210143 Bijlage 1 Nota van beantwoording op conceptnota Leids religieus erfgoed, kaders voor de toekomst
Tekst van het document
Nota van beantwoording op conceptnota Leids religieus erfgoed, kaders voor de toekomst Inleiding Op 5 oktober 2021 heeft het college van B&W de conceptnota Leids religieus erfgoed, kaders voor de toekomst, vastgesteld voor de inspraak (BW 21.0465). De inspraak liep van 8 oktober 2021 tot en met 18 november 2021. Met dit beleid heeft de gemeente aandacht voor de toekomst van het Leids religieus erfgoed; de monumentale gebedshuizen in Leiden (kerk, moskee, synagoge etc.). De nota bevat een uitgebreide inventarisatie en waardenstelling van de gebedshuizen, met een focus op de monumentale gebedshuizen. In de nota is aandacht voor de toekomst van de monumentale / historische gebedshuizen. In geval van eventuele herbestemming is de herbestemmingsladder als toetsingskader opgenomen.
Reacties Schriftelijk zijn in totaal 12 reacties binnengekomen. Wij hebben reacties ontvangen van: •
1 inwoner
•
11 andere belanghebbenden (stichtingen, verenigingen en andere vertegenwoordigingsorganisaties)
Het college van burgemeester en wethouders heeft veel waardering voor alle mensen die de moeite hebben genomen hun zienswijze in te dienen. Het college hecht eraan dit vooraf te benadrukken, omdat soms de omvang van de reacties op de inspraakreacties korter is dan de inspraakreactie zelf. Ook wordt soms verwezen naar een beantwoording bij een andere inspraakreactie omdat de aard van de inhoud van de inspraakreacties hetzelfde is.
Procedure Het college stelt zijn antwoord op de inspraakreacties met een B&W-besluit vast en legt de gewijzigde conceptnota Leids religieus erfgoed 2021, kaders voor de toekomst, vervolgens ter vaststelling aan de gemeenteraad voor.
Inspreker
Ingekomen reactie
Reactie van het college
Gevolgen voor het besluit
1
Inspreker heeft diverse aanvullingen en verbeteringen ten aanzien van de beschrijving van hun gebedshuis, zoals de officiële naamsvermelding van het genootschap, de juiste architect van het gebouw, de recente wijziging aan het interieur en extra foto’s.
Dank aan de inspreker voor alle toevoegingen en verbeteringen. Wij nemen deze alle graag over.
Op pagina’s 20, 86 en 190/191 zijn diverse redactionele wijzigingen doorgevoerd en het ter beschikbaar gestelde beeldmateriaal ingevoegd.
2a
Inspreker vindt het een sterke visie op het religieus erfgoed maar heeft drie vragen:
2b
Wat is de "Christelijk Gereformeerde kerk aan de Middelstegracht" (p. 81/82)? Wordt misschien de Gereformeerde Gemeente op de hoek Nieuwe Rijn / Middelstegracht bedoeld?
Deze, in 1975 gesloopte, Christelijk Gereformeerde (later Gereformeerde) kerk lag tegenover het huidige adres Middelstegracht 123 / 121.
Geen
2c
Is er bij de transformatieladder ook rekening gehouden met mogelijke bezwaren van de huidige eigenaar tegen sommige herbestemmingen? Bijvoorbeeld katholieke kerken zien niet graag dat hun gebouw een uitgaansgelegenheid wordt, of een moskee.
Het college is zich bewust van het feit dat sommige eigenaren bezwaar hebben tegen bepaalde functies. Er is binnen de treden van de transformatieladder voldoende ruimte om hier rekening mee te houden. De eigenaar blijft zelf aan het roer. De treden schrijven niet een specifieke functie voor maar zeggen meer iets over de publieke toegankelijkheid en de ervaarbaarheid van de ruimte en monumentaliteit. De functies in de laatste kolom zijn slechts voorbeeldfuncties.
Geen
2d
Bestuurskracht en aanbod van vrijwilligers worden als zwaktepunten gezien. Kan de gemeente (of EL&O) hier geen rol in spelen? Bijvoorbeeld door bepaalde taken uit
De gemeente heeft vele opgaven en beschikt over beperkte capaciteit en middelen. Wij kunnen geen taken uit handen nemen van de eigenaar.
Geen
3
handen te nemen, en/of door kerken in contact te brengen met potentiële vrijwilligers?
De gemeentelijke inzet is beperkt, maar binnen de bestaande middelen en capaciteit doen we wat we kunnen, bijvoorbeeld door in toekomstig beleid (zoals maatschappelijk / vrijwilligersbeleid) rekening te houden met voorliggende nota.
Inspreker geeft aan dat de Internationale kerk van Leiden niet op het overzicht voorkomt. De kerk bestaat sinds 2004 en dient zowel de internationale gemeenschap als de Nederlandse bevolking. De gemeenschap heeft geen eigen gebouw maar ontmoet elkaar in een school. Is het mogelijk dat de gemeenschap aan de nota wordt toegevoegd en zo ja, wat moet hiervoor worden aangeleverd?
De nota is uitgegaan van een inventarisatie van de nog bestaande als gebedshuizen gebouwde gebouwen. Dus dat is de reden waarom de Internationale kerk – en ook andere gemeenschappen zonder vaste locatie - niet is genoemd; zij heeft geen eigen, als zodanig gebouwd gebedshuis. Dat neemt niet weg dat deze gemeenschappen van belang kunnen zijn in het kader van de nota, zeker als zij op zoek zijn naar een vaste of tijdelijke locatie en dit kan worden gecombineerd met bestaande gebedshuizen. Wij hebben geen inventarisatie van deze gemeenschappen, maar zullen wel in algemene zin hier een alinea in de nota aan wijden.
Toegevoegd op p 9, inleiding, onder kaders, punt 2: Uiteraard kent Leiden ook denominaties die een gebouw gebruiken dat niet binnen deze definitie past (bijv. een school). Deze worden in deze nota buiten beschouwing gelaten, maar zouden eventueel wel een rol kunnen spelen in het gebruik van ruimtes in de bedehuizen. En kleine tekstuele aanvulling op p 275
4
Inspreker is blij dat de nota er ligt en juicht de belangstelling voor dit onderwerp toe. Heeft een aantal kritische kanttekeningen en suggesties om de nota aan te passen, aan te vullen en te verbeteren.
Geen
4a
Visie op erfgoed en rol gemeente ontbreekt: Inspreker meent dat de nota geen duidelijke De nota ziet het religieus erfgoed als een belangrijk positiebepaling van het gemeentebestuur bevat. Cruciaal onderdeel van het Leidse erfgoed maar de is dat de nota geen beleidsvoornemens bevat. Bij concrete verantwoordelijkheid hiervoor ligt in de eerste plaats bij
Geen
aangelegenheden wordt gesteld dat - als het zo ver is bekeken wordt of het gemeentebestuur actie moet ondernemen. Inspreker betreurt dit omdat de nota voldoende aanleiding geeft om sommige (thans onbeschermde) religieuze gebouwen voor te dragen als gemeentelijke monument of karakteristiek pand. In die zin is de nota geen visie. Verwijst naar Utrecht en Gouda die een perspectiefrijker beeld van het eigen handelen geven. Inspreker daagt het gemeentebestuur uit om – in aanvulling op deze nota – een visie op het religieus erfgoed te presenteren, met daarin een rolbepaling en voorgenomen acties en beleidslijnen die voor nu en in de toekomst houvast bieden van het te voeren beleid.
de eigenaren. De rol van de gemeente in zowel instandhouding als herbestemming is beperkt tot de acties zoals opgenomen in H 10.
Ook de stap van waardenbepaling naar transformatieladder is onduidelijk. Is ieder gebouw dat een lage waarde heeft nu vogelvrij verklaard? Ook als het goed her te bestemmen is? Inspreker hoopt van niet.
De waardebepaling heeft als doel aan te geven wat de Geen waarden zijn die voor de gemeente Leiden (o.a. vanuit erfgoed) belangrijk zijn bij het toetsen van een voornemen tot functiewijziging. Op grond van deze waardebepaling hebben de gebouwen een plek gekregen op de transformatieladder (zie ook p. 65). Dat betekent uiteraard niet dat lager gewaardeerde gebouwen of aspecten ‘moeten’ verdwijnen. Een herbestemming kan vanuit andere beleidsoptiek zeer zinvol zijn. Vanuit erfgoed geldt dat herbestemming in algemene zin de voorkeur geniet boven sloop. Als zich daartoe goede kansen voordoen zal dat worden ondersteund. Bij een lage waardering zal hier door de gemeente echter vanuit erfgoed minder sterk op worden ingezet.
Aanwijzingsbeleid De nota concentreert zich in hoofdzaak op de toekomst van de bestaande monumenten. Deze nota geeft geen directe aanzetten tot een thematisch aanwijzingsbeleid voor religieus erfgoed. Het college heeft een aantal jaar geleden een aantal onderzoeksthema’s vastgesteld, zoals de wederopbouw en de jaren 70. Eventueel kunnen daar nog aanwijzingen uit voortkomen. Op basis daarvan is het mogelijk dat ook religieuze gebouwen nog voor aanwijzing in aanmerking komen.
4b
4c
Waardering van erfgoed is onduidelijk en incompleet: Inspreker geeft aan dat de waardebepaling zich beperkt tot 20 gebedshuizen. Op reliwiki staan er veel meer, die nu buiten beeld blijven. De gebedshuizen die niet bij de 20 horen vallen ten onrechte buiten beschouwing. Terwijl deze juist mogelijk extra aandacht behoeven of een bescherming nodig hebben. Pleit voor uitbreiding van de lijst.
Wij hebben bewust niet gekozen voor een grotere kerngroep van gebouwen.
Inspreker is verbaasd over de waardebepaling op blz. 52, gebaseerd op de systematiek van dr. Herman Wesselink. Deze systematiek wordt zonder duidelijke onderbouwing geamendeerd. Het commentaar van dr. Herman Wesselink is voor inspreker aanleiding om aan te dringen op een hernieuwde waardebepaling door een kleine commissie van relevante deskundigen. Diverse waarderingen zijn discutabel en lijken meer ingegeven te zijn door beleidsmatige overwegingen dan objectieve bepalingen. De huidige toepassing strookt niet de waarden die volgens inspreker in het geding zijn.
Er is geen sprake van het toepassen of amenderen van één bestaande systematiek. Zoals in de nota vermeld, hebben voor deze systematiek verschillende waarderings-systematieken als inspiratie gediend. De gehanteerde systematiek is door KAAder kerkadvies ontwikkeld voor kerkenvisies, met daarin oog voor de plaats ervan in het proces en de schaal waarop deze wordt toegepast. Belangrijke factoren daarbij zijn o.a. de onderlinge relativiteit van de waardering, de mate van detail en de specifieke onderwerpen die bij bedehuizen horen. De systematiek is ook specifiek op de lokale situatie aangepast. Zij biedt daarbij inzicht in de
Geen
De kerngroep van de nota bevat de gebedshuizen met een evidente cultuurhistorische waarde. Het overgrote deel daarvan is rijks- of gemeentelijk monument. Hiervan staat de cultuurhistorische waarde vast. Bij de selectie is ook de focus gelegd bij de gebedshuizen die nog als zodanig in gebruik zijn. Dit is de groep waar ook de problematiek ligt. Voor deze insteek is mede gekozen omdat we de beperkte middelen en capaciteit willen inzetten waar dit het meest nodig is. In een tweede ring rond de kerngroep zijn ook de niet monumentale – historische gebedshuizen benoemd. Deze staan gewaardeerd op p 258. Hierbij hebben we geen gebouwen opgenomen die niet als gebedshuis herkenbaar zijn of gebedshuizen die in de loop van de tijd verdwenen zijn. Geen
waarden, ten opzichte van de andere bedehuizen in Leiden. Wij zien in de reactie van de heer Wesselink geen aanleiding om aan te nemen dat uit een herziening van de waardering grote verschillen met de huidige waardering zullen voortvloeien. Uiteraard is het geen exacte wetenschap, dus voor specifieke onderdelen van de waardering is uiteraard altijd discussie mogelijk; de rol en betekenis van deze waardering in het verder proces is o.a. weergegeven op p. 49, p. 272 en p. 275. N.a.v. enkele specifieke inspraakreacties zullen we nog enkele aanpassingen doen. Bij een daadwerkelijke herbestemming in het kader van de erfgoedwetgeving zal indien relevant altijd een nadere waardenstelling worden gevraagd bij monumenten. Op basis hiervan zal de definitieve afweging worden gemaakt. Onduidelijk is waarop de opmerking over de beleidsmatige overwegingen is ingegeven. De waarderingen zijn zo objectief en inhoudelijk mogelijk opgesteld, niet ingegeven door beleidsmatige overwegingen. Daarbij is ook de expertise van Erfgoed Leiden gebruikt. Ook is er - juist daarom - gebruik gemaakt van externe expertise. De inhoudelijke omschrijvingen die ten grondslag liggen aan de waardering zijn te vinden vanaf p. 260. De conceptnota is voorgelegd aan de Adviescommissie Cultuurhistorie Leiden. De commissie geeft aan: De inventarisatie is objectief en informatief en Leiden beschikt
daarmee over een goed onderbouwde beschrijving van religieuze bouwwerken en hun monumentaliteit. 4d
4e
Nota leidt niet tot acties: Aan de nota ontbreekt een actieplan. Behalve het gesprek als een gebedshuis zou gaan sluiten. Wat de gebedshuizen mogen verwachten van de gemeente wordt niet duidelijk. Hierdoor is het eenrichtingsverkeer. Een te afwachtende houding kan consequenties hebben, zo is gebleken in het verleden (Lutherse Kerk). Inspreker heeft begrip dat gemeente niet in het privaatrechtelijke kan treden, maar dit kan niet betekenen dat gemeente zich uitsluitend beperkt tot het publiekrechtelijke (toetsing van sloop, transformatie of renovatie bij planvorming). Tussen privaat en publiekrecht verwacht inspreker visie, proactief optreden en een uitgestoken hand. Pleit voor een actieve bescherming van een aantal objecten dat nog niet beschermd is, en tevens voor een proactieve en concrete aanpak van gebouwen (en interieurs) waarvoor mogelijk op middellange termijn ontwikkelingen dreigen. Deze aanpak moet een uitgestoken hand zijn naar de huidige eigenaren. Interieurs vragen om meer aandacht: Inspreker hecht er zeer aan dat het interieur en roerend erfgoed beter tot zijn recht komt. Herbestemming hiervan komt niet ter sprake, maar ook daarbij zijn er problemen zoals bij de verkoop van de kroonluchter van de Lutherse kerk.
Niet duidelijk is welke kerken op onroerend ?? (redactie; inspreker bedoelt hier roerend) erfgoed zijn geïnventariseerd, bijvoorbeeld door de SKKN of kerkcollectie digitaal. Interieurs en ensemblewaarde zijn in Nederland vogelvrij dus hier ligt een belangrijk
Geen Hoofdstuk 10 – p 73,74 – geeft een beeld van de acties van de gemeente. Er is gekozen voor een terughoudende rol van de gemeente, met het oog op beschikbare middelen en capaciteit.
Actieve bescherming ; zie antwoord 4b
Geen De waarde van het nagelvaste interieur is zeker meegenomen in de afwegingen (zie pag. 256). U constateert terecht dat roerende collecties niet beschermd zijn. Dit komt echter voort uit de wettelijke regelingen hieromtrent. De bedehuizen zijn dan ook niet geïnventariseerd op roerende collecties. De omgang met de inventaris zal ter sprake worden gebracht bij concrete herbestemmingsopgaven, maar we kunnen niks afdwingen.
aandachtspunt. Inspreker ziet het hoofdstuk met betrekking tot interieurs graag verder versterkt en uitgebreid. 4f
Verbreed het denken over kerkgebouwen: Kerk is ook emotie. Bewoners dienen te worden betrokken bij de (her)bestemming van hun kerkgebouwen. Denk bv. aan de bewoners van de Hooglandse Kerkgracht die ten aanzien van de Lutherse kerk de dialoog zijn gestart. Houdt de gemeente bij herbestemming voldoende rekening met de betrokken woonomgeving? Idealiter zou de herbestemming breder moeten worden getrokken; behalve gemeente en eigenaar bijvoorbeeld ook de Historische Vereniging Oud Leiden, Universiteit en Rijnlands Architectuur platform. Graag ziet inspreker een voornemen van het gemeentebestuur over het betrekken van een bredere kring van betrokkenen en deskundigen in een aanvullend beleidsdocument van het college.
De nota zet nu in op een goed en regelmatig contact met Geen de huidige eigenaar om te stimuleren dat er vroegtijdig contact is voordat er onomkeerbare besluiten vallen en dat een goede herbestemming wordt gevonden bij verkoop (aan wie verkoop je het en met welke voorwaarden?). De eerste verantwoordelijkheid, ook voor een bredere participatie, en zeggenschap ligt echter bij de eigenaar.
4g
Tot slot is inspreker graag bereid tot nader overleg, over inhoud en waardebepaling. Is bereid hier naar vermogen in bij te staan.
Wij stellen de samenwerking met inspreker in diverse dossiers altijd zeer op prijs.
4h
In de bijlage geeft inspreker aanvullende opmerkingen ter verbetering van de nota. Inspreker ziet het meer als een kwantitatief dan kwalitatief rapport, meer een catalogus, met een overvloed aan foto’s. Vindt de beleidsmatige toegevoegde waarde nihil, dan wel hinderend. Landelijk bijeengesprokkelde waarden leiden tot een hiërarchische rangorde op onwrikbare beperkingen in transformatie en daarmee gebruiksmogelijkheden en zonder vraagstelling
Er is geen sprake van onwrikbare beperkingen. De Geen transformatieladder zet in op het zoeken naar de best haalbare kwaliteit, zonder daarbij absolute regels op te leggen. Er moet juist ruimte zijn voor een goed idee. Ook kan de wereld er over 10 jaar anders uitzien, waardoor het nu niet goed is in te schatten wat op dat moment de beste oplossing is. Door toepassing van het kader zoals in de nota is opgenomen hebben we het juist niet in beton gegoten in Leiden.
naar economische haalbaarheid. Verwijst naar Gouda en Utrecht die een hoger niveau hebben qua kerkenvisie.
Op meerdere plaatsen in de nota wordt de waardering en daarmee de plek op de ladder - benoemd als een vertrekpunt voor verdergaand en gedetailleerder onderzoek. Vooral p. p.49 en p. 272 (onder 3). Expliciet staat op p. 275 (Proces en onderbouwing) opgenomen dat de ladder een leidraad vormt en dat daarbinnen – mits breed gemotiveerd en gefundeerd onderbouwd – van trede gewisseld kan worden. In Gouda was er vanuit de kerken zelf behoefte aan het adresseren van de roerende collecties. In Utrecht heeft de gemeente gekozen voor een vergaande inkadering van de ontwikkelmogelijkheden van de afzonderlijke gebouwen. Voor beide is in Leiden niet gekozen.
De diverse opmerkingen van de inspreker zijn hieronder opgenomen en zijn in drie categorieën te verdelen: wetenschappelijke waarde / bronnen, het waarderingskader en overige opmerkingen 4i
4j
Wetenschappelijke waarde / bronnen Zonder index, literatuuroverzicht, bronvermelding en conclusie is de wetenschappelijke waarde van dit rapport nul. Beter was het geweest om het rapport op te delen in twee delen; een deel met het overzicht van alle kerken (met literatuur en bronverwijzingen) en een overig deel (blz. 1 t/m 83 en 228 t/m 284) Het rapport bevat geen literatuur en bronvermeldingen (op een enkele uitzondering na). Welke bronnen zijn gebruikt? Inspreker verwijst naar relevante websites.
Geen Dit is geen wetenschappelijk rapport maar een beleidsnota. De nota bestaat al uit twee delen; t/m blz. 75 is het beleidsmatige deel, daarna volgen de bijlagen.
Een terechte opmerking. We voegen een algemene lijst met gebruikte bronnen toe.
Een algemene bronnenlijst is toegevoegd.
4k
Foto’s zijn niet voorzien van bijschriften, maar zijn wel relevante bronnen van onderzoek en dienen dus ook zo te worden gepresenteerd. Bovendien hoeft het rapport niet zo overdadig te worden geïllustreerd. Wat is de relevantie van de foto van de watertoren?
Het is geen wetenschappelijke publicatie maar een beleidsdocument. Dat is een belangrijk verschil. Het bekend maken met de rijkdom aan religieus erfgoed is mede doel van deze nota en de afbeeldingen dragen daaraan bij. Dat is de toegevoegde waarde van het vele beeldmateriaal. De foto van de trap in de watertoren betreft slechts een foto van een trap bij de toelichting van de herbestemmingsladder en is de vrijheid van de vormgever.
Geen
4l
Diverse foto’s zijn gekopieerd van de website Kerkfotografie Nederland, maar zijn zonder toestemming en bronvermelding overgenomen en zijn bovendien van inferieure kwaliteit. Dat is amateuristisch en gaat tegen auteursrecht in.
Wij betreuren het dat er per abuis beeldmateriaal zonder toestemming is gebruikt en vervangen dit door ander beeldmateriaal. Het uitgangspunt was uiteraard de toepassing van eigen of rechten-vrij beeldmateriaal.
Beeldmateriaal dat per abuis niet rechtenvrij was, is verwijderd of vervangen door eigen materiaal of rechtenvrij materiaal.
4m
Kijkend naar de database reliwiki zijn vele gebouwen of onderdelen daarvan buiten beschouwing gebleven. Inspreker noemt enkele voorbeelden, zoals het stiltecentrum in LUMC, Kapel Diaconessenhuis, Kapel Bonaventuracollege.
Zie eerdere beantwoording, nummer 4b Het stiltecentrum is architectonisch niet als gebedshuis herkenbaar, evenals de kapel Bonaventuracollege (zit in het schoolgebouw). De kapel van het Diaconessenhuis is echter wel als afzonderlijk gebedshuis architectonisch vormgeven en wordt daarom toegevoegd in het totaaloverzicht.
Kapel van het Diaconessenhuis is toegevoegd.
4n
Waarderingskader De belangrijke grafiek waardebepaling gebedshuizen in Leiden op p. 52 en 258 roept vragen op zoals
Zie ook antwoord 4 c
Geen
De Pieterskerk krijgt een hogere waarde als religieus gebouw dan de Hooglandse kerk; dat zou andersom moeten zijn.
De Pieterskerk is de oudste parochiekerk van Leiden en daarmee staat dit gebouw voor het begin van de RoomsKatholieke kerk in de stad Leiden. Het onderscheid is klein maar er is toch voor een onderscheid (licht en donkergroen) gekozen.
4o
Op p. 262 blijven de essentiële waarden van de Lutherse kerk onbenoemd. Het interieur behoort tot de 100 mooiste kerkinterieurs van Nederland. Opmerkelijk is dat de waardering van dit interieur niet de hoogste prioriteit heeft gekregen.
Zie antwoord onder 10 d.
Zie antwoord 10 d.
4p
Er lijkt een spanning te zijn tussen het waardestellend onderzoek van de Antoniuskerk van 9 november 2018 en de recentere waardenbepaling. Inspreker vraagt om toelichting.
Voor de Antoniuskerk is in 2018 een waardenstelling gemaakt t.b.v. de procedure monumentenstatus. Er is een positief advies van de Adviescommissie Cultuurhistorie Leiden uitgebracht. In de waardebepaling wordt wel degelijk waarde toegekend aan zowel het gebouw als de nagelvaste inventaris (glas in lood). Daarmee is de waardebepaling naar ons idee in lijn met de door de ACL vastgestelde waarde. Op grond van een bredere belangenafweging heeft het college de Antoniuskerk niet aangewezen als beschermd monument. Het maakt deel uit van een ontwikkellocatie (ontwikkelperspectief Zuidwest).
Geen
4q
De Petruskerk bevat authentieke interieurelementen, maar de waardestelling in de nota is slechts ‘enigszins’ en ‘redelijk’ van (beperkt) belang.
Het bevat inderdaad enkele oorspronkelijke interieuronderdelen, echter de bedoelde afwerking van het interieur is maar zeer ten dele tot uitvoering gekomen en is in de loop van de tijd redelijk ingrijpend gewijzigd. Daarom zijn we tot de betreffende waardering gekomen.
Geen
4r
Omdat de waardestelling zo veel vragen oproept heeft inspreker aan dr. Herman Wesselink gevraagd of de waardestelling naar zijn model juist is toegepast. Inspreker voegt het antwoord van de heer Wesselink toe: - De vier hoofdcriteria zijn prima
Zie antwoord 4c
Geen
Er is bewust gekozen om geen hiërarchische rangorde op te stellen door het niet toepassen van een
-
-
-
4s
Per hoofdcriterium worden echter drie subcriteria toegevoegd waar dhr. Wesselink dat bij twee houdt; hierdoor is de methodiek onoverzichtelijker en moeilijker te implementeren, ook omdat ze elkaar neigen te overlappen. Voor een goed oordeel moeten alle criteria onderscheidend zijn en zou eigenlijk een puntensysteem moeten worden gehanteerd. Het zou kunnen dat hierdoor een gebedshuis niet de waardering krijgt dat het eigenlijk zou moeten krijgen. Mist de aansluiting naar de praktijk; in de overstap naar de transformatieladder is niet duidelijk hoe de methode Wesselink daarin is toegepast. Kan zich wel vinden in het waardeoordeel voor alle Leidse gebedshuizen – er is aan best veel gebouwen terecht een hoge waardering interieurwaarde toegekend – maar het is niet (helemaal) duidelijk hoe samensteller aan deze conclusies komt en in hoeverre is toegepast wat in eerdere hoofdstukken is beschreven.
Overige opmerkingen: Het rapport is samengesteld door KAAder kerkadvies. Wat is de expertise van KAAder kerkadvies? Wat is het CV van betrokken medewerkers?
Wat was de opdracht?
puntentelling. Om een hiërarchische rangorde te voorkomen. Het gaat niet om een discussie over welke kerk belangrijker is dan de andere, maar waar – relatief ten opzichte van elkaar – de waarden zitten. In het transformatieproces zoals opgenomen in de nota wordt de aansluiting naar de praktijk toegelicht. Na de inventarisatie en het overzicht en de beschrijvingen volgt een waardebepaling met onderbouwing / korte omschrijving per punt (vanaf p. 260). Vervolgens wordt een gebouw – op basis van de waardering – op de ladder geplaatst.
Het bureau KAAder kerkadvies heeft jaren ervaring in het herbestemmingsproces van (monumentale) kerkgebouwen en was als procesbegeleider betrokken bij de Pilot Kerkenvisies van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Het bureau heeft architectuurhistorici in dienst en werkt op vast basis samen met architectuurhistorici.
De opdracht van de gemeente betrof de nog als gebedshuis in gebruik zijn historisch monumentale gebedshuizen, dus deze focus lag al in de opdracht. Zo zien zij de Oud Katholieke kerk als onderdeel van de Rooms-Katholieke kerk. Dat zijn geen te relateren genootschappen.
Noot toegevoegd op p 239: (*) De gehanteerde indeling in De indeling in denominaties is vooral gebaseerd op denominaties is o.a. gebaseerd gebouwtypen en -eigenschappen omdat de nota over op voorkomende gebouwtypen gebouwen gaat. Het gaat dus niet primair over religieuze en – eigenschappen. De indeling gemeenschappen en is ook zeker niet bedoeld om de doet daarmee niet per definitie onderlinge verschillen en historie te negeren. Misschien recht aan de religieuze is dit wat verwarrend. Dit zullen we verduidelijken door voorgeschiedenis. middel van een noot.
4t
Het is van belang om de voorgangergeschiedenis in beeld te brengen. Kerken van na 1800 zijn vaak voortzettingen van oude schuilkerken. Dat geeft belangrijke inzichten in overgedragen erfgoed.
Het is geen uitputtend onderzoek en dat is in dit kader ook niet noodzakelijk. Uiteraard zijn we ons bewust van de complexe geschiedenis van de diverse gemeenschappen en gebouwen. We realiseren ons ook dat in een beleidsdocument als dit daar nooit recht aan gedaan kan worden.
Geen
4u
Binnen de HVOL bestaat veel kennis, ook wetenschappelijke kennis en ervaring. De HVOL wil dit graag inzetten voor behoud van erfgoed.
Dit waardeert het college ook. Op diverse fronten wordt Geen samengewerkt met Erfgoed Leiden - HVOL, zoals bv. in het verleden met de monumentale kunst, betrokkenheid bij het huidige onderzoek jaren ‘70 etc. Wij waarderen de rol van de HVOL in diverse maatschappelijke discussies.
4v
Niets wordt in landelijke context geplaatst. Gebouwen in Leiden zijn makkelijk verhandelbaar dan in dorpen. De problemen zijn hier dus anders. Het grootste probleem is dat projectontwikkelaars de kerk als beleggingsobject of exploitatieobject zien, maar dit complexe probleem wordt niet behandeld in de nota, ook niet qua oplossing.
De opgave per gebouw wordt pas in kaart gebracht op het moment dat het gebouw in een fase van een herbestemming en / of transformatie terecht komt. We zijn op zoek gegaan naar de plaatselijke problematiek: daarom zijn we in gesprek gegaan met de kerken en diverse stakeholders. De gedachte dat een nieuwe
Geen
Problemen dienen per kerk in kaart te worden gebracht. Zo hebben rooms-katholieke kerken te maken met regels van het Bisdom.
eigenaar anders met de waarden van een bedehuis omgaat dan wellicht gewenst, is mede aanleiding voor deze nota geweest. De waarden die we willen behouden komen in beeld en er wordt een proces geschetst dat hopelijk voorkomt dat de religieuze gemeenschap al onomkeerbare stappen heeft gezet. Daar komt bij dat de problematiek én de oplossing per gebouw verschilt en vooral ook in de tijd anders kan zijn.
4w
Mogelijk publieke functies – die als ideaal worden voorgesteld – zijn mogelijk niet verenigbaar met al bestaande publieke gebouwen. Daar wordt geen aandacht aan besteed. Wat ontbreekt in Leiden aan gebouwen met een publieke functie? Daar liggen kansen voor herbestemming.
Ook dit komt aan de orde bij concrete herbestemming. Het onderzoek hiernaar is op genomen in het proces op pag. 275. In de loop van de tijd kunnen dit soort zaken sterk veranderen dus het heeft niet zo veel zin om dat nu al volledig in kaart te brengen. Wel wordt dit aspect na vaststelling van de nota meegenomen als er een concrete casus is, juist omdat hier inderdaad kansen liggen.
Geen
4x
Kerken hebben gebrek aan vrijwilligers en particulieren die geld willen schenken ter instandhouding van de gebouwen en niet aan de genootschappen. Kan de gemeente daarin meedenken? Bv. door een stichting op te richten, samen met bijvoorbeeld de HVOL, die op deze wijze een ANBI status kan krijgen. Er zou een pagina met optionele mogelijkheden per kerk moeten worden opgenomen. In Utrecht is ook aanvullend bouwhistorisch onderzoek gedaan om te verwachten problemen en vragen bij herbestemming direct beschikbaar te hebben.
Hiervoor ligt het initiatief bij de kerkgenootschappen. De rol van de gemeente is hierin beperkt zoals opgenomen in H 10.
Geen
Zie antwoord 4h t.a.v. Utrecht.
4y
Veel grafieken zijn onduidelijk en onhelder. Relevante grafieken op p 243 zijn onleesbaar.
Dit passen we aan.
Leesbaarheid grafieken op p 243 aangepast.
4z
Vakjargon wordt niet verklaard. Wat betekent SWOT op p 45 en 248? Wat betekent monumentale kunst categorie D op p 165?
SWOT is een sterkte – zwakte analyse en betekent Strengths, Weaknesses, Opportunities, Threats De waarde van de monumentale kunst hebben wij een aantal jaar geleden in het beleid opgedeeld in categorie A t/m D. A is daarbij de hoogste waarde en D is de laagste.
SWOT op p 45 uitgeschreven. Toelichting op categorieën monumentale kunst toegevoegd als noot op p. 8.
5
Inspreker sluit zich aan bij de inspraakreactie van voorgaande inspreker (nr. 4) en blijft graag op de hoogte van de stand van zaken.
Zie antwoord 4
6
Inspreker heeft met waardering voor de gedegenheid en uitgebreidheid van de nota kennis genomen. Constateert met genoegen dat bij de totstandkoming van de door de eigenaren aangeleverde informatie gebruik is gemaakt.
Dank. Wij waarderen de input van inspreker gedurende het proces van totstandkoming van de nota.
6a
De nota schetst de problematiek van afnemende financiële mogelijkheden en inzet van vrijwillig kader en de toenemende onderhoudslasten van monumentale kerkgebouwen. Inspreker geeft aan dat de instandhouding van de Hooglandse kerk gezien de onderhoudskosten de komende tien jaar de mogelijkheden te boven gaan en dat ook de instandhouding van de Marekerk niet zonder zorgen is. De nota geeft (nog) geen antwoord op de vraag hoe inspreker in het bijzonder geholpen zou kunnen worden bij die problematiek. Te algemeen wordt gesproken van een transformatieproces zonder aan te geven wanneer dat proces zou moeten starten en wat het bruikbare einddoel zou moeten zijn. Intentie van inspreker is om de
Wij begrijpen de problematiek die u schetst en die ook in Geen het kader van de nota zichtbaar is gemaakt. Op dit moment ziet de gemeente geen rol voor zichzelf in de instandhouding van monumenten die niet in eigendom zijn van de gemeente. De gemeente staat momenteel voor grote uitdagingen met beperkte middelen en capaciteit. Uiteraard maakt de gemeente zich in landelijke platforms wel sterk voor de eigenaren van rijksmonumenten, zoals in het overleg met het Rijk vanuit de Federatie Grote Monumentengemeenten en het Bestuurlijk Platform Erfgoedgemeenten. De
7
huidige (veelzijdige) functies van de twee kerken zo lang mogelijk in gebruik te houden. De nota biedt geen concrete handvatten om inspreker hierbij terzijde te staan. Om te voorkomen dat het religieuze gebruik beëindigd moet worden is dringend behoefte aan samenwerking met het college (van gemeente Leiden) om te bezien hoe inspreker het veelzijdigheid gebruik van de kerken kan waarborgen. Inspreker is geen vereniging tot instandhouding van cultuurmonumenten. Het beleid moet gericht zijn op religieuze gemeenschap, maar dat komt zonder steun van het college op gespannen voet te staan met de instandhouding van de monumentale gebouwen en het voortgezet religieus gebruik.
problematiek van instandhouding van de grotere monumentale stadskerken is namelijk een nationaal probleem. Het Rijk heeft daarvoor de landelijke subsidieregeling instandhouding monumenten maar die kent zijn grenzen.
De nota zou aan waarde winnen als de beoogde samenwerking op korte termijn tot stand gaat komen. Inspreker stelt voor op korte termijn een werkgroep samen te stellen bestaande uit vertegenwoordiging van de gemeente en inspreker, die de opdracht krijgt te rapporteren over de continuïteitsproblematiek van de Hooglandse kerk en Marekerk. De werkgroep zou concrete scenario’s in beeld moeten brengen waarbij de toekomst van beide kerken is verzekerd. Wenselijk is dat de werkgroep wordt bijgestaan door een gezamenlijk te kiezen (en gezamenlijk te betalen) externe deskundige.
De gemeente heeft gekozen voor een terughoudende rol zoals beschreven in H 10, waarbij een initiatief zoals door u geschetst de verantwoordelijkheid is van de gebouweigenaar.
Inspreker heeft met belangstelling kennis genomen van de nota. Draagt graag zorg voor actuele foto’s van het interieur want de nu opgenomen foto’s zijn verouderd. Verwijst verder naar een foutieve vermelding van het
Wij kunnen ons wel voorstellen dat we in 2022 een eenmalige subsidie verstrekken aan de gezamenlijke kerkgenootschappen van de nieuwe gesprekstafel religieus erfgoed, in de orde van grootte van max. € 10.000, wellicht te herhalen in 2023. Dit geeft de deelnemende genootschappen gezamenlijk mogelijk enige ruimte tot verkenningen, zoals opgenomen in uw inspraakreactie. Dank. Wij maken graag gebruik van uw aanbod en voegen enkele foto’s toe.
Op p 188-189 bouwjaar aangepast en enkele actuele interieurfoto’s toegevoegd.
bouwjaar op p 189 (moet zijn 1968). Welkom voor locatiebezoek. 8 Inspreker verwijst naar de recente aanwijzing van de kerk aan de Aerent Bruunstraat. Inspreker was daar geen voorstander van vanwege de regelgeving en belemmeringen die vertragend en kostenverhogend zijn. Het gebouw dient de gemeente en niet andersom. De kosten voor onderhoud worden volledig door vrijwillige gaven van de leden betaald. Meerkosten vanwege de monumentenstatus zijn niet goed uit te leggen aan de leden. Dit bezwaar is eerder ook ingebracht bij de procedure monumentenstatus maar inspreker wil dit ook inbrengen in het kader van de voorliggende nota. De eigenaar die de kosten van het onderhoud draagt mag niet tot hogere kosten worden gedwongen of belemmeringen in keuzes worden opgelegd. Dit zien we ook terug in de nota; door de transformatieladder (met wat wel en niet wenselijk is bij herbestemming) op te nemen en geen financiële steun toe te zeggen. Voor het kerkgebouw van inspreker zal het gevolg relatief beperkt zijn maar inspreker steunt andere gezelschappen voor wie dit ernstiger is. Het gevoel is dat gemeente Leiden wel de lusten maar niet de lasten van de monumenten wil dragen. Inspreker wil als eigenaar ook in de toekomst autonome keuzes blijven maken zonder inmenging van derden en – mocht het ooit nodig zijn – een koper kunnen zoeken onder gunstige financiële voorwaarden.
Inspreker maakt bezwaar tegen mogelijke randvoorwaarden of regelgeving die gemeente mogelijk gaat opleggen vanuit een visie religieus erfgoed. Denk bv. aan termen als
Wij zijn ons bewust dat de ladder belemmeringen met zich mee kan brengen en zijn er daarom terughoudend mee omgegaan. Er is geen sprake van onwrikbare beperkingen. Zie beantwoording 4h. Wij zien de nota inclusief ladder als een waardevol instrument om te komen tot een goede herbestemming wanneer dat aan de orde is. Voor gemeentelijke monumenten heeft Leiden inderdaad geen subsidieregeling voor onderhoud en restauratie. Wel verricht de gemeente een aantal inspanningen ten dienste van de monumenteneigenaren in Leiden. De gemeentelijke instelling Erfgoed Leiden biedt als enige gemeente gratis maatwerkadvies op het gebied van duurzaamheid aan voor eigenaren van monumenten en historische panden. Dit geldt uiteraard ook voor eigenaren van historische gebedshuizen. Tijdens processen van vergunningverlening proberen we waar mogelijk eigenaren te ondersteunen met praktische advisering vanuit erfgoed. Daarnaast faciliteren we de gesprekstafel religieus erfgoed. Dat geeft ruimte voor onderlinge afstemming en uitwisseling en de gemeente kan diverse kennis en expertise inbrengen.
Geen
‘publieke toegankelijkheid’, ‘niet onttrekken gebouw uit publieke sfeer’ of ‘behoud van het interieur’. Pleit voor nadere uitwerking van de nota en niet voor stilzwijgende inburgering van de ladder van transformatie met verdergaande instrumenten. De ladder zou een gespreksinstrument moeten zijn en niet moeten dienen als vast beleid of regelgeving. Inspreker stemt verder in met de gezamenlijke reactie van een aantal kerkgenootschappen. Blijft graag in gesprek met de gemeente Leiden om gezamenlijk verantwoordelijkheid te nemen voor de gebouwen waar inspreker eigenaar van is. In de protestantse traditie is het gebouw niet van religieuze waarde op zichzelf, maar biedt het huisvesting aan de gemeente die het lichaam van Christus in deze wereld vertegenwoordigt.
Uiteraard maakt de gemeente zich in landelijke platforms wel sterk voor de eigenaren van rijksmonumenten, zoals in het overleg met het Rijk vanuit de Federatie Grote Monumentengemeenten en het Bestuurlijk Platform Erfgoedgemeenten. De problematiek van instandhouding van de grotere monumentale stadskerken is namelijk een nationaal probleem.
Inspreker spreekt namens een aantal kerkgenootschappen waardering uit voor de degelijkheid en relevantie van de nota. Het biedt een goed overzicht van de godshuizen en de problematiek van instandhouding. Spreekt erkentelijkheid uit voor de vroegtijdige betrokkenheid bij de voorbereiding en opstelling van de nota in de vorm van regelmatig overleg.
Wij zijn de diverse genootschappen erkentelijk voor hun inbreng gedurende het proces van de nota.
Beschouwt de nota als een eerste aanzet tot een visie en niet zo zeer als de uiteindelijke visie op de gesignaleerde problematiek. Ziet het als een ‘foto’ en goede inventarisatie van de huidige inventarisatie. De beleidslijnen richting toekomst en vooral de gezamenlijke keuzes en inzet van de gemeente Leiden en gebouweigenaren verdient nadere uitwerking.
Wij zetten op dit moment niet in op een vervolgnota of proces. Wel faciliteren wij graag een gesprekstafel voor uitwisseling van kennis en ontwikkelingen. Zie ook onder 6a
9 Geen
Geen
9a
Openhartigheid Betrokken kerkgenootschappen zijn enigszins ongerust over de door hen getoonde openhartigheid en kwetsbaarheid die in de nota tot uitdrukking komen. Dat wordt versterkt door de verslaggeving in de krant. Hecht weliswaar aan openheid om tot goede samenwerking te komen maar dat gaat gepaard met vertrouwen over en weer en wederzijds gedragen keuzes.
Geen Wij betreuren uiteraard uw ongerustheid. In de nota hebben we zoals afgesproken alle informatie en input van de kerkgenootschappen geanonimiseerd, zodat dit niet te herleiden valt tot specifieke gebedshuizen.
In de volgende fase wil inspreker als gebouweigenaren Wij zetten op dit moment niet in op een vervolgnota of graag met de gemeente Leiden en gemandateerd vanuit proces. Wel faciliteren wij graag een gesprekstafel voor de kerkbesturen gezamenlijk verantwoordelijkheid dragen uitwisseling van kennis en ontwikkelingen. voor de kerkenvisie; dat is nu nog niet het geval. 9b
Focus op transformatie De nota is vooral gericht op transformatie maar zou ook op behoud als kerkgebouw voor de kerkgenootschappen gericht moeten zijn. Instandhouding zou een gezamenlijke verantwoordelijkheid moeten zijn van kerkgenootschappen en overheid. Het startpunt van de nota zou dus bij behoud van de huidige functie moeten liggen en transformatie pas in tweede instantie. Dat vraagt van de gemeente Leiden inzet om ook voor behoud instrumenten te ontwikkelen. Concreet vraagt inspreker de gemeente Leiden ondersteuning waar instandhouding door de kerkgenootschappen nu en in de toekomst op eigen kracht moeilijk wordt. Denkt daarbij aan inzet van expertise, financiën, ondersteuning bij onderhoud en het toevoegen van professionaliteit voor de continuïteit van
Zie antwoord 6a en 8 In de inleiding een kleine toevoeging ter verduidelijking maar ook in de titel van H 10. Er staan immers ook elementen bij die gericht zijn op behoud van de huidige functie.
Geen
Toegevoegd op p. 9 inleiding: Deze nota geeft kaders aan bij ontwikkelingen rond de historisch-monumentale bedehuizen, zowel gericht op behoud van de oorspronkelijke functie als bij transformaties.
Transformatie kan ook betrekking hebben op nevenfuncties ter ondersteuning van de voortzetting van het huidige gebruik. Beleidslijnen gemeente (p. 73) (verwijderen in de titel: bij transformatie) Toevoegen op p 57 'Transformaties’ kunnen bestaan uit wijzigingen in gebruik,
het gebruik van de kerkgebouwen door huidige eigenaren.
wijzigingen in de eigendoms- en beheersstructuur en wijzigingen aan, in of bij het gebouw, al dan niet als gevolg van een functiewijziging. Dit zijn dus situaties die kunnen optreden bij behoud van de oorspronkelijke religieuze functie of bij een herbestemming. Toevoegen zin aan de inleiding van H 10 op p 73. Daarnaast neemt de gemeente de volgende rollen en verantwoordelijkheden op zich en richt zich daarbij op zowel behoud van de oorspronkelijke functie als op transformaties, al naar gelang iets aan de orde is.
9c
9d
Beperkte horizon Op dit moment kunnen de meeste gebouwen in stand blijven door de huidige eigenaar maar naarmate de horizon verder weg ligt wordt dat moelijker. De reikwijdte van de nota zou vergroot moeten worden door het beeld van nu-5 jaar, 5-15 jaar en langer.
Geldzorgen bij monumentale kerkgebouwen Monumentale kerkgebouwen hangen als een molensteen om de nek bij eigenaren, wiens taak het niet is om
We hebben in de nota ten aanzien van de toekomstverwachtingen ook gekeken naar de langere termijn tot 10 jaar en verder. We hebben geconstateerd dat eventuele problemen van instandhouding voor een deel van de gebedshuizen juist na die 10 jaar geldt. Zie pag. 240.
De gemeente ziet voor zichzelf geen taak weggelegd in het subsidiëren van het onderhoud van monumenten.
Geen.
monumenten in stand te houden maar de eigen geloofsgemeenschap. Monumenten vragen immense bedragen voor onderhoud. Het Rijk stelt subsidie beschikbaar op basis van 40 % eigen bijdrage eigenaren. Indien gemeente Leiden de monumentale gebouwen als waardevol voor de stad beschouwt dan is het ook in het belang van de gemeente om hier financiële middelen voor te verwerven of vrij te maken. Zonder extra middelen zal het de eigenaren niet mogelijk zijn de gebouwen in stand te houden. 9e
9f
Waardenladder De waardenladder kan een nuttig instrument zijn om inzicht te krijgen in de waarden van een gebouw. Het kan en mag niet leidend zijn in absolute zin. Het kan slechts richtinggevend zijn zonder de status als toetsingskader. Met name de eis van publieke toegankelijkheid (in huidige status of bij transformatie) ligt zwaar op de maag bij sommige van de kerkgenootschappen. Ook de factor interieur zou ongewenste gevolgen kunnen hebben. Een aantal kerkgenootschappen geeft aan dat gemeente in de praktijk strenge monumentenregels toepast en dat dat belemmerend werkt. Inspreker zou graag zien dat gemeente Leiden zich de rol aanmeet van het scheppen van randvoorwaarden en meedenken en minder die van kaderstelling of uitsluiting. Rol gemeente De gemeente Leiden zou zich moeten beraden op haar rol bij instandhouding van de kerkgebouwen. Gemeente zou zich een ondersteunende rol moeten aanmeten (ambtelijk, professioneel, financieel) met inachtneming
Eigenaren van rijksmonumenten kunnen een beroep doen op de landelijke instandhoudingssubsidie en restauratiesubsidie, inclusief de provinciale middelen voor restauratie.
Zie antwoord 4h en 8.
Geen
We wijzen er hierbij ook op dat het nagelvaste interieur ook reeds vanuit de monumentenstatus beschermd is. Leiden geeft uitvoering aan de bestaande Erfgoedwet wat betreft de omgang met monumenten.
De gemeente ziet voor zichzelf geen taak weggelegd in het subsidiëren van het onderhoud of het beheer van monumenten (niet zijnde gemeentelijk eigendom).
Geen
van de grondwettelijke scheiding kerk en staat. Ten denken valt aan ondersteuning bij technisch beheer en fondsenwerving.
We proberen met de beperkte middelen die we hebben de monumenteneigenaren zo goed mogelijk te faciliteren, zoals beschreven in H 10. Zie ook antwoord 8.
9g
Een aantal kerkgenootschappen heeft besloten zoveel mogelijk samen op te trekken als Leidse kerkgenootschappen. Dit zou een eerste aanzet tot de kerkentafel / tafel religieus erfgoed kunnen zijn.
We zien dit als een belangrijke, positieve ontwikkeling.
10
Inspreker is blij dat er een visie op religieus erfgoed komt. Zeker voor de Lutherse kerk als enige voormalige gebedshuis dat een nieuwe bestemming nodig heeft. Ziet een aantal positieve punten in de nota, bv de stelling dat bedehuizen een zeer belangrijk onderdeel zijn van het Leids cultureel erfgoed en (potentiële) toeristische trekpleisters vanwege hun cultuurhistorie, architectuur en interieur. Onderschrijft dat voor de Lutherse kerk. Inspreker zet echter ook een aantal vraagtekens bij zaken die tendentieus of fout zijn en is niet tevreden over de procedure.
10a
Paspoort pag. 128-131 - Adres is alleen nr. 26, 28 (consistorie) is immers verkocht - Het verkeerde perceel van nr. 24 is gemarkeerd - Voor de Lutherse kerk zijn vnl. verouderde zwartwit foto’s gebruikt. Die geven niet goed het interieur weer. Inspreker biedt recente foto’s aan.
Geen
Geen
Deze zaken worden onderstaand beantwoord. Voor de procedure zie 10g.
Wij zullen het adres en het perceel verbeteren in de nota en een recentere foto gebruiken, ook van een van de schilderijen.
Adres en perceel op resp. p. 128 en p. 130 aangepast en foto’s vervangen.
10b
Inspreker vindt dat het interieur van de Lutherse kerk te weinig wordt besproken. De schilderijen, het houtsnijwerk en het orgel vormen een uniek ensemble. In de algemene tekst t.a.v. de Lutherse kerk staat een te summiere en soms foutieve (bv. t.a.v. de oorspronkelijke gevel en het torentje) beschrijving.
We zijn het met inspreker eens dat het interieur explicieter kan worden benoemd.
De quote op p 128 kan dan ook beter.
Het is prima om een andere quote te gebruiken op p 128.
Bovendien is de kerk het oudste, voor de protestantse eredienst gebouwde kerkgebouw van Leiden en dat moet expliciet benoemd worden. De ontwikkeling van schuilkerk naar ‘gewone’ kerk is niet het belangrijkste aspect, wel de combinatie van internationale invloeden met Nederlands – Calvinistische invloeden. Dit maakt dat de Lutherse kerk een unieke kerk voor Leiden is en een toonbeeld voor Leidens rijke migratiegeschiedenis.
De tekst op p. 128, 129 en 130 is vervangen door een nieuwe tekst.
Het oorspronkelijk heeft betrekking op de 19eeeuwse gevel van architect Jesse die uiteraard niet de oudste gevel van het kerkgebouw is, maar die wel oorspronkelijk was voorzien van een torentje.
We zullen dit toevoegen.
We zullen de tekst van de beschrijving deels aanpassen.
10c
Inspreker vindt dat het interieur op pagina 258 onder de hoogste categorie hoort, zeker vanwege de overgebleven unieke schilderijenreeks.
Wij zijn het met u eens en passen de waardering op p 52 en 258 van het interieur op het onderdeel inventaris aan van ‘veel’ naar ‘zeer veel’.
Waardering op p 52 en p. 258 aangepast.
10d
Inspreker verwijst naar p. 262 waar verassend genoeg een aantal kolommen leeg blijft; stedenbouw, architectuur en interieur. De tekst onder cultuurhistorie is veel te kort. Inspreker vindt het redelijk absurd om schuilkerken te degraderen tot kerken die niet ‘echt ‘zijn. De kerk is tot stand gekomen door migranten. Het interieur is daar een
Wij zijn het met u eens dat deze kolommen alsnog Rij 14 op p. 262 ingevuld / ingevuld moeten worden. De focus van de nota ligt bij de vervangen. nog als gebedshuis in gebruik zijnde gebouwen. De Lutherse kerk neemt in de nota een aparte positie in omdat het een historisch waardevolle kerk betreft die echter op het moment van de nota niet meer als
10e
10f
belangrijk bewijs van. De schilderijen zijn voor Nederland uniek en horen expliciet te worden benoemd onder het kopje interieur. Het is opvallend dat de kolommen leeg zijn gebleven.
gebedshuis in gebruik was. We gaan deze kolommen alsnog invullen.
Inspreker verwijst naar p 272 waar staat: ‘Kerkeigenaar en gemeente komen nader samen overeen welke waarden een bedehuis vertegenwoordigt en wat dat betekent voor de transformatie.’ Inspreker vindt dit zeer verontrustend. Het is niet aan kerkeigenaren en gemeentebestuurders om te bepalen welke cultuurhistorische waarde een kerk heeft; dat is het domein van historici. Juist om belangrijke monumenten voor de stad te behouden moeten we ervoor zorgen dat objectieve experts hier een belangrijke rol in kunnen spelen.
Deels staan er bredere waarden benoemd in de nota Geen dan die beschermd worden in het kader van de erfgoedwet. De waardebepaling in de nota dient als vertrekpunt en daar gaat het gesprek over tussen eigenaar en gemeente. Hier is enige flexibiliteit nodig om te komen tot een goede herbestemming.
Vraagt door wie/welke commissie, welke deskundigen en op welke basis in deze visie de ‘waarde’ van kerken is bepaald? Nergens in het document staat iets over welke vertrekpunten voor de waardebepaling gebruikt zijn. Inspreker is hier zeer sceptisch over.
Zie beantwoording onder 4c.
Inspreker geeft aan dat in het hele proces niet duidelijk is geworden wat dit document nou daadwerkelijk gaat
Ja, het wordt gebruikt. Het toetsingskader zal – na vaststelling - worden toegepast in geval van een
We passen ook aan de waarde StedenbouwEnsemblewaarde: van enige mate naar behoorlijk / redelijk Dit gezien de ruimtelijke samenhang van de kerk, consistorie en weeshuis die nog aanwezig is, ondanks dat de functionele samenhang is vervallen.
Waardering op p 52 en p. 258 aangepast.
De cultuurhistorische waarden zoals die beschermd worden in het kader van de erfgoedwet staan in deze niet ter discussie en zullen indien relevant in het kader van een herbestemming nader bepaald worden op basis van onafhankelijke expertise.
Geen
10g
opleveren. Gaat de gemeenteraad deze visie daadwerkelijk gebruiken als handleiding bij besluitvorming over verbouwingen/bestemmingswijzigingen? Of komt dit op een grote stapel te liggen waar niemand meer naar kijkt, aangezien er geen wettelijke verplichtingen aan zitten?
bestemmingswijziging (bestemmingplan / omgevingsplan).
Inspreker is verbaasd over het proces van de totstandkoming van de nota. De Lutherse kerk werd niet besproken tijdens de presentatie vanwege gevoeligheid. Als het daadwerkelijk objectief zou zijn dan zou het niet politiek gevoelig kunnen liggen. Er was geen inzage voorafgaand aan de inspraak vanwege de haast. Mocht de visie niet eerder inzien om ‘een discussie in de krant’ te voorkomen. Dat is pure minachting en wantrouwen naar de burger. Voelt zich niet serieus genomen. Het resultaat is een loze tekst waarbij belangrijke punten over de Lutherse kerk worden genegeerd.
In het proces hebben wij gekozen voor een intensief Geen proces met de kerkgenootschappen en daarnaast enkele bijeenkomsten waarvoor bredere stadspartners waren uitgenodigd. De focus van de nota ligt bij de nog als gebedshuis in gebruik zijnde gebouwen. De Lutherse kerk neemt in de nota een aparte positie in omdat het een historisch waardevolle kerk betreft die echter op het moment van de nota niet meer als gebedshuis in gebruik was. Over de Lutherse kerk is uitgebreid gesproken alleen konden op dat moment ambtshalve geen uitspraken worden gedaan over hoe de Lutherse kerk opgenomen zou worden in de nota vanwege de aparte situatie. Op een gegeven moment is het van belang om tot een afronding te komen ten behoeve van besluitvorming met inderdaad een voorkeur tot afronding binnen de huidige collegeperiode. We hebben ervoor gekozen om het concept in wording niet eerder te verspreiden, maar gelijktijdig aan ieder gelegenheid tot inspraak te geven. Iedereen is daarin gelijk behandeld.
Tijdens deze inspraak heeft u de gelegenheid gehad tot het indienen van aanvullingen en opmerkingen waarvan wij (zoals boven aangegeven) een deel zullen over nemen. 10h
Inspreker geeft aan dat in het document op een belangrijke plek de waardebepaling ontbreekt. Daarom heeft inspreker een voorbeeld geformuleerd. Het voorstel: - Vertrekpunt: behoud van de maatschappelijke functie - Behoud van de belevenis van de unieke architectuur en de binnenruimte uit de 17de eeuw. - Waarborgen van de zichtlijnen door de kerk heen naar de reeks schilderijen (12 m panelen!) uit 1640, die voor deze plek gemaakt zijn. Unieke situatie in Nederlandse protestantse kerken. - Genieten van het gebouw als klankkast van het orgel uit de 18de eeuw. - Behouden van het houtsnijwerk van Albert Goosman, enige wat er überhaupt is in Nederland van deze 17deeeuwse kunstenaar. - Symbool voor Leiden als stad van vluchtelingen en zijn internationale en academische gemeenschap. - Kerkbanken door stadsarchitect Schaap ontworpen in 19de eeuw en wiens cirkelvorm uniek is voor Nederlandse Lutherse kerken.
10i
Tot slot roept inspreker de gemeenteraad op om hun verantwoordelijkheid te nemen en het culturele geheugen van de stad te beschermen.
11
Er is bewust gekozen om dergelijke gedetailleerde randvoorwaarden niet op te nemen in deze nota. De Lutherse kerk is een rijksmonument. Een aanzienlijk deel van deze waarden valt onder de bescherming van de Erfgoedwet. Wijzigingen zullen daaraan worden getoetst. Zie ook antwoord 10d t.a.v. de aanvullingen
Geen
Geen
Inspreker vindt dat de nota een bijzonder waardevolle inventarisatie en een prachtig overzicht van kerken in Leiden biedt. De beschrijving en waardering van de Lokhorstkerk heeft instemming van de inspreker. Kan ook instemmen met het beleid zoals dat voor transformatie is geformuleerd (initiatief bij de eigenaar, overleg aan de hand van de ladder) al denkt inspreker wel dat de praktijk van volgens de ladder gewenste bestemmingen weerbarstiger zal zijn dan de theorie.
Dank voor het compliment.
De toekomst moet het uitwijzen, maar juist daarom is er binnen de ladder en het proces ruimte opgenomen.
11a
Inspreker vindt dat de nota te veel op transformatie is Zie antwoord 6a en 8 en 9b gericht. Het is van belang om het huidige gebruik zo lang mogelijk te handhaven en geen onderhoudsachterstanden te laten ontstaan. Zeker als behoud van interieur voorop staat, zoals bij de Lokhorstkerk, en er dus minder alternatieve bestemmingen mogelijk zijn. In de nota wordt geconstateerd dat beheerders van kerken hebben moeite het onderhoud te financieren en bestuurskracht op peil te houden. Dat vraagt dus om ondersteuning. De nota bevat hierin echter geen beleid. Vraagt deze lacune op te vullen. Is het eens met de instelling met de tafel religieus erfgoed. Dat platform kan dienen om voornoemde behoud door gebruik vorm te geven.
12
Inspreker heeft van harte meegewerkt aan de totstandkoming van deze nota, want ziet daarin nut en noodzaak. Zal deelnemen aan de tafel religieus erfgoed. Is het niet met alles eens in de nota. Heeft samen met andere insprekers een gezamenlijke reactie opgesteld maar wil ook op eigen titel kanttekeningen plaatsen.
Wij waarderen de inbreng en betrokkenheid van inspreker.
Geen
12a
De sterke focus op transformatie is één zorg. Voor inspreker is voortzetting van de huidige functie relevanter dan transformatie en is daarbij gebaat bij goede facilitering.
Zie antwoord 6a en 8
Geen
12b
Behoud van regie bij eventuele transformatie – bv t.b.v. multifunctioneel gebruik – is van belang. Als te veel van het interieur monumentaal wordt verklaard zou dat zeer kunnen hinderen.
De nota verklaart niet zaken monumentaal, het zijn al monumenten waardoor alles wat nagelvast is onder de bescherming van de erfgoedwet dan wel verordening fysieke leefomgeving (erfgoedverordening) valt. Bij wijziging wordt wat beschermenswaardig is d.m.v. een onafhankelijke en deskundige waardenstelling vastgesteld. Wat er vervolgens wel of niet mee kan gebeuren is onderdeel van een brede belangenafweging. Dat staat los van deze nota. De nota voegt er wel iets aan toe. Zie antwoord 4 h. Het is inderdaad wel zo dat de gemeente in overleg met de eigenaar de positie op de ladder bepaalt.
Geen
Inspreker heeft binnen de eigen organisatie al veel waarborgen ingebouwd om ondoordacht handelen bij herbestemming van monumentale kerkgebouwen tegen te gaan. De planmatige aanpak van de nota spreekt inspreker sterk aan maar het lijkt dat de gemeente erg sturend is over het beklimmen of dalen van de ladder en op welke trede we staan. Trede 5 gaat over een tijdelijke bestemming. Inspreker staat dit niet voor maar zou in dat geval een definiëring van tijdelijkheid wel cruciaal vinden. Wederzijds vertrouwen is nodig om de ladder tot een succes te maken. Op dit moment is er goed gemeentelijk contact maar de nota moet ook nuttig zijn als de belangen niet parallel lopen. Inspreker zou een woordkeus in de nota die de gezamenlijke verantwoordelijkheid benadrukt op prijs stellen.
In de praktijk (als het concreet aan de orde is) is het inderdaad van belang om de periode van tijdelijkheid te definiëren. Wij zien de gesprekstafel als een belangrijke basis voor goed en tijdig overleg, evenals het vooroverleg bij vergunningstrajecten.
Als eigenaar van 6 kerkgebouwen in Leiden heeft inspreker bij belangrijke besluiten toestemming nodig van de Bisschop van Rotterdam. 12c
Inspreker wijst nog op de tekst over de Maria Middelares. De aanloop naar het bouwen van de Maria Middelares is niet goed verwoord. Er zijn iets te veel bochten afgesneden in de beschrijving. Verwijst naar meer informatie in het gedenkboekje van 2011 waarin de verschillende stappen (o.a. in 1933, 1948, 1949, 1975) beter zijn verwoord.
Ambtelijk
Noodzakelijke wijziging
1a
Advies commissie Cultuurhistorie Leiden Op verzoek van het college heeft de ACL de paspoorten in de bijlage van de nota doorgenomen en van een reactie voorzien.
Dank. Wij passen dit aan.
Tekst op p. 172 aangepast.
Gevolgen voor het besluit Het gros van de opmerkingen van de ACL is redactioneel of beperkt inhoudelijk van aard. Wij nemen alle opmerkingen over. Enkele inhoudelijke opmerkingen uitgelicht (overgenomen in de tekst): p.92: titel onder een deel van de pictogrammen aanvullen p.93: kopje toevoegen bij de pictogrammen (belangrijkste focuspunt van de eredienstruimte) p.185: In de beschrijving van moskee Mimar Sinan zit de tegenstrijdigheid tussen enerzijds de constatering dat het gebouw geen ruimtelijk relatie aangaat met z’n omgeving maar anderzijds de uitspraak dat er sprake is van een belangrijke stedenbouwkundige rol. Deze tekst herzien en de tegenstrijdigheid wegnemen.
De verschillende redactionele opmerkingen zijn doorgevoerd op p. 96 – 175.
Ontbrekende titels op p. 92 e.v. toegevoegd. Idem Omschrijving op p. 185 aangepast. Dualiteit verwijderd.
1b
Advies Adviescommissie Cultuurhistorie Leiden De Adviescommissie heeft algemeen positief geadviseerd maar gaf ook nog enkele opmerkingen mee. - De kern van de problematiek mag wel sterker – en eerder in het stuk - worden neergezet. Dat zou ook de keuzes in de – overigens uitstekende – transformatieladder verder onderbouwen en verhelderen. - De commissie heeft enige zorg over de hogere waardering voor enkelvoudig religieus gebruik, daar waar meervoudig (religieus) gebruik meer kansen biedt op behoud. - De commissie vraagt zich af waarom post 65 niet is meegenomen terwijl de inventarisatie daarvan wel al gaande is. - Bij de waardering mag de term ‘beleving’ meer verduidelijkt worden Heeft dat strikt betrekking op waardering van architectonische, ruimtelijke of interieurwaarden of is ook rekening gehouden met de publieke, historische, of maatschappelijke beleving van (delen van) het gebouw?
2
N.a.v. de diverse inspraakreacties m.b.t. de expliciete vaststelling van de ladder als toetsingskader maken we in hoofdstuk 10, punt 1 explicieter. Dit maakt reeds onderdeel uit van de nota, maar is in de huidige beleidslijnen te impliciet geformuleerd.
-
De problematiek is op diverse plaatsen in de nota duidelijk geschetst.
-
We begrijpen de zorg van de ACL en zullen dit nuanceren in de tekst op p 61 en p. 273. Bij trede 1 tekstuele aanpassingen.
-
Geen
Tekstuele wijziging op p. 61 en p. 273 In het geval van religieuze gebouwen kan echter passend aanvullend gebruik vanuit De inventarisatie is inderdaad nog gaande. De gevolgen voor religieus erfgoed zullen in de context exploitatieve overwegingen van ondersteunend belang zijn. van de totale resultaten worden bekeken.