CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

210105 Bijlage 4 Nota van beantwoording inspraakreacties

Gemeenteraad 27 januari 2022, gemeente LeidenBij agendapunt: RV 21.0105 Visie op de bezoekerseconomie Leiden 2021-202412.506 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De inspreker werkt graag mee aan het weer opstarten van de bezoekerseconomie en een verdere verbetering daarvan, zodat onze prachtige stad in de toekomst levendig en leefbaar blijft. Ook werkt de inspreker graag mee aan de realisatie van de gestelde ambities en stelt voor om met elkaar in gesprek te gaan over het uitvoeringsprogramma na de vaststelling van de definitieve versie van de visie bezoekerseconomie door de gemeenteraad. De inspreker is bereid om daar op basis van cofinanciering in mee te investeren. In deze gesprekken kan ook de monitoring aan de orde komen die in de visie is opgenomen.

Het college is van mening dat de realisatie van de ambities en doelen uit de visie, niet mogelijk is zonder samenwerking met betrokken belanghebbenden. Het college is daarom ook verheugd met het voorstel van de inspreker voor samenwerking in het herstel van de bezoekerseconomie, de verdere verbetering ervan en in de uitvoering daarvoor, waaronder monitoring van data over de bezoekerseconomie (zie ook de toelichting in de reactie van het college in inspraak 6b). De uitvoering van de visie zal verlopen via bestaande beleidsplannen zoals het Programma binnenstad, het economisch beleid, de Cultuurnota en de Erfgoednota, de Evenementennota en ook via het nieuwe retail- en warenmarktbeleid en het beleid voor toeristische verhuur dat nog vastgesteld moet worden door de raad. Aanvullend voert het college een verkenning uit naar de vorm waarop deze samenwerking in Leiden het beste

De reactie van het college leidt tot een uitnodiging van de inspreker voor deelname aan de verkenning, maar heeft geen wijziging van de nota tot gevolg.

georganiseerd kan worden. Dit is alvast een uitwerking op de ambitie uit de visie. Graag nodigt het college de inspreker uit voor deelname aan de verkenning. 14c

Dat het toeristen van buiten Leiden en de regio zijn die drukte in de stad veroorzaken, blijkt uit de visie niet te kloppen, zo geeft de inspreker aan. De inspreker erkent uiteraard ook de nadelen van de bezoekerseconomie en respecteert de mensen die er negatiever inzitten. De genoemde nadelen wegen volgens de inspreker niet op tegen de voordelen voor onze stad en haar inwoners. Daarnaast weten we nu wat de nadelen zijn en hier kunnen we dus op gaan sturen. De inspreker stelt zich graag beschikbaar om deze regierol samen met de gemeente op zich te nemen, want ook de inspreker wil zo min mogelijk overlast van de bezoekerseconomie.

Het college is van mening dat zowel de leefbaarheid als de levendigheid tegelijk versterkt kunnen worden en wil werken aan het behoud van de balans daartussen. Dit betekent dat zowel de positieve als de negatieve effecten goed in ogenschouw gehouden moet worden. Dit sluit aan bij het uitgangspunt van de inspreker dat er gemonitord moet worden en bijgestuurd als nodig, wanneer negatieve effecten de overhand nemen. Het college neemt de uitnodiging voor samenwerking hierin graag aan.

Geen gevolgen.

14d

De inspreker kan de keuze voor erfgoed & cultuur, de congresmarkt en regionale versterking volgen want deze passen bij het profiel van Leiden. Wel mist in deze opsomming de zakelijk bezoeker die voor onze kenniseconomie komt en niet specifiek voor een congres. Het is belangrijk om ook deze groep te erkennen om te kunnen duiden op welke manier zij de stad gebruiken en bijdragen aan de lokale economie.

Het college dankt de inspreker voor ondersteuning van de gemaakte keuzes voor inzet op erfgoed & cultuur en de congressenmarkt.

Het speerpunt ‘congressenmarkt’ wordt in de visie uitgebreid met de term ‘georganiseerde zakelijke markt’.

De zakelijk bezoeker komt in de visie al voor een belangrijk deel voor. Deze vallen in de deelmarkt congressen en in de deelmarkt van hotelovernachtingen. Zakelijke overnachtingen zijn immers de grootste doelgroep voor onze hotels. Voor de zakelijk bezoeker is het van belang dat er voldoende hotelaanbod is voor zakelijk bezoek, dit maakt al onderdeel uit van de visie op de bezoekerseconomie en ook van de horecavisie. Het college erkent dan ook de waarde van de zakelijk bezoeker. Om de zakelijk bezoeker beter te duiden in de visie, wordt de term ‘georganiseerde zakelijke markt’

toegevoegd. De congresmarkt is hier een belangrijk onderdeel van, naast vergaderingen en beurzen (in de toeristenmarkt die zich richt op de organisatie van zakelijke evenementen wordt ook wel de internationale term MICE hiervoor genoemd, wat staat voor Meetings, Incentives, Conventions en Exhibitions). 14e

De inspreker is van mening dat de gevoerde participatie over het algemeen goed verlopen is maar constateert dat de bewonersvertegenwoordiging eenzijdig was. De inspreker roept het college op om voor een volgende keer meer tijd te steken in de diversiteit van de deelnemende bewoners.

Het college streeft in participatieprocessen naar een zo breed als mogelijke vertegenwoordiging van iedereen in Leiden en neemt de aanbeveling ter harte.

15a

Inspraak 6 wordt over het algemeen ondersteund door de inspreker. De reactie van de inspreker is hier een afgeleide van maar wel autonoom.

Het college reageert op de inspraakreactie als autonome Zie gevolgen bij reactie op reactie en verwijst daarnaast naar de reactie op inspraak inspraak 6. 6.

15b

De inspreker geeft aan zeer weinig terug te zien van het belang van de leefbaarheid en van het beleid dat zou moeten leiden tot een duurzame levendigheid. Leefbaarheid komt enkel voor in de zin van de balans tussen levendigheid en leefbaarheid. De inspreker constateert dat leefbaarheid het ondergeschikte kind is van de levendigheid en zich hier maar naar moet schikken.

Het college benadrukt dat het belang van de leefbaarheid even zwaar weegt als het belang van de levendigheid, hecht grote waarde van behoud van het DNA van de stad en wil een disbalans in alle gevallen vermijden.

Om deze reden streeft het college in de visie geen groei na van de bezoekerseconomie. De keuze is juist gericht op behoud van de leefbaarheid en op een De zorg van de inspreker ligt vooral ook daar waar de nog bezoekerseconomie die aansluit bij het DNA van de stad. te tolereren last van “reuring” overgaat in onaanvaardbare Ten eerste door ervoor te kiezen om de overlast en tevens wanneer door een disbalans het DNA bezoekerseconomie te laten ontwikkelen binnen enkele van de stad zodanig muteert dat Leiden voor ons deelmarkten die passen bij het DNA van de stad en die onherkenbaar wordt. Wanneer veranderingen in DNA tot de minste negatieve impact op de stad hebben en de daadwerkelijke mutaties leiden, zijn deze mutaties grootste positieve bijdrage. Ten tweede om grootschalig

Geen gevolgen.

doorgaans schadelijk zo niet lethaal. Vrij vertaald betekent watertoerisme en grootschalig dagbezoek (in dit dat ongebreidelde bezoekersstromen en daarmee groepsverband) te vermijden. samenhangende economische activiteiten uiteindelijk de duurzaamheid van ‘levendigheid’ teniet zullen doen en de ‘leefbaarheid’ zwaar aantasten. De verwijzing naar de leefbaarometer vindt de inspreker een mate van misleiding. Hieruit zou moeten blijken dat er niets mis is met de leefbaarheid in onder meer de Leidse binnenstad. De inspreker constateert dat de positieve score op de indicator ‘voorzieningen’ de totaalscore op krikt. De inspreker geeft aan dat de score op de indicator ‘fysieke leefomgeving’ in de loop der jaren verminderd is, in een enkele wijk tot ruim onvoldoende. De geldt nog meer voor de score op ‘veiligheid’, die loopt tegen de score ‘slecht’ aan, met name in de uitgaansgebieden. Bij veiligheid speelt het gebrek aan zichtbare en/of actieve handhaving een rol. De nadruk op verbetering/ uitbreiding van voorzieningen vindt de inspreker dan ook bevreemdend. Men zou verwachten dat het college zicht juist gaat richten op verbetering van indicatoren die veel minder scoren, in ieder geval op die welke samenhangen met economische activiteiten incl. de bezoekerskant.

De inspreker constateert dat de visie op de bezoekerseconomie alleen maar gericht is op groei en op balans verstorende leefbaarheid en vraagt zich af waarom. 15c

De inspreker adviseert om voor alle partijen aanvaardbare Het college is van mening dat de realisatie van de werkdefinities te definiëren van zowel ‘levendigheid’ en ambities en doelen uit de visie, niet mogelijk is zonder ‘leefbaarheid’. Geef een concrete beschrijving van de samenwerking met betrokken belanghebbenden.

De reactie van het college leidt tot een uitnodiging van de inspreker voor deelname aan de

onderlinge samenhang en preciseer hoe en wanneer deze twee entiteiten als zijnde in balans en elkaar wederzijds versterkend kunnen worden beschouwd. De inspreker vraagt hoe het college de adaptieve benadering die in de visie wordt geambieerd voor zich ziet. Met welke gegevens van welk type gaan samenwerkende partners precies aan de slag om vast te stellen of er al dan geen beleidswijzigingen nodig zijn? En hoe komen wijzigingen dan precies tot stand, net als gedurende het participatietraject met adviezen van de economische actoren waarna de bewoners voor de vorm ook nog wat mogen roepen?

Daarom is in de visie de ambitie opgenomen voor een structurele en gestructureerde samenwerking tussen de betrokken partijen in Leiden. Als uitwerking van de visie voert het college een verkenning uit naar de vorm waarop deze samenwerking in Leiden het beste georganiseerd kan worden. Binnen deze samenwerking kunnen ook voor alle aanvaartbare werkdefinities worden vormgegeven. Graag nodigt het college de inspreker uit voor deelname aan de verkenning.

verkenning, maar heeft geen wijziging van de nota tot gevolg.

Een verdere uitwerking van ambities naar uitvoering volgt nadat de gemeenteraad een besluit heeft genomen over de visie.

De inspreker mist een toelichting op de manier waarop een samenwerkingsverband dat zich over de vraag moet buigen of, en welke aanpassingen wanneer nodig zouden zijn eruit zou moeten zien en met welke gegevens zij dan moeten werken. 15d

Waarom de ‘toekomstbestendige bezoekerseconomie’ grote economische en maatschappelijke meerwaarde voor Leiden zou hebben, wordt volgens de inspreker niet inzichtelijk gemaakt. Dat geldt nog meer voor de opmerking dat de bezoekerseconomie zich zou richten op de versterking van levendigheid en de leefbaarheid. Waarom de ‘levendigheid’ van de op één na dichtstbevolkte stad van Nederland versterking behoeft wordt niet beargumenteerd. En dat daardoor de stedelijke ‘leefbaarheid’ een oppepper zou krijgen is niet duidelijk.

Het college verwijst naar de argumenten die genoemd worden in de visie bezoekerseconomie, die tonen dat de bezoekerseconomie zowel van economische als maatschappelijke waarde is voor Leiden en dat beiden elkaar versterken. We noemen hier drie belangrijke. Ten eerste kunnen we de jaarlijkse toegevoegde waarde van de bezoekerseconomie ramen op c.a. €450 mln. en de bezoekerseconomie levert zo’n 10.000 banen op. Deze economische (euro’s en banen) en maatschappelijke (werkgelegenheid) waarde voor de stad acht het college niet gering. Ten tweede houden bezoekers de gedeelde faciliteiten in stand, denk aan de bezoekers die nodig

Geen gevolgen.

De inspreker is van mening dat het college zich op glad ijs bevindt doordat zij van mening is dat ‘dankzij de bestedingen van bezoekers de gemeente kan investeren in de leefbaarheid en met name in de voorzieningen van de stad’. De inspreker heeft aan dat bezoekers alleen via de toeristenbelasting meebetalen aan belastinggelden en dat de opbrengsten hiervan geheel gaan naar Leiden Marketing. Daarnaast zijn het overgrote deel van de aan de economie bijdragende bezoekers de inwoners van Leiden, gemeentelijke belastingbetalers die het gros bijdragen aan de voorzieningen. De inspreker adviseert om een zowel kwalitatieve als kwantitatieve economische en sociale kosten/batenanalyse uit te voeren die een concrete en voor alle partijen duidelijk inzichtelijke onderbouwing verschaffen voor te kiezen beleidsrichtingen. Specificeer zowel de baten als de kosten. Geef hierbij ook aan wat de exacte kosten mitigerende maatregelen zullen zijn, inclusief handhaving, en hun kosten voor het belastingbetalende Leidse publiek. Doe dit laatste ook voor de beleid stimulerende maatregelen voor het binnenhalen van baten door private partijen (ondernemers, investeerders).

zijn om deuren van musea open te kunnen houden en om de horeca en detailhandel in stand te houden. Denk daarnaast ook aan investeringen in het fijnmazig netwerk van OV waarvan zowel bezoekers als de inwoners van Leiden gebruik van kunnen maken. In de visie staan nog meer voorbeelden genoemd. Deze faciliteiten geven de stad een aantrekkelijk leefklimaat, vergroten ook de aantrekkingskracht op nieuwe bedrijfsvestigingen in andere (hoogwaardige) branches (denk bijv. aan het snelgroeiend biomedisch cluster op het Leiden Bio Science Park). Ten derde zorgen bezoekers met hun interesse en nieuwsgierigheid voor levendigheid in de stad, een stad waarop we trots kunnen zijn dat we die kunnen delen. De huidige besteding van de opbrengsten uit de toeristenbelasting komt via Leiden&Partners (voorheen Leiden Marketing) ten goede van de stad en van de Leidenaars, zo stelt het college. Leiden&Partners voert namelijk een breed pakket van taken uit in samenwerking met de partners die van grote waarde zijn voor de stad. Zie ook de reactie van het college op inspraak 2a. Verder heeft de gemeenteraad in 2020 besloten om 15% in 2022 en 2023 en vanaf 2024 30% van de opbrengsten toeristenbelasting naar de algemene middelen van de gemeente terug te laten vloeien, die komen in brede zin ten goede aan de stad.

Verder stelt het college dat de nota ‘Visie op de bezoekerseconomie van Leiden’ gebaseerd is op inzichten uit het onderzoek naar de huidige stand van de bezoekerseconomie in Leiden, uitgevoerd door

onafhankelijk adviesbureau ZKA. Het onderzoek kijkt terug op de ontwikkelingen in de afgelopen jaren als het gaat om aantallen bezoeken, de dynamiek in deelmarkten van de bezoekerseconomie, maar ook trends in overlast en of deze te relateren valt aan de bezoekerseconomie, trends in leefbaarheid. Het college is van mening dat de uitkomsten van dit onderzoek voldoende basis biedt voor de visie. Daarnaast is de visie is de ambitie opgenomen om in de toekomst nog beter en breder te monitoren. De monitor zal breder en structureler dan nu, data verzamelen en analyseren over bezoekers en hun activiteiten, en ook over overlast die aan de bezoekerseconomie te relateren valt. Zie ook de reactie van het college op inspraak 6b. Op basis van ontwikkelingen die hieruit zichtbaar worden -in positieve of negatieve zin- kan het beleid worden aangepast, dit noemen we adaptief beleid. Het college stelt dat dit de nodige inzichten geeft om op basis daarvan aan een toekomstbestendige bezoekerseconomie te kunnen bouwen. Het college ziet daarom geen meerwaarde in het uitvoeren van een extra analyse van de economische en sociale kosten en baten van de bezoekerseconomie. 15e

De inspreker mist een voorstel voor een monitoringskader met éénduidige, concrete indicatoren, dat hoort bij een zich aanpassend (‘adaptief’) beleid. De inspreker adviseert een concreet monitoringssysteem op te zetten t.b.v. voor implementatie van het voorgenomen adaptieve beleid en vraagt om formulering van een set van éénduidige indicatoren die gevolgd kunnen worden en waarvan het

Om op zowel positieve als negatieve ontwikkelingen in de bezoekerseconomie te kunnen reageren met zogenoemd ‘adaptief beleid’ (beleid wat aangepast wordt op de situatie), wil het college bezoekers en overlast meer gaan monitoren. Het voornemen is om een structurele dataverzameling hiervoor op te zetten. De opzet hiervan volgt op het raadsbesluit van de

De opzet van een monitoringssysteem is een uitwerking van de visie en zal daarom niet leiden tot aanpassingen in de nota.

verloop al dan niet tot noodzaak voor aanpassingen kunnen leiden. Neem zulks op in het visiedocument. Bedeel bewoners (en hun verenigingen) in het samenwerkingsverband dat zich moet buigen over de vraag of beleidsaanpassingen (en welke) nodig zijn een rol toe die gelijkwaardig is aan die van de economische actoren.

bezoekerseconomie en ziet het college als een uitwerking van de visie.

15f

De inspreker is van mening dat de visie op de bezoekerseconomie ontoegankelijk, verhullend en daardoor ondemocratisch taalgebruik bevat.

Het college is van mening dat beleidsstukken goed toegankelijk moeten zijn voor iedereen, daarom wordt de suggestie van de inspreker overgenomen voor toegankelijker taalgebruik.

Jargon en onduidelijk taalgebruik worden in de nota aangepast.

15g

De congressenmarkt voegt toe aan de stad volgens de inspreker. De inspreker stelt dat tegelijkertijd ook een voorschot wordt genomen op de sloop van het Doelencomplex, voor het realiseren van een ‘Humanities campus’ met congresruimte. De inspreker vindt het zeer ongepast dat dit in de visie is opgenomen.

Het college is van mening dat in de visie op de bezoekerseconomie geen voorschot wordt genomen op de sloop van het Doelencomplex.

Geen gevolgen.

De huidige dataverzameling en monitoring van de gemeente, genaamd ‘Leiden in cijfers’, kan bijvoorbeeld worden uitgebreid door ook gegevens over vervoersmodaliteiten die bezoekers gebruiken, inzichten in druktepatronen en bezoekersaantallen binnen specifieke gebieden op specifieke momenten en aangevuld met een dashboard waarin gegevens gecombineerd worden en ook goed ontsloten. De beelden die hieruit komen kunnen leiden tot aanpassingen in het beleid (dit noemen we adaptief beleid). Zo kunnen we bijvoorbeeld over gaan tot vermindering of betere spreiding van bezoekersactiviteiten over de stad in het geval dat blijkt dat de overlast toeneemt. Het nieuwe evenementenbeleid is hier bijvoorbeeld al op ingericht. In de uitwerking zal ook een set van éénduidige indicatoren opgenomen worden waarvan het verloop al dan niet tot noodzaak voor aanpassingen kunnen leiden.

Verder stelt het college dat de informatie op websites onder gemeentelijk beheer niet tot grootschalig bezoek

De inspreker constateert dat in de visie de keuze staat om grootschalig watertoerisme te vermijden. Tegelijkertijd wordt watertoerisme ook gepromoot op websites. Dit vindt de inspreker tegenstrijdig. Ook geeft de inspreker aan dat er momenteel al veel overlast wordt ervaren vanuit het watertoerisme. 15i

De inspreker bestrijdt de conclusie dat het legitiem is om de bezoekerseconomie uit te werken omdat het aantal meldingen van overlast in de afgelopen jaren slechts licht is gestegen. Omdat het cijfers zijn die over de gehele stad gaan en niet specifiek over deelgebieden, vindt de inspreker dit een vertekend beeld. Daarnaast zijn inwoners moe van het maken van meldingen omdat er in de meeste gevallen niets mee gedaan wordt. De inspreker geeft aan dat in het participatietraject het volgende is voorgesteld: 1) preventieve en actieve handhaving op straat tot na sluitingstijden van de horeca, 2) huidige fasering van sluitingstijden tot 4 uur ’s nachts afschaffen en terugbrengen tot één vroeger moment, en 3) een verbod op nachtelijke alcoholverkoop door 24/7 eetgelegenheden ter voorkoming van alcoholgebruik op straat. De inspreker concludeert dat hierop niet is ingegaan en constateert dat deze ‘gezellige’ zaken gezien worden als ‘aantrekkelijkheden’ voor zowel bewoners als bezoekers.

per sloep oproept. Wel wordt er gerichte informatie gegeven voor bezoek aan de stad via grotere schepen, waarbij gewezen wordt op de voorzieningen van de gemeentelijke passantenhaven. Vandaaruit kunnen bezoekers te voet of per fiets de stad verder verkennen. Verder is er vanuit de gemeente een communicatiecampagne om bezoekers per water op te roepen tot goed gedrag. Uit bijlage 1 van de visie ‘Analyse en keuzerichtingen ZKA’ (zie blz. 38 & 39) blijkt dat binnenstadsbewoners meer overlast ervaren van onderdelen van de bezoekerseconomie dan bewoners in wijken buiten de binnenstad. Bewoners van Leiden en van de binnenstad die overlast ervaren vanuit de bezoekerseconomie neemt het college serieus. Zowel in de visie op de bezoekerseconomie als in het participatieverslag in de bijlage, zijn deze signalen dan ook meegenomen, samen met signalen vanuit andere betrokken partijen. De visie op de bezoekerseconomie heeft als doel een toekomstbestendige bezoekerseconomie waarin zowel de levendigheid als de leefbaarheid worden versterkt en de balans daartussen behouden blijft. Verder staat in de visie aangegeven dat samenwerking nodig is tussen (binnenstad) bewoners, ondernemers, betrokken organisaties en de gemeente om een toekomstbestendige bezoekerseconomie mogelijk te maken. Op deze manier komen de belangen van alle betrokken partijen bij elkaar.

Zie ook de reactie van het college op inspraak 15c.

Geen gevolgen.

Om op zowel positieve als negatieve ontwikkelingen in de bezoekerseconomie te kunnen reageren met zogenoemd ‘adaptief beleid’ (beleid wat aangepast wordt op de situatie), wil het college bezoekers en overlast meer gaan monitoren. Het voornemen is om een structurele dataverzameling hiervoor op te zetten. Zie ook de reactie van het college op inspraak 15e.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10752171/1