CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

22.0007 Bijlage 4 opbrengsten participatietraject rond Transitievisie warmte

Gemeenteraad 10 maart 2022, gemeente LeidenBij agendapunt: RV 22.0007 Vaststelling Transitievisie Warmte Leiden3.259 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage: opbrengsten participatietraject rond Transitievisie Warmte Opsteller: Ansâr Ahmadali Datum: 6-1-2022 _________ 1. Korte toelichting totstandkoming, inhoud en vervolg 1.1. Soorten participatie Binnen de opgave energietransitie passen we verschillende vormen van participatie toe. Grofweg zijn deze ingedeeld in structurele participatie en incidentele participatie. -

De structurele participatie vindt plaats met allerlei partijen die een actieve rol hebben bij de energietransitie. Dit zijn onder meer vier bewonersinitiatieven in de wijken, de twee stadsbrede initiatieven, de wijkambassadeurs duurzaamheid, de woningcorporaties en een aantal commerciële partijen als Vattenfall (in de rol van eigenaar van het huidige warmtenet), Firan en (semi) overheden zoals Dunea, Liander en het Hoogheemraadschap.

-

De incidentele participatie vindt plaats rond besluitvorming, zoals bij veel beleidsonderwerpen van de gemeente het geval is. Zo hebben we zowel online als live inwoners en ondernemers specifiek gevraagd om een reflectie op de warmtescenario’s die zich in Leiden langzaam maar zeker aftekenen. Dit is gedaan in via het online discussieplatform van de gemeente doemee.leiden.nl en in de vorm van dertien wijkgesprekken in de tweede helft van 2021. Verslagen van deze wijkgesprekken zijn terug te vinden via de site https://magazine-on-thespot.nl/leiden/wijkgesprekken-tvw/

-

In het voorjaar van 2021 hebben we bovendien (ook weer per wijk) online talkshows georganiseerd waarin we per wijk hebben ingezoomd op de warmtescenario’s die we langzaam maar zeker zien ontstaan. Dit was vooral informerend, met de mogelijkheid tot het stellen van vragen via de chat, en was de start van de intensieve participatie rond de energietransitie die nu op gang is gebracht.

-

Onze grondhouding binnen het programma is om actief het gesprek op te zoeken met bewoners of ondernemers die iets willen doen dat bijdraagt aan het reduceren van de CO2-uitstoot. Daarbij zoeken we vooral naar manieren om hun initiatief te ondersteunen en gaan we samen op zoek naar oplossingen. De gemeente heeft hierbij nadrukkelijk de rol van regisseur.

In deze notitie wordt in categorieën de opbrengsten van het gesprek met de stad rond de Transitievisie Warmte weergegeven. 1.2. Niveau van participatie Als het gaat om de structurele participatie is er sprake van coproductie en adviseren. De incidentele participatie heeft vooral plaats gevonden op de niveaus van raadplegen en adviseren. 1.3. Inkadering vooraf We hebben in de verschillende gesprekken steeds aangegeven dat we niet met een blanco vel het gesprek voeren. Er zijn immers besluiten door de gemeenteraad genomen in de Warmtevisie uit 2017 en het Handelingsperspectief Energietransitie uit 2020. De Transitievisie Warmte pakt door op die besluiten en binnen de kaders die er zijn is er volop ruimte voor inbreng vanuit de stad. Tegelijkertijd hebben we ook aangegeven dat het altijd aan de politiek is om genomen besluiten te heroverwegen, en dat die discussie in de politieke arena thuis hoort. In de

inspraaknotitie die samen met de Transitievisie Warmte is aangeboden aan de gemeenteraad, wordt dit aangegeven. 1.4. Representativiteit, populatie Wat betreft de structurele participatie hebben we (zeer) regelmatig overleg met: Bewonersinitiatief Waardeiland-De Waard, Vogelwijk Energiezuinig, Wijkvereniging Houtkwartier, Duurzame Energie Merenwijk, Wijkambassadeurs, Partijen in de Leidse Warmtewissel (o.a. woningcorporaties en Energiek Leiden), TegenGas Merenwijk, PEP (Participatie Energietransitie ProfBurgwijk). We zoomen nu even in op de incidentele participatie. Op verschillende manieren zijn we het gesprek aangegaan met de stad: Online enquête Voorstellen op doemee.leiden.nl Wijkgesprekken Informerende talkshows Inspraakreacties

373 respondenten 65 reacties en 5 ingebrachte ideeën Ca. 400 personen Ca. 6000 views Twintig inspraakreacties

In een stad met ruim 120.000 inwoners kun je op basis van deze cijfers niet spreken van een volledig representatieve vertegenwoordiging. Zo is de groep jongeren en internationals nog niet of nauwelijks bereikt. Dit wordt deels verklaard door verschillen in de mate van impact voor verschillende doelgroepen. Woningeigenaren met modale inkomens zijn in deze fase logischerwijs eerder getriggerd door lokale plannen die met de energievoorziening te maken hebben dan groepen die hier op dit moment minder impact van ervaren. We zien dan ook dat in deze fase van de energietransitie een behoorlijk homogene groep reageert op uitnodigingen voor deelname aan online participatie-activiteiten of een wijkgesprek. Dit zijn over het algemeen woningeigenaren in de leeftijd 45-75 jaar. Er is geen duidelijk onderscheid te maken in mannen of vrouwen en ook niet in opleidingsniveau of sociaal economische status. We zien wel twee verschillende subgroepen: o

De goed ingevoerde groep die vooral over techniek en inhoud inbreng wil leveren en invloed wil hebben op stadsbrede warmtescenario’s.

o

Een groep die vooral geïnteresseerd is in concreet handelingsperspectief voor de eigen situatie, woning, etc. Deze groep vindt dat de gemeente eerst met concretere plannen moet komen.

-

Het ziet er naar uit dat we dus zowel mensen uit de kopgroep hebben gesproken als uit de middengroep. Bij de kopgroep zien we, in tegenstelling tot eerdere trajecten, minder mensen die uit ideologische overtuigingen geïnteresseerd zijn in de energietransitie en juist méér mensen die kritisch zijn op de plannen van de (Rijks)overheid en vanuit die motivatie inbreng leveren.

-

Huurders hebben we in deze fase beperkt gezien. Dit is een groep waarvan we verwachten die meer te gaan bereiken bij de campagnes die worden opgezet om energiearmoede tegen te gaan en bij de verdiepende wijkaanpakken.

1.5. Verwerking resultaten -

De inzichten uit de participatie hebben al zo veel mogelijk een plek gekregen in de concept Transitievisie. In Hoofdstuk 2 van deze notitie worden deze per categorie uitgewerkt. Een deel van de wijkgesprekken heeft plaatsgevonden na het collegebesluit over de TVW.

Bovendien is in een aantal wijken na afloop van de wijkgesprekken dynamiek ontstaan die in sommige gevallen ook weer zijn weg moet vinden in de Transitievisie Warmte. Aan de hand van een inspraaknotitie zullen we de gemeenteraad informeren over de achteraf -en voorafgaand aan het collegebesluit ingebrachte ideeën en inbreng en hoe deze verwerkt zijn in de Transitievisie Warmte. -

Tijdens de wijkgesprekken zijn erg veel vragen gesteld en genoteerd. Deze zijn beantwoord en opgenomen in een Q&A die in de week van 22 november online is gegaan. De link naar deze Q&A is actief gedeeld met de deelnemers aan de wijkgesprekken en andere partijen met wie we in contact staan (www.gagoed.nl/energietransitie) en is zeer goed ontvangen. Het is duidelijk dat (meer) informatievoorziening, ook over de specifiek Leidse situatie, op prijs wordt gesteld.

1.6. Vervolg De volgende stap is om onder andere, na goedkeuring van de gemeenteraad, in de aangewezen kansrijke wijken zoals beschreven in de TVW, wijkuitvoeringsplannen te maken. Dankzij het nu doorlopen participatietraject hebben we in alle wijken contacten of is er zelfs al sprake van een netwerk. Dit biedt kansen om bij de totstandkoming van de wijkuitvoeringsplannen per wijk het gesprek te voeren met een betrokken groep bewoners in de vorm van bijvoorbeeld een wijkklankbordgroep. Van daaruit is het ook goed mogelijk om meer inwoners en ondernemers in de wijken te bereiken. Speciaal punt van aandacht is het betrekken van de wijkverenigingen. In sommige wijken hebben we die contacten reeds gelegd, in andere wijken is hier nog winst te behalen. Duidelijk is geworden dat de wijkverenigingen een goed bereik hebben binnen de wijk en goed weten wat er speelt. 2. Inzichten uit participatie, verdeeld naar onderwerp Hieronder volgt een overzicht van de dit jaar opgedane inzichten. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen inzichten die zijn opgedaan uit de incidentele of de structurele participatie, tenzij anders vermeld. 2.1. Keuzevrijheid -

Bewoners verwachten bij de keuze voor een alternatief voor aardgas keuzevrijheid te hebben. Zowel voor het soort warmte als voor de aanbieder. Er is duidelijk scepsis en ook wel angst straks te zijn overgeleverd aan één partij en daar afhankelijk van te zijn. Er worden termen gebruikt als ‘monopolisten’ en ‘Rattenfall’. De oproep aan de gemeente is om dit zo veel mogelijk te voorkomen.

-

Een deel van deze zorgen richt zich op de mogelijke aansluiting van Leiden op WarmtelinQ+. De uitleg van het realiseren van een open net om de Leidse warmtering te kunnen sluiten met andere bronnen en dat op dat deel concurrentie mogelijk wordt, neemt deze zorgen niet weg. In het verlengde hiervan verwacht men van de gemeente wat dat betreft een pas op de plaats om te bezien of WLQ+ daadwerkelijke een slimme zet is. Daarbij wordt door bewoners vaak voorbij gegaan aan het belang van WLQ+ voor het bestaande net en maken ze zich vooral zorgen om er zelf op te (moeten) aansluiten.

-

Er is nog weinig besef dat een grootschalige collectieve warmte-oplossing alleen betaalbaar is wanneer er in flinke getale aansluitingen op een dergelijke voorziening plaatsvindt. Een dergelijke warmtevoorziening op die schaal wordt vooral als risico gezien. Ook lijkt er weinig begrip voor de opvatting dat mogelijk niet iedereen in staat is om zelf of met de wijk tot een warmteoplossing te komen. Ook hier wordt de rol van het (verduurzamen van het) bestaande stadswarmtenet niet gezien (of in ieder geval niet met WLQ+).

-

Er is (met name bij de kopgroep) enthousiasme om te komen tot lokale initiatieven. Als succesvol voorbeeld wordt onder andere verwezen naar het Ramplaankwartier in Haarlem. De gemeente wordt dan ook opgeroepen om in het beleid ruimte te maken en te houden voor dergelijke lokale, wijkgerichte energie-initiatieven. Tegelijkertijd wordt er ook met zorgen naar de resultaten van het Programma Aardgasvrije Wijken (PAW) gekeken, waar minder en tegen een hoger prijs aardgasvrije woningen zijn gerealiseerd dan vooraf gedacht.

2.2. Tijdspad -

Als het gaat om de fasering is er vooral begrip voor het schrappen van het jaartal 2035 als moment waarop de eerste delen van Leiden aardgasvrij zouden moeten zijn. Tegelijkertijd is er behoefte aan een concreet tijdspad, bijvoorbeeld met het oog op het wel of niet vervangen van een cv-ketel die einde levensduur is voor wederom een gasgestookte ketel. Hieruit blijkt de behoefte aan zo veel mogelijk concreet handelingsperspectief.

-

Wijken staan niet op voorhand te springen om als eerste aan de beurt te zijn, uit angst om voor leerkosten op te draaien (zoals bij het PAW) en om nu voor een ‘inferieure’ techniek te kiezen in plaats van te wachten op innovatie. Tegelijkertijd is er ook realisme dat de omschakeling naar aardgasvrij er nu eenmaal aan zit te komen.

2.3. Alternatieven aardgas -

Er is kritiek op de gemeente waarom het ene scenario wel en het andere niet is of wordt doorgerekend. Waarom houden we bijvoorbeeld wel rekening met geothermie in de mix, maar niet met waterstof? Er is behoefte aan inzicht in de rapporten en studies die hebben geleid tot deze gemeentelijke opvattingen. Zo is er een aantal keer gevraagd naar de studie die zou uitwijzen dat een collectief warmtenet in de meeste gevallen de optie is tegen de minst hoge maatschappelijke kosten.

-

Men vindt dat de gemeente zich tot nog toe heeft blind gestaard op een specifieke oplossing, namelijk: uitbreiding van het bestaande warmtenet, mogelijk gemaakt door aan te sluiten op WarmtelinQ. Er wordt een nadrukkelijke oproep gedaan aan de gemeente om het vizier open te houden voor nieuwe ontwikkelingen en geen onomkeerbare stappen te nemen. In het beleid en dus ook in de Transitievisie Warmte zou dit nadrukkelijk verankerd moeten worden.

-

Als het gaat om restwarmte uit Rotterdam is er verschil van opvatting of dat nu daadwerkelijk duurzame warmte is. Het is immers een restproduct van industriële processen die niet duurzaam zijn. Restwarmte wordt door het Rijk echter wel aangemerkt als CO₂-vrije warmte (met het transport is nog CO₂-uitstoot gemoeid); de gemeente benadrukt ook dat het om warmte gaat die nu in de Maas wordt geloosd en via WarmtelinQ nog een nuttige bestemming krijgt. Bovendien heeft de industrie in Rotterdam ook een verduurzamingsopgave, waardoor men zich zorgen maakt over de leveringszekerheid van restwarmte in de toekomst. Deze opvatting wordt niet breed gedeeld in de stad.

2.4. Techniek -

Men vindt dat de punten energieopslag en koeling onderbelicht zijn in de concept Transitievisie Warmte. Geadviseerd wordt deze zaken onderdeel te maken van het beleid en te betrekken bij de zoektocht naar geschikte alternatieven voor aardgas.

-

Er is nog een flink gebrek aan kennis over WarmtelinQ, ook bij de bovengemiddeld ingevoerde bewoners. Zo wordt er bijvoorbeeld gedacht dat er een enorm warmteverlies is bij het transport van warmte en dat de aanleg niet doorgaat door het terugtrekken van de gemeente Rotterdam. Wij merken dat het wat dat betreft goed zou zijn wanneer op dit

kennisniveau geïnvesteerd wordt, niet alleen door ons, maar ook de GasUnie of Vattenfall als huidige warmteleverancier bij de huidige klanten. -

De aanwezigheid van een flinke hoeveelheid water in en om Leiden wekt interesse op. Aquathermie-opties zijn wat dat betreft populair. Het ontbreekt nog wel eens aan de realisatie dat dat in veel gevallen betekent dat woningen dan geschikt moeten worden gemaakt voor lage temperatuur verwarming en dat dit flinke kosten met zich mee kan brengen. Neemt niet weg dat er brede interesse is in lokale warmtebronnen.

-

Waterstof als alternatief voor aardgas in relatie tot het huidige gasnet is een terugkerend onderwerp. Hier valt op dat er of een gebrek aan kennis of een fundamenteel verschil van inzicht is. De gemeente wordt aangeraden explicieter te communiceren hoe tegen waterstof aangekeken wordt en dat in de Transitievisie op te nemen.

2.5. Kosten -

Men snapt dat een deel van de rekening bij woningeigenaren terecht komt. Tegelijkertijd vinden veel Leidenaren dat de gemeente met een lokale subsidieregeling zou moeten komen om woningeigenaren deels te ontzorgen.

-

De ISDE-subsidie van het Rijk wordt gewaardeerd, maar krijgt ook kritiek. Met name het feit dat je minimaal twee isolatiemaatregelen moet nemen om voor subsidie in aanmerking te komen, stuit op weerstand. Hoewel men snapt dat de gemeente hier niet over gaat, vindt men wel dat Leiden (en andere gemeenten) hier een stevigere lobby op zouden kunnen voeren richting het Rijk.

-

We zeggen steeds dat we een betaalbare energietransitie willen. Tegelijkertijd hebben we dat begrip niet gedefinieerd. Er is behoefte aan een heldere uitspraak hierover. De boodschap dat we willen inzetten op voornamelijk middentemperatuur warmte om te voorkomen dat huizen tegen hoge kosten geïsoleerd moeten worden, kan wel op instemming rekenen. Tegelijkertijd is dat een heel breed begrip wat nog steeds uitwerking per woningtype/bouwjaar nodig heeft om echt handelingsperspectief te bieden.

2.6. Besluitvorming -

De consequenties van de besluitvorming rond de warmtevisie uit 2017 en het Handelingsperspectief uit 2020 beginnen nu pas een beetje door te dringen, lijkt het. In een aantal wijken vraagt men zich af of Leiden niet een stap terug zou moeten doen. Dit richt zich met name op de aansluiting van Leiden op WarmtelinQ.

-

Men roept de gemeente op om integraal naar plannen te kijken. Als er ergens een warmtenet moet worden aangelegd dan zou ook gelijk naar het groen in de wijk gekeken moeten worden. Ook vindt men dat de gemeente er op moet toezien dat de verschillende initiatieven op elkaar passen en dat er geen lappendeken ontstaat van warmteoplossingen die niet goed met elkaar matchen. De technisch onderlegde inwoners vragen zich daarbij af of het open regionale systeem waarbij je meerdere temperatuurniveaus met elkaar verbindt, technisch haalbaar is.

2.7. Verantwoordelijkheden -

De rol van de woningcorporaties wordt nog wel eens gemist. Zij zijn ooit benoemd als startmotor van de energietransitie, maar men ziet dit niet terug. Meerdere keren hebben we de vraag gekregen of het mogelijk is of particuliere woningen rond vastgoed van de corporaties zouden kunnen aansluiten op het moment dat deze aardgasvrij worden gemaakt.

-

In het geval van individuele warmteoplossingen gaat het vaak over warmtepompen. Deze kunnen ook geluidsoverlast met zich meebrengen of het straatbeeld verstoren. Men vraagt zich af of de gemeente hier enige vorm van toezicht op gaat houden.

-

In de wijken met beschermd stadsgezicht of monumenten ervaart men een spanning tussen de duurzaamheidsambities van de gemeente en de regels die gelden t.a.v. historische panden. Niet in alle gevallen is dit terecht, want er blijkt vaak meer mogelijk dan men denkt. Niettemin gaat dit punt verder dan alleen een communicatiekwestie en zou het, volgens een deel van de personen die we gesproken hebben, goed zijn als de politiek hier een uitspraak over zou doen. De wijkambassadeurs hebben dit onderwerp ook aangekaart in een brief aan de gemeenteraad.

2.8. Handelingsperspectief -

Er is behoefte aan concrete adviezen en handelingsperspectieven. Ongeveer de helft van de personen die wij gesproken hebben, geeft aan dat we eigenlijk te vroeg met hen om tafel zitten. Dat deel wil hun eigen plannen (verbouwingen aan de woning) afstemmen op de plannen van de gemeente. Er is overigens wel begrip voor het feit dat we nog niet zo ver zijn, maar dat we toch de moeite nemen om intensief het gesprek over de energietransitie aan te gaan.

-

Weer een ander deel van de stad vindt juist dat we eerder om tafel hadden moeten gaan met bewoners en ondernemers. Dit deel wil graag betrokken blijven en actief meedenken en betrokken worden in warmteoplossingen voor de wijk waarin zij wonen.

-

In de gesprekken bleek dat het concept ‘middentemperatuur’ meer perspectief biedt dan men vaak denkt. Het is zeer de moeite waard om, bij vaststelling door de gemeenteraad, dit gegeven door te vertalen naar concrete verduurzamingsmaatregelen in en om het huis.

2.9. Communicatie en participatie -

Er is op grote schaal behoefte aan ondersteuning, goede voorbeelden en advies. De gemeente heeft reeds veel aanbod op dit vlak, maar dat is in veel gevallen nog onvoldoende bekend. De gemeente wordt aangeraden hier meer op in te zetten via actieve communicatie.

-

Men vindt het goed dat de gemeente het gesprek op zoekt over de energietransitie en dat er samen met de wijk gekeken wordt naar oplossingen. Er is ook wel scepsis, over hoe de gemeente in het algemeen omgaat met participatie, maar er lijkt voldoende vertrouwensbasis aanwezig te zijn. Overigens geldt dit met name voor de groep inwoners die gemotiveerd en betrokken is bij dit onderwerp en verder kijkt dan alleen de eigen woning.

-

Er wordt aandacht gevraagd voor het voorkomen van spanningen in de wijk, bijvoorbeeld omdat een deel wel mee wil doen met een collectieve oplossing en een deel niet. Of dat het deel van de bewoners wat gehoord wordt de criticasters zijn, terwijl de instemming van de middengroep (te) weinig gehoord wordt. Dit zien we al een beetje ontstaan in de Merenwijk.

-

Men vindt dat de gemeente actiever moet worden in het communiceren over het beleid van de energietransitie. En de stad deelgenoot moet maken van dilemma’s. Bijvoorbeeld over waterstof, WarmtelinQ, geothermie. Hierbij wordt de oproep gedaan om de concrete acties als isoleren qua communicatie in lijn te brengen met de beleidskeuzes.

-

Als de gemeente iets verder is, heeft men behoefte aan een duidelijke en overzichtelijke kansenkaart, d.w.z.: welke concrete opties zijn er voor mij en welke consequenties brengt dat met zich mee op het terrein van incidentele kosten, maandlasten, ingrepen in de woning, keuze voor aanbieders, etc.

3. Samenvatting Samenvattend zijn de belangrijkste punten uit het participatietraject richting de gemeente: 1. Houd ruimte voor innovatie 2. Maak het concreet (kosten, alternatieven aardgas, tijdspad) en ga ook niet té vroeg met de wijk in gesprek 3. Ondersteun lokale initiatieven en geef deze een goede plek in de energiemix 4. Voorkom tunnelvisie bij grote projecten als WarmtelinQ+ en de winning van geothermie 5. Blijf in gesprek met de stad en investeer in het kennisniveau (wat te doen met mijn woning?) 6. Verstevig de lobby richting het Rijk, bijvoorbeeld ten aanzien van betaalbaarheid 7. Denk ook aan koeling en opslag 8. Kom met een lokale subsidie om woningen geschikt te maken voor middentemperatuur In de inspraaknotitie zullen we aangeven of en zo ja, op welke manier bovenstaande punten een plek kunnen krijgen of reeds gekregen hebben in de Transitievisie Warmte.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11065723/1