210115 Inspraakbrief BBB op B&W nr. 21.0007 inz. NvU Plesmanlaan 100 RV nr. 21.0003 Ondertekend
Tekst van het document
(Zowel per gewone post als digitaal verzonden)
Aan de Commissie Stedelijke Ontwikkeling t.a.v. griffier, de heer E. Teunissen, e.teunissen@leiden.nl Postbus 9100 2300 PC LEIDEN
Onderwerp:
Inspraak op de Nota van Uitgangspunten
PIesmanlaan 100 (Raadsvoorstel, RV 21.0003)
in samenhang met Ben W-besluit nr. 21.0007 van 5 januari 2021
Leiden, 15 januari 2021
Geachte raadsleden, Dit onderwerp
wordt op uw Commissievergadering
Ondergetekende
A. Saab en medewijkbewoner
van 19 januari 2021 als agendapunt 6 besproken.
S. de Boer zullen dan inspreken om deze brief waar
nodig mondeling toe te lichten en mogelijke vragen door de Commissieleden Namens het Bestuur van de BewonersBelangenverenigingBockhorst een aantal onderwerpen
in de Nota van Uitgangspunten
project PIesmanlaan 100. Deze opmerkingen door het college aan uw gemeenteraad
te beantwoorden.
wil ik uw aandacht vestigen op
(hierna: NvU) voor de ontwikkeling
van het
zijn van belang voor een goede beoordeling van het
gedane voorstel.
Wij hebben hiervoor gekeken naar zowel het wijkbelang,
het individueel belang als het bovenwijks
belang. Wat dat laatste betreft, willen wij benadrukken dat wij alle begrip hebben voor de problematiek van de gespannen woningmarkt
waarmee de gemeente Leiden te kampen heeft. Ook vinden wij
dat de gepresenteerde
van initiatiefnemer
bouwplannen
Urban Interest esthetisch gezien een verbe-
tering betekenen van het aanzicht van het huidig gebouw aan de PIesmanlaan 100. Dat betekent echter niet dat deze NvU geen verbetering
behoeft.
1. Parkeerplaatsen en parkeeroverlast Het raadsbesluit gaat uit van (onder la) "een programma uitgaande uit van maximaal 425 woningen en ca. 750 m2 bruto vloeroppervlak dachtspunten
vervolgtraject
"Het uitgangspunt
ruimte". Onder Aan-
merkt het college het volgende op:
is dat het parkeren wordt opgelost in de bestaande parkeergarage en er geen
parkeervergunningen deze ontwikkeling
(bvo) voor (maximaal 250m2) commerciële
eerste participatieronde
worden verstrekt aan nieuwe bewoners voor parkeren op straat, waardoor
geen extra parkeerdruk
oplevert voor de bestaande woonbuurt."
De bestaande parkeergarage heeft een capaciteit van maximaal 218 parkeerplaatsen.
Kennelijk is dat
voor het college geen reden geweest om het maximale aantal woningen reeds om deze reden te beperken. Het college heeft ervoor gekozen om een parkeernorm stemming is met de Beleidsregels Parkeernormen telijke activiteit ontstaat bij de transformatie
vast te stellen die niet in overeen-
2020 voor de parkeerbehoefte,
naar woningen. blad 1 van 6
die door de ruim-
Kennelijk is het college voornemens
om af te wijken van het gestelde in de beleidsregel op grond van
artikel 11, 1, sub c. Het voorstel van het college biedt u geen inzicht in de effecten die toepassing van deze afwijkingsbevoegdheid
betekent voor het parkeren en parkeerregulering
in onze wijk. Onbegrij-
pelijk is dan ook waarop het college zijn standpunt baseert dat "deze ontwikkeling
geen extra par-
keerdruk oplevert voor de bestaande woonbuurt"
.
Onze verwachting
in onze wijk zal toenemen terwijl op dit moment
is namelijk dat de parkeerdruk
nog een kritische goede balans bestaat tussen beschikbare parkeergelegenheid
en behoefte. Iedere
toename zal deze balans verstoren. Parkeeroverlast
raakt direct het woon- en leefklimaat van onze wijk, die ligt naast het toekomstig
wooncomplex.
Over de gevolgen van onvoldoende
zorg uitgesproken
bij de gemeentelijke
parkeercapaciteit
projectgroep
hebben wij meermalen onze
PIesmanlaan 100. Tevergeefs blijkt nu. Daarom
wenden wij ons tot uw raad. Het college vraagt aan u om op voorhand in te stemmen met een parkeernorm
van 0 parkeerplaat-
sen voor de bewoners zulks in afwijking van de Beleidsregels Parkeernormen
2020. Naar ons oordeel
kunt u zonder kennisneming van een onafhankelijk
en objectief rapport, waarin de consequenties
van die norm in beeld zijn gebracht, geen besluit nemen over het voorstel van het college. Een dergelijk rapport ontbreekt
momenteel,
is althans niet overgelegd bij de NvU.
De benodigde parkeercapaciteit
hangt samen met de invulling van het woningprogramma
keerd zou het woningprogramma
mede moeten zijn afgestemd op de beschikbare parkeercapaciteit.
en omge-
Aan dit gegeven wordt in het voorstel van het college geen relevante overweging gewijd. Het voorgenomen
weigeren van bewonersvergunningen
ven door een niet onderbouwde
door het college bij het project lijkt ingege-
aanname dat autobezit en -gebruik voor de toekomstige
bewoners
van PIesmanlaan 100 niet relevant zijn. Ten gevolge van de coronapandemie
is er echter bij reizigers een voorkeur ontstaan voor individueel
vervoer in plaats van gemeenschappelijk
vervoer. Volgens deskundigen zal dit een blijvend karakter
hebben. Bovendien is ook niet aannemelijk dat de situering van het complex een neerdrukkend
ef-
fect zal hebben op de behoefte aan individueel vervoer. Door het bestaande woningtekort
zullen steeds vaker volwassen kinderen bij hun ouders moeten
blijven wonen waardoor de behoefte aan individueel vervoer per huishouden alleen maar toeneemt. Wij vrezen dat nu lichtvaardig onomkeerbare uitwerking
besluiten worden genomen die nog lang een negatieve
zullen hebben op het woon- en leefklimaat
Het bovenstaande
in onze wijk.
klemt des te meer omdat op grond van het gestelde van de Parkeerverordening
het weigeren van een bewonersvergunning
door het college aan bewoners van de PIesmanlaan 100
niet in alle gevallen mogelijk is wegens de hardheidsclausule. Bovendien bestaat op dit moment nog geen zekerheid dat artikel 3a van de verordening redactie wel verbindend
in de huidige
is.
Wij vragen u om geen besluit te nemen over het voorstel van het college zonder rekening met de Beleidsregels Parkeernormen
2020 en zonder dat onafhankelijk
en objectief is onderzocht wat
de consequenties zijn van de voornemens met betrekking tot parkeren uit de NvV.
blad 2 van 6
te houden
2. Woningdifferentiatie In een NvU bij de start van een ontwerptraject
behoort ook een inzicht in de gewenste woningdiffe-
rentiatie: aantallen woningen per financieringsklasse, kamers, doelgroepen
gewenste grootte in oppervlakte
en aantallen
(studenten, ex pats, ouderen, starters etc.). Hierom hebben wij herhaaldelijk
gevraagd, maar daar is nooit een antwoord
op gekomen. Pas in het concept van de NvU dat wij ter tussen de 35-98 m2 in een prijscategorie
inzage kregen, is sprake van "411 huurappartementen
€485 - €1.000." Die 35
m21igt
onder de norm van 45
m2 van
van
de Woonvisie en wordt nu niet meer
genoemd. is dat er 20% sociale huur en 40%
Het enige dat de huidige NvU vermeldt over woningdifferentiatie
middenhuurwoningen moeten komen. Dat betekent maar 60% aan betaalbare woningen. De overige 40% is dus onbetaalbaar en niet bereikbaar voor de grote groep Leidse woningzoekenden. Waarom de gemeente van haar eigen norm van 30% sociale huur afwijkt wordt slechts onderbouwd met de mededeling dat dit 1 miljoen Euro scheelt, die de gemeente wil gebruiken om de Verbeekstraat op te knappen. Dat vinden wij een wel heel zwakke argumentatie tatieafspraken
tegen de achtergrond
van het gestelde in de Pres-
2020-2025.
Bovendien is de argumentatie
wegens gebrek aan openbaarheid
van de gegevens volledig oncontro-
leerbaar en daardoor niet vatbaar voor publiek debat (zie ook onder 3). Waarom niet 30% sociaal en 70% middenhuur? gen wegens een door UI beoogd rendement
Als UI daarmee zijn business case niet rond kan krij-
behoort dat niet de eerste zorg te zijn van de gemeente.
Bovendien heeft de gemeente de sleutel in handen voor het sluitend maken van de business case door het bepalen van de grootte van de erfpacht suppletievergoeding. Is er ook onderzocht of een woningcorporatie achtergrond
dat woningcorporaties
dit wél voor elkaar zou kunnen krijgen? Dit tegen de
met terugwerkende
kracht tot 1 januari 2021 in niet DAEB-
projecten actief mogen zijn. Ten slotte treffen wij in de Randvoorwaarden
termijnen
aan voor de exploitatie van de huurwonin-
gen van resp. 15 en 20 jaar voor resp. de midden- en sociale huurwoningen.
Wat na die tijd gaat ge-
beuren, blijft in het duister. Wij zouden graag zien dat de gemeente contractueel ven en uiteindelijk
vastlegt dat de woningen i~ de huursector blij-
niet worden uitgepond, ook indien de woningen worden doorverkocht
aan een
andere eigenaar/exploitant. Wij vragen u ervoor zorg te dragen dat de gemeente meer prioriteit heid voor de grote groep Leidse woningzoekenden van Urban Interest.
geeft aan haar verantwoordelijk-
dan zij nu in de NvU geeft aan de business case
3. Financiële motivering Over het onderwerp
Financiën vinden we informatie
op verschillende
plaatsen in de NvU. Op pagina
3 van RV 21.0003, in de paragraaf Programma - woningen en voorzieningen, blijkt nu pas dat er een rapport van bureau Fakton bestaat waarin de consequenties zijn berekend van twee varianten: 20% resp. 30% sociale huur voor de residuele grondwaarde. Dat zou het verschil zijn tussen enerzijds het totaal van "de huidige waarde van het kantoorpand",
de kosten voor het omvormen van het gebouw
tot woningen en om "de grond in eigendom te leveren", en anderzijds de waarde van het resultaat: de opbrengst bij verkoop resp. de contante waarde van de te verwachten
blad 3 van 6
huuropbrengst.
---------
Zo'n berekening moet in dit stadium worden gebaseerd op een financiële redenering waarvan de uitgangspunten 1. 2.
nog lang niet zijn vastgesteld:
De kosten van parkeervoorzieningen, De woningdifferentiatie:
dus de parkeereis (zie hiervoor onder 1);
financieringsklasse,
grootte in oppervlak en aantal kamers, doelgroep,
zie hierboven onder 2. 3.
De te verwachten
opbrengst van verkoop C.q. verhuur: die is mede afhankelijk van de nog door
uw raad vast te stellen Doelgroepenverordening. 4.
Volgens het voorstel van het college is bij het doorrekenen een jaarlijkse verhoging van het middenhuursegment, van de CPI + ieder jaar 1,5% extra. De verplichting
van de business-case uitgegaan van
die voorziet in een percentage ter grootte
geldt voor een periode van 15 jaren.
Het lijkt ons niet juist dat hiermee nu reeds wordt gerekend, vooruitlopend door uw raad van de Doelgroepenverordening
op de vaststelling
binnen enkele maanden.
In dit verband verwijzen wij naar de inspraakreactie
die ons bestuur heeft ingediend (bijlage 2).
Dit lijkt ons een flagrante schending van het bepaalde in de Participatie- en Inspraakverordening. 5.
Bovendien is een opslag van l,S % extra in strijd met het kabinetsvoornemen opslag van 1% te hanteren. Ook het initiatiefontwerp
slechts in een opslag van 1%. Daarbij past de kanttekening juridisch bezien geen beperking ondervindt
om slechts een
van Tweede Kamerlid Nijboer voorziet dat de gemeente, als bloot eigenaar,
van een mogelijke relevantie van artikel 1 van Eerste
Protocol van het EVRM. Het staat de gemeente dus juridisch vrij om UI slechts toe te staan om de huren van de woningen in het middenhuursegment
en de overige woningen te verhogen met uitsluitend
de CPI-index.
Het voorstel van het college geeft er geen blijk van dat de gemeente haar speelruimte ken om te sturen op de huurprijsontwikkeling 6.
wil gebrui-
en de duur van de reguleringsperiode.
Waarom wordt in de berekening van Fakton uitgegaan van de huidige waarde van het kantoorpand en niet van de verwervingskosten?
Volgens de openbare registers bedragen de verwer-
vingskosten 3 miljoen Euro. 7.
De ons verder onbekende, door de gemeente in rekening te brengen erfpachtsuppletievergoeding in verband met het verwerven van het bloot eigendom door UI van de gemeente.
Op basis van deze berekening, die noodzakelijkerwijs vanwege de vele onbekenden
in de vergelijking,
niet haalbaar is, terwijl dat toch een uitgangspunt
een heleboel slagen om de arm moet houden
stelt de NvU nu al dat 30% sociale huurwoningen was van de Woon visie van de gemeente.
De bewoners van de Bockhorst voelen zich overvallen door het nu pas inbrengen van deze financiële argumenten
en de weinig transparante
gang van zaken. Daar was geen enkele reden toe. Naar het
oordeel van het bestuur zou het rapport van Fakton grotendeels openbaar moeten worden gemaakt. Dat faciliteert
bovendien uw raad om een goed openbaar debat te voeren over de bestuurlijke
zen die moeten worden gemaakt. Tot nog toe zagen wij bij andere vastgoedontwikkelingen dat dit debat werd gevoerd langs de lijn van coalitiepartijen
en oppositiepartijen.
keu-
in de stad
Wij hopen echter
dat u bij dit project invulling geeft aan uw dualistische rol zoals door de wetgever beoogd in 2002 bij introductie
van het dualisme via wijziging van de Gemeentewet.
Omdat nog allerlei noodzakelijke
besluiten in de toekomst moeten worden genomen, vormen die
een reëel risico voor de voortgang van het project. Zij zullen een potentiële wijzigingen, vertraging en hogere kosten gedurende ontwerp en uitvoering.
blad 4van 6
bron zijn van discussie,
Wij vragen u ervoor zorg te dragen dat de gemeente een betere afweging maakt in de NvU met betrekking tot de jaarlijkse
verhoging van het middenhuursegment
zowel de verwervingskosten
en daarbij rekening te houden met
van het bestaande gebouw als met de erfpachtsuppletievergoeding
voor
het verwerven van het bloot eigendom door Urban Interest.
4.
Bouwvorm
De NvU maakt veel werk van het benadrukken van de circulariteit van het initiatief,
doordat een
bestaand gebouw wordt aangepast. Niet vermeld wordt dat toch nog een aanzienlijk deel van het gebouw, namelijk de gehele zware betonnen gevel, in de tot nu toe getoonde ontwerpen sloopt. Hoe duurzaam de woningen uiteindelijk materialen
en de duurzaamheidsambitie.
wordt ge-
zullen worden, hangt grotendeels af van de te kiezen
Daarover wordt maar heel weinig vermeld in de NvU.
Het toevoegen van extra volume zal constructief
geen groot probleem zijn, maar met welke materia-
len dat gaat gebeuren en of daar speciale eisen aan worden gesteld, is niet uit de NvU op te maken. Wij lezen niets over bijv. de BENG-eisen: gelden die wel voor deze woningen? Waar is Fakton bij zijn berekening van uitgegaan? "De energievoorziening
wordt aardgasvrij hetgeen in lijn is met de Leidse Warmtevisie".
het gebouw dan verwarmd en eventueel gekoeld? Van de "warmterotonde" niets te verwachten,
warmtepompen
Hoe wordt
hebben we voorlopig
maken een hoop herrie en een Warmte-koudeopslag
nogal een ingreep die ook consequenties
(WKO) is
heeft voor de omgeving. Wat wordt het nu?
En dan de hoogte: vanaf het eerste moment waren er bezwaren van omwonenden ging van het deel van het gebouw langs de Van Ravelingenstraat
tegen de verho-
van 12 naar 18 meter. Toen het
gebouw als kantoor voor Aramco werd gebouwd waren er ook al bezwaren; daarover is toen uitgebreid gesproken en ten slotte is er een compromis
bereikt door de tuinen met "uitzicht"
op het ge-
bouw van een fraaie pergola te voorzien. In de huidige situatie wordt niemand iets gevraagd, maar drukt de gebouweigenaar
gewoon zijn zin
door. Bedenk dat de nokhoogte van de aangrenzende woningen onder de 10 meter ligt. Wij vragen u ervoor zorg te dragen dat de gemeente zich in de NvU duidelijker uitspreekt over hoe de gemeente de bouwplannen riteit en duurzaamheid,
van Urban Interest wil laten voldoen aan haar eigen ambities van circula-
meer in het bijzonder aan de BENG-eisen voor de woningen.
5. Participatie De NvU eindigt met een verslag van de wijze waarop aan de eis van participatie
van omwonenden
vormgegeven.
wordt samengevat
Het ongenoegen over het verloop van de Eerste Participatieronde
is
in de zin "De behoefte van de bewoners bleef om meer invloed op het plan te kunnen uitoefenen". Wat dat concreet betekent, kunt u in de bijlage liezen,
de brief die het bestuur van de BBB op 8
december aan het college stuurde n.a.v. een afwijzende brief van wethouder
Spijker. Op de laatste
brief heeft het college niet meer geantwoord. Het bestuur van de wijkvereniging
hecht eraan te benadrukken dat het tot nog toe geen activistische
invalshoek heeft gekozen in het overleg met de gemeente. Het bestuur zocht de dialoogvorm staat daar nog steeds voor open. Daarvoor geldt echter wel wederkerigheid handelen door het gemeentebestuur.
blad 5 van 6
op en
en vertrouwenwekkend
6. Conclusie Het collegevoorstel
is naar onze mening onvolledig en multi-interpretabel.
over onvoldoende
informatie
Wij menen dat uw raad
beschikt om nu al in te stemmen met het voorstel van het college.
Wij verzoeken de raadscommissie dan ook om het voorstel nog niet te agenderen voor besluitvorming door de gemeenteraad
en deze besluitvorming
aan te houden totdat voldoende informatie
beschikbaar is gekomen met betrekking tot bovenstaande onderwerpen bestuur en betrokken omwonenden Met vriendelijke
en deze informatie
is gedeeld.
groet,
Namens het Bestuur van de BewonersBelangenverenigingBockhorst, Amir Saab, secretaris BewonersBelangenverenigingBockhorst,
KvKnr. 40446732
asaab@ziggo.nl Van Ravelingenstraat
22
2332 PW LEIDEN
Bijlagen: 1.
brief van bestuur BBB aan het College van B&W d.d. 8 december 2020 (excl. bijlagen)
2.
inspraakreactie
d.d. 24 november 2020 op Doelgroepenverordening
blad 6 van 6
met ons