210136 Bijlage 23 BEA Vogelwijk-Raadsherenbuurt fase1
Tekst van het document
Bomen Effect Analyse, Verplantbaarheidsonderzoek Vogelwijk-Raadsherenbuurt Leiden
COLOFON Bomen Effect Analyse, Verplantbaarheidsonderzoek Vogelwijk-Raadsherenbuurt, Leiden OPDRACHTNEMER
idverde Bomendienst Marowijne 80 7333 PJ Apeldoorn T 055 5 999 444 E bomendienst@idverde.nl
OPGESTELD DOOR VRIJGEGEVEN DOOR
Martijn van der Maarel Harmen van der Meulen
OPDRACHTGEVER
Gemeente Leiden Postbus 9100 2300 PC Leiden
PROJECTNUMMER KENMERK
728210073 BD21054
VERSIE DATUM
1 31 maart 2021
Copyright 2021 idverde. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van idverde. idverde is niet aansprakelijk voor eventuele schade ontstaan bij gebruik van gegevens uit dit rapport.
2
BD21054 ∙ BEA en VPO Vogelwijk-Raadsherenbuurt, Leiden
INHOUDSOPGAVE COLOFON
2
1.
INLEIDING
4
Uitgangspunten project Voorgenomen werkzaamheden Functie of waarde van bomen
5 6 8
WERKWIJZE
9
Werkwijze bovengrondse beoordeling 2.1.1 Conditie bepaling Werkwijze ondergronds onderzoek Werkwijze bepalen verplantbaarheid
9 9 10 11
RESULTATEN
12
Bovengrondse Beoordeling 3.1.1 Conditie en toekomstverwachting 3.1.2 Bovengrondse beoordeling verplantbaarheid Kansen en Knelpunten Resultaten ondergronds onderzoek BEA Resultaten ondergronds onderzoek VPO
12 12 13 16 19 20
CONCLUSIE EN ADVIES
22
Eindoordeel Bomen Effect Analyse 4.1.1 Effecten 4.1.2 Impact uitvoering Eindoordeel verplantbaarheid 4.2.1 Conclusie verplantbaarheid per boom 4.2.2 Advies verplanting Randvoorwaarden
22 22 24 25 25 25 27
2.
3.
4.
BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4
3
28 Boomgegevens Resultaten ondergronds onderzoek Bomenposter Kaart Inpasbaarheid
BD21054 ∙ BEA en VPO Vogelwijk-Raadsherenbuurt, Leiden
29 30 55 56
1. Inleiding De riolering in de Vogelwijk en de Raadsherenbuurt te Leiden wordt vervangen. Omdat het straatwerk voor deze werkzaamheden wordt opgebroken wordt de rioolvervanging gecombineerd met het herinrichten van het straatprofiel, waarbij ook klimaatadaptieve maatregelen worden toegepast. Deze maatregelen zijn te herkennen in de vorm van vergroening, het scheiden van vuil- en hemelwater en het toepassen van waterdoorlatende verharding. Om de impact van de werkzaamheden en de mogelijkheid tot verplanten van een aantal bomen in kaart te brengen heeft de gemeente Leiden opdracht gegeven aan idverde Bomendienst om een Bomen Effect Analyse en een verplantbaarheidsonderzoek uit te voeren. Bij voorbaat is extra aandacht gevraagd voor de bomen in de Hogerbeetsstraat en de Warmonderweg. In de Hogerbeetsstraat is het straatprofiel smal en vertonen de moerascipressen wortelopdruk door de oppervlakkige beworteling. Langs de Warmonderweg is een nieuwe riolering beoogd, welke binnen de kwetsbare zone van 5 lindes gesitueerd is. Voor 4 bomen is een verplantbaarheidsonderzoek gevraagd, omdat voor deze bomen op basis van het ontwerp reeds duidelijk is dat ze niet behouden kunnen blijven. Uitgangspunt is om deze bomen in het verplantseizoen 2021/2022 te verplanten. Voor de bomen in de Leeuwerikstraat is op basis van de bovengrondse beoordeling een indicatie gegeven van de verplantbaarheid.
Bomen Effect Analyse (BEA) Een BEA beantwoordt de vraag of een boom/bomen in de huidige verschijningsvorm en huidige standplaats duurzaam behouden kan/kunnen blijven in relatie tot de voorgenomen werkzaamheden en welke maatregelen en randvoorwaarden hiervoor nodig zijn. Hiervoor worden de volgende onderdelen nader uitgewerkt: Wat is de grootte, conditie, vitaliteit en kwaliteit van de bomen? Waar bevindt zich de voornaamste beworteling? Wat is de toekomstverwachting van de bomen bij ongewijzigde omstandigheden? Wat zijn de (mogelijke) negatieve effecten van de geplande werkzaamheden? Welke maatregelen zijn nodig om mogelijk negatieve effecten te voorkomen dan wel te beperken? Welke maatregelen hebben een positief effect op de toekomstverwachting van de bomen? Aanvullend heeft u ons gevraagd om een advies te leveren over de mogelijkheid tot verplanten van 4 bomen. Verplantbaarheidsonderzoek (VPO) Een verplantbaarheidsonderzoek beantwoordt de vraag of een boom in de huidige verschijningsvorm duurzaam verplant kan worden, met behoud van de kwaliteit van de boom, en welke randvoorwaarden hiervoor nodig zijn.
Hiervoor worden de volgende onderdelen nader uitgewerkt: Wat is de grootte, conditie, vitaliteit en kwaliteit van de bomen? Hoe is de bodemopbouw, bewortelingssituatie en grondwaterstand bij de aanwezige bomen? Hebben de bomen een voor verplanting geschikte wortelkluit? Welke verplantmethode is het meest geschikt om deze bomen te verplanten? Welke eisen worden er gesteld aan het verplanten van de bomen? Welke belemmeringen kunnen een verplanting in de weg staan? Wat zijn op hoofdlijnen de kosten voor verplanting incl. voorbereiding, nazorg, snoei van deze bomen?
4
BD21054 ∙ BEA en VPO Vogelwijk-Raadsherenbuurt, Leiden
Uitgangspunten project Locatie De Vogelwijk en de Raadsherenbuurt zijn twee woonwijken in het noordwesten van Leiden. Binnen het projectgebied staan 444 gemeentelijke bomen. De bomen bestaan uit verschillende soorten, zoals Taxodium distichum, Betula nigra, Acer pseudoplatanus en Tilia x europaea. De bomen zijn over het algemeen gesitueerd in boomspiegels in het trottoir en op enkele plekken in boomspiegels in parkeerstroken.
Afbeelding 1.1; Locatieoverzicht Projectfase Het project bevindt zich in de ontwerpfase. Er is inzicht in de te verwachten ingrepen en de in hoofdlijnen zijn de wensen en het ontwerp bekend. Afhankelijk van de uitkomsten van deze BEA en het VPO kan het nodig blijken om aanpassingen in het ontwerp te doen. Beschikbare informatie Voor deze rapportage zijn de volgende bronnen en uitgangspunten gebruikt: KLIC-melding 21G156147 en 21G156188 Door de opdrachtgever beschikbaar gestelde tekeningen; 210114 Ontwerp ondergrond Raadsherenbuurt.pdf 210114 Ontwerp ondergrond Vogelwijk.pdf Resultaten-boomveiligheidsregistratie-Vogelwijk-Raadsherenbuurt.xls 20201130-VO-Vogelwijk-Raadsherenbuurt-A0L-RAADSHERENBUURT.pdf 20201130-VO-Vogelwijk-Raadsherenbuurt-A0L-VOGELWIJK.pdf
5
BD21054 ∙ BEA en VPO Vogelwijk-Raadsherenbuurt, Leiden
Voorgenomen werkzaamheden Men is voornemens om de riolering in beide wijken te vervangen. Deze werkzaamheden worden gecombineerd met een renovatie van het straatprofiel. Er zal ontgraving plaatsvinden ten behoeve van de riolering en herinrichting van het straatprofiel. Om de riolering te vervangen wordt bronbemaling toegepast. Over het algemeen worden boomspiegels vergroot en parkeervakken aangelegd met waterdoorlatende verharding. Er gaan opbreekwerkzaamheden plaatsvinden en vervolgens grond- en straatwerkzaamheden. Om de boomspiegels te vergroten dient gronduitwisseling plaats te vinden direct rond de bomen. In afbeelding 1.4 is een deel het ontwerp weergegeven, welke voor deze rapportage als uitgangspunt wordt genomen.
Afbeelding 1.2; Interpretatie ontwerp
6
BD21054 ∙ BEA en VPO Vogelwijk-Raadsherenbuurt, Leiden
Om de aanpassingen ten opzichte van de huidige situatie te beoordelen is gebruik gemaakt van het ontwerp waarop de nieuwe bandenlijn en de riolering zijn weergegeven. Een uitsnede hiervan is te zien in afbeelding 1.5.
Afbeelding 1.3; Ontwerp bandenlijn en riolering
7
BD21054 ∙ BEA en VPO Vogelwijk-Raadsherenbuurt, Leiden
Functie of waarde van bomen Er zijn in dit plangebied 26 gemeentelijke bomen die zijn opgenomen als waardevolle boom. Het betreft de Krimlinde aan de Leeuwerikstraat, de pluimiep aan de Johan de Wittstraat, 3 rode berken aan de Van Olden Barneveltstraat, 9 hemelbomen en 3 gewone esdoorns aan de Van Beuningenlaan en 9 witte elzen aan de Adriaan Pauwstraat en de Paulus Buysstraat. Daarnaast zijn de bomen aan de Nachtegaallaan en de Johan de Wittstraat opgenomen als boomstructuur op de groene kaart van Leiden.
Afbeelding 1.4; Groene kaart Leiden Het veldwerk is tussen 17 en 23 maart 2021 uitgevoerd door Martijn van der Maarel, Zwanet Bosch en Freerk Oldenburger, allen Boomtechnisch Adviseur en werkzaam bij idverde Bomendienst B.V.
8
BD21054 ∙ BEA en VPO Vogelwijk-Raadsherenbuurt, Leiden
2. Werkwijze Werkwijze bovengrondse beoordeling Alle bomen in het gebied zijn uitgebreid visueel beoordeeld op veiligheid, conditie, mechanische kwaliteit en toekomstverwachting bij ongewijzigde omstandigheden. Hierbij is gebruik gemaakt van de VTA-methode. Met de VTA-methode worden de visueel zichtbare gebreken van de boom beoordeeld. Er wordt gekeken naar afwijkingen aan stam, kroon en wortelaanlopen. Sommige van deze afwijkingen geven een indicatie van verminderde stabiliteit (gevaar voor windworp of stambreuk). Andere afwijkingen, bijvoorbeeld zwaar dood hout in de kroon, hebben een verhoogd risico op takbreuk tot gevolg. Tevens wordt aandacht besteed aan de conditie van de bomen. Bepalend voor de conditie is in de winter scheutlengte en knopzetting en in de zomer bladzetting.
2.1.1
Conditie bepaling
De conditiebepaling geeft een oordeel over de gezondheidstoestand van een boom op een bepaald moment. Bij de conditie worden, afhankelijk van het seizoen, de volgende conditiekenmerken beoordeeld: blad/ knopbezetting bladgrootte transparantie van de kroon takscheutlengte hoeveelheid dode takken/ twijgen aanwezigheid van groeistrepen op de bast Afhankelijk van de boomsoort, de leeftijd en de beschikbare hoeveelheid licht rond de boomkroon kan de aanwezigheid van enig dood hout als normaal worden beoordeeld. Voor de conditiebepaling wordt de volgende indeling gehanteerd; goed, iets verminderd, sterk verminderd, slecht, dood. Op basis van de conditiebepaling en aanwezigheid van eventuele gebreken wordt bepaald wat de toekomstverwachting van de boom is. Voor toekomstverwachting wordt de volgende indeling gehanteerd; meer dan 15 jaar, 10 tot 15 jaar, 5 tot 10 jaar, 1 tot 5 jaar en < 1 jaar. Onderstaand worden de toekomstverwachting op basis van de conditie weergegeven. Op basis van aangetroffen gebreken kan deze toekomstverwachting negatief worden bijgesteld. Conditiebepaling
Toekomstverwachting
Goed
> 15 jaar
Iets verminderd
> 15 jaar
Sterk verminderd
5 tot 10 jaar, 10 tot 15 jaar
Stervende
1 tot 5 jaar, < 1 jaar
Dood
N.v.t.
Tabel 2.1; Toekomstverwachting per conditie De conditiebeoordeling doet geen uitspraak over de vitaliteit van de boom. De vitaliteit is de gezondheidstoestand van de boom over langere termijn en bepaalt het vermogen van een boom om stresssituaties te overleven. Dit kunnen bijvoorbeeld perioden van droogte of ernstige wortelbeschadiging zijn. Om de vitaliteit van een boom te kunnen bepalen dienen in de loop der jaren meerdere conditiebepalingen te worden gedaan. Wanneer een boom een toekomstverwachting heeft van minder dan 10 jaar dan wordt geadviseerd de boom niet in te passen.
9
BD21054 ∙ BEA en VPO Vogelwijk-Raadsherenbuurt, Leiden
Werkwijze ondergronds onderzoek Naast de visuele boomcontrole zijn de bodemopbouw en het bewortelingspatroon van de relevante bomen onderzocht. Dit is gebeurd door het maken van proefsleuven. Op basis van deze gegevens worden knelpunten en maatregelen in en over de ondergrondse groeiruimte opgemerkt. Groeiplaatsonderzoek Op basis van grondboringen of profielsleuven wordt het bodemprofiel beschreven. Aspecten die per bodemlaag worden beschreven zijn de mate van beworteling, het vochtgehalte, eventuele roestverschijnselen, het organisch stofgehalte, de textuur, leemgehalte en de verdichting. De waardes zijn bepaald op basis van visuele waarnemingen. De locatie van de profielsleuven is gekozen aan de hand van mogelijke knelpunten bij de uitvoering van de geplande werkzaamheden. Bij de bodembeschrijving wordt gebruik gemaakt een visuele classificatie van het organische stof gehalte en de zandmediaan conform de indeling van de Stiboka en een vaste omschrijving van het vochtpercentage. Organische stof
Naam
50 tussen
Naam
0 - 1,5 %
Humusarm
50 en 105 µm
Uiterst fijn zand
1,5 - 2,5 %
Matig humusarm
105 en 150 µm
Zeer fijn zand
2,5 - 5 %
Matig humeus
150 en 210 µm
Matig fijn zand
5-8%
Zeer humeus
210 en 420 µm
Matig grof zand
8 - 15 %
Humusrijk
420 en 2000 µm
Zeer grof zand
Tabel 2.2; Classificatie organische stof
Bodemvocht
Beschrijving
Droog
Geen vocht waarneembaar
Licht vochtig
Weinig vocht, grond valt nog uiteen (veldcapaciteit)
Vochtig
Vocht blijft in grond bij knijpen
Nat
Vocht komt uit de grond bij knijpen (grondwater)
Tabel 2.4; Omschrijving vochtgehalte
10
Tabel 2.3; Benaming zandmediaan (Stiboka indeling)
BD21054 ∙ BEA en VPO Vogelwijk-Raadsherenbuurt, Leiden
Werkwijze bepalen verplantbaarheid De verplantbaarheid wordt bepaald aan de hand van verschillende factoren en criteria. Om te bepalen of de verplanting duurzaam kan worden uitgevoerd worden de volgende factoren beoordeeld: Toekomstverwachting Gebreken en afwijkingen Aanwezigheid van boven- en ondergrondse obstakels Dichtheid en omvang van de kluit Situatie huidige groeiplaats Situatie toekomstige groeiplaats (indien bekend) Boomkwaliteit Een boom dient een toekomstverwachting van meer dan 10 jaar te hebben, omdat de investering in de verplanting anders niet duurzaam wordt geacht. De kwaliteit van de stam en de stamvoet veroorzaakt door gebreken en afwijkingen kunnen de toekomstverwachting negatief beïnvloeden. Daarnaast kunnen bepaalde gebreken en afwijkingen tijdens en na de verplanting een verhoogd risico op stam en takbreuk met zich meebrengen, waardoor de verplantbaarheid negatief wordt beïnvloed. Obstakels Boven- en ondergrondse obstakels kunnen een belemmerende factor zijn tijdens de verplanting. Er dient voldoende werkruimte te zijn om de boom te kunnen verplanten en obstakels, zoals gebouwen, lichtmasten en bomen langs beoogde transportroutes kunnen de verplanting belemmeren. Objecten ondergronds kunnen ervoor zorgen dat de gewenste verplantkluit niet te realiseren is, zonder schade te veroorzaken aan objecten zoals kabels en leidingen.
Kluit De te verplanten bomen dienen voldoende wortelvolume te hebben om de slagingskans van de verplanting zo groot mogelijk te maken. Daarnaast is het ongewenst om te dikke wortels te verwijderen, wegens het risico op secundaire aantastingen en gebrek aan opnamecapaciteit door wortelverlies. Bij het onderzoek wordt in eerste instantie uitgegaan van een verplantkluit van 8 keer de stamdiameter. Aan de hand van de bevindingen uit het onderzoek kan de aanbevolen afmeting van de verplantkluit afwijken. Toekomstige groeiplaats De toekomstige groeiplaats dient voldoende groeiruimte en een geschikt bodemprofiel te bieden. Hierbij spelen de aanwezigheid van boven- en ondergrondse obstakels zoals kabels en leidingen, het huidige bodemprofiel en de aanwezigheid van grondwater een belangrijke rol. Per situatie zullen kansen en knelpunten voor de verplantbaarheid beoordeeld worden en worden conclusies en een advies uitgebracht over de slagingskans, de verplantmethode en de nazorg.
11
BD21054 ∙ BEA en VPO Vogelwijk-Raadsherenbuurt, Leiden
3. Resultaten Dit hoofdstuk bestaat uit de bovengrondse beoordeling en het ondergronds onderzoek. Daarnaast worden de knelpunten benoemd die invloed hebben op het duurzaam behoud van de bomen.
Bovengrondse Beoordeling In de hiernavolgende sub-paragrafen worden de resultaten van de bovengrondse beoordeling weergegeven. De resultaten geven inzicht in de huidige situatie. In bijlage 1 is de uitgebreide inventarisatietabel met alle boomkenmerken opgenomen.
3.1.1
Conditie en toekomstverwachting
Er zijn 421 bomen beoordeeld. De bomen in het projectgebied hebben over het algemeen een iets verminderde tot goede conditie met een toekomstverwachting van 10 tot 15 jaar of meer dan 15 jaar. 41 bomen zijn beoordeeld als sterk verminderd met een toekomstverwachting van 5 tot 10 jaar of 10 tot 15 jaar. 6 bomen zijn beoordeeld als stervende met een daarbij behorende toekomstverwachting van minder dan 5 jaar. Conditie
Toekomstverwachting
Aantal bomen
Goed
> 15 jaar
102
Iets verminderd
10 tot 15 jaar, > 15 jaar
272
Sterk verminderd
5 tot 10 jaar, 10 tot 15 jaar
41
Stervende
1 tot 5 jaar, < 1 jaar
6
Totaal
12
BD21054 ∙ BEA en VPO Vogelwijk-Raadsherenbuurt, Leiden
421
3.1.2
Bovengrondse beoordeling verplantbaarheid
Ruwe berk (boom 390) De boom heeft een iets verminderde conditie en een toekomstverwachting van 10 tot 15 jaar. De boom vertoont mechanische gebreken in de vorm van meerdere holtes. Er zijn grote holtes geconstateerd in de stam en in een gesteltak. Deze holtes duiden op onvoldoende regeneratief vermogen en vormen een risico op stam- of takbreuk tijdens een verplanting en vormen daarom een belemmering voor een duurzame verplanting.
Afbeelding 3.1; Ruwe berk Vinkenstraat
Afbeelding 3.2; Holte in stam
Himalayaberk (boom 391) De boom heeft een iets verminderde conditie en een toekomstverwachting van meer dan 15 jaar. De boom vertoont geen mechanische gebreken.
Afbeelding 3.3; Himalayaberk Vinkenstraat
13
BD21054 ∙ BEA en VPO Vogelwijk-Raadsherenbuurt, Leiden
Bomen Leeuwerikstraat (boom 327 t/m 334) De bomen in de Leeuwerikstraat hebben een iets verminderde tot een sterk verminderde conditie en een toekomstverwachting van 5 tot 10 jaar en 10 tot 15 jaar. De conditie en soorteigenschappen van de bomen vormen een belemmering voor een duurzame verplanting.
Afbeelding 3.4; Boom met iets verminderde conditie
Afbeelding 3.5; Boom met sterk verminderde conditie
Zomereik (boom 418) De boom heeft een goede conditie en een toekomstverwachting van meer dan 15 jaar. De boom vertoont geen mechanische gebreken. De boom is onderdeel van bosplantsoen, waardoor de kroon geen ronde vorm heeft ontwikkeld. De kroonvorm en obstakels langs mogelijke transportroutes vormen een belemmering voor een duurzame verplanting.
Afbeelding 3.6; Zomereik Blauwe Vogelweg
14
BD21054 ∙ BEA en VPO Vogelwijk-Raadsherenbuurt, Leiden
Pluimiep (boom 40) De boom heeft een iets verminderde conditie en een toekomstverwachting van meer dan 15 jaar. De boom vertoont geen mechanische gebreken. De woningen bevinden zich binnen de kroonprojectie en vormen een (beperkte) belemmering bij een verplanting. Ook de aanwezige bomen langs mogelijke transportroutes vormen een belemmering voor een duurzame verplanting.
Afbeelding 3.7; Pluimiep Johan de Wittstraat
15
BD21054 ∙ BEA en VPO Vogelwijk-Raadsherenbuurt, Leiden
Kansen en Knelpunten De impact van de werkzaamheden op de bovengrondse en ondergrondse situatie van de bomen wordt toegelicht aan de hand van de knelpunten, daarnaast worden waar mogelijk kansen benoemd om de situatie en kwaliteit van de bomen te verbeteren.
Algemene knelpunten Bronbemaling Op verschillende locaties binnen het projectgebied is een grondwaterstand gemeten tussen 1,00 en 1,40m beneden maaiveld. Om de riolering op diepte aan te brengen zal men bronbemaling moeten toepassen. Een verlaging van het waterpeil kan grote negatieve gevolgen hebben voor de bomen in de omgeving. Dit is afhankelijk van de duur van de werkzaamheden/bemaling en de beschikbaarheid van water door regenval of watergiften. Ontgraving riolering Om de riolering aan te brengen wordt een sleuf ontgraven tot beneden het grondwater. Dit houdt in dat alle wortels binnen de ontgravingslijn worden verwijderd. Wanneer een groot percentage beworteling van een boom wordt verwijderd kan dit leiden tot ernstige terugval in conditie of afsterving. Vervangen verharding Om de herinrichting te realiseren dient de oude verharding te worden opgebroken. Door de opbreekwerkzaamheden kan (ernstige) wortelschade worden aangericht. Ook het aanbrengen van verharding en met name de nieuwe bandenlijn brengt een risico op wortelschade met zich mee. Ontgraven plantvakken Om de boomspiegels en plantvakken te vergroten dient grond uitgewisseld te worden direct rond de bomen. Hierbij kan (ernstige) wortelschade worden aangericht. Aanpassen bandenlijn parkeerstroken Op een aantal locaties wordt de bandenlijn aan het begin en eind van parkeerstroken aangepast.
Waar in de huidige situatie een diagonale bandenlijn aanwezig is wordt in de nieuwe situatie een rechte hoek gerealiseerd. Bij een aantal bomen schuift de bandenlijn hierdoor op richting de boom.
Specifieke knelpunten Hogerbeetsstraat De Hogerbeetsstraat betreft een smalle straat waarin 9 moerascipressen (Taxodium distichum) staan. Het ontgraven ten behoeve van de riolering vormt bij voorbaat een risico op wortelschade. In afbeelding 3.2 is het straatprofiel te zien.
Afbeelding 3.8; Hogerbeetsstraat
16
BD21054 ∙ BEA en VPO Vogelwijk-Raadsherenbuurt, Leiden
Warmonderweg Aan de Warmonderweg is een nieuwe riolering beoogd. Deze wordt aangelegd nabij 5 Hollandse lindes (Tilia x europaea). De ontgraving van de riolering kan (ernstige) wortelschade veroorzaken.
Afbeelding 3.9; Warmonderweg Johan de Wittstraat Aan de Johan de Wittstraat zijn op veel plaatsen de trottoirbanden opzij gedrukt door boomwortels. Afbeelding 3.4 geeft een beeld van de situatie weer. Het is op deze locaties niet mogelijk om de trottoirband op dezelfde plek terug te plaatsen met betrekking tot duurzaam behoud van de bomen.
Afbeelding 3.10; Opdruk Johan de Wittstraat Nachtegaallaan Aan de Nachtegaallaan ter hoogte van nummer 17 staan twee Italiaanse populieren (Populus nigra ‘Italica’). Volgens het ontwerp is de nieuwe bandenlijn ingetekend op de locatie van de westelijke boom. Hierdoor is deze niet inpasbaar. Het verwijderen van de westelijke boom heeft negatieve gevolgen voor de andere boom.
Afbeelding 3.11; Italiaanse populieren Nachtegaallaan Nachtegaallaan nabij Rijnsburgerweg De Nachtegaallaan, nabij de Rijnsburgerweg betreft een dam met een relatief smal profiel met bomen aan weerszijden van de weg. In deze dam is een nieuwe riolering voor vuilwater afvoer beoogd. Het ontgraven van de riolering vormt een knelpunt voor duurzaam behoud van de bomen.
Afbeelding 3.12; Italiaanse populieren Nachtegaallaan
17
BD21054 ∙ BEA en VPO Vogelwijk-Raadsherenbuurt, Leiden
Kansen Inpassen pluimiep Johan de Wittlaan De pluimiep ter hoogte van Johan de Wittlaan 45 is op basis van kwaliteit en ontwerp inpasbaar in de nieuwe situatie. Het realiseren van het plantvak heeft positieve impact op de kwaliteit van de boom, omdat deze meer ondergrondse groeiruimte, vocht en voeding ter beschikking krijgt. Vergroten en verbeteren groeiplaatsen De herinrichting van de Vogelwijk en de Raadsherenbuurt richt zich op het vergroenen van de buitenruimte. Dit houdt in dat boomspiegels zoveel mogelijk vergroot en beplant worden en parkeervakken worden gerealiseerd met waterdoorlatende verharding. Dit komt de kwaliteit van de bomen ten goede.
18
BD21054 ∙ BEA en VPO Vogelwijk-Raadsherenbuurt, Leiden
Resultaten ondergronds onderzoek BEA Voor deze BEA is ondergronds onderzoek verricht naar de bodemopbouw en de beworteling. De locaties van de profielsleuven zijn in het veld bepaald op basis van mogelijke knelpunten. Dit hoofdstuk beschrijft de belangrijkste bevindingen uit het ondergronds onderzoek. Een volledige weergave van de resultaten is te zien in bijlage 2. Ten behoeve van de BEA zijn de volgende locaties onderzocht: Hogerbeetsstraat (profielsleuf 1 t/m 6) Profielsleuf 1 t/m 6 zijn gegraven om inzicht te krijgen in de impact van de voorgenomen werkzaamheden op boom 18 t/m 26. Over het algemeen is grove beworteling tot 20 centimeter Ø aangetroffen onder de rijbaan. De beworteling is aangetroffen tussen 5 en 60 centimeter diepte. Grondwater is aangetroffen op 100 centimeter onder maaiveld. Warmonderweg (profielsleuf 7 t/m 9) Profielsleuf 7 t/m 9 zijn gegraven om inzicht te krijgen in de impact van de voorgenomen werkzaamheden op boom 12 t/m 16. In de parkeerstrook langs de vijf lindes is beworteling tot 4 centimeter Ø in beperkte mate aangetroffen. De beworteling is oppervlakkig, tussen 5 en 15 centimeter diepte. Johan de Wittstraat (profielsleuf 11) In de parkeerstrook langs de Johan de Wittstraat is oppervlakkige beworteling aangetroffen. De wortels zijn tot 5 centimeter Ø. Door reactieweefsel zijn wortels van 40 centimeter breed ontstaan.
Van Ledenberchstraat (profielsleuf 12 en 13) Aan de westzijde van boom 99 is op 0,8 meter vanuit de stamvoet intensieve beworteling aangetroffen van wortels tot 4 centimeter Ø. Op 2,0 meter vanuit de stamvoet is gebleken dat de intensiviteit van de beworteling sterk afneemt. Van Oldenbarneveltstraat (profielsleuf 14) Op 1 meter vanuit de stamvoet van boom 73 is matig intensieve beworteling aangetroffen tot 5 centimeter Ø. De beworteling bevindt zich in de bovenste 30 centimeter. Antonie Duycklaan (profielsleuf 15 t/m 19) Profielsleuf 15 t/m 19 zijn gegraven om inzicht te krijgen in de impact van de voorgenomen werkzaamheden op boom 186, 187, 226, 227, 229 en 230. Over het algemeen vertonen de bomen aan de Antonie Duycklaan oppervlakkige beworteling onder het trottoir. Er zijn wortels tot 5 centimeter Ø aangetroffen. Paulus Buysstraat (profielsleuf 20) Op 0,3 meter uit de stam van boom 194 is intensieve beworteling tot 3 centimeter Ø aangetroffen. De wortels groeien op een afstand van 0,1 meter vanuit de huidige bandenlijn. Nachtegaallaan (profielsleuf 21 en 22) Ter hoogte van de twee Italiaanse populieren (boom 252 en 253) is op 0,8 meter vanuit de stamvoet intensieve beworteling tot 4 centimeter Ø aangetroffen. De zilverlindes aan de Nachtegaallaan vertonen grove oppervlakkige beworteling tot 15 centimeter Ø op 1,0 meter uit de stamvoet.
Blauwe vogelweg (profielsleuf 25) Op 0,6 meter uit de stamvoet van boom 414 is zeer intensieve beworteling van wortels tot 2 centimeter Ø aangetroffen.
19
BD21054 ∙ BEA en VPO Vogelwijk-Raadsherenbuurt, Leiden
Resultaten ondergronds onderzoek VPO Op basis van de bovengrondse beoordeling is gebleken dat boom 40 en boom 391 ondergronds onderzoek behoeven om inzicht in de verplantbaarheid te verkrijgen. De profielsleuven zijn gegraven ter hoogte van de buitenkant van de beoogde verplantkluit. De volledige resultaten van het ondergronds onderzoek zijn weergegeven in bijlage 2. Pluimiep Johan de Wittstraat (profielsleuf 10) Uit het ondergronds onderzoek bij boom 40 is gebleken dat er grove beworteling tot 12 centimeter Ø aanwezig is ter hoogte van de beoogde verplantkluit. Ook zijn een gasleiding en datakabels aangetroffen binnen de beoogde verplantkluit. De boom wordt daarom niet verplantbaar geacht.
Afbeelding 3.13; Aangetroffen gasleiding in verplantkluit Afbeelding 3.14; Grove beworteling
20
BD21054 ∙ BEA en VPO Vogelwijk-Raadsherenbuurt, Leiden
Himalayaberk Vinkenstraat (profielsleuf 23 en 24) Uit het ondergronds onderzoek is gebleken dat boom 391 voornamelijk fijne beworteling tot 2 centimeter Ø vertoont ter hoogte van de beoogde verplantkuit. De boom wordt daarom verplantbaar geacht.
Afbeelding 3.15; Locatie profielsleuf 24
21
BD21054 ∙ BEA en VPO Vogelwijk-Raadsherenbuurt, Leiden
Afbeelding 3.16; Fijne beworteling
4. Conclusie en Advies In het projectgebied gaan diverse werkzaamheden plaatsvinden die mogelijk invloed hebben op de bomen. Per onderdeel geven wij randvoorwaarden voor ontwerp en boombescherming. Er worden indien mogelijk alternatieven geboden voor het behoud van de bomen en een verbetering van de conditie en toekomstverwachting.
Eindoordeel Bomen Effect Analyse Op basis van de voorgenomen werkzaamheden zijn de effecten op de bomen inzichtelijk gemaakt en wordt een conclusie gegeven of de bomen in de nieuwe situatie ingepast kunnen worden en onder welke randvoorwaarden. De inpasbaarheid van de bomen wordt gebaseerd op de mogelijkheid tot duurzaam behoud. Duurzaam behoud van een boom wordt mogelijk geacht wanneer deze na uitvoering van de werkzaamheden een toekomstverwachting heeft van meer dan 10 jaar. De meeste bomen binnen het projectgebied worden inpasbaar geacht. Er zijn enkele locaties waar bomen niet of beperkt inpasbaar worden geacht, op basis van kwaliteit en ontwerp. De belangrijkste bomen die niet inpasbaar zijn of inpasbaar zijn onder voorbehoud van aanpassingen en randvoorwaarden worden hieronder nader toegelicht.
4.1.1
Effecten
Algemeen effect toekomstige situatie Op basis van het huidige ontwerp heeft de toekomstige situatie over het algemeen een positieve impact op de bomen, doordat de meeste boomspiegels worden vergroot en parkeerstroken worden uitgevoerd in water doorlatende verharding. In paragraaf 4.3 worden algemene randvoorwaarden gesteld, die duurzaam behoud van de bomen bevorderd.
Hogerbeetsstraat In de Hogerbeetsstraat staan 9 bomen (boom 18 t/m 26) van de soort Taxodium distichum. De bomen zijn vermoedelijk 1 of 2 groeiseizoenen geleden terug gezet om de kronen te reduceren. De bomen hebben een iets verminderde conditie en een toekomstverwachting van meer dan 15 jaar bij een ongewijzigde situatie. Er is bij 5 van de 9 bomen ondergronds onderzoek gedaan. 4 van deze onderzochte bomen vertoont grove beworteling (tot 25 centimeter Ø) onder de rijbaan. Verwijderen van deze wortels zal leiden tot het afsterven van de bomen. Het advies is om de 9 bomen in de Hogerbeetsstraat niet in te passen. Warmonderweg Langs het traject voor de nieuwe riolering aan de Warmonderweg staan 5 bomen (boom 12 t/m 16) van de soort Tilia tomentosa. Het aanbrengen van en ontgraven ten behoeve van de riolering heeft beperkte negatieve invloed op de bomen. Onder de parkeerstrook is beperkte beworteling aangetroffen. De bomen worden op basis van het ontwerp inpasbaar geacht. De werkzaamheden kunnen volgens het ontwerp worden uitgevoerd. De ontgravingslijn dient minimaal 1,0 meter uit de stamvoet van de bomen te liggen. De randvoorwaarden zoals gesteld in paragraaf 4.3 dienen in acht te worden genomen. Johan de Wittstraat Langs de Johan de Wittstraat zijn veel banden opgedrukt door boomwortels.
Het plaatsen van de nieuwe bandenlijn op dezelfde locatie is niet mogelijk met het oog op duurzaam behoud van de bomen. Enkele wortels onder de parkeervakken kunnen verwijderd worden, maar de wortels die de band op(zij) drukken kunnen niet worden verwijderd. Er zijn aanpassingen in het ontwerp nodig om de bomen in te kunnen passen. Het advies is om het ontwerp aan te passen, zodat de bandenlijn verder uit de stamvoet van de bomen komt te liggen. Indien gewenst kan ook maatwerk worden geleverd rond bomen die banden opdrukken. Het is van belang dat de randvoorwaarden zoals gesteld in paragraaf 4.3 in acht worden genomen.
22
BD21054 ∙ BEA en VPO Vogelwijk-Raadsherenbuurt, Leiden
Van Ledenberchstraat t.h.v. nr 10 De bandenlijn rond de Betula nigra (boom 99) aan de zijde van de parkeerstrook wordt opgeschoven. In de huidige situatie loopt de bandenlijn schuin op ruim 2 meter vanuit de stamvoet van de boom. In de nieuwe situatie is de bandenlijn op ongeveer 1 meter vanuit de stam met een rechte hoek ontworpen. Dit zal leiden tot een onaanvaardbaar wortelverlies. De boom is niet duurzaam te behouden op basis van het ontwerp. Het advies is om het ontwerp aan te passen en de bandenlijn minimaal 2 meter uit de stamvoet te plaatsen. Van Oldenbarneveltstraat t.h.v. nr 6 De bandenlijn rond de Betula nigra (boom 73) wordt opgeschoven richting de stamvoet. Uit het ondergronds onderzoek blijkt dat dit niet mogelijk is met het oog op duurzaam behoud van de boom. Het advies is om het ontwerp aan te passen en een minimale afstand tot de boom aan te houden van 1,5 meter. Antonie Duycklaan T.h.v. De Leidse Houtschool en t.h.v. nr 10 t/m 10D staan meerdere bomen van de soort Acer pseudoplatanus. Rond deze bomen wordt de bandenlijn aangepast. In de huidige situatie lopen de bandenlijnen schuin ten behoeve van de parkeerstroken. In de nieuwe situatie is de bandenlijn in een rechte hoek ontworpen en is deze dichter naar de boom gesitueerd. Uit het ondergronds onderzoek blijkt dat de bomen gebundelde beworteling vertonen.
Daardoor is heeft het opschuiven van de bandenlijn en het verwijderen van deze wortels een negatieve impact op duurzaam behoud van de bomen. De bomen zijn niet duurzaam te behouden op basis van het huidige ontwerp. Het advies is om het ontwerp aan te passen, zodat de bandenlijn niet opschuift richting de boom maar juist verder van de stamvoet af. Nachtegaallaan Langs de Nachtegaallaan staan meerdere bomen van de soort Tilia tomentosa. De bomen vertonen oppervlakkige beworteling binnen de boomspiegel. In de nieuwe situatie wordt de boomspiegel aan de huizenzijde opgeschoven richting de stamvoet. Dit is niet mogelijk met het oog op duurzaam behoud van de bomen. De beworteling op de plaats van de beoogde bandenlijn aan de huizenzijde kan niet worden verwijderd. Er zijn aanpassingen in het ontwerp noodzakelijk om de bomen duurzaam te kunnen behouden. Het advies is om het ontwerp aan te passen, zodat de bandenlijn verder van de stamvoet wordt geplaatst. Indien nodig dient maatwerk geleverd te worden in het ontwerp of materiaalgebruik. Nachtegaallaan t.h.v. nr 17 De twee bomen van de soort Populus nigra ‘Italica’ zijn niet inpasbaar volgens het huidige ontwerp. De nieuwe bandenlijn is ingetekend door de stam van de westelijke boom. Wanneer deze boom niet wordt ingepast dient de oostelijke boom ook verwijderd te worden, in verband met de veranderende windbelasting.
Ook de ontgraving voor de riolering brengt een risico op wortelschade mee. Afhankelijk van de ontgravingslijn t.b.v. de riolering en de mogelijkheid tot aanpassen van ontwerp van de bandenlijn zijn de bomen inpasbaar. Het advies is om het ontwerp aan te passen, zodat de bandenlijn op dezelfde locatie gesitueerd wordt. Bij de ontgraving voor de riolering dienen de randvoorwaarden zoals gesteld in paragraaf 4.3 in acht te worden genomen. Nachtegaallaan nabij Rijnsburgerweg Het laatste deel van de Nachtegaallaan, nabij de Rijnsburgerweg betreft een relatief smalle dam, waarlangs aan weerszijden bomen staan. Gezien het feit dat de bomen niet in de richting van de sloot kunnen wortelen zullen relatief veel wortels in de dam aanwezig zijn. Door het ontgraven ten behoeve van de riolering is er een aanzienlijk risico op wortelschade. De bomen hebben voldoende vocht ter beschikking en op basis van soort eigenschappen zijn de bomen inpasbaar. Het advies is om de bomen in te passen. Om wortelverlies te beperken dient op deze locatie gewerkt te worden met sleufbekisting, waardoor de ontgravingszone zo smal mogelijk blijft.
23
BD21054 ∙ BEA en VPO Vogelwijk-Raadsherenbuurt, Leiden
Blauwe vogelweg Langs de Blauwe vogelweg wordt ligt de huidige bandenlijn dicht langs het bosplantsoen. Volgens het ontwerp wordt de nieuwe bandenlijn op dezelfde locatie geplaatst. Uit het ondergronds onderzoek is gebleken dat dit mogelijk is. Het advies is om de bomen langs de Blauwe vogelweg in te passen. De werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd met in achtneming van de randvoorwaarden zoals gesteld in paragraaf 4.3.
Een volledige overzicht van de inpasbaarheid is weergegeven op de kaarten ‘Inpasbaarheid Raadsherenbuurt’ en ‘Inpasbaarheid Vogelwijk’ die zijn bijgevoegd als bijlage 4.
4.1.2
Impact uitvoering
Ontgraven riolering De voornaamste negatieve impact wordt veroorzaakt door het ontgraven ten behoeve van de riolering. Hiervoor wordt op veel locaties tot beneden het grondwater ontgraven, waardoor alle wortels binnen de ontgravingszone worden verwijderd. Wanneer de ontgraving binnen de kwetsbare boomzone plaatsvindt dient men wortels zoveel mogelijk in stand te houden. Toepassen bronbemaling Op verschillende locaties binnen het projectgebied is een grondwaterstand gemeten tussen 1,00 en 1,40m beneden maaiveld. Om de riolering op diepte aan te brengen zal men bronbemaling moeten toepassen. Een verlaging van het waterpeil kan grote negatieve gevolgen hebben voor de bomen in de omgeving. Dit is afhankelijk van de duur van de werkzaamheden/bemaling en de beschikbaarheid van water door regenval of watergiften. Vervangen bandenlijn Op veel locaties wordt de bandenlijn vervangen en op dezelfde locatie teruggeplaatst. Wanneer boomwortels langs de huidige bandenlijn groeien wordt het stellen van de nieuwe bandenlijn belemmerd. Over het verwijderen van wortels worden in paragraaf 4.3 algemene randvoorwaarden gesteld. Opbreken verharding en ontgraven plantvakken Het opbreken van de bestaande verharding en het ontgraven van plantvakken brengt een groot risico op wortelschade met zich mee.
Gezien het feit dat de bomen vooral oppervlakkig wortelen zal het percentage wortelverlies relatief hoog zijn wanneer wortels ernstig beschadigen of verwijderd worden. Het advies is om rond bomen grond weg te zuigen in plaats van te ontgraven. Zo wordt wortelschade en wortelverlies zoveel mogelijk beperkt. Impact bovengronds Om de werkzaamheden uit te voeren zal groot materieel ingezet worden. Deze werkzaamheden vormen een risico op bovengrondse schade aan de bomen. Ter bescherming van de bomen dienen de randvoorwaarden zoals gesteld in paragraaf 4.3 in acht te worden genomen.
24
BD21054 ∙ BEA en VPO Vogelwijk-Raadsherenbuurt, Leiden
Eindoordeel verplantbaarheid Op basis van de voorgenomen werkzaamheden wordt een eindoordeel gegeven over de verplantbaarheid per boom. Op basis van de verplantbaarheid worden enkele adviezen gegeven die een duurzame verplanting van de bomen bevorderen.
4.2.1
Conclusie verplantbaarheid per boom
Pluimiep t.h.v. Johan de Wittstraat 45 Op basis van de bevindingen van het boven- en ondergronds onderzoek wordt de iep ter hoogte van Johan de Wittstraat 45 (boom 40) niet verplantbaar geacht. Bovengronds zijn veel obstakels aanwezig rond de huidige standplaats en langs de benodigde transportroute. Ondergronds zijn obstakels aanwezig binnen de verplantkluit in de vorm van een gasleiding en data- en elektriciteitskabels. Op de rand van de beoogde verplantkluit is grove beworteling aangetroffen. Grove beworteling kan bij en verplanting leidt tot een relatief groot wortelverlies en grote wonden. Himalayaberk t.h.v. Vinkenstraat 2 Op basis van de bevindingen van het boven- en ondergronds onderzoek wordt de Himalayaberk ter hoogte van Vinkenstraat 2 (boom 391) verplantbaar geacht. Gezien de conditie en de aanwezigheid van veel fijne beworteling op de rand van de beoogde verplantkluit kan de boom goed reageren op een verplanting. Gezien het formaat van de boom is deze leverbaar vanaf een kwekerij, waardoor de aanplant van een nieuwe boom vaak aantrekkelijker is dan het verplanten van één boom. Ruwe berk t.h.v. Vinkenstraat 10 Op basis van de bevindingen van de bovengrondse beoordeling wordt de ruwe berk (boom 390) ter hoogte van Vinkenstraat 10 niet verplantbaar geacht. De boom vertoont meerdere holtes, zowel in de stam als in de gesteltakken.
De boom laat een beperkte overwalling van oude wonden zien, wat duidt op een verminderde conditie. De holtes vormen tijdens een verplanting een groot risico op tak- en stambreuk. Bomen Leeuwerikstraat De verplantbaarheid van boom 327 t/m 334 is bepaald aan de hand van de bovengrondse beoordeling. Boom 327, 328, 329, 330, 331, 332 en 334 worden verplantbaar geacht, op basis van conditie, toekomstverwachting en soorteigenschappen. Boom 333 wordt niet verplantbaar geacht, vanwege een sterk verminderde conditie en een toekomstverwachting van minder dan 10 jaar. Zomereik t.h.v. Blauwe Vogelweg 1 Op basis van de bovengrondse bevindingen wordt de zomereik (boom 418) ter hoogte van Blauwe Vogelweg 1 niet verplantbaar geacht. De boom maakt onderdeel uit van bosplantsoen, waardoor de kroon onvoldoende ontwikkeld is. Daarnaast treedt ernstige wortelschade aan nevenstaande bomen op wanneer boom 418 wordt vrij gegraven. Ook zijn er veel obstakels geconstateerd langs de benodigde transportroute.
4.2.2
Advies verplanting
Indien ervoor wordt gekozen boom 391, boom 327 t/m 332 en boom 334 te verplanten is een verplantkluit van 8 keer de stamdiameter (+/- Ø 1,0 meter) benodigd. Verplantmethode Het advies is de bomen te verplanten met behulp van een verplantmachine een diameter van minimaal 1 meter. Slagingskans De slagingskans van verplanten van deze bomen zonder voorbereidingstijd wordt geschat op circa 60%. Wanneer de bomen een voorbereidingsperiode krijgen van minimaal 1 jaar, zal het slagingspercentage toenemen tot circa 80%. In de voorbereiding wordt de kluit geprepareerd voor het verplanten. Hiervoor wordt de kluit (deels) rond gegraven om wortelstimulans in de kluit te krijgen. Bij het voorbereiden worden tevens meststoffen toegevoegd voor goede ontwikkeling van de wortelkluit.
25
BD21054 ∙ BEA en VPO Vogelwijk-Raadsherenbuurt, Leiden
Voor een goede aanslag van de bomen is het van belang de toekomstige groeiplaatsen goed in te richten. Dat wil zeggen dat er groeiplaatsverbetering moet worden toegepast door voldoende doorwortelbare ruimte te creëren en de groeiplaats te verbeteren met teelaarde met specificaties van bomengrond. De bomen dienen op de toekomstige locatie bovengronds verankerd te worden. Zo wordt meer stabiliteit gecreëerd voor de bomen die na verplanten een beperkte kluitomvang hebben. Nazorg Om een verplanting te laten slagen is de nazorgperiode cruciaal. Tijdens deze periode worden de bomen gecompenseerd op wortelverlies door onder andere watergiften tijdens het groeiseizoen. Er vanuit gaande dat geen voorbereiding mogelijk is adviseren wij om na het verplanten de bomen minimaal gedurende 3 groeiseizoenen te voorzien van water met een monitoring van de reactie op de verplanting. Bij de eerste ronde dient Alghium te worden geïnjecteerd in de verplantkluit om de ontwikkeling van nieuwe haarwortels te stimuleren. De monitoring dient per groeiseizoen minimaal 4 maal te worden uitgevoerd, zodat snel kan worden gehandeld in geval van achteruitgang.
De bomen zullen naar verwachting het eerste groeiseizoen 12 tot 14 watergiften nodig hebben, het tweede groeiseizoen 8 tot 10 watergiften en de opvolgende groeiseizoenen 4 tot 8 watergiften, afhankelijk van de reactie op de verplanting en de weersomstandigheden. Inschatting kosten De kosten voor verplanten aan de hand van bovenstaande methode en adviezen worden geschat op €650,- per boom, inclusief voorbereiding- en nazorgperiode. Deze kosten zijn gebaseerd op het verplanten van 8 bomen in dezelfde straat waarbij de nieuwe plantlocatie binnen 100 meter gelegen is. Op basis van de kosten die een verplanting met zich meebrengt ten opzichte van de kwaliteit en vervangingskosten, dient de afweging gemaakt te worden of het risico en de kosten afwegen tegen de mogelijkheid om nieuwe bomen aan te planten.
26
BD21054 ∙ BEA en VPO Vogelwijk-Raadsherenbuurt, Leiden
Randvoorwaarden Bij de uitvoering van de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de volgende randvoorwaarden. Ter voorkoming van schade aan de boom of het wortelgestel.
27
Aanstellen onafhankelijk boomtoezichthouder die ETT (European Tree Technician) is gecertificeerd) met de volmacht tot nader order van de directie om de werkzaamheden stil te leggen. Wortels dikker dan 5 cm alleen haaks op de groeirichting afzagen, waarbij rafelige wonden moeten worden voorkomen en onder toezicht van een door OG aangewezen ETT (European Tree Technician) gecertificeerde boomtoezichthouder. Aan de uitvoerende partijen wordt de poster “Werken rond Bomen” (zie Bijlage 3) verstrekt en van toepassing verklaard in het bestek. De kwetsbare boomzone mag niet gebruikt worden voor opslag van materialen (ook geen depositie van vrijkomend grond). Binnen de kwetsbare boomzone mag niet gereden worden met zwaar materieel zoals rupskranen en minigravers. De bomen staan binnen het draaibereik van graafmachines, hiervoor adviseren wij ter voorkoming van schade om de stam te ommantelen met planken met daartussen een drainbuis en daarnaast een toolbox te organiseren waarbij het werken binnen de kroonprojectie wordt behandeld door een ETT-er. Snoeien aan bomen mag alleen worden uitgevoerd door een gecertificeerd ETW (European Tree Worker) boomverzorger. Dit geldt ook wanneer er sprake is van een minimale snoei-ingreep zoals een gebroken of beschadigde tak.
BD21054 ∙ BEA en VPO Vogelwijk-Raadsherenbuurt, Leiden
Bijlagen
28
BD21054 ∙ BEA en VPO Vogelwijk-Raadsherenbuurt, Leiden
Bijlage 1
Boomgegevens
Bijlage 2
Resultaten ondergronds onderzoek
Bodemprofiel 1 Locatie profiel: Hogerbeetsstraat In verharding – 1,0 meter vanuit de stamvoet van boom 21
Opbouw bodemprofiel
Dieptes gemeten vanaf bovenkant bestrating. 0 - 5 centimeter Elementverharding 5 - 35 centimeter Humusloos, matig grof zand, licht bruin, licht vochtig 35 - 55 centimeter Humusarm, matig grof zand, licht bruin, licht vochtig 55 - 105 centimeter Humusarm, matig fijn zand, grijs, vochtig 105 - 120 centimeter Humusarm, matig fijn zand, grijs, nat
Beworteling
In de zone tussen 5 en 30 centimeter diepte is intensieve beworteling van wortels tot 3 centimeter Ø aangetroffen. Dieper dan 30 centimeter is niet gegraven.
Grondwater
Op 100 centimeter diepte is grondwater aangetroffen.
Tabel 0.1; Resultaten profielsleuf 1
Afbeelding 0.1; Overzicht profielsleuf 1
30
BD21054 ∙ BEA en VPO Vogelwijk-Raadsherenbuurt, Leiden
Afbeelding 0.2; Detail profielsleuf 1
Bodemprofiel 2 Locatie profiel: Hogerbeetsstraat In verharding – 0,8 meter vanuit de stamvoet van boom 21
Opbouw bodemprofiel
Dieptes gemeten vanaf bovenkant bestrating. 0 - 5 centimeter Elementverharding 5 - 35 centimeter Humusarm, matig grof zand, licht bruin, licht vochtig 35 - 50 centimeter Humusarm, matig grof zand, donker grijs, licht vochtig 50 - 105 centimeter Humusarm, matig grof zand, matig lutum houdend, bruin met roestvlekjes, vochtig 105 - 110 centimeter Humusarm, fijn zand, matig lutum houdend, donker grijs, nat
Beworteling
In de zone tussen 5 en 30 centimeter diepte is intensieve beworteling van wortels tot 30 centimeter Ø aangetroffen. Dieper dan 30 centimeter is niet gegraven.
Grondwater
Op 100 centimeter diepte is grondwater aangetroffen.
Tabel 0.2; Resultaten profielsleuf 2
Afbeelding 0.3; Overzicht profielsleuf 2
31
BD21054 ∙ BEA en VPO Vogelwijk-Raadsherenbuurt, Leiden
Afbeelding 0.4; Detail profielsleuf 2
Bodemprofiel 3 Locatie profiel: Hogerbeetsstraat In verharding – 1,2 meter vanuit de stamvoet van boom 22
Opbouw bodemprofiel
Dieptes gemeten vanaf bovenkant bestrating. 0 - 5 centimeter Elementverharding 5 - 45 centimeter Humusloos, matig grof zand, licht bruin, licht vochtig
Beworteling
In de zone tussen 5 en 20 centimeter diepte is nauwelijks beworteling aangetroffen, Tussen 20 en 45 centimeter diepte is intensieve beworteling van wortels tot 2 centimeter Ø aangetroffen. Op 40 centimeter diepte is een wortel van 15 centimeter Ø en een wortel van 6 centimeter Ø aangetroffen.
Grondwater
In deze profielsleuf is geen grondwater aangetroffen.
Tabel 0.3; Resultaten profielsleuf 3
Afbeelding 0.5; Overzicht profielsleuf 3
32
BD21054 ∙ BEA en VPO Vogelwijk-Raadsherenbuurt, Leiden
Afbeelding 0.6; Detail profielsleuf 3
Bodemprofiel 4 Locatie profiel: Hogerbeetsstraat In verharding – 1,4 meter vanuit de stamvoet van boom 23
Opbouw bodemprofiel
Dieptes gemeten vanaf bovenkant bestrating. 0 - 5 centimeter Elementverharding 5 - 60 centimeter Humusloos, matig grof zand, licht bruin, licht vochtig
Beworteling
In de zone tussen 20 en 60 centimeter diepte is intensieve beworteling van wortels tot 20 centimeter Ø aangetroffen. Op 25 centimeter diepte zijn twee wortels van 15 centimeter Ø en een wortel van 20 centimeter Ø aangetroffen.
Grondwater
In deze profielsleuf is geen grondwater aangetroffen.
Tabel 0.4; Resultaten profielsleuf 4
Afbeelding 0.7; Overzicht profielsleuf 4
33
BD21054 ∙ BEA en VPO Vogelwijk-Raadsherenbuurt, Leiden
Afbeelding 0.8; Detail profielsleuf 4
Bodemprofiel 5 Locatie profiel: Hogerbeetsstraat In verharding – 1,3 meter vanuit de stamvoet van boom 24
Opbouw bodemprofiel
Dieptes gemeten vanaf bovenkant bestrating. 0 - 5 centimeter Elementverharding 5 - 50 centimeter Humusloos, matig grof zand, licht bruin, licht vochtig 50 - 75 centimeter Humusarm, matig grof zand, bruin, vochtig 75 - 105 centimeter Humusarm, matig fijn zand, grijs, nat
Beworteling
In de zone tussen 50 en 60 centimeter diepte is intensieve beworteling van wortels tot 10 centimeter Ø aangetroffen. Bij de boring is tot 70 centimeter diepte beworteling aangetroffen.
Grondwater
Op 100 centimeter diepte is grondwater aangetroffen.
Tabel 0.5; Resultaten profielsleuf 5
Afbeelding 0.9; Overzicht profielsleuf 5
34
BD21054 ∙ BEA en VPO Vogelwijk-Raadsherenbuurt, Leiden
Afbeelding 0.10; Detail profielsleuf 5
Bodemprofiel 6 Locatie profiel: Hogerbeetsstraat In verharding – 0,9 meter vanuit de stamvoet van boom 26
Opbouw bodemprofiel
Dieptes gemeten vanaf bovenkant bestrating. 0 - 5 centimeter Elementverharding 5 - 65 centimeter Humusloos, matig grof zand, licht bruin, licht vochtig 65 - 80 centimeter Humusarm, matig grof zand, donker grijs, vochtig 80 - 105 centimeter Humusarm, matig grof zand, donker grijs, nat
Beworteling
In de zone tussen 5 en 25 centimeter diepte is nauwelijks beworteling aangetroffen. Tussen 25 en 60 centimeter diepte zijn enkele wortels tot 2 centimeter Ø aangetroffen. Op 60 centimeter diepte zijn enkele wortels tot 4 centimeter Ø aangetroffen.
Grondwater
Op 100 centimeter diepte is grondwater aangetroffen.
Tabel 0.6; Resultaten profielsleuf 6
Afbeelding 0.11; Overzicht profielsleuf 6
35
BD21054 ∙ BEA en VPO Vogelwijk-Raadsherenbuurt, Leiden
Afbeelding 0.12; Detail profielsleuf 6
Bodemprofiel 7 Locatie profiel: Warmonderweg In verharding – 2,1 meter vanuit de stamvoet van boom 12
Opbouw bodemprofiel
Dieptes gemeten vanaf bovenkant bestrating. 0 - 5 centimeter Elementverharding 5 - 20 centimeter Humusloos, matig grof zand, licht bruin, licht vochtig 20 - 25 centimeter Beton/puin
Beworteling
In deze profielsleuf is geen beworteling aangetroffen.
Grondwater
In deze profielsleuf is geen grondwater aangetroffen.
Tabel 0.7; Resultaten profielsleuf 7
Afbeelding 0.13; Overzicht profielsleuf 7
36
BD21054 ∙ BEA en VPO Vogelwijk-Raadsherenbuurt, Leiden
Afbeelding 0.14; Detail profielsleuf 7
Bodemprofiel 8 Locatie profiel: Warmonderweg In verharding – 1,4 meter vanuit de stamvoet van boom 12
Opbouw bodemprofiel
Dieptes gemeten vanaf bovenkant bestrating. 0 - 5 centimeter Elementverharding 5 - 15 centimeter Humusarm, matig grof zand, grijs, licht vochtig 15 - 55 centimeter Humusarm, matig grof zand, licht bruin, licht vochtig 55 - 70 centimeter Humusarm, matig grof zand, donker grijs, vochtig
Beworteling
In de zone tussen 5 en 25 centimeter diepte is matig intensieve beworteling van wortels tot 2 centimeter Ø aangetroffen. Dieper dan 25 centimeter is nauwelijks beworteling aangetroffen.
Grondwater
Op 70 centimeter diepte is grondwater aangetroffen.
Tabel 0.8; Resultaten profielsleuf 8
Afbeelding 0.15; Overzicht profielsleuf 8
37
BD21054 ∙ BEA en VPO Vogelwijk-Raadsherenbuurt, Leiden
Afbeelding 0.16; Detail profielsleuf 8
Bodemprofiel 9 Locatie profiel: Warmonderweg In verharding – 0,6 meter vanuit de stamvoet van boom 16
Opbouw bodemprofiel
Dieptes gemeten vanaf bovenkant bestrating. 0 - 5 centimeter Elementverharding 5 - 25 centimeter Humusarm, matig grof zand, licht bruin, licht vochtig
Beworteling
In de zone tussen 5 en 15 centimeter diepte is matig intensieve beworteling van wortels tot 2 centimeter Ø aangetroffen. Dieper dan 15 centimeter is nauwelijks beworteling aangetroffen.
Grondwater
In deze profielsleuf is geen grondwater aangetroffen.
Tabel 0.9; Resultaten profielsleuf 9
Afbeelding 0.17; Overzicht profielsleuf 9
38
BD21054 ∙ BEA en VPO Vogelwijk-Raadsherenbuurt, Leiden
Afbeelding 0.18; Detail profielsleuf 9
Bodemprofiel 10 Locatie profiel: Johan de Wittstraat In verharding – 2,7 meter vanuit de stamvoet van boom 40
Opbouw bodemprofiel
Dieptes gemeten vanaf bovenkant bestrating. 0 - 5 centimeter Elementverharding 5 - 40 centimeter Humusloos, matig fijn zand, licht bruin, licht vochtig 40 - 70 centimeter Redelijk humeus, fijn zand, licht lutum houdend, bruin/grijs, licht vochtig
Beworteling
In de zone tussen 5 en 10 centimeter diepte is intensieve beworteling van wortels tot 0,5 centimeter Ø aangetroffen. Tussen 10 en 30 centimeter diepte is nauwelijks beworteling aangetroffen. Tussen 30 en 40 centimeter diepte is een wortel van 12 centimeter Ø en intensieve beworteling tot 3 centimeter Ø aangetroffen. Tussen 40 en 70 centimeter diepte is nauwelijks beworteling aangetroffen. Op 70 centimeter diepte is een bundel wortels tot 3 centimeter Ø aangetroffen.
Grondwater Opmerkingen
In deze profielsleuf is geen grondwater aangetroffen. Op 40 centimeter diepte en 1,7 meter uit de stam is een gasleiding aangetroffen. Op 40 centimeter diepte en 2,0 meter uit de stamvoet is een datakabel aangetroffen.
Tabel 0.10; Resultaten profielsleuf 10
Afbeelding 0.19; Overzicht profielsleuf 10
39
BD21054 ∙ BEA en VPO Vogelwijk-Raadsherenbuurt, Leiden
Afbeelding 0.20; Detail profielsleuf 10
Bodemprofiel 11 Locatie profiel: Johan de Wittstraat In verharding – 1,3 meter vanuit de stamvoet van boom 63
Opbouw bodemprofiel
Dieptes gemeten vanaf bovenkant bestrating. 0 - 5 centimeter Elementverharding 5 - 30 centimeter Humusarm, matig grof zand, licht bruin, licht vochtig
Beworteling
In de zone tussen 5 en 10 centimeter diepte is matig intensieve beworteling van wortels tot 5 centimeter Ø aangetroffen. De wortels vormen reactieweefsel waardoor een ‘plak’ wortels van 40 centimeter breed is ontstaan.
Grondwater
In deze profielsleuf is geen grondwater aangetroffen.
Tabel 0.11; Resultaten profielsleuf 11
Afbeelding 0.21; Overzicht profielsleuf 11
40
BD21054 ∙ BEA en VPO Vogelwijk-Raadsherenbuurt, Leiden
Afbeelding 0.22; Detail profielsleuf 11
Bodemprofiel 12 Locatie profiel: Van Ledenberchstraat In verharding – 0,8 meter vanuit de stamvoet van boom 99
Opbouw bodemprofiel
Dieptes gemeten vanaf bovenkant bestrating. 0 - 5 centimeter Elementverharding 5 - 30 centimeter Humusarm, matig grof zand, licht bruin/grijs, licht vochtig
Beworteling
In de zone tussen 5 en 30 centimeter diepte is zeer intensieve beworteling van wortels tot 4 centimeter Ø aangetroffen.
Grondwater
In deze profielsleuf is geen grondwater aangetroffen.
Tabel 0.12; Resultaten profielsleuf 12
Afbeelding 0.23; Overzicht profielsleuf 12
41
BD21054 ∙ BEA en VPO Vogelwijk-Raadsherenbuurt, Leiden
Afbeelding 0.24; Detail profielsleuf 12
Bodemprofiel 13 Locatie profiel: Van Ledenberchstraat In verharding – 2,0 meter vanuit de stamvoet van boom 99
Opbouw bodemprofiel
Dieptes gemeten vanaf bovenkant bestrating. 0 - 5 centimeter Elementverharding 5 - 30 centimeter Humusarm, matig grof zand, licht bruin, licht vochtig
Beworteling
Over de gehele diepte is matig intensieve beworteling van wortels tot 3 centimeter Ø aangetroffen.
Grondwater
In deze profielsleuf is geen grondwater aangetroffen.
Tabel 0.13; Resultaten profielsleuf 13
Afbeelding 0.25; Overzicht profielsleuf 13
42
BD21054 ∙ BEA en VPO Vogelwijk-Raadsherenbuurt, Leiden
Afbeelding 0.26; Detail profielsleuf 13
Bodemprofiel 14 Locatie profiel: Van Oldenbarneveltstraat In verharding – 1,0 meter vanuit de stamvoet van boom 73
Opbouw bodemprofiel
Dieptes gemeten vanaf bovenkant bestrating. 0 - 5 centimeter Elementverharding 5 - 60 centimeter Humusloos, matig grof zand, licht bruin, licht vochtig
Beworteling
In de zone tussen 5 en 30 centimeter diepte is matig intensieve beworteling van wortels tot 5 centimeter Ø aangetroffen. Tussen 30 en 60 centimeter diepte is geen beworteling aangetroffen.
Grondwater
In deze profielsleuf is geen grondwater aangetroffen.
Tabel 0.14; Resultaten profielsleuf 14
Afbeelding 0.27; Overzicht profielsleuf 14
43
BD21054 ∙ BEA en VPO Vogelwijk-Raadsherenbuurt, Leiden
Afbeelding 0.28; Detail profielsleuf 14
Bodemprofiel 15 Locatie profiel: Antonie Duycklaan In verharding – 1,0 meter vanuit de stamvoet van boom 186
Opbouw bodemprofiel
Dieptes gemeten vanaf maaiveld. 0 - 10 centimeter Redelijk humeus, matig fijn zand, grijs, droog 10 - 35 centimeter Humusloos, matig fijn zand, licht bruin, licht vochtig
Beworteling
In de zone tussen 0 en 15 centimeter diepte is intensieve beworteling van wortels tot 5 centimeter Ø aangetroffen.
Grondwater
In deze profielsleuf is geen grondwater aangetroffen.
Tabel 0.15; Resultaten profielsleuf 15
Afbeelding 0.29; Overzicht profielsleuf 15
44
BD21054 ∙ BEA en VPO Vogelwijk-Raadsherenbuurt, Leiden
Afbeelding 0.30; Detail profielsleuf 15
Bodemprofiel 16 Locatie profiel: Antonie Duycklaan In verharding – 0,8 meter vanuit de stamvoet van boom 187
Opbouw bodemprofiel
Dieptes gemeten vanaf bovenkant bestrating. 0 - 5 centimeter Elementverharding 5 - 50 centimeter Humusloos, matig grof zand, licht bruin, licht vochtig
Beworteling
In de zone tussen 5 en 30 centimeter diepte is intensieve beworteling van wortels tot 0,5 centimeter Ø aangetroffen. Op 10 centimeter diepte is een wortel van 4 centimeter Ø en een bundel wortels tot 5 centimeter Ø aangetroffen. De bundel wortels houdt op 1 meter uit de stamvoet op.
Grondwater
In deze profielsleuf is geen grondwater aangetroffen.
Tabel 0.16; Resultaten profielsleuf 16
Afbeelding 0.31; Overzicht profielsleuf 16
45
BD21054 ∙ BEA en VPO Vogelwijk-Raadsherenbuurt, Leiden
Afbeelding 0.32; Detail profielsleuf 16
Bodemprofiel 17 Locatie profiel: Antonie Duycklaan In verharding – 0,6 meter vanuit de stamvoet van boom 226
Opbouw bodemprofiel
Dieptes gemeten vanaf bovenkant bestrating. 0 - 5 centimeter Elementverharding 5 - 60 centimeter Humusloos, matig grof zand, licht bruin, licht vochtig
Beworteling
In de zone tussen 5 en 10 centimeter diepte is extensieve beworteling van wortels tot 2 centimeter Ø aangetroffen. Dieper dan 10 centimeter is geen beworteling aangetroffen.
Grondwater Opmerkingen
In deze profielsleuf is geen grondwater aangetroffen. Op 60 centimeter diepte zijn twee leidingen aangetroffen.
Tabel 0.17; Resultaten profielsleuf 17
Afbeelding 0.33; Overzicht profielsleuf 17
46
BD21054 ∙ BEA en VPO Vogelwijk-Raadsherenbuurt, Leiden
Afbeelding 0.34; Detail profielsleuf 17
Bodemprofiel 18 Locatie profiel: Antonie Duycklaan In verharding – 1,0 meter vanuit de stamvoet van boom
Opbouw bodemprofiel
Dieptes gemeten vanaf bovenkant bestrating. 0 - 5 centimeter Elementverharding 5 - 60 centimeter Humusloos, matig grof zand, licht bruin, licht vochtig
Beworteling
In de zone tussen 5 en 10 centimeter diepte is extensieve beworteling van wortels tot 1 centimeter Ø aangetroffen. Op 40 centimeter diepte zijn enkele wortels tot 3 centimeter Ø aangetroffen.
Grondwater
In deze profielsleuf is geen grondwater aangetroffen.
Tabel 0.18; Resultaten profielsleuf 18
Afbeelding 0.35; Overzicht profielsleuf 18
47
BD21054 ∙ BEA en VPO Vogelwijk-Raadsherenbuurt, Leiden
Afbeelding 0.36; Detail profielsleuf 18
Bodemprofiel 19 Locatie profiel: Antonie Duycklaan In verharding – 1,5 meter vanuit de stamvoet van boom 229
Opbouw bodemprofiel
Dieptes gemeten vanaf bovenkant bestrating. 0 - 5 centimeter Elementverharding 5 - 40 centimeter Humusloos, matig grof zand, licht bruin, licht vochtig 40 - 60 centimeter Humusloos, klei, redelijk lutum houdend, grijs/bruin, vochtig
Beworteling
In de zone tussen 5 en 15 centimeter diepte is een bundel van wortels tot 1 centimeter Ø en een wortel van 3 centimeter Ø aangetroffen. Op 10 centimeter diepte is een wortel van 4 centimeter Ø en een bundel wortels tot 5 centimeter Ø aangetroffen. De bundel wortels houdt op 1 meter uit de stamvoet op.
Grondwater
In deze profielsleuf is geen grondwater aangetroffen.
Tabel 0.19; Resultaten profielsleuf 19
Afbeelding 0.37; Overzicht profielsleuf 19
48
BD21054 ∙ BEA en VPO Vogelwijk-Raadsherenbuurt, Leiden
Afbeelding 0.38; Detail profielsleuf 19
Bodemprofiel 20 Locatie profiel: Paulus Buysstraat In beplanting – 0,3 meter vanuit de stamvoet van boom 194
Opbouw bodemprofiel
Dieptes gemeten vanaf maaiveld. 0 - 20 centimeter Humusrijk, matig fijn zand, donker grijs, licht vochtig
Beworteling
In de zone tussen 0 en 20 centimeter diepte is zeer intensieve beworteling van wortels tot 3 centimeter Ø aangetroffen. De aangetroffen beworteling bestaat ook uit wortels van onderbeplanting.
Grondwater
In deze profielsleuf is geen grondwater aangetroffen.
Tabel 0.20; Resultaten profielsleuf 20
Afbeelding 0.39; Overzicht profielsleuf 20
49
BD21054 ∙ BEA en VPO Vogelwijk-Raadsherenbuurt, Leiden
Afbeelding 0.40; Detail profielsleuf 20
Bodemprofiel 21 Locatie profiel: Nachtegaallaan In verharding – 0,8 meter vanuit de stamvoet van boom 253
Opbouw bodemprofiel
Dieptes gemeten vanaf bovenkant bestrating. 0 - 5 centimeter Elementverharding 5 - 60 centimeter Humusloos, matig grof zand, licht bruin, licht vochtig
Beworteling
In de zone tussen 5 en 50 centimeter diepte is intensieve beworteling van wortels tot 4 centimeter Ø aangetroffen.