210108 Bijlage 10 Klimaatadaptief watersysteem
Tekst van het document
Fase 2: Haagweg Zuid Huidige situatie Ook in het projectgebied van fase 2 is de ontwateringsdiepte in de winterperiode klein, zie onderstaande figuur. In de uitgangspuntennotitie is dan ook geadviseerd om drainage aan te leggen. In de zomer zakken de grondwaterstanden uit tot meer dan een meter onder maaiveld. Uit het oogpunt van funderingen is dit geen bezwaar. De bebouwing is voor zover bekend op betonpalen gefundeerd.
Figuur 3 Ontwateringsdiepte (fase 2) huidige situatie (GHG t.o.v. maaiveld).
Ontwerp en afspraken In fase 2 van het project zijn retentiebekkens opgenomen in het ontwerp (zie ook Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.). Hemelwater afkomstig van verhard oppervlak wordt naar deze centraal in het gebied gelegen retentiebekkens geleid. Daar wordt het water vervolgens vertraagd afgevoerd naar de boezem. In perioden van extreme neerslag leidt
F035_AO_A20.005A
-3-
de vertraagde afvoer tot een stijging van het waterpeil in de bekkens. De maximale stijging die wordt toegestaan is tot een niveau van NAP +/- 0 m. Het ontwerp is door Tauw in een overleg (d.d. 24 november 2020) aan Fixeau en Compositie 5 Stedenbouw uiteengezet. In dit overleg is door Fixeau en Composiet 5 Stedenbouw een reflectie gegeven op het ontwerp. De belangrijkste constatering was dat de retentiebekkens tijdens extreme buien de grondwaterstanden zullen beïnvloeden (verhogen). In de huidige situatie is in een deel van de wijk sprake van een kleine ontwateringsdiepte. Wij hebben daarom wederom geadviseerd om drainage aan te leggen in de wijk, zodat eventuele stijgingen worden gemitigeerd. In het overleg zijn de volgende afspraken gemaakt: • I.v.m. de beperkte ontwateringsdiepte in een groot deel van de wijk is drainage noodzakelijk. Het ontwerp drainage bestaat uit een drain van 160 mm op een aanlegdiepte van NAP -1,10 m. De kale leiding ligt in een grindkoffer (2-6 mm) van minimaal 15 cm rondom de leiding heeft de voorkeur. Alternatief is een drainageleiding met kunststof omhulling (minimaal 700 µm), zie eerder opgestelde uitganspuntennotitie • Het aantal lozingspunten van de drainage is vastgesteld op 3. Dit is hydraulisch getoetst door Tauw in InfoWorks. • De lozingspunten van de drainage moeten uitmonden op de boezem i.v.m. de peilfluctuatie in de retentie.
Door de lozingspunten op de boezem aan te sluiten heeft de retentie geen nadelige invloed op de ontwateringsdiepte in fase 2. • De drain moet onder het waterpeil liggen, wat betekent dat bij een drainniveau van NAP -1,10 m een open verbinding moet worden gerealiseerd met de boezem. In droge maanden kan de grondwaterstand echter uitzakken tot NAP -1,50 m. Met een drainniveau van NAP -1,10 m is in deze situatie sprake van grondwateraanvulling via de drain. Door de aanwezigheid van grindkolommen elders in de wijk betekent dit echter dat dit boezemwater kan toetreden tot het diepere watervoerende pakket. In dit kader willen we liever een drainniveau van bijvoorbeeld NAP -1,70 m zodat bij de boezem een overstort kan worden gemaakt (instelniveau). I.v.m. de beperkte ruimte qua realisatie is het de vraag of we deze drain op deze diepte kunnen leggen. In de optimalisatie van fase 2 kijken we of we de drain nog kunnen laten zakken. Past het niet dan wordt het peil van NAP -1,10 m gehanteerd zodat de drain boven de riolering kan worden geplaatst. Grondwatereffecten Om te toetsen of de hoge peilen in de retentiebekkens tijdens extreme buien niet leiden tot ongewenste grondwatereffecten zijn modelberekeningen uitgevoerd. In deze modelberekeningen is gebruik gemaakt van het gemeentelijk grondwatermodel. Het drainageontwerp en de retentiebekkens zijn in het model opgenomen.
Vervolgens is een tweetal situaties doorgerekend (een extreme bui en een maatgevend natte wintersituatie, die eenmaal per jaar voorkomt). Hierbij is getoetst of de grondwaterstanden in openbaar gebied niet stijgen tot boven de door Leiden gehanteerde norm voor de ontwateringsdiepte van 0,5 m.
F035_AO_A20.005A
-4-
Normale wintersituatie Extreme buien treden over het algemeen op in de zomer. Als startsituatie voorafgaand aan de bui is uitgegaan van de jaargemiddelde grondwaterstanden. Vervolgens is een kortdurende extreme bui gemodelleerd, met de bijbehorende effecten op de retentiebekkens. Tauw is uitgegaan van een T=100 bui (70 mm) om de stijging in de retentiebekkens te bepalen. Het waterpeil in de retentiebekkens stijgt volgens door Tauw uitgevoerde berekeningen maximaal tot NAP +/-0 m. Binnen twee dagen daalt het niveau in de bekkens weer tot boezempeil (NAP -0,6 m). Met het grondwatermodel is een simulatie uitgevoerd waarbij het peil in de bekkens één dag op het maximum staat (NAP +/- 0 m), vervolgens één dag op NAP -0,3 m en in de daaropvolgende dagen is het niveau gelijk aan het boezempeil. Tevens wordt een extreme neerslag gemodelleerd op dag 1 van de simulatie (70 mm), met daaropvolgend een periode zonder neerslag. De berekende grondwaterstanden zijn ten opzichte van maaiveld weergegeven in onderstaande figuur. Te zien is dat de werking van het drainagesysteem zorgt voor een voldoende grote ontwateringsdiepte. Wel is er op grotere afstand van de drainage sprake van een stijging van de grondwaterstanden. Dit mag worden verwacht bij deze extreme neerslag. De stijging treedt echter niet in openbaar terrein op, door de aanwezigheid van de drainage.
De kleinste ontwateringsdiepte treedt op ter plaatse van de Meerhof (0,6 m). Op overige locaties is sprake van een ontwateringsdiepte van 0,7 m of meer. Overwogen kan worden om het drainagepeil in te stellen op een hoger niveau van NAP 0,5 m, om zo meer water in het gebied vast te houden.
Figuur 4 Ontwateringsdiepte tijdens een bui T=100.
F035_AO_A20.005A
-5-
Normale wintersituatie De grondwaterstanden zijn in een wintersituatie over het algemeen het hoogst. Daarom is getoetst welke grondwaterstanden verwacht worden in een normale wintersituatie. Voor de wintersituatie is uitgegaan van een 8-daagse neerslagsom die gemiddeld één keer per jaar voorkomt in de periode november-maart (STOWA, 2015). Dit komt neer op een totale bruto neerslag van 66 mm. Uit de berekeningen van Tauw volgt dat neerslag met een lage intensiteit niet zorgt voor een noemenswaardige stijging in de retentiebekkens. Daarom is uitgegaan van een peil van NAP -0,6 m in de bekkens. Uit berekeningen met het grondwatermodel volgt dat de grondwaterstanden in het gebied lager zijn dan tijdens een extreme bui in de zomer. De aanleg van drainage zorgt in deze wijk voor voldoende beheersing van de grondwaterstanden.
Conclusies Voor fase 1 ‘Gasthuiswijk’ geldt dat de aanleg van de retentiebekkens naar verwachting niet leidt tot ongewenste grondwatereffecten in de wijk. Van belang is dat in de zuidwesthoek van het projectgebied drainage wordt aangelegd, evenals ter plaatse van de Lieven de Keijstraat. Voor fase 2 ‘Haagwijk Zuid’ geldt dat de aanleg van de retentiebekkens niet leidt tot ongewenste grondwatereffecten, indien in de straten drainage wordt aangelegd. Enerzijds mitigeert de drainage effecten van kortstondige hoge peilen in de bekkens tijdens extreme buien. Anderzijds heeft de drainage een gunstig effect op de kleine ontwateringsdiepte die in de huidige situatie optreedt in de wijk. Overwogen kan worden om de drainage in te stellen op een niveau van NAP -0,5 m, waardoor meer water wordt vastgehouden in de wijk.
F035_AO_A20.005A
-6-
Kenmerk
Bijlage 2
R001-1275061BHX-V02-mdg-NL
Rioleringsplan fase 1 en 2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
-1.35
2
BT Ø600
2
-3.4
1
900 00/ EI 6
A
27129Y +0.20
-1.80
-1.40
P154P150
-1.40
P151
-2.34
B
0.00
+0.25 +0.25
+0.49
PVC Ø333 0.00%
-1.40
-0.66
-1.40
P37
P36
-1.40
P147
-1.20 -1.20 PVC Ø528 0.00%
-1.50
EI 500/750
P10
+0.25
BT Ø700
PVC Ø333 0.00%
PVC Ø333 0.00%
-1.40
-1.40
+0.25
27155U
+0.25
+0.25
P27
-1.30
Ø212 P28 PVC0.00%
0.00
PVC Ø423 0.00%
29202 +0.29
-3.49
-2.39
PVC Ø333 0.00%
-2.39
Kerkp van p lein geen lange bied onderdeel
C PVC Ø333 0.00%
+0.25
EI 600/900
C
+0.25
P139P25 +0.25
-1.40
+0.20
PVC Ø333 0.00%
-1.30
-1.40 -1.84 -1.84 PVC Ø333 0.00%
PVC Ø333 0.00%
P145 +0.25 P146
PVC Ø333 0.00%
-1.50
+0.20
-2.04 -2.04 PVC Ø333 0.00% -1.40
PVC Ø333 0.00%
-0.34
P26
-1.40
-1.40
+0.36
-0.95
0.00%
-1.30 PVC Ø212 -1.30 0.00%
-3.46
27121-0.95 P156PVC Ø212
-2.36 -2.36 PVC Ø528 0.00%
-1.50
6 -3.4
B
-1.40 -1.40 PVC Ø333 0.00%
-1.20 -1.20 PVC Ø528 0.00%
27155F
-1.08
-0.17
-2.34
-1.40
P39
27156Y
BT Ø7 -1-1 .50 .5000
A
D
P17 -1.08
P16 h -1.09
E
-1.40
+0.25
+0.25
+0.25
+0.25
-2.42
+0.25
P38
0.00
-2.42
+0.25
P14
P152
-1.40
-1.40
-2.08 -2.08 PVC Ø333 0.00%
PVC Ø333 0.00%
0.00
PVC Ø333 0.00%
P24
P31
-1.40
Ø333 P32 PVC0.00%
P138
P153
P8
PVC Ø333 0.00%
-1.40 -1.86Negati eve d rempe -1.86 l -1.40 PVC Ø333 0.00% -1.40
+0.25
+0.25
PVC Ø333 0.00%
-1.40
P7
P11
+0.25
+0.25
F
PVC Ø333 0.00%
-3.55
+0.32
P123
F -3.55
29201
EI 500/750
-1.40
+0.74
-1.40
PVC Ø333 0.00%
+0.25
-1.50 -1.50 PVC Ø423 0.00%
-1.40
EI 600/900
+0.25
P30
-1.40
-1.40
P157
-2.04
PVC Ø333 0.00%
-1.40PVC Ø333-1.40 0.00%
E
-2.04
P15
-1.40
PVC Ø333 0.00%
-1.40
-1.40
-1.40
EI 500/750
+0.35
-1.40
-1.50
27120
-1.40
-2.41 -2.41 PVC Ø423 0.00%
-1.80
-3.49
D
27237
PVC Ø333 0.00%
EI 600/900
G
P137P23
-1.40
+0.25
27235 333 PVC Ø 0.00%
+0.29
P129 +0.25 P6
PVC Ø333 0.00%
-1.40
P12
+0.25
+0.25
P112 P113 -1.09 +0.25
PVC Ø333 0.00%
528 PVC Ø 0.00%
-1.60
J
-2.56
P135
P22
-2.56
-1.40
+0.25
Ø333 PVC 0% 0.0
+0.36
-1.40
27234
-2.05 -2.05 PVC Ø333 0.00%
-1.60
K
-3.60 -3.60
rempe -1.40 l
EI 500/750
/900 EI 600
eve d
-1.60 -1.60 PVC Ø528 0.00%
-1.40
J
Negati
-2.52
-1.98 -1.98 PVC Ø333 0.00%
-2.52
+0.25
H
P136 -1.40
P33
-1.40
-3.56
-3.56
-1.40
+0.25+0.25
PVC Ø333 0.00% -1.40
H
G
EI 500/750
-1.68 -1.68 PVC Ø333 0.00%
-1.40
-1.32 -1.32 PVC Ø333 0.00%
K
-2.47
-2.47
+0.36
+0.25
P134
P130 -1.40 +0.25 P5
eve d
-1.40
+0.25
rempe
l
PVC Ø333 0.00%
-1.40
-2.60
+0.25
-2.60 -1.40 -1.40
+0.25
P132
-1.09
N
P35
27232
Ø528 1 PVC 0-% 1 2.9 .0 0 .9 -2
+0.28
P
-1.40
-1.50
P149
0 0/90 EI 60
-1.61 -1.61 PVC Ø333 0.00%
0.00 -1.50
-1.40
Q
+0.23
-3.69
-1.40 -3.69
27308
Ø333 P VC % 0.00
P40
-1.40 -1.80 -1.80 PVC Ø333 0.00%
-1.40
Ø423 PVC 0% 0.0
-1.50 -1.80 -1.80 PVC Ø333 0.00%
-1.50
P141
-1.50
+0.25 -1.50
Ø423 PVC 0% 0.0
+0.25 -1.50 -1.50
PVC Ø423 0.00%
P4
P43
+0.25
-1.40
P1
29304
+0.25 -2.65 -2.75 BT Ø600
P185 -0.36
+0.39 -3.5
3
P
29305 +0.47
P184 +0.03
-1.20 -1.20 Beton Ø800 0.00%
40
60
0
P44
P50
0 150 T Ø -0.30
-1.46
B
-1
.45
+0.29
+0.25
3 P49 PVC0.00Ø33 %
-1.40
0/
27206 1.51
P20
-1.46
EI
+0.25
-
Ø333 PVC % .0 0 0
P109
P46
-1.40 -2.00 -2.00 PVC Ø528 0.00% -1.20 -1.20 PVC Ø528 0.00%
PVC Ø333 0.00%
+0.25
-1 .51
+0.25
23 C Ø4 PV-1.95 % 0 0.0 -1.91 BT Ø500
-1.40
-1.80 -1.80 PVC Ø333 0.00%
-1.92 -1.89 BT Ø500
+0.25
P18
EI
P41
27211 40 0
Maten in meters, tenzij anders vermeld Materiaalmaten in mm, tenzij anders vermeld Peilmaten in meters t.o.v. N.A.P., tenzij anders vermeld Diameters in mm, tenzij anders vermeld
+0.35
/6
00
+0.25
P42
-2.01 -2.15 BT Ø500 -1.46
-2 .01
0
27207
27202
+0.25
4 -3.5
+0.32 EI
40
-3.6
Project
27201Y
Gasthuiswijk en Haagweg_zuid Fase 1
+0.20
Onderwerp
Ontwerp HWA+DWA
0/ 60 0
R
EI 60
0/90
0
1500 BT Ø
-1 .95
-3.69
+0.28
2
3
4
273075
-3.5 -3.58
6
7
Getekend door
Gecontroleerd door
Blad
Aantal
Documentsoort
Documentstatus
Projectnummer:
S. Huizer
J. Verhaar
2
4
Tekening
Definitief
19-RIB-009
Datum uitgifte
Gezien door
Schaal
Formaat
Contractnummer
Zaaknummer:
1:500
A0
03-02-2021
27309
1
Q
-1. 45
+0.22
R
P144
PVC Ø333 -2.22 0.00% -2.22
-1.60
-3.66
Ø333 PVC 0% 0.0
Ø528 PVC 0% .0 0
+0.25
+0.25
-2.65
-1.60
P131
-1.40
-1.40
-1.40
-3.66
P19
-1.60
EI 60
P21
+0.25
Ø333 PVC 0% 0.0
M
+0.28
EI 500/750
0/90
0
-1.40
29303
PVC Ø333 0.00%
Ø333 PVC 0% 0.0
+0.29
L
P13
+0.25
27233
-2.08 -2.08 PVC Ø333 0.00%
N
Negati
Ø333 PVC 0% 0.0
-3.63
-3.63
M
-2.08 -2.08 PVC Ø333 0.00%
EI 500/750
+0.25
-1.40
+0.25
P34 -1.40
EI 60
L
P133
28 PVC Ø5 -1.60 0.00%
0/90
-1.40
0
-1.40
-1.85 -1.85 PVC Ø333 0.00%
-1.40
Ø333 PVC 0% 0.0
8
9
Gemeente Leiden
5
27200Y 27306Y 10 0 .5.518530 --33Ø BT +0.20
Projectbureau Team Stadsingenieurs
Leiden
Z/18/1230052
Stationsplein 107 Postbus 9100, 2300 PC Leiden Tel. 071-5165901 / Fax 071-5165899
Documentnummer:
i:\ldnstb_ibor\3. domein wegen\project gasthuiswijk haagweg zuid\7. onderzoeken\5.23 riolering\civil 3d\ontwerp riolering fase 1(aangepast).dwg
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24