CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

210120 Bijlage 2 Conceptnota en -verordening wachtlijst en toewijzing woonwagenstandplaatsen - wensen en bedenkingen

Gemeenteraad 21 december 2021, gemeente LeidenBij agendapunt: RV 21.0120 Conceptnota en -verordening wachtlijst en toewijzing woonwagenstandplaatsen - wensen en bedenkingen2.220 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verordening tot wijziging van de Verordening van het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling Holland Rijnland houdende regels omtrent huisvesting (Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2019).

Artikel 1 Wijzigen verordening De Verordening van het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling Holland Rijnland houdende regels omtrent huisvesting wordt als volgt gewijzigd. A. Aan Hoofdstuk 1, artikel 1 wordt onder hernummering van de volgende leden een lid q. toegevoegd luidende als volgt: Particuliere verhuurder: iedere verhuurder binnen woningmarktregio Holland Rijnland niet zijnde een corporatie. B. Hoofdstuk 1, artikel 2, derde lid komt als volgt te luiden: 3. Op basis van deze verordening besluit het Dagelijks Bestuur op voordracht van een college van burgemeester en wethouders van een regiogemeente dat particuliere verhuurders met tien of meer sociale huurwoningen in woningmarktregio Holland Rijnland deelnemen aan het regionaal woonruimteverdeelsysteem. C. Hoofdstuk 1, artikel 3 eerste lid komt als volgt te luiden: 1. Op basis van deze verordening sluit het Dagelijks Bestuur een uitvoeringsovereenkomst met de in de regio werkzame corporaties dan wel de op grond van artikel 2 lid 3 van deze verordening aangesloten particuliere verhuurders, waarmee de uitvoering van de woonruimteverdeling in de praktijk wordt geregeld. D. Hoofdstuk 3, artikel 8 lid 3 wordt onder hernummering van de volgende leden geschrapt. E. Hoofdstuk 4, artikel 12A wordt geschrapt. F. Hoofdstuk 6, wordt onder hernummering van de volgende hoofdstukken en artikelen toegevoegd.

Hoofdstuk luidt als volgt: Hoofdstuk VI Woonwagenstandplaatsen Artikel 27 Regionaal register standplaatszoekenden 1. Burgemeester en wethouders dragen zorg voor het aanleggen en bijhouden van een regionaal register voor standplaatszoekenden. 2. In het register van standplaatszoekenden worden op hun verzoek als standplaatszoekenden ingeschreven de huishoudens die voldoen aan de volgende voorwaarden: a. de aanvrager is 18 jaar of ouder; b. de leden van het huishouden bezitten de Nederlandse nationaliteit dan wel beschikken over een geldige verblijfstitel in Nederland; c. het inschrijvingsformulier is correct en volledig ingevuld, inclusief de daarin gevraagde bijlagen. 3. Inschrijving als standplaatszoekende kan ook ambtshalve plaatsvinden. 4. Het regionale register vermeldt de standplaatszoekenden met aantal punten, inschrijfduur en rangorde voor toewijzing. 5. De standplaatszoekende betaalt aan de houder en beheerder van het register voor standplaatszoekenden een bijdrage voor inschrijving in het register standplaatszoekenden en een bijdrage voor jaarlijkse verlengingskosten.

1

Artikel 28 Inschrijving 1. De aanvraag voor een standplaats wordt schriftelijk ingediend bij de beheerder van het register voor standplaatsen met behulp van een vastgesteld inschrijvingsformulier. 2. Bij een aanvraag voor een standplaats legt de aanvrager de volgende gegevens over: a. een historisch uittreksel (adresoverzicht) uit de gemeentelijke basisadministratie; b. zo nodig andere bescheiden die door de beheerder van het register voor standplaatsen voor beoordeling van de aanvraag nodig geoordeeld worden. 4. De beheerder van het register voor standplaatsen bepaalt of de standplaatszoekende voldoet aan de voorwaarden in artikel 27, tweede en vijfde lid, en gaat over tot inschrijving in het register indien aan deze voorwaarden is voldaan. Artikel 29 Bewijs van inschrijving 1. De beheerder van het register voor standplaatsen verstrekt aan standplaatszoekenden die zijn ingeschreven een bewijs van inschrijving waarop de volgende gegevens worden vermeld: - naam van de aanvrager; - adresgegevens; - inschrijvingsdatum; - aantal toegekende punten bij inschrijving. 2. Als datum van inschrijving geldt de datum waarop aan de voorwaarden in artikel 27, tweede en vijfde lid, is voldaan. 3.

Als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van inschrijving in het register de datum waarop de aanvraag is aangevuld. 4. Als datum van een ambtshalve inschrijving geldt de datum waarop de standplaatszoekende aan de voorwaarden in artikel 27, tweede lid, onder a en b, en vijfde lid, voldoet en de beheerder van het register voor standplaatsen de standplaatszoekende heeft ingeschreven. Artikel 30 Geldigheidsduur van inschrijving in het register van standplaatszoekenden 1. De inschrijving in het register van standplaatszoekenden blijft behoudens het gestelde in artikel 32 één jaar geldig. 2. De inschrijving wordt beëindigd tenzij de standplaatszoekende binnen 4 weken na aanschrijving aan de beheerder van het register voor standplaatsen kenbaar heeft gemaakt dat deze de inschrijving in het register van standplaatszoekenden wil behouden. Artikel 31 Wijziging van inschrijving in het register 1. Een ingeschrevene dient een wijziging van gegevens, zoals woonadres, onverwijld door te geven aan de beheerder van het register voor standplaatsen. 2. De ingeschrevene als bedoeld in het eerste lid wordt de beheerder van het register voor standplaatsen van de wijziging van inschrijving schriftelijk in kennis gesteld. Artikel 32 Doorhaling van inschrijving 1.

De beheerder van het register voor standplaatsen haalt een inschrijving door in het register van standplaatszoekenden indien: a. de standplaatszoekende daarom verzoekt; b. de standplaatszoekende een standplaats (elders) krijgt toegewezen en deze accepteert; c. De standplaatszoekende door woningruiling van een reguliere woning naar een standplaats verhuist. d. de standplaatszoekende al dan niet opzettelijk foutieve gegevens verstrekt heeft bij de inschrijving of verzuimd heeft belangrijke wijzigingen bijtijds door te geven; e. de standplaatszoekende niet reageert op een aanschrijving van de beheerder van het register voor standplaatsen aangaande de inschrijving, waaronder de betalingsverplichting, of bedoeld als een controle op de inschrijving in het register, binnen vier weken na de datum van de aanschrijving; f. de standplaatszoekende komt te overlijden; 2. Ingeschrevenen als bedoeld in het eerste lid worden door de beheerder van het register voor standplaatsen van de doorhaling van inschrijving schriftelijk in kennis gesteld.

2

Artikel 33 Rangorde en toewijzing standplaats 1. Bij opname in de wachtlijst geldt de volgende rangorde. De inschrijver is ingeschreven in het register van standplaatszoekenden en: I. A. Is een kind van een woonwagenbewoner, onafgebroken inwonend op een woonwagenlocatie in de regio; of B. Is een kind van een woonwagenbewoner, maar geboren en getogen op een woonwagenlocatie en binnen een periode van 10 jaar geleden op een woonwagenlocatie gewoond; of C. Is een kind van woonwagenouders wonende in de regio die wegens studie dan wel uit dwingende noodzakelijkheid tijdelijk elders woonachtig is. II. Is een kind van een woonwagenbewoner, inwonend in een reguliere woning in de regio, maar geboren en getogen op een woonwagenlocatie en heeft binnen een periode tussen 10 en 20 jaar geleden op een woonwagenlocatie gewoond. III. Is een kind van een woonwagenbewoner, wonend in een reguliere woning in de regio, maar geboren en getogen op een woonwagenlocatie en heeft binnen een periode tussen 20 en 30 jaar geleden op een woonwagenlocatie gewoond. IV. Is een kind van een woonwagenbewoner, wonend in een reguliere woning in de regio, omdat de ouders zijn verhuisd. V. A. Is een afstammeling van een woonwagenbewoner die onafgebroken op een woonwagenlocatie in de regio woont, of B. Is een afstammeling van een woonwagenbewoner die in een reguliere woning in de regio woont. VI.

Is een afstammeling van een woonwagenbewoner die buiten de regio woont. VII. Is geen afstammeling van een woonwagenbewoner. 2. De beheerder van het register voor standplaatsen kent punten aan ingeschreven standplaatszoekenden toe op basis van een puntensysteem, welke punten als volgt zijn opgebouwd: a. 100 aanvangspunten ten tijde van inschrijving, behorend tot de in dit artikel, lid 1, sub I (A of B of C) behorende categorie; b. 85 aanvangspunten ten tijde van inschrijving, behorend tot de in dit artikel, lid 1, sub II behorende categorie; c. 70 aanvangspunten ten tijde van inschrijving, behorend tot de in dit artikel, lid 1, sub III behorende categorie; d. 60 aanvangspunten ten tijde van inschrijving, behorend tot de in dit artikel, lid 1, sub IV behorende categorie; e. 50 aanvangspunten ten tijde van inschrijving, behorend tot de in dit artikel, lid 1, sub V (A of B) behorende categorie; f. 10 aanvangspunten ten tijde van inschrijving, behorend tot de in dit artikel, lid 1, sub VI behorende categorie; g. 1 aanvangspunten ten tijde van inschrijving, behorend tot de in dit artikel, lid 1, sub VII behorende categorie. 3. Na de maand van inschrijving ontvangt elke ingeschrevene 1 punt per maand (categorie I t/m VI). De inschrijver die geen afstammeling is van een woonwagenbewoner ontvangt voor elk jaar van inschrijving 1 punt (categorie VII). 4.

Toewijzing van een standplaats vind plaats aan diegene die: I. Zijn/haar belangstelling kenbaar maakt op basis van een aanbieding via Tipbericht van Holland Rijnland Wonen; II. Daarbij aangeeft of er 1e of 2e graads familie woont op de locatie waar de aangeboden standplaats zich bevind, dan wel aangeeft of in geval van een standplaats op een nieuwe locatie aangeeft of er 1e of 2e graads familie woont in de woonplaats waar de betreffende standplaats wordt aangeboden; III. Het hoogste aantal punten heeft op de wachtlijst; a. Waarbij geldt dat de punten van de wachtlijst worden verdubbeld ingeval: 1. Bij bestaande standplaats of nieuwe standplaats op bestaande locatie: De belangstellende 1e of 2e graads familie heeft op de locatie waar de standplaats wordt aangeboden. 2. Bij een nieuwe standplaats op een nieuwe locatie: de belangstellende 1e of 2e graads familie heeft in de gemeente waar de standplaats wordt aangeboden. IV. Verder voldoet aan de geldende voorwaarden. 3

V. VI.

5.

De standplaats accepteert. Bij een gelijk aantal punten vindt toewijzing plaats aan de belangstellende met de langste inschrijftijd. Wanneer er sprake is van gelijke inschrijftijden, zal de belangstellende met de hoogste leeftijd worden benaderd. Ook hier kan sprake kan zijn van gelijkheden (bijvoorbeeld bij een tweeling). In dat geval zal een commissie van afgevaardigden woonwagenbewoners de uiteindelijke beslissing nemen over de toewijzing.1 Om de systematiek van en het proces om te komen tot de toewijzingen te monitoren wordt een adviescommissie ingesteld waar vertegenwoordigers van Holland Rijnland Wonen, de wachtlijstbeheerder en afvaardiging van woonwagenbewoners zitting in hebben. Op deze wijze krijgen alle partijen vertrouwen in het toepassen van de nieuwe werkwijze en kunnen eventuele ommissies in het proces worden aangepast.

Artikel 34 Ruilen van standplaats 1. Ruilen van huisvesting tussen huurders waarbij beide huurders een standplaats huren heeft geen gevolgen voor de eventueel door die huurders opgebouwde punten van de wachtlijst. Wel worden aan deze ruil de volgende voorwaarden verbonden: Huurders stellen de verhuurder(s) in kennis. De verhuurder(s) stelt de beheerder van de wachtlijst in kennis. De beheerder vraagt advies aan de adviescommissie (art.33, lid 5) Verhuurder(s) doet uitspraak over ruilverzoek en stelt tevens beheerder van de wachtlijst in kennis van de uitspraak. 2. Ruilen van huisvesting tussen huurders waarbij de ene partij verhuist van een standplaats naar een reguliere woning en vise versa geschiedt onder de volgende voorwaarden: Huurder van standplaats verzoekt verhuurder tot woningruil. Verhuurder informeert beheerder wachtlijst over verzoek. De beheerder schakelt adviescommissie in. Adviescommissie geeft advies. Verhuurder neemt besluit wel of niet akkoord. Staat diegene die verhuist van woning naar standplaats op de wachtlijst dan worden diens punten geschrapt (opnemen in opsomming lijst ‘doorhaling’ art. 32) Diegene die verhuist van standplaats naar woning behoudt de eventuele wachtlijstpunten. Staat diegene die verhuist naar een woning niet op de wachtlijst dan vindt inschrijving eerst plaats nadat de verhuizing administratief heeft plaatsgevonden.

De aan de ruiling verbonden randvoorwaarden zijn: Ruilen kan alleen tussen 1e graads familie. Vindt ruiling plaats naar een huurwoonwagen dan is de inkomensnorm sociale huur van toepassing. De huurprijs van de standplaats wordt geactualiseerd aan geldend puntenstelsel. Artikel 35 Hardheidsclausule Daar waar de toepassing van de regels van hoofdstuk VI leidt tot onvoorzien en onredelijk nadelig gevolg voor de standplaatszoekende kan op verzoek en advies van de adviescommissie (art.33, lid 5) het Dagelijks Bestuur en de urgentiecommissie een besluit nemen in afwijking van de deze verordening. I. In de artikelsgewijze toelichting bij de Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2019 wordt de toelichting Hoofdstuk VI Woonwagenstandplaatsen toegevoegd. Deze luidt als volgt: Met invoeging van hoofdstuk VI wordt voorzien in de toewijzing van standplaatsen door middel van huisvestingsvergunningen. Het beschikken over passende regels voor de toedeling van deze vorm van woonruimte dient, net als andere vormen van woonruimte, te berusten op de wet. Anders dan de reguliere woonruimte moet de toewijzing van 1 Deze commissie dient nog te worden opgericht. Deze zal, in samenspraak met de klankbordgroep, worden

bepaald.

4

standplaatsen ook voldoen aan de mensenrechtelijke eisen die onder andere volgen uit de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (hierna: EHRM) en de oordelen van het College voor de Rechten van de Mens (EHRM 27 mei 2004, nr. 66746/01 (Connors/VK); EHRM 17 oktober 2013, nr. 27013/07 (Winterstein/Frankrijk); EHRM 18 januari 2001, nr. 27238/95 Chapman/VK; EHRM 8 december 2009, nr. 49151/07 (Munos Diaz/Spanje). Uit de jurisprudentie van het EHRM volgt onder meer dat de overheid een positieve verplichting heeft om de identiteit en de levensstijl van woonwagenbewoners te beschermen en te faciliteren. Dit kan betekenen dat woonwagenbewoners een gedifferentieerde behandeling krijgen ten opzichte van andere woningzoekenden. Hoewel standplaatsen ‘woonruimte’ zijn in de zin van de wet, is de wijze waarop de huisvestingsvergunning wordt geregeld niet identiek aan die van niet-standplaatsen. Voor niet-standplaatsen geldt dat vergunning wordt afgegeven voor de gehele huisvesting. Voor standplaatsen geldt echter dat alleen de ondergrond waarop de uiteindelijke huisvesting wordt aangebracht, wordt vergund met een huisvestingsvergunning. De uiteindelijke huisvesting is bijvoorbeeld de eigen woonwagen. In de praktijk blijkt ook dat woonwagenbewoners relatief vaak in het bezit zijn van een woonwagen.

Om die reden is gekozen om alleen voor standplaatsen een huisvestingssysteem te hanteren. Artikel 2 Inwerkingtreding Deze wijzigingsverordening treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking. Artikel 3 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als Wijzigingsverordening Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2019.

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10765631/1