210074 Bijlage 2b Regels Vaststelling bestemmingsplan ‘Lammenschansweg-HOF36’
Tekst van het document
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Bestemmingsplan "Lammenschansweg-HOF36" (vastgesteld)
31
Artikel 12 12.1
Algemene gebruiksregels
Waterberging
Alvorens de gronden in gebruik genomen worden voor de doeleinden als bedoeld in Artikel 4 tot en met Artikel 7, dient voldaan te worden aan de volgende voorwaarden: a. er dient te zijn aangetoond dat de toename van de afvoer van afstromend regenwater ten gevolge van een toename van verhard oppervlak ten opzichte van de situatie in 2011, zoals beschreven in Bijlage 7 bij de toelichting, gecompenseerd wordt conform de eisen van het hoogheemraadschap en voorzien is een waterberging met voldoende capaciteit; b. de compensatie dient ten minste naar evenredigheid van de realisatie van toename van verhardingen gerealiseerd te worden; c. de compensatie bedraagt ten minste 55 mm per m2 verharding; d. de afvoersnelheid van de voorziening bedraagt ten hoogste 0,6 liter/uur/m².
32
Bestemmingsplan "Lammenschansweg-HOF36" (vastgesteld)
Artikel 13
Algemene afwijkingsregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken: a. van de in deze regels gegeven maten, afmetingen en percentages tot niet meer dan 5% van die maten, afmetingen en percentages; b. deze regels en toestaan dat kleine gebouwen ten behoeve van openbare nutsvoorzieningen, het openbaar vervoer, de bediening van kunstwerken, toiletvoorzieningen en naar aard gelijk te stellen gebouwen worden gebouwd, met dien verstande dat de inhoud per gebouw niet meer dan 50 m3 mag bedragen en dat de bouwhoogte niet meer dan 3,5 meter mag bedragen; c. van deze regels ten aanzien van de maximaal toegestane bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde wordt vergroot tot niet meer dan 10 meter.
Bestemmingsplan "Lammenschansweg-HOF36" (vastgesteld)
33
Artikel 14
Voorwaardelijke verplichting parkeren en laden/lossen
a. Bij activiteiten waarvoor een 'omgevingsvergunning voor het bouwen' (art. 2.1, lid a Wabo) is vereist, dient ten behoeve van het parkeren van auto's, fietsen en het laden en lossen in voldoende mate ruimte zijn aangebracht in, op of onder het gebouw of het bijbehorende perceel, dan wel op of onder het betreffende terrein, of in het omliggende openbare gebied. b. Bij het bepalen of voldoende ruimte is aangebracht voor het parkeren van auto's, fietsen en het laden en lossen wordt gebruikt gemaakt van de Beleidsregels Parkeernormen van de gemeente Leiden zoals die gelden ten tijde van het ter inzage leggen van het ontwerp van dit bestemmingsplan en indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd - aan die wijziging. c. Voor de onder b bedoelde gemeentelijke beleidsregels op het gebied van parkeren, geldt dat bij het berekenen van de parkeerbehoefte een uitsplitsing mag plaatsvinden per dagdeel op basis van de aanwezigheidspercentages waarbij het voorzien in voldoende ruimte voor het parkeren van auto's, zoals bedoeld in lid a, geldt voor het maatgevende moment. Daarbij moet gebruik worden gemaakt van deelmobiliteit. Tevens mogen voor bezoekersparkeren maximaal 4 parkeerplekken worden afgewenteld in de openbare ruimte. d.
Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in lid a in gevallen zoals genoemd in de onder lid b bedoelde gemeentelijke beleidsregels op het gebied van parkeren.
34
Bestemmingsplan "Lammenschansweg-HOF36" (vastgesteld)
Hoofdstuk 4 Artikel 15 15.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a met maximaal 10%. c. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 15.2
Overgangsrecht gebruik
a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Bestemmingsplan "Lammenschansweg-HOF36" (vastgesteld)
35
Artikel 16
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Lammenschansweg-HOF36.
36
Bestemmingsplan "Lammenschansweg-HOF36" (vastgesteld)