210103 Bijlage 5 Uitkomsten enquete Noorderkwartier Oost
Tekst van het document
Noorderkwartier Oost Resultaten enquête doemee.leiden.nl
BELEIDSONDERZOEK I info@leidenincijfers.nl I www.leidenincijfers.nl
1.
Inleiding
In Noorderkwartier Oost wordt de openbare ruimte opnieuw ingericht en er komt een gescheiden rioolstelsel. De wateroverlast wordt aangepakt en er wordt ingespeeld op de veranderingen van het klimaat. De wijk wordt mooier, netter en groener. De Julianastraat en de Anna Paulownastraat zijn als eerste aan de beurt (fase 1). Het ontwerp voor deze straten is klaar. Dit najaar wordt gestart met deze werkzaamheden, we verwachten na zes maanden klaar te zijn. Nu is het tijd voor het ontwerp van de rest van de straten (fase 2). Voor het ontwerp van deze straten heeft de gemeente Leiden input gevraagd van bewoners door middel van de vragenlijst ‘Noorderkwartier Oost’. Van 14 juli t/m 7 september 2020 konden mensen via het platform DoeMee (www.doemee.leiden.nl) deze vragenlijst invullen. In dit rapport staan de resultaten van de vragenlijst. 2.
Respondenten
In totaal hebben 84 mensen de vragenlijst ingevuld. De grootste groep respondenten leeft in een huishouden zonder kinderen (42%) (zie Figuur 1). Bijna een derde is alleenstaand (30%) en ruim een vijfde (21%) leeft in een huishouden met kinderen. De andere mensen leven in een gedeeld huishouden met volwassenen (studenten e.d.) (5%) of hebben deze vraag niet beantwoord (2%). Figuur 1 Leefsituatie respondenten
WAT IS UW LEEFSITUATIE? Gedeeld huishouden met volwassenen (studenten e.d.); 5%
Niet beantwoord; 2%
Huishouden met kinderen; 21%
Huishouden zonder kinderen; 42%
Alleenstaand; 30%
De leeftijdsgroep die het sterkst vertegenwoordigd is in deze vragenlijst is die van de mensen tussen de 26 en 35 jaar (36%) (zie Figuur 2). Daaropvolgend komen de leeftijdsgroepen van 36 tot 50 jaar (29%) en 51-65 jaar (20%). De andere mensen zijn 66 jaar of ouder (8%), 18-25 jaar (6%) of de leeftijd is niet ingevuld (1%).
1
Figuur 2 Leeftijd respondenten
WAT IS UW LEEFTIJD? 66 of ouder; 8%
Niet beantwoord; 1% 18-25; 6%
51-65; 20%
26-35; 36%
36-50; 29%
3.
Wat respondenten belangrijk vinden in het ontwerp van de wijk
Bij het ontwerpen van de wijk vinden respondenten het vooral belangrijk dat er meer ruimte is voor groen in hun wijk (68%) (zie Figuur 3). De meerderheid van de mensen vindt het belangrijk dat er voldoende parkeergelegenheid is (52%) en een derde vindt het belangrijk dat er meer plek komt om fietsen te stallen. Dat er meer ruimte moet komen waar inwoners elkaar kunnen ontmoeten wordt het minst vaak gekozen (17%). Het was bij deze vraag mogelijk om meerdere antwoorden te kiezen, het totaal telt daarom niet op tot 100%. Figuur 3 Wat vindt u belangrijk in het ontwerp van uw wijk?
Wat vindt u belangrijk in het ontwerp van uw wijk? Dat er meer ruimte is voor groen
68%
Dat er voldoende parkeergelegenheid is
52%
Dat er meer plek komt om fietsen te stallen
33%
Dat er meer ruimte is waar inwoners elkaar kunnen ontmoeten
17%
2
4.
Autobezit en gebruik
De meerderheid van de respondenten heeft één of meerdere (bedrijfs)auto’s (55%). In figuur 4 is te zien dat, van de mensen met een auto 43% deze ongeveer evenveel voor werk als voor privé gebruikt. Een vergelijkbaar percentage (41%) gebruikt de auto alleen voor privé. Uitsluitend voor werk wordt de auto het minst gebruikt (15%). Figuur 4 Autogebruik (percentage van de mensen met een auto)
Waarvoor gebruikt u uw auto het meest?
15%
41%
43%
0% Voor werk
5.
Voor privé
100% Voor werk en privé ongeveer evenveel
Parkeerdruk in de wijk
Van de mensen met een auto vindt ongeveer twee derde (67%) dat er op dit moment voldoende parkeerplaatsen zijn (zie Figuur 5). Bijna een derde (30%) vindt dat er te weinig parkeerplaatsen zijn, terwijl een enkeling vindt dat er juist te veel parkeerplaatsen zijn (2%). Figuur 5 Ervaringen met parkeren in de wijk (percentage van de mensen met een auto)
Hoe ervaart u het parkeren in uw wijk?
Het aantal parkeerplaatsen is op dit moment voldoende
67%
Er zijn te weinig parkeerplaatsen
30%
Er zijn teveel parkeerplaatsen
2%
Respondenten is gevraagd om een toelichting te geven als ze het idee hebben dat de parkeerdruk per straat verschilt. De meeste toelichtingen benoemen verschillen in parkeerdrukte per straat. In figuur 6 is aangegeven in welke specifieke straten volgens de respondenten veel parkeerdruk (rood) is en in welke straten juist voldoende plekken (groen) zijn.
3
Figuur 6 Straten in Noorderkwartier Oost met veel of weinig parkeerdruk
Zo is er in de Bernhardkade, richting de Bernardstraat en aan het begin van de Sophiastraat vaak wat meer plek en ruimte. Terwijl er in de Prinsenstraat, Oranjestraat en de Lusthoflaan te weinig plek is. Over de Os en Paardenlaan en de Nassaustraat zijn de meningen verdeeld over de parkeerdruk. Over de Os en Paardenlaan vinden we omschrijvingen van ‘altijd overvol’ tot ‘daar is genoeg ruimte’. De Nassaustraat wordt omschreven als exact genoeg parkeerplaatsen en vaak druk. Een aantal mensen noemt specifieke kenmerken van een straat die kan leiden tot drukte. Zo is het drukker in singels en dwarsstraten, in straten waar mensen meerdere auto’s hebben en waar men gratis kan parkeren. Het is minder druk hoe verder je van het centrum af gaat, waar straten breder zijn en daar waar vergunningen ingevoerd zijn. Tot slot zijn volgens een paar respondenten alle straten vol bezet. Volgens anderen verschilt het per (tijdstip van de) dag: avonden en weekenden zijn drukker. 6.
Hoe kan de parkeerdruk verminderd worden?
In het centrum van Leiden betalen bezoekers tot 21.00 uur 's avonds. In Noorderkwartier Oost betaalt men tot 19.30 uur. Respondenten is daarom gevraagd: “Denkt u dat de parkeerdruk af zal nemen als de betaaltijd in uw wijk ook naar 21.00 uur gaat?” Driekwart van de autobezitters (67%) denkt dat de parkeerdruk niet zal afnemen als de betaaltijd in de wijk verlengd wordt tot 21:00 (zie Figuur 7). Bijna een vijfde (17%) denkt dat dit misschien zal helpen en slechts 1 op de 10 mensen denkt dat het wel zal helpen. De andere autobezitters weten het niet (4%).
4
Figuur 7 Effect betaling tot 21:00 uur op parkeerdruk
ZAL PARKEERDRUK AFNEMEN BIJ BETALING TOT 21:00 UUR? Ik weet het niet; 4% Ja; 11%
Misschien; 17%
Nee; 67%
Gemeente Leiden onderzoekt de mogelijkheid om overdekt te parkeren in de parkeergarage Soestdijkkade (voor een speciaal bewonerstarief). Respondenten is gevraagd: “Zou u daar eventueel gebruik van willen maken?” De meerderheid van de autobezitters (59%) zou hiervan geen gebruik willen maken (zie Figuur 8). Ruim een vijfde (22%) zou dit misschien willen en nog eens een vijfde (20%) ziet dit wel zitten. In de toelichting die mensen konden geven wordt ‘de afstand tot de garage’ als belangrijkste reden genoemd om niet in de garage te willen parkeren: het is te ver van hun huis af. Enkelen geven aan het liefst voor de deur te parkeren en tussen de garage en hun huis is altijd nog een plek dichterbij te vinden.
5
Figuur 8 Behoefte aan parkeergarage Soestdijkkade
WILT U GEBRUIKMAKEN VAN PARKEERGARAGE SOESTDIJKKADE (VOOR EEN SPECIAAL BEWONERSTARIEF)? Ja; 20%
Nee; 59%
7.
Misschien; 22%
Aantal auto’s in de buurt
Van alle respondenten heeft 45% géén auto (zie Figuur 9). 44% heeft één auto en 11% heeft twee auto’s. Niemand heeft drie auto’s of meer. Figuur 9 Aantal auto's per respondent
HOEVEEL AUTO'S HEEFT U? 2 auto's; 11%
geen; 45%
1 auto; 44%
6
In de nieuwe parkeervisie (die voor de zomervakantie wordt/is behandeld door de gemeenteraad) staan plannen om de vergunning voor een 2e en 3e auto duurder te maken. Respondenten met een auto is daarom gevraagd: “Zou u wel bereid zijn om in de garage te staan als dit evenveel kost of goedkoper is dan het tarief voor uw tweede of derde vergunning?” Bijna de helft van de autobezitters (44%) wil de garage wel gebruiken als dit evenveel kost of goedkoper is dan het tarief voor een tweede of derde vergunning (zie Figuur 10). Een vijfde (20%) wil dit misschien, maar 36% wil dit nog steeds niet. De voornaamste reden hiervoor is, net als in een vorige vraag, de afstand; de garage bevindt zich te ver van hun huis. Figuur 10 2e of 3e auto in parkeergarage? (percentage van de mensen met een auto)
2e of 3e auto in parkeergarage?
44%
20%
36%
0%
100% Ja
Misschien
Nee
Op de vraag “Wat vindt u van het aantal auto’s in de buurt?” antwoordt de meerderheid van alle respondenten (54%) dat ze niet vinden dat er te veel auto’s zijn in de buurt (zie Figuur 11). 44% vind wel dat er te veel auto’s zijn. De andere respondenten (2%) hebben deze vraag niet ingevuld. Figuur 11 Ervaringen met auto's in de buurt
Wat vindt u van het aantal auto’s in de buurt?
54%
44%
0%
2%
100%
Ik vind niet dat er teveel auto's in de buurt zijn
Ik vind dat er teveel auto's in de buurt zijn
Niet beantwoord
7
8.
Hoe krijgen we minder auto’s op straat?
Aan alle respondenten is gevraagd om van een aantal oplossingen aan te geven in hoeverre deze volgens hen zullen helpen om minder auto’s op straat te krijgen (zie Figuur 12). Ze konden dit aangeven op een 6-punts-schaal van 1 = ‘helpt niet’ tot 6 = ‘helpt veel’. In de figuur is te zien dat volgens de respondenten de oplossingen ‘het duurder maken van de 2e en 3e vergunning’ het meest zal helpen om minder auto’s op straat te krijgen; bijna een derde van de respondenten (31%) geeft deze oplossing de (hoogste) score 6. De oplossingen een ‘parkeervergunning voor de garage aan de Soestdijkkade voor een speciaal bewoningstarief’ en een ‘betere verbinding maken met openbaar vervoer’ zullen daarna het meest effectief zijn, volgens de respondenten. Minder populaire oplossingen zijn ‘deelauto’s’ (7%) en ‘elektrische deelfietsen in de wijk zetten’ (6%). Figuur 12 Wat denkt u dat helpt om minder auto's op straat te krijgen?
Wat denkt u dat helpt om minder auto's op straat te krijgen? De 2e en 3e vergunning duurder maken Betere verbindingen maken met het openbaar vervoer Parkeervergunning voor de garage aan de Soestdijkkade voor een speciaal bewonerstarief Deelauto's inzetten Elektrische deelfietsen in de wijk zetten 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% 1 helpt niet
2
3
4
5
6 helpt veel
Niet beantwoord
Respondenten konden binnen deze vraag ook zelf oplossingen aandragen om minder auto’s op straat te krijgen. In figuur 13 staat een overzicht van genoemde thema’s die respondenten aandragen in bollen. De bol is groter naarmate het thema vaker genoemd is.
8
Figuur 13 Genoemde thema’s van oplossingen die respondenten aandragen
Vergunningen Een veel genoemde andere oplossing heeft te maken met vergunningen. Zo stellen mensen voor om voor de hele wijk een maximum aantal vergunningen af te geven, of (max. één) vergunning(en) per huishouden uit te geven, geen of andere vergunningen te verlenen aan (grote) bedrijfsauto’s en (eerste) vergunning(en) duurder te maken. Betaald parkeren in de wijk zou ook duurder gemaakt kunnen worden (bijv. voor mensen buiten de wijk). Ook ziet iemand de oplossing in een gratis huurscooter of deelauto wanneer mensen hun parkeervergunning opzeggen. Parkeergarage Het gebruik van een (ondergrondse) parkeergarage is de oplossing die ook veel aangedragen wordt. Een aantal mensen stelt voor om een bepaalde doelgroep (met korting) in de parkeergarages te laten parkeren, zoals grotere auto’s of bedrijfsauto’s, een 2e of 3e auto, vergunninghouders, studenten of bezoekers aan de open ruimtes zoals de kerk en moskee. Daarnaast wordt een aansluiting tussen auto/fiets en OV gebruik geopperd, zoals het combineren van garages met cityshuttles of een P+R waar je je fiets makkelijk kwijt kunt. Openbaar vervoer Het openbaar vervoer op zich wordt door de respondenten ook aangedragen als oplossing, mits het goedkoper wordt en beter aansluit op de behoefte van de bewoners.
De meeste lijnen gaan van en naar het station en er is behoefte aan meer verbindingen met andere wijken en een lijn die met regelmaat over de singel gaat. Autoluwe wijk Een groene en autoluwe wijk maken is een ander thema dat vaak terug komt. Mensen noemen binnen dit thema het autovrij maken van nauwe straten of specifieke zones en minder parkeergelegenheden. In plaats van de parkeerplekken mag er meer groen terug komen. 9
Bedrijfsauto’s Er worden opvallend vaak oplossingen aangedragen om het aantal bedrijfsauto’s in de straat te verminderen, en lijkt hierdoor een specifiek ‘probleem’ voor deze buurt. De werkbussen nemen volgens respondenten veel plek in. Zoals eerder genoemd dragen respondenten de oplossingen aan om geen of andere vergunningen te verlenen aan (grote) bedrijfsauto’s en om bedrijfsauto’s in de garage te plaatsen. Daarnaast stelt iemand een specifieke plek in de wijk voor: waar de Sophiastraat de Nassaustraat en de Lusthoflaan kruisen heb je grote blinde muren: de school en zijkant woonblok. Aantal woningen Een kleiner thema dat terugkomt in de antwoorden heeft te maken met het aantal woningen in de buurt. Zo moet er minder bijgebouwd worden en moet er minder woningsplitsing en kamerbewoning toegelaten worden. Auto’s geen probleem Tot slot geven een aantal mensen aan dat er niet zozeer minder auto’s op straat hoeven. Zij zien voldoende mogelijkheden om te vergroenen met behoud van parkeerplaatsen door de ruimte efficiënter in te richten. Dit kan bijvoorbeeld door duidelijke aanduiding van parkeerhavens en een centrale fietsenstalling.
10
9.
Verwachting aanschaf elektrische auto
Bijna driekwart (73%) van alle respondenten denkt niet dat hij/zij binnen drie jaar over zal gaan op een elektrische auto (zie Figuur 14). Bijna een kwart (24%) van de respondenten denkt van wel. Eén procent geeft aan al een elektrische auto te hebben. De overige respondenten (2%) hebben deze vraag niet beantwoord. Figuur 14 Verwachting aanschaf elektrische auto
DENKT U DAT U BINNEN DRIE JAAR OVERGAAT NAAR EEN ELEKTRISCHE AUTO? Ik heb al een elektrische auto; 1%
Niet beantwoord; 2%
Ik denk het wel; 24%
Ik denk het niet; 73%
10.
Ideeën om zelf groen toe te voegen?
Bewoners kunnen ook zelf groen toevoegen aan de wijk. Een grote groep heeft al een geveltuintje. Respondenten is gevraagd om andere ideeën te delen om de buurt te vergroenen. In figuur 15 is gevisualiseerd welke thema’s relatief het vaakst genoemd worden. Hoe vaker een thema genoemd is, hoe groter de bol. Het meest genoemde idee is ‘verticaal groen’ zoals klimop in een geveltuin. Een ander idee dat vaak genoemd wordt is het toevoegen van bomen, zoals fruit en notenbomen, met boomspiegels, die geadopteerd kunnen worden. Van bestaande en nieuwe bomen kunnen boomspiegels met elkaar verbonden worden. ‘Groene daken’ is ook een idee dat veel genoemd wordt, bijv. op schuurtjes, aanbouwen en een overdekte fietsenstalling met groen dak. Het idee om plantenbakken toe te voegen wordt daarna vaak genoemd. Deze plantenbakken zouden ook gebruikt kunnen worden om verkeer langzamer te laten rijden, bijv. in de plaats van paaltjes, als ze strategisch neergezet worden. De stoepen zijn volgens enkele respondenten vrij breed. Een deel hiervan zou gebruikt kunnen worden voor kruiden, zoals rozemarijn. Perken kunnen ook toegevoegd worden, bijvoorbeeld bij bomen. Bij de overige ideeën worden vooral ideeën aangedragen met betrekking tot het opzetten en onderhouden van het groen, bijv. zaden uitdelen of subsidies op 11
groene daken, onderhoud in samenwerking met scholen (maatschappelijke stage of een bepaalde studierichting) of het betrekken van buurtbewoners. Figuur 15 Ideeën om buurt te vergroenen
11.
Overige suggesties en ideeën voor de herinrichting
In figuur 16 is gevisualiseerd welke suggesties en ideeën relatief het vaakst genoemd worden. In de suggesties en andere ideeën voor de herinrichting komt vooral het thema ‘verkeer en de verkeersveiligheid’ naar voren. Mensen adviseren om aandacht te hebben voor welke routes auto’s door de wijk rijden. Volgens een respondent worden sommige straten bijna niet gebruikt. De Lusthoflaan mag éénrichtingsverkeer worden. Daarnaast heeft een aantal respondenten behoefte aan snelheid-verminderende-maatregelen voor auto’s, zoals drempels, wegversmallingen, km zones of een woonerf voor in bijvoorbeeld de Herensingel en de Sophiastraat. ‘Meer groen’ is het thema wat daarna het vaakst besproken wordt. Zoals het thema al aangeeft zouden de respondenten graag meer groen zien in de wijk. Bij voorkeur wordt er hierbij rekening gehouden met een goede afwatering van hemelwater. Naast groen in het algemeen, wensen een aantal respondenten ook specifiek meer bomen. Bij het toevoegen of vervangen van bomen wordt
12
gepleit om te kiezen voor specifieke bomen die geen viezigheid achter laten op ramen en auto’s, zoals Magnolia’s. De eerder besproken ‘autoluwe wijk’ en een ‘efficiënte inrichting’ komt terug in deze vraag. Opmerkelijk is dat er nu veel vaker over fietsenstallingen gesproken wordt, vergeleken met voorgaande vragen. Indien het in het straatbeeld past zou een fietsenstalling een welkome aanvulling zijn, zodat fietsen netjes gestald kunnen worden in plaats van op de (smalle) stoep. Ander veelbesproken thema is het plaatsen van afvalbakken voor zwerfafval, bijvoorbeeld bij bankjes, en voor hondenpoep. Figuur 16 Suggesties en ideeën voor herinrichting
13