210120 Bijlage 1 Conceptnota en -verordening wachtlijst en toewijzing woonwagenstandplaatsen - wensen en bedenkingen
Tekst van het document
De aan de ruiling verbonden randvoorwaarden zijn: - Ruilen kan alleen tussen 1e graads familie. - Vindt ruiling plaats naar een huurwoonwagen dan is de inkomensnorm sociale huur van toepassing. - De huurprijs van de standplaats wordt geactualiseerd aan geldend puntenstelsel.
11 Deze commissie dient nog te worden opgericht. Deze zal, in samenspraak met de klankbordgroep, worden bepaald.
Nota Uitgangspunten Wachtlijst
Artikel 35 Hardheidsclausule Daar waar de toepassing van de regels van hoofdstuk VI leidt tot onvoorzien en onredelijk nadelig gevolg voor de standplaatszoekende kan op verzoek en advies van de adviescommissie (art.33, lid 5) het Dagelijks Bestuur en de urgentiecommissie een besluit nemen in afwijking van de deze verordening.
Toelichting Met invoeging van hoofdstuk VI wordt voorzien in de toewijzing van standplaatsen door middel van huisvestingsvergunningen. Het beschikken over passende regels voor de toedeling van deze vorm van woonruimte dient, net als andere vormen van woonruimte, te berusten op de wet. Anders dan de reguliere woonruimte moet de toewijzing van standplaatsen ook voldoen aan de mensenrechtelijke eisen die onder andere volgen uit de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (hierna: EHRM) en de oordelen van het College voor de Rechten van de Mens (EHRM 27 mei 2004, nr. 66746/01 (Connors/VK); EHRM 17 oktober 2013, nr. 27013/07 (Winterstein/Frankrijk); EHRM 18 januari 2001, nr. 27238/95 Chapman/VK; EHRM 8 december 2009, nr. 49151/07 (Munos Diaz/Spanje). Uit de jurisprudentie van het EHRM volgt onder meer dat de overheid een positieve verplichting heeft om de identiteit en de levensstijl van woonwagenbewoners te beschermen en te faciliteren. Dit kan betekenen dat woonwagenbewoners een gedifferentieerde behandeling krijgen ten opzichte van andere woningzoekenden. Hoewel standplaatsen ‘woonruimte’ zijn in de zin van de wet, is de wijze waarop de huisvestingsvergunning wordt geregeld niet identiek aan die van niet-standplaatsen. Voor niet-standplaatsen geldt dat vergunning wordt afgegeven voor de gehele huisvesting.
Voor standplaatsen geldt echter dat alleen de ondergrond waarop de uiteindelijke huisvesting wordt aangebracht, wordt vergund met een huisvestingsvergunning. De uiteindelijke huisvesting is bijvoorbeeld de eigen woonwagen. In de praktijk blijkt ook dat woonwagenbewoners relatief vaak in het bezit zijn van een woonwagen. Om die reden is gekozen om alleen voor standplaatsen een huisvestingssysteem te hanteren.