CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

210145 Bijlage 2. Overzicht wijzigingen Referendumverordening 2008

Gemeenteraad 27 januari 2022, gemeente LeidenBij agendapunt: 21.0145 Wijziging Referendumverordening 20082.479 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BIJLAGE 2. Overzicht wijzigingen Referendumverordening (cursief=geschrapt, vet=nieuw) Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 3, eerste lid onder f. de conceptgemeentebegroting en de perspectiefnota;

Artikel 3, eerste lid onder f. besluiten over de vaststelling van de gemeentelijke begroting, rekening, Kadernota en voortgangsrapportage;

Artikel 3, eerste lid onder i. bestemmingsplan- en structuurplanwijzigingen voor zover die uitsluitend betrekking hebben op de verplichte doorwerking van planologische kernbeslissingen, aanwijzingen die zijn gegeven op grond van de Wet ruimtelijke ordening en tracébesluiten.

Artikel 3, eerste lid onder i. besluiten ter uitvoering van een besluit van een hoger bestuursorgaan of de wetgever waaromtrent de raad geen enkele beleidsvrijheid heeft.

Artikel 5 Taken van de referendumkamer 1. Er is een referendumkamer. De referendumkamer heeft tot taak: a. de raad te adviseren over de toelaatbaarheid van een onderwerp waarover is voorgesteld of verzocht om een referendum te houden; b. de raad een voorstel te doen voor de vraagstelling voor referenda; c. te adviseren over de door het gemeentebestuur te verstrekken voorlichting over referenda en over de toekenning van bijdragen voor campagneactiviteiten; d. toezicht te houden op de uitvoering van de verordening; e. te adviseren bij geschillen tussen het gemeentebestuur, de indieners van een referendumverzoek en andere belanghebbenden; f. te adviseren over de evaluatie van gehouden referenda en van voorstellen en verzoeken die niet tot een referendum hebben geleid. 2. De referendumkamer adviseert voorts gevraagd en ongevraagd over aanpassingen van deze verordening, over de bij referenda en referendumverzoeken te volgen procedure en over overige zaken het referendum betreffende. 3. De adviezen van de referendumkamer zijn openbaar.

Artikel 5 Taken van de referendumkamer 1. Er is een referendumkamer. De referendumkamer heeft tot taak: a. het vaststellen en verstrekken van het formulier voor het indienen van de ondersteuningsverklaringen voor een inleidend referendumverzoek b. de raad te adviseren over: 1°. de toelaatbaarheid van een onderwerp waarover is voorgesteld of verzocht om een referendum te houden, 2°. de vraagstelling van een referendum, 3°. de datum van het te houden referendum, 4°. het papieren en digitale formulier voor de ondersteuningsverklaringen voor een definitief referendumverzoek, en 5° de evaluatie van gehouden referenda en van voorstellen en verzoeken die niet tot een referendum hebben geleid. c. burgemeester en wethouders te adviseren over: 1°. inhoud en ontwerp van de stempas en het stembiljet voor het referendum, 2°. de subsidieregeling en de verstrekking van subsidies als bedoeld in artikel 12, en; 3°. de te verstrekken voorlichting over referenda. d. toezicht te houden op de uitvoering van deze verordening, en e. klachten te behandelen in het kader van de toezichttaak, genoemd onder d; 2. De referendumkamer kan gevraagd en op eigen initiatief advies uitbrengen over aanpassingen van deze verordening, over de bij referenda en referendumverzoeken te volgen procedure en over alle overige zaken die het referendum betreffen en die zij van belang acht. 3.

De adviezen van de referendumkamer zijn openbaar.

Artikel 6, eerste lid De referendumkamer bestaat uit maximaal vijf leden.

Artikel 6, eerste lid De referendumkamer bestaat uit minimaal drie en maximaal vijf leden.

Pagina 1 van 5

Artikel 9, eerste lid Een verzoek van kiesgerechtigden om een referendum te houden dient uiterlijk een week voor de plenaire behandeling van het conceptraadsbesluit bij de raad te worden ingediend. Het verzoek moet zijn voorzien van de handtekeningen van 750 kiesgerechtigden.

Artikel 9, eerste lid Een verzoek van kiesgerechtigden om een referendum te houden dient uiterlijk twee weken voor de plenaire behandeling van het conceptraadsbesluit bij de raad te worden ingediend. Het verzoek moet zijn voorzien van 750 ondersteuningsverklaringen.

-

Artikel 9, tweede en derde lid Een ondersteuningsverklaring voor een inleidend referendumverzoek bestaat uit de handtekening met de daarbij behorende naam, adres [straat, huisnummer, woonplaats] en geboortedatum van een kiesgerechtigde. Voor het bepalen van de kiesgerechtigdheid geldt de datum waarop het verzoek bij de raad wordt ingediend. Ondersteuningsverklaringen worden geplaatst op een daartoe door de referendumkamer vastgesteld formulier waarop in ieder geval de titel van het ontwerp raadsbesluit is opgenomen. De referendumkamer informeert de raad en het college wanneer een dergelijk formulier wordt verstrekt.

Artikel 9, vierde lid Zo spoedig mogelijk na binnenkomst van een verzoek als bedoeld in het eerste lid verzoekt de griffier het college om te onderzoeken of het verzoek door een voldoende aantal kiezers is gedaan.

Artikel 9, zesde lid Zo spoedig mogelijk na binnenkomst van een verzoek als bedoeld in het eerste lid verzoekt de griffier de burgemeester te onderzoeken of het verzoek door een voldoende aantal kiezers is gedaan. Daartoe controleert de burgemeester de ondersteuningsverklaringen op kiesgerechtigdheid als bedoeld in het tweede lid.

Artikel 9, zesde lid Indien het verzoek betrekking heeft op een onderwerp zoals bedoeld in artikel 3, tweede lid, wijst de raad het verzoek af. De raad kan het verzoek eveneens, met redenen omkleed, afwijzen indien het verzoek betrekking heeft op een onderwerp waarvoor de primaire verantwoordelijkheid bij een andere overheid ligt, dat een bovenlokaal karakter heeft, of waarbij de raad vaststelt dat hij onvoldoende mogelijkheden ziet, dan wel niet bereid is, om te handelen conform een van de mogelijke uitslagen van het referendum.

Artikel 9, achtste lid Indien het verzoek betrekking heeft op een onderwerp zoals bedoeld in artikel 3, tweede lid, wijst de raad het verzoek af. De raad kan het verzoek eveneens, met redenen omkleed, afwijzen indien het verzoek betrekking heeft op een onderwerp waarvoor de primaire verantwoordelijkheid bij een andere overheid ligt, dat een bovenlokaal karakter heeft, of waarbij de raad vaststelt dat hij onvoldoende mogelijkheden ziet, dan wel niet bereid is, te handelen conform de mogelijke uitslag van het referendum

Artikel 9, achtste lid Zo spoedig mogelijk na het besluit om de kiesgerechtigden in de gelegenheid te stellen een definitief verzoek in te dienen, treedt de referendumkamer in overleg met vertegenwoordigers van de raad en van de indieners over de vraagstelling. Tenzij het presidium instemt met een andere periode, brengt de referendumkamer binnen twee weken na het genoemde besluit advies uit over de vraagstelling.

Artikel 9, tiende lid Zo spoedig mogelijk na het besluit om de kiesgerechtigden in de gelegenheid te stellen een definitief verzoek in te dienen, treedt de referendumkamer in overleg met in ieder geval vertegenwoordigers van de raad, van de indieners en het college over de vraagstelling. Tenzij het presidium instemt met een andere periode, brengt de referendumkamer binnen twee weken na het genoemde besluit advies uit over de vraagstelling.

Pagina 2 van 5

Artikel 10, eerste lid Een definitief verzoek tot het houden van een referendum kan worden ingediend door ten minste 5.000 kiesgerechtigden via het plaatsen van hun handtekening op een handtekeninglijst of via het inzenden van een ondersteuningsverklaring met gebruikmaking van DigiD. De handtekeninglijsten en de inhoud van de bij de digitale ondersteuning te gebruiken internetpagina vastgesteld door het presidium en zijn voorzien van de door de raad vastgestelde vraagstelling.

Artikel 10, eerste lid Een definitief verzoek tot het houden van een referendum kan worden ingediend door ten minste 5.000 personen die kiesgerechtigd zijn op de dag dat de in het vierde lid bepaalde termijn van zes weken begint. Dit gebeurt door het plaatsen van hun handtekening op een handtekeninglijst of via het inzenden van een ondersteuningsverklaring met gebruikmaking van DigiD. De handtekeninglijsten en de inhoud van de bij de digitale ondersteuning te gebruiken internetpagina worden na advies van de referendumkamer vastgesteld door het presidium en zijn voorzien van de door de raad vastgestelde vraagstelling.

Artikel 10, tweede lid Een ondersteuningsverklaring voor het definitief verzoek bestaat uit een handtekening met de daarbij behorende naam, adres [straat, huisnummer, woonplaats] en geboortedatum.

Artikel 10, tweede lid De handtekeninglijsten zijn gedurende zes weken beschikbaar in het Stadhuis en op ten minste vier andere door het college, in overeenstemming met de raad, aangewezen locaties. Het college draagt er zorg voor dat op een wekelijkse koopavond en op zaterdag ten minste een van deze locaties geopend is. Het inzenden van een ondersteuningsverklaring met gebruikmaking van DigiD is in dezelfde periode van zes weken mogelijk.

Artikel 10, derde lid De handtekeninglijsten zijn gedurende zes weken beschikbaar in het Stadhuis en op ten minste twee andere door het college, in overeenstemming met de raad, aangewezen locaties. Het college draagt er zorg voor dat op een wekelijkse koopavond en op zaterdag ten minste een van deze locaties geopend is. Het inzenden van een ondersteuningsverklaring met gebruikmaking van DigiD is in dezelfde periode van zes weken mogelijk.

Artikel 10, derde lid De in het tweede lid genoemde termijn van zes weken vangt aan op een door het college, in overeenstemming met de raad, bekend te maken dag. In de bekendmaking wordt aangegeven op welke locaties en gedurende welke tijdstippen de handtekeninglijsten beschikbaar zijn en via welke internetpagina digitale ondersteuning mogelijk is. Indien het benodigde aantal geldige handtekeningen of digitale ondersteuningen al eerder dan na zes weken is verkregen, kan de mogelijkheid tot het plaatsen van een handtekening en het inzenden van een digitale ondersteuning worden beëindigd.

Artikel 10, vierde lid De in het vorige lid genoemde termijn van zes weken vangt aan en eindigt op een door het college, in overeenstemming met de raad, bekend te maken dag en tijdstip. In de bekendmaking wordt aangegeven op welke locaties en gedurende welke tijdstippen de handtekeninglijsten beschikbaar zijn en via welke internetpagina digitale ondersteuning mogelijk is. Indien het benodigde aantal geldige handtekeningen of digitale ondersteuningen eerder dan na zes weken is verkregen, kan de mogelijkheid tot het plaatsen van een handtekening en het inzenden van een digitale ondersteuning worden beëindigd.

Artikel 10, vijfde lid In overleg met het presidium wordt periodiek onderzocht in hoeverre de geplaatste handtekeningen en ingezonden ondersteuningsverklaringen geldig zijn.

Artikel 10, zesde lid In overleg met het presidium wordt door de burgemeester periodiek onderzocht in hoeverre de geplaatste handtekeningen en ingezonden ondersteuningsverklaringen geldig zijn. De burgemeester controleert de ondersteuningsverklaringen daartoe op kiesgerechtigdheid als bedoeld in het eerste lid.

Pagina 3 van 5

Artikel 11 Tegelijk met een besluit om een referendum te houden of zo spoedig mogelijk daarna bepaalt de raad met inachtneming van een advies van het college de datum van het referendum.

Artikel 11 1. Tegelijk met een besluit om een referendum te houden of zo spoedig mogelijk daarna bepaalt de raad met inachtneming van een advies van het college en van de referendumkamer de datum van het referendum. 2. Het referendum vindt plaats uiterlijk vier maanden na de dag waarop besloten is tot het houden van een referendum. De raad kan deze termijn met ten hoogste twee maanden verlengen om het referendum te combineren met een reguliere verkiezing of om te voorkomen dat het referendum in een schoolvakantie voor het basisen voortgezet onderwijs valt die voor de regio is aangewezen.

Artikel 12, tweede lid Het college stelt met inachtneming van een advies van de referendumkamer nadere regels vast voor de voorwaarden waaraan moet worden voldaan om in aanmerking te komen voor een bijdrage in de kosten van de campagneactiviteiten.

Artikel 12, tweede lid Het college stelt met inachtneming van de Algemene Subsidieverordening gemeente Leiden (ASV) en een advies van de referendumkamer nadere regels vast met de voorwaarden waaraan moet worden voldaan om in aanmerking te komen voor een bijdrage in de kosten van de campagneactiviteiten. Daarbij zijn de aanvraagtermijn in artikel 8, lid 3 en de beslistermijn in artikel 9, lid 2 ASV niet van toepassing en kan worden afgeweken van de weigeringsgronden in artikel 10 ASV.

Artikel 13 1. De kiesgerechtigden ontvangen voor het referendum een afzonderlijke oproepingskaart of stempas. 2. Op de gang van zaken bij het referendum is het bepaalde in de Kieswet en het Kiesbesluit van overeenkomstige toepassing.

Artikel 13 1. De kiesgerechtigden ontvangen voor het referendum een afzonderlijke oproepingskaart of stempas. Voor het bepalen van de kiesgerechtigdheid geldt de datum van het referendum conform artikel 11. 2. Op de procedure ter voorbereiding, stemming, en de vaststelling en bekendmaking van de uitslag van het referendum zijn de hoofdstukken B, E, paragrafen 2 en 4, J, L, N, paragraaf 1, en P, paragrafen 1 en 4, van de Kieswet van overeenkomstige toepassing, voor zover bij deze verordening niet anders is bepaald.

Artikel 14 1. Het referendum is geldig indien het aantal uitgebrachte geldige stemmen meer bedraagt dan 30% van het aantal kiesgerechtigden. 2. Indien het referendum geldig is, wordt de uitslag bepaald door de keuzemogelijkheid waarop de meeste geldige stemmen zijn uitgebracht.

Artikel 14 1. Het referendum is geldig indien het aantal uitgebrachte geldige stemmen meer bedraagt dan 30% van het aantal kiesgerechtigden. 2. Indien het referendum geldig is, wordt de uitslag bepaald door de keuzemogelijkheid waarop de meeste geldige stemmen zijn uitgebracht. 3. Het centraal stembureau berekent de uitslag van het referendum en geeft aan hoeveel stemmen voor en tegen het ontwerp raadsbesluit zijn uitgebracht alsmede het aantal blanco en ongeldige stemmen en het aantal stemmen bij volmacht. Het centraal stembureau stelt vast of een meerderheid voor dan wel tegen het ontwerp raadsbesluit heeft gestemd, waarbij blanco en ongeldige stemmen buiten beschouwing worden gelaten.

Pagina 4 van 5

4. Het centraal stembureau brengt de uitslag over aan de raad, vergezeld van het proces-verbaal, en maakt beide onverwijld bekend op een algemeen toegankelijke wijze. 5. De raad doet op basis van het door het centraal stembureau vastgestelde proces-verbaal en het advies van de Commissie Geloofsbrieven een uitspraak over of de stemming op wettige wijze is geschied.

Artikel 16 De in de artikelen Z1, Z2, Z3, Z4, Z6, Z7 en Z8 van de Kieswet opgenomen strafbepalingen zijn van overeenkomstige toepassing op een referendum als bedoeld in deze verordening, met dien verstande dat naar aanleiding van de in de artikelen Z1 tot en met Z4 bedoelde strafbare feiten alleen hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie kan worden opgelegd, en dat naar aanleiding van de in de artikelen Z6 tot en met Z8 bedoelde strafbare feiten alleen hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie kan worden opgelegd. De in deze artikelen bedoelde strafbare feiten worden beschouwd als overtredingen.

Artikel 16 Met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie wordt gestraft degene die: a. stembiljetten, volmachtbewijzen of stempassen namaakt of vervalst met het oogmerk deze als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; b. stembiljetten, volmachtbewijzen of stempassen die hij zelf heeft nagemaakt of vervalst of waarvan de valsheid of vervalsing hem, toen hij deze ontving, bekend was, opzettelijk als echt en onvervalst gebruikt of door anderen doet gebruiken; c. stembiljetten, volmachtbewijzen of stempassen voorhanden heeft met het oogmerk om deze wederrechtelijk te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; d. als gemachtigde stemt voor een persoon, wetende dat deze is overleden; e. bij een referendum door gift of belofte een kiesgerechtigde omkoopt om volmacht te geven tot het uitbrengen van zijn stem; f. stelselmatig personen aanspreekt of anderszins persoonlijk benadert ten einde hen te bewegen het formulier op hun oproepingskaart, bestemd voor het stemmen bij volmacht, te ondertekenen en deze kaart af te geven.

Pagina 5 van 5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10972330/1