CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

210067 Bijlage 1. Kaderbrief 2021-2025

raadscommissie Stedelijke Ontwikkeling 6 juli 2021, gemeente LeidenBij agendapunt: Bijlagen36.006 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Deze zijn bestemd voor een kwartiermaker, ondersteuning, communicatie en een bijdrage aan facilitaire kosten. Een van de taken van de kwartiermaker is het verwerven van subsidies. De gemeentelijke bijdrage voor 2022 kan voor de helft worden gedekt uit het beschikbare budget voor programma Kennisstad . We stellen voor om de resterende € 50.000 in deze kaderbrief ten laste van de reserve sociaal domein te brengen. Voortzetting van deze bijdrage vanaf 2023 zal moeten worden afgewogen als meer duidelijk is over het financieel kader voor de komende jaren. 09.10 Preventie interventie team (SD) In de loop van 2019 is in samenwerking met de Universiteit Leiden het preventie interventie team (PIT) gestart voor een proefperiode van twee jaar. In het project worden kinderen en hun ouders begeleid. Het gaat om kinderen met een verstoorde sociale ontwikkeling die dreigen af te glijden en nauwelijks toekomen aan regulier onderwijs. Het lopende project wordt gedekt uit de reserve sociaal domein. Om deze aanpak structureel te kunnen maken is structureel € 230.000 vanaf 2022 nodig. Vanwege de onzekere financiële context stellen we voor om in 2022 de benodigde € 230.000 incidenteel beschikbaar te stellen. Voortzetting vanaf 2023 zal moeten worden afgewogen als meer duidelijk is over het financieel kader voor de komende jaren.

Kaders programma's

| 73

09.11 Programma tijdelijke huisvesting statushouders De samenwerkende partijen in de asielketen staan voor een grote opgave, omdat de opvangcapaciteit van het Centraal Orgaan Huisvesting Asielzoekers haar grenzen bereikt en de vraag naar opvangplekken groot blijft. Dat betekent dat vergunninghouders sneller gehuisvest moeten worden, waardoor de druk op de opvangcapaciteit verkleind en de vergunninghouders zo snel mogelijk integreren en participeren en het aantal opvangplekken vergroot moet worden door een opvang te realiseren. Dit vormt aanleiding voor de start van een programma, dat zich richt op een aantal doelen. Een van die doelen is het realiseren van extra tijdelijke huisvesting in aanvulling op de huisvesting die binnen de bestaande voorraad gerealiseerd wordt in het kader van het realiseren van de taakstelling. De taakstelling voor de huisvesting van statushouderes voor gemeenten verdubbelt en de verwachting is dat de komende drie jaar sprake zal zijn van een verhoogde taakstelling. Om deze doelen te bereiken is een bedrag in deze kaderbrief opgenomen, enerzijds om middelen aan te vragen voor de plankosten die in het kader van het programma gemaakt worden, anderzijds om middelen aan te vragen voor de realisatie van tijdelijke huisvesting voor statushouders.

Bijsturing 09.12 Inzet reserve sociaal domein voor tekort 2021-2023 (SD) We stellen voor om de tekorten 2021-2023 'binnen het hek' te dekken uit de reserve sociaal domein. Aanvullend stellen we voor om € 1 miljoen in te zeten om de taakstelling binnen het sociaal domein voor een deel in te vullen. Na inzet van de reserve sociaal domein voor het afdekken van deze tekorten resteert in de reserve nog een buffer van € 1,5 miljoen om toekomstige tegenvallers op te vangen. Zie ook het inleidend hoofdstuk sociaal domein.

74 | Kaders programma's

Kaders programma's

| 75

10 Werk en inkomen

76 | Kaders programma's

Werk en inkomen Programmanummer Commissie Portefeuille(s)

10 Werk en Middelen Gezondheid, Jeugdzorg & Welzijn Bestuur, Veiligheid en Handhaving

De missie van het programma Werk en inkomen luidt: De gemeente Leiden stimuleert haar inwoners om door werk zelfstandig in het bestaan te voorzien, bevordert maatschappelijke participatie en biedt waar nodig een financieel vangnet.

4.10.1 Wijzigingen indeling programmabegroting Voor programma 10 zijn er geen wijzigingen in de doelenboom.

Kaders programma's

| 77

4.10.2 Financiële ontwikkelingen Ontwikkeling

Nr.

Onderwerp

L/B

I/S

2021

2022

2023

2024

2025

Mee/Tegenvaller

10.01

Leidse bijdrage aan uitkeringenbudget

B

S

500

500

500

500

500

L

I

50

S

-1.636

-1.665

-1.648

-1.468

-1.468

B

S

469

469

469

469

469

L

I

-2.100

S

-469

-469

-469

-469

-469

I

805 80

80

80

80

-1.085

-1.068

-888

-888

10.02

10.03

Aanpassing BUIG-budget

Vervanging uitkeringsadministratie

L

S Tot.

-2.381

Mee / tegenvaller 10.01 Leidse bijdrage aan uitkeringenbudget In 2019 en 2020 is Leiden ruim uitgekomen met het BUIG-budget, het rijksbudget waaruit de kosten voor de bijstandsuitkeringen worden gedekt. In de periode voor 2019 was er incidenteel een overschot, maar meestal een tekort. Daarom is in het verleden het budget structureel verhoogd met € 1,1 miljoen ten laste van de algemene middelen. Bij de programmabegroting 2021 is besloten om vanaf 2023 de Leidse bijdrage met € 0,2 miljoen te verlagen. Er wordt nu verwacht dat het BUIG-budget structureel voldoende zal zijn om de kosten van de bijstandsuitkeringen te dekken en daarom wordt de Leidse bijdrage aan het uitkeringenbudget structureel afgeraamd. De bezwaarschriften die betrekking hebben op de TOZO-uitkeringen moeten worden afgehandeld door Leiden. In de begroting is hier geen rekening mee gehouden. Dit leidt tot een incidentele last van € 50.000. Doordat de Bbz (besluit zelfstandigen) qua financieringssystematiek gewijzigd wordt en het aantal Bbz-ers gedaald is, dalen zowel de lasten als de baten met € 500.000 structureel. 10.02 Aanpassing BUIG-budget Recent heeft het Rijk het Nadere voorlopige BUIG-budget gepubliceerd. BUIG staat voor Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorzieningen Gemeenten.

Het bijstandsbudget is door het Rijk verlaagd, omdat de bestandsontwikkeling in 2020 gunstiger is verlopen en de verwachtingen over de conjunctuur van 2021 positiever zijn. De lasten en baten worden daarom met € 468.608 verlaagd. Daarnaast wordt een voordeel verwacht van minimaal € 2,1 miljoen op de bijstand in 2021. Gebaseerd op de kosten t/m april en het Nadere voorlopige budget 2021. Eind september wordt het Definitieve budget vastgesteld. Het Definitieve budget is tot nu toe altijd hoger uitgevallen. Wanneer het uitkeringenbestand minder snel toeneemt of daalt dan zal het voordeel in 2021 hoger uitvallen. 10.03 Vervanging uitkeringsadministratie De vervanging van de uitkeringsadministratie door de nieuwe suite sociaal domein is aan zijn laatste fase bezig. De implementatiekosten zijn voor Leiden € 352.000 hoger dan verwacht. Doordat de implementatie langer duurt dan verwacht zijn er o.a. extra kosten als gevolg van dubbele licenties. Deze extra kosten bedragen € 215.000. Door de vervanging van de uitkeringsadministratie moet ook het SWT Leiden over op het nieuwe systeem. De invoeringskosten voor het SWT bedragen € 238.000 in 2021 en waren nog niet geraamd. De structurele uitvoeringskosten voor Leiden nemen met € 80.000 vanaf 2022 toe doordat de besparing op hostingkosten van de bestaande leverancier lager uitvalt dan verwacht.

78 | Kaders programma's

Kaders programma's

| 79

4.11 Algemene dekkingsmiddelen, overhead, Vpb en onvoorzien 4.11.1 Wijzigingen indeling programmabegroting Niet van toepassing.

80 | Kaders programma's

4.11.2 Financiële ontwikkelingen Ontwikkeling

Nr.

Onderwerp

L/B

I/S

2021

2022

2023

2024

2025

Autonoom

AD.01

Ontwikkeling Gemeentefonds

B

S

4.013

3.115

1.722

-2.104

-7.349

AD.02

Lagere dividenduitkering BNG

B

S

120

120

120

120

120

AD.03

Verwachte tegenvaller CAO

L

S

500

500

500

500

500

AD.04

Onderuitputting kapitaallasten

L

I

-795

S

264 -1.528

-1.397

-177

1.352

Mee/Tegenvaller

Bijsturing

AD.05

Ontwikkeling kapitaallasten 2021 - 2025

L

S

AD.06

Maximale kapitaallasten in jaarschijf 2025

L

I

-500

S

500

AD.07

Actualisering financieringsresultaat

L

S

-2.594

AD.08

Aanname rijkscompensatie inkomstenderving en hogere lasten corona

B

I

-2.300

AD.09

Verhogen stelpost onderuitputting kapitaallasten

L

S

AD.10

Vrijval behoedzaamheidsruimte 2023

L

S

AD.11

Inzet concernreserve voor tekorten 2021-2024

B

I

Tot.

-2.284

-2.580

-1.645

-803

-400

-400

-400

-400

-1.000 -530

-5.500

-374

-2.151

1.516

-1.322

-5.977

-3.409

-5.857

-5.063

2021

2022

2023

2024

2025

10

10

10

10

-10

-10

-10

-10

55

54

75

74

-55

-54

-75

-74

11

11

11

11

-11

-11

-11

-11

126

125

124

123

-126

-125

-124

-123

525

1.000

1.000

1.000

1.180

603

603

603

294

294

Bedragen x € 1.000,Ontwikkeling

Nr.

Onderwerp

L/B

I/S

Budgettair neutraal

OH.01

Voortzetting ontwikkelpool

L

I

100 -100

OH.02

Vervanging GIS-systeem voor het fysieke domein

L

I

172 -172

S

OH.03

OH.04

OH.05

Mee/Tegenvaller

Verduurzaming wagenpark 2021-2023

Hybride vergaderen

Omzetting kredieten ZaakGericht Werken en Join naar nieuw krediet ZGW fase 2

L

L

L

S

S

S

OH.06

Budget voormalig personeel

L

I

OH.07

Structureel ramen budget informatievoorziening

L

S

OH.08

Ontwikkeling bijdrage aan SP71

L

I

-778

S

1.855

OH.09

-200

-100

Alternatieve dekkingsvoorstel stadhuis (Herhuisv. ambtenaren RV20.0119)

B

S

50

100

Alternatief dekkingsvoorstel herhuisvesting ambtenaren

B

S

13

25

OH.10

Invullen taakstelling beleidscapaciteit cluster Stedelijke Ontwikkeling

L

S

386

193

193

OH.11

Vervanging Financieel systeem binnen SP71

L

I

1.145

601

60

OH.12

Hogere kosten ploegendiensten wagenpark door corona

L

I

15

Kaders programma's

| 81

Ontwikkeling

Nr.

Onderwerp

L/B

I/S

2021

OH.13

Aanpassing bijdrage BSGR

L

S

138

OH.14

Aframen taakstelling GPC

L

S

Tot.

2.561

2022

2023

2024

2025

200

200

200

200

2.662

2.181

2.097

2.097

Bedragen x € 1.000,-

Autonoom AD.01 Ontwikkeling Gemeentefonds Door een lagere inwoneraantal begin 2021 valt de raming van de Algemene uitkering uit het Gemeentefonds vooral in de jaren 2021-2023 fors lager uit. We verwachten dat dit deels een incidenteel effect van de coronacrisis is. Ook als we op basis van de woningbouwplannen in de stad kritisch kijken naar de geraamde woningen / inwoners en de indexeringssystematiek, is in de eerste jaren nog steeds sprake van een fors lagere opbrengst dan eerst verwacht werd. Lees ook de paragraaf 'ontwikkeling algemene uitkering Gemeentefonds'. AD.02 Lagere dividenduitkering BNG Als aandeelhouder van de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) houden we in de begroting structureel rekening met een jaarlijkse opbrengst uit dividend van € 750.000. Het dividend over 2020 bedraagt € 630.000 doordat de winst van de BNG lager uitpakt dan vorig jaar bij de Kaderbrief 2020-2024 werd ingeschat. Hoewel hierin een incidenteel effect speelt door corona-maatregelen van de Europese Centrale Bank (ECB) en hogere risicoopslagen op financiering vanwege de corona-epidemie, lijkt een deel van de tegenvallers ook structureel door te werken. Voorzichtigheidshalve verlagen we de geraamde dividendinkomsten structureel.

AD.03 Verwachte tegenvaller CAO De onderhandelingen tussen de VNG en bonden over de collectieve arbeidsovereenkomst voor gemeenteambtenaren hebben nog geen resultaat opgeleverd. Door de in 2021 gestegen werkgeverslasten is het structurele budget in de begroting 2021 waarschijnlijk ontoereikend om stijgende salarislasten als gevolg van een nieuwe CAO-akkoord op te kunnen vangen. Op basis van de laatste stand van zaken stellen we voor om hiervoor € 500.000 structureel extra op te nemen. Budgettair neutraal OH.01 Voortzetting ontwikkelpool De Ontwikkelpool 3.0 heeft in 2022 nog € 100.000 nodig om volledig volgens plan te worden ingezet. De interne Ontwikkelpoolers werken een gedeelte van hun dienstverband aan integrale opgaven die prioriteit hebben binnen de Leidse organisatie; met het extra budget worden de latende teams gecompenseerd. Van het budget voormalig personeel wordt vanaf 2023 € 200.000 ingezet voor dekking van de grote bezuiniging. In 2021 en 2022 kan deze € 200.000 nog voor incidentele knelpunten worden ingezet. Voorgesteld wordt om in 2022 hiervan € 100.000 in te zetten voor de ontwikkelpool. OH.02 Vervanging GIS-systeem voor het fysieke domein Binnen het fysieke domein wordt veel gebruikt gemaakt van geografische informatie.

De huidige GISvoorzieningen zijn verouderd en verspreid en zijn beperkend in de mate waarin de gemeente data kan tussen afdelingen onderling, met stakeholder zoals netbeheerders, andere overheden en met haar burgers kan delen. Dit leidt enerzijds tot onnodig veel extra kosten in de dagelijkse werkzaamheden en anderzijds tot gemiste kansen op het gebied van participatie en service naar de inwoners. Het huidige GIS sluit niet aan op de ambitie van de organisatie om zich te ontwikkelen op het vlak van datagedreven werken en de opgave om, ingegeven door Corona en het Leidse Werken, meer thuis te werken. Uit onderzoeken is gebleken dat een modern GIS platform het mogelijk maakt om eenvoudiger data uit te wisselen. Daarnaast biedt het een raamwerk om de participatie te versterken, efficiënter te werken en verkleint het de kans op faalkosten in projecten. Aangezien het SP71 de ICT pakketten beheert, zal deze aanmelding resulteren in een hogere bijdrage aan het SP71. De kosten die aangemeld worden zijn de extra kosten ten opzichte van het huidige GIS pakket Tabula. Verder zijn de kosten in het kader van de ontwikkelingen op het platform niet meegenomen.

OH.03 Verduurzaming wagenpark 2021-2023 De gemeente Leiden heeft in 2019 het Convenant Duurzame Voertuigen en Reinigingsvoertuigen in de Reinigingsbranche ondertekend en in februari 2020 is het rapport ‘Verduurzaming Wagenpark Gemeente Leiden’ opgesteld. Met dit convenant onderschrijft de gemeente Leiden de ambitie dat vanaf 1 januari 2030 alle nieuw aan te schaffen reinigingsvoertuigen door de gemeente Leiden volledig emissievrij zijn. De gemeente werkt momenteel al stapsgewijs toe naar een slim en schoon wagenpark. Een klein deel van het wagenpark is reeds geëlektrificeerd. Een volgende stap in de verduurzaming van het wagenpark is de uitrol van zero emissie (elektrische) kleine veegwagens in 2021 en 2023. Voor de vervanging van de kleine veegwagens werd rekening gehouden met een investeringssom van € 660.000. De aanschaf van elektrische veegwagens is beduidend duurder. Per veegwagen ligt de aanschaf € 147.500 hoger. Hier staat tegenover dat het wagenpark door efficiëntere inzet van het wagenpark (meer veeguren), en de inhuur van een veegwagen in de pieken

82 | Kaders programma's

(bladperiode), toekan met één middelgrote veegwagen minder (€ 160.000). Per saldo is € 430.000 extra krediet nodig, waarvan € 310.000 in 2021 en € 120.000 in 2023. De extra kapitaallasten (circa € 55.000 vanaf 2022 en circa € 74.000 vanaf 2024) worden opgevangen door lagere exploitatielasten, doordat elektrische veegwagens goedkoper zijn in gebruik en onderhoud en door de daling van het aantal wagens. De volgende stap kunnen we hopelijk gaan maken in 2024-2025 met zijladers en kraanhaakwagens. OH.04 Hybride vergaderen Als uitvloeisel van Corona is de verwachting dat medewerkers ook in de toekomst meer zullen blijven thuiswerken. Wel betekent dit dat vergaderingen meer een hybride zullen zijn waarbij een deel van de medewerkers thuis via teams deelneemt. Om deze vorm van vergaderen goed te laten verlopen zijn extra aanpassingen in vergaderruimtes (soundbars met microfoons en camera) nodig. De kosten voor deze aanpassingen worden voor nu ingeschat op € 50.000. Dekking is gevonden door verlaging van het krediet meubilair. De offertes voor het kantoormeubilair vallen voordeliger uit dan eerder begroot waardoor het verantwoordt is het krediet met € 100.000 te verlagen. OH.05 Omzetting kredieten ZaakGericht Werken en Join naar nieuw krediet ZGW fase 2 Voor de 2e fase Zaakgericht werken is een krediet benodigd van € 602.006.

Dit krediet kan gedekt worden uit de restant kredieten Zaakgewijswerken Software en het krediet Vervanging JOIN zaaksysteem. Voorgesteld wordt een nieuw krediet Zaakgerichtwerken fase II in te stellen en dit te dekken door de kredieten 7100751 Zaakgewijs werken software en krediet 7101238 Vervanging JOIN zaaksysteem af te sluiten. Vrijvallende kapitaallasten kunnen ingezet worden ter dekking van het krediet Zaakgerichtwerken fase II met een looptijd van 5 jaar. Mee / tegenvaller OH.06 budget voormalig personeel In het bijsturingsvoorstel bij de Programmabegroting 2021 is onderuitputting op het budget voormalig personeel van € 200.000 ingezet voor het invullen van de bezuinigingstaakstelling. Na inzet van de onderuitputting voor het dekken van de ontwikkelpool in 2022 valt het restant van deze onderuitputting in 2021 en 2022 vrij in het saldo van deze Kaderbrief. AD.04 Onderuitputting kapitaallasten 2021 Doordat de uitgaven binnen de investeringen minder snel worden gerealiseerd dan eerder begroot komt in 2021 een vrijval van kapitaallasten van € 531.063 ten goede aan het saldo van de kaderbrief. Dit is inclusief de vrijval op investeringen in de bedrijfsvoering.

De onderuitputting van de investeringen binnen het FPDS (zie inleidend hoofdstuk FPDS) en investeringen binnen het gesloten systeem van de parkeerreserve (zie bijlage reserve parkeren) worden met gesloten systemen verrekend. AD.05 Ontwikkeling kapitaallasten 2021-2025 Bij het opstellen van de Kaderbrief 2021 - 2025 wordt de budgettaire ontwikkeling van de kapitaallasten 2022-2025 inzichtelijk gemaakt. Dit op basis van het doorrekenen van de kapitaallasten van de afgeronde investeringen, lopende investeringen en investeringen uit het meerjareninvesteringsplan 2021 - 2024, op basis van actuele cash-flows van investeringen die is uitgevraagd bij de budgethouders van investeringen. Zie ook de paragraaf 'ontwikkeling kapitaallasten en schuldquote'. AD.06 Maximale kapitaallasten in jaarschijf 2025 In het meerjarenbeeld 2021 - 2025 zijn in de laatste jaarschijf nog niet de volledige en maximale kapitaallasten van de lopende investeringen en investeringen uit het meerjareninvesteringsplan 2021-2024 meegenomen. Een aantal cash-flows zal in en na 2025 plaatsvinden waardoor kapitaallast buiten het meerjarenbeeld vallen. Zie ook de paragraaf 'ontwikkeling kapitaallasten en schuldquote'.

AD.07Actualisering financieringsresultaat Door de voortdurende lage rente op nieuwe geldleningen en de lagere financieringsbehoefte dan eerder begroot treedt in alle jaren een voordeel op ten opzichte van de meerjarenbegroting 2021. Ook in deze kaderbrief blijven we rekenen met een stijgende renteverwachting op nieuwe geldleningen die oploopt tot 3% in 2025 (zie ook de uiteenzetting van de financiële positie in de financiële samenvatting). AD.08 Aanname rijkscompensatie inkomstenderving en hogere lasten corona In 2021 ramen we in deze kaderbrief meerdere nadelen door corona, waarbij het grootste nadeel betrekking heeft op lagere parkeerinkomsten. Vanuit de afspraak dat gemeenten reëel door het rijk gecompenseerd worden voor inkomstenderving en hogere lasten door corona ramen we hiertegenover een vergelijkbare compensatie van € 2,3 miljoen. Een eventueel ontoereikende compensatie is opgenomen als risico bij de bepaling van het weerstandsvermogen. Voor cultuur (zie programma 8), sport en DZB verwachten we dat de nadelen door sectorspecifieke regelingen kunnnen worden opgevangen.

Kaders programma's

| 83

OH.07 Structureel ramen budget informatievoorziening Dit structurele implementatiebudget dient voor de bekostiging van twee ontwikkelingen (1) vervanging van IVapplicaties en (2) realisatie van de Roadmap Informatievoorziening (IV). IV-applicaties worden vervangen omdat er nieuwe wet- en regelgeving wordt geïmplementeerd, dienstverlening wordt verbeterd, efficiency voordeel wordt behaald of omdat de IV-applicatie niet meer wordt ondersteund of conform de wettelijke termijn opnieuw moet worden aanbesteed. De roadmap IV bevat de 5 regionale thema’s van de informatievoorziening en vormt daarmee de ontwikkelagenda voor de IV. Samen met de domein Informatieplannen en de Vervangingskalender maakt de Roadmap IV deel uit van de strategische stuurinstrumenten. De 5 thema’s worden stap voor stap ontwikkeld en voren de daarmee de basis om de doelen (hogere kwaliteit, verminderde kwetsbaarheid, lagere kosten en meer innovatiekracht) te bereiken. Ter onderbouwing zal jaarlijks een actueel meerjareninvesteringsplan op hoofdlijnen worden opgeleverd. Deze structurele aanmelding komt in de plaats van de incidentele aanmeldingen zoals die tot op heden jaarlijks en op ad hoc basis werden gedaan. OH.08 Ontwikkeling bijdrage aan SP71 De bedrijfsvoering is de laatste jaren flink in ontwikkeling.

Dat zien we op het gebied van digitalisering maar ook voor de andere vakdisciplines geldt dat de vraag vanuit het primaire proces groeit en dat de mate van complexiteit toeneemt. De bedrijfsvoering wordt momenteel uitgevoerd door de bedrijfsvoeringsorganisatie Servicepunt71. Deze organisatie is lean en mean ingericht. Er zijn in geen reserves of innovatiebudgetten beschikbaar. Financiële knelpunten worden door de vier eigenaren in gezamenlijkheid opgelost. Het veranderen en toenemen van de vraag heeft geleid tot structurele knelpunten (zowel financieel als inhoudelijk) die de dienstverlening in de weg zijn gaan zitten. Er is daarom door het bestuur van Servicepunt71 aangestuurd op een actieplan om deze knelpunten op te lossen. Dit heeft ertoe geleid dat de bijdrage aan SP71 over de jaren 2021 en 2022 met circa 1,1 mln stijgt. Vanaf 2023 stijgt de bijdrage € 0,6 mln. structureel. Deze extra bedragen zorgen dat een aantal financiële knelpunten worden opgelost en dat een aantal noodzakelijke investeringen worden gedaan om de dienstverlening op peil te houden.

OH.09 Alternatief dekkingsvoorstel herhuisvesting ambtenaren Alternatieve dekkingsvoorstel 'Voortgangsrapportage gemeenteraad Herhuisvesting ambtenaren oktober 2020 en beschikbaar stellen aanvullend krediet" betreft het krediet ten behoeve van verhogen post onvoorzien en extra werkzaamheden tweede verdieping Stadhuis dat is bekrachtigd in besluit van de gemeenteraad RB20.0119. In de vergadering van de gemeenteraad op 15 december 2020 is verzocht in de motie "Verbouwen kost (echt) geld" (M20.0119/01) om een alternatieve dekking te zoeken in de lopende begroting van 2022 voor het raadsbesluit aanvullend krediet (RB20.0119). De motie beschouwde de dekking van het aanvullend krediet uit de toekomstige verhuuropbrengst van de vrijkomende vierkante meters in het Stadskantoor na verhuizing van het bestuur naar het Stadshuis als onvoldoende 'harde' dekking. De alternatieve dekking is niet gevonden. Omdat op langere termijn huurinkomsten een reële dekking zijn, stellen we in deze kaderbrief voor om in de jaren 2022-2023 de begrote huuropbrengsten af te ramen en als nadeel in de kaderbrief te verwerken. Vanaf 2024 achten we het zeker reëel dat huuropbrengsten kunnen worden gerealiseerd.

OH.10 Invullen taakstelling beleidscapaciteit cluster Stedelijke Ontwikkeling Bij het opstellen van de kaderbrief 2019 - 2022 is vanuit het Cluster SO voor de teams Ontwerp en Mobiliteit (uitbreiding beleidscapaciteit en formatie verkeersregie) en het team Ruimtelijke Ontwikkeling (uitbreiding juridische capaciteit) een aanmelding gedaan voor een bedrag van € 850.000 in de jaren 2019 en 2020 en € 935.000 structureel vanaf 2021. Deze uitbreiding van de capaciteit was noodzakelijk voor de grote opgaven met betrekking tot de bereikbaarheidsopgaven (inclusief verkeersmanagement) en ruimtelijke initiatieven die de verstedelijkingsopgaven met zich mee bracht. In het besluit over de Kaderbrief 2019 is voor de jaren vanaf 2021 tegenover deze budgetaanvraag een in te vullen taakstelling opgenomen van structureel € 935.000. In 2019 is, bij het opstellen van de begroting, deze taakstelling voor een groot deel ingevuld. Met een bedrag van € 600.000 voor de jaren 2021 t/m. 2023 en met € 400.000 vanaf 2024. Dat betekent dat de taakstelling in 2021 t/m 2023 voor 64% is ingevuld en voor de jaren vanaf 2024 voor 43%. Het invullen van de restant taakstelling vanaf 2021 voor het cluster SO is om meerdere redenen niet realiseerbaar. Omdat de financiële ruimte in deze kaderbrief beperkt is, stellen we voor om de taakstelling voor 2021 af te boeken en vanaf 2022 structureel met 50% te verlagen.

Richting de begroting gaat het college met het bewuste organisatieonderdeel verder aan de slag om met duidelijke prioritering formatie en ambitie in balans te brengen. Hierover rapporteren we in de Programmabegroting 2022. OH.11 Vervanging Financieel systeem binnen SP71 Het huidige financiële pakket heeft zijn "end of life" cycle bereikt en wordt niet meer onderhouden. Vervanging van het pakket is daarom noodzakelijk. Van de totale kosten voor de vervanging van € 4.243.000 daarvan komt € 2.056.000 voor rekening van Leiden. Vanuit de IV projectuitvoering vindt een eenmalige bijdrage plaats van € 250.000 voor de projectuitvoeringskosten. Hiermee komt de tegenvaller uit op € 1.806.000.

84 | Kaders programma's

OH.12 Hogere kosten ploegendiensten wagenpark door corona Als gevolg van corona worden ploegendiensten in de garage gedraaid. Dit brengt hogere kosten met zich mee: voor 2021 circa € 15.000. OH.13 Aanpassing bijdrage BSGR Jaarlijks vindt er een kostprijsberekening achteraf plaats om de werkelijk gebruikte aanslagregels over het voorgaande jaar vast te stellen, deze aantallen/kosten zijn hoger door areaaluitbreiding (groei) en er staan derhalve belastingopbrengsten tegenover. In het verleden werden deze meerkosten gecompenseerd door zeer positieve jaarresultaten van de BSGR. Door bezuinigingen en toename van de kosten voor digitalisering en bezwaarafhandeling (no cure no pay bureau's) is het jaarresultaat fors gedaald. OH.14 Aframen taakstelling GPC Het Grafisch Productie Centrum is een bedrijfsonderdeel dat (beeld)vormgeving en printopdrachten uitvoert voor de gemeentelijke organisatie en andere partners in de regio. GPC bestaat uit twee onderdelen: de Studio (dtp, vormgeving, beeld) en de Printroom (printing grote printopdrachten voor bijvoorbeeld brieven maar ook printen van grote technische tekeningen op een zogenoemde plotter). Bij de Printroom werken mensen gedetacheerd vanuit DZB. Op begrotingsbasis ramen we dat het GPC elk jaar bovenop de directe kosten een voordelig resultaat realiseert. In praktijk ontlopen de directe kosten en opbrengsten elkaar echter niet veel.

De begroting is hierin al jaren te optimistisch. Bovendien heeft die begroting sinds 2013 niet meebewogen met de toenemende digitalisering, papierlozer werken en dus de veranderende vraag van de organisatie. Door aanpassingen te doen in werkwijze, kwaliteit en samenstelling van het team, kunnen de opbrengsten alsnog omhoog waardoor (een deel van) het begrote resultaat toch gerealiseerd kan worden, maar de huidige taakstelling is onrealistisch. Daarom stellen we voor deze met € 200.000 te verlagen. Bijsturing AD.9 Verhogen stelpost onderuitputting kapitaallasten In praktijk worden investeringen vaak later in gebruik genomen dan vooraf geraamd. Hierdoor komen de kapitaallasten van deze investeringen ook pas in latere jaren in de begroting en valt de budgettaire ruimt die hiervoor in eerdere jaren beschikbaar was vrij. Via de structurele 'stelpost onderuitputting kapitaallasten' van € 1,8 miljoen hebben we deze ruimte op voorhand al begroot. Jaarlijks blijkt de onderuitputting echter groter dan deze geraamde stelpost. Op basis van realisatie in afgelopen jaren en de toename van investeringsvolumes in de huidige meerjarenbegroting achten wij het verantwoord om de stelpost onderuitputting structureel met € 400.000 scherper te begroten. Zie ook de paragraaf 'ontwikkeling kapitaallasten en schuldquote'.

AD.10 Vrijval behoedzaamheidsruimte 2023 In het meerjarenbeeld bij de Programmabegroting 2021 was in 2023 een structureel behoedzaamheidsbudget van € 1 miljoen geraamd en vanaf 2024 een structureel behoedzaamheidsbudget van € 4,7 miljoen. Met de gunstige signalen over de herijking van het gemeentefonds, de verwachtingen over tegemoetkoming van het rijk richting gemeenten binnen het sociaal domein en de inzet van de reserve sociaal domein om de restant taaktstelling in 2023 voor een groot deel incidenteel af te dekken, stellen we voor om het behoedzaamheidsbudget in 2023 vrij te laten vallen. Gelijktijdig verhogen we het structurele behoedzaamheidsbudget in 2024 en 2025 met hetzelfde bedrag als de openstaande taakstelling binnen het hek sociaal domein. Hiermee wordt het structurele behoedzaamheidsbudget als volgt: (x € 1.000 )

2024

2025

Oorspronkelijk behoedzaamheidsbudget

4.500

4.500

Verhoging met aanvullende taakstelling SD

2.895

2.219

Behoedzaamheidsbudget (nieuw)

7.395

6.719

AD.11 Inzet concernreserve voor tekorten 2021-2024 Na bijsturing resteert in de jaren 2021-2024 nog een tekort. Dit verrekenen we met de concernreserve. Door het opnemen van een aanvullende storting in 2025 komt de concernreserve weer op het voor het weerstandsvermogen vereiste niveau. Zie ook de uiteenzetting van de financiële positie in de financiële samenvatting.

Kaders programma's

| 85

86 | Kaders programma's

Hoofdstuk 5 5 Uitgangspunten meerjarenbegroting 5.1 Algemene uitgangspunten De begroting en meerjarenraming stellen we op in constante prijzen. Dat houdt in dat alleen voor het eerst komende jaar de uitgaven en inkomsten worden geïndexeerd voor prijsontwikkeling. Vervolgens ramen we de volgende jaren op het zelfde prijsniveau. De indexering van de bedragen voor 2022 vindt pas plaats bij de samenstelling van de begroting en is dus nog niet in deze kaderbrief meegenomen. De begroting is bij voorkeur structureel sluitend. Dat houdt dat de jaarlijkse, structurele, uitgaven gedekt moeten zijn met structurele inkomsten. Onze toezichthouder, de provincie Zuid-Holland heeft daar richtlijnen voor opgesteld. Jaarlijks vindt overleg plaats over de juiste toepassing van de richtlijnen.

Uitgangspunten meerjarenbegroting

| 87

5.2 Loon-, prijs- en ontwikkeling lokale heffingen 5.2.1 Loon- en prijscompensatie 2022 Het indexpercentage voor de begroting 2022 wordt afgeleid van het Centraal Economisch Plan van het Centraal Planbureau (CPB) dat in maart 2021 is verschenen. Vervolgens bepalen wij de loon- en prijsmutatie voor 2022. Wij houden rekening met een loonontwikkeling van 3%. Hierin zit een nacalculatie over 2021 van 1%. Deze nacalculatie is nog niet definitief omdat de onderhandelingen over een nieuwe CAO nog lopen. De index voor goederen en diensten voor 2022 komt voorlopig uit op 1,5%. De jaarlijkse taakstelling t/m 2023 op de indexering van € 0,5 miljoen zal hiermee verrekend worden. Het gewogen gemiddelde van indexering van goederen, diensten en lonen is afgerond 1,7%. Met dit percentage zullen de overige gemeentelijke heffingen en inkomsten aanpassen. Subsidies en bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen worden ook met dit gewogen gemiddelde van1,7% geïndexeerd. De index is nog niet verwerkt in de bedragen van deze kaderbrief. Dat gebeurt zoals gebruikelijk pas bij de begroting. We verwachten dat de indexering budgetneutraal verwerkt kan worden. 5.2.2 Lokale heffingen Heffing

Begroting 2021

Begroting 2022

MJB 2023

MJB 2024

MJB 2025

Ozb gebruikers niet-woningen

15.258.846

15.745.537

15.758.412

15.758.412

15.758.412

Ozb eigenaren niet-woningen

16.961.236

17.495.141

17.578.016

17.578.016

17.578.016

Ozb eigenaren woningen

23.855.313

24.620.695

25.126.290

25.689.281

25.689.281

Precariobelasting

8.259.309

759.309

759.309

759.309

759.309

Rioolheffing

8.806.345

10.971.447

11.008.111

11.008.111

11.008.111

Afvalstoffenheffing

16.730.940

18.169.236

18.169.236

18.169.236

18.169.236

Totaal

89.871.989

87.761.365

88.399.374

88.962.365

88.962.365

De opbrengstramingen van de lokale heffingen passen we op dit moment niet aan. Uitzondering hierop is de raming OZB voor nieuwe onderwijsgebouwen. Zie ook de aanmelding in programma 7 Jeugd en onderwijs. OZB. De laatste prognoses van de BSGR leveren geen grote verschillen op met de ramingen in de begroting 2021. De meerjarenraming uit de begroting 2021-2024 blijft in stand. waarbij we voorzichtigheidshalve de opbrengstramingen voor 2025 niet verder verhogen. Daarnaast zijn er nog een aantal onzekerheden in de opbrengst OZB niet-woningen door mogelijke aanpassing van de waardering van vastgoed door de coronacrisis. Hierbij gaat het o.a. om medische centra, horeca, sport en cultuur etc. In het beleidsakkoord 2018-2022 afgesproken dat het tarief voor de OZB voor woningen in 2022 met 1,5% wordt verhoogd bovenop de reguliere indexering. Precariobelasting Vanaf 2022 mogen gemeenten geen precario meer heffen op (ondergrondse) energieleidingen. Hierdoor valt de opbrengst van € 7,5 miljoen weg in de begroting 2022. Deze daling van de opbrengst was al voorzien in de Meerjarenraming 2019-2022. Op de energie- en waternota leidt het wegvallen van de doorrekening van de precariobelasting tot een gemiddelde daling per huishouden van € 80,-. Afvalstoffen- en rioolheffing.

Ter dekking van het wegvallen van de precariobelasting is in het beleidsakkoord 2018-2022 afgesproken dat de tarieven voor afvalstoffen- en rioolheffing worden verhoogd naar 100% kostendekking. De laatste stap naar 100% kostendekking leidt voor de afvalstoffenheffing tot een verhoging van afgerond 7% en voor de rioolheffing van afgerond 23%. Per huishouden gaat het om een gemiddelde stijging van € 50,--. Bij de begroting 2022 zullen wij in beeld brengen wat de kosten zijn voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijke afval en voor de gemeentelijke riolering. Vervolgens zullen we de opbrengst en de tarieven berekenen. Vanaf 2022 zullen de tarieven meebewegen met de kostenontwikkeling.

88 | Uitgangspunten meerjarenbegroting

5.3 Ontwikkeling areaal Op basis van de bouwmonitor en de prognose van het aantal inwoners houden we in de periode 2021-2025 rekening in de ramingen met onderstaande toename van het aantal woningen en inwoners per jaar. Voor 2023 telt het aantal geplande woningen voor 75% mee in de raming van de algemene uitkering. Vanaf 2024 voor 50%. De algemene uitkering wordt berekend op het aantal inwoners en woningen op 1 januari van het uitkeringsjaar. jaar

2021

2022

2023

2024

2025

Totaal groei

Aantal woningen per 1-1-

60.558

61.507

62.686

64.738

65.475

Meer-persoons

1.149

986

1.639

1.062

1.088

5.924

Een-persoons

232

289

1.099

0

0

1.620

Sloop

-432

-89

-1

0

0

-522

Per jaar

949

1.186

2.737

1.062

1.088

7.022

Percentage in raming

100%

100%

75%

50%

50%

Opgenbomen in raming

949

1.186

2.053

531

544

5.263

Totaal 31-12

61.507

62.693

64.739

65.269

66.019

5.263

Toename

1,6%

1,9%

3,3%

1,1%

0,8%

8,70%

Totaal groei

Het aantal inwoners ontwikkelt zich naar verwachting als volgt: jaar

2021

2022

2023

2024

2025

124.096

127.262

129.331

132.610

134.085

Meer-persoons

1.434

1.780

2.455

1.475

1.088

8.232

Een-persoons

232

289

824

0

0

1.345

Aantal inwoners per 1-1-

Demping incidenteel effect daling 2020 Totaal 31-12 Toename

1.500

1.500

127.262

129.331

132.610

134.085

135.173

11.077

2,6%

1,6%

2,5%

1,1%

0,8%

8,6%

Het aantal inwoners beweegt mee met de geplande woningbouwproductie. Bij meerpersoons-woningen gaan we uit van gemiddeld twee bewoners. Bij studentenwoningen van een bewoner. Verder gaan we er vanuit dat de incidentele daling in 2020 in de loop van 2021 voor minimaal de helft worden ingehaald.

Uitgangspunten meerjarenbegroting

| 89

5.4 Ontwikkeling algemene uitkering Gemeentefonds Ontwikkeling uitkeringen uit het gemeentefonds, maartcirculaire 2021. In deze kaderbrief zijn, in tegenstelling tot vorig jaar, de gevolgen van de meicirculaire niet verwerkt. Wij verwijzen hiervoor naar de afzonderlijke raadsbrief. De meicirculaire verscheen te laat om integraal te verwerken in deze kaderbrief. In deze kaderbrief zijn alle wijzigingen verwerkt t/m de maartcirculaire 2021. De algemene uitkering ontwikkelt zich ten opzichte van de meerjarenraming 2021-2024 als volgt: -/- = Nadeel (Bedragen x € 1.000)

2021

2022

2023

2024

2025

Raming begroting/MJB 2021 -2024

281.260

280.227

283.962

286.132

286.132

Raming kaderbrief 2021-2025 o.b.v. maartcirc 2021

279.129

275.963

281.339

286.586

291.656

-2.132

-4.265

-2.623

454

5.524

N

N

N

V

V

-1.881

1.150

1.400

1.650

2.026

Verschil

Taakmutaties: 1.Totaal taakmutaties maartcirculaire 2. Stelpost areaal uitbreiding

Netto ontwikkeling

-200

-4.013

-3.114

-1.722

2.104

7.348

Nadeel

Nadeel

Nadeel

Voordeel

Voordeel

3.Ontwikkeling uitkeringsbasis, (groei Nederland)

-679

-1.360

-1.648

-1.689

-1.572

4.Ontwikkeling accres (groei gemeentefonds)

-122

-136

-275

-223

1.204

5.Ontwikkeling sociale maatstaven

-2.166

-768

501

1.574

3.184

6.Ontwikkeling fysieke maatstaven

-929

-658

-1.356

256

1.632

7.Aanpassing reservering voor Loon- en prijscompensatie

1.200

1.500

2.900

8. Uitkomst herijking gemeentefonds

p.m.

p.m.

p.m.

9. Uitkomsten kabinetsformatie

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

-117

-193

-145

185

0

-4.013

-3.114

-1.722

2.104

7.348

N

N

N

V

V

Toelichting netto ontwikkeling:

10. Uitkomst arbitrage jeugdzorg 11. Overige verschillen

1. Taakmutaties De berekening en analyse van de ontwikkeling van de algemene uitkering sluit, door kleinere mutaties, niet exact aan bij de raming in het financieel systeem. Hiervoor maken we een correctie in de analyse onder regel 11. In de tussentijdse maartcirculaire wordt een aantal compensaties voor corona 2021 beschikbaar gesteld. Deze zijn opgenomen in de laatste coronabrief aan de raad. Verder wordt op deze regel het schrappen van de stelpost compensatie Wmo vermeld. Dit nadeel staat als nadeel op programma 9 aangemeld. 2. Jaarlijks reserveren we vanuit de algemene uitkering € 200.000 voor beheer en onderhoud van de openbare ruimte door toename van het aantal woningen en niet-woningen. Voor 2025 wordt dit bedrag toegevoegd aan de stelpost. 3. Door de hogere landelijke groei van de sociale maatstaven, zoals het aantal bijstandscliënten, daalt het uitkeringspercentage van het gemeentefonds en daarmee de uitkering. 4. In de septembercirculaire is het accres (groei gemeentefonds) van het gemeentefonds licht aangepast. Het accres voor 2025 is aan de raming voor 2025 toegevoegd. In de meicirculaire 2021 volgt een nieuwe raming van het accres. 5. Het aantal inwoners is per 1-1-2021 lager dan geraamd dan in de begroting 2021-2024. De sterke stijging vanaf 2024 wordt veroorzaakt door het grote aantal nieuwe woningen vanaf 2023.

In deze raming gaan we er vanuit dat de incidentele daling in 2020 in de loop van 2021 voor minimaal de helft zal worden ingehaald. 6. De meerjarenraming is geactualiseerd ten opzichte van de begroting 2021-2024 op basis van de bouwmonitor, waarbij het aantal geplande woningen vanaf 2023 voor 75% is meegeteld, en 2024 voor 50%.

90 | Uitgangspunten meerjarenbegroting

7. Loon- en prijscompensatie. De algemene uitkering wordt door het Rijk meerjarig geraamd in lopende prijzen. De begroting van Leiden ramen we in constante prijzen. Dat betekent dat we een schatting moeten opnemen voor loon- en prijscompensatie. We zetten als het ware een bedrag opzij om straks de inflatie te kunnen betalen. Die schatting hebben we op basis van de laatste prognoses van het CPB aangepast, € 3,4 miljoen in 2022 oplopend tot € 10,5 miljoen in 2025. Dit is structureel lager dan in de meerjarenraming 2020 -2024 was opgenomen en leidt per saldo tot een structureel voordeel. Op basis van de meicirculaire passen we deze raming eventueel nog aan. De loon- en prijscompensatie voor 2022 is volgens de laatste verwachtingen:Lonen 3,0%, goederen en diensten 1,5% 8. Herijking gemeentefonds. Het voorlopige voorstel voor herijking van de verdeling van het gemeentefonds resulteert voor Leiden in een voordeel van afgerond € 5 miljoen. Omdat het om een voorstel gaat mogen we in de berekening van de algemene uitkering nog geen rekening houden met een voordeel. In de begroting 2021 hebben eerder we wel rekening gehouden met een mogelijk nadeel (het behoedzaamheidsbudget). Dat scenario lijkt nu minder waarschijnlijk. 9. Uitkomsten kabinetsformatie. De kabinetformatie leidt in meer of mindere mate tot wijzigingen van de rijksbegroting.

Door de samen de trap op en -af afspraak leidt dit ook tot wijzigingen in de omvang van het gemeentefonds. 10.De minister van BZK heeft aangekondigd voor 1 juli het resultaat van de besprekingen met de VNG over de Jeugdzorg bekend te maken.

Uitgangspunten meerjarenbegroting

| 91

5.5 Ontwikkeling kapitaallasten en schuldquote 1. Inleiding: Bij het opstellen van de kaderbrief 2021 - 2025 wordt de budgettaire ontwikkeling van de kapitaallasten 2022 2025 bepaald. Dit op basis van het doorrekenen van de kapitaallasten van de afgeronde investeringen, lopende investeringen en investeringen uit het meerjareninvesteringsplan 2021 - 2024, op basis van actuele cash-flows van investeringen die is uitgevraagd bij de budgethouders van investeringen. Het actualiseren van het bestaande meerjareninvesteringsplan 2021 - 2024 vindt plaats bij het opstellen van de programmabegroting 2021. Op dat moment wordt ook de besluitvorming (voor wat betreft investeringen) over de aanmeldingen bij de kaderbrief 2021 - 2025 meegenomen. 2. Ontwikkeling kapitaallasten 2022 – 2025: Het totaal van de kapitaallasten voor de begroting 2022 - 2025 laat ten opzichte van het huidige meerjarenbeeld (2021 - 2024) de volgende ontwikkeling zien: bedragen x € 1.000 meerjarenbeeld kapitaallasten

2022

2023

2024

2025

2021 - 2024

42.224

47.729

51.730

51.730

2022 - 2025

40.236

46.490

50.436

54.756

verschil:

-1.988

-1.239

-1.294

3.026

De budgettaire effecten moeten gecorrigeerd worden voor bijvoorbeeld mutaties in kapitaallasten die worden verrekend met reserves ter dekking van kapitaallasten (de parkeerreserve, de reserve afschrijving investeringen en de reserve duurzame stad voor de voordelen op kapitaallasten van investeringen uit het Financieel Perspectief Duurzame Stad) en de correctie van de stelpost kapitaallasten, waarop gedurende het jaar “technische” mutaties worden geboekt. Voor- en nadelen op de kapitaallasten van investeringen in bedrijfsmiddelen worden gestort in de bedrijfsvoeringsreserve concern. De diverse correcties, waaronder de kapitaallasten die worden gedekt door reserves en de correctie van de stelpost kapitaallasten, geven het volgende beeld: bedragen x € 1.000 meerjarenbeeld kapitaallasten

2022

2023

2024

2025

totaal resultaat:

387

-273

1.140

-1.506

De voor- en nadelen op kapitaallasten van de investeringen in de bedrijfsvoering worden toegevoegd aan de bedrijfsvoeringsreserve concern. Deze bedragen: bedragen x € 1.000 (- = nadeel) meerjarenbeeld kapitaallasten totaal bedrijfsmiddelen:

2022

2023

2024

2025

73

115

-23

-168

Ten opzichte van het meerjarenbeeld 2021 – 2024 geeft dit de volgende voordelige budgettaire ontwikkeling in de kapitaallasten te zien: bedragen x € 1.000 meerjarenbeeld kapitaallasten

2022

2023

2024

2025

totaal resultaat:

-1.528

-1.397

-177

1.352

2022

2023

2024

2025

17

17

24

23

Opgesplitst per programma geeft dit het volgende beeld: bedragen x € 1.000 Per Programma: Bestuur & Dienstverlening

92 | Uitgangspunten meerjarenbegroting

bedragen x € 1.000 Per Programma:

2022

2023

2024

2025

-

-

-

-

11

38

8

7

Bereikbaarheid

-846

-374

415

1.841

Omgevingskwaliteit

-358

-269

-460

337

Stedelijke Ontwikkeling

-59

-79

-18

-144

Jeugd en Onderwijs

63

-143

96

1.355

Sport, Cultuur & recreatie

-3

-216

-117

-161

Welzijn en Zorg

-

-

-

-1

Werk en Inkomen

-

-

-

-

-353

-371

-125

-1.905

-1.528

-1.397

-177

1.352

Veiligheid Economie & Toerisme

Algemene Dekkingsmiddelen

Totaal:

3. Conclusies: De “vrije” budgettaire ontwikkeling in de kapitaallasten 2022 – 2025 bedraagt: bedragen x € 1.000 meerjarenbeeld kapitaallasten

2022

2023

2024

2025

totaal resultaat:

-1.528

-1.397

-177

1.352

De voordelen in elk jaar zijn incidenteel van aard. In het meerjarenbeeld 2022 - 2025 zijn in de laatste jaarschijf nog niet de volledige en maximale kapitaallasten van de lopende investeringen en investeringen uit het meerjareninvesteringsplan 2021 – 2024 meegenomen. Een aantal cash-flows zal in en na 2024 plaatsvinden waardoor kapitaallasten buiten het meerjarenbeeld vallen. Daarnaast bestaat nog onvoldoende beeld van de kapitaallasten van vervangingsinvesteringen die in 2025 aan het investeringsplan worden toegevoegd. Vooralsnog wordt voor het maximale niveau van de kapitaallasten een toename verwacht van € 500.000. Dit effect zit voornamelijk op programma 7 op de investeringen voor de onderwijshuisvesting. In het meerjarenbeeld is naast de incidentele voordelen als gevolg van het aanpassen van cash-flows op basis van actuele ontwikkelingen ook een stelpost onderuitputting kapitaallasten opgenomen omdat blijkt dat een zeker “planningsoptimisme” elk jaar leidt tot een voordeel in de kapitaallasten van een jaar. De stelpost onderuitputting bedraagt: bedragen x € 1.000 meerjarenbeeld kapitaallasten onderuitputting kapitaallasten 2022 – 2025:

2022

2023

2024

2025

- 1.779

- 1.779

- 1.779

- 1.779

Als onderdeel van deze Kaderbrief wordt voorgesteld de stelpost vanaf 2022 structureel met € 400.000 op te hogen. Dit motiveren we vanuit de realisatiecijfers van de afgelopen vier jaar. Hieruit blijkt dat (met uitzondering van 2018) na correctie van de bestaande stelpost onderuitputting kapitaallasten, er nog steeds een aanzienlijk "vrij besteedbaar" voordeel overblijft. Gemiddeld is sprake van jaarlijkse vrij besteedbare kapitaallasten van € 0,7 mln. Als nuance bij deze ervaringscijfers geldt dat de investeringsvolumes ten opzichte van vorige begrotingen zijn toegenomen waarmee de kans dat onderuitputting optreedt ook relatief toeneemt. Met de voorgestelde verhoging van € 400.000 gaan we de onderuitputting vanuit ervaringsgegevens en de groei van de investeringsvolumes reëler, maar ook scherper begroten. Dit betekent wel dat het risico toeneemt op tegenvallers als de onderuitputting toch iets lager uitvalt dan vooral gedacht. 4. Ontwikkeling schuldquote De schuldquote is het verhoudingscijfer tussen de netto schuld (= schuld met aftrek van vordering van de gemeente) en de totale baten. Ten opzichte van de prognose van de schuldquote in de Programmabegroting 2021 (189% in 2024) verwachten we vóór besluitvorming in deze Kaderbrief een stijging van 1% in het laatste jaar (2025) met een piek van 192% in 2024.

Dit is het gevolg van de geactualiseerde cashflowverwachtingen binnen de lopende investeringen waarbij van een deel van de uitgaven wordt verwacht dat deze eerder plaatsvinden dan in de cashflowprognose in de programmabegroting 2021 werd ingeschat.

Uitgangspunten meerjarenbegroting

| 93

We schatten in dat de besluitvorming in deze Kaderbrief ervoor zorgt dat de schuldquote in in 2025 3% hoger uitkomt dan de geactualiseerde meerjarenbegroting met een piek van +5% in 2024. Dit heeft een aantal oorzaken: ■ Inzet reserves. Naast de vrijval van het surplus van de egalisatiereserve bouwleges, doen we in deze kaderbrief een beroep op de reserves om de korte termijn-problematiek op te vangen. Hierdoor worden forse bedragen onttrokken aan de reserve sociaal domein en de concernreserve. Daarnaast zorgt de kasschuif binnen programma 4 om plankosten van bereikbaarheidsprojecten in de definitiefase te dekken, voor een stijging van de schuldpositie. ■ Aanvullende investeringsvolumes.Door het uitstellen van nieuwe beleidswensen komt uit deze kaderbrief een beperkte liquiditeitsbehoefte uit nieuwe investeringen voor. Hoewel kritisch is gekeken om investeringsbedragen zoveel mogelijk te beperken, zorgen de vervangingsinvesteringen in de geactualiseerde beheerplannen van kapitaalgoederen in de openbare ruimte voor een aanvullende liquiditeitsbehoefte die oploopt tot € 13,4 miljoen. ■ Ontwikkeling baten. De stijging van de schuldquote door de aanvullende liquiditeitsbehoefte uit inzet reserves / investeringen wordt gedempt door de begrote extra baten, met name uit de Algemene uitkering. We verwachten dat de schuldquote zich door deze Kaderbrief als volgt zal ontwikkelen: 2021

2022

2023

2024

2025

Schuldquote PB 2021

135%

173%

187%

189%

Schuldquote na actualisatie IP/huidig MJB

119%

161%

179%

192%

190%

Schuldquote na Kaderbrief

119%

163%

184%

197%

193%

De uiteenzetting van de financiële positie in de financiële samenvatting gaat nader in op het risico van een relatief hoge schuldquote en plaatst deze binnen het totaal van de financiële positie.

94 | Uitgangspunten meerjarenbegroting

Hoofdstuk 6 6 Bijlagen 6.1 Totaaloverzicht autonoom Autonome ontwikkelingen zijn ontwikkelingen die niet of nauwelijks beïnvloedbaar zijn en voortvloeien uit bijvoorbeeld rijksbeleid of in het verleden (vrijvallende) aangegane verplichtingen. Prog

Nr.

Onderwerp

L/B

I/S

2021

2022

2023

2024

2025

AD

AD.01

Ontwikkeling Gemeentefonds

B

S

4.013

3.115

1.722

-2.104

-7.349

AD.02

Lagere dividenduitkering BNG

B

S

120

120

120

120

120

AD.03

Verwachte tegenvaller CAO

L

S

500

500

500

500

500

Totaal AD

4.633

3.735

2.342

-1.484

-6.729

Tot.

4.633

3.735

2.342

-1.484

-6.729

Bedragen x € 1.000,-

Bijlagen | 95

6.2 Totaaloverzicht mee- en tegenvallers Mee- en tegenvallers vloeien voort uit de uitvoering van het bestaande vastgestelde beleid. Prog

Nr.

Onderwerp

L/B

I/S

2021

2022

1

01.02

Reserve raad

L

I

20

50

01.03

Aanbesteding RIS/BIS

L

I

15

01.04

Kosten websites raad en rekenamer

B

I

-20

L

I

80

01.05

Lagere inkomsten rijbewijzen

B

S

114

01.06

Kosten referendum Roomburgerpark

L

I

172

Totaal 1 2

381 02.01

Restitutie Veiligheidsregio Hollands Midden

L

I

02.02

Niet realiseren taakstelling Veiligheid

L

S

Totaal 2 3

114

114

114

164

114

114

114

50

50

50

50

50

50

50

50

L

I

03.03

Prognose toeristenbelasting

B

S

-329

-121

-244

-244

L

S

155

319

203

203

304

-173

198

-41

-41

1.000

0 -3

-8

-48

-48

-3

-8

-48

-48

04.12

Lagere parkeerinkomsten als gevolg van corona

B

I

04.13

Restant meevaller Leidse Ring Noord

L

S

304

1.000 05.06

Effecten Corona verwerkingskosten afval restfractie/milieustraat

L

I

05.07

Hogere inkomsten buitenreclame door nieuw contract per 2022

B

S

-136

-136

-136

-136

L

S

34

34

34

34

268

0

0

111

348

178

178

178

496

76

77

187

247

88

88

88

88

88

05.08

Beheerplannen kapitaalgoederen openbare ruimte 2022-2026

L

S

05.09

Beheer en onderhoud ambtelijke huisvesting cluster Beheer

L

I

178

05.10

Lagere inkomsten ‘fiets fout, fiets weg, door corona

B

I

50

06.05

Versterken plantoets formatie Omgevingsvergunningen

L

S

06.06

Verlenging uitvoeringscapaciteit VTH voor de (nieuwe) huisvestingsverordening en beleidsregels onttrekking

L

I

78

113

35

06.07

Actualiseren beheerplannen gemeentelijk vastgoed

L

S

707

707

707

707

06.08

Lagere huurinkomsten vastgoed niet beleidsmatig ondersteund als gevolg van corona

B

I

06.09

Ontwikkeling brandweerlocatie Gooimeerlaan

B

S

217

217

217

L

S

-19

-19

-19

B

S

61

110

110

L

S

-10

-51

-51

L

I

06.10

06.11

96 | Bijlagen

114

Kosten tijdelijke verplaatsing van de woensdagen zaterdagmarkt (corona)

Totaal 5 6

2025

03.02

Totaal 4 5

2024

-350

-350

Totaal 3 4

2023

Gebiedsontwikkeling Telderskade tekort vastgoedexploitatie

Onrendabele top en plankosten Trien Semlerstraat

250

210

490

Prog

Nr.

Onderwerp

L/B

I/S

2021

06.12

Vrijval egalisatiereserve bouwleges

B

I

-3.149

Totaal 6 7

-2.602

2023

2024

2025

1.362

1.157

1.087

1.052

134

134

134

134

07.03

Correctie budget Jeugdparticipatie (SD)

L

S

07.04

PGB Jeugdzorg (SD)

L

S

700

700

700

700

700

07.05

Ontwikkeling kosten regionale Jeugdhulp (SD)

L

S

1.177

2.087

1.754

1.584

908

07.06

Regionale uitvoeringskosten Jeugdhulp Leidse regio (SD)

L

I

108

80

07.07

Extra rijksmiddelen jeugdhulp 2021

B

I

-2.600

L

I

615

07.08

Schoonmaakkosten gymzalen

L

S

120

120

120

120

120

07.09

Vrijval structureel budget IGBO

L

S

-225

-258

-258

-258

-258

-105

2.863

2.450

2.280

1.604

212

210

208

-15

-15

-15

-15

15

15

15

15

Totaal 7 8

2022

08.06

Sportpark de Mors

B

I

-500

L

I

500

S 08.07

Aanpassen krediet korfbalvelden Montgomery

B

S

L

I

-34

S 08.08

Programmamanager grote sportprojecten

L

I

39

20

20

08.09

Herstel dubbel begrote cultuurcoaches

B

S

108

108

108

108

108

L

S

-110

-110

-110

08.10

Huisvestingslasten culturele instellingen

L

I

350

350

08.11

Vrijval investering hockeyveld Roomburg

L

S

0

0

-256

-254

-252

463

478

-27

-46

-46

68

68

68

1.650

1.650

Totaal 8 9

09.02

Huisvestingslasten Telderskade (SD)

L

S

09.03

Niet realiseren compensatie invoering abonnementstarief (SD)

B

S

900

1.150

1.400

09.04

Onderzoeksagenda monitor sociaal domein (SD)

L

I

55

60

110

09.05

Plankosten sociaal domein cluster PMO (deels SD)

L

S

188

188

188

188

09.06

Taakstelling SWT Leiden (SD)

L

I

250

09.07

Wmo Maatwerkvoorzieningen (SD)

B

I

-250

S

130

130

130

130

130

S

-965

-1.190

-1.365

-1.465

-1.465

121

338

531

571

571

500

500

500

500

L Totaal 9 10

10.01

10.02

10.03

Leidse bijdrage aan uitkeringenbudget

Aanpassing BUIG-budget

Vervanging uitkeringsadministratie

B

S

500

L

I

50

S

-1.636

-1.665

-1.648

-1.468

-1.468

B

S

469

469

469

469

469

L

I

-2.100

S

-469

-469

-469

-469

-469

I

805 80

80

80

80

-2.381

-1.085

-1.068

-888

-888

-200

-100

L

S Totaal 10 OH

OH.06

Budget voormalig personeel

L

I

Bijlagen | 97

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10258132/1