CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

210101 Bijlage 4 Advies LMR Vaststellen Ontwikkelperspectief Leiden-Noord

Gemeenteraad 2 december 2021, gemeente LeidenBij agendapunt: RV 21.0101 Vaststellen Ontwikkelperspectief Leiden-Noord We bouwen voort aan Leiden-Noord4.211 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Leiden, 10 augustus 2021

Aan

De wethouder voor Duurzame Verstedelijking, Ruimte & Wonen, Mw. F. Spijker Stadskantoor gemeente Leiden, Bargelaan 190 2333 CW Leiden

Betreft:

Advies LMR Ontwerp-ontwikkelperspectief Leiden-Noord Inleiding Bij wethoudersbrief van 3 juni 2021 met kenmerk Z/21/3267461 heeft u de Leidse Milieuraad (hierna: "de milieuraad") gevraagd een advies uit te brengen over het Ontwerpontwikkelperspectief Leiden-Noord (hierna “Ontwikkelperspectief LN”). Wij voldoen hierbij aan dit verzoek. We hebben op 3 juni de conceptversie van dit ontwerpontwikkelperspectief ontvangen en op 19 juni 2021 het door B&W vastgestelde Ontwerpontwikkelperspectief Leiden-Noord t.b.v. de inspraak met deadline 12 augustus 2021. U vraagt om specifiek het advies te richten op de aspecten, die van belang zijn voor een duurzame, veilige en gezonde leefomgeving, zoals: a. het toepassen van duurzame materialen en het gebruik van duurzame energie; b. het verbinden van groenroutes en waterlopen en het vergroten van de biodiversiteit en bevorderen het ecologisch netwerk voor flora en fauna; c. het inspelen op klimaatverandering door het voorkomen van wateroverlast en hittestress; d. het bevorderen van bewegen, gezond opgroeien en gezond blijven; e. het stimuleren van ontmoetingen en voorzieningen; f. prioriteit geven aan langzaam verkeer, hoogwaardig openbaar vervoer en toepassing stil asfalt voor afname van geluidsoverlast en minder hinder van o.a. fijnstof.

Zoals u in de adviesaanvraag aangeeft is dit Ontwikkelperspectief LN een verdere uitwerking en detaillering van de concept Omgevingsvisie Leiden 2040 versie 1.1. Over deze versie van de Omgevingsvisie heeft de milieuraad op 8 mei 2021 advies aan u uitgebracht. Op 14 juli j.l. heeft het College B&W haar (uitgebreide) reactie op dit LMR advies gegeven. Wij zullen dan ook in een aantal gevallen verwijzen dan wel voortborduren op ons eerdere advies van 8 mei.

Algemeen Het Ontwikkelperspectief LN is met name in Deel 3 Uitwerkingen per gebied (Hoofdstuk 7 pag. 63 e.v.) concreter dan de Omgevingsvisie. Dat is goed. Maar net als bij de Omgevingsvisie mist de milieuraad concretisering van de doelen voor 2030 / 2040 en een bijbehorend afwegingskader voor het maken van keuzes bij tegenstrijdige belangen met betrekking tot wonen, verkeer en bedrijvigheid (vergroting verhardingen) enerzijds en versterken groen en biodiversiteit (verminderen verhardingen, infiltratie in de ondergrond) en aandacht voor de bodem anderzijds. De bodem komt aan de orde inzake aanleggen warmtenet/warmte rotonde, leidingen (riolering en regenwaterafvoer scheiden), elektriciteitsnetwerk i.v.m. energieopwekking (zonnepanelen), WKO en warmtepompen. De milieuraad mist echter hierbij echter aandacht voor de bodem, als gezonde ondergrond voor bovengrondse biodiversiteit en groenvoorzieningen. Zonder gezond bodemleven geen bestendige biodiversiteit.

Advies Leidse milieuraad over ontwerp ontwikkelperspectief Leiden-Noord

pagina 1 van 9

Centrale thema volgens de milieuraad De manier waarop het Ontwikkelperspectief LN wordt uitgewerkt en wordt geanticipeerd op de toekomst (2040) leidt tot het risico dat de afweging tussen concurrerende belangen niet plaats vindt. Er worden vanuit de verschillende invalshoeken prijzenswaardige perspectieven richting 2040 geschilderd, maar de harde confrontatie waar deze perspectieven met elkaar wringen wordt de facto steeds verder vooruitgeschoven naar de realiseringsfase. En dan is het te laat; dan overwint onherroepelijk het financieel economisch sterkste belang. Concreet: in Leiden Noord tekent zich - als men alle perspectieven overziet - de tegenstrijdigheid af tussen een toevoeging van 2500 woningen op een huidig totaal van ruim 8000 en de versterking van groen/biodiversiteit en het humane gebruik van de openbare ruimten. Dit is niet mogelijk1. Het college geeft aan dat een Ontwikkelperspectief niet de plek voor concretisering van normen en eisen aan de doelen is maar dat die plaats vindt in de gebiedsvisie. Er zijn al een flink aantal gebiedsvisies (soms nog ambitiedocument geheten) zoals bijv. gebiedsvisie Vondelkwartier, gebiedsvisie Stationsgebied en gebiedsvisie Schipholweg. Deze gebiedsvisies bevatten veel goede intenties voor versterken biodiversiteit, beogen groen te verbinden en meer groen toe te voegen maar worden daarmee nauwelijks concreet.

De confrontatie tussen de belangen van de groen-blauwe verbindingen en de versterking van de biodiversiteit enerzijds en de infrastructurele belangen (woningbouw, bedrijven, wegen) anderzijds wordt niet geconcretiseerd. Er worden geen normen aangegeven, geen ondergrenzen gesteld (minimale omvang groen). Ook de gebiedsvisies geven geen inzicht in die confrontatie. Uiteindelijk wordt verwezen naar het nog te ontwikkelen Omgevingsplan Leiden maar dat is er (nog) niet. Ons inziens krijgt daarmee de ontwikkeling en versterking van de biodiversiteit een zwakke positie. Dat vereist ons inziens een krachtige aanpassing van het beleid in deze.

Advies 1 Stel duidelijke, concrete doelen voor 2030/ 2040 inzake de inrichting en het beheer van de ecologische structuur in Leiden Noord. Maak m.n. de minimale omvang en noodzakelijke verbindingen EXPLICIET, en bepaal ook expliciet het benodigde beheer met het oog op het bevorderen van populatiegroottes, habitat diversiteit, en soortendiversiteit in relatie tot spontane ontwikkelingen. Stel een concreet afwegingskader op dat als leidraad dient bij tegenstrijdige belangen (bijv. m.b.t. CROW richtlijnen.

De milieuraad mist een planning op de urgentie; hierdoor worden knelpunten naar de toekomst geschoven. Oude plannen worden onverkort uitgevoerd met verwijzing naar een ouder kaderbesluit. Advies 2 Maak onderscheid wat in 2030 gereed moet zijn en wat in 2040. Hiermee wordt zichtbaar wat urgente zaken en welke niet.

1 De Engelsen hebben daarvoor een mooi spreekwoord:"You cannot eat your pie and have it".

Advies Leidse milieuraad over ontwerp ontwikkelperspectief Leiden-Noord

pagina 2 van 9

Adviezen m.b.t. de gevraagde thema’s a) t/m f) – zie de Inleiding. Ad a. het toepassen van duurzame materialen en het gebruik van duurzame energie In het gebied vindt de nodige nieuwbouw plaats met name langs de Willem de Zwijgerlaan. Dit betreft o.a. hoogbouw van 70m en hoger. Inherent aan deze hoogte is extra materiaalverbruik voor fundering, stabiliteit en veiligheidsvoorzieningen. De benodigde installaties en het daarmee verbonden energieverbruik nemen sterk toe2. Stel eisen aan de projectontwikkelaars voor de minimalisering van het energieverbruik, de maximale toepassing van duurzame energie en het gebruik van duurzame materialen (waaronder circulair materiaalgebruik en/of meer gebruik van houtconstructies). Advies 3 Stel duidelijke, concrete duurzaamheidseisen en inrichtingsprincipes (duurzame materialen, circulaire concepten) aan de projectontwikkelaars en maak concrete in de tijd gebonden afspraken met de corporaties in Leiden-Noord.

Ad b. Het verbinden van groenroutes en waterlopen en het vergroten van de biodiversiteit en bevorderen het ecologisch netwerk voor flora en fauna. Ontwikkelperspectief Bouwsteen 3 Duurzaam en Groen (paragraaf 6.3 vanaf pag. 49) “Leiden-Noord heeft in 2040 een duidelijke en sterke groen- en waterstructuur. Bestaande groengebieden en waterlopen zijn versterkt en via nieuwe groene routes beter met elkaar verbonden. De ruimte voor extra groen en water is gevonden door de beschikbare ruimte anders in te delen en bestaande kansen te benutten. De groen-blauwe structuren vormen de dragers van de (nieuwe) buurten en de wijk als geheel. Het netwerk is onderdeel van de Tweede Groene Ring in Leiden.” De paragraaf stelt voorts dat de verbeterde groen- en waterstructuur bijdraagt aan versterking van de biodiversiteit waarbij juist ook verbindingen via groene routes (“corridors”) voor veel soorten van belang zijn. Gesteld wordt dat aandacht gegeven zal worden aan drie lagen vegetatie (bomen, struiken, kruiden) en zoveel mogelijk met inheemse soorten zal worden gewerkt. Hierbij wordt gestreefd naar verbetering van de openbare ruimte maar ook natuurinclusief bouwen, het ontharden en vergroenen van privétuinen, aanleg van geveltuinen, etc.

De milieuraad juicht de benadering als zodanig toe, met name ook de creatie van corridors die mogelijk met andere betekenisvolle groengebieden in de stad worden verbonden om als zodanig het ecologische netwerk van de stad te versterken. Desalniettemin plaatst de milieuraad wel een aantal kanttekeningen: 1) Het is onduidelijk of er, en welke oppervlakte aan groen wordt nagestreefd. De noodzaak hiervoor wordt naast andere condities mede bepaald door de behoefte van soorten aan een minimum areaal om gezonde populaties te vormen en te onderhouden. In deze is het dan ook van belang om te weten welke “typen” biodiversiteit versterkt zou moeten worden – de eisen voor biodiversiteit van het NL platteland kunnen in grote mate verschillen van die van stadsbiodiversiteit die ook karakteristieken van stenige, heuvel- of berglandschappen kent. Beschikbare ruimte anders indelen (gaat dat lukken?) en “bestaande kansen” (zoals?) benutten is mogelijk verre van voldoende, zeker ook als beoogde corridors de robuustheid moeten krijgen die nodig is om werkelijk functioneel te zijn in het ecologisch netwerk. 2) Vanuit het ecologisch en biodiversiteitpersepctief is een uiterst belangrijk maar zwaar onderbelicht element de bodemkwaliteit. Bodem wordt vooral als belangrijk 2 Zie ook advies LMR ‘Hoogbouw’ dd. 06-03-2019

Advies Leidse milieuraad over ontwerp ontwikkelperspectief Leiden-Noord

pagina 3 van 9

aangemerkt voor wateropname, bouw- en wegondergrond en bodeminfrastructuur zoals kabels en leidingen. Maar niet alleen de fysisch-chemische kwaliteit van bodems maar juist de aanwezigheid van ook een daaraan bijdragende gezonde en vaak soortenrijke bodembiodiversiteit vormt een absolute voorwaarde voor de ontwikkeling en versterking van bovengrondse biodiversiteit: de bomen, struiken, kruiden maar ook tal van diersoorten uit de verschillende hoofdgroepen. 3) Beschikbare ruimte anders indelen en benutten van kansen wordt (uiteraard) ruimtelijk geïnterpreteerd maar kan zich ook vertalen in het creëren van niches voor tal van soorten. Hier komt beheer ook om de hoek kijken. Leiden volgt de CROW beheersystematiek waarbij beeldkwaliteit voorop staat en daarbij is gekozen voor beheer op B-niveau. Dit laatste staat echter veelal op gespannen voet met het versterken van biodiversiteit en ecologische waarden van een gebied. Beeldkwaliteit als streven op dit niveau houdt in Leiden onder meer ook in het bestrijden van “onkruid” in straten en op pleinen terwijl juist deze “stoepplantjes” een significante bijdrage leveren aan biodiversiteitversterking en – tezamen met b.v. privé- en geveltuinen - deel uitmaken van de gewenste corridors.

Advies 4 Hou bij infrastructuur projecten, het anders indelen van beschikbare ruimte en benutten van kansen rekening met vereiste minimum arealen3 en de nodige robuustheid van corridors. Doe dit niet alleen op basis van kennis over de huidige aanwezige biodiversiteit en eventuele aanvulling daarop maar ook met kennis over al bestaande typische stadsbiodiversiteit en te verwachten ontwikkeling daarvan. Neem in deze beschouwing ook zeker eisen voor natuurinclusief bouwen4 mee (b.v. ten behoeve van roofvogels, andere vogelsoorten, vleermuizen, insectensoorten, etc.) en adviseer bij vergroeningsinitiatieven van bestaande bebouwing. In deze zou in principe eerst het beoogde sterke, biodiverse groen-blauwe netwerk op orde gebracht moeten worden waar andere initiatieven omheen worden uitgevoerd, niet andersom.

Advies 5 Benadruk het belang van en bescherm ook bodembiodiversiteit, temeer ook als het onontbeerlijke fundament voor een gezonde bovengrondse biodiversiteit.

Advies 6 Laat bij de keuze van beheertechnieken niet Beeldkwaliteit (en zeker niet op niveau B) prevaleren maar pas die aan bij wat nodig is om daadwerkelijke versterking en bescherming van biodiversiteit te waarborgen. Hierbij moet ook ruimte geboden worden aan “stoepplantjes” (“onkruid” is in deze tijd echt een volledig achterhaald concept).

Advies 7 Zet een wijkgericht educatief en bewustmakingsprogramma op en betrek bewoners bij te maken afwegingen waar dit ontwikkeling van een sterk, biodivers groen-blauw netwerk betreft.

Ad c. Het inspelen op klimaatverandering door het voorkomen van wateroverlast en hittestress. Ontwikkelperspectief Bouwsteen 3 Duurzaam en groen (paragraaf 6.3 vanaf pag. 49) “Door privétuinen, hoven en daken te vergroenen zijn deze beter ingericht op het verwerken van piekbuien en geeft het water minder overlast. Doordat de tuinen minder versteend zijn, zal het water beter infiltreren”. 3 Als het gaat om procentuele verhoudingen is het niet opportuun de Tuin van Noord mee te nemen. Dit is

een tamelijk eigenstandig gebied met nauwelijks of geen een relatie met het grootste deel van Leiden Noord aan de andere kant van de Willem de Zwijgerlaan welke ondanks geplande dwarsverbindingen de wijk ecologisch gezien toch in twee verschillende stukken opdeelt. 4 Gebruik het Leidse puntensysteem voor natuurinclusief bouwen om hierin te sturen. Zie ook advies 10.

Advies Leidse milieuraad over ontwerp ontwikkelperspectief Leiden-Noord

pagina 4 van 9

De milieuraad steunt deze ontwikkelrichting maar stelt kritische vragen ten aanzien van de uitvoerbaarheid. Er wordt niet aangegeven hoe dit wordt bereikt. Ca. 2/3 van de woningen in Noorderkwartier en de Kooi zijn corporatie huurwoningen. Ca. 1/6 zijn particuliere huurwoningen en 1/5 deel zijn koopwoningen. Welke afspraken maakt de gemeente met de corporaties over waterberging en groene daken op de corporatiewoningen? En hoe bereikt de gemeente de eigenaren van koopwoningen en particuliere verhuur? De milieuraad mist een concreet doel waarnaar wordt gestreefd (bijv. percentage platte daken met waterberging of met een groen dak). Ook wordt er geen monitoring van de voortgang gedaan. Hiermee is het vooral wensdenken. Zie ook advies 2 van het milieuraad advies van 8 mei 2021 m.b.t. de ontwerp-Omgevingsvisie Leiden 2040 versie 1.1. Een afwegingskader ontbreekt evenals concrete (gekwantificeerde) doelen. Pag. 51 fig. 15 wateroverlast en bodemdaling (droogte) zijn al langer belangrijke bestaande problemen in Leiden-Noord. De ontwikkelrichting is o.i. zwak geformuleerd en grotendeels afhankelijk van de woningen (platte daken vergroenen en wateropvang). De geschetste maatregelen lijken marginaal effect te gaan opleveren. Afkoppelen riolering is deels (de Kooi) pas in 2040-2050 aan de beurt (pag.49 fig. 12).

Met name NKO (NoorderKwartier Oost) en de Kooi zijn erg kwetsbaar voor hittestress (zie fig. 14). Voor hittestress is inzet op minder verstening en meer groen een (deel)oplossing. Het aanbrengen van vergrootte boomspiegels waarin de bewoners (evt. samen met de gemeente) plantjes poten en deze onderhouden, is in meerdere opzichten een goede oplossing (minder steen en meer sociale ontmoetingen in de buurt. Regie door een wijkbewoner/ wijkregisseur is wel van belang om deze acties duurzaam te maken). Ook aanleg van biodiverse begroeiing op verloren plekken in de wijk zal helpen. In het Ontwikkelperspectief LN wordt verwezen naar de tuin van Noord maar dat is erg gemakkelijk. Maak concrete plannen voor aanleg van nieuw groen in de wijk. Advies 8 Geef concreet de doelen voor 2030/2040 voor waterberging op daken en vergroening van daken aan. Stel een streefpercentage vast voor het aantal platte daken dat dan is ingericht voor waterberging en waarvan de afvoer regenwater is afgekoppeld van de riolering (door infiltratie in de tuin / ondergrond). Maak concrete en tijdgebonden afspraken met de corporaties hierover.

Advies 9 Maak voor de particuliere verhuur en de koophuizen een keuze of je inzet op verleiden m.b.v. subsidies of door regelgeving. Er zijn diverse gemeentes in Nederland die de rioolheffing afhankelijk maken van het percentage versteende oppervlak van een woning. Monitor de voortgang in het bereiken van de doelen voor waterberging en vergroening daken.

Advies 10 Leg ter vermindering van hittestress meer nieuw biodivers groen aan in de wijken zelf. Stel concrete doelen voor 2030/ 2040 en monitor de voortgang,

Natuurinclusief bouwen wordt erg vrijblijvend gepresenteerd. (pag. 50: “bij de diverse bouwprojecten wordt ook gekeken naar de mogelijkheden om klimaat (bedoeld wordt klimaatbestendig) en natuurinclusief te bouwen”). De gemeente Leiden heeft door Arcadis naar voorbeeld van het Haagse puntensysteem een “Leids puntensysteem voor natuurinclusief bouwen5” laten ontwikkelen. In de raadsbrief van 21 januari 2021 (kenmerk 5 Arcadis, 4 december 2020. M. Tillmanns: “Een puntensysteem voor natuurinclusief bouwen”.

Natuurinclusief bouwen wordt hier gedefinieerd als ‘het zodanig oprichten van bouwwerken en de directe omgeving van gebouwen dat natuurwaarden hier baat bij hebben. De maatregelen kunnen hard zijn (bijv. nestkasten) of zacht (bijv. tuinen)’.

Advies Leidse milieuraad over ontwerp ontwikkelperspectief Leiden-Noord

pagina 5 van 9

Z/20/160 7090) wordt aanbevolen de daarin aangegeven maatregelen door middel van inspireren en stimuleren door bewoners en bedrijven te laten implementeren. De milieuraad adviseert een veel krachtiger implementatie van dit puntensysteem dat eenvoudig, maar wel meetbaar en concreet is. U geeft aan dat “het puntensysteem gebruikt kan worden voor de toekomstige belangenafweging in het kader van de Omgevingswet (naar verwachting in werking vanaf 1 januari 2022)”. “U geeft ook aan dat het puntensysteem te gebruiken is als meetinstrument voor bestuurders, beleid, inwoners en bedrijven voor vaststellen huidige en gewenste situatie in wijken”. Dit laatste helpt om de doelen voor biodiversiteit en vergroening te concretiseren en meetbaar te maken. U bepleit implementatie in het instrumentarium in de Omgevingswet.

De milieuraad verwijst ook naar de ervaring in België met het natuurinclusief maken van bedrijfsgebouwen en terreinen6.

Advies 11 Gebruik bij Ontwikkelperspectieven zoals Leiden Noord het Leids puntensysteem om de huidige en gewenste situatie te concretiseren en de doelen meetbaar te maken. Geef een definitie wat natuurinclusief bouwen betekent en aan welke eisen een bouwwerk moet voldoen om zich natuurinclusief te kunnen noemen. Doe dat ook voor klimaatbestendig. Maak deze termen minder vrijblijvend door eisen te stellen.

Ad d. Het bevorderen van bewegen, gezond opgroeien en gezond blijven en ad e. Het stimuleren van ontmoetingen en voorzieningen. par. 6.2: “De Leidse Beweegsleutels gelden als uitgangspunt bij de (her)inrichting van de openbare ruimte, om zo een gezonde leefstijl bij bewoners te stimuleren. Nieuwe groenverbindingen in de wijk zorgen ervoor dat het voor bewoners aantrekkelijker wordt gemaakt om een wandel- of hardlooprondje door de wijk te maken. Voldoende aantrekkelijke speelplekken in de wijk zijn belangrijk zodat kinderen al op jonge leeftijd leren omgaan met andere kinderen en tegelijkertijd werken aan een gezonde levensstijl. …… (pag. 44). De Tuin van Noord en het sportpark zijn in 2040 één van de belangrijkste plekken voor ontmoeting en beweging in de wijk. (pag. 45)”. De milieuraad juicht het toe dat de voorziene groenverbindingen benadrukt worden als een mogelijkheid om het aantrekkelijker te maken voor bewoners om meer te bewegen. Dit geldt zeker ook voor het maximaliseren van het aantal speelplekken voor kinderen en uiteraard voorzieningen zoals het sportpark en zwembad de Zijl. Wellicht ten overvloede merkt de milieuraad op dat verschillende milieuaspecten moeten worden meegenomen. Dit betreft zaken als lucht- maar ook waterkwaliteit van het buitenwater alsmede de kwaliteit van het groen.

Wij verwijzen hierbij ook graag naar het advies “De stad als gezonde habitat” van de Raad van de Leefomgeving en Infrastructuur (2018)7 en het RIVM programma “Gezonde Stad”8 waar preventieve gezondheidsmaatregelen een centrale rol innemen. Het belang van een goede luchtkwaliteit is evident – noch wandelaars of sporters, noch spelende kinderen zijn uitgezonderd van de negatieve gezondheidseffecten van een slechte luchtkwaliteit die bovendien ontmoedigt om buiten (en binnen) voldoende te bewegen. Het

6

https://omgeving.vlaanderen.be/lerend-netwerk-6-natuurinclusieve-bedrijfsterreinen-en-gebouwen

7 https://www.rli.nl/sites/default/files/de_stad_als_gezonde_habitat_def.pdf 8 https://www.rivm.nl/gezonde-stad

Advies Leidse milieuraad over ontwerp ontwikkelperspectief Leiden-Noord

pagina 6 van 9

belang van het waarborgen van een goede waterkwaliteit ligt in het feit dat jongeren en juist ook kinderen graag om en in buitenwater bezig zijn, inclusief zwemmen. Wat groenkwaliteit betreft is een andere belangrijke aanvulling nodig voor het aspect preventieve gezondheid, namelijk die in relatie tot biodiversiteit: Kinderen die in stadsgebieden opgroeien met een goed ontwikkelde, natuurlijke inheemse biodiversiteit juist ook in bodems (zowel in b.v. volkstuinen, schooltuinen, op eetbare schoolpleinen, in parken, plantsoenen, speeltuinen als straten en tuinen waar kinderen spelen) aanzienlijk meer weerstandsvermogen opbouwen tegen allerlei nare infectieziekten dan hun lotgenoten in biodiversiteitsarme steden 9. Advies 12 Geef hoge prioriteit aan het waarborgen van een gezond fysiek milieu waarin mensen dagelijks op hun eigen wijze kunnen bewegen. Volg wat biodiversiteit betreft de adviezen zoals hierboven gegeven.

De milieuraad heeft in 2018/2019 nagedacht over het aspect gezond opgroeien en gezond blijven. De focus lag op welke concrete bijdragen een gemeente als Leiden kan leveren aan het bevorderen van een duurzame, stedelijke voedselvoorziening en voedselkeuzes. Er is een concept (ongevraagd) advies over voedselvoorziening en stadslandbouw opgesteld10 maar na overleg is dit niet uitgebracht. De hoofdlijnen zijn op persoonlijke titel gepresenteerd in het Groene Ideecafé van 15 april 2019. Gezonde voeding is de basis voor gezond opgroeien en gezond blijven. Ook draagt een meer plantaardige voeding substantieel bij aan vermindering van CO2 emissies. Stadslandbouw kan bij bewoners gezonde voeding stimuleren en draagt ook nog bij aan sociale cohesie. In andere gemeentes (en in België) is meer aandacht voor de lokale voedselvoorziening. Onderstaand geven we enkele van de adviezen uit het concept advies van december 2018 weer: Advies 13 Voor een betekenisvolle verandering is een regionale organisatie noodzakelijk. Organiseer voor de regio Leiden (“Hart van Holland”) een Food Council naar het voorbeeld van Amsterdam en stel een ambtenaar aan met taken ter bevordering van duurzame voedselvoorziening en stadslandbouw in het bijzonder.

Advies 14 Stimuleer in Leiden duurzame voedingspatronen door educatie, voorlichting en vooral ook door voorbeeldgedrag binnen de gemeente. Dit houdt in dat het aanbod voor lunch/hapjes e.d. bij de eigen diensten va de gemeente Leiden voor een groot deel vegetarisch van aard en van lokale / regionale oorsprong dienen te zijn.

Advies 15 Geef ook aandacht aan de circulaire aspecten bij de voedselstrategie en hergebruik van afvalstoffen. Een te groot deel van de huidige voedselproductie wordt ongebruikt weggegooid. Ontmoedig de trend om alle verse groente te verpakken.

9 https://medicalxpress.com/news/2020-05-microbiome-rewilding-biodiverse-urban-green.html 10 LMR 6 december 2018: “Voedselvoorziening en Stadslandbouw_concept advies”.

Advies Leidse milieuraad over ontwerp ontwikkelperspectief Leiden-Noord

pagina 7 van 9

Ad f. Prioriteit geven aan langzaam verkeer, hoogwaardig openbaar vervoer, toepassing stil asfalt voor afname van geluidsoverlast en minder hinder van o.a. fijnstof en keuzen voor ontwikkeling van knooppunten op de juiste plek en met de juiste voorwaarden. Mede door Corona en door klimaatmaatregelen komen structurele veranderingen in de mobiliteit op gang. Veel contacten gaan lopen via videoverbindingen. De milieuraad juicht dit toe. Maar natuurlijk blijft er behoefte aan ruimte voor mobiliteit die het gemeentebestuur, wat de milieuraad betreft, vooral op een ruimte-efficiënte wijze moet bieden. Dus nadruk op lopen, fietsen en OV en bundelen en beperken van vervoerstromen door het bundelen van functies. Met aanleg van nieuwe infrastructuur voor bereikbaarheid moet zeer terughoudend worden omgegaan. Wonen en werken zo dicht mogelijk bij OV knooppunten heeft de voorkeur en ontwikkelen van hubs en knooppunten of hubs op de juiste plek. De pogingen van Leiden om de binnenstad autoluw te maken en de parkeernorm bij hoogbouw te verlagen zijn goede pogingen daartoe. Het is wel van belang dat de nieuwe bewoners inderdaad meer de fiets en het OV gaan gebruiken of gebruik maken van deelauto’s. Elektrisch rijden vermindert de fijnstof emissie van verbrandingsmotoren maar niet het fijnstof t.g.v. gebruik remmen en banden. Vermindering van automobiliteit blijft dus geboden.

Ook moet worden voorkomen dat parkeeroverlast in de ring rond de binnenstad ontstaat, waar Leiden Noord deel van uitmaakt. Om advies te geven over mobiliteit (zie hierboven en zie ons advies 11 concept Omgevingsvisie Leiden 2040 versie 1.1.) moet je op de schaal van Leiden en de regio Leiden kijken. In het ontwikkelperspectief wordt duidelijk gemaakt dat de structuur en functie van het verkeerssysteem hetzelfde blijft tot 2040. Tegelijkertijd is aangegeven dat het de ambitie is om de binnenstad en straten en buurten in Leiden Noord autoluw te maken en de transitie naar meer duurzaam verkeer te bevorderen. Dat heeft zonder meer gevolgen voor de parkeerbehoefte en de ontwikkeling van hubs en knooppunten. De raad mist dan ook de benodigde aandacht voor knooppunten of hubs bezien vanuit een wijkgebonden en een stedelijke rol. In ons LMR advies12 over uw Mobiliteitsnota 2020-2030 adviseerden wij: Aanbeveling 5 Onderzoek bij de keuze van hubs en van OV-knooppunten die verder ontwikkeld gaan worden of ze wel op de beste plek liggen in het netwerk om vervoerbewegingen zoveel mogelijk te bundelen en beperken en daarmee de negatieve effecten daarvan te beperken. Ga na of er voldoende ruimte is voor de verdere uitbouw in de toekomst. En bekijk ook welke milieueffecten verdere ontwikkeling op die plekken heeft en welke duurzaamheidsvoorzieningen dan nodig zijn.

Aanbeveling 6 Werk verder uit aan welke voorwaarden een knooppunt zou moeten voldoen om de woningbouwopgave realiseerbaar te maken.

11 Advies LMR Concept Omgevingsvisie Leiden 2040 versie 1.1 d.d. 8 mei 2021 12 Advies Leidse Milieuraad over de Mobiliteitsnota d.d. 17 februari 2020

Advies Leidse milieuraad over ontwerp ontwikkelperspectief Leiden-Noord

pagina 8 van 9

In reactie daarop gaf u respectievelijk aan: Wij onderschrijven uw aanbeveling. In de opdrachtomschrijving bij OV-knooppunten en hubs zijn uw aandachtspunten ook opgenomen. In de uitkomsten van dat onderzoek is er expliciete aandacht voor de vertaling van deze bereikbaarheidsopgave naar onze leefbaarheids- en duurzaamheidsopgaven. Wij onderschrijven uw aanbeveling. Als eerste stap in de beantwoording van deze vraag is echter een onderzoek noodzakelijk om dit inzicht te verkrijgen. We hebben de opstelling van de Mobiliteitsnota en het uitvoeringsprogramma hierop niet laten wachten. De hoofdlijnen zijn gepresenteerd in de Mobiliteitsnota en het komende jaar zal duidelijk worden hoe we precies aan welke hubs kunnen gaan werken. Dit heeft al een plek in het uitvoeringsprogramma. Daarnaast is het goed om te vermelden dat de gehele woningbouwopgave in principe past binnen het verkeerssysteem en dat iedere bouwopgave wordt doorgerekend en indien nodig van maatregelen wordt voorzien. Onze adviezen: Advies 16 Voeg een analyse toe van de huidige knooppunten en beoordeel ze op de plek waar ze liggen in relatie tot de netwerken, bundeling met functies en mobiliteitsbehoefte (zowel voor goederendistributie als voor personenmobiliteit) en de plekken waar woningbouw is voorzien en eveneens op ontwikkelingsmogelijkheden op de termijn tot 2040 en daarna.

Advies 17 Ga bij de bouwstenen en deelgebieden ook dieper in op de gewenste ontwikkelingsrichting voor de hubs en knooppunten voor de periode tot 2030 en voor de periode tot 2040. Dat geldt in elk geval voor het Hart van Noord, de Hoven en Groenoord.

Met vriendelijke groet,

R. Boerée, voorzitter

Advies Leidse milieuraad over ontwerp ontwikkelperspectief Leiden-Noord

pagina 9 van 9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10657539/1