied** en geen ruimtelijk kader zoals bedoeld onder categorie 4 door de gemeenteraad is vastgesteld. ** Tot het bestaand stedelijk gebied behoren alle rood omlijnde gronden op kaart in bijlage 1, getiteld ‘Weidevogelgebied en stedelijk gebied, d.d. 25 april 2015’ 6. Indien sprake is van lokaal gerichte infrastructuurprojecten en projecten met betrekking tot groen, water en verblijfsgebieden, die niet in strijd zijn met lokaal beleid;
17
7. Indien sprake is van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van lokale infrastructuur in strijd met lokaal beleid en met uitzondering van bovenlokale infrastructuur; 8. Indien het te realiseren plan voldoet aan de kaders die de raad heeft gesteld tijdens de behandeling het verzoek om een VVGB voor een eerdere versie van het plan. 9. Indien de aangevraagde omgevingsvergunning voldoet aan de door de raad vastgestelde kaders van de bij die omgevingsvergunning behorende Nota van Uitgangspunten (hierna NvU) voor de aanvraag om uitgebreide omgevingsvergunning Uitzonderingen 10. Indien de aangevraagde activiteit geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden binnen een beschermd stadsgezicht is voor bovengenoemde categorieën 4 tot en met 7 wél een VVGB vereist, tenzij de uiterlijke kenmerken van het pand ongewijzigd blijven aan de zijde(n) gericht naar de openbare ruimte of wanneer er al een NvU voor het project is vastgesteld. 11. Indien tot uiterlijk vier weken na de publicatie van de aanvraag om omgevingsvergunning door of namens vijf of meer belanghebbenden (in de zin van de Awb) negatieve reacties worden ingediend tegen het plan is wél een VVGB vereist, tenzij sprake is van een geval zoals bedoeld in categorie 3 of categorie 9. 12.
Indien de gemeenteraad binnen zes weken nadat zij de brief als bedoeld in werkafspraak B onder 1 heeft ontvangen bij meerderheid besluit dat er voor de activiteit wel een VVGB besluit vereist is
18