210101 Bijlage 3 Inspraaknota Vaststellen Ontwikkelperspectief Leiden-Noord
Tekst van het document
2. Verbinding van trends en ontwikkelingen aan ambities De in de nota geformuleerde ambities en voorgestelde uitwerkingen schetsen een sociaal krachtige en gezonde wijk met voldoende passende woonruimte. Daar kunnen we als Adviesraad alleen maar mee instemmen! In het huidige tijdsgewricht echter, vragen we ons af in hoeverre bij de uitvoering van deze plannen geanticipeerd kan worden op ongunstige ontwikkelingen en schuivende panelen zodanig dat de aandacht voor mensen in een kwetsbare positie daarin gewaarborgd is. We maken hier ons met name zorgen over het beschikbaar zijn van passende voorzieningen op het gebied van wonen en welzijn voor het aanzienlijke deel bewoners in de wijk met een laag inkomen.
Wij delen uw visie dat een tijdige betrokkenheid en adequate terugkoppeling belangrijke onderdelen van participatie zijn. De gemeente werkt momenteel aan een nieuwe participatieverordening.. Hiermee anticiperen we ondermeer op de veranderingen die het werken onder de Omgevingswet van ons en ontwikkelende partijen vraagt en de inzichten die zijn opgedaan in een recent onderzoek naar participatie in Leiden. Participatie en communicatie met inwoners krijgt veel aandacht in de stad, in onze organisatie en ook in de politiek. Die aandacht en inzet zetten we om in het verder verbeteren en verhelderen van participatie(processen) en communicatie/contact met de stad. De inzet van de gemeente is erop gericht om belanghebbenden zo laagdrempelig en toegankelijk mogelijk en met communicatie die past bij de doelgroep te benaderen.
Geen
Geen U heeft gelijk dat juist een wijk als Leiden-Noord extra aandacht vraagt als het gaat om de positie van kwetsbare mensen. We hebben hier op verschillende manieren aandacht voor: Op het niveau van het ontwikkelperspectief kijken we naar de beschikbaarheid, bereikbaarheid en spreiding van voorzieningen. In gesprek met de woningcorporaties benadrukken we het belang van het creëren van mogelijkheden van bewoners om (ook bij aanpassing van de woningvoorraad) in de wijk te kunnen blijven wonen. De aanbesteding en afspraken met zorg- en welzijnsaanbieders i.h.k.v. de ‘Sterke Sociale Basis’
25
bieden mogelijkheden om de inzet te laten aansluiten op vraagstukken in de wijk. 22
A
Algemeen Het Ontwikkelperspectief LN is met name in Deel 3 Uitwerkingen per gebied (Hoofdstuk 7 pag. 63 e.v.) concreter dan de Omgevingsvisie. Dat is goed. Maar net als bij de Omgevings-visie mist de milieuraad concretisering van de doelen voor 2030 / 2040 en een bijbehorend afwegingskader voor het maken van keuzes bij tegenstrijdige belangen met betrekking tot wonen, verkeer en bedrijvigheid (vergroting verhardingen) enerzijds en versterken groen en biodiversiteit (verminderen verhardingen, infiltratie in de ondergrond) en aandacht voor de bodem anderzijds. De bodem komt aan de orde inzake aanleggen warmtenet/warmte rotonde, leidingen (riolering en regenwaterafvoer scheiden), elektriciteitsnetwerk i.v.m. energieopwekking (zonnepanelen), WKO en warmtepompen. De milieuraad mist echter hierbij echter aandacht voor de bodem, als gezonde ondergrond voor bovengrondse biodiversiteit en groenvoorzieningen. Zonder gezond bodemleven geen bestendige biodiversiteit.
B
Centrale thema volgens de milieuraad in Leiden Noord tekent zich - als men alle perspectieven overziet - de tegenstrijdigheid af tussen een toevoeging van 2500 woningen op een huidig totaal van ruim 8000 en de versterking van groen/biodiversiteit en het humane gebruik van de openbare ruimten. Dit is niet mogelijk.
Het Ontwikkelperspectief betreft een integrale visie op de fysieke leefomgeving specifiek voor Leiden-Noord en is meer gedetailleerd dan de Omgevingsvisie. De doelen die in deze visie staan zijn bewust voor de lange termijn gekozen. Bij de beschrijving van het soort document zal een aanvulling zoals hiernaast beschreven opgenomen worden om het doel en werking van het Ontwikkelperspectief verder toe te lichten.
Bij bouwsteen Duurzaam en groen is aangegeven: De bodemsoort, de waterstand en de intensiteit van het bovengrondse gebruik is bepalend voor de mate waarin bodemdaling plaatsvindt, de mogelijkheden voor klimaatadaptieve maatregelen en de biodiversiteit. We zullen bij de uitwerking van deze bouwsteen meer aandacht besteden aan het belang van de bodem voor de biodiversiteit door de volgende toevoeging: Bij de doelstelling: . Versterken van het groen-blauwe raamwerk en investeren in biodiversiteit. Wordt toegevoegd: “ Afstemming tussen ondergrond en ontwikkelingen boven de grond zijn ook gericht op het verbeteren van de biodiversiteit in de bodem. Door de aandacht voor de bodem wordt vanwege de wisselwerking ook bijgedragen aan het leven bovengronds. Het gaat dan om een gezonde bodem, waar natuurlijke processen kunnen plaatsvinden en verharding beperkt is” Het college heeft aandacht voor de door u geuite zorgen rondom de verstedelijking ten opzichte van de verduurzaming, vergroening en leefbaarheid. De door u geuite stelling dat deze ambities zich niet laten verenigingen delen we niet.
zie 18 F voor aanvulling bij 1.4 6.3 Bouwsteen 3: Duurzaam en groen Bij de doelstelling: 2 Versterken van het groenblauwe raamwerk en investeren in biodiversiteit. 4e paragraaf wordt toegevoegd: ‘Afstemming tussen ondergrond en ontwikkelingen boven de grond zijn ook gericht op het verbeteren van de biodiversiteit in de bodem. Door de aandacht voor de bodem wordt vanwege de wisselwerking ook bijgedragen aan het leven bovengronds. Het gaat dan om een gezonde bodem, waar natuurlijke processen kunnen plaatsvinden en verharding beperkt is.’
Geen
26
Het is van belang om een goede balans te vinden tussen verstedelijking, klimaatadaptatie, groen en gezondheid. Daarom wordt onderzocht welk middel en/of welke maatregel kan worden genomen om recht te doen aan de inspraakreacties en de uitkomsten uit het Omgevingseffectrapport. Naast dit onderzoek werkt de gemeente concreet aan de doelen richting 2040/2050 door het toevoegen van groen, zoals duizenden m² extra groen in de wijken, het verbeteren van de infrastructuur, wijkvervanging riolering in combinatie met het toevoegen van extra groen, de Groene Kansenkaart en de aanleg van nieuwe parken, zoals het Lakenpark. C
Advies 1 Stel duidelijke, concrete doelen voor 2030/ 2040 inzake de inrichting en het beheer van de ecologische structuur in Leiden Noord. Maak m.n. de minimale omvang en noodzakelijke verbindingen EXPLICIET, en bepaal ook expliciet het benodigde beheer met het oog op het bevorderen van populatiegroottes, habitat diversiteit, en soortendiversiteit in relatie tot spontane ontwikkelingen. Stel een concreet afwegingskader op dat als leidraad dient bij tegenstrijdige belangen (bijv. m.b.t. CROW richtlijnen).
Zie 22A Het karakter van dit stuk is juist dat het gericht is op de lange termijn. Het college hecht belang aan klimaat, groen en gezondheid. Dit belang is verwoord in de visie. Vooralsnog legt het college geen normen/ vuistregels in de Omgevingsvisie of een Ontwikkelperspectief vast. Mocht het wenselijk zijn om tot een norm te komen voor een specifiek thema, dan dient eerst uitvoerig onderzoek gedaan te worden naar de hoogte van deze norm en de gevolgen die een norm met zich meebrengt. Aspecten zoals monitoren (zodat er kan worden bijgestuurd wanneer de norm niet gehaald wordt) zijn hier ook een belangrijk onderdeel van. Daarbij is de vraag in welk product van de beleidscyclus van de Omgevingswet een eventuele norm het beste past. Hierbij wordt eerder gedacht aan een Programma of Omgevingsplan.
Geen
D
Advies 2 Maak onderscheid wat in 2030 gereed moet zijn en wat in 2040. Hiermee wordt zichtbaar wat urgente zaken en welke niet. Advies 3 Stel duidelijke, concrete duurzaamheids eisen en inrichtingsprincipes (duurzame materialen, circulaire concepten) aan de projectontwikkelaars en maak concrete in de tijd gebonden afspraken met de corporaties in Leiden Noord.
Zie 22A
Geen
Het college vindt dit ook een belangrijk aspect bij duurzame verstedelijking. Bij de ontwikkeling van nieuwe gebouwen stellen we eisen vanuit het Convenant Klimaatadaptief Bouwen Zuid-Holland op het gebied van wateroverlast, bodemdaling, hitte en
Geen
E
27
biodiversiteit. Bij ontwikkelingen in de stad is natuurinclusief bouwen een van de vereisten.” Daarnaast zijn we al enige tijd aangesloten bij het Betonakkoord. Verder hebben we de City Deal Circulair en Conceptueel Bouwen ondertekend. Hiermee laten we zien dat deze onderwerpen een belangrijk onderdeel vormen van onze duurzame ambities en geven we daar concretere invulling aan. Daarnaast werken we als gemeente aan een herziening van het Handboek Kwaliteit Openbare Ruimte (HKOR), waarin duurzaamheid en circulariteit een prominentere plaats krijgen. Ook pakken we hierin onze rol door middel van het opstellen van routekaarten voor het realiseren van een circulaire openbare ruimte. Tot slot geven we uitvoering aan het beleid op het gebied van circulair bouwen op allerlei onderwerpen, zoals het verkennen van de circulaire woningbouwopgave, het toepassen van materialenpaspoorten in onze eigen bouwprojecten, het stimuleren van houtbouw, het uitvragen op basis van MKI (MilieuKostenIndicator). Met de Leidse woningcorporaties zijn (5-jaarlijkse) prestatieafspraken gemaakt. Duurzaamheid is daar een van de belangrijkste thema’s in. F
Advies 4 Hou bij infrastructuur projecten, het anders indelen van beschikbare ruimte en benutten van kansen rekening met vereiste minimum arealen en de nodige robuustheid van corridors. Doe dit niet alleen op basis van kennis over de huidige aanwezige biodiversiteit en eventuele aanvulling daarop maar ook met kennis over al bestaande typische stadsbiodiversiteit en te verwachten ontwikkeling daarvan. Neem in deze beschouwing ook zeker eisen voor natuurinclusief bouwen mee (ten behoeve van roofvogels, andere vogelsoorten, vleermuizen, insectensoorten, etc.) en adviseer bij vergroeningsinitiatieven van bestaande bebouwing. In deze zou in principe eerst het beoogde sterke, biodiverse groen blauwe netwerk op orde gebracht moeten worden waar andere initiatieven omheen worden uitgevoerd, niet
Bij ruimtelijke ontwikkelingen maken wij gebruik van de gegevens van het Stadsnatuurmeetnet. Deze data met trendanalyse wordt gebruikt bij advisering in projecten. Ook is er aandacht voor verbindingen in de stad bij de implementatie van de ecologische adviezen van de stadsecoloog en in de Omgevingsvisie. Vooralsnog kiest het college om eerst te stimuleren en inspireren en nog niet opleggen. Zoals eerder vermeld werkt de gemeente met een puntensysteem voor natuurinclusief bouwen. Het puntensysteem wordt momenteel ingezet als pilot en heeft nog geen verplichtend karakter. In de praktijk zien we dat
Geen
28
andersom.
G
H
Advies 5 Benadruk het belang van en bescherm ook bodem biodiversiteit, temeer ook als het onontbeerlijke fundament voor een gezonde bovengrondse biodiversiteit Advies 6 Laat bij de keuze van beheertechnieken niet Beeldkwaliteit (en zeker niet op niveau B) prevaleren maar pas die aan bij wat nodig is om daadwerkelijke versterking en bescherming van biodiversiteit te waarborgen. Hierbij moet ook ruimte geboden worden aan “stoepplantjes (“onkruid” is in deze tijd echt een volledig achterhaald concept).
natuurinclusief bouwen al aandacht krijgt, omdat veel maatregelen een relatie hebben met andere duurzaamheidsthema’s, zoals klimaatadaptatie. Zie antwoord 22A over bodem
De gemeenteraad heeft bij het vaststellen van de kaderbrief (17 september 2020) de motie “Handhaven huidige beeldkwaliteit” aangenomen waarbij is besloten het huidige beheerniveau B te handhaven. Een voorstel om stoepplantjes op verharding meer en vaker te laten staan en hier meer tolerantie in toe te staan is in diezelfde vergadering niet omarmt.
Zie antwoord 22A over bodem
Geen
Motivatie hierbij was dat het effect op de verbetering van de biodiversiteit vaak maar tijdelijk en klein is. Daarnaast is de verlaging van het beeldkwaliteitsniveau niet voldoende om te borgen dat stoepplantjes blijven staan. Immers ook bij beeldkwaliteit C vinden er (on)kruidbestrijdingsrondes plaats om aan het vereiste beeldkwaliteitsniveau te voldoen. I
Advies 7 Zet een wijkgericht educatief en bewustmakingsprogramma op en betrek bewoners bij te maken afwegingen waar dit ontwikkeling van een sterk, biodivers groen blauw netwerk betreft.
De gemeente betrekt bewoners op verschillende manieren bij de inrichting van de openbare ruimte en besteedt daarbij ook aandacht aan haar klimaatadaptieve en natuurinclusieve ambities.
Geen
In het kader van ons programma ‘Samen aan de slag’ kunnen bewoners samen met de gemeente werken aan vergroeningsprojecten. Wanneer de gemeente een wijkvervangingsproject start, zoals bijvoorbeeld ‘Klimaatbestendige openbare ruimte Noorderkwartier Oost’ gaat de gemeente met bewoners in gesprek over de wensen, opgaven en mogelijkheden. Daarnaast hebben wij een natuur- en duurzaamheidseducatieprogramma waarbij in projecten binnen en buiten het onderwijs niet alleen voor natuur aandacht is maar ook voor energie projecten en circulaire economie .
29
J
K
L
M
Advies 8 Geef concreet de doelen voor 2030/ 2040 voor waterberging op daken en vergroening van daken aan. Stel een streef percentage vast voor het aantal platte daken dat dan is ingericht voor waterberging en waarvan de afvoer regenwater is afgekoppeld van de riolering (door infiltratie in de tuin ondergrond. Maak concrete en tijdgebonden afspraken met de corporatie s hierover Advies 9 Maak voor de particuliere verhuur en de koophuizen een keuze of je inzet op verleiden m.b.v. subsidies of door regelgeving. Er zijn diverse gemeentes in Nederland die de rioolheffing afhankelijk maken van het percentage versteende oppervlak van een woning. Monitor de voortgang in het bereiken van de doelen voor waterberging en vergroening daken. Advies 10 Leg ter vermindering van hittestress meer nieuw biodivers groen aan in de wijken zelf. Stel concrete doelen voor 2030/ 2040 en monitor de voortgang.
Zie antwoord 22A en 22F
Advies 11 Gebruik bij Ontwikkelperspectieven zoals Leiden Noord het Leids puntensysteem om de huidige en gewenste situatie te concretiseren en de doelen meetbaar te maken. Geef een definitie wat natuurinclusief bouwen betekent en aan welke eisen een bouwwerk moet voldoen om zich natuurinclusief te kunnen noemen. Doe dat ook voor klimaatbestendig. Maak deze termen minder vrijblijvend door eisen te stellen.
Geen
Daarnaast staan er in de Hemelwaterverordening voor nieuwbouw geldende eisen m.b.t. waterberging/ -afvoer
Zie 22A en 22F Vooralsnog kiest het college om eerst te stimuleren en inspireren en nog niet opleggen.
Geen
Vanuit het Uitvoeringsprogramma Biodivers en Klimaatbestendig, de nieuwe bomenverordening en het ecologisch advies van de stadsecoloog wordt er gewerkt aan de vergroening van wijken met aandacht voor klimaatadaptatie, waaronder hittestress. Bij de keuze van bomen of ander groen (o.a. bij wijkvervangingsprojecten) is hier nadrukkelijk aandacht voor.
Geen
Het college vindt dit ook een belangrijk aspect bij duurzame verstedelijking en is van mening dat in het Ontwikkelperspectief op het gebied natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen en ontwikkelen voldoende is opgenomen. Zowel in de visie op de gehele wijk (hfst. 5), de Bouwsteen Duurzaam en groen (hfst. 6) als de verschillende gebiedsuitwerkingen (hfst. 7) krijgen deze ambities aandacht.
Geen
Verder heeft de gemeente sinds eind 2020 een Puntensysteem natuurinclusief bouwen, dat we in (gaan) zetten bij relevante nieuwbouw- en renovatieprojecten. Dit bevindt zich momenteel in een pilotfase. De toepassing van dat systeem is (nog) niet verplicht, omdat dat wettelijk niet toegestaan is. We zetten het in eerste instantie in om initiatiefnemers te informeren over het feit dat natuurinclusief bouwen een belangrijke ambitie is en willen ze middels het systeem helpen om daar invulling aan te geven. In het
30
kader van de Omgevingswet gaan we onderzoeken of we hier een meer verplichtende status aan kunnen geven. Daarnaast zijn we al enige tijd aangesloten bij het Betonakkoord. Verder hebben we de City Deal Circulair en Conceptueel Bouwen ondertekend. Hiermee laten we zien dat deze onderwerpen een belangrijk onderdeel vormen van onze duurzame ambities en geven we daar concretere invulling aan. Daarnaast werken we als gemeente aan een herziening van het Handboek Kwaliteit Openbare Ruimte (HKOR), waarin duurzaamheid en circulariteit een prominentere plaats krijgen. Ook pakken we hierin onze rol door middel van het opstellen van routekaarten voor het realiseren van een circulaire openbare ruimte. Tot slot geven we uitvoering aan het beleid op het gebied van circulair bouwen op allerlei onderwerpen, zoals het verkennen van de circulaire woningbouwopgave, het toepassen van materialenpaspoorten in onze eigen bouwprojecten, het stimuleren van houtbouw, het uitvragen op basis van MKI (MilieuKostenIndicator). N
Advies 12 Geef hoge prioriteit aan het waarborgen van een gezond fysiek milieu waarin mensen dagelijks op hun eigen wijze kunnen bewegen. Volg wat biodiversiteit betreft de adviezen zoals hierboven gegeven.
Het belang dat u hecht aan een gezonde fysiek milieu waar mensen kunnen bewegen delen wij. In het Ontwikkelperspectief is veel aandacht voor bewegen, o.a. door het stimuleren van langzaam verkeer, de inrichting van de openbare ruimte, de ontwikkeling van het wijksportpark en de ontwikkeling van de Tweede Groene ring met groene spaken tussen de eerste en de Tweede Groene ring. Daarnaast stimuleert de gemeente sport en bewegen door de Beweegsleutels https://online.ibabs.eu/ibabsapi/publicdownload.aspx? site=regio071&id=0b6946e0-6b0b-453c-85b2fc0d22c5b319
Geen
O
Advies 13 Voor een betekenisvolle verandering t.a.v. het bevorderen van een duurzame, stedelijke voedselvoorziening en voedselkeuzes. is een regionale organisatie noodzakelijk.
Uw opmerking overstijgt het niveau van het Ontwikkelperspectief dat zich richt op Leiden-Noord. Uw adviezen t.a.v. het aannemen van een ambtenaar op dit gebied heeft geen relatie met deze visie op de fysieke leefomgeving voor Leiden-Noord.
Geen
31
Organiseer voor de regio Leiden (“Hart van Holland”) een Food Council naar het voorbeeld van Amsterdam en stel een ambtenaar aan met taken ter bevordering van duurzame voedselvoorziening en stadslandbouw in het bijzonder.
P
Advies 14 Stimuleer in Leiden duurzame voedingspatronen door educatie, voorlichting en vooral ook door voorbeeldgedrag binnen de gemeente. Dit houdt in dat het aanbod voor lunch/hapjes e.d. bij de eigen diensten va de gemeente Leiden voor een groot deel vegetarisch van aard en van lokale regionale oorsprong dienen te zijn.
In het beleidsakkoord is opgenomen dat we geen nieuw beleid gaan ontwikkelen over dit voedsel. Op het gebied van voedselbeleid geeft de Visie Stadstuinieren enige handvatten. In Leiden zijn op veel plekken in de stad al bewoners actief met stadstuinieren, waaronder de schooltuinen en de volkstuinen in Leiden Noord. Voedselbeleid heeft relaties met ander bestaand beleid en reeds in gang gezette uitvoeringsprojecten van de gemeente, zoals het beleidsakkoord sport en gezondheid, het lokaal preventieakkoord, samen aan de slag in de eigen wijk, natuur en duurzaamheidseducatie en initiatieven van de stichting duurzame horeca. Uitgangspunt hierbij is dat de gemeente de stad faciliteert bij initiatieven en niet andersom. Uw adviezen t.a.v. het stimuleren van duurzame voedingspatronen hebben geen relatie met deze visie op de fysieke leefomgeving voor Leiden-Noord. Voedselbeleid vormt geen onderdeel van het vigerende gezondheidsbeleid. Vanuit het Beleidskader Sport en gezondheid (RV 19.0093) streeft de gemeente de ambitie na om de “gezonde keuze de gemakkelijke keuze” te laten zijn voor de Leidse inwoners, waarbij wordt uitgegaan van de richtlijnen van het Nationaal Voedingscentrum, waarbij er niet van uit wordt gegaan dat gezonde voeding alleen plantaardig is. Het is ook geen Leids beleid om te streven naar plantaardige voeding voor de Leidenaar of de eigen medewerkers.
In het lokaal economisch beleid is geen specifiek beleid gericht op het produceren en verkopen van regionaal geproduceerd voedsel. In de horecavisie worden healthy fastfood concepten geschaard onder de categorie lunchroom, waardoor zij meer ontwikkelmogelijkheden hebben dan basale, ouderwetse fastfood concepten. Hoewel die laatste zich ook steeds meer richten op het aanbieden van gezonde concepten. Dat betekent niet zondermeer dat die producten lokaal zijn geproduceerd en ingekocht. Stichting Duurzame Horeca informeert de lokale horeca over de mogelijkheden om
Geen
32
samenwerkingen aan te gaan met lokale producenten. DZB levert binnen de bedrijfsrestaurants al lokaal geproduceerd voedsel vanuit de kwekerij. Lokale brouwerijen vinden hun weg naar de detailhandel en horeca. Daarmee lijkt de inzet van de Stichting Duurzame Horeca op dit punt zijn vruchten af te werpen. Q
Advies 15 Geef ook aandacht aan de circulaire aspecten bij de voedselstrategie en hergebruik van afvalstoffen. Een te groot deel van de huidige voedselproductie wordt ongebruikt weggegooid. Ontmoedig de trend om alle verse groente te verpakken. Advies 16 Voeg een analyse toe van de huidige knooppunten en beoordeel ze op de plek waar ze liggen in relatie tot de netwerken bundeling met functies en mobiliteitsbehoefte (zowel voor goederendistributie als voor personenmobiliteit) en de plekken waar woningbouw is voorzien en eveneens op ontwikkelingsmogelijkheden op de termijn tot 2040 en daarna.
Uw adviezen t.a.v. circulaire aspecten bij de voedselstrategie en hergebruik van afvalstoffen hebben geen relatie met deze visie op de fysieke leefomgeving voor Leiden-Noord.
Geen
In de Mobiliteitsnota ‘Leiden Duurzaam Bereikbaar’ is deze analyse te vinden. In dit document zijn de verstedelijkingslocaties gekoppeld aan het verkeersnetwerk van Leiden en de mobiliteitsambities voor 2020-2030. Hierin worden ook opgaven voor Leiden-Noord geagendeerd en het Ontwikkelperspectief Leiden-Noord sluit hierbij aan.
Geen
S
Advies 17 Ga bij de bouwstenen en deelgebieden ook dieper in op de gewenste ontwikkelingsrichting voor de hubs en knooppunten voor de periode tot 2030 en voor de periode tot 2040. Dat geldt in elk geval voor het Hart van Noord, de Hoven en Groenoord.
Zie 22A. Het Ontwikkelperspectief biedt op hoofdlijnen de kaders voor ontwikkelingen tot 2040, ook wat betreft mobiliteit. In het Ontwikkelperspectief wordt bewust niet gekozen voor het opknippen van doelen tot 2030 en 2040. De Omgevingsvisie, het Ontwikkelperspectief en de Mobiliteitsnota ‘Leiden Duurzaam Bereikbaar’ bieden samen de kaders complete kaders voor mobiliteit ontwikkelingen in deze periode. Verdere uitwerking zal plaatsvinden in de mobiliteit - en openbare ruimte projecten.
Geen
23
A
Zie 6A
Zie 6A
24
A
Ik wil graag dat het fietspad door tuinvereniging ons buiten niet word aangelegd. Het is een gebied waar wandelen goed mogelijk is voor alle bewoners uit de omgeving. … Mijn mening is dat als het fietspad er toch komt, de veiligheid een stuk omlaag gaat. Het drukker en onoverzichtelijk word, maar ook de natuur krijgt het te verduren. Niet alleen planten en bomen, maar ook vogels, insecten etc. Allereerst moet ons van het hart dat we het eigenlijk ongepast vinden dat een inspraakperiode zo vlak voor het zomerreces start en midden in de zomervakantie beëindigd wordt. Wil de gemeente werkelijk dat bewoners en maatschappelijke organisaties deelnemen, dan moet
We zijn het met u eens dat een inspraakperiode die (gedeeltelijk) in het zomerreces valt niet ideaal is. We hebben dit op de volgende wijze proberen te ondervangen:
Geen
R
33
B
C
daarbij ook rekening gehouden worden met bv. het benodigde overleg dat met name georganiseerde groepen en netwerken nodig hebben om de basis te leggen voor een gedragen reactie.
De inhoud van het stuk is in eind mei/ begin juni op verschillende wijze in de wijk gepresenteerd zodat mensen alvast kennis konden nemen van de hoofdlijnen van het Ontwikkelperspectief. In het voortraject is met diverse maatschappelijke partners overleg gevoerd en konden zij met gebiedsuitwerkingen meelezen. De inspraakperiode is 3 weken voor het zomerreces gestart en met 2 weken (van 6 naar 8 weken) verlengd. Hiermee hebben we beoogd zoveel mogelijk mensen en organisaties in de gelegenheid te stellen op het stuk te reageren.
Het ontwikkelperspectief is een verhaal met mooie vergezichten, maar het wordt niet echt concreet. Het is daarnaast een verhaal wat bijna uitsluitend over fysieke/technische aspecten gaat. De gemeente geeft aan dat het ontwikkelperspectief handvatten biedt op basis waarvan de gemeenteraad en bewoners initiatieven kunnen toetsen en is het een uitnodigend perspectief voor ontwikkelende partijen. Concretere opgestelde (samengestelde) omgevingswaarden en daarbij behorende toetsingscriteria/ indicatoren (zoals bv. rondom de waterkwaliteit of betaalbaarheid van woningen) die ook daadwerkelijk in de loop van de tijd te monitoren zijn, zoals de omgevingswet vergt, worden node gemist. Het ontwikkelperspectief is bedoeld om initiatieven te stimuleren die bijdragen aan de ambities voor de fysieke leefomgeving van Leiden Noord en het kan daarnaast ook als vliegwiel dienen voor de aanpak van sociaal maatschappelijke initiatieven. Voor wat betreft het laatste lijkt het erop dat het ontwikkelperspectief niet richtinggevend is (wenst te zijn) voor de te realiseren maatschappelijke doelen, maar dat de realisatie van maatschappelijke doelen hoogstens als bijvangst beschouwd moet worden, dat terwijl juist in Leiden Noord de maatschappelijke opgave groot en urgent is.
Niet voor niets werd in 1997 al in het kader van het voortraject van het WOP vanuit de bewoners, de maatschappelijke organisaties en de gemeente gekozen voor het zogenaamde "balansmodel" (evenwicht in sociale -menselijkeen fysieke ontwikkelingen), met daarnaast in specifieke gebieden (zoals uiteindelijk in het WOP ook is uitgewerkt in Nieuw Leyden, Groenoordhallen en Kooiplein) elementen van het metamorfose model.
Zie beantwoording 18A en 22A over status en werking van het Ontwikkelperspectief
Geen
We delen u mening dat het Ontwikkelperspectief niet richting gevend wenst te zijn voor de te realiseren maatschappelijke doelen niet. Sterker nog in deel 2: Het toekomstbeeld van Leiden- Noord in vier bouwstenen wordt juist beschreven hoe het perspectief voor Leiden-Noord in 2040 wordt vertaald naar samenhangende opgaven met bijbehorende doelen. De bouwstenen zijn: • Bouwsteen 1: Divers en dynamisch • Bouwsteen 2: Sociaal krachtig en gezond • Bouwsteen 3: Duurzaam en groen • Bouwsteen 4: Verbonden en ontsloten
Geen
De Omgevingswet en dit product ‘Ontwikkelperspectief richt zich op de fysieke leefomgeving. De keuzes die hier gemaakt worden
34
D
E
F
Al bij al zou het veel logischer zijn geweest als de gemeente in het kader van de omgevingswet, het ontwikkelperspectief voor Leiden Noord veel meer opgavegericht zou hebben ingestoken, door de fysieke opgaven te verbinden met de sociaal maatschappelijke opgaven. …Volgens ons zou dat veel sterker het uitgangspunt moeten zijn van het ontwikkelperspectief; hoe kunnen fysieke ingrepen/ veranderingen bijdragen aan sociaal maatschappelijke doelen cq de sociale kwaliteit. Denk daarbij aan oa. betaalbare woonconcepten voor kwetsbare (ouderen) groepen, het dusdanig bouwen dat kwetsbare groepen kunnen profiteren van de energietransitie met lagere maandlasten, dat in de gebouwde omgeving voldoende ontmoetingspunten gerealiseerd worden zodat de mobiliteit van ouderen gewaarborgd wordt etc. Helaas is daar niet voor gekozen!
sluiten juist aan op een analyse waarbij nadrukkelijk aandacht is voor de sociaal maatschappelijke kracht en kwetsbaarheid van Leiden-Noord. Zoals ook in antwoord 24C is aangegeven, heeft de gemeente met dit Ontwikkelperspectief juist een aantal opgaven voor Leiden-Noord willen agenderen. En bij het opstellen van deze visie is gekeken naar zowel fysieke als sociaal-maatschappelijke aspecten. Daarbij is gekeken hoe fysieke kaders kunnen bijdragen aan sociaal maatschappelijke vraagstukken.
Geen
In het Ontwikkelperspectief is aandacht voor onderwerpen als betaalbaarheid, inclusie, mobiliteit, ontmoeting. Er vindt geen uitwerking plaats naar bijvoorbeeld betaalbare woonconcepten. Dat is te concreet voor deze visie richting 2040. Dergelijke uitwerking vindt plaats op projectniveau.
Het fysieke dienende maken aan maatschappelijke doelen zou ook moeten betekenen dat niet op voorhand de LEAD maar ook niet de RINGWEG NOORD onderdeel uitmaakt van de uitgangspunten van het ontwikkelperspectief. De LEAD is geen duurzaam en energieneutraal project, het legt een sterke (sociale) druk op de beschikbare ruimte in Leiden Noord, die toch al sterk versteend is en waar gemiddeld veel inwoners gebruik van moeten maken. De LEAD bouwen is achter de feiten en ontwikkelingen aan bouwen, en dat is nou juist wat je niet verwacht van een ontwikkelperspectief.
De raad heeft met het vaststellen van de kaders en het bestemmingsplan voor de ontwikkeling van LEAD gekozen (CV 21.0250 en RV 21.0049). In dit project is gezocht naar een voor die plek optimale verhouding tussen relevante aspecten als betaalbaarheid, duurzaamheid, bijdrage aan de vraag naar woningen en beeldkwaliteit.
Zo durven wij met een gerust hart te beweren dat de RINGWEG NOORD eigenlijk alleen maar kan bijdragen aan het woon -en leefklimaat in Leiden Noord als deze verbindingsweg (via Leiden Noord) van oost naar west(vs)Leiden ondertunneld wordt, waardoor er in combinatie met de (-mogelijk- noodzakelijke) sloop van de Hoven en de flats aan de zuidkant van de Willem de Zwijgerlaan een forse hoeveelheid extra beschikbare grond gerealiseerd wordt en door middel van dubbel gebruik van deze grond een verbeterde woon -en
De verhouding tussen doorstroming van autoverkeer op de Willem de Zwijgerlaan en oversteekbaarheid van de laan is al jaren onderdeel van de planvorming. Daartoe zijn in het verleden de overkluizingen gerealiseerd, die beide bewegingen goed faciliteert of gaat faciliteren.
Geen
Gezien de grote vraag naar woningen en gezien het feit dat LEAD reeds lang in ontwikkeling is, is er bij het opstellen van het Ontwikkelperspectief voor gekozen om de gemeentelijke bestuurlijke besluitvorming over LEAD als uitgangspunt te nemen. Geen
35
G
H
I
leefsituatie gecreëerd kan worden met een combinatie van grondgebonden woningen, appartementen, koop en betaalbare en middel huurwoningen in combinatie met kleine winkels, start-ups, maatschappelijke voorzieningen en wellicht wat kantoorruimte gericht op het creëren van een inclusieve buurt met menselijke maat.
Bij verdere planvorming in de nabijheid van het Kooiplein/de Hoven is dit ook de basis van de uitwerkingsopties. Daarbij blijven er ook andere opties open dan de ondertunnelingsvariant. Communicatie en participatie daarover zal binnen de projecten Leidse Ring en de transformatiegebieden plaats vinden.
Veel fysieke onderdelen van het wijkontwikkelingsplan zijn in uitvoering gebracht. Een belangrijke basis daarvoor is gelegd door de verbindingen (overkluizingen) te realiseren tussen het noordelijk en zuidelijk deel van Leiden Noord over de Willem de Zwijgerlaan heen. Hiermee is buurt overstijgend de Tuin van Noord het "groene hart" van de wijk geworden, of zoals het ook wel eens gekenschetst wordt als "de achtertuin van de bewoners van Leiden Noord". … Kortheidshalve, pleiten wij voor het behoud van de Tuin van Noord als wijkpark, achtertuin cq groene hart van Leiden Noord. De ontsluiting via de overkluizingen heeft de geïsoleerde positie van de Hoven verlicht, maar heeft niet een gewenste verbinding teweeg gebracht via de Tuin van Noord naar de Merenwijk. Die verbinding via de tuinvereniging Ons Buiten is door de vereniging met succes tegengehouden. Een oplossing die wij hierbij zien is dat er een loop/fietspad gerealiseerd wordt met respect voor de tuinders en de tuinvereniging Ons Buiten door dit loop/fietspad op voldoende hoogte te positioneren zoals dat ook in bv. Bosland Hechtel-Eksel is gerealiseerd. Naast de verbinding is dit dan tevens dubbel gebruik maken van grond en worden de buurttuinen en de sociale veiligheid bij de tuinvereniging niet verstoord.
De Tuin van Noord is veel beter bereikbaar geworden, waardoor het een centrale functie krijgt voor de wijk maar ook vanuit de binnenstad, via de toekomstige "spaak" groen/blauwe verbinding vanaf de Maresingel door Nieuw Leyden. Het park is uitgebreid, en er zijn inmiddels verschillende water en verblijfs -en sportieve functies toegevoegd. … Helaas blijkt de doelstelling (oa. In het kader van het beheerplan Tuin van Noord) om de waterkwaliteit te verbeteren faliekant mislukt te zijn. In plaats van daar werk van maken lijkt de gemeente zich erbij neer te leggen, getuige het besluit van 2020 om de waterspeelplaats op te heffen. Dat kunnen wij niet begrijpen omdat een goede waterkwaliteit van essentieel belang is voor de (meer)waarde van de Tuin van Noord die het verdient.
Wij onderschrijven net als u het belang van deze groene long in de wijk die zoveel verschillende functies voor de wijk en haar bewoners vervult.
Geen
Na de inspraaktermijn is besloten om de fietsverbinding door Ons Buiten naar de Merenwijk niet in het Beleidsprogramma Fiets 2020-2030 op te nemen. Dit houdt in dat ook een verhoogd fietspad, waar overigens ook geen budget voor beschikbaar is, geen deel uit maakt van het huidige fietsbeleid.
Geen
Er is in de omgeving van de Tuin van Noord onvoldoende water van goede kwaliteit aanwezig om deze voldoende door te spoelen. Dat is mede de reden dat het College heeft besloten om de hier aanwezige waterspeeltuin in de toekomst tot reguliere speelplek om te vormen. (RV. 20.0096 Programmabegroting 2021-2024, beleidsbegroting Omgevingskwaliteit)
Geen
36
J
K
L
Voor wat betreft de Tuin van Noord wordt in het ontwikkelperspectief aan de transformatie van het sportpark tot een "wijksportpark" veel waar de toegekend. In het ontwikkelperspectief wordt verondersteld dat het wijksportpark bijdraagt aan een gezonde levensstijl van een groot aantal bewoners. Voor de toekomst zouden de sportvelden en de verenigingsgebouwen efficiënt, intensief en multifunctioneel gebruikt moeten gaan worden. Op dat wijksportpark is ruimte voor georganiseerde en ongeorganiseerde sporters. Er ontstaat een actief en sociaal veilig gebied doordat het wijksportpark gedurende de hele week veelvuldig gebruikt wordt. Op pag 81 is er overigens sprake van een "wijksportpark gebouw", niet duidelijk wordt wat dat voor een gebouw is en welke rol dat gebouw vervult in het kader van het wijksportpark. Het zijn fraaie beelden in het toekomstperspectief vwb het wijksportpark, echter ook nu al is er bv. bij Roodenburg een (kunstgras)veld beschikbaar voor sporten vanuit de wijk en maken wij bv. in het kader van de buurtcamping gebruik van de voorzieningen van Roodenburg en Pernix. De vanzelfsprekendheid dat mensen (bewoners van de Hoven) door het "wijksportpark" (wat is dat eigenlijk) gaan bewegen en een gezondere leefstijl aannemen durven wij te betwijfelen. Om mensen meer aan het bewegen te krijgen zul je bewoners actief moeten stimuleren.
Als Stichting de Leidse Uitdaging wensen wij optimaal samen te werken met de verschillende gebruikers van de Tuin van Noord zoals de sportverenigingen, Ons Buiten, maar ook de bewonersvereniging "Zwijgers van Noord", de Moskee en het Stedelijk Gymnasium. Die samenwerking zou zich in eerste instantie kunnen richten op het bieden van een prettig, spel en leefklimaat en veiligheid in de Tuin van Noord en het toekomstige "wijksportpark", waarbij wij er van uit gaan dat het "wijksportpark" geen consequenties heeft voor, de functie van, zeg maar het Noorderpark. De Tuin van Noord moet in onze visie primair de "achtertuin" (het groene hart) van Leiden Noord kunnen blijven, ook al omdat de Tuin van Noord; het water, het groen, het verblijven, uitrusten, spelen, vliegeren, balletje trappen, trampoline springen, elkaar ontmoeten, hangen, chillen, barbecueën en ongeorganiseerd sporten of skaten, ook los moet kunnen blijven bestaan van het "wijksportpark". Graag zijn we bereid om samen met de andere gebruikers van de Tuin van Noord verder invulling te geven aan het toekomstperspectief van de Tuin van Noord. Graag zien we dat daarbij niet de gemeente, maar de gebruikersgroep Tuin van Noord de initiatiefnemer is van deze
De wijksportpark gedachte met gebruik van gebouwen en velden dient nog nader uitgewerkt te worden met de betrokken partijen. Dit zal in een project plaats vinden. Wij delen uw mening dat het stimuleren van sporten niet alleen afhankelijk is het bieden van goede voorzieningen/gelegenheid. Aanvullende acties zijn ondermeer te vinden in Beleidskader Sport en gezondheid (RV 19.0093) en de Leidse beweegsleutels (CV 21.0122)
Geen
We juichen het van harte toe als maatschappelijke partijen met elkaar de samenwerking opzoeken om zo (nog effectiever) bij te dragen aan de opgaven waar de stad voor staat!
Geen
Zie 19 E en F.
Geen
37
25
A
ontwikkeling. Daarbij kunnen we ons voorstellen dat de gemeente de gezamenlijke partners in de Tuin van Noord faciliteert door o.a. de voorwaarden te creëren voor deze samenwerking. Fietspad door tuinvereniging Ons Buiten is ongewenst. Onbegrijpelijk waarom dit nu weer in de planning is meegenomen. Wie is verantwoordelijk hiervoor?
Zie 6A
Zie 6A
38
Wijzigingen naar aanleiding van de Leidse adviesraden
Aanpassing Bij 1.4 is toegevoegd Thematisch vastgelegde regels o.a. in de verordening fysieke leefomgeving, hemelwater- of bomenverordening of het beeldkwaliteitsplan Oude Kooi en ambities zoals vastgelegd in programma’s zoals bijvoorbeeld de programma’s duurzaamheid, energie transitie en klimaat en biodiversiteit blijven van kracht. Het Ontwikkelperspectief heeft een ander abstractieniveau en richt zich meer op het functioneren van het gebied waarbij diverse thematische doelen en ambities samenkomen. De visie op het functioneren van het gebied en de daarbij beschreven kansen en opgaven geven richting aan de keuzes die gemaakt worden bij de verdere uitwerking in projecten
Motivatie Het Ontwikkelperspectief betreft een integrale visie op de fysieke leefomgeving specifiek voor Leiden-Noord en is meer gedetailleerd dan de Omgevingsvisie. De doelen die in deze visie staan zijn bewust voor de lange termijn gekozen. Bij de beschrijving van het soort document zal een aanvulling zoals hiernaast beschreven opgenomen worden om het doel en werking van het ontwikkelperspectief verder toe te lichten.
Bij de doelstelling: . Versterken van het groen-blauwe raamwerk en investeren in biodiversiteit. Wordt toegevoegd: “ Afstemming tussen ondergrond en ontwikkelingen boven de grond zijn ook gericht op het verbeteren van de biodiversiteit in de bodem. Door de aandacht voor de bodem wordt vanwege de wisselwerking ook bijgedragen aan het leven bovengronds. Het gaat dan om een gezonde bodem, waar natuurlijke processen kunnen plaatsvinden en verharding beperkt is
Bij bouwsteen Duurzaam en groen is aangegeven: De bodemsoort, de waterstand en de intensiteit van het bovengrondse gebruik is bepalend voor de mate waarin bodemdaling plaatsvindt, de mogelijkheden voor klimaatadaptieve maatregelen en de biodiversiteit. In de uitwerking van deze bouwsteen is meer aandacht besteden aan het belang van de bodem voor de biodiversiteit.
39
Ambtelijke wijzigingen Aanpassing Kleine tekstuele wijzigingen doorgevoerd zonder inhoudelijke aanpassing Kaft: verbeelding toekomstvisie Leiden-Noord vanuit het Zuiden Toevoeging te onderzoeken voetgangersbruggen in de legenda en verduidelijking bij de Slaaghsloot, Haarlemmertrekvaart en de singel. Lage Rijndijk eruit gehaald als ontsluitingsweg, aangezien deze functie vervalt bij het knippen van de Spanjaardsbrug. Haarlemmerstraat doortrekken naar Lage Rijndijk LEGENDA: Onderzoeken (ipv wens) verbeteren/toevoegen oversteek voetgangers en/of fietsers Pagina 7: alinea 2, regel 10:De Leidse Ring Noord krijgt verder vorm en dat houdt in dat de Willem de Zwijgerlaan aangepast zal worden. Pagina 12: Projectenkaart Pagina 13: 2e kolom 2e alinea in de fasering van projecten de idee-fase opgenomen Pagina 20: ‘stads en levendig’ wordt ‘levendig’
Pagina 20: Illustraties kaarten Omgevingsvisie Pagina 21: 2e kolom, eerste zin: “Voor Leiden-Noord betekent dit dat er dichtbij een aantrekkelijk en innovatief stukje stad wordt ontwikkeld”. Pagina 22: Tabel Huishouden overal in 2020 i.p.v. 2021. En Huishoudens meerpersoons met kinderen in Groenoord is 30% i.p.v. 11%. Pagina 24: kolom 3, zin 10/11: en de gestapelde woningen, die in typerende Wederopbouw verkavelingen, aan weerszijden van de Willem de Zwijgerlaan staan. Pagina 24: kolom 3, zin 22: Het Gebouw aan het Arubapad Pagina 30: verbeelding toekomstvisie Leiden-Noord vanuit Noorden: • bebouwing scherper getekend • Haarlemmerstraat doortrekken naar Lage Rijndijk • LEGENDA: Onderzoeken (ipv wens) verbeteren/toevoegen oversteek voetgangers en/of fietsers • Toevoeging te onderzoeken voetgangersbruggen in de legenda en verduidelijking bij de Slaaghsloot, Haarlemmertrekvaart en de singel.
Motivatie Op enkele plekken stonden nog wat spelfouten, typefouten, of verkeerd geplaatste punten en komma’s. Deze zijn zo veel mogelijk verholpen in deze versie. Leesbaarheid van de kaart is verbeterd, Inhoud verduidelijkt en correctie Lage Rijndijk.
Verbetering formulering Fasen scherper gedefinieerd. Dit komt overeen met de genoemde fases in de projectenkaart. Motivatie (overgenomen uit inspraaknota Omgevingsvisie 1.1) Er is onduidelijkheid over de bedoeling en de opzet van hoofdstuk 6 (leefmilieus) in de Ontwerp-Omgevingsvisie. Naar aanleiding van deze opmerkingen heeft het College van B en W het zesde hoofdstuk verduidelijkt en aangepast. Hierdoor komt het doel en de meerwaarde van dit hoofdstuk beter naar voren. Er zijn drie leefmilieus te onderscheiden, namelijk ‘Dynamisch’, ‘Levendig’ en ‘Luw’. Dat betekent dat de ‘stads en levendig’ vervangen door levendig. Na inspraak aangepaste illustraties van de Omgevingsvisie 1.1 overgenomen Verbetering formulering Foutieve cijfers in de tabel zijn gecorrigeerd. Miste werkwoord staan. Arubaan moet Arubapad zijn Leesbaarheid van de kaart is verbeterd, Inhoud verduidelijkt en correctie Lage Rijndijk.
40
•
Lage Rijndijk eruit gehaald als ontsluitingsweg, aangezien deze functie vervalt bij het knippen van de Spanjaardsbrug. . Pagina 36 illustratie Bouwsteen Divers en dynamisch Legenda: Onderzoeken (ipv wens) verbeteren/toevoegen verbinding Pagina 42: Bouwsteen Sociaal krachtig en gezond: • Gele lijn toevoegen binnenstad, driemanschapskade, moskee, park (belangrijke route tussen voorzieningen) • Gebouwen Hart van de Wijk rood ipv lichtrood Pagina 47: Sumatrastraat 201 wordt als onderzoekslocatie voor uitbreiding onderwijs in Leiden-Noord geschrapt
Pagina 48: Pagina 48 illustratie: Leesbaarheid blokken ‘Nieuwe duurzame woonomgeving’ beter door donkerdere lijn. Pagina 55: 2e kolom 3e alinea. 3e zin wordt: In Leiden-Noord houden we rekening met deze locaties zoals die van de hogedrukaardgasleiding en het zwembad de Zijl. Ook buiten het plangebied bevinden zich locaties waar rekening mee gehouden moet worden dit betreft o.a de rioolwaterzuivering in Groenoord, bedrijvigheid aan de andere kant van het spoor, EON Benelux en de Rijksweg A4. Pagina 57Bouwsteen Verbonden en ontsloten: LEGENDA: Onderzoeken (ipv wens) verbeteren/toevoegen oversteek voetgangers en/of fietsers Pagina 65: Stip 1: bebouwing ROND de Haarlemmertrekvaart Stip 5: Ontwikkelingen ROND de Corantijnstraat Stip 6: vooroorlogse- en naoorlogse Pagina 66: punt 3: OPZET ipv opbouw Pagina 66: Hoogteopbouw: ….een accent van middelhoogbouw MET 20 meter.
Leesbaarheid van de kaart is verbeterd Leesbaarheid van de kaart is verbeterd
het college besloten (CV 21.0367 om Sumatrastraat 201 als gemengd gebouw voor onderwijs/cultuur te behouden. Daarmee is de optie Sumatrastraat 201 als locatie voor nieuwbouw komen te vervallen. De beschrijving van de huidige (en dus nu ook toekomstige) functie blijft staan. f Leesbaarheid van de kaart verbeterd Tekst is iets algemener gemaakt .
Leesbaarheid van de kaart is verbeterd.
Verbetering formulering
Verduidelijking formulering Verbetering formulering. Er miste een woord. .
Pagina 69, Openbare ruimte Ontwikkelrichting, punt 2: trek voor vaart
Verduidelijking.
Pagina 75: Openbare ruimte Ontwikkelrichting, punt 3: verwijderen.
Het belang van het versterken van het groen staat al in andere punten vermeld. Door het hier te herhalen levert het meer vragen op en kan er een onduidelijkheid ontstaan m.b.t. eerdere plannen voor de ontwikkeling rond het bedrijventerrein. Leesbaarheid verbeterd.
Pagina 79: Alinea 2: De Tuin van Noord is door nieuwe routes…….. van het wandelgebied beter beleefbaar. Verplaatsen achter einde van deze alinea! Dus alinea starten met ‘De biodiversiteit ….. Pagina 83: opsomming: Punt 1: doorgaanbaarheid vervangen door toegankelijkheid
Verduidelijking formulering
41
Pagina 85: 1e alinea: Langs de Sumatrastraat is een nieuwbouw gerealiseerd.
Verbetering formulering, zin was niet af.
Pagina 85: 3e alinea; Kooilaan is nu voor langzaam VERKEER directer doorgetrokken.
Verbetering formulering. Er miste een woord.
Pagina 89: Opsomming Duurzaamheid: Laatste punt verdelen in 3 punten: De woningen in het noorden…… Aansluiting zoeken met….. In overleg met de gemeente WKO… Pagina 91, Alinea 1: Zo is De Hoven een aantrekkelijke buurt, die qua uitstraling en programma aansluit bij het Hart van Noord. Zin ‘en de wederopbouwbuurt die hier te vinden was’ geschrapt.
Verbetering leesbaarheid
Pagina 103 3e kolom 2e alinea: Bernardkade wordt Julianastraat
Verbetering adres
Verbetering leesbaarheid. Dit was een herhaling van voorgaande en een kromme zin.
42