210107 Bijlage 2 Esthetisch programma van Eisen Rijnlandroute Europaweg en Lammenschansplein
Tekst van het document
47
3.6.2.14. Taluds niet steiler dan 1:3. In de lus niet steiler dan 1:5. 3.6.2.15. Taluds en overgangen tussen verschillende taluds vloeiend uitvoeren. 3.6.2.16. Waar door ruimtegebrek 1:3 niet mogelijk dan maximale helling van 2:3 toepassen. 3.6.2.17. Alle taluds hebben een bijzondere kruidenvegetatie (inheems, bloemrijk grasmengsel) en een ecologisch maaibeheer. 3.6.2.18. De groene taluds lopen zoveel als mogelijk door tot aan de weg. 3.6.2.19. De groenzones hebben een geleidelijk verloop in hoogte. In de lage delen van de verschillende groenzones houden wadi’s water vast t.b.v. beplanting.
BEPLANTING EN ECOLOGIE
3.6.2.20. Het maaiveld van het Lammenschansplein heeft een groene uitstraling en is beplant volgens dit beplantingsprincipe: een soortrijke kruidenlaag met ecologisch maaibeheer en boomgroepen met inheemse bomen van eerste grootte die aansluiten op de omgeving zoals Populier, Iep, Els, Wilg, Es, etc. Soorten en maten zijn gespecifieerd in het BCP. 3.6.2.21. Ecologische maatregelen maken deel uit van de ontwerpstrategie en vormen een integraal onderdeel van het totaalontwerp. 3.6.2.22. Er dient bij de landschappelijke inrichting specifiek rekening te worden gehouden met de verschillende biotische omstandigheden binnen en in de nabijheid van het projectgebied: droge zones, zonnige zones, natte zones, schaduwrijke zones, etc. 3.6.2.23. Het ontwerp stimuleert de biodiversiteit in het gebied. 3.6.2.24. Het ontwerp verbindt groenzones in de directe omgeving met elkaar. 3.6.2.25. Enkel inheemse plantensoorten dienen te worden toegepast. 3.6.2.26. De grasbermen worden ingericht als inheemse bloemrijke graslanden t.b.v. insecten, vogels en kleine zoogdieren. 3.6.2.27. De wadi’s hebben robuuste maat (functioneel en ervaarbaar) en zijn begroeid. 3.6.2.28. Ecologische voorzieningen dienen geïntegreerd te worden in het ontwerp, bv in de bruggen met verblijven / nestgelegenheden voor vogels en vleermuizen.
↑ STERKE LANDSCHAPPELIJKE BELEVING VOOR ALLE VERKEERSTYPEN MET RUIMTE VOOR WATERBUFFERING IN COMBINATIE MET ECOLOGISCHE ONTWIKKELING (ZIE EISEN 3.6.2.20. T/M 28)
NEXT ARCHITECTS EPVE RIJNLANDROUTE EUROPAWEG EN LAMMENSCHANSPLEIN 24-06-2021
KADEZONE
3.6.2.29. Langs de kade, vanaf de aanknoping op de Kanaalweg, is de inrichting gericht op verblijf en de beleving van het kanaal en het omliggende landschap. Verkeer wordt gestimuleerd langzaam te rijden. 3.6.2.30. De kadezone heeft een eigen identiteit en kwaliteit en legt de link tussen stad en landschap. 3.6.2.31. De kadezone onderscheidt zich in sfeer en materiaal van de knoop. Dit kan door de huidige klinkerbestrating langs het kanaal her te gebruiken (waar nodig aangevuld met hetzelfde materiaal) om de toekomstige weg langs het kanaal en de aansluiting met de horeca-gelegenheid te maken. 3.6.2.32. Verblijfsmogelijkheden voor wandelaars en fietsers bieden ruimte voor ontmoeting en recreatie. Er is een logische aansluiting tussen de fietspaden en het maaiveld en de nieuwe straat langs het kanaal. Verblijfsplekken en inrichtingselementen zijn integraal ruimtelijk onderdeel van kadezone. 3.6.2.33. Aan beide zijden van de Lammebrug wordt een lineair element gerealiseerd, dat op informele wijze zitten en genieten van het uitzicht faciliteert. Het is een hoogwaardig en robuust vormgegeven plek. 3.6.2.34. Daar waar de vaarweg het toelaat, bijvoorbeeld tussen de remmingswerken of in de luwte van de basculekelder, worden enkele ‘natuureilanden’ aangebracht; kunstmatige eilandjes met waterplanten waar paairuimte voor vissen ontstaat.
Deze ecologische voorzieningen zijn aangelegd als robuuste clusters om verrommeling te voorkomen. 3.6.2.35. Het ontwerp van kade dient ondergeschikt te zijn aan het ontwerp van de knoop, de Lammebrug en landschappelijke sfeer.
48
↑ FRAGMENT PLANKAART MET DE VERBLIJFSPLEKKEN VAN DE KADEZONE GERICHT OP HET WATER.
NEXT ARCHITECTS EPVE RIJNLANDROUTE EUROPAWEG EN LAMMENSCHANSPLEIN 24-06-2021
↑ MET DE INPASSING EN INRICHTING VAN HET LAMMENSCHANSPLEIN WORDT EEN STERKE RELATIE MET WATER EN KADEZONE GELEGD, ZIE EIS 3.6.2.8. EN 3.6.2.30.
49
↑ REFERENTIES VERBLIJFSKADE AAN HET KANAAL MET RUIMTE VOOR ONTMOETING EN RECREATIE, ZIE EIS 3.6.2.33.
NEXT ARCHITECTS EPVE RIJNLANDROUTE EUROPAWEG EN LAMMENSCHANSPLEIN 24-06-2021
AANSLUITING OMGEVING
3.6.2.36. De lage, geleidende randen van de stadsentree worden ingezet als landschappelijke elementen die meerwaarde creëren bij de aansluitingen op de omgeving. 3.6.2.37. De randen zijn onderdeel van het lijnenspel en markeren de entrees van het binnenplein. 3.6.2.38. In aansluiting op flat Cronestein (oostzijde van het plein) zijn de lage randen vanuit de onderdoorgang doorgetrokken. Deze verzachten de hoogte van het talud en geleiden de fietsers en voetgangers. Een lage haag scheidt publiek en privaat terrein. 3.6.2.39. Bij de Corbuloflat (noordzijde van het plein) wordt de huidige situatie omgevormd tot ruimte met een parkachtige setting met verblijfskwaliteit in aansluiting op het gebouw met de commerciële plint. De lage wanden maken een uitnodigend gebaar richting de onderdoorgang. 3.6.2.40. Aan zuidzijde van Lammenschansplein wordt lage wand ingezet als geleidend element langs het fiets-voetpad tussen de Lammebrug en Trekvlietbrug. 3.6.2.41. Parkeerplekken Brasserie Cronesteijn in waterdoorlatende (half)verharding.
↑ GROENE OVERGANGEN EN VERZACHTENDE RANDEN NAAR OMLIGGENDE GEBOUWEN
50
NEXT ARCHITECTS EPVE RIJNLANDROUTE EUROPAWEG EN LAMMENSCHANSPLEIN 24-06-2021
TECHNISCHE VOORZIENINGEN / WEGMEUBILAIR
3.6.2.42. Technische voorzieningen en / of wegmeubilair is terughoudend in vormgeving en zorgvuldig ingepast. Ze mogen niet interfererend of storend werken t.o.v. de doorgaande lijnen in het verkeersplein. 3.6.2.43. De locatie en vormgeving van wegmeubilair zoals portalen, installaties, bebording en verlichting dient aan te sluiten op de vormgeving van de doorgaande provinciale weg. 3.6.2.44. Schakelkasten zijn zorgvuldig en onopvallend ingepast. 3.6.2.45. Voorzieningen op maaiveldniveau dragen bij aan het parkachtige karakter. 3.6.2.46. Er wordt geen geleiderails toegepast. Daar waar nodig zijn opstaande randen voorzien voor geleiding. 3.6.2.47. Geen leuningen / valbescherming / geldeiconstrcuties langs de oevers. 3.6.2.48. De positie van wegmeubilair draagt bij aan de heldere lijnvoering van het wegprofiel en ondersteunt de overgang op bestaande straat- en wegprofielen. 3.6.2.49. Het bebordingsplan wordt benaderd als integraal onderdeel van de vormgeving en inpassing van het plein. Plaatsing wordt niet enkel ingegeven door verkeerstechnische eisen. 3.6.2.49. Portalen worden, indien noodzakelijk uitgevoerd als een eenvoudige ‘balk’ over de weg. Daar waar mogelijk één doorgaand portaal over het gehele wegprofiel toepassen ten behoeve van beide rijrichtingen. 3.6.2.50. Op kunstwerken worden portalen en of masten t.b.v.
bebording niet aan of buiten de rand van het kunstwerk bevestigd, maar binnen de contour van dek of wand. 3.6.2.51. De portalen mogen het vloeiende verloop van een geluidsscherm, hekwerk of keerwand niet verstoren.
51
MATERIAAL- EN KLEURGEBRUIK
3.6.2.52. Materiaal- en kleurgebruik worden uitgevoerd in standaard kleuren, deze staan in de materiaal, kleur en afwerkstaat.
↑ RICHTING PARK CRONESTEYN WORDT DE DE VROUWENWEG BEGELEIDT DOOR DE KEERWAND
NEXT ARCHITECTS EPVE RIJNLANDROUTE EUROPAWEG EN LAMMENSCHANSPLEIN 24-06-2021
52
hoofdwand met randelement laag lijnelement (rand) afwerking metselwerk geluidscherm ↑ OVERZICHT LANGE LIJNEN EN BIJBEHORENDE ELEMENTEN ZOALS BESCHREVEN IN DEZE PARAGRAAF
NEXT ARCHITECTS EPVE RIJNLANDROUTE EUROPAWEG EN LAMMENSCHANSPLEIN 24-06-2021
3.6.3. ESTHETISCHE EISEN STADSENTREE HOOFDVORM
3.6.3.1. Alle deelobjecten van de stadsentree vormen één samenhangend geheel. De lange lijnen worden gevormd door wanden, (brug)randen en (het alignement van) de voet- en fietspaden. 3.6.3.2. De lange lijnen die de identiteit vormen van de stadsentree zijn vloeiend en doorgaand. Ze dienen ontworpen en gerealiseerd te worden zonder zichtbare verspringingen, knikken en/of andere onregelmatigheden. Dit geldt voor zowel het horizontale als verticale alignement. 3.6.3.3. De lijnvoering en hoogte van de wanden en randen sluiten aan op de omgeving. 3.6.3.4. Uitgangspunt voor de nadere uitwerking van de hoofdvorm met grondkerende wanden en onderdoorgangen en de kade is de plankaart in combinatie met de visualisaties met beoogde vormentaal, lijnvoering en materialisering in aanvulling en ter verduidelijking van de uitgewerkte eisen.
53
KEERWANDEN
3.6.3.5. Alle (keer)wanden van de stadsentree vormen één samenhangend geheel. Ook wanden onder onderdoorgangen en bruggen zijn hier onderdeel van. 3.6.3.6. Er zijn twee soorten wanden: de hoofdwanden die grotere hoogteverschillen opvangen en/of de wanden vormen van onderdoorgangen en de randen die hoogteverschillen verzachten, de gebruiker geleiden, de ruimte zoneren en/of de aansluiting op de omgeving maken. Wanden en randen worden eigenstandig ingezet en kunnen in elkaar overgaan. 3.6.3.7. De hoofdwand heeft een baksteen wandafwerking en vormt een doorlopend geheel en is zorgvuldig ontworpen passend bij de beleving de fietser en voetganger in het gebied. De wanden zijn voorzien van een reliëf. 3.6.3.8. De lage randen vormen een doorlopend geheel met de brugranden. De randen hebben een vloeiende vormgeving. De verschillende verschijningsvormen en (combinatie van) van functies (brugrand, muurafdekker, sokkel, zitrand, kering, goot, inrichtingselement, scheiding fietspad met rijweg, voertuigkerende voorziening) gaan geleidelijk in elkaar over. Randen tussen voetpad en groenzones volgen niet dwingend de rand van de fietspaden, maar hebben hun eigen soepele verloop.
hoofdwand met randelement
afwerking metselwerk
↑ FRAGMENT PROFIEL C MET RANDEN EN WANDEN , ZIE EISEN 3.6.3.1. T/M 8
laag lijnelement (rand)
NEXT ARCHITECTS EPVE RIJNLANDROUTE EUROPAWEG EN LAMMENSCHANSPLEIN 24-06-2021
↑ OVERZICHT PRINCIPEDETAILS VAN RANDEN MAAIVELDNIVEAU IN DE LUS
54
↑ OVERZICHT PRINCIPEDETAILS VAN RANDEN IN LAMMENSCHANSTUNNEL
NEXT ARCHITECTS EPVE RIJNLANDROUTE EUROPAWEG EN LAMMENSCHANSPLEIN 24-06-2021
RANDEN
3.6.3.9. De randen zijn robuust vormgeven uit prefab betonelementen. 3.6.3.10. De elementen hebben een minimale lengtemaat van 2m. 3.6.3.11. De lichte kleur het beton contrasteert met de landschap en het baksteen. 3.6.3.12. De zichtzijden hebben een gladde, vlakke afwerking. De detaillering en betonsoort (hoge dichtheid) zorgen voor minimale vervuiling en effectief beheer. 3.6.3.13. Randelementen van bruggen en beeindigingen van keerwanden wateren af naar de wegzijde ter voorkoming van vervuiling / lekstrepen aan de zichtzijde. Randen op maaiveld wateren zoveel mogelijk af naar de groenzones. 3.6.3.14. Beëindigingen en overgangen zijn zorgvuldig en eenduidig gedetailleerd. 3.6.3.15. Voegen tussen de elementen zijn maximaal 10mm. 3.6.3.16. Maximale maat vellingkanten 10/10mm
↑ PRINCIPEDETAIL RANDELEMENT BRUGDEK
55
↑ PRINCIPEDETAIL RANDELEMENT KEERWAND
↑ REFERENTIE DOORLOPEND LIJNELEMENT
NEXT ARCHITECTS EPVE RIJNLANDROUTE EUROPAWEG EN LAMMENSCHANSPLEIN 24-06-2021
56
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
↑ DE HOOFDWAND HEEFT EEN GELAAGDE OPBOUW VAN DE BAKSTEEN MET RELIEF , BETONNEN RANDELEMENT STALEN LEUNINGWERK
NEXT ARCHITECTS EPVE RIJNLANDROUTE EUROPAWEG EN LAMMENSCHANSPLEIN 24-06-2021
HOOFDWANDEN UIT METSELWERK
3.6.3.17. De lange lijnen die de identiteit vormen van de stadsentree zijn vloeiend en doorgaand. Ze dienen ontworpen en gerealiseerd te worden zonder zichtbare verspringingen, knikken en/of andere onregelmatigheden. Dit geldt voor zowel het horizontale als verticale alignement. 3.6.3.18. De lijnvoering en hoogte van de wanden en randen sluiten aan op de omgeving. 3.6.3.19. Uitgangspunt voor de nadere uitwerking van de hoofdvorm met grondkerende wanden en onderdoorgangen en de kade is de plankaart in combinatie met de visualisaties met beoogde vormentaal, lijnvoering en materialisering in aanvulling en ter verduidelijking van de uitgewerkte eisen. De baksteenwand ondersteunt de samenhang en het effect van de lange lijnen en rondingen. 3.6.3.20. Het metselwerk heeft een hoge architectonische kwaliteit, t.a.v. type steen, voegen, textuur, patroon, verband. 3.6.3.21.Baksteen is licht gemêleerd, niet bont. 3.6.3.22. Géén strengperssteen en/of steenstrips.
57
↑ EEN DOORLOPEND PATROON MET GELIJDELIJKE OVERGANGEN ACCENTUEERT DE LANGE LIJNEN, ZIE EIS 3.6.3.19.
↑ RELIËF IN DE WAND IS EEN VERRIJKING VAN HET VLAK, GEEN KADER OF DEELVLAKKEN, ZIE EIS 3.6.3.24 EN 25.
3.6.3.23. De wanden zijn voorzien van reliëf. Dit accentueert lokale verbijzonderingen t.p.v. onderdoorgangen, afrondingen, luiken, ecologische voorzieningen of ten aanzien van de oriëntatie. 3.6.3.24. Het reliëf is een verrijking van het vlak, geen kader of deelvlakken. Niet één continu geometrisch patroon. 3.6.3.25. De detaillering van het metselwerk is hedendaags / eigentijds, niet historiserend. 3.6.3.26. Onderbrekingen zoals (dilatatie)voegen zijn zorgvuldig ingepast. 3.6.3.27. De rand van de hoofdwanden heeft over de volle lengte één hoogte en materiaal (beton, gelijk aan randen op maaiveldniveau) die past bij de schaal van het geheel en waar nodig vloeiend aansluit op de brugdek. Maatvoering en lijnvoering van randen en brugdekken is op elkaar afgestemd om de beoogde continuïteit te borgen. 3.6.3.28. Waar hekwerken op de wanden noodzakelijk zijn, staan deze naar binnen (min. 200mm) t.o.v. de wand, dus niet aan de zijkant of exact op de rand. 3.6.3.29. De wand langs de Vrouwenweg wordt uitgevoerd in lijn met de overige hoofdwanden en wordt niet voorzien van begroeiing. Op de keerwand langs de Vrouwenweg komt in baksteenrelief een kunstuiting als verwijzing naar het Leids Ontzet. De architect dient dit af te stemmen met de door gemeente Leiden ingehuurde kunstenaar. 3.6.3.30.
De wand aan de zijde van de Rooseveltstraat komt deels in de huidige watergang te staan en wordt uitgevoerd in lijn met de overige hoofdwanden. De aansluiting met het water wordt middels betonnen onderrand gerealiseerd om ongewenste vervuiling / vochtintrede van de van het metselwerk te voorkomen.
NEXT ARCHITECTS EPVE RIJNLANDROUTE EUROPAWEG EN LAMMENSCHANSPLEIN 24-06-2021
ONDERDOORGANGEN EN BRUGGEN
3.6.3.31. Er zijn vier onderdoorgangen: twee aan weerszijden van het kanaal (onderdeel van de Lammebrug (KW24), de Veldschanstunnel (KW26) en de Lammenschanstunnel (KW27). 3.6.3.32. Er zijn drie bruggen de Lammebrug (KW24), de Trekvlietbrug (KW20) en de Knotterpolderbrug (KW21). 3.6.3.33. De onderdoorgangen en bruggen worden in samenhang ontworpen en zijn integraal onderdeel van de lange lijnen van de stadsentree. 3.6.3.34. De Knotterpolderbrug staat op zichzelf. Deze wordt vormgegeven met de bestaande brug als referentie (Zie paragraaf 5.3.7) 3.6.3.35. De onderdoorgangen hebben een genereuze maat die zorgt voor doorzichten onder de wegen door en naar en langs het water. 3.6.3.36. De vormgeving van de kunstwerken is aantrekkelijk en sociaal veilig, terughoudend vanuit het perspectief van de automobilist en open en licht vanuit lager gelegen maaiveld. 3.6.3.37. Op de bruggen en aanbruggen zijn rijweg en fietspad gescheiden door een doorlopende rand die meedoet in het lijnenspel. Het open leuningwerk versterkt de relatie en zicht op de omgeving. 3.6.3.38. Het randdetail en aanzichthoogte van de randen zijn bepaald aan de hand de beoogde doorlopende lijnen in de knoop en een rank aanzicht van de onderdoorgangen en bruggen. Verschillen in constructiehoogte worden onopvallend ingepast, bv. door verjonging of setback. 3.6.3.39.
Het dek van de onderdoorgangen heeft een heldere, herkenbare vorm en is uit beton. 3.6.3.40. In aanzicht is het brugdek een doorgaande lijn op of in het verlengde van de wanden. Zichtbare knikken of andere discontinuïteiten die dit beeld verstoren zijn niet toegestaan. 3.6.3.41. De onderkant van het brugdek draagt door een rustig aanzicht bij aan een zorgvuldig en samenhangend beleving. Indien betonnen liggers worden toegepast dienen deze parallel te liggen aan elkaar. Voegen zijn maximaal 50mm. 3.6.3.42. Landhoofden zijn opgenomen in of achter de keerwand. Opleggingen zijn uit het zicht.
+
+
+
+
↑ RANDDETAILS KUNSTWERKEN ZIJN ONDERDEEL VAN DE DOORLOPENDE LIJNEN, ZIE EIS 3.6.3.38.
↑ INTERIER EN EXTERIEUR VAN DE KUNSTWERKEN LOPEN IN ELKAAR OVER, ZIE EIS 3.6.3.33.
58
NEXT ARCHITECTS EPVE RIJNLANDROUTE EUROPAWEG EN LAMMENSCHANSPLEIN 24-06-2021
RANDDETAIL
min. 2m
↑ GEEN SEGMENTERING MAAR VLOEIEND DOORLOPENDE LIJNEN, ZIE EISEN 3.6.3.40.
59
↑ REFERENTIES LEUNINGWERK, ZIE EISEN 3.6.3.48. T/M 52
3.6.3.43. Het randdetail van bruggen en onderdoorgangen zorgt voor een zorgvuldig afgewerkt aanzicht van de kunstwerken. 3.6.3.44. In aanzien zijn de betonnen randelementen gelijk aan de randelementen op de hoofdwanden. 3.6.3.45. Veranderingen van materiaal of dimensionering worden onopvallend ingepast om de continuïteit van het lijnenspel te borgen. Dit kan bijvoorbeeld t.p.v. “een knip” zoals bij de trappen van de Lammebrug. 3.6.3.46. Lijnen lopen vloeiend in elkaar over. De tangenten van de verschillende vloeiende lijnen sluiten zowel horizontaal als verticaal op elkaar aan. 3.6.3.47. Namen van de kunstwerken zijn opgenomen in de betonnen randen met een lettergrote leesbaar vanaf ca. 100m (voor de kanaalbruggen) van ten minste 300mm hoogte. Uitvoering en lettertype zijn integraal onderdeel van het ontwerp van de kunstwerken. Vormgeving is consistent doorgevoerd voor alle kunstwerken.
HEKWERKEN & GELUIDSWERING
3.6.3.48. Op de kunstwerken en keerwanden staat een transparant leuningwerk met verticale opbouw uit spijlen of strips (geen lamellenhek) 3.6.3.49. Het leuningwerk op het Lammenschansplein is in vorm en materiaal gelijk(soortig). 3.6.3.50. Het hekwerk is terugliggend gepositioneerd t.o.v. de rand in één doorlopende lijn zonder knikken en staat op gelijke afstand van de rand. 3.6.3.51. Koppelingen zijn zorgvuldig geintegreerd in de rand. Geen zichtbare voetplaten. 3.6.3.52. Het leuningwerk is volgens een vaste verdeling uitgezet voor een rustig en continu beeld. De verticale elementen van het leuningwerk hebben een vaste maat en ritmiek. Er is geen onderverdeling ervaarbaar tussen balusters en “vullende” spijlen. 3.6.3.53. Hekwerk heeft een rechte beëindiging en niet schuin of afgerond en met een afstand van minimaal 1m van het eindpunt van het randelement, behalve waar deze overgaat in geluidswering of hekwerk op grondkerende wand. Bij de kade volgt het hek een oplopende lijn naar de benodigde hoogte. 3.6.3.54. Het hekwerk heeft heldere en zorgvuldige beëindigingen. Koppelingen zijn niet zichtbaar en liggen minimaal 300mm de beëindiging. 3.6.3.55. De geluidweringen op en in het verlengde van de Lammebrug doen qua vorm en materiaal mee in het lijnenspel. Hiervoor verloopt de doorlopende rand geleidelijk naar de benodigde hoogte, zodat een geluidwerende muur van circa 1 m.
hoog ontstaat.
NEXT ARCHITECTS EPVE RIJNLANDROUTE EUROPAWEG EN LAMMENSCHANSPLEIN 24-06-2021
VERLICHTING
3.6.3.56. Het lichtplan ondersteunt de beoogde rust en samenhang van het Lammenschansplein. Afwegingen t.a.v. kleur / intensiteit, lichtregime / brandduur en locatie zijn onderdeel van integraal ontwerp. 3.6.3.57. Verlichting en accentverlichting uitgaan van combinatie punt, lijn en vlak. 3.6.3.58. Verlichting is zowel functioneel t.a.v. verkeersveiligheid, sociale veiligheid als passend bij de parkinrichting en ecologische eisen. Naast functionele verlichting wordt sfeerverlichting toegepast, bijvoorbeeld door het aanlichten van de wanden of randen. 3.6.3.59. Verlichting langs de weg is onderdeel van de verlichting van de (provinciale) verkeersstructuur en wordt in type en ritme in aansluiting op de aansluitende wegen geplaatst. 3.6.3.60. Functionele verlichting voor loop/fietsroutes middels lage masten (in lijn met handboek Leiden). Plaatsing ondersteunt de ervaring van de doorgaande lijn en niet de onderdoorgangen zelf. 3.6.3.61. Onderdoorgangen zijn egaal verlicht en aanvullende accentverlichting in de plint. 3.6.3.62. Armaturen zijn geïntegreerd in de randen, wanden en / of in de onderzijde van het brugdek. Geen zichtbare opbouw of kabels. 3.6.3.63. Op en onder de Lammebrug (incl.
aanlanding polderzijde) en Trekvlietbrug moet uitstraling op het water (Trekvliet, RS-kanaal én Vrouwenvaart) voorkomen worden door gerichte armaturen en (warme) LED-verlichting en slimme systemen zoals dynamische verlichting..
TECHNISCHE VOORZIENINGEN
3.6.3.64. Alle kabels en leidingen inclusief hemelwaterafvoeren dienen geïntegreerd te zijn in het kunstwerk en mogen niet in het zicht komen. 3.6.3.65. Ten behoeve van vleermuizen dienen voorzieningen geïntegreerd te worden in het brugontwerp. Dus géén vleermuiskasten aan de brug bevestigen, maar integreren in bijvoorbeeld de landhoofden / keerwanden middels een spouw achter het baksteen en open stootvoegen voor de toegang. Locaties en afwerking in nauw overleg met de ecoloog.
MATERIAAL- EN KLEURGEBRUIK
3.6.3.66. Materiaal- en kleurgebruik worden uitgevoerd in standaard kleuren, deze staan in de materiaal, kleur en afwerkstaat.
↑ VERLICHTING EN PORTALEN AAN HET BRUGDEK VAN KUNSTWERKEN IS NIET TOEGESTAAN, ZIE 3.6.3.56.
60
NEXT ARCHITECTS EPVE RIJNLANDROUTE EUROPAWEG EN LAMMENSCHANSPLEIN 24-06-2021
3.6.4. AANVULLENDE ESTHETISCHE EISEN FIETSONDERDOORGANGEN (KW26 EN KW27) HOOFDVORM
3.6.4.1. De onderdoorgangen voldoen aan de hiervoor gestelde eisen uitgewerkt in paragraaf 3.6.2. De onderdoorgangen zijn daarmee onlosmakelijk onderdeel van het geheel van lange lijnen van de stadsentree en sluiten hier in vorm en materiaal op aan. 3.6.4.2. De twee onderdoorgangen zijn in verschijningsvorm gelijk(soortig) door eenheid in lijnvoering, materiaal, detail en verlichting. De Lammenschanstunnel heeft een breder profiel vanwege doorzicht langs de lange wand en inpassing van ecostrook. 3.6.4.3. De wanden van de onderdoorgangen volgen een doorgaande, vloeiende lijn en zijn symmetrisch over de lengteas van de ondergang. Het minimale profiel verbreedt zich met een lichte curve naar de uiteinden.
R
R1
R
R1
R
BB
61 2,65m
R1
R
d 7,5m
R1
BB
AA
d 2,8m
↑ DE STRAAL (R1) VAN DE WANDEN VOLGT UIT DE CURVE VAN DE DOORLOPENDE WAND, DE ONDERDOORGANGEN ZIJN DAARMEE ONDERDEEL VAN HET LIJNENSPEL VAN DE STADSENTREE. ZIE EIS 3.6.4.1. T/M 3
4,5m
11m
AA
↑ HET PROFIEL VAN DE ONDERDOORGANGEN MET MAATVOERING OP HET SMALSTE DEEL TUSSEN DE METSELWERKWANDEN. HET VERLOOP IN BREEDTE IS OPGENOMEN IN VOETPAD EN SCHRIKSTROOK, ZIE EIS 3.6.4.2
Lamme Brug NEXT ARCHITECTS EPVE RIJNLANDROUTE EUROPAWEG EN LAMMENSCHANSPLEIN 24-06-2021
Trekvliet Brug noordzijde MAAIVELD ONDERDOORGANGEN
3.6.4.4. Fiets- en voetpaden onder de onderdoorgangen dienen in navolging van de eisen van paragraaf 3.5.3 met een continu profiel door te lopen onder de weg door. 3.6.4.5. De maaiveld invulling en materialisering in de onderdoorgangen dient de continuïteit van de ruimte in de knoop versterken.
Trekvliet Brug WANDEN
zuidzijde
zuidzijde - in de knoop
3.6.4.6. De straal van de wanden in de tunnel is gelijk voor beide kunstwerken. Deze is minimaal 1,5m volgt uit de straal van de ronde kolommen de van Lamme brug. 3.6.4.7. De curve van wanden van de onderdoorgangen zijn gelijk. De straal van de lange doorlopende wand in Lammeschanstunnel is maatgevend. 3.6.4.8. De tunnelwand en vleugelwand gaan middels afgeronde hoeken elkaar over. Uitzondering hierop is het wanddeel aan de “binnenzijde” tussen de onderdoorgangen waar de wand ten behoeve van de samenhang meedoet in de lange curve van de fietslus.
zuidzijde - in de knoop
62
noordzijde
Lammenschanstunnel noordzijde
noordzijde (Lammenschanstunnel)
Trekvliet Brug
Onderdoorgangen Veldschanstunnel oostzijde
noordzijde (Lammenschanstunnel)
oostzijde (Veldschanstunnel)
Onderdoorgangen Gecombineerd aanzicht vanuit “de knoop”
zuidzijde - in de knoop
↑ SCHEMATISCHE AANZICHTEN VAN DE TWEE ONDERDOORGANGEN MET DOORLOPENDE BRUGRANDEN EN WANDEN, ZIE EISEN 3.6.4.1. T/M 9.
NEXT ARCHITECTS EPVE RIJNLANDROUTE EUROPAWEG EN LAMMENSCHANSPLEIN 24-06-2021
BRUGDEK & RANDDETAIL
63
3.6.4.9. Brugdek en randdetails van fietsonderdoorgangen dienen in navolging van de eisen van paragraaf 3.6.3 te worden ontworpen ten behoeve van de beoogde samenhang en continuïteit van het geheel. 3.6.4.10. De constructiewijze en uitvoering van het dek ondersteunt de continuïteit van doorlopende lijnen en krommingen in de hoofdvorm van de onderdoorgangen. 3.6.4.11. Onderzijde dek en randdetail vormen een samenhangend geheel met detaillering passend bij de beleving van de fietser en voetganger (robuuste plaat). 3.6.4.12. Indien gekozen wordt voor een in situ dek is de plaatverdeling in afstemming met de geometrie van het dek door bijvoorbeeld uitlijning van de beplating haaks of parallel ten opzichte van de middenas van het dek. 3.6.4.13. De brugrand is beeldbepalend in aansluiting op de vormentaal van de stadsentree. Togen en verloop in dekhoogte zijn niet zichtbaar en worden bijvoorbeeld opgevangen in een randelement. 3.6.4.14. Op het dek van de kunstwerken wordt tussen rijbaan en fietspad een lage wand doorgetrokken in het verlengde van het geluidscherm bij de aanlanding van de Lammebrug. Dit wandje loopt door tot aan de kade en verbindt maaiveld met de Lammebrug
NEXT ARCHITECTS EPVE RIJNLANDROUTE EUROPAWEG EN LAMMENSCHANSPLEIN 24-06-2021
↑ DOORSNEDE VAN DE WESTELIJKE ONDERDOORGANG MET DOORLOPEND METSELWERK, BETONNEN PLINT EN GEÏNTEGREERDE TRAP, ZIE EISEN 3.6.5.1 T/M 5
64
↑ DOORSNEDE VAN DE WESTELIJKE ONDERDOORGANG MET ZICHT OP DE METSELWERK WAND VAN DE BASCULEKELDER MET ROYALE KADERS VOOR TOEGANG EN VENTILATIE, ZIE EIS 3.6.5.10.
NEXT ARCHITECTS EPVE RIJNLANDROUTE EUROPAWEG EN LAMMENSCHANSPLEIN 24-06-2021
3.6.5. AANVULLENDE EISEN LAMMEBRUG (KW29) HOOFDVORM
3.6.5.1. De brug inclusief zijn onderdoorgangen, basculekelder en steunpunten voldoet aan de hiervoor gestelde eisen uitgewerkt in paragraaf 3.6.2. en 3.6.3. De brug is daarmee onlosmakelijk onderdeel van het geheel van lange lijnen van de stadsentree en sluit hier in vorm en materiaal op aan. 3.6.5.2. De brug is géén puur civieltechnisch kunstwerk (viaduct), maar een stadsbrug met zorgvuldige detaillering en bijbehorende materialisering. 3.6.5.3. De nieuwe brug wordt een basculebrug zonder veel nadruk op het val van de brug. 3.6.5.4. De overspanning van de brug en vormgeving van de onderbouw zorgen voor een openheid en doorzicht onder de brug. 3.6.5.5. De keerwanden van de landhoofden, basculekelder en steunpunt(en) zijn in samenhang vormgegeven met een gelijke afronding van de hoeken. Voor de straal van de afrondingen is de ronde kolom van het tussensteunpunt maatgevend.
65
↑ DE LANGE LIJNEN LOPEN DOOR IN EEN VLOEIENDE LIJN OP DE BRUG; BRUGRAND EN HET METSELWERK ZIJN BEELDBEPALENDE ELEMENTEN. , ZIE EIS 3.6.5.1 T/M 5.
NEXT ARCHITECTS EPVE RIJNLANDROUTE EUROPAWEG EN LAMMENSCHANSPLEIN 24-06-2021
BRUGDEK & RANDDETAIL
3.6.5.6. De brugrand is beeldbepalend in aansluiting op de vormentaal van de stadsentree. Togen of zelfs kattenruggen zijn daarmee niet zichtbaar en worden opgevangen in een randelement. 3.6.5.7. Onderzijde van het val is een zichtzijde en vlak uitgevoerd (geen open structuur i.v.m. vervuiling). TUSSENSTEUNPUNT, LANDHOOFDEN EN BASCULEKELDER
3.6.5.8. De basculekelder wordt zo compact mogelijk vormgegeven. 3.6.5.9. De basculekelder is in uiterlijk tot aan de hoogte van de kade van beton, daarboven heeft dezelfde baksteen bekleding als de keerwanden. Hiertussen wordt een schaduwvoeg toegepast. 3.6.5.9. Maximaliseren van het gevoel van comfort en ruimtelijkheid door vensters en/ of kaders met reliëf in metselwerkwanden. 3.6.5.10. De wanden worden in vormgeving benaderd als een gevel. Wandopeningen voor deuren en ventilatievoorzieningen worden zo veel mogelijk gebundeld en uitgevoerd als ruime ingrepen met vlakverdeling en maatverhoudingen passend bij de brug (géén maatvoering resulterend uit de minimaal benodigde deurmaat). Ze zijn als kaders in het ingepast op afstand minimaal 2 meter van de wandafrondingen. 3.6.5.11. De vorm van het tussensteunpunt zorgt voor maximale openheid en doorzicht onder het kunstwerk en bestaat uit ronde kolommen (r is minimaal 1,5m) op een poer op hoogte van de kade. 3.6.5.12. Het tussensteunpunt heeft geen zichtbare onderslagbalk, of een onderslagbalk die in vorm en materiaal één geheel vormt met het gehele steunpunt. 3.6.5.13. De poer is aan de uiteinden afgerond en loopt daarmee in het zelfde vlak als de buitenste kolommen. 3.6.5.14. De poer heeft dezelfde materialisering en hoogte al het fundament van de basculekelder.
De uiteinden zijn afgerond en lopen mee met ronding van de kolommen. 3.6.5.15. Tussen kolom en poer wordt een schaduwvoeg toegepast gelijk aan de detaillering van de basculekelder.
↑ HET PROFIEL OP BRUG EN AANBRUG MET DOORLOPENDE RAND EN OPEN LEUNINGWERK IS AANTREKKELIJK VOOR FIETSER EN VOETGANGER, ZIE EIS 3.6.5.1 T/M 2.
66
R
R
R
R
R
R
R
R
↑ AFRONDEN HOEKEN IN RELATIE TOT STRAAL KOLOMMEN, ZIE EIS ZIE EISEN 3.6.5.5
R
R
R NEXT ARCHITECTS EPVE RIJNLANDROUTE EUROPAWEG EN LAMMENSCHANSPLEIN 24-06-2021
TRAPPEN
A R
R
R
R
R
R
KADE EN VAARWEG
R
67
R
R
R
↑ SCHADUWVOEG (DETAIL A.)
R
3.6.5.16. Op twee hoeken aan de noordzijde van de Lammebrug komt een trap voor voetgangers voorzien van fietsgoten. De trap heeft een minimale loopbreedte van 2 meter. 3.6.5.17. De buitenzijde van de publieke trappen liggen in lijn met de hoofdwanden. Het profiel van betonnen rand en baksteen afwerking van de wanden loopt met de trap mee naar beneden. Ook het leuningwerk doet hier in mee. 3.6.5.18. De beheertrappen aan zuidzijde liggen loodrecht op de N206 in het talud. Trap en leuning onopvallend ingepast en terughoudend vormgegeven. 3.6.5.19. Trappen uit prefab element; geen losse bloktreden.
R
3.6.5.20. De kadeconstructie wordt uitgevoerd aansluitend op toekomstige situatie; zijnde basalt talud. 3.6.5.21. Seinen en bebording dienen zorgvuldig ingepast te worden aan de rand van het brugdek en/of in combinatie met remmingswerken. 3.6.5.22. Remmingswerken zijn terughoudend in vormgeving. 3.6.5.23. Staalwerk is gecoat in de zelfde kleur als de reeds aanwezige wachtsteigers . 3.6.5.24. Onder de brug zijn de wrijfgordingen bevestigd aan het betonnen deel van de basculekelder en het tussensteunpunt. 3.6.5.25. Wrijfgordingen onder en buiten de brug liggen in het verlengde van elkaar, géén verspringingen in hoogte. VOORZIENINGEN
↑ PRINCIPE KNIP BETONNENVOET EN BAKSTEEN BOVENWERK BASCULE EN KOLOMMEN, ZIE EISEN 3.6.5.14 EN 15.
3.6.5.26 Slagbomen, kasten, cameramasten en andere voorzieningen zijn zorgvuldig ingepast, aanbsluitend op de vormgeving en het materiaal- en kleurgebruik. Voorzieningen worden integraal meegenomen in het ontwerp en daar waar mogelijk geïntegreerd. 3.6.5.27. De voertuigkering op het val is onderdeel van het lijnenspel. Deze wordt uitgvoerd in een lichter materiaal, maar loopt visueel (lijnvoering / kleur) door. 3.6.5.28. Onder de Lammebrug langs Vlietweg komt een faunavoorziening in de vorm van een smalle niet-aangelichte strook met keien als begeleiding en dekking. De strook is zorgvuldig ingepast langs de wand of langs de oever.
westzijde NEXT ARCHITECTS EPVE RIJNLANDROUTE EUROPAWEG EN LAMMENSCHANSPLEIN 24-06-2021
3.6.6. AANVULLENDE ESTHETISCHE EISEN TREKVLIETBRUG (KW20) westzijde
HOOFDVORM
3.6.6.1. De brug voldoet aan de hiervoor gestelde eisen uitgewerkt in paragraaf 3.6.2. en 3.6.3. De brug is daarmee onlosmakelijk onderdeel van het geheel van lange lijnen van de stadsentree en sluit hier in vorm en materiaal op aan. oostzijde
westzijde
TUSSENSTEUNPUNT & LANDHOOFDEN
3.6.6.2. De keerwanden van de landhoofden zijn op de hoeken afgerond gelijkend op Lamme Brug oostzijde de afronding bij de Lammebrug. Dit betekent dat de keerwand, brugrand en Lamme Brug leuning het licht krommende verloop van de lange lijnen aan weerszijden van de brug volgen. 3.6.6.3. Het tussensteunpunt is vormgeven als een gesloten wand die in vormgeving gelijke kenmerken heeft als de onderbouw van de Lammebrug. oostzijde 3.6.6.4. Het tussensteunpunt is aan de uiteinden afgerond en loopt daarmee in lijn met Lamme Brug de contour van het dek. zuidzijde
TALUDS / MAAIVELD / KADE
3.6.6.5. Het talud en/of maaiveld loopt niet door onder de brug. De kadeconstuctie komt niet voorbij de voorkant van het landhoofd. 3.6.6.6. De kadeconstructie wordt uitgevoerd aansluitend op toekomstige situatie; zijnde basalt talud.
zuidzijde
68 noordzijde zuidzijde
VOORZIENINGEN VAARWEG (SEINEN/BEBORDING/ REMMINGSWERKEN)
Trekvliet Brug 3.6.6.7. Seinen en bebording dienen geïntegreerd opgenomen te worden aan de rand van het brugdek en in combinatie met remmingswerken. 3.6.6.8. Remmingswerken zijn terughoudend in vormgeving bestaande uit houten palen noordzijde noordzijde en gordingen. Trekvliet zuidzijde - inBrug de knoop ↑ PRINCIPEAANZICHT TREKVLIETBRUG, ZIE EISEN 3.6.6.1. T/M 6
Trekvliet Brug zuidzijde - in de knoop noordzijde (Lammenschanstunnel)
oostzijde (Veldschanstunnel)
Onderdoorgangen
noordzijde (Lammenschanstunnel)
zuidzijde - in de knoop
Onderdoorgangen
oostzijde (Veldschanstunnel)
NEXT ARCHITECTS EPVE RIJNLANDROUTE EUROPAWEG EN LAMMENSCHANSPLEIN 24-06-2021
Trekvliet Brug 3.6.7. ESTHETISCHE EISEN KNOTTERPOLDERBRUG (KW21)
HOOFDVORM
3.6.7.1. 3.6.7.2. 3.6.7.3. 3.6.7.4.
Het aanzicht van de duikerbrug is eenvoudig en terughoudend. De huidige brug dient als referentie in vorm en materiaal. De brug ligt hoger dan de kadewanden. De wanden en landhoofden zijn integraal onderdeel van de kadeconstructie van het kanaal. Deze lopen op van de hoogte van de kade naar de brug. 3.6.7.5. De brug wordt gemarkeerd door vier taps toelopende betonnen zuilen op de hoekpunten vormgegeven als architectonische elementen waartussen het leuningwerk/hekwerk is opgespannen. 3.6.7.6. Er zijn géén tussensteunpunten voorzien en ook niet toegestaan.
HEKWERKEN
3.6.7.11. Het hekwerk is van staal en is zo open mogelijk door toepassing van de minimaal benodigde balusters en regels. 3.6.7.12. De betonnen zuilen zijn vierkant en lopen taps toe. 3.6.7.13. Het hekwerk geeft de brug verfijning en door hoogwaardige en zorgvuldige detaillering en aansluitingen.
zuidzijde - in de knoop
VERLICHTING
3.6.7.14. Verlichting aan deze brug is niet toegestaan.
VOORZIENINGEN WANDEN
3.6.7.7.
69
Aan de kanaalzijde vleugelwanden afgewerkt met metselwerk. De nieuwe wanddelen sluiten zorgvuldig aan op de bestaande kadeconstructie. 3.6.7.8. Aan polderzijde zijn de vleugelwanden uit beton. Het beton loopt door tot onder waterlijn. 3.6.7.9. Aan de zijde van de polder worden sponningen voor schotbalken geïntegreerd in de vleugelwanden
3.6.7.15. Alle kabels en leidingen inclusief hemelwaterafvoeren dienen geïntegreerd te zijn in het kunstwerk en mogen niet in het zicht komen. 3.6.7.16. De schotbalkopslag wordt bij herplaatsing zoveel mogelijk verzonken in de grond, zodat de betonnen zijwanden niet of nauwelijks zichtbaar zijn. 3.6.7.17. Achter de brug in de Vrouwenvaart is een kanoinstapplek. Deze komt in vergelijkbare vorm en locatie terug.
noordzijde (Lammenschanstunnel)
MATERIAAL- EN KLEURGEBRUIK BRUGDEK
3.6.7.10. Het brugdek is een rechte betonnen plaat opgespannen tussen de oplopende en doorlopende keerwanden.
↑ HUIDIGE KNOTTERPOLDERBRUG ALS REFERENTIE VOOR DE NIEUW AAN TE LEGGEN BRUG, EIS 3.6.7.2.
3.6.7.18. Materiaal- en kleurgebruik worden uitgevoerd in standaard kleuren, deze staan in de materiaal, kleur en afwerkstaat.
Onderdoorgangen
Knotterpolderbrug
↑ PRINCIPEAANZICHT KNOTTERPOLDERBRUG (KANAALZIJDE), ZIE EIS 3.6.7.1. T/M 7
NEXT ARCHITECTS EPVE RIJNLANDROUTE EUROPAWEG EN LAMMENSCHANSPLEIN 24-06-2021
70
↑ ZICHT OP DE HUIDIGE LAMMEBRUG
NEXT ARCHITECTS EPVE RIJNLANDROUTE EUROPAWEG EN LAMMENSCHANSPLEIN 24-06-2021
BRONNEN
COLOFON
— Inpassingsvisie en Landschapsplan RijnlandRoute, versie 2773.08, 12 november 2014, provincie Zuid-Holland en MTD Landschapsarchitecten — Handreiking Esthetisch Programma van Eisen (EPvE), versie 1.1 concept, 26 februari 2015, Rijkswaterstaat — Tracé Besluit A4 & A44 Rijnlandroute, 17 december 2014 provincie Zuid-Holland, Rijkswaterstaat en Altea — Referentie ontwerp baseline 9.0 van Antea Group — Drone foto’s van luchtfotografie Roelof de Vries
OPDRACHTGEVER
Provincie Zuid-Holland Zuid-Hollandplein 1 2596 AW Den Haag AFSTEMMING PROJECTTEAM RIJNLANDROUTE
Martin Hogeboom Sjoukje van Heesch Arjan van de Put
omgevingsmanager landschapsarchitect technisch manager
IN SAMENSPRAAK MET KWALITEITSTEAM RIJNLANDROUTE / GEMEENTE LEIDEN
71
Abe Veenstra (voormalig) Provinciaal adviseur Ruimtelijke Kwaliteit Maarten Schmitt (voormalig) Stadsbouwmeester Leiden Peter van den Heuvel (voormalig) Adviseur Ruimtelijke Kwaliteit en Vormgeving Rijkswaterstaat Martin Verwoest Stedenbouwkundig supervisor OPZET EN ONTWERP
Michel Schreinemachers Jurriaan Hillerström Vyasa Koe IN SAMENWERKING MET
Jeanette Visser Tomas Degenaar Marijn van Oss
architect | directeur NEXT architects architect NEXT architects assistent ontwerper NEXT architects landschapsarchitect | directeur Bureau B+B landschapsarchitect Bureau B+B ontwerper Bureau B+B