210105 Bijlage 4 Nota van beantwoording inspraakreacties
Tekst van het document
Nota van beantwoording op conceptnota Visie Bezoekerseconomie Inleiding Op 6 juli 2021 heeft het college van B&W de conceptnota Visie Bezoekerseconomie vastgesteld voor de schriftelijke inspraak (BW 21.0361). De inspraakperiode liep van 9 juli 2021 tot en met 2 september 2021. Dit beleid betreft een visie op de bezoekerseconomie. De bezoekerseconomie gaat over activiteiten die aan bezoekers gerelateerd zijn, zoals horeca- en evenementen bezoek, bezoek van congressen, culturele- en kennisinstellingen en meer. Met deze visie worden bestaande sectorale beleidsdocumenten met elkaar verbonden en worden heldere keuzerichtingen gegeven voor een toekomstbestendige bezoekerseconomie in Leiden, met sterke verbindingen naar omliggende regiogemeenten.
Reacties Dit Schriftelijk zijn in totaal 15 reacties binnengekomen. Wij hebben reacties ontvangen van 14 inwoners en 1 andere belanghebbenden (stichtingen, verenigingen en andere vertegenwoordigingsorganisaties). Het college van burgemeester en wethouders heeft veel waardering voor alle mensen die de moeite hebben genomen hun zienswijze in te dienen. Het college hecht eraan dit vooraf te benadrukken, omdat soms de omvang van de reacties op de inspraakreacties korter is dan de inspraakreactie zelf. Bijvoorbeeld doordat een reactie vooral een ondersteuning van het voorgenomen beleid is of omdat een reactie zeer gedetailleerd is.
Procedure Het college stelt zijn antwoord op de inspraakreacties met een B&W-besluit vast en legt de gewijzigde Visie Bezoekerseconomie vervolgens ter vaststelling aan de gemeenteraad voor.
Inspreker
Ingekomen reactie
Reactie van het college
Gevolgen voor het besluit
Geen gevolgen.
(inspraken zijn ingekort, volledige reactie wordt geanonimiseerd bijgevoegd) 1a
De inspreker waardeert de aandacht die in de visie wordt gegeven voor de binnenstad en balans (voor leefbaarheid, red.).
Het college dankt de inspreker voor de positieve reactie op het voorstel.
1b
De inspreker vindt dat het aantrekken van bezoekers voor congressen, erfgoed en cultuur een positieve bijdrage is voor de stad. De inspreker vraagt zich af wat horeca en evenementen bijdragen aan de stad. In het horeca en evenementenbeleid zou hier meer aandacht aan kunnen worden besteed. Volgens de inspreker zou niet zomaar een aantal evenementen per locatie bepaald moeten worden, maar meer aandacht moeten worden gegeven welke locatie waarvoor geschikt is. Ook zou dit volgens de inspreker gekoppeld kunnen worden aan het inzetten van aantrekken van bezoekers die komen voor congressen, erfgoed en cultuur. De inspreker stelt dat ook het verminderen van geluidsniveaus (van evenementen red.) hierbij van belang is.
Het college is van mening dat de Leidse Geen gevolgen. bezoekerseconomie voor alle bezoekers (ook de eigen inwoners) iets te bieden moet hebben. De ene Leidenaar vindt een museum/cultuurbezoek interessant, de ander geeft de voorkeur aan een bezoek aan een evenement. Daarom is het aanbod in Leiden divers. In de profilering zetten we als gemeente wel expliciet in op bezoekersactiviteiten die passen bij onze stad van internationale kennis en historisch cultuur. Op dit moment leidt deze Visie Bezoekerseconomie niet tot een herziening van het recent vastgestelde horecabeleid en evenementenbeleid. Dit beleid bevat al een aanpak voor reductie van aantal evenementen, overlast en geluidniveaus. Er is aandacht voor welke evenementen en horeca waar plaats mag vinden en op welke wijzen leefbaarheid wordt geborgd. Dit is onder andere vastgelegd door het beperken van toegestane geluidsniveaus. In de Horecavisie is ook het aantal straten verminderd waar horeca wordt toegestaan. De positieve effecten van dit nieuwe beleid zijn momenteel echter nog niet goed zichtbaar, omdat er vanwege de coronamaatregelen afgelopen maanden grote beperkingen zijn geweest voor de horeca en evenementensector.
1c
De inspreker stelt dat handhaving van groot belang is om mensen aan te spreken op geluidsoverlast en parkeren van auto’s en fietsen en afval, etc.
Het college deelt de mening dat de negatieve gevolgen Geen gevolgen. van de bezoekerseconomie voor bewoners zoveel mogelijk vermeden en beperkt moeten worden. Daarom is in de visie omschreven dat bezoekersactiviteiten met een hoge economische en maatschappelijke waarde en een lage negatieve impact prioriteit krijgen. Zo houden we de meerwaarde van de bezoekerseconomie voor Leiden zo hoog mogelijk en de negatieve effecten zo laag als kan. Erfgoed & Cultuur, de Congressenmarkt en regionale versterking dragen het meeste bij aan de bezoekerseconomie en hebben de kleinste negatieve impact. Daarom willen we hierop flink inzetten. Grootschalig waterbezoek en grootschalige dagbezoeken horen niet bij de stad en kunnen tot overlast leiden: dit willen we voorkomen. De voorwaarden van vergunningverlening en de handhaving daarop worden gebruikt om overlast tegen te gaan. Zo heeft de gemeente in de afgelopen zomer deelgenomen aan de landelijke pilot ‘Domein overstijgend werken’, waarin een aantal BOA’s op het water enkele extra bevoegdheden kregen om beter te kunnen optreden. De prioriteiten voor handhaving worden jaarlijks vastgesteld in het Uitvoerings Programma Handhaving.
2a
De inspreker stoort zich aan marketing van Leiden Marketing en de pogingen om zoveel mogelijk bezoekers naar Leiden te trekken. Dit levert de horeca omzet op en Leiden Marketing genereert zo meer inkomsten via de toeristenbelasting. De inspreker stelt dat Leiden een schitterende stad is die vanwege de vele musea, mooie binnenstad en het Singelpark sowieso wel door bezoekers
Het college is van mening dat de leefbaarheid en levendigheid in Leiden in balans is. Het behoud hiervan wordt omschreven in de visie en is een speerpunt van dit document. Verder is het college van mening dat Leiden&Partners (voorheen: Leiden Marketing) een waardevolle
Het ontstaan, de waarde en het doel van Leiden&Partners wordt verduidelijkt in de visie.
gevonden wordt. Daar is volgens de inspreker geen marketing voor nodig.
organisatie is die communicatie verricht die past bij het profiel van Leiden als stad van internationale kennis en historische cultuur. We zijn trots op Leiden en delen deze trots graag met alle Leidenaren én met iedereen die niet in onze mooie stad woont. De activiteiten van Leiden&Partners beslaan echter een veel breder palet dan enkel het uitvoeren van communicatie- en marketingactiviteiten en zijn van belangrijke waarde voor de stad. Het college licht het ontstaan van Leiden&Partners, het doel en de waarde van de organisatie hier toe. Leiden&Partners is ontstaan vanuit partijen in de stad die samen Leiden willen versterken. De gemeente Leiden is één van deze partners. Het doel van de organisatie is om samen met partners in de stad en met de regio te werken aan de totale ontwikkeling van de stad zodat deze aantrekkelijk is voor bewoners, bezoekers, bedrijven, werknemers, studenten etc. Leiden&Partners legt essentiële verbindingen tussen bedrijven, kennis- en cultuurinstellingen en de stad, waardoor er samen gewerkt kan worden aan initiatieven om Leiden te versterken. Daardoor hebben Leiden&Partners en de aangesloten partijen een belangrijke bijdrage geleverd het vlak van economie, cultuur en kennis.
We noemen enkele voorbeelden van concrete successen die zijn bereikt in de afgelopen jaren door de samenwerking tussen de partners van Leiden&Partners die van waarde zijn voor de stad:
• • •
•
•
2b
De inspreker stelt voor dat de gemeente het financieren van Leiden Marketing via de toeristenbelasting zou moeten herzien. Dit vergroot volgens de inspreker de democratische controle op Leiden Marketing. De inspreker begrijpt niet waarom een stad als Leiden een eigenstandige private marketing organisatie heeft, die indirect in stand wordt gehouden met publiek geld.
Leiden staat in de nationale top 5 van congressteden in Nederland; Leiden heeft het bid gewonnen als European City op Science in 2022; Tijdens de crisis door de COVID-19 pandemie heeft Leiden&Partners een jongerencampagne bedacht en uitgevoerd, om hen op een ludieke manier op de corona-regels te wijzen; Het succesvolle jaarlijkse evenement van de Nacht van Ontdekkingen is gericht op inwoners en dient ter versterking van de kennis in Leiden. Leiden&Partners organiseert dit samen met de Universiteit Leiden. Leiden&Partners organiseert ook de succesvolle regiomarketing waar ook gemeenten als Katwijk, Oegstgeest, Voorschoten, Leiderdorp, Wassenaar en Zoeterwoude onderdeel van zijn.
Herziening van de toeristenbelastingsystematiek en het Geen gevolgen. vergroten van de democratische controle op Leiden&Partners (voorheen Leiden Marketing) is volgens het college niet nodig. Door middel van uitvoeringsovereenkomsten stuurt het college namelijk al op de waardevolle activiteiten van Leiden&Partners die vanuit gemeenschapsgeld en de toeristenbelasting worden gefinancierd. Daarnaast is de financiering vanuit publieke middelen van de gemeente slechts een onderdeel van de totale financiering van Leiden&Partners. Ook andere partners dragen bij aan de financiering van deze organisatie, zoals ondernemers en de Universiteit Leiden, wat Leiden&Partners tot een gedragen en daardoor krachtige organisatie maakt. Zie verder de reactie van het college op inspraak 2a.
3
De inspreker stelt dat de Singelparkroute niet over de 5e Binnenvestgracht zou moeten lopen. Op een zondag met mooi weer komen er volgens de inspreker 900 bezoekers per uur door de straat. De bewoners van de straat hebben hun ramen en deuren bedekt om te voorkomen dat passanten naar binnen kunnen kijken of fotograferen. Daarnaast ondervindt de inspreker geluidsoverlast van passanten. Ook loslopende honden zijn een bron van overlast. Volgens de inspreker is gaat het Singelpark de komende jaren steeds meer bezoekers ontvangen, waardoor de straat onleefbaar zou worden.
Het college stelt dat de Singelparkroute een burgerinitiatief is dat samen met de stad wordt ontwikkeld en onderhouden. Hier kunnen we trots op zijn. De doorlopende Singelparkroute die is gerealiseerd, is een grote aanwinst voor de stad waar veel bewoners en ook bezoekers van elders gebruik van maken. Het succes van het Singelpark brengt ook nieuwe uitdagingen met zich mee. Het college neemt deze serieus. De inspreker verwijst naar zo’n uitdaging. Op sommige plekken, zoals op de 5e Binnenvestgracht, ervaren bewoners overlast door toegenomen drukte. Het college neemt twee type maatregelen om de overlast aan te pakken: 1.
Maatregelen om routes te spreiden om hiermee de drukte op de 5e Binnenvestgracht te verminderen. Recent heeft de Hortus Botanicus een tweede entree geopend bij de Sterrenwachtlaan zodat Singelparkwandelaars (tegen betaling of op vertoon van een museumjaarkaart of vriendenpas) hier via de Hortus het rondje Singelpark kunnen lopen. Een andere ambitie is het realiseren van een Singelparkpromenade aan de buitenzijde van de singel, zoals bij de Maresingel. Dit is een ambitie voor de lange termijn waar nog geen middelen voor beschikbaar zijn. Wel onderzoekt de gemeente of een informele wandelroute mogelijk is in het talud van de Singel als alternatief voor de kortere termijn. Het is hiervoor van belang te kunnen blijven investeren in het Singelpark.
Het burgerinitiatief voor de ontwikkeling van de Singelparkroute is iets om trots op te zijn. Tegelijkertijd ziet het college ook de zorgen van direct omwonenden als het gaat om overlast en potentiële toename daarvan. Oplossingen werkt het college uit binnen bestaande programma’s zoals het Programma Binnenstad en het Singelparkrouteproject. Daarom leidt de inspraak niet tot aanpassingen in de visie op de bezoekerseconomie.
2.
Maatregelen die moeten leiden tot bewustwording en aanpassing gedrag van Singelparkwandelaars. De gemeente is in gesprek met de bewoners over het plaatsen van informatiebordjes op de 5e Binnenvestgracht om Singelparkwandelaars bewust te maken dat ze hier vlak langs de woningen wandelen en om hen aan te zetten het gedrag hierop aan te passen. Ook de samenwerkingspartner ‘Vrienden van het Singelpark’ kijkt of zij in de communicatie-uitingen aandacht kan vragen voor de overlast die wordt ervaren.
Het verplaatsen van de Singelparkroute is voor het college op dit moment niet aan de orde. Wel wordt er gewerkt aan oplossingen binnen het projectteam dat werkt aan de ruimtelijke ontwikkeling van de Singelparkroute. Ook zijn in het Uitvoeringsprogramma Binnenstad inspanningen opgenomen voor de ontwikkelingen van het Singelpark, zoals ‘Singelpark in bedrijf’ (hierin vallen echter geen beheer-inspanningen ervan na oplevering). Een concreet voorbeeld van een extra inspanning binnen het Programma Binnenstad in 2021 waren het faciliteren van verbeterde informatievoorziening en beschikbaarheid van toiletvoorzieningen in de nabijheid van het park via de ‘Hoge Nood app’. Het gaat om QR-code van de Hoge Nood app op de informatieborden bij entree van het park. En een verbetering van 29 naar 65 geregistreerde toiletvoorzieningen in de binnenstad.
4a
Volgens de inspreker komt de visie bezoekerseconomie overeen met de doelen van Leiden Marketing. Deze organisatie is volgens de inspreker om onduidelijke redenen verzelfstandigd.
Het college constateert dat de organisatie Geen gevolgen. Leiden&Partners (voorheen Leiden Marketing) is ontstaan vanuit samenwerkingspartners in de stad, waaronder de gemeente Leiden, vanuit de wens om samen te werken aan de ontwikkeling en versterking van de stad. Ook is het college van mening dat een zelfstandige organisatie zoals Leiden&Partners met financiering uit meerdere bronnen, juist krachtig is en daardoor optimaal kan functioneren. De organisatie is dan vanuit hun eigen specialisme vorm te geven. Zie verder de reactie van het college op inspraak 2a en 2b.
4b
De inspreker stelt dat Leiden Marketing stuurt op het werven van de welgestelde bezoeker die gebruik maakt van hotelovernachtingen. Daarom krijgt de Universiteit Leiden als samenwerkingspartner de volle ruimte. Leiden profileert zich als congresstad. Dit zorgt voor een eenzijdig beleid volgens de inspreker. Zodra congressen wegvallen moet men wellicht terugvallen op een andere bron van bezoekers, bijvoorbeeld dagbezoekers. Als dit het geval is heeft Leiden plotseling veel minder te bieden omdat de retail wellicht niet past in de snelle in- en uitstap die deze vorm van bezoeken typeert, zo stelt de inspreker.
Het college is van mening dat Leiden&Partners zich richt Geen gevolgen. op een brede doelgroep en het brede belang dient. De organisatie richt zich op de bewoners vanuit de stad en uit de regio, toeristische bezoekers, zakelijke bezoekers, studenten en zo meer. Zo wordt bijvoorbeeld sterk ingezet op het aantrekken van regiobezoekers, in het bijzonder naar horeca en winkels. Hiermee wordt niet nadrukkelijk ingezet op de welgestelde bezoeker. Zie verder de reactie van het college op inspraak 2a en 2b.
4c
De inspreker stelt dat Leiden te veel inzet op een vorm van economie, bijvoorbeeld door in te zetten op het Leiden Bio Science Park en de verwachting dat expats ook in de omgeving van Leiden hun werk zullen vinden. Dat is er niet volgens de inspreker. Het advies van de inspreker is: diversifieer naar vele richtingen en breng Leiden Marketing weer onder bij de Gemeente.
Het college is van mening dat de gemeente Leiden zich met het economisch beleid juist richt op een breed palet aan clusters, zoals bedrijvigheid in het centrum, bedrijvigheid op bedrijventerreinen en ook het Leiden Bio Science Park. Het Leiden Bio Science Park is een belangrijk speerpunt vanwege de relatie tussen kennis en kunde (plus de relatie met de Universiteit Leiden), het internationale karakter en de aantrekkingspracht die hiervan uit gaat op andere bedrijven en
Geen gevolgen.
onderzoeksinstellingen. Daarnaast levert dit cluster veel werkgelegenheid voor praktisch en wetenschappelijk opgeleiden. Dit speerpunt is zodoende een belangrijk onderdeel van het DNA van de stad. Maar de historische binnenstad is even belangrijk speerpunt met bedrijvigheid die de sociale en economische structuur van de stad versterkt. Denk aan detailhandel, horeca, warenmarkt, cultuur en toerisme. Dit geldt ook voor bedrijventerreinen die een belangrijke randvoorwaarde zijn voor bedrijfsvestigingen en waar oplossingen voor meerdere opgaven samen kunnen komen zoals verduurzaming en het klimaatbestendig maken van de stad. Het college stelt dat Leiden&Partners is ontstaan vanuit partijen die de stad die de wens hadden om samen te werken aan de ontwikkeling en versterking van de stad. Het college is van mening dat deze onafhankelijke status juist de kracht is van deze organisatie. Zie ook de college reactie van inspraak 2a en 2b. 5a
De insprekers waarderen de Visie Bezoekerseconomie die is geschreven. Ook de keuzes voor het inzetten op de regiobezoekers, congresbezoekers en bezoekers met interesse in cultuur & kennis worden gewaardeerd door de inspreker
Het college dankt de inspreker voor de bijdrage en de positieve reactie op het voorstel.
Geen gevolgen.
5b
De insprekers zijn van mening dat er wordt afgeweken van de definitie van wat een bezoeker is. In de visie is omschreven dat het UNWTO iemand als bezoeker definieert als “iemand die een reis onderneemt naar een destinatie buiten zijn of haar gewoonlijke omgeving”. In de visie bezoekerseconomie worden bewoners uit de regio
Het college heeft er inderdaad voor gekozen om juist ook de Leidenaren en regiobewoners mee te nemen in de definiëring van bezoekers. Dit is aanvullend op de definitie van de United Nations World Tourism Organization (UNWTO). De reden hiervoor is dat bezoekers uit Leiden en de regio een belangrijk
Wat verstaan wordt onder ‘bezoekers’ van de bezoekerseconomie in Leiden wordt aangescherpt zodat in de gehele visie duidelijk is over de afbakening van deze definitie.
5c
en Leidenaren ook als ‘bezoeker’ gedefinieerd. De insprekers zijn van mening dat dit een ‘verrommeling’ van definities is.
onderdeel uit van de bezoekerseconomie uitmaken en niet los gezien kunnen worden van de groep bezoekers van buiten de regio (uit binnen- en buitenland). Daarnaast zijn de Leidenaren en de inwoners in de regio de grootste groepen die Leiden bezoekt en daardoor ook voor een belangrijk deel bij draagt aan de inkomsten van de stad. Tot slot hecht het college grote waarde aan het lokale belang van de Leidse bezoekerseconomie voor Leidenaren en regiobewoners. Voor iedereen uit Leiden en de regio moet er iets leuks te doen zijn in de stad.
De insprekers omschrijven dat zij overlast ondervinden van de gevolgen van drukte op de Singelparkroute die over de 5e Binnenvestgracht en enkele omliggende straten loopt. Insprekers ervaren overlast van de drukte, geluid en voorbijgangers die naar binnen kijken in hun woning. De insprekers stellen dat deze Singelparkwandelaars niet bijdragen aan het uitgangspunt van de Visie Bezoekerseconomie; namelijk bezoekers aantrekken met een hoge economische waarde en lage impact op de leefbaarheid. De insprekers stellen dat het omgekeerde het geval is.
Het college is van mening dat het burgerinitiatief voor de Geen gevolgen. Singelparkroute van grote waarde is voor de stad Leiden. De ambitie en legitimatie voor het ontwikkelen van het park was om inclusieve faciliteiten te bieden, namelijk een park waar iedereen welkom is. Het vergroot de leefbaarheid van de stad, de Leidenaren recreëren namelijk zelf in het groen. Het Singelpark is dus gericht op recreatie in de stad. Ook is het park verbonden met fiets- en wandelroutes in de regio. Zo kunnen ook andere bezoekers van de stad genieten van een wandeling via de route. Door deze recreanten -waarvan een belangrijk deel ook inwoner is van Leiden - is er een legitimatie om in de parken te investeren, deze mooier en beter toegankelijk voor iedereen te maken. Op deze wijze wordt zowel de levendigheid (wandelaars) als de leefbaarheid (groen en voorzieningen) versterkt. Dit zorgt vervolgens weer voor
een aantrekkelijkere stad om in te wonen, werken en recreëren. De ‘Visie op de bezoekerseconomie van Leiden’ zet in op cultuur en erfgoed, als één van de onderdelen van de bezoekerseconomie met een hoge economische en maatschappelijke waarde en met de minste negatieve impact. De Singelparkroute loopt door parken en door historische plekken in de stad. Daarom passen de Singelparkwandelaars bij het profiel van de cultureel geïnteresseerde bezoeker, die de mooiste en waardevolste plekken in de stad wil ontdekken. Daarnaast is de hypothese dat deze wandelaars ook combinatiebezoeken brengen waaraan bestedingen verbonden zijn, zoals het bezoek aan een museum (bijvoorbeeld via de route van de Hortus Botanicus) of aan horeca of winkels langs de route. Een wandeling door de parken en het groen maakt deel uit van de belevingswaarde van de stad en is daarmee belangrijk voor bewoners uit de stad en regio en overige bezoekers. Het college ziet ook de zorgen van omwonenden, zoals op de 5e Binnenvestgracht, als het gaat om overlast van drukte en geluid. Om de overlast te verminderen, worden er maatregelen genomen om routes te spreiden en te communiceren over gedrag bijvoorbeeld door het plaatsen van informatiebordjes op de 5e Binnenvestgracht. Ook neemt het college initiatieven tegen overlast mee in het programma Binnenstad. Zie verder ook de reactie van het college op inspraak 3.
5d
De insprekers zijn van mening dat het attenderen van diverse bezoekers op de Singelparkroute de leefbaarheid aantast in de 5e Binnenvestgracht. Zij vinden het passend bij een Stad van Ontdekkingen dat mensen zelf mooie plekken ontdekken zoals de 5e Binnenvestgracht. Hiermee impliceert de inspreker dat het promoten van de Singelparkroute niet nodig is.
Het college constateert dat de communicatie over de Singelparkroute wordt uitgevoerd door de Stichting Vrienden van het Singelpark, een particuliere organisatie die het initiatief heeft genomen en waarmee de gemeente intensief samenwerkt vanwege het positieve belang voor de stad. Daarnaast zijn er ook communicatieve uitingen te vinden zijn op diverse websites zoals Gemeente Leiden, Leiden&Partners, diverse journalistieke websites en sites van culturele instellingen. Deze communicatie is er, omdat we trots zijn op het burgerinitiatief voor de Singelparkroute. Deze communicatie kan tegelijkertijd ook worden ingezet om het gedrag van deze bezoekers positief te beïnvloeden, zodat er rekening gehouden kan worden met omwonenden van de route daar waar deze dicht op de wandelroute wonen, zoals op de 5e Binnenvestgracht. Ook zet het college in op het spreiden van routes om de drukte op de 5e Binnenvestgracht te verminderen en werkt initiatieven tegen overlast uit in het Programma Binnenstad.
6a
De inspreker vindt het Singelpark in algemene zin een mooi project maar het is daardoor zo druk geworden op de Vijfde Binnenvestgracht dat er sprake is van diverse vormen van overlast, zoals loslopende honden, luid pratende mensen en mensen die de privacy van bewoners niet respecteren door naar binnen te kijken of zelfs naar binnen te fotograferen. Een alternatieve
Het college stelt dat de Singelparkroute een burgerinitiatief is dat samen met de stad wordt ontwikkeld en onderhouden. Hier zijn wij trots op. De doorlopende Singelparkroute die is gerealiseerd, is een grote aanwinst voor de stad waar veel bewoners en ook bezoekers van elders gebruik van maken. Het succes van
Geen gevolgen.
wandelroute langs de Wittesingel zou een oplossing kunnen bieden.
het Singelpark brengt ook nieuwe uitdagingen met zich mee. Overlast en een potentiële toename daarvan voor direct omwonenden neemt het college serieus. Eén van Door promotieactiviteiten van de gemeente en van de korte termijn acties is de plaatsing van een bord met andere partijen zoals Leiden Marketing wordt de aandacht gedragsregels. Dergelijke inspanningen tegen overlast gevestigd op de Singelparkroute en ook op andere worden meegenomen in het programma bezienswaardige locaties zoals hofjes. Hierdoor neemt de Binnenstad. Daarnaast zet het college in op alternatieve bezoekersoverlast toe. Aan reclame voor de Singelroute routes om de drukte op onder andere de 5e moet onmiddellijk een eind worden gemaakt. Binnenvestgracht te verminderen. Zie ook de reactie van het college op inspraak 3. Het college constateert dat de communicatie over de Singelparkroute wordt uitgevoerd door de Stichting Vrienden van het Singelpark en er zijn communicatieve uitingen te vinden op verschillende websites zoals Gemeente Leiden, Leiden&Partners (voorheen Leiden Marketing), diverse journalistieke websites en sites van culturele instellingen. Deze communicatie is er, omdat we trots zijn op het burgerinitiatief voor de Singelparkroute.
Deze communicatie kan tegelijkertijd ook worden ingezet om het gedrag van deze bezoekers positief te beïnvloeden, zodat er rekening gehouden kan worden met omwonenden van de route. 6b
De inspreker geeft aan dat er grenzen zijn aan de binnenstedelijke leefbaarheid. Die grenzen dreigen ver te worden overschreden met de inzet op nóg meer bezoekersstromen.
Het college is van mening dat leefbaarheid en Geen gevolgen. levendigheid in balans waren in de stad voordat de Corona-crisis uitbrak in 2020. Het streven is om deze balans weer terug te krijgen wanneer de crisis over is. Dit betekent ook dat het aantal bezoeken aan de stad weer moet kunnen herstellen naar het niveau van voor de uitbraak van COVID-19. Na herstel is de ambitie om in
te zetten op een selectie van bezoekersmotieven die past bij het DNA van de stad. De visie zet expliciet niet in op grootschalig watertoerisme en grootschalige dagbezoeken (in groepsverband) want grootschalig past niet bij de stad en kan leiden tot overlast. Met deze inzet voorzien we een gebalanceerde ontwikkeling naar een duurzame en toekomstbestendige bezoekerseconomie. Structurele en bredere monitoring van data over bezoekers en over overlast vanuit deze bezoekerseconomie is nodig om de balans tussen levendigheid en leefbaarheid te kunnen behouden. Om die reden stelt het college aan de gemeenteraad voor om dataverzameling o.b.v. GPS-gegevens in combinatie met een dashboard verder uit te werken. De huidige dataverzameling en monitoring van de gemeente, genaamd ‘Leiden in cijfers’, kan bijvoorbeeld worden uitgebreid door ook gegevens over vervoersmodaliteiten die bezoekers gebruiken, inzichten in druktepatronen en bezoekersaantallen binnen specifieke gebieden op specifieke momenten en aangevuld met een dashboard waarin gegevens gecombineerd worden en ook goed ontsloten. De beelden die hieruit komen kunnen leiden tot aanpassingen in het beleid (dit noemen we adaptief beleid). Zo kunnen we bijvoorbeeld over gaan tot vermindering of betere spreiding van bezoekersactiviteiten over de stad in het geval dat blijkt dat de overlast toeneemt.
Het nieuwe evenementenbeleid is hier bijvoorbeeld al op ingericht. 6c
Waarom de ‘toekomstbestendige bezoekerseconomie’ grote economische en maatschappelijke meerwaarde
Het college verwijst naar de argumenten die genoemd worden in de visie op de bezoekerseconomie, die tonen
Geen gevolgen.
voor Leiden zou hebben is niet duidelijk volgens de inspreker. Waarom de levendigheid versterkt moet worden van de op één na dichtst bevolkte stad van Nederland wordt ook onduidelijk gevonden. Dat levendigheid en leefbaarheid elkaar versterken trekt de inspreker in twijfel. Waarom meer bezoekers ook bijdragen aan het voorzieningenniveau is ook onduidelijk.
dat de bezoekerseconomie zowel van economische als maatschappelijke waarde is voor Leiden en dat beiden elkaar versterken. We noemen hier drie belangrijke. Ten eerste kunnen we de jaarlijkse toegevoegde waarde van de bezoekerseconomie ramen op c.a. €450 mln. en de bezoekerseconomie levert zo’n 10.000 banen op. Deze economische (euro’s en banen) en maatschappelijke (werkgelegenheid) waarde voor de stad acht het college niet gering. Ten tweede houden bezoekers de gedeelde faciliteiten in stand, denk aan de bezoekers die nodig zijn om deuren van musea open te kunnen houden en om de horeca en detailhandel in stand te houden. Denk daarnaast ook aan investeringen in het fijnmazig netwerk van OV waarvan zowel bezoekers als de inwoners van Leiden gebruik van kunnen maken. In de visie staan nog meer voorbeelden genoemd. Deze faciliteiten geven de stad een aantrekkelijk leefklimaat, vergroten ook de aantrekkingskracht op nieuwe bedrijfsvestigingen in andere (hoogwaardige) branches (denk bijv. aan het snelgroeiend biomedisch cluster op het Leiden Bio Science Park). Ten derde zorgen bezoekers met hun interesse en nieuwsgierigheid voor levendigheid in de stad, een stad waarop we trots kunnen zijn dat we die kunnen delen. Verder is de visie bezoekerseconomie niet gericht op meer bezoekers of groei van de bezoekerseconomie, stelt het college.
De visie is gericht op een toekomstbestendige bezoekerseconomie, wat betekent dat we herstel voorzien van het aantal bezoeken van voor de COVID-19 uitbraak en daarna een ontwikkeling
van de bezoekerseconomie binnen een selectie van deelmarkten met de hoogste maatschappelijke en economische waarde en de minste negatieve impact. 6d
De inspreker kan zich vinden in het behouden van de balans tussen levendigheid en leefbaarheid en het herstel van het bezoekersvolume van voor de Coronacrisis. Inzet op selectieve deelmarkten die passen bij het profiel van de stad neigt naar een verdere toename van bezoekers, wat de inspreker wil bestrijden.
Het college vindt het belangrijk dat de bezoekerseconomie na het herstel van de COVID-19 pandemie, zich toekomstbestendig moet kunnen ontwikkelen met behoud van de balans tussen leefbaarheid en levendigheid. De ambitie is dus niet gericht op groei. Zie ook de reactie van het college op inspraak 6c.
Geen gevolgen.
6e
Duurzaamheid en inclusie zouden volgens de inspreker niet via de bezoekerseconomie gerealiseerd moeten worden maar een standaard onderdeel moeten zijn van het beleid. De bezoekerseconomie dient niet als motor van verduurzaming maar zorgt juist voor een grotere belasting van het milieu.
Het college is van mening dat duurzaamheid en inclusie al een belangrijk onderdeel zijn van het gemeentebeleid en daarom ook door de integraliteit van het beleid, van de visie op de bezoekerseconomie.
In de visie wordt toegevoegd dat aangesloten wordt bij de uitgangspunten en de nieuwste inzichten van het United Nations World Tourism Organization, waar aan een duurzame ontwikkeling van toerisme wordt gewerkt.
Vanwege de negatieve impact die bezoekers op het milieu kúnnen hebben, is er in de visie aandacht voor duurzaam vervoer van bezoekers (OV, fiets, lopen), duurzame consumptie en het voorkomen van zwerfafval. Tegelijkertijd bieden bezoekers met hun investeringen ook een kans om duurzame initiatieven aan te jagen. Verder sluit het college aan bij de uitgangspunten en de nieuwste inzichten van het United Nations World Tourism Organization, waar aan een duurzame ontwikkeling van toerisme wordt gewerkt.
6f
De inspreker stelt dat de binnenstadbewoners geen voordeel hebben aan de bezoekerseconomie en enkel met de nadelige gevolgen worden geconfronteerd.
Het college is van mening dat de bezoekerseconomie werkgelegenheid biedt voor iedereen in de stad. De directe werkgelegenheid is circa 10.000 banen, veelal in
Het werkwoord ‘lijken’ op pagina 10 van de visie wordt aangepast naar ‘blijken’.
Horeca-, evenementen- en congressectoren en mogelijk de cultuursector hebben wel voordelen. Het belang van de werkgelegenheid dat de bezoekerseconomie brengt voor de stad, vindt de inspreker geen goed argument. De inspreker is van mening dat in de visie en in het participatieverslag een vertekend beeld wordt gegeven van de overlast die momenteel ervaren wordt door bewoners van Leiden en van de binnenstad als gevolg van de bezoekerseconomie. Als concreet voorbeeld gebruikt de inspreker een citaat uit de visie waarin staat dat de binnenstadsbewoners meer overlast van de bezoekerseconomie lijken te ervaren dan bewoners uit andere Leidse stadsdelen. Tot slot vindt de inspreker adaptief beleid waarmee de gemeente wil inspelen op de ervaringen van inwoners ongeloofwaardig overkomen.
de horeca en detailhandel en veelal lokaal van aard. Daarnaast zorgt de bezoekerseconomie voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat wat bedrijven in diverse sectoren aantrekt (zie de reactie van het college op inspraak 6c) met verschillende soorten werkgelegenheid voor hoog- tot praktisch opgeleide inwoners van Leiden. Tot slot zorgt de bezoekerseconomie voor het instant houden van faciliteiten. Uit bijlage 1 ‘analyse en keuzerichtingen’ (zie blz. 38 & 39) van de visie blijkt dat binnenstadsbewoners meer overlast ervaren van onderdelen van de bezoekerseconomie dan bewoners in wijken buiten de binnenstad. Bewoners van Leiden en van de binnenstad die overlast ervaren vanuit de bezoekerseconomie neemt het college serieus. Zowel in de visie op de bezoekerseconomie als in het participatieverslag in de bijlage, zijn deze signalen dan ook meegenomen, samen met signalen vanuit andere betrokken partijen. De visie op de bezoekerseconomie heeft als doel een toekomstbestendige bezoekerseconomie waarin zowel de levendigheid als de leefbaarheid worden versterkt en de balans daartussen behouden blijft. Verder staat in de visie aangegeven dat samenwerking nodig is tussen (binnenstad) bewoners, ondernemers, betrokken organisaties en de gemeente om een toekomstbestendige bezoekerseconomie mogelijk te maken. Op deze manier komen de belangen van alle betrokken partijen bij elkaar.
Het college voert een verkenning uit naar de vorm waarop deze
samenwerking in Leiden het beste georganiseerd kan worden. Om op zowel positieve als negatieve ontwikkelingen in de bezoekerseconomie te kunnen reageren met zogenoemd ‘adaptief beleid’ (beleid wat aangepast wordt op de situatie), wil het college bezoekers en overlast meer gaan monitoren. Het voornemen is om een structurele dataverzameling hiervoor op te zetten. 6g
De inspreker is van mening dat de visie op de bezoekerseconomie niet tot stand is gekomen met inbreng van de stad. Er wordt gesteld dat een relatief beperkt aantal belanghebbende ondernemers, ambtenaren, ingehuurde ‘deskundigen’, belangenbehartigers en marketeers betrokken is geweest. De inspreker vraagt om verduidelijking van de vertegenwoordiging van binnenstadbewoners en om een uitleg waarom bepaalde bewonersverenigingen wel of niet zijn uitgenodigd om deel te nemen aan de participatie.
6h
De inspreker is van mening dat er jargon wordt gebruikt waardoor de visie slecht leesbaar is. Ook wordt de suggestie gedaan om hyperlinks toe te voegen bij verwijzingen naar andere beleidsdocumenten zodat de leesbaarheid wordt vergroot. De inspreker is van mening dat de definitie van de termen ‘bezoekerseconomie’ en ‘bezoekers’ onleesbaar is.
Het college is van mening dat de visie is opgesteld volgens het participatieplan. Deze is opgesteld volgens de Participatie- en inspraakverordening 2019. Het plan geeft aan dat alle belanghebbende partijen op gelijke wijze zijn betrokken. Dit is gedaan via het online platform DoeMee en via de stadsbijeenkomsten. Iedereen in de stad is uitgenodigd en in staat gesteld om mee te doen.
Geen gevolgen.
Het college is van mening dat beleidsstukken goed leesbaar moeten zijn voor iedereen, daarom worden de suggesties van de inspreker overgenomen voor verbetering van de leesbaarheid.
In de nota wordt jargon aangepast en er worden hyperlinks toegevoegd naar andere beleidsdocumenten.
De definitie van de termen ‘bezoekerseconomie’ en ‘bezoekers’ zijn gebaseerd op die van de United Nations World Tourism Organization, een internationaal erkende organisatie op het gebied van duurzaam toerisme. Aanvullend heeft het college ervoor gekozen om ook de
Zie verder de aanpassing n.a.v. inspraak 5b.
6i
Naar aanleiding van het percentage van bezoeken aan detailhandel dat genoemd wordt in de visie, wordt door de inspreker opgemerkt dat dit vooral ook eigen inwoners en regiobewoners zullen zijn en dus geen bezoekers.
Leidenaren en regiobewoners mee te nemen in de definiëring van bezoekers. Zie verder de reactie van het college op inspraak 5b.
De inspreker is van mening dat de toeristenbelasting tot minimaal € 7,00 dient verhoogd dient te worden. Deze belastingopbrengst behoord voor algemene middelen te worden aangewend, dus voor zaken waar alle Leidenaars belang bij hebben. De inkomsten horen niet voor de marketing van Leiden en ten behoeve van bedrijven bestemd te worden. Financiering van organisaties als Leiden Marketing, Centrummanagement Leiden, ESOF, Leiden Conventionbureau dient zo spoedig mogelijk en geheel afgebouwd te worden.
Het college stelt dat het Handelshuis waaronder de organisaties Leiden&Partners (voorheen Leiden Marketing)/ Leiden Conventionbureau /Centrummanagement Leiden en Cultuurfonds Leiden vallen, en het Euro Science Open Forum met Leiden als European City op Science in 2022, ervoor zorgen dat de stad bruist en internationaal op de kaart staat, dat ondernemers in staat om goed te kunnen ondernemen in Leiden en dat culturele organisaties kunnen floreren. De gemeente heeft de inzet van deze uitvoeringspartners nodig voor de ontwikkeling van de stad. Zie verder ook de reactie van het college op inspraak 2a en 2b.
De inspreker geeft daarnaast de suggestie om de gemeentelijke subsidie die voor de European City of Science is gereserveerd, te spenderen aan een museumjaarkaart voor kansarme en lage inkomensgroepen in Leiden.
Daarnaast stelt het college dat het huidige tarief van de toeristenbelasting al wordt verhoogd van 2,50 naar 3,50 met ingang van 2022. Het college is niet voornemens deze nog verder te verhogen. De huidige besteding van de opbrengsten uit de toeristenbelasting komt via Leiden&Partners ten goede van de stad en van de Leidenaars, zo stelt het college. Leiden&Partners voert namelijk een breed pakket van taken uit in samenwerking met de partners die van grote waarde zijn voor de stad. Zie ook de reactie van het college op inspraak 2a. Verder heeft de gemeenteraad in 2020 besloten om 15% in 2022 en 2023 en vanaf 2024 30% van de opbrengsten toeristenbelasting naar de
Geen gevolgen.
algemene middelen van de gemeente terug te laten vloeien, die komen in brede zin ten goede aan de stad. 6j
De verbinding tussen internationale bezoekers en internationale bewoners hoort volgens de inspreker niet in de visie op de bezoekerseconomie thuis.
Het college is van mening dat internationale kennis wel thuis hoort in een visie op de bezoekerseconomie. Daarnaast is het een belangrijke basis is voor de economie van onze stad. De visie van het college hierop staat verwoord in de nota Visie internationalisering 2020.
6k
De inspreker is van mening dat de gemeente grootschalig dag- en waterbezoek niet kan voorkomen. Ook bestrijdt de inspreker dat de huidige omvang van waterrecreatie een beperkt negatief effect heeft op de leefbaarheid. Zo wordt genoemd dat binnenstadbewoners en wijkverenigingen klagen over geluidsoverlast en vervuiling vanuit watertoerisme. Bewoners van woonboten hebben last van te hard varende passanten, terwijl taluds en beschoeiingen worden beschadigd. De inspreker trekt de mogelijkheid om op te treden hiertegen door de gemeente in twijfel.
Het college ziet in dat komst van bezoekers aan Leiden onvermijdelijk is, want Leiden is een aantrekkelijke stad om in te wonen, werken en ook recreëren. De vraag is hoe we met deze bezoekers om willen gaan als stad. Door specifiek niet in te zetten op grootschalig watertoerisme en grootschalige dagbezoeken (in groepsverband) wil het college een situatie waarin overlast ontstaat in deze deelmarkten voorkomen. Daar waar mogelijk worden de voorwaarden van vergunningverlening en de handhaving daarop gebruikt om overlast tegen te gaan. Zo heeft de gemeente in de afgelopen zomer deelgenomen aan de landelijke pilot ‘Domein overstijgend werken’, waarin een aantal BOA’s op het water enkele extra bevoegdheden kregen om beter te kunnen optreden. De prioriteiten voor handhaving worden jaarlijks vastgesteld in het Uitvoerings Programma Handhaving. Verder houdt de gemeente een communicatiecampagne om bezoekers per water op te roepen tot goed gedrag. Daarnaast wordt spreiding van bezoekersactiviteiten gebruikt om overlast door bezoekersconcentraties te voorkomen.
Geen gevolgen.
Om bezoekers en overlast te monitoren is het voornemen een structurele dataverzameling hiervoor op te zetten. Tot slot wordt in de visie genoemd dat de gemeente niet alleen kan zorgen voor een toekomstbestendige bezoekerseconomie. Hiervoor is structurele samenwerking nodig tussen alle betrokken partijen. 6l
7
De inspreker gaat in op de concept ‘Beleidsnota Toeristische verhuur van woonruimte’ en pleit ervoor dat de toeristische verhuur van woonruimte niet wordt toegestaan. Ondanks de meld- en registratieplicht van hurende bezoekers sluit de inspreker niet uit dat er toch illegale verhuur van woningen zal plaatsvinden. Daarnaast zal ook de legale verhuur van woningen tot overlast voor buurtbewoners door aankomende en vertrekkende bezoekers. Verder is de inspreker van mening dat de ‘Beleidsregels onttrekking en woningvorming 2019’ ruimte biedt voor verkamering, wat ook weer de deur open zet voor al dan niet illegale toeristische verhuur. Daarom moet aan de voortdurende verkamering van bestaande woonruimte een eind worden gemaakt.
Bezoekers die in onze stad blijven overnachten, hebben momenteel de keuze tussen hotels en bed & breakfasts. In het huidige hotelbeleid van de gemeente is aangegeven dat er te weinig overnachtingsgelegenheid is om in de behoefte te voorzien. Tegelijkertijd is er momenteel nog geen zicht op de locaties waar toeristische verhuur plaats vindt.
De inspreker vindt dat het in Leiden al te druk is en is tegen een verdere groei. Hiervoor verwijst de inspreker naar inspraak 6.
Het college is van mening dat leefbaarheid en levendigheid in de stad in balans waren de COVID-19 pandemie. Daarom wordt in de visie gestreefd naar herstel van de bezoekerseconomie naar het niveau van
Geen gevolgen.
Daarom stelt het college aan de raad voor om het mogelijk te maken dat eigenaren van woningen -in beperkte mate- ook hun woonruimte aan toeristen kunnen gaan verhuren (bijvoorbeeld via Airbnb). Eigenaren dienen zich te registreren en mogen de woning voor maximaal 30 overnachtingen per jaar verhuren. Hierop zal de gemeente handhaven. Bij overtreding van de regels riskeert de woningeigenaar een boete. Door dit beleid heeft de gemeente tegelijkertijd ook zicht op locaties waar toeristische verhuur plaats vindt zodat er ook gereguleerd en gehandhaafd kan worden. Geen gevolgen.
voor de pandemie. Na het herstel moet de bezoekerseconomie zich toekomstbestendig kunnen ontwikkelen, met behoud van de balans tussen leefbaarheid en levendigheid. De ambitie is dus niet gericht op exponentiële groei. 8a
De inspreker onderschrijft inspraak 6. De inspreker is van mening dat het college een voorbeeld moet nemen aan centra van steden zoals Amsterdam, of Barcelona of Venetië. De laatste stad is verworden tot een verdienmodel in plaats van een plek waar mensen willen wonen.
Het college geeft aan dat de balans tussen leefbaarheid en levendigheid voor de COVID-19 pandemie in balans was in de stad. Daarnaast is het jaarlijks aantal bezoekers dat in Leiden overnacht en dus van verder weg komt dan uit de regio of uit Leiden zelf, niet vergelijkbaar met het aantal in de stad Amsterdam of Venetië. In bijlage 1 van de visie ‘Analyse en Kiezen voor een bezoekerseconomie vindt de inspreker keuzerichtingen’ staat dit verder toegelicht op pagina 27 onacceptabel omdat het zich eenzijdig richt op het trekken - 29. van bezoekers. De meerwaarde van meer bezoekers is er volgens de inspreker niet. Daarnaast stelt het college dat de visie op de bezoekerseconomie niet gericht is op meer bezoekers of Wordt de keuze voor meer bezoekers toch gemaakt, dan groei van de bezoekerseconomie. De visie is gericht op zouden de gevolgen hiervan onderzocht moeten worden een toekomstbestendige bezoekerseconomie, wat volgens de inspreker. Niet alleen voor de economie, maar betekent dat we herstel voorzien van het aantal ook voor het welzijn. Ook moet onderzocht worden wat bezoeken van voor de COVID-19 uitbraak en daarna een de kosten en wat de opbrengsten zijn, en waar die ontwikkeling van de bezoekerseconomie binnen een opbrengsten terecht komen. selectie van deelmarkten met de hoogste maatschappelijke en economische waarde en de minste negatieve impact.
Het college is van mening dat de keuzes in de visie op de bezoekerseconomie juist gebaseerd zijn op zowel de economische als de maatschappelijke meerwaarde ervan. De nota ‘Visie op de bezoekerseconomie van Leiden’ is namelijk gebaseerd op inzichten uit het
Geen gevolgen.
onderzoek naar de huidige stand van de bezoekerseconomie in Leiden, uitgevoerd door onafhankelijk adviesbureau ZKA. Het onderzoek kijkt terug op de ontwikkelingen in de afgelopen jaren als het gaat om aantallen bezoeken, de dynamiek in deelmarkten van de bezoekerseconomie, maar ook trends in overlast en of deze te relateren valt aan de bezoekerseconomie, trends in leefbaarheid. Het college is van mening dat de uitkomsten van dit onderzoek voldoende basis biedt voor de visie. Daarnaast is de visie is de ambitie opgenomen om in de toekomst nog beter en breder te monitoren. De monitor zal breder en structureler dan nu, data verzamelen en analyseren over bezoekers en hun activiteiten, en ook over overlast die aan de bezoekerseconomie te relateren valt. Zie ook de reactie van het college op inspraak 6b. Op basis van ontwikkelingen die hieruit zichtbaar worden -in positieve of negatieve zin- kan het beleid worden aangepast, dit noemen we adaptief beleid. Het college stelt dat dit de nodige inzichten geeft om op basis daarvan aan een toekomstbestendige bezoekerseconomie te kunnen bouwen. Het college ziet daarom geen meerwaarde in het uitvoeren van een extra analyse van de economische en sociale kosten en baten van de bezoekerseconomie. 8b
De inspreker geeft aan dat de overlast van de Singelparkroute een stevige inbreuk maakt op het woongenot van woonachtigen aan deze wandelroute. Ook wordt geluidsoverlast genoemd vanuit boten die tot laat in de avond rondvaren en schreeuwende studenten. Als
Bewoners van Leiden en van de binnenstad die overlast Geen gevolgen. ervaren vanuit de bezoekerseconomie neemt het college serieus. De visie op de bezoekerseconomie heeft daarom als doel een toekomstbestendige bezoekerseconomie waarin zowel de levendigheid als de
de bezoekerseconomie werkelijk op gang komt dan dreigt het centrum van de stad onleefbaar te worden.
leefbaarheid worden versterkt en de balans daartussen behouden blijft. Om de overlast voor direct omwonenden te beperken, neemt het college maatregelen die leiden tot een aanpassing van gedrag en zet het college in op alternatieve routes. Zie verder ook de reactie van het college op inspraak 3.
8c
Leiden is volgens de inspreker de mooiste stad van Nederland. De stad is er voor de bewoners, die elke bezoeker van harte welkom heten. Daarom moet de stad leefbaar blijven. Een leefbare stad trekt vanzelf bezoekers, hieraan hoeft geen financiering besteed te worden.
Het college herkent de gastvrijheid van Leiden. De stad er is er voor bewoners, ondernemers en ook voor bezoekers. Daarom zijn zowel leefbaarheid als levendigheid belangrijk voor de stad. De ambitie in de visie op de bezoekerseconomie is om investeringen te doen in de stad die zowel de leefbaarheid als de levendigheid versterken. Ook het behoud van de kwaliteit van de stad vraagt om investeringen, denk aan het beheer en het onderhoud. Deze investeringen zijn er voor bewoners, bezoekers, ondernemers, werknemers, studenten etc.
Geen gevolgen.
9
De inspreker sluit zich aan bij reactie 6.
Het college verwijst naar de reactie op inspraak 6.
Zie gevolgen bij reactie op inspraak 6.
10
De inspreker onderschrijft reactie 6 en verwijst hiernaar.
Het college verwijst naar de reactie op inspraak 6.
Zie gevolgen bij reactie op inspraak 6.
11a
De inspreker sluit zich aan bij reactie 6.
Het college verwijst naar de reactie op inspraak 6.
Zie gevolgen bij reactie op inspraak 6.
11b
De inspreker mist het uitgangspunt van duurzaamheid.
Het college is van mening dat duurzaamheid al een belangrijk onderdeel is van de visie op de bezoekerseconomie. Vanwege de negatieve impact die bezoekers op het milieu kúnnen hebben, is er in de visie aandacht voor duurzaam vervoer van bezoekers (OV, fiets, lopen), duurzame consumptie en het voorkomen
In de visie wordt toegevoegd dat aangesloten wordt bij de uitgangspunten en de nieuwste inzichten van het United Nations World Tourism Organization, waar aan een duurzame
van zwerfafval. Tegelijkertijd bieden bezoekers met hun investeringen ook een kans om duurzame initiatieven aan te jagen.
ontwikkeling van toerisme wordt gewerkt.
Daarnaast sluit het college aan bij de uitgangspunten van de United Nations World Tourism Organization, zie ook de reactie van het college op inspraak 6e. 11c
De inspreker is van mening dat opbrengsten uit de toeristenbelasting ingezet moeten worden voor de algemene belangen van Leiden.
De huidige besteding van de opbrengsten uit de toeristenbelasting komt via Leiden&Partners (voorheen Leiden Marketing) ten goede van de stad en van de Leidenaars, zo stelt het college. Leiden&Partners voert namelijk een breed pakket van taken uit in samenwerking met de partners die van grote waarde zijn voor de stad. Zie ook de reactie van het college op inspraak 2a. Verder heeft de gemeenteraad in 2020 besloten om 15% in 2022 en 2023 en vanaf 2024 30% van de opbrengsten toeristenbelasting naar de algemene middelen van de gemeente terug te laten vloeien, die komen in brede zin ten goede aan de stad.
Geen gevolgen.
11d
De inspreker constateert dat de woonfunctie van het centrum en omliggende wijken steeds meer ondergeschikt wordt gemaakt aan toerisme en vraagt zich af of er nog aandacht is voor de sociale cohesie in de wijk.
Het college is het oneens met de stelling dat de woonfunctie van het centrum en omliggende wijken ondergeschikt wordt gemaakt aan toerisme. De leefbaarheid en levendigheid waren in balans voor de uitbraak van de corona pandemie. Leiden was en is een prettige stad om in te wonen en tegelijkertijd bruiste het van cultuur, creativiteit, sociale bijeenkomsten en levendigheid, zo staat ook toegelicht in de visie. Daarnaast werkt de gemeente via het Programma Binnenstad al jarenlang op gestructureerde wijze aan een leefbaar en levendig stadscentrum met onder andere investeringen in de kwaliteit van de openbare
Geen gevolgen.
ruimte, groenvoorzieningen, reinigingsdiensten, handhaving van de openbare orde. 11e
De inspreker doet de suggestie om minder vanuit vooronderstellingen te werken om een bepaalde blindheid te vermijden.
Het college is van mening dat de visie op de Geen gevolgen. bezoekerseconomie juist is opgesteld vanuit de beelden die komen uit monitoring en enquêtes. Zie ook de analyse en keuzerichtingen van ZKA in bijlage 1 bij de visie bezoekerseconomie. Daarnaast staat in de visie de ambitie om nog meer data te verzamelen over de bezoekerseconomie en nog structureler dan nu gebeurt. De inzichten die deze data geven kunnen leiden tot aanpassing van het beleid. Zie verder de toelichting in de reactie van het college op inspraak 6b.
12a
De inspreker is van mening dat de balans tussen leefbaarheid en levendigheid in de afgelopen jaren voor grote delen van de binnenstad zoek is geraakt en dat deze eerst hersteld moet worden voordat ingezet wordt op toekomstbestendige bezoekerseconomie. Daarom moet voorrang gegeven worden aan de leefbaarheid.
Het college stelt dat de leefbaarheid en de levendigheid in de stad in balans waren voor de uitbraak van de COVID-19 pandemie.
Levendigheid wordt vaak nog genoemd zonder dat leefbaarheid daarbij wordt gevoegd. Levendigheid is bedoeld voor bezoekers en studenten maar niet voor gezinnen en inwoners van allerlei verschillende soorten leeftijden.
Levendigheid is volgens het college bedoeld voor iedereen en juist ook voor inwoners van Leiden, waaronder, jongeren, ouderen, gezinnen, studenten etc. De Leidse inwoners zijn samen met inwoners vanuit de regio de grootste bezoekersgroep van de stad. Een stad die niet bruist en geen voorzieningen heeft, is niet alleen onaantrekkelijk om te bezoeken, maar ook onaantrekkelijk om in de wonen.
Verder inzetten op de bezoekerseconomie is volgens de inspreker precies wat je vanwege de leefbaarheid niet moet doen. Amsterdam, Barcelona en Venetië zouden afschrikwekkende voorbeelden moeten zijn van waar een enthousiast streven naar een bezoekerseconomie toe leidt.
Doemscenario’s gaan uit van het verlies van de balans tussen leefbaarheid en levendigheid waarbij toerisme de overhand neemt. Dit is expliciet niet wat nagestreefd wordt in de visie, maar juist wat moet worden vermeden. De visie bezoekerseconomie is daarom niet gericht op meer bezoekers of groei van de
De leefbaarheid in de stad is een belangrijke rode draad door het beleid van de gemeente. De inspraak leidt echter niet tot wijzigingen in de visie op de bezoekerseconomie.
De inspreker stelt dat dit gemeentebestuur niet veel lijkt te geven om het bestaan van eigen bewoners. In alle voorstellen komt namelijk ‘leefbaarheid’ voor, maar het bestuur lijkt niet echt bereid om die te beschermen. Als voorbeelden worden door de inspreker genoemd het gedogen van verboden Airbnb, het toestaan van zgn. woonvorming en het vrijgeven van hele straten voor verkamering. Leiden verliest zijn sociale cohesie en wordt steeds meer het domein van passanten en steeds minder van inwoners met langere termijn interesse in de stad en bereidheid die te onderhouden. 12b
De inspreker stelt dat de inkomsten die gegenereerd worden door de bezoekerseconomie niet ten goede komen van de inwoners, terwijl de kosten van de bezoekerseconomie wel voor de inwoners zijn.
bezoekerseconomie. De visie is gericht op een toekomstbestendige bezoekerseconomie, wat betekent dat we herstel voorzien van het aantal bezoeken van voor de COVID-19 uitbraak en daarna een ontwikkeling van de bezoekerseconomie binnen een selectie van deelmarkten met de hoogste maatschappelijke en economische waarde en de minste negatieve impact. Met het voorgestelde beleid voor de toeristische verhuur van woonruimte (bijvoorbeeld via Airbnb) wordt juist een mogelijkheid gecreëerd om deze markt beter te kunnen reguleren dan nu het geval is. Het voorgestelde beleid maakt het mogelijk om zicht te krijgen op de locaties waar het gebeurt. Zie ook de reactie van het college op inspraak 6l. Het college is van mening dat de huidige besteding van de toeristenbelasting wel ten goede komt aan de algemene belangen van de stad Leiden en de inwoners. De huidige besteding van de opbrengsten uit de toeristenbelasting komt via Leiden&Partners ten goede van de stad en van de Leidenaars, zo stelt het college. Leiden&Partners voert namelijk een breed pakket van taken uit in samenwerking met de partners die van grote waarde zijn voor de stad. Zie ook de reactie van het college op inspraak 2a.
Verder heeft de gemeenteraad in 2020 besloten om 15% in 2022 en 2023 en vanaf 2024 30% van de opbrengsten toeristenbelasting naar de algemene middelen van de gemeente terug te laten vloeien, die komen in brede zin ten goede aan de stad.
Geen gevolgen.
Kosten die gemaakt worden door de gemeente voor openbare voorzieningen zijn er tegelijkertijd voor zowel de inwoners als de bezoekers, ondernemers, werknemers, studenten etc. Daarnaast maken inwoners een belangrijk onderdeel uit van de bezoekers. Dit betekent dat de kosten niet alleen voor rekening komen van inwoners en ook niet alleen worden gedaan ten behoeve van bezoekers. Opbrengsten uit bestedingen van bezoekers vloeien naar een brede groep van bedrijven (horeca, hotels, detailhandel), culturele organisaties (musea, erfgoedinstellingen), stichtingen (zoals het Leids Gilde) etc. Dit zijn partijen die ook zorgen voor het behoud van de structuur van de stad met voorzieningen voor iedereen. Daarnaast leveren deze partijen werkgelegenheid. 12c
De inspreker is van mening dat er weinig aandacht is voor de overlast vanuit bezoekersvaarverkeer. De gemeente moet een actieve rol innemen om overlast vanuit bezoekersvaarverkeer aan te pakken, zodat de belangrijkste problemen (snelheid, voorrang, alcohol, geluidsoverlast) gehandhaafd worden. Bijvoorbeeld met plaatsing van borden met aanwijzingen over snelheid en geluidsoverlast in de stad, uitbaters van rondvaartboten controleren en zorgen dat verhuurders van boten hun klanten vragen om geen luide muziek af te spelen. Aan herrie en uitlaatgassen van buitenboordmotoren moet volgens de inspreker wat gedaan worden voor de binnenstad. De suggestie is om fossiele brandstoffen te ontmoedigen en elektrische fluisterboten te stimuleren.
Het college vindt aandacht voor overlast en milieuaspecten vanuit vaarverkeer door bezoekers en ook ander vaarverkeer belangrijk. Om die reden is in de visie op de bezoekerseconomie er expliciet voor gekozen om grootschalig watertoerisme vermijden. De voorwaarden van vergunningverlening en de handhaving daarop worden gebruikt om overlast tegen te gaan. Zie verder de reactie van het college op inspraak 6k. De uitwerking van de uitvoering in concrete maatregelen kan echter pas volgen nadat de raad een besluit heeft genomen over de visie met de hoofdrichting. Het college is voornemens om de uitvoering van de visie en bijbehorende maatregelen onder te brengen in al
De suggesties van concrete acties voor aanpak van overlast en milieuverontreiniging vanuit vaarverkeer neemt het college mee in de verdere uitwerking die volgt op het raadsbesluit voor de visie. Deze leiden echter niet tot wijzigingen in de visie.
13
De inspreker verzoekt om meer concrete oplossingen voor vergroening van het Leidse water in de definitieve versie van de visie bezoekerseconomie.
bestaande programma’s en in de uitvoering van bestaand beleid, zoals het klimaatbeleid en het Programma Binnenstad. Daarbij faciliteren we de mogelijkheid om elektrisch varen mogelijk te maken door middel van wallenstroom (elektrische oplaadpunten). Ook de ondernemers in het watertoerisme werken momenteel al aan de verduurzaming van de vloot.
De inspreker sluit zich aan bij inspraak 6.
Het college onderschrijft het belang van een leefbare en goed bereikbare stad voor iedereen. In de visie op de bezoekerseconomie is toegankelijkheid van de openbare voorzieningen daarom een speerpunt waar de gemeente aan wil werken.
Aanvullend daarop is de inspreker van mening dat de gemeente als doel en taak heeft om zorg te dragen voor de inwoners van de stad, deze zijn het belangrijkste sociale, economische en culturele bestanddeel en hebben grote belangen bij een gezond, veilig en welvarend leefklimaat. Bewoners en bezoekers hebben last van slechte begaanbaarheid (hobbels in de weg) in de hele omgeving van de Pieterskerk. Het is de plicht van de gemeente op ervoor te zorgen dat straten goed begaanbaar zijn in het bijzonder voor mensen waarvan de mobiliteit belemmerd wordt. Alvorens er meer bezoekers worden aangetrokken naar de stad. 14a
Onder andere via het mobiliteitsbeleid en het programma Autoluw wordt gewerkt aan goed toegankelijke infrastructuur voor voetgangers en fietsers, óók voor degenen die minder mobiel zijn. Tegelijkertijd zijn de kinderkopjes historisch bestratingsmateriaal. Om die reden zijn ze waardevol in het historisch stadsbeeld.
De inspreker is van mening dat het verstandig is geweest Het college dankt de inspreker voor de positieve reactie om in het afgelopen jaar, toen de bezoekerseconomie stil op het voorstel en het onderschrijven van de gemaakte stond, ons te bezinnen op dit vraagstuk. Gesteld wordt dat keuzes. zonder bezoekers de ziel uit de stad is. Juist de levendigheid zorgt ervoor dat Leiden een aantrekkelijk stad is waar mensen graag wonen en werken. Veel voorzieningen waar Leidenaren zo trots op zijn en zelf hier
De gemeente blijft werken aan de verbetering van de bereikbaarheid van de stad voor iedereen. De inspraak heeft echter geen gevolgen voor de visie op de bezoekerseconomie. Zie verder de gevolgen bij reactie op inspraak 6.
Geen gevolgen.
gebruik van maken, zoals musea, theaters, winkels en horecazaken, zullen zonder bezoekers het niet overleven. Daarmee gaan een hoop banen verloren en vele jaren werk van zoveel Leidenaren teniet wordt gedaan. De inspreker ondersteunt de gemaakte keuzes in de visie op de bezoekerseconomie van inzet op het herstel van de bezoekerseconomie naar het niveau van vóór corona en daarnaast het selectief door ontwikkelen van enkele deelmarkten die een hoge maatschappelijke waarde en een lage negatieve impact hebben. De gemaakte keuzes zijn gebaseerd op feiten en hier is de inspreker specifiek ook blij mee. 14b