210074 Bijlage 4 Rapport Urbanisten Klimaatadaptief
Tekst van het document
TOTAAL VOLUME 55.906 M³
56
Klimaatadaptatief Leiden Gasthuiswijk en Haagwijk zuid - strategie & bouwstenen
ALLE BOUWSTENEN TOEGEPAST: 63.393 M³ 57
3.2 - DEELASPECTEN EN DEELBEREKENINGEN STRATEGIE KAART - Open water en directe afwatering
Legenda Hoofdnetwerk openwater bestaand water verbrede watergang nieuwe watergang -optioneel direct afwaterings gebied (20-50 meter)
58
Klimaatadaptatief Leiden Gasthuiswijk en Haagwijk zuid - strategie & bouwstenen
STRATEGIE KAART - Thermische energie uit oppervlaktewater (TEO)
Legenda Hoofdnetwerk openwater bestaand water verbrede watergang stroomrichting voor TEO TEO in- en uitlaat punt warmtenet reservering
59
STRATEGIE KAART - Fijnmazige groenstructuur: ecologie + verkoeling
Legenda groenstructuur langs water bestaand open water verbrede watergang centrale groenblauwe buffer fijnmazig groenblauw netwerk bestaande bomen
60
Klimaatadaptatief Leiden Gasthuiswijk en Haagwijk zuid - strategie & bouwstenen
bron: URBANISTEN op basis van de Atlas Natuurlijk Kapitaal
Groenblauwe structuren De open water structuur van Zuid-West wordt vergezeld door natuurvriendelijke oevers en aangevuld met een doorgaande structuur van bomen met onderbegroeiing. De centrale groenzones/ lineaire regenparken en bloemengreppels verzorgen een fijnmazige verbindende laag tussen de grotere groenblauwe verbindingen door de wijk. Hierdoor onstaat een gevarieerd en groot ecologisch gebied, waarbij de bomen hun rijke palet aan ecosysteemdiensten kunnen aanbieden; van verkoeling tot wateropslag, van droogtebestrijding tot veelzijdige habitat voor fauna. Zie ter referentie de bovenstaande afbeelding met een overzicht van ecosysteemdiensten die een bos levert.
61
STRATEGIE KAART - Groenblauwe clusters
Legenda Clusters centrale groenblauwe buffer aanvoer naar centrale buffer vertraagd afvoeren naar open water
62
Klimaatadaptatief Leiden Gasthuiswijk en Haagwijk zuid - strategie & bouwstenen
Cluster 2
Cluster 3
Cluster 1
63
CLUSTER 1 - Klimaatadaptatieve herinrichting
1
50 m 64
100 m
Klimaatadaptatief Leiden Gasthuiswijk en Haagwijk zuid - strategie & bouwstenen
40 m
1.Park / speeltuin
Grondwater
2.5
5.5 weg
2.5
85 (variabel)
3
Park / Speeltuin / .....
Pad
2.5
Huidige situatie
Cluster 1 Voor cluster 1 is de reconstructie van de buitenruimte voorzien in 2019. Het aantal parkeervakken dat onderdeel is van de werkzaamheden is beperkt. Deze kunnen klimaatadaptief worden ingericht (berging onder het parkeervak). Ervaring opdoen met alternatieven constructies is van belang voor de volgende reconstructies. In relatie tot de voorziene werkzaamheden is het van belang om te zorgen dat de rijbaan de neerslag via een oppervlakkige voorziening verwerkt. Deze moeten op termijn kunnen uitkomen op de centrale groenzone, het toekomstige park van de wijk. Bij de voorziene werkzaamheden voor 2019 wordt het groen niet meegenomen. Een participatietraject met belanghebbenden zal input zijn voor een toekomstige inrichting van het park. Gecombineerd met de oostelijk gelegen herstructurering / verdichtingsopgave is het mogelijk een blauwgroene centrale voorziening te realiseren. Op dat moment kan de watervoerende rijbaan, die in 2019 is aangelegd, worden aangesloten op de centrale zone.
65
Laadvermogen Voor Cluster 1 is bepaald welke inspanning er nodig is om 50 mm neerslag te verwerken. Bij de bepaling van het oppervlak van Cluster 1, zijn twee berekeningen gemaakt. Gebied ‘a’ betreft het gebied dat onderdeel van de reconstructie is. Gebied ‘b’ is hieraan toegevoegd. Dit betreft het gebied tussen de Van ’s-Gravensandestraat en de Rooseveltstraat. Het is een aparte locatie die op termijn waarschijnlijk zal transformeren. Er valt op het cluster een volume van 2.834 m³ (a) of 4.891 m³ (a+b). Er is in het cluster weinig open water waar direct op afgewaterd kan worden. De meeste bouwstenen hebben een effect van enkele procenten tot maximaal 20%, maar er is in dit cluster één ruimte die significant veel potentie heeft om neerslag te verwerken; de centrale groene ruimte. Deze centrale ruimte heeft een bergende potentie die zelfs groter is dan het totale volume neerslag (bij 50 mm) op het totale cluster (a+b). De gewenste uitstraling en gebruik van het park zal naar verwachting zorgen voor een reductie van de bergingscapaciteit. Om de neerslag naar de centrale groene ruimte te krijgen, is transport van water naar deze plek nodig (via de rijbanen of groenstructuur).
TOTAAL VOLUME a = 2.834 M³ a+b = 4.891 M³
66
Klimaatadaptatief Leiden Gasthuiswijk en Haagwijk zuid - strategie & bouwstenen
ALLE BOUWSTENEN TOEGEPAST: 6.437 M³ 67
CLUSTER 2 - Klimaatadaptatief herstructureren
2
1
50 m 68
100 m
Klimaatadaptatief Leiden Gasthuiswijk en Haagwijk zuid - strategie & bouwstenen
2 m 4.5 m 2 m
9m
2 m 4.5 m 3 m
2
27 m
1. Duinhof - Weidehof
21
12.5
5
Gras
Open water 55 m
Gras
2
5
2
weg
3
6.5 Voor tuin
2. Boshof
Grondwater
Grondwater Grondwater
2
3
Voor tuin
15
4
3
Regen - park
trotoir
Voor tuin
27 m
Grondwater
10 5 Bioswale
5 P
5 1.5 20 weg Open water 33 m
10
2.5
Nieuw bouw 55 m
Privé tuin
2 Bestaand
Voo tuin
Huidige situatie
S2
S4 S1
S Grondwater
Cluster 2 De start van werkzaamheden in cluster 2 is voorzien in 2020. Het voorstel voor dit cluster is om de weginfrastructuur zo te herontwerpen dat een centrale groene ruimte wordt vrijgespeeld. In de ‘stempels’ aan weerszijden van deze groene as wordt de ruimte gevonden om de vereiste parkeerplekken te herplaatsen. Hier wordt ook ruimte gevonden voor verdichting van het bouwvolume en voor transport van water door reguliere groenzones; de Leidsche bloemengreppel. Dit element is essentieel om bij extreme neerslag de centrale groene ruimte te voeden. De inrichting van de centrale ruimte is integraal ontwerp van dit cluster en betreft diverse aspecten zoals de bestaande bomen, biodiversiteit, dagelijks gebruik, uitstraling en natuurlijk wateropvang. In hoofdstuk twee is op deze aspecten reeds uitgebreid op ingegaan.
69
Laadvermogen In de detailuitwerking in hoofdstuk twee is het zuidwestelijke deel van cluster 2 uitgewerkt. Cluster 2 heeft een repeterend patroon van naoorlogse stempels aan weerzijden van de centrale groene ruimte. Als er 50 mm neerslag valt op dit cluster, moet 3.847 m³ water verwerkt worden. 20% van de neerslag kan verwerkt worden door water direct af te voeren naar het omliggende oppervlaktewater. De ingetekende nieuwbouw kan zo’n 10% van het volume bufferen. De bloemengreppels, die ook watertransport zijn, hebben een capaciteit van ruim 20%. De centrale groenzone is voldoende om de rest van de opgave in te vullen. De detailuitwerking van een deel van dit cluster heeft uitgewezen dat waterberging één van de invullingen van de groenzone zal zijn en dat een variatie in uitstraling en beleving ook een plek in de groenzone zullen krijgen. Dit geeft een reductie van de te realiseren capaciteit in deze zone, ten opzichte van de potentiële capaciteit. Door ook in te zetten op andere bouwstenen is het goed haalbaar om in dit cluster 50 mm neerslag te verwerken.
TOTAAL VOLUME 3.847 M³
70
Klimaatadaptatief Leiden Gasthuiswijk en Haagwijk zuid - strategie & bouwstenen
ALLE BOUWSTENEN TOEGEPAST: 5.779 M³ 71
CLUSTER 3 - Klimaatadaptatief herontwikkelen
2
1
50 m 72
100 m
Klimaatadaptatief Leiden Gasthuiswijk en Haagwijk zuid - strategie & bouwstenen
0
21
12.5
5 21
Gras
Open water 55 m
Gras
2
5
2
weg
3 12.56.5
5
Voor Open tuin water 55 m
Gras
2
5
2
weg
3
6.5 Voor tuin
1. Van der Helmlaan
2. Nieuwpark
Grondwater
Grondwater
20
10
Open water 55 m
Grondwater
3.5
20 Bestaand Open water
5 weg
Bestaand
4.5
18 3.5
40 m
55 m
5 2.5 4.55 1.5
Pocket parkje weg
18
weg
Pocket parkje 40 m
Huidige situatie
S4 S4 Grondwater
Grondwater
2.5
5.5 weg
2.5
2.5
5.5 weg
2.5
85 (variabel)
85 (variabel)
Park / Speeltuin / .....
Park / Speeltuin / .....
Cluster 3 Hoe cluster 3 er in de toekomst uit komt te zien is nog onzeker. Het gebied is momenteel onderdeel van een aparte studie (uitgevoerd door ontwerpbureau Juurlink en Geluk) hoe het bedrijventerrein ten westen van de Rooseveltstraat te transformeren naar een gemengd woongebied. De eerste studieresultaten tonen een stevige verdichtingslag van dit cluster. Het is belangrijk om deze ontwikkelingen klimaatneutraal (50 mm tijdelijke berging) te doen. Een combinatie van verschillende bouwstenen voor dit cluster is daarbij nodig, omdat er de hoeveelheid groene ruimte in het studieplan mogelijk wordt beperkt.
73
2.5
Laadvermogen Cluster 3 heeft een stevige verdichtingsopgave: ongeveer 70% van de locatie is studiegebied voor een ingrijpende transformatie. Voor dit cluster geldt dat bij 50 mm neerslag er 3.962 m³ water verwerkt moet worden. Bijna 20% van de opgave kan gerealiseerd worden door water direct richting de boezem af te wateren. Kenmerkend in dit cluster is het ontbreken van een grotere groenstructuur en een beperkte hoeveelheid parkeerplaatsen (voor de nieuwe bebouwing is onbekend hoe parkeren wordt ingevuld). Er zijn drie open (groene?) ruimtes ingetekend in het studieplan. Deze zijn relatief klein maar zouden bij volledige benutting ongeveer 50% van de opgave kunnen opnemen. Vanwege de dichtheid van bouwen in combinatie met de beperkte aanwezigheid van groen, is echter de verwachting dat deze plekken ook intensief gebruikt gaan worden, waardoor de waterbuffering beperkt zal worden. De daken van de nieuwe bebouwing benutten voor waterberging is essentieel om de opgave verder te behalen. Dit is technisch eenvoudig maar verdient aandacht bij het uitwerken van randvoorwaarden voor ontwikkeling. In dit cluster is het mogelijk om de wateropgave te realiseren.
TOTAAL VOLUME 3.962 M³
74
Klimaatadaptatief Leiden Gasthuiswijk en Haagwijk zuid - strategie & bouwstenen
ALLE BOUWSTENEN TOEGEPAST: 5.588 M³ 75
STRATEGIE KAART - Groenblauwe pixels
Legenda Pixels groene daken blauwe daken ontharden van tuinen bergende straat- en parkeerfundering
76
Klimaatadaptatief Leiden Gasthuiswijk en Haagwijk zuid - strategie & bouwstenen
Laadvermogen stadsbouwblokken In het noorden van Zuid-West ligt een gebied dat is aangeduid als stadsbouwblokken. De woningen zijn van begin 20e eeuw. De straten zijn hier relatief smal en er zijn vrijwel geen groenzones in de openbare ruimte aanwezig. Als er op het cluster 50 mm neerslag valt, moet er 4.405 m³ water worden verwerkt. Door de aanwezigheid van oppervlaktewater, kan ruim 1/3 van de neerslag direct afwateren. Het maximaal benutten van de openbare ruimte (rijbaan en wegen) met de gekozen bouwstenen, zorgt dat er ruim 25% van de neerslag verwerkt kan worden. Platte daken zijn niet aanwezig in de stadsbouwblokken. Het activeren van alle tuinen geeft voor 5% invulling aan de opgave. Resultaat is dat door maximaal in te zetten op alle maatregelen, de opgave van 50 mm water niet volledig kan worden verwerkt. In deze bouwblokken zijn bouwstenen nodig die meer volume kunnen bergen of is de keus om hemelwater in één centrale straat te transporteren via HWA-riool.
TOTAAL VOLUME 4.405 M³
ALLE BOUWSTENEN TOEGEPAST: 3.124 M³ 77
STRATEGIE KAART - Grijsblauwe pixels / watergebonden ontwikkeling
Legenda Pixels blauwe daken bergende straat- en parkeerfundering
Langetermijn eigendoms percelen watergebonden ontwikkelingen 78
Klimaatadaptatief Leiden Gasthuiswijk en Haagwijk zuid - strategie & bouwstenen
Laadvermogen bedrijventerrein Trekvlietzone Het bedrijventerrein is nagenoeg 100% verhard. In de huidige situatie is alleen de Rooseveltstraat openbare ruimte. De zijstraten naar de bedrijven zijn niet in beheer bij de gemeente. Om 50 mm hemelwater met de huidige inrichting te kunnen verwerken is het noodzakelijk om bouwstenen uit de openbare ruimte toe te passen in de private ruimte. Ook het activeren van daken voor hemelwaterberging is een goede optie gezien de grote oppervlakten. Vaak is de constructieve capaciteit van de loodsen te beperkt om een groen dak te realiseren. Afvoer van neerslag naar het oppervlaktewater is goed mogelijk, vanwege de nabijheid. Aandachtspunt is de afvoer van de verharde terreinoppervlakken. De activiteiten op de bedrijfsterreinen zorgen mogelijk voor een beperking in relatie tot de waterkwaliteit.
TOTAAL VOLUME 7.062 M³
ALLE BOUWSTENEN TOEGEPAST: 6.174 M³ 79
CONCLUSIES
4
4.1 - WAT IS ER NODIG? In deze rapportage hebben we in drie uitwerkingsronden met workshops in beeld proberen te brengen hoe een klimaatadaptieve inrichting van Zuid-West in staat is om een integrale transformatie van het gebied op te nemen, waarbij er ruimte wordt gemaakt voor de energietransitie, verdichting, ecologie en gebruikswaarde voor huidige en toekomstige bewoners. Wij denken dat het mogelijk is om een groot deel van de klimaatopgave in deze wijk via inrichtingsmaatregelen ‘op te lossen’ zonder dat hierbij een apart HWA-riool nodig is. Dit geldt met name voor de gebieden die direct kunnen afwateren op het vele open water in de wijk en voor het naoorlogse middendeel; de zogenaamde clusters. Dat klimaatmaatregelen een extra inspanning vragen in aanleg en beheer wordt onderkend. De hieruit voortvloeiende extra kosten zijn voor een pilotlocatie of proeftuin te verdedigen. Om tot een grotere of structurele toepassing te komen van klimaatbestendige maatregelen is echter inzicht nodig in de te vermijden schade. Het in beeld brengen van de kwetsbaarheid, inclusief een inschatting van de schade die optreedt, is van belang om meer gevoel te krijgen bij de omvang van de opgave. Hierbij is het goed om situaties te beschouwen met verschillende herhalingstijden.
Door ook uit te rekenen wat de schadereductie is door het nemen van maatregelen, kan het directe effect van klimaatmaatregelen en de benodigde extra investerings- en beheerkosten, afgezet worden tegenover de (maatschappelijk) vermeden schade. Ook het bepalen van baten die een indirect effect zijn van de maatregelen moeten gewaardeerd worden. Wat is de waarde van een boom die door een alternatieve inrichting kan blijven staan? Hoeveel waarde heeft het om het ondergrondse ruimtebeslag van riolering te beperken ten bate van de opties van de energietransitie? Welke waarde geven we aan het toevoegen van biodiversiteit en ecosysteemdiensten? Hoe kunnen we door kwaliteit in de openbare ruimte toe te voegen, de verdichtingsoperatie een goede plek geven in de wijk? Door het palet van kosten -investeringen en beheer- en baten -direct en indirect- in beeld te brengen, is het mogelijk om een integrale afweging te maken. Vanwege de diversiteit van Leiden lijkt een generieke formule onwaarschijnlijk. De analyse moet naar verwachting per wijk of stedenbouwkundige typologie gebeuren. Op basis van deze inzichten is het mogelijk om (politiek) te bepalen hoe met directe kostenverhogingen en toekomstige baten om te gaan.
Samenwerking In geanimeerde gesprekken tussen verschillende stakeholders* is besproken hoe de gedeelde ambities kunnen worden gerealiseerd. Dat begint met de constatering dat er sprake is van breed gedeelde ambities op het gebied van: • • • •
De implementatie van ruimtelijke ingrepen ten behoeve van de klimaatadaptatie Vaart maken met de energietransitie naar duurzame bronnen Het actief betrekken van bewoners bij de inrichting van hun leefomgeving De behoefte van de verschillende stakeholders om samen te werken aan het realiseren van de voorgenoemde ambities.
* Betrokken organisaties: Gemeente Leiden; woningcorporaties Ons Doel en Portaal; Hoogheemraadschap van Rijnland; het Rijk; Provincie Zuid-Holland, Dunea en Liander. De adviesbureaus zijn buiten beschouwing gelaten omdat ze niet belanghebbend zijn.
81
De belangrijkste bottleneck die wordt gevoeld door alle partijen is een gepaste fasering van de verschillende ongelijk lopende processen en bijbehorende interventies. Dit concentreert zich op drie thema’s: 1. 2. 3.
Planologisch / Juridisch Communicatie Ruimtelijk / Technisch
Planologisch / Juridisch Een belangrijke constatering is dat er momenteel een aantal transities tegelijk spelen, waarbij lokale keuzes voor liggen die hun effect hebben op systeemniveau of zoals werd gesteld: “bepalen detailoplossingen de systeemkeuzes?”. Hierachter gaan twee cruciale aspecten schuil: Ten eerste dwingt de projectvoortgang van bijvoorbeeld de rioolvervanging tot het maken van keuzes om de geplande uitvoeringsdata te halen. Om dit niet te frustreren kan het zijn dat er gekozen wordt om maatregelen en principes toe te passen die nog niet bewezen zijn en die niet direct passen binnen bestaande juridisch, planologische kaders. Hiervoor is werk aan de winkel voor de juridische afdelingen van de betrokken overheden. Ten tweede lopen de verschillende transities niet gelijk, wat betekent dat er keuzes moeten worden gemaakt die flexibiliteit –binnen te bepalen marges- voor ontwikkelingen in de nabije toekomst laten. De Omgevingsvisie en de Omgevingsplannen kunnen daar meer structuur in brengen. Daarvoor moeten met name voor de energietransitie een aantal waarschijnlijke opties op een rij worden gezet met hun vereiste netwerk en ruimtebeslag, net zoals dit voor de klimaatadaptatie is gedaan. De rol van hogere overheden zoals Provincie en het Rijk kan liggen in het bieden van hulp “bovenlangs” waarbij men zich baseert op het Bestuursakkoord Klimaatadaptatie.
Wat hierbij voor het Rijk” nodig is, is een verbindend verhaal. De inzet is een integrale agendering waarbij men op het nationale niveau kan meehelpen in het helpen organiseren van urgentie bij de deelnemende partijen. De opbrengst van deze agendering is dus “meewerkende capaciteit”. Het Hoogheemraadschap nodigt uit tot het maken van een zogenaamd “ afvoerstructuurplan”. Dat is een lokaal plan waarin wordt vastgelegd hoe de afvoer wordt geregeld en waarmee via de Waterschappen tegenwicht kan worden geboden op geldende belemmerende wetgeving zoals het bouwbesluit. Zo zou in het kader van het doelmatigheid principe, een regel zoals het verbod op directe lozing van hemelwater vanaf bebouwing op straat, kunnen worden weerlegd.
Communicatie De ongelijkheid in fasering is niet alleen een aandachtspunt in het nemen van beslissingen op systeemniveau. De ambitie om op zoek te gaan naar duurzame systeemingrepen die elkaar versterken, lijkt een gedeelde ambitie tussen partijen. Systemen op elkaar afstemmen wil echter nog niet zeggen dat de uitvoering ervan kan worden gecombineerd. Het afstemmen van de planningen van de verschillende partijen lijkt minder haalbaar. Dat impliceert dat er in de uitvoering meerdere malen op dezelfde plek wordt ingegrepen; bijvoorbeeld een straat zal ondanks afgestemde systemen toch meerdere keren worden opengebroken om deze aan te leggen. Dat vraagt uitleg aan bewoners die de terugkerende overlast moeilijk zullen begrijpen.
82
Klimaatadaptatief Leiden Gasthuiswijk en Haagwijk zuid - strategie & bouwstenen
Voor een eenduidige communicatie “naar buiten toe” is het nu een goed moment. Op dit moment spelen er meerdere transities tegelijkertijd: energie, klimaat en verdichting. Bovendien is het een pilot-gebied voor de Leidse Omgevingsvisie. In Zuid-West staan zowel de gemeente als de woningcorporaties hiervoor aan de lat. Dit gedeelde belang lijkt een goede aanleiding om samen op te trekken in de communicatie naar de bewoners toe, zodat de relevante onderwerpen in een keer en in onderlinge samenhang kunnen worden uitgelegd. Het complementaire voordeel is dat de gemeente thuis is in de te doorlopen procedures en de corporaties haar bewoners goed kent. Deze transparantie in communicatie zou in relatie tot meerdere verschillende groepen kunnen worden toegepast, waarbij de gemeente de regierol op zich neemt: Gemeente en Corporaties bij huurders; Gemeente en VVE’s bij huiseigenaren; Gemeente en Ondernemersverenigingen bij bedrijven.
Ruimtelijk / Technisch Voor klimaatadaptatie in Zuid-West zijn er ruimtelijk-technisch in de loop van de drie workshops voorstellen aangedragen die steeds verder in detail zijn uitgewerkt en gewogen. Het is nu zaak om de afweging te gaan maken of datgene wat normaliter ondergronds wordt opgelost, nu bovengronds kan worden opgelost en de betekenis van deze oplossingen naar de stedelijke water en energie-systemen te vertalen. Daarvoor is het van belang om alle argumenten goed op een rij te zetten en met name technisch scherp te krijgen. Een belangrijk voordeel van de bovengrondse oplossingen voor klimaatadaptatie is het vrijspelen van ondergrondse ruimte voor de energietransitie. Te meer omdat de uitvoering van beide trajecten niet gelijk loopt, terwijl de keuze voor het een bepaalt in hoeverre het ander mogelijk is. Het is dus van belang om de energietransitie nadrukkelijk mee te nemen in de opgave van de klimaatadaptatie. En daarbij goed te wegen of de voorgestelde uitwerking ook daadwerkelijk de gewenste ambities behaalt op het vlak van klimaatadaptatie en anderzijds of de uitwerking ook strookt met de technische systeemeisen van de meest kansrijke duurzame energiesystemen.
Tot slot heerst er algehele consensus in de groep over de voorliggende kansen die verschillende opgaven bieden om slim te combineren (integrale benadering) en te innoveren, waarbij het devies is om niet te gaan afwachten maar om de handschoen actief op te pakken en te… “DURVEN DOEN”
83
4.2 ACTIEPUNTEN VOOR HET VERVOLG We hebben getracht het voorgaande in een aantal actiepunten samen te vatten.
Actiepunten voor het gebied: • • • • • • •
Elke bouwsteen verder uitwerken; technische aspecten, beheer en investeringskosten In beeld brengen van opties voor energieransitie met te verwachten ruimtebeslag Scherp maken van de fasering van alle integrale aspecten en ingrepen Inzicht in de vermeden schade van de klimaatadaptieve inrichting Inzicht in de baten van een klimaatadaptieve inrichting en integrale transformatie Opzetten van gezamelijke communicatiestrategie woningcorporaties en gemeente Leiden Opzetten van participatietraject met bewoners
Actiepunten voor de gemeente Leiden: • • • • • • • • • • •
Ontwikkelen van visie en beleid om klimaatadaptatie te verankeren Keuze maken hoe vergroenen en klimaatmaatregelen op privaat gebied te organiseren Bij nieuwbouw zorgen dat klimaatadaptatie wordt verankerd in eisenpakket Ontwikkelen van een genuanceerd standpunt over de balans tussen bomenbehoud en andere klimaatadaptieve maatregelen (extra ruimte voor water kan bijv. ten koste van bomen gaan) Opstellen van een ‘Afvoerstructuurplan’ (zie pagina 82) Uitzoeken of klimaatmaatregelen (vasthouden en vertragen) onderdeel kunnen zijn van de watercourantrekening van het Hoogheemraadschap – compensatie boezem Verkennen in welke mate verticale infiltratie mogelijk is binnen het boezemgebied van Leiden (kwantitatief en kwalitatief) Verkennen hoe beheer en juridische afdelingen een constructieve bijdrage kunnen leveren aan de integrale transitieopgave (ook hier is innovatie nodig) Verdere dialoog met woningcorporaties over klimaatadaptatie organiseren en vastleggen in onderlinge prestatieafspraken Methodiek om investeringen, beheerkosten, schadereductie en baten op wijkniveau afgewogen in beeld te brengen om tot transparante keuzes te komen Uitzoeken of de klimaatadaptieve strategie schaalbaar is voor andere delen boezemgebied én de poldergebieden van Leiden
COLOFON Projectgroep gemeente Leiden Oscar van der Padt Henriëtte Noordhof Martin Verwoest Fred Goedbloed Tjinta Versteegen Raymond Staneke Joost Verhaar
Projectmanager Senior beleidsadviseur Senior stedenbouwkundige Senior beleidsadviseur Landschapsarchitect Projectcoördinator Projectcoördinator
Incidentele deelname: Rick Chaudron Lia Totté Lianne Mack Geert den Boogert Cor Brunt
Opdrachtgever Team leider Beleidsadviseur Stedenbouwkundige Projectcoördinator
De Urbanisten Florian Boer André Rodenburg Wander Hendriks Iulia Sirbu
Inhoudelijk projectleider Senior hydroloog | Rodenburg Wateradvies Stedenbouwkundig ontwerper Landschapsontwerper
Deelnemers Workshops Oscar van der Padt Lia Totté Martin Verwoest Fred Goedbloed Joost Verhaar Raymond Staneke Astrid van Leeuwen Bouwe Elzinga Cor Brunt Erwin Schreve Frank Rammeloo Geert den Boogert Henk Solingen Henriette Noordhoff Inge van den Berg Karin Bosma Laura Brobbel Lianne Mack Michelle Klare Rick Chaudron Tjinta Versteegen Wessel Tiessens Esmeralde van Vliet Geert Wijnen Reinder Brolsma Rutger van der Brugge Ruben wentink Jeroen Brouwer Judith van der Laken
86
Gemeente Leiden Gemeente Leiden Gemeente Leiden Gemeente Leiden Gemeente Leiden Gemeente Leiden Gemeente Leiden Gemeente Leiden Gemeente Leiden Gemeente Leiden Gemeente Leiden Gemeente Leiden Gemeente Leiden Gemeente Leiden Gemeente Leiden Gemeente Leiden Gemeente Leiden Gemeente Leiden Gemeente Leiden Gemeente Leiden Gemeente Leiden Gemeente Leiden Alliander Alliander Deltares Deltares Dunea Gemeente Katwijk Gemeente Katwijk
Lieve Vukanic Nicole van Eeden Jurian Bos Marcel Solleveld Bert Everts Xandra van Ginkel Jelle de Lange Stijn Verplak Gilbert Smink Michiel Houwing Kor van Hateren Miriam van Dijk Bernard Sparnaaij Robert de Graaff Sanaa Wasfi Arjan de Wit William Freriks Sjoerd Stout Anouk Bavink Eva Nieuwenhuis Wouter Verhoeven Catharina Draaisma Dave Burgemeister Miriam van de Laan Patrick Coly Andre Rodenburg Wander Hendriks Florian Boer
Gemeente Leiderdorp Gemeente Oestgeest Gemeente Voorschoten Gemeente Voorschoten Geo-adviseur Holland Rijnland Hoogheemraadschap Rijnland IF technology Liander NUON/Liander ODWH Ons Doel Ons Doel Org-id Portaal Provincie Zuid Holland Royal Haskoning Royal Haskoning DHV RWS TU Delft Warmtebedrijf Rotterdam Werkorganisatie Duivenvoorde Werkorganisatie Duivenvoorde Werkorganisatie Duivenvoorde Zijdekwartier architecten Rodenburg Wateradvies De Urbanisten De Urbanisten
Klimaatadaptatief Leiden Gasthuiswijk en Haagwijk zuid - strategie & bouwstenen
BIJLAGEN - PRESENTATIES WORKSHOP 1, 2 EN 3 - VERSLAGEN WORKSHOP 1, 2 EN 3 - VERSLAGEN PROJECTGROEPEN 1 T/M 8 - STRATEGIEKAART - LOS BIJGELEVERD DIGITAAL BESTAND
87