210135 Bijlage 1D Bijlagen bij toelichting Vaststelling bestemmingsplan Mary Zeldenrustweg 18
Tekst van het document
Ruimtelijke Onderbouwing Mary Zeldenrustweg 18
Bijlagen bij de Toelichting Bijlage 1
Zienswijzenota Mary Zeldenrustweg 18
Bijlage 2
Nota van Uitgangspunten
Bijlage 3
Bezonningsstudie
Bijlage 4
Quickscan ecologie
Bijlage 5
Memo stikstofdepositie
Bijlage 6
Aerius berekening gebruiksfase
Bijlage 7
Aanwezigheid kabels en leidingen
Bijlage 8
Verkennend bodemonderzoek
Bijlage 9
Akoestisch onderzoek Wet geluidhinder
Bijlage 10
Quickscan externe veiligheid
1
Zienswijzennota Mary Zeldenrustweg 18 -gecoördineerde voorbereiding ontwerpbestemmingsplan Mary Zeldenrustweg 18 met bijbehorende ontwerp omgevingsvergunningen December 2021 1. Inleiding Stichting Puzzelstuk is een ouderinitiatief om te komen tot een levensloopbestendige woonplek voor 16 jongvolwassen autistische jongeren met een laag IQ of andere beperking: Villa Puzzelstuk. Stichting Puzzelstuk wil dit initiatief samen met woningcorporatie De Sleutels en zorgverlener ASVZ realiseren op de locatie Mary Zeldenrustweg 18-18a in de Stevenshof. Voor het planinitiatief is besloten tot een gecoördineerde voorbereiding van samenhangende besluiten. Voorliggende zienswijzennota heeft betrekking op de volgende stukken: • •
Ontwerp bestemmingsplan Mary Zeldenrustweg 18 (NL.IMRO.0546.BP00159-0201) Ontwerp omgevingsvergunning planinitiatief Mary Zeldenrustweg 18 – nieuwbouw 16 zorgwoningen (activiteit bouwen)
2. Inzagetermijn Het ontwerpbestemmingsplan Mary Zeldenrustweg 18 is tezamen met bijbehorende ontwerp-omgevingsvergunning gecoördineerd in procedure gebracht. De inzagetermijn liep van vrijdag 10 september t/m donderdag 21 oktober 2021. Er is 1 zienswijze ingediend, welke ontvankelijk is verklaard.
3. Behandeling zienswijzen De behandeling van de ingediende zienswijze komt in paragraaf 5 aan de orde. Er zal zorgvuldig worden ingegaan om de verschillende thema’s en punten van de zienswijze. Onder paragraaf 5.2 van deze nota zal de zienswijze van beantwoording worden voorzien. De ambtshalve wijzigingen zijn toegelicht in paragraaf 6.De uiteindelijkeStaat van wijzigingen is opgenomen in paragraaf 7.
4. Vervolg gecoördineerde besluitvormingsprocedure De definitieve besluitvormingsstukken, waarin de aanpassingen zoals genoemd in de Staat van wijzigingen zijn verwerkt, worden tezamen met deze zienswijzennota aan het college aangeboden. Wanneer het college instemt met de zienswijzennota en de besluitvormingsstukken, worden het bestemmingsplan en de zienswijzennota doorgestuurd naar de griffier van de behandelende raadscommissie. De raadscommissie in Leiden behandelt het bestemmingsplan doorgaans twee maal. Indienersvan een zienswijze, die hun zienswijze mondeling bij de raadscommissie willen toelichten, krijgen daartoe de gelegenheid tijdens de eerste raadscommissievergadering. Bij een tweede vergadering wordt het bestemmingsplan inhoudelijk behandeld en wordt een advies uitgebracht aan de gemeenteraad, om het plan al dan niet gewijzigd vast te stellen. Tijdens de (besluitvormende) raadsvergadering kunnen vervolgens nog moties en amendementen tegen het voorstel worden ingebracht door de raadsleden. Nadat het bestemmingsplan door de gemeenteraad is vastgesteld, kunnen de omgevingsvergunningen verleend worden en zullen alle besluiten wederom ter inzage worden gelegd, de zogenaamde beroepstermijn.
De gecoördineerde besluiten treden in werking op de dag na afloop van de beroepstermijn, tenzij naast een beroepschrift ook een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend bij de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In dat geval treden de besluitenpas in werking wanneer op het verzoek om voorlopige voorziening is beslist.
5. Zienswijzen 5.1 Indieners zienswijzen In het navolgende schema zijn de indieners van de zienswijzen weergegeven. Tevens is daarbij aangegeven ten aanzien van welke ontwerpbesluiten indieners een zienswijze hebben ingediend. Nr 1 1
Besluit I betreft het ontwerpbestemmingsplan Mary Zeldenrustweg 18 Besluit II betreft Ontwerp omgevingsvergunning planinitiatief Mary Zeldenrustweg 18 – nieuwbouw 16 zorgwoningen (activiteit bouwen) Indiener Geanonimiseerd Geanonimiseerd
Adres
Postcode
Plaats
Besluit I, II I, II
5.2 Ingekomen zienswijzen In de navolgende tabel zijn de zienswijzen samengevat en voorzien van een reactie. In de kantlijnstaat de verwijzing naar het nummer van de indiener zoals opgenomen in 5.1.
1A
Samenvatting
Reactie college
De inzagetermijn te kort was en de aankondiging in de stadskrant van 23 september incorrect was. Daarbij komt dat de start van de ter inzagelegging op 10 september 2021 niet voor derden controleerbaar vastligt.
Voor de ontwikkeling aan de Mary Zeldenrustweg 18 is gebruik gemaakt van de zogenaamde coördinatieregeling. Het college van burgemeester en wethouders (hierna: het college) heeft op verzoek van initiatiefnemers van de desbetreffende ontwikkeling, Woningcorporatie De Sleutels en stichting Puzzelstuk, in de collegevergadering van 26 januari 2021 besloten de gemeentelijke coördinatieregeling als bedoeld in afdeling 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, in samenhang met de Coördinatieverordening Leiden 2019, van toepassing te verklaren ten behoeve van het project Mary Zeldenrustweg 18 (Puzzelstuk). Dit besluit is op 11 februari 2021 op de gebruikelijke en bij wet verplichte wijze gepubliceerd. Op 31 augustus 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leiden besloten het ontwerp bestemmingsplan Mary Zeldenrustweg 18 (NL.IMRO.0546.BP001590201) en het besluit ontwerp omgevingsvergunning vrij te geven voor ter inzagelegging. Het wettelijke termijn voor ter inzagelegging bedraagt 6 weken. De landelijke wetgever acht dit termijn voldoende om voor eenieder de stukken door te nemen en een zienswijze te kunnen delen met het bevoegd gezag, in dit geval het college.
Dit besluit is op de daarvoor wettelijk juiste en gebruikelijke wijze gepubliceerd op 09-09-2021 (Gemeenteblad 2021,308274) en in het stadsblad (Leids Nieuwsblad) van 09-09-2021 op de voor gemeentelijke berichten gereserveerde pagina’s gepubliceerd. Onderdeel van publicatie is dat alle stukken behorende bij het ontwerp bestemmingsplan (toelichting, regels, verbeelding en bijlages) op de landelijke, digitale voorziening (www.ruimtelijkeplannen.nl) voor eenieder beschikbaar worden gesteld. Zoals staat beschreven in alle
Gevolgen voor besluit Geen
publicaties, waren de stukken vanaf genoemde datum via deze voorziening beschikbaar. Onderdeel van een gecoördineerde procedure betreft het feit dat de overige besluiten, in dit geval een ontwerpbeschikking omgevingsvergunning, tegelijk de procedure doorlopen. Daarom is op 23 september de ontwerpbeschikking op de daarvoor wettelijk juiste en gebruikelijke wijze gepubliceerd. Hiervoor geldt tevens een termijn van ter inzagelegging van 6 weken. Het college betreurt dat er omtrent de publicatie van dit besluit vertraging heeft opgetreden. Er is daarom met betrekking tot het indienen van zienswijzen met betrekking tot het ontwerp bestemmingsplan coulance geboden en is gecommuniceerd dat zienswijzen welke tot en met 5 november 2021 aan het college kenbaar worden gemaakt, bij besluitvorming zullen worden betrokken.
1B1
Het volume als zodanig sluit niet aan bij de wijk Stevenshof, welke voornamelijk uit strokenbouw bestaat qua opzet
1B2
Het volume dient meer naar de Mary Zeldenrustweg te worden geplaatst. Voorgesteld wordt om het volume op 2 meter van de Mary Zeldenrustweg te plaatsen
Daarmee acht het college deze gang van zaken voldoende opgevangen, zodat eenieder voldoende heeft kunnen gebruik maken van de wettelijke mogelijkheden tot het indienen van een zienswijze. De Stevenshof is opgebouwd uit verschillende buurtjes die aan elkaar zijn geregen. De bebouwing bestaat voornamelijk uit opengewerkte bouwblokken (lang niet altijd strokenbouw). Daarbij komt het ook geregeld voor dat de hoek van een blok is bebouwd om een knik in de weg of een kruispunt te begeleiden. De Mary Zeldenrustweg ligt in de groenzone die het Stevenshofpark met de Papenwegse Polder verbindt. In deze groenstructuur staat als sinds de bouw van de wijk bebouwing die afwijkt van de ‘woonbebouwing’ in de rest van de Stevenshof, zoals de voormalige school aan de Mary Zeldenrustweg. Het realiseren van nieuwbouw die afwijkt van de strokenbouw wordt daarom als stedenbouwkundig passend gezien in de omgeving. Ten behoeve van de nieuwbouw zijn verschillende varianten onderzocht. Uiteindelijk is gekozen voor een gebouw met hoek als meest passend voor deze specifieke plek. De belangrijkste redenen hiervoor zijn: Stedenbouwkundige opzet, bijzondere eisen huisvesting van de desbetreffende doelgroep. De gemeenteraad heeft een Nota
Geen
Geen
1B3
De bezonning van op de percelen van reclamanten dient optimaal gehouden te worden
1C1
Het realiseren van een hoekvormig gebouw sluit niet aan op de beoogde functie en werkt kosteninefficiënt
van Uitgangspunten vastgesteld voor de nieuwbouw aan de Mary Zeldenrustweg. Naar aanleiding van zorgen vanuit omwonende na vaststelling van de Nota van Uitgangspunten is samen met gekeken naar een mogelijkheid om het gebouw verder van de woningen te plaatsen en het parkeren naar de achterzijde te verplaatsen. De rooilijn is hiermee dichter naar de Mary Zeldenrustweg komen te liggen dan de Nota van Uitgangspunten als rooilijn voorschrijft. Het verder naar voren verschuiven van het gebouw gaat ten koste van de overige aspecten welke aan de invulling van het plan ten grondslag liggen. Het zeer beperkte ‘voordeel’ dat hiermee voor een klein aantal bewoners zou kunnen worden bereikt weegt niet op tegen aspecten als groene inpassing en woonkwaliteit voor de nieuwe bewoners. Leiden heeft geen eigen beleid als het gaat om bezonning, in plaats daarvan wordt bij alle plannen getoetst op de Haagse Bezonningsnorm. Die gaat uit van minimaal aantal bezonningsuren van 2 uur gemeten op een hoogte van 75 cm op het midden van de gevel, waarbij bezonning op voor- en achterzijde van de woning bij elkaar worden opgeteld. Na realisatie van het bouwplan blijft de bezonning binnen de norm. Verder dient te worden opgemerkt: - De afstand tussen achtergevel van nieuwbouw en achtergevel bestaande woningen is ruim 23 meter. Deze maat is zeker gezien de beperkte hoogte van de bebouwing royaal.
In de omgeving zijn er verschillende voorbeelden van achtergevels met de kop van de erachter gelegen woning op afstanden kleiner dan 13 meter ligt. - De nieuwbouw ligt ten oosten wat betekent dat in de ochtend de schaduw richting de belendende percelen valt en deze richting het middaguur daarvan wegdraait. De realisatie en exploitatie van het wooncomplex zijn voor verantwoording van de ontwikkelende partijen, zijnde Woningbouwvereniging De Sleutels en Stichting Puzzelstuk. Door deze partijen is aangegeven dat het gekozen ontwerp in voldoende mate aansluit bij de gevraagde functie, en daarmee als zodanig de ontwikkeling financieel uitvoerbaar is.
Geen
Geen
1D1
Reclamanten willen een pad langs één van de woningen graag behouden voor langzaam verkeer.
1D2
Er ontstaat een verkeersonveilige situatie door een langzaam verkeersrouten en een parkeerterrein te combineren
1D3
De gemeente diende bij de verkoop van de gronden een recht van overpad voor reclamanten op te
Aanvrager geeft aan dat men een bestaand pad langs de zijgevel van de woning graag wil behouden in de toekomstige situatie, zodat men de achtertuin van de woning via deze zijde kan bereiken. Het betreffende pad is onderdeel van het plangebied Mary Zeldenrustweg 18. Het ontwerp bestemmingsplan Mary Zeldenrustweg 18 kent de bestemming Verkeer toe aan de betreffende gronden. De voor Verkeer aangewezen gronden zijn onder andere bestemd voor langzaam verkeer. Uit de stukken behorende bij de ontwerpomgevingsvergunning blijkt dat hier een langzaam verkeersroute, in combinatie met een parkeerterrein, zal worden gerealiseerd. Uit de stukken behorende bij het ontwerpbesluit omgevingsvergunning valt op te maken dat initiatiefnemer de gronden zal inrichten als parkeerterrein (voor de benodigde parkeerplaatsen op eigen terrein) met ontsluiting en in- en uitrit op de Maria Rutgersweg. Daarnaast geeft de toekomstige invulling toegang tot het binnenterrein van het wooncomplex voor langzaam bestemmingsverkeer middels een transparante toegangspoort. Ook blijft de toegang tot het bestaande pad achter de achtertuinen van de bestaande woningen via deze zijde toegankelijk. Het parkeerterrein voldoet aan de NEN normering en voldoet daarmee dus aan de richtlijnen voor maatvoering voor parkeren. Het aantal parkeerplaatsen is beperkt en daarmee ook het aantal verkeersbewegingen.
Het parkeerterrein kan altijd vooruit opgereden worden en ook weer vooruit rijdend verlaten worden. Snelheden zijn laag (vermoedelijk 15 km/uur of lager) op het parkeerterrein. Zichtlijnen zijn duidelijk, zowel voor auto’s op voetgangers/fietsers als andersom. De in- en uitrit en aansluiting van het parkeerterrein op de openbare weg voldoet aan het Handboek Kwaliteit Openbare Ruimte en laat eveneens voldoende zichtlijnen in stand. Dergelijke parkeerstraatjes bestaan dan ook meer in Leiden. Er is daarmee geen sprake van een verkeersonveilige situatie zoals door reclamanten omschreven. De opmerkingen omtrent erfdienstbaarheid kunnen niet bij de vaststelling van een bestemmingsplan worden betrokken. Uit vaste jurisprudentie volgt dat een privaatrechtelijke belemmering de
Geen
Geen
Geen
nemen. Nu dit niet is gebeurd dient het bestemmingsplan niet te worden vastgesteld
vaststelling en de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan slechts in de weg staan, wanneer deze van een evident karakter zijn. Hier is in dit geval geen sprake van. Primair is dit een zaak tussen de toekomstig grondeigenaar van het plan en reclamanten.
4 december 2019
Nota van Uitgangspunten Mary Zeldenrustweg 18
Impressie beoogde ontwikkeling
1. Aanleiding 1.1.
Doel van de Nota van Uitgangspunten
De gemeenteraad stelt deze Nota van Uitgangspunten vast om aan het begin van het ontwikkelproces randvoorwaarden vast te stellen, waaraan in ieder geval voldaan moet zijn, wil de raad in het vervolg van het proces juridisch-planologische medewerking verlenen aan het initiatief. De medewerking kan bestaan uit het vaststellen van een bestemmingsplan of het verlenen van een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) voor een omgevingsvergunning om af te wijken van het bestemmingsplan. In deze Nota geeft de raad ook aan welke beoordelingsruimte de raad heeft bij het uiteindelijke besluit om wel of geen medewerking te verlenen aan het initiatief. In de Nota kunnen bijvoorbeeld objectief 1 toetsbare normen, globale en flexibele normen, of kwalitatieve normen worden opgenomen . De Nota 2 kan daarnaast ook een procesmatig uitgangspunt bevatten . Onderwerpen of omstandigheden die niet aan de orde komen in de Nota kunnen in ieder geval betrokken worden bij de uiteindelijke beoordeling in de bestemmingsplan- of omgevingsvergunningprocedure.
1
Objectief toetsbare normen laten geen nadere beoordelingsruimte over, alleen een toets of aan de norm voldaan wordt. Hierbij kan gedacht worden aan bijvoorbeeld een in meters vastgelegde maximale of minimale maat. Globale of flexibele normen bieden ruimte voor meerdere manieren van invulling, bijvoorbeeld wanneer meerdere uitwisselbare gebruiksfuncties toegestaan worden. Kwalitatieve normen laten een nadere beoordelingsruimte toe om te beoordelen of een initiatief voldoet of bijdraagt aan een bepaalde kwaliteit of aan een bepaald doel. 2 Een procesmatig uitgangspunt zou kunnen zijn, dat de initiatiefnemer met een andere belanghebbende overeenstemming bereikt over de waarborging van bepaalde belangen van die andere belanghebbende.
1
4 december 2019
1.2.
Omschrijving initiatief
Stichting Puzzelstuk is een ouderinitiatief om te komen tot een levensloopbestendige woonplek voor 16 jongvolwassen autistische jongeren met een laag IQ of andere beperking: Villa Puzzelstuk. Stichting Puzzelstuk wil dit initiatief samen met woningcorporatie De Sleutels en zorgverlener ASVZ realiseren op de locatie Mary Zeldenrustweg 18 in de Stevenshof.
Ligging projectgebied
Achtergrond project Het project betreft een woon-zorggebouw voor (jong)volwassenen met autisme en een verstandelijke (of andere) beperking. De reden dat ouders dit project gestart zijn is dat het voor deze doelgroep lastig is een goede plek te vinden is. De aard van de beperking vereist gespecialiseerde know-how, zowel in de begeleiding als in de omgeving (prikkelarm etc.). Ook zijn er bij de bestaande instellingen lange wachtlijsten en wordt deze doelgroep vaak gemengd met andere doelgroepen, hetgeen veel ongewenste prikkels geeft. Visie Stichting Puzzelstuk Ondanks het feit dat de doelgroep niet in staat is zelfstandig te wonen en werken en veel begeleiding en zorg nodig heeft, vinden de initiatiefnemers van Stichting Puzzelstuk het van wezenlijk belang dat 2
4 december 2019 de toekomstige bewoners onderdeel van onze maatschappij kunnen uitmaken. Daarom is het van groot belang dat de voorziening in een woonwijk wordt gerealiseerd. Met respect voor de beperking(en) en vooral met oog voor de mogelijkheden van de bewoners kunnen er dan activiteiten ontplooid worden waardoor integratie in de wijk kan plaatsvinden. Hiervoor zal samenwerking worden gezocht met de gemeente, de dierenweide, de schooltuinen, de wijk, de wijkbewoners en diverse andere instellingen en verenigingen in de wijk. Het is van belang hierbij ‘klein’ te denken. Een vorm van dagbesteding zou kunnen zijn dat er bij de oudere bewoners in de wijk de lege flessen en oud papier wordt opgehaald.
1.3.
Huidig gebruik en eigendom
Op de projectlocatie is op dit moment een schoolgebouw gevestigd, gerealiseerd aan het begin van de jaren negentig als tijdelijke voorziening. Vanwege de lange planningshorizon van Villa Puzzelstuk is, in afwachting van de vaststelling van ruimtelijke kaders (NvU en bestemmingsplan) en vergunningverlening, de locatie voor 2 jaar in gebruik gegeven aan ROC Da Vinci, ten behoeve van de internationale schakelklas. De locatie is momenteel eigendom van de gemeente Leiden, maar op 23 juni 2015 heeft het college besloten deze gronden te verkopen (BW 15.089). Met De Sleutels is reeds een koopovereenkomst gesloten voor de grond. In deze overeenkomst is een voorbehoud gemaakt voor de te voeren ruimtelijke procedure. Dat betekent dat partijen de overeenkomst mogen ontbinden indien bijvoorbeeld voorliggende NvU of het bestemmingsplan niet wordt vastgesteld, of de omgevingsvergunning wordt geweigerd.
1.4.
Vigerend bestemmingsplan
Voor de planlocatie geldt het bestemmingsplan ‘Stevenshof’. De projectlocatie heeft hierin de bestemming ‘Maatschappelijke doeleinden’. De toegestane maximale bouwhoogte bedraagt 5 meter. Woningen zijn op deze locatie niet toegestaan op grond van het bestemmingsplan. De beoogde nieuwbouw past niet binnen het aanwezige bouwvlak en de toegestane bouwhoogte. Om de ontwikkeling mogelijk te maken is het noodzakelijk om de functie van het perceel, het bouwvlak en toegestane bouwhoogtes te wijzigen. Dit kan met een nieuw(postzegel)bestemmingsplan. In deze NvU worden de ruimtelijke randvoorwaarden voor de bestemminsplanwijziging vastgelegd.
3
4 december 2019
2. Bestaande kaders In deze paragraaf is aangegeven aan welke beleidsdoelstellingen uitvoering wordt gegeven met het vaststellen van deze Nota van Uitgangspunten.
2.1.
Regionale Woonagenda Holland Rijnland
In de Regionale Woonagenda is er een paragraaf opgenomen over extramurale zorgmogelijkheden en beschutte woonvormen zoals het initiatief aan de Mary Zeldenrustweg 18. Het beleid in verschillende zorgsectoren is gericht op het langer zelfstandig wonen van mensen met een zorgvraag. Naast de verwachting dat de samenleving in een geëxtramuraliseerde samenleving wonen en zorg in belangrijke mate zelf organiseert, zien we ook een groeiende behoefte aan nieuwe beschutte woonvormen als tussenvorm tussen zelfstandig wonen en intramurale zorg. Deze minder zware vormen van wonen en zorg kunnen bijdragen aan beperking van de instroom in- en toename van de uitstroom uit dure vormen van intramuraal beschermd wonen.
2.2.
Beleidskader Maatschappelijke zorg 2017-2025
In het Beleidskader Maatschappelijke zorg 2017-2025 is de doelstelling opgenomen dat in 2030 alle inwoners wonen in een voor hen passende situatie en woning. Voor de groep inwoners die niet meer zelfstandig thuis kan wonen, en waarbij ondersteuning in de eigen omgeving tekortschiet, willen de gemeente dat (tijdelijk of permanent) een vorm van wonen met zorg aanwezig is. Als deze vorm van wonen met zorg tijdelijk is, is uitstroom mogelijk omdat er in 2030 voldoende woningen zijn. De gemeente wil tevens nieuwe vormen tussen intramurale zorg en zelfstandig wonen laten ontstaan, zodat mensen met (fysieke) beperkingen een aangepaste woning hebben, dakloosheid (zoveel mogelijk) wordt voorkomen en ouderen langer zelfstandig kunnen wonen in een passende woning. Het initiatief aan de Mary Zeldenrustweg 18 om een passende woonvorm voor autistische jongeren te realiseren sluit aan bij de doelstelling uit het Beleidskader Maatschappelijke zorg 2017-2025.
2.3.
Woonvisie Leiden 2020-2030
In de nieuwe Woonvisie streeft Leiden ernaar om: 1. te bouwen naar behoefte, met de juiste woning op de juiste plek; 2. de voorraad wooneenheden voor studenten te vergroten; 3. extra aandacht te geven aan kwetsbare doelgroepen; 4. de woningvoorraad en woonomgeving duurzamer te maken; 5. de kwaliteit van de woonomgeving te vergroten. Leiden moet een plek zijn voor iedereen en waar je fijn kunt (blijven) wonen. Het gaat daarbij om het bouwen van voldoende woningen en om het bouwen van de juiste woningen voor de juiste doelgroep op de juiste plek. Daarbij is ook nadrukkelijk oog voor de doelgroep die aangewezen is op voldoende sociale woningen en voor kwetsbare doelgroepen. Het initiatief aan de Mary Zeldenrustweg 18 speelt in op de opgave uit de Woonvisie om passende woningen voor kwetsbare inwoners met een zorgvraag te realiseren.
4
4 december 2019
3. Eerste participatieronde Op 31 oktober 2018 is de omgeving geïnformeerd over het voornemen om op de locatie het ouderinitiatief Villa Puzzelstuk te realiseren. Hierbij waren dertig omwonenden aanwezig en vertegenwoordigers van Stichting Puzzelstuk, De Sleutels, gemeente Leiden en zorgverlener ASVZ. Het initiatief is over het algemeen positief ontvangen. Er kwamen vanuit de aanwezige bewoners vragen over de doelgroep en de benodigde zorg. Er is een film getoond om aan te geven aan welke doelgroep gedacht moet worden. De initiatiefneemster heeft verteld over haar zoon en de zorg die hij nodig heeft en hoe het proces met zoeken naar andere bewoners gaat verlopen en de behoefte die er aan een dergelijk initiatief is. Ook de zorg verlenende instantie is gevraagd naar de wijze waarop zorg wordt verleend. Benadrukt is dat het een woongebouw betreft waar prikkelarm en rustig gewoond wordt en waar geen dagbesteding komt. Door de architect is uitleg gegeven over het voorgenomen gebouw, omvang, hoogte, hoe dit levensloopbestendig wordt gemaakt en hoe het parkeren wordt opgelost. Vanuit de aanwezigen werd positief gereageerd op de beperkte hoogte van 2 lagen en op de realisatie van voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein. Vanuit De Sleutels is de vraag gesteld hoe de omgeving in het verdere proces betrokken wil worden.
Er is vanuit de aanwezigen aangegeven dat vooral goede informatieverstrekking door (digitale) nieuwsbrieven van belang is.
5
4 december 2019
4. De ruimtelijke relevante randvoorwaarden 4.1.
Programmatische invulling
Het initiatief betreft de realisatie van 16 woningen. Vanwege de benodigde begeleiding voor wonen worden deze in twee groepen gesitueerd. Beide groepen krijgen een eigen gemeenschappelijke ruimte/keuken, eigen fietsenberging en een eigen buitenruimte. Voor de twee groepen is er 1 gemeenschappelijke hal, 1 wasruimte en 1 ruimte voor een mogelijke slaapwacht, inclusief werkruimte. De woningen zijn opgezet als studio’s, met een eigen keuken, badkamer en bergingsruimte en toekomstbestendig te transformeren naar reguliere (sociale) woningen. Randvoorwaarden: Maximaal 16 woningen; Bestemd voor autistische jongeren met een laag IQ of andere beperking; Zodanig ontworpen dat de woningen in de toekomst getransformeerd kunnen worden naar reguliere (sociale) woningen.
4.2.
Stedenbouwkundige inpassing
In samenwerking met de initiatiefnemer zijn er een aantal randvoorwaarden opgesteld, die zowel voor de omgeving als voor het gebouw zelf voor een goede inpassing moet zorgen. Van belang is daarbij dat externe prikkels voor de bewoners zoveel mogelijk worden weggenomen. De oriëntatie van de woningen is daarom niet richting de drukke Mary Zeldenrustweg, maar naar het binnenterrein. Zodoende ontstaat er een binnenterrein aan de stille kant, waar de bewoners vrij gebruik van kunnen maken. De parkeerplaatsen liggen daarom aan de zijde van de Mary Zeldenrustweg. Het gebouw ligt op een zichtlocatie en is beeldbepalend in de omgeving. Daarom moet het gebouw tegelijk ook een representatief uiterlijk hebben en transparant zijn. Randvoorwaarden: Gebouw: Eén beeldbepalend gebouw in bouwvolume en architectuur; Een representatief en transparant gebouw, dat contact maakt met de omgeving; Bouwhoogte minimaal 6 meter en maximaal 9 meter; Op de hoek van de groenstructuur/Mary Zeldenrustweg een accent in architectonische vormgeving, transparantie en/of volume; Oriëntatie en transparantie naar de Mary Zeldenrustweg, Maria Rutgersweg en de groenstructuur; Transparante hoofdentree aan de Mary Zeldenrustweg. Secundaire entree aan de achterzijde.
Buitenruimte en de relatie met de openbare ruimte Entreegebied langs de Mary Zeldenrustweg; Auto-ontsluiting via de Maria Rutgersweg; Groene erfafscheidingen, die contact met de omgeving toestaan; Fietsen van bezoekers in het entreegebied parkeren. Fietsen van de bewoners en personeel inpandig oplossen; Rolcontainers worden inpandig gestald.
6
4 december 2019
Randvoorwaardenkaart
4.3.
Verkeer en parkeren
Randvoorwaarden:
Op eigen terrein wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen conform de vigerende Beleidsregels Parkeernormen Leiden; In het bouwplan is aandacht voor veilige laad- en losplekken in de openbare ruimte t.b.v. verhuiswagens, pakketdiensten en toeleveranciers; Het is wenselijk om rekening te houden met toekomstige parkeerplaatsen voor elektrisch laden; Er worden voldoende plaatsen gerealiseerd voor de fietsen van bewoners en bezoekers.
4.4.
Groen
De Mary Zeldenrustweg is een groene ader door de wijk en kent een beschermde boomstructuur. De groenstructuur ten noorden van het propjectgebied is aangeduid als een beschermd boomgebied, maar dit geldt niet voor de groenstructuur naast/ter hoogte van het plangebied. Er bevinden zich verder geen waardevolle of monumentale bomen in het plangebied. Rond de tuin worden er hagen gerealiseerd voor de afscherming van de gemeenschappelijke binnentuin en voor een deel langs de zijdes van de woningen die op de straat georiënteerd zijn. Op de locatie staan vijf bomen, die waarschijnlijk gekapt moeten worden ten behoeve van de nieuwe ontwikkeling en de bijbehorende parkeeropgave. Indien deze bomen gekapt moeten worden moet een inventarisatie worden opgesteld o.a. ter beoordeling van verplantbaarheid. Randvoorwaarden:
Bomen die gekapt moeten worden, worden herplant of gecompenseerd in de groenstructuur en aan de Mary Zeldenrustweg.
7
4 december 2019
4.5.
Duurzaamheid
De gemeente heeft ambities op het gebied van duurzaamheid, die beleidsmatig onderverdeeld worden in drie thema’s: energie, klimaatadaptatie en biodiversiteit, en circulaire economie. In de Stevenshof is een groot deel van de woningen al aangesloten op het warmtenet. Ten aanzien van biodiversiteit en groen kunnen er in de wijk wel nog stappen gemaakt worden. Van de drie duurzaamheidsthema’s ligt de prioriteit voor het nemen van maatregelen daarom bij het thema klimaatadaptatie, in het bijzonder de groenstructuur. Voor dit thema zijn randvoorwaarden geformuleerd, voor de overige twee duurzaamheidsthema’s zijn ambities opgenomen. 1. Klimaatadaptatie en biodiversiteit Het projectgebied is in de huidige situatie vrij versteend. Daarbij is er op basis van analyses te verwachten dat er bij hevige regenbuien vrij snel wateroverlast zal optreden. Ook hittestress is een fenomeen dat op deze locatie aanwezig is. De inrichting van de groene hoofdstructuur biedt op deze plek mogelijkheden om bij te dragen aan biodiversiteit en het terugdringen van wateroverlast en het verminderen van hittestress. Voor het plangebied is dit dus het belangrijkste speerpunt. Groen toevoegen en versterken kan op allerlei manieren. Er zijn al diverse bomen aanwezig, die zoveel als mogelijk behouden dienen te blijven. Bomen die gekapt moeten worden, worden herplant of gecompenseerd binnen het plangebied.
Verder is het toevoegen en versterken van groen in diverse verschijningsvormen wenselijk, zoals hagen, struiken, bloemen en planten, maar ook gras. 2. Energie Gezien de locatie en het type gebouw dat gerealiseerd zal worden, is de ambitie een energieneutraal pand te realiseren. Dit kan op diverse manieren. Het pand leent zich uitstekend voor zonnepanelen, of er kan aangekoppeld worden op het bestaande warmtenet in de Stevenshof. 3. Circulaire economie De indeling van het pand wordt zodanig, dat er maximale flexibiliteit gegenereerd wordt. Door drager (casco) en inbouw (installaties en afbouw) van elkaar te scheiden, is het mogelijk de huidig beoogde ruimtes relatief makkelijk aan te passen naar alternatief gebruik (bijvoorbeeld sociale huurwoningen met een groter/ kleiner oppervlak). Aanbevolen wordt duurzame en herbruikbare materialen te gebruiken, waarbij toegepaste materialen inzichtelijk worden gemaakt door middel van een circulariteitstool (bijvoorbeeld een materialenpaspoort). Randvoorwaarden:
De inrichting van de groenstructuur draagt bij aan klimaatadaptatie en uitbreiding van de biodiversiteit; Bomen die gekapt moeten worden, worden herplant of gecompenseerd in de groenstructuur en aan de Mary Zeldenrustweg; De totale verharding op de planlocatie neemt af;
Ambities: De parkeerplaatsen of andere verharding worden zoveel mogelijk als halfverharding (bijvoorbeeld grastegels) uitgevoerd; Gestreefd wordt naar een energieneutraal pand; Het pand zodanig indelen dat aanpassing naar alternatief gebruik mogelijk is; Gebruik van duurzame en herbruikbare materialen.
8
4 december 2019
4.6.
Goede ruimtelijke ordening
Naast de in deze nota opgenomen ruimtelijke kaders is het met het oog ook op de haalbaarheid en wenselijkheid van de benodigde ruimtelijke procedure tevens van belang dat het plan niet leidt tot een onevenredige aantasting van het woongenot en/of overige belangen van omwonenden. In het kader van het op te stellen bestemmingsplan voor deze locatie zullen onderzoeken uitgevoerd moeten worden waaruit moet blijken dat wordt voldaan aan een goede ruimtelijke ordening.
9
4 december 2019
5. Proces 5.1.
Tweede participatieronde
De verdere uitwerking van dit initiatief binnen de kaders van deze NvU stemt de initiatiefnemer af met omwonenden, andere belanghebbenden en de gemeente in een tweede participatieronde. In de eerste participatieronde hebben omwonenden aangegeven ook met (digitale) nieuwsbrieven geïnformeerd willen blijven over de voortgang van het project. Bij de formele aanvraag om juridisch planologische medewerking aan dit initiatief geeft de initiatiefnemer aan hoe hij omgegaan is met het participatieproces.
5.2.
Planologische procedure en rol gemeenteraad
Vanwege de strijdigheden die het bouwplan t.o.v. het vigerende bestemmingsplan Stevenshof is het nodig om het planologische regime aan te passen. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken is er voor gekozen om hiervoor een bestemmingsplanprocedure te doorlopen. In een bestemmingsplan kan er maatwerk worden geleverd, met name ook met betrekking tot de mogelijkheid om in de toekomst de zorgwoningen om te (kunnen) zetten naar sociale woningen. De gemeenteraad krijgt het bestemmingsplan voorgelegd ter besluitvorming, waarbij zij kan toetsen of aan de randvoorwaarden in de NvU is voldaan.
5.3.
Planning en fasering
Naar verwachting kan het ontwerpbestemmingsplan (eventueel inclusief de gecoördineerde omgevingsvergunning) in het tweede kwartaal van 2020 ter visie worden gelegd. Na vaststelling van het bestemmingsplan en het verlenen van de omgevingsvergunning zal naar verwachting begin 2021 gestart kunnen worden met de realisatie van Villa Puzzelstuk. Geplande oplevering van het project is januari 2022.
10
Quickscan Soortenbescherming Mary Zeldenrust 18, Leiden
COLOFON Quickscan Soortenbescherming Mary Zeldenrust 18, Leiden
OPDRACHTNEMER
BTL Advies B.V. Willemsplein 2-4 5211 AK ‘s-Hertogenbosch T: 073 205 11 00 E: advies@btl.nl
OPGESTELD DOOR
Matthias Koster (Adviseur ecologie)
GETOETS DOOR
Ingeborg Bax (Adviseur ecologie)
OPDRACHTGEVER
Gemeente Leiden Postbus 9100 2300 PC Leiden
FOTO VOORBLAD
Impressie van het plangebied Mary Zeldenrust 18 te Leiden
PROJECTNUMMER STATUS VERSIE DATUM
722200260 DEFINITIEF 1.0 7 september 2020
In deze rapportage is gebruik gemaakt van gegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Op deze gegevens rusten auteursrechten. Het schriftelijk of digitaal delen of publiceren van (een deel van) de gegevens uit de NDFF is niet toegestaan zonder toestemming van BIJ12, uitgezonderd aan bevoegd gezag in het kader van een vrijstellings- of ontheffingsprocedure of voor intern gebruik van de opdrachtgever voor de duur van het betreffende project. BTL Advies bv is niet aansprakelijk voor vervolgschade, alsmede schade die voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van de werkzaamheden, kaartmateriaal inclusief getoonde begrenzingen of andere gegevens verkregen van BTL Advies bv. De opdrachtgever vrijwaart BTL Advies bv voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. BTL Advies bv is lid van het Netwerk Groene Bureaus, brancheorganisatie voor kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging van ecologische adviesbureaus. Hierdoor zijn wij goed op de hoogte van de nieuwste ontwikkeling op het gebied van ecologie en wetgeving. Door de inzet van conform de wet ter zake kundige ecologen, waarborgen wij daarnaast onze onderzoekskwaliteit. Omdat ecologisch (veld)onderzoek een momentopname is, kan aanwezigheid van beschermde soorten soms niet worden uitgesloten of bevestigd. Daarnaast is de natuurwetgeving aan verandering en jurisprudentie onderhevig.
BTL Advies bv is niet aansprakelijk voor de gevolgen van onverwacht verschijnende of verdwijnende flora of fauna, noch voor de gevolgen van veranderende wetgeving of jurisprudentie.
2
Quickscan soortenbescherming, Mary Zeldenrust 18, Leiden Gemeente Leiden
INHOUD COLOFON
2
INHOUD
3
1
INLEIDING 1.1 Aanleiding 1.2 afbakening
4 4 4
2
WERKWIJZE 2.1 Bronnenonderzoek 2.2 Veldbezoek 2.3 Effectenbeoordeling
5 5 5 5
3
PLANGEBIED 3.1 Ligging en begrenzing van het plangebied 3.2 Beschrijving van de werkzaamheden
6 6 7
4
ONDERZOEKSRESULTATEN 4.1 Algemene biotoopomschrijving plangebied 4.2 Vaatplanten 4.3 Grondgebonden Zoogdieren 4.4 Vleermuizen 4.5 Vogels met jaarrond beschermde nestplaatsen 4.6 Overige broedvogels 4.7 Vissen 4.8 Amfibieën & reptielen 4.9 Ongewervelde diersoorten 4.10 Invasieve exoten
8 8 10 11 11 12 12 13 13 13 14
5
TOETSING AAN DE WET NATUURBESCHERMING (WNB) 5.1 Grondgebonden zoogdiersoorten 5.2 Vleermuizen 5.3 Vogels 5.4 Amfibieën
15 15 15 15 15
6
CONCLUSIE EN ADVIES
16
7
LITERATUURLIJST
17
3
Quickscan soortenbescherming, Mary Zeldenrust 18, Leiden Gemeente Leiden
1
INLEIDING
In dit hoofdstuk zijn de aanleiding van het onderzoek en de afbakening van de toetsing benoemd. 1.1 AANLEIDING De gemeente Leiden is voornemens om de huidige bebouwing aan de Mary Zeldenrustweg 18 te Leiden te slopen en te vervangen voor nieuwbouw. De nieuwbouw gaat fungeren als schoolgebouw. Wanneer de werkzaamheden uitgevoerd gaan worden, is niet bekend. Door middel van een effectenanalyse moet worden onderzocht of er sprake is van negatieve effecten op beschermde soorten onder de Wet Natuurbescherming en hoe deze kunnen worden voorkomen. In het geval negatieve effecten niet voorkomen kunnen worden, zijn vervolgstappen nodig. Om na te gaan of dit voor het voorgenomen plan het geval is, is op verzoek van de gemeente Leiden door BTL Advies een quickscan soortbescherming uitgevoerd. Voorliggend rapport geeft advies met betrekking tot de mogelijkheden om de voorgenomen werkzaamheden in overeenstemming met het onderdeel soortbescherming binnen de Wet natuurbescherming uit te voeren.
1.2 AFBAKENING De Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) beschermt naast soorten, onder andere ook gebieden. Door de geringe omvang van de ontwikkeling en de afstand tot dichtstbijzijnde N2000 gebied treden er naar verwachting geen negatieve effecten op voor N2000 gebieden. Een uitgebreide toetsing wordt daarom niet noodzakelijk geacht. Gezien de huidige ontwikkeling rondom stikstof dient mogelijk wel een stikstofberekening te worden uitgevoerd. Indien gevraagd door het bevoegd, dan kan deze nog aanvullend worden uitgevoerd.
4
Quickscan soortenbescherming, Mary Zeldenrust 18, Leiden Gemeente Leiden
2
WERKWIJZE
De quickscan betreft een verkenning die bestaat uit een bronnenonderzoek en een veldbezoek. Op basis van de uitkomsten van dit onderzoek, is een inschatting gemaakt van de aanwezige natuurwaarden en is beoordeeld of het plan (negatieve) effecten kan hebben op beschermde soorten (effectenanalyse). Hieronder is per onderdeel de werkwijze toegelicht. 2.1 BRONNENONDERZOEK Voor het bronnen- en literatuuronderzoek zijn gegevens opgevraagd uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). In de NDFF is rondom het plangebied een polygoon ingetekend. Het polygoon is ruimer ingetekend dan het plangebied. Door het polygoon ruimer in te tekenen dan het plangebied, is de verkregen dataset voldoende groot om te kunnen benutten voor dit onderzoek. Eveneens zijn binnen het polygoon de invasieve exoten meegenomen in het onderzoek. Invasieve exoten zijn door toedoen in Nederland terechtgekomen. Doordat deze soorten zich zeer snel uitbreiden en/of geen natuurlijke predatoren hebben binnen Nederland bedreigen deze soorten de natuurlijke populaties van planten en dieren. Door de gegevens van de laatste 5 jaar op te vragen ontstaat een voldoende actueel beeld van waargenomen soorten in en rondom het plangebied. De uit de NDFF opgevraagde dataset bestaat in totaal uit 9866 ‘records’.
Op basis van de beschikbare gegevens is een inschatting gemaakt van het voorkomen van beschermde soorten, algemeen voorkomende amfibieën, reptielen en zoogdieren. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van de database Stadsnatuurnetwerk Leiden. Deze bron is van de gemeente Leiden en bestaat uit een digitale database met waargenomen soorten binnen kilometerhokken in de gemeente Leiden.
2.2 VELDBEZOEK Het veldbezoek bestaat uit een biotooptoets met als doel een inschatting te maken van de ecologische kwaliteiten van het plangebied. De bevindingen van het bronnenonderzoek zijn hierbij in het veld getoetst en waar nodig aangevuld. In het bijzonder is gelet op het voorkomen van potentiele locaties als verblijfplaats voor gebouwbewonende soorten, nesten en holtes in aanwezige bomen binnen het plangebied. Op 2 september 2020 is een veldbezoek uitgevoerd door een ecoloog van BTL Advies ter plaatse van het plangebied. De weersomstandigheden waren op dat moment onbewolkt, 20 ⁰C en windstil. Op het moment dat het veldbezoek wordt uitgevoerd, zijn niet alle soorten zichtbaar aanwezig. Diersoorten zijn bijvoorbeeld alleen nachtactief of in een bepaalde periode van het jaar aanwezig. Zo houden vleermuizen, amfibieën en kleine zoogdieren als egel een winterslaap op een beschutte plaats. Daarom zijn de eisen die soorten/soortgroepen met betrekking tot vaste rust- en verblijfplaatsen, foerageergebieden en migratierouten aan hun leefomgeving stellen, vergeleken met en getoetst aan de situatie in het veld. Eventueel aanwezige holtes in bomen en spleten in het gebouw zijn door middel van een inspectiecamera geïnspecteerd op aanwezige vleermuizen en/of broedende vogels. Voor planten is gelet op de vegetatiestructuur en de abiotische omstandigheden van de groeiplaats.
Op deze manier is ook het belang van het plangebied beoordeeld voor flora en fauna die niet zijn waargenomen gedurende de biotooptoets, maar desondanks toch mogelijk kunnen voorkomen ter plaatse van het plangebied. Tevens is gelet op de aanwezigheid van invasieve exoten (alleen planten) tijdens de quickscan. Deze soorten hebben zich in Nederland gevestigd dankzij menselijk toedoen, verspreiden zich zeer snel en concurreren hierbij de oorspronkelijke vegetatie weg. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient het verspreiden van deze soorten te worden voorkomen en het is daarom van belang om te weten of deze soorten aanwezig zijn binnen het plangebied.
2.3 EFFECTENBEOORDELING Op basis van de uitkomsten van het bronnen- en veldonderzoek is beoordeeld of het plan (negatieve) effecten kan hebben. Indien sprake is van een conflictsituatie tussen de aanwezigheid van strikt beschermde soorten en de geplande ruimtelijke ingreep, is in onderhavige rapportage aangegeven welke voorzorgsmaatregelen genomen moeten worden om negatieve effecten op beschermde soorten te voorkomen. Indien negatieve effecten door het nemen van voorzorgsmaatregelen niet te voorkomen zijn, is aangegeven dat mitigerende maatregelen noodzakelijk zijn en/of een ontheffing aangevraagd dient te worden.
5
Quickscan soortenbescherming, Mary Zeldenrust 18, Leiden Gemeente Leiden
3
PLANGEBIED
Onderstaand is de ligging van het plangebied beschreven en zijn de geplande werkzaamheden nader toegelicht. 3.1 LIGGING EN BEGRENZING VAN HET PLANGEBIED Het plangebied bevindt zich in de bebouwde kom en aan de rand van Leiden (afb. 3.1). Het omliggende gebied kenmerkt zich door verschillende verharde wegen en de nodige bebouwing. Daarnaast bevinden zich watergangen en groenstructuren in de directe omgeving van het plangebied (afb. 3.2) .
Afbeelding 3.1. Locatie van het plangebied, Mary Zeldenrust 18 te Leiden (Bron: Googlemaps).
6
Quickscan soortenbescherming, Mary Zeldenrust 18, Leiden Gemeente Leiden
Afbeelding 3.2. Concept nieuwe locatie Schuttersveld te Leiden
3.2 BESCHRIJVING VAN DE WERKZAAMHEDEN De voorgenomen werkzaamheden hebben betrekking op het realiseren van een nieuw schoolgebouw. Hiervoor dient het huidige gebouw gesloopt te worden. Daarnaast dienen vanwege het verplaatsen van het hekwerk meerdere bomen gekapt te worden. In afbeelding 3.2 is de toekomstige situatie gesitueerd. De periode waarin de sloop- en kapwerkzaamheden gaan plaatsvinden, is nog niet bekend.
7
Quickscan soortenbescherming, Mary Zeldenrust 18, Leiden Gemeente Leiden
4
ONDERZOEKSRESULTATEN
De basis voor de effectenbeoordeling wordt gevormd door gegevens over het (mogelijk) voorkomen van beschermde planten- en diersoorten binnen de invloedsfeer van de voorgenomen ruimtelijke ingreep en werkzaamheden. Onderstaand zijn per soortgroep de resultaten van het bronnen- en veldonderzoek beschreven. 4.1 ALGEMENE BIOTOOPOMSCHRIJVING PLANGEBIED Het plangebied bestaat uit verschillende units die aaneengesloten zijn. Samen vormen ze het schoolgebouw. Het betreft een schoolgebouw van één verdieping dat een hoogte heeft van 3,5-5,0 meter hoogte. De onderzijde van het gebouw bestaat uit een stenen buitenmuur. Deze loopt door tot 20 cm boven het maaiveld. Hierboven bestaat de buitenmuur uit diverse platen. Tussen de afzonderlijke platen bevinden zich ruimtes. De platen bevinden zich direct tegen de binnenmuur aan. De overgang van de buitenmuren met het dak bestaat uit een ijzeren dakstrip. Tussen het deel van de ijzeren dakstrip en de buitenmuur bevindt zich op een enkele plek ruimte. Deze ruimtes zijn zeer oppervlakkig. Het schoolplein bestaat voornamelijk uit bestrating. Rondom het schoolplein bevinden zich groenstructuren als gazon en enkele bomen en struiken. Ten tijde van het veldbezoek was het gebouw nog in gebruik als school. Het omliggende gebied bestaat uit stedelijk gebied met de verschillende drukke wegen. De omliggende bebouwing bestaat uit woningen met tuinen.
Op zeer korte afstand met het plangebied bevindt zich een wetering.
Afbeelding 4.1. Situering plangebied gezien vanaf de zuidoostzijde kijkend richting het schoolplein.
8
Quickscan soortenbescherming, Mary Zeldenrust 18, Leiden Gemeente Leiden
Afbeelding 4.2. Situering plangebied gezien vanaf de oostzijde van het plangebied.
Afbeelding 4.3. Situering plangebied gezien vanaf de westzijde van het plangebied.
9
Quickscan soortenbescherming, Mary Zeldenrust 18, Leiden Gemeente Leiden
Afbeelding 4.4. Voorbeelden binnen het plangebied van oppervlakkige openingen in de buitenmuur.
4.2 VAATPLANTEN Uit de gegevens van de NDFF zijn geen meldingen bekend van beschermde vaatplanten. Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde plantensoorten waargenomen. Deze worden vanwege het intensieve gebruik van het gebied ook niet verwacht in en rondom het plangebied. Voorkomen beschermde vaatplanten: • Beschermde vaatplanten zijn redelijkerwijs uitgesloten binnen het plangebied.
10
Quickscan soortenbescherming, Mary Zeldenrust 18, Leiden Gemeente Leiden
4.3 GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN Bronnenstudie In de NDFF zijn binnen een straal van ca. 1 km rondom het plangebied meerdere meldingen bekend van grondgebonden zoogdieren. Het gaat hierbij onder andere om meldingen van algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren als de egel, mol, haas, bunzing, verschillende muissoorten en het konijn. Alle meldingen zijn van ruim buiten het plangebied afkomstig (300-1000 meter). Daarnaast blijkt uit de Atlas van Nederlandse Zoogdieren dat soorten als hermelijn en wezel voorkomen in de omgeving van het plangebied. Veldbezoek Door de ligging in stedelijk gebied, de drukte en het ontbreken van dichte struwelen met ondergroei op de grond is het plangebied niet geschikt voor (kleine) marterachtigen. Daarnaast bevindt het plangebied zich buiten het verspreidingsgebied van een soort als de steenmarter. Hierdoor worden deze soorten niet verwacht in het plangebied. Daarentegen kunnen de aanwezige gazons en naastgelegen bosschages wel fungeren als leefgebied voor verschillende algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren als muizen, mol en egel. Voorkomen grondgebonden zoogdieren: • Voorkomen (kleine) marterachtigen (steenmarter, wezel, hermelijn bunzing) in het plangebied en de invloedssfeer ervan kan vanwege geïsoleerde ligging plangebied worden uitgesloten.
• Het plangebied is geschikt als leefgebied voor algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren (egel, mol en verschillende muissoorten).
4.4 VLEERMUIZEN Bij het gebruik van het landschap door vleermuizen kan onderscheid gemaakt worden in vaste verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden. In de NDFF zijn verschillende waarnemingen van vleermuizen in en rondom het plangebied bekend. Het gaat hierbij voornamelijk om waarnemingen van de gewone dwergvleermuis. Daarnaast zijn meldingen bekend van de Brandts-/baardvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en watervleermuis. Alle meldingen zijn van ruim buiten het plangebied afkomstig. Uit het Stadsnatuurnetwerk Leiden blijken deze soorten eveneens naar voren te komen. Daarnaast blijkt uit het Stadsnatuurnetwerk Leiden in de omgeving van het plangebied eveneens de meervleermuis voor te komen. Onderstaand is per gebruiksfunctie (verblijfplaatsen, foerageergebied en vliegroute) beschreven wat de bevindingen in het veld zijn. Verblijfplaatsen Bij de aanwezige bomen in en direct rondom het plangebied ontbreken holtes die geschikt kunnen zijn als verblijfplaats voor vleermuizen. Hierdoor kunnen alle soorten verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen worden uitgesloten. Tussen de platen die de buitenmuur vormen bevinden zich openingen. Echter deze openingen zijn oppervlakkig en geven doordat de platen direct verbonden zijn met de binnenmuren geen mogelijkheden voor vleermuizen om hier achter te kruipen.
Hetzelfde geldt voor de locaties waar ruimtes in de overgang van de ijzeren dakstrip naar de buitenmuur aanwezig zijn. Ook deze zijn ruimtes zijn zeer oppervlakkig en geven geen mogelijkheden voor vleermuizen om deze te gebruiken als verblijfplaats. De overige delen bevatten geen ruimtes. Doordat geschikte openingen die kunnen fungeren als verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuizen niet aanwezig zijn, zijn verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen binnen het plangebied uitgesloten. Vliegroutes en foerageergebied De aanwezige groenstructuren en wetering rondom het plangebied kunnen fungeren als onderdeel van het foerageergebied en/of vliegroute voor vleermuizen. Het plangebied zelf kan onderdeel van beide functies voor vleermuizen zijn. Door de variatie in beplanting en aanwezige gebouwen is er voldoende beschutting (vooral de westzijde) voor de dieren en hun prooien.
11
Quickscan soortenbescherming, Mary Zeldenrust 18, Leiden Gemeente Leiden
Voorkomen vleermuizen: • Verblijfplaatsen (zomer-, paar-, winter- en kraamverblijfplaatsen) van vleermuizen binnen het plangebied kunnen worden uitgesloten. • Binnen en direct grenzend aan het plangebied bevindt zich geschikt foerageergebied. • Het plangebied en directe omgeving ervan (wetering) kan gebruikt worden als vliegroute.
4.5 VOGELS MET JAARROND BESCHERMDE NESTPLAATSEN Bronnenstudie In de omgeving van het plangebied zijn meldingen bekend van exemplaren van de boomvalk, buizerd, havik, gierzwaluw, huismus, grote gele kwikstaart, ooievaar, ransuil, kerkuil, slechtvalk, wespendief en sperwer. Geen van de meldingen bevindt zich binnen het plangebied. Hetzelfde beeld komt naar voren uit het Stadsnatuurnetwerk Leiden. In de omgeving van het plangebied zijn meldingen bekend van soorten (categorie 5 Wnb) als ekster, koolmees, huiszwaluw, boomkruiper, boerenzwaluw en zwarte kraai. Dit zijn soorten waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn indien er sprake is van zwaarwegende ecologische omstandigheden. In het plangebied zelf zijn geen meldingen bekend van deze soorten. Veldbezoek Tijdens het veldbezoek zijn ruim buiten het plangebied (50-100 meter) huismussen aangetroffen. Binnen het plangebied en de directe omgeving zijn geen exemplaren van de huismus waargenomen. Het schoolgebouw is vanwege de gesloten structuur niet geschikt als nestlocatie voor de huismus. De aanwezige bosschages direct grenzend aan het plangebied kunnen onderdeel vormen van het leefgebied (foerageergebied en rustplaats) van de huismus. Echter zijn tijdens het veldbezoek geen exemplaren in de bosschages aangetroffen.
Nesten van de buizerd, boomvalk, ooievaar, ransuil en sperwer zijn niet aangetroffen in de te onderzoeken bomen, hierdoor worden deze soorten als broedvogel in en rondom het plangebied uitgesloten. Daarentegen kan het plangebied wel fungeren als leefgebied voor de ransuil en sperwer. Door de stedelijke ligging en het ontbreken van (grote) bospercelen in de directe omgeving van het plangebied vormt het plangebied geen onderdeel van het leefgebied van de buizerd en wespendief. Door de stedelijk ligging wordt het plangebied niet gezien als leefgebied voor de kerkuil. Doordat soorten als de slechtvalk en gierzwaluw hoge gebouwen prefereren als broedlocatie en over het algemeen in stedelijk gebied veelal hoog in de lucht bivakkeren, vormt het plangebied geen onderdeel van het leefgebied van deze soorten. Vanwege het ontbreken van watergangen met stromend water en kunstwerken binnen het plangebied wordt de grote gele kwikstaart als broedvogel binnen het plangebied uitgesloten. Tijdens het veldbezoek zijn geen vogels met jaarrond beschermde nesten (cat. 5) aangetroffen in en rondom het plangebied. Eveneens zijn geen nesten van deze soorten in het plangebied aangetroffen. Door het ontbreken van holtes in de bomen kunnen eveneens holte broedende soorten als boomkruiper, pimpel- en koolmees als broedvogel in het plangebied worden uitgesloten.
Voorkomen vogels met jaarrond beschermde nesten: • Voorkomen sperwer, ransuil en huismus binnen het plangebied kan niet worden uitgesloten. • Nesten van buizerd, havik, wespendief, gierzwaluw, kerkuil, grote gele kwikstaart en ooievaar en slechtvalk binnen het plangebied zijn uitgesloten. • Voorkomen zwarte kraai, bosuil, kool- en pimpelmees als broedvogel is uit te sluiten binnen het plangebied.
4.6 OVERIGE BROEDVOGELS Bronnenstudie In de gegevens uit de NDFF zijn vele meldingen van algemene vogels bekend die afkomstig zijn uit de omgeving van het plangebied. Het gaat hierbij om soorten als fitis, gaai, tjiftjaf, winterkoning, houtduif, merel en groenling. In het plangebied zelf zijn geen meldingen bekend. Veldbezoek Tijdens het veldbezoek zijn meerdere overige broedvogels in en rondom het plangebied aangetroffen. Het gaat hierbij om soorten als Turkse tortel en tjiftjaf. Deze zijn aangetroffen in de bomen en bosschages direct grenzend
12
Quickscan soortenbescherming, Mary Zeldenrust 18, Leiden Gemeente Leiden
aan het plangebied. Daarnaast kunnen de overige bomen binnen het plangebied eveneens fungeren als nestlocatie voor overige broedvogels als Turkse tortel, merel en houtduif. Voorkomen overige broedvogels: • Het plangebied en het gebied binnen de invloedsfeer van het plangebied zijn geschikt als broedbiotoop voor boom- en struweelbroeders.
4.7 VISSEN Bronnenstudie In de NDFF zijn geen meldingen bekend van beschermde vissoorten. Beschermde vissoorten worden vanwege ongeschikt biotoop (ontbreken watergangen) uitgesloten binnen het plangebied en de invloedssfeer ervan. Voorkomen beschermde vissen: • Beschermde vissen zijn niet te verwachten binnen het plangebied.
4.8 AMFIBIEËN & REPTIELEN Bronnenstudie In de NDFF zijn meerdere meldingen bekend van amfibieën. Het gaat hierbij om een melding van algemeen voorkomende amfibieën als de gewone pad, bruine kikker, kleine watersalamander en groene kikker. Alle meldingen van deze soorten zijn van ruim buiten het plangebied afkomstig (700-1000 meter). In de NDFF zijn geen meldingen bekend van reptielen. Veldbezoek Watergangen zijn binnen het plangebied niet aanwezig. Deze zijn wel in de omgeving aanwezig als de wetering ten oosten van het plangebied en mogelijk ook als vijver in tuinen. Voortplantingswateren voor amfibieën zijn dus in het plangebied uitgesloten. Daarentegen kunnen de bosschages direct grenzend aan het plangebied wel fungeren als land- en overwinteringsbiotoop voor algemeen voorkomende amfibieën als gewone pad, groene kikker en kleine watersalamander. Hierdoor is het voorkomen van deze soorten binnen het plangebied niet uit te sluiten. Vanwege het ontbreken van geschikt biotoop wordt het voorkomende van reptielen binnen het plangebied uitgesloten. Voorkomen beschermde reptielen en amfibieën: • Algemeen voorkomende amfibieën als gewone pad, groene kikker en kleine watersalamander kunnen niet worden uitgesloten binnen het plangebied en de directe invloedsfeer ervan.
• Voorkomen van reptielen binnen het plangebied en gebied binnen de invloedsfeer van de voorgenomen werkzaamheden is uitgesloten.
4.9 ONGEWERVELDE DIERSOORTEN Bronnenstudie In de NDFF is geen meldingen bekend van beschermde ongewervelde diersoorten. Veldbezoek Beschermde ongewervelde diersoorten worden ook op basis van het veldbezoek niet in het plangebied of het gebied binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden verwacht, vanwege het ontbreken van geschikt biotoop. Voorkomen beschermde ongewervelde diersoorten: • Beschermde ongewervelde diersoorten zijn niet te verwachten binnen het plangebied.
13
Quickscan soortenbescherming, Mary Zeldenrust 18, Leiden Gemeente Leiden
4.10
INVASIEVE EXOTEN
In de NDFF zijn geen meldingen van invasieve exoten aanwezig. Tijdens het veldbezoek zijn in het plangebied geen invasieve exoten aangetroffen. Voorkomen invasieve exoten: • Binnen de invloedsfeer van het plangebied zijn geen groeiplaatsen van invasieve exoten aanwezig.
14
Quickscan soortenbescherming, Mary Zeldenrust 18, Leiden Gemeente Leiden
5
TOETSING AAN DE WET NATUURBESCHERMING (WNB)
In dit hoofdstuk is een analyse gemaakt van de te verwachten effecten op de soorten die aanwezig zijn of verwacht worden. Op basis van de gegevens uit het bronnen- en veldonderzoek is het voorkomen van beschermde vaatplanten, vissen, reptielen en ongewervelde diersoorten uitgesloten. Hierdoor is het optreden van negatieve effecten op deze soorten of soortgroepen niet aan de orde en zijn zij onderstaand niet verder behandeld. 5.1 GRONDGEBONDEN ZOOGDIERSOORTEN Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat van deze soortgroep alleen nationaal beschermde soorten voorkomen. Voor de in het plangebied mogelijk voorkomende soorten geldt in de provincie Zuid-Holland een vrijstelling voor overtreding van verbodsartikelen ten aanzien van ruimtelijke ontwikkelingen. Deze soorten komen in de provincie algemeen voor. Het betreft soorten als mol, egel en muissoorten. Voor deze soorten geldt nog steeds wel de algemene zorgplicht, hetgeen inhoud dat wel rekening wordt gehouden dient te worden met het voorkomen ervan. Hiervoor is het echter niet nog nodig om te handelen conform een verleende ontheffing of een gedragscode. Rekening houden met deze soorten kan als volgt: ▪ Mocht tijdens de uitvoering van het werk dieren worden waargenomen, dan moeten zij de gelegenheid krijgen om te kunnen vluchten. Minder mobiele dieren kunnen eventueel worden verplaatst tot buiten de werkgrens.
5.2 VLEERMUIZEN Alle soorten vleermuizen zijn beschermd binnen de Habitatrichtlijn. Ten aanzien van de voorgenomen werkzaamheden kunnen negatieve effecten op verblijfplaatsen van vleermuizen worden uitgesloten. Doordat het plangebied een dermate klein oppervlak behelst en in de directe omgeving van het plangebied verschillende lijnvormige structuren bevinden, leiden de voorgenomen werkzaamheden niet tot afbreuk of verstoring van het foerageergebied van vleermuizen. Doordat de wetering grenzend aan het plangebied een belangrijke structuur vormt, is de aanwezigheid van een essentiële vliegroute voor vleermuizen die in de omgeving verblijven niet uit te sluiten. Echter deze lijnstructuur blijft behouden. Doordat de sloop- en bouwwerkzaamheden uitsluitend overdag plaatsvinden, is het uitgesloten dat ’s avonds en ’s nachts foeragerende vleermuizen verstoord worden. Indien gebruik gemaakt wordt van verlichting op eventuele opslag is verstoring op overvliegende en foeragerende vleermuizen bij de wetering niet uit te sluiten. Vleermuizen zijn namelijk lichtgevoelig. In het volgende hoofdstuk is een advies opgenomen ten aanzien van het inzetten van verlichting.
5.3 VOGELS Alle vogelsoorten zijn beschermd conform de Vogelrichtlijn. Ten gevolge van de voorgenomen werkzaamheden worden geen jaarrond beschermde nesten (cat. 1t/m 4) verwijderd. De te verwijderen bosschages beslaan een dermate klein oppervlak ten opzichte van het aanwezige groen in de wijk (voornamelijk in en rondom de tuinen), waardoor permanente negatieve effecten of het leefgebied van de huismus, ransuil en/of sperwer niet aan de orde is. Nadrukkelijk wordt geadviseerd om de voorgenomen rooi- en kapwerkzaamheden buiten de broedperiode uit te voeren. De broedperiode loopt van medio maart tot en met medio augustus. Indien de voorgenomen rooi- en kapwerkzaamheden buiten deze periode, dus binnen de periode september tot en met maart, uitgevoerd worden, leidt dit dan ook niet tot overtreding van verbodsartikelen binnen de Wet natuurbescherming. Indien de werkzaamheden in de broedperiode plaatsvinden, dient enkele dagen voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden een broedvogelcheck uitgevoerd te worden.
5.4 AMFIBIEËN Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat van deze soortgroep alleen nationaal beschermde soorten voorkomen. Voor een deel van deze soorten geldt in de provincie Zuid-Holland een vrijstelling voor overtreding van verbodsartikelen ten aanzien van ruimtelijke ontwikkelingen. Deze soorten komen in de provincie algemeen voor. Het betreft soorten als bruine kikker, bruine kikker en kleine watersalamander. Voor deze soorten geldt nog steeds wel de algemene zorgplicht, hetgeen inhoud dat wel rekening wordt gehouden dient te worden met het voorkomen ervan. Hiervoor is het echter niet nog nodig om te handelen conform een verleende ontheffing of een gedragscode. Rekening houden met deze soorten kan als volgt: ▪ Mocht tijdens de uitvoering van het werk dieren worden waargenomen, dan moeten zij de gelegenheid krijgen om te kunnen vluchten. Minder mobiele dieren kunnen eventueel worden verplaatst tot buiten de werkgrens.