CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

210062 Bijlage 2 Ruimtelijke onderbouwing Afgifte ontwerp verklaring van geen bedenkingen Middelstegracht links naast 12

Gemeenteraad 13 juli 2021, gemeente LeidenBij agendapunt: Bijlagen11.253 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

4.5.5.3 Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen beletsel voor het realiseren van het plan.

4.5.6

Asbest

4.5.6.1 Beleid en regelgeving In het bouwbesluit is bepaald dat het verboden is om zonder of in afwijking van een sloopmelding te slopen indien daarbij asbest wordt verwijderd of de hoeveelheid sloopafval naar redelijke inschatting meer dan 10 m3 zal bedragen. Van de melding maakt een asbestinventarisatierapport deel uit. De inventarisatieplicht geldt niet voor gebouwen die na 1994 zijn gebouwd.

4.5.6.2 Onderzoeksresultaten Op locatie is geen asbest aangetroffen. Zie hiervoor Bijlage 1 Milieuhygienisch vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en verkennend asbestonderzoek.

4.5.6.3 Conclusie Het aspect asbest vormt geen beletsel voor het realiseren van het plan.

4.6

Milieueffectrapportage

4.6.1

Wettelijk en beleidsmatig kader

Gelet op het gestelde in het Besluit milieueffectrapportage moet, voordat een ontwikkeling wordt gerealiseerd, worden beoordeeld of de voorgenomen activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu. Ten eerste moet worden bepaald of er sprake is van een activiteit uit de D-lijst zoals genoemd in de bijlage bij het Besluit. Daarnaast moet worden beoordeeld of het plan onder de in het Besluit opgenomen drempelwaarden blijft. Als het plan een dergelijke activiteit betreft, die wordt gerealiseerd onder de gestelde drempelwaarden, dan is er sprake van een vormvrije m.e.r. beoordeling. Aanmeldnotitie en besluit In het geval van een vormvrije m.e.r. beoordeling zal een zogenoemde aanmeldnotitie moeten

38

Ruimtelijke Onderbouwing Middelstegracht links naast 12

worden aan geleverd door de initiatiefnemer. De aanmeldnotitie moet de volgende informatie bevatten om te kunnen bepalen of er al dan niet sprake is van belangrijke negatieve effecten voor het milieu vanwege de ontwikkeling: 1. de kenmerken van het project. 2. de plaats van het project. 3. de kenmerken van het potentiële effect. Aan de hand van de bovenstaande informatie wordt een besluit vormvrije m.e.r. beoordeling genomen. Dit besluit is een vereiste bij het indienen van een aanvraag om een omgevingsvergunning.

4.6.2

Onderzoeksresultaten

Het plan betreft de ontwikkeling van een woning met inpandig een aparte garage en een aparte berging. De activiteit (wonen) staat genoemd in onderdeel D van de bijlage behorende bij het Besluit milieueffectrapportage te weten (keuze D 11.2., stedelijk ontwikkelingsproject). In de bijlage staat aan welke drempelwaarden moet worden voldaan om te spreken van een formele m.e.r. beoordeling. De genoemde drempelwaarden zijn als volgt: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Gelet op de aangeleverde informatie is de bruto vloeroppervlakte na uitvoering van het bouwwerk 100 m2. De genoemde drempelwaarden worden niet overschreden. Formeel is er sprake van een vormvrije m.e.r. beoordeling. Er zou een besluit vormvrije m.e.r. beoordeling bij de aanvraag om een omgevingsvergunning moeten zijn gevoegd. Gelet op de kleinschaligheid van het project (minder dan 5 woningen) op een betrekkelijk grote afstand (ca. 7 Km) van het dichtstbijgelegen Natura 2000 gebied, wordt aangenomen dat het project daarop geen significant negatief effect zal hebben. Het opstellen van een passende beoordeling en daarmee automatisch het opstellen van een MER (Milieueffectrapport) is dan ook niet aan de orde.

Er is sprake van een stedelijke ontwikkeling van beperkte omvang (1 gebouw, BVO 180m2) in een binnenstedelijk gebied. Er kan worden gesteld dat deze ontwikkeling, vanwege geringe omgang en locatie geen stedelijke ontwikkeling is zoals bedoeld in het Besluit m.e.r.. Een besluit vormvrije m.e.r. beoordeling kan daarom achterwege blijven. Met de beoordeling van de milieuaspecten (bedrijven en milieuzonering geluid, bodem, luchtkwaliteit en externe veiligheid) is voldoende rekening is gehouden met regelgeving en beleid ter voorkoming van hinder/overlast voor de omgeving. Er zijn geen belangrijke nadelige gevolgen te verwachten vanwege het plan. Er hoeft geen AERIUS-berekening te worden uitgevoerd omdat er slechts vier woningen op ongeveer vijf kilometer van het dichtsbij gelegen Natura 2000-gebied worden gerealiseerd. De Wet natuurbescherming levert met betrekking tot de bescherming van Natura 2000-gebieden geen belemmering op voor dit plan.

4.7

Stedenbouwkundige inpassing

Het bouwplan is getoetst aan de structuurvisie 'Verder met de Binnenstad' en de Welstandsnota. Stedenbouwkundige context

39

Ruimtelijke Onderbouwing Middelstegracht links naast 12

De stedenbouwkundige structuur bestaat uit de hoofdbebouwing van de panden aan de Hooigracht en de Middelstegracht. Dit zijn afzonderlijk geparcelleerde panden van diverse breedte met diverse hoogtes, kapvormen en individuele De locatie maakt deel uit van de middeleeuwse ruimtelijke structuur van de binnenstad van Pancras Oost. Is onderdeel van het bouwblok Hooigracht-Groenesteeg-Middelsegracht en het voormalig. St. Elisabethhof, nu het SLS wooncomplex Hooigracht 15. Het binnengebied tussen de bebouwing is relatief diep van maat en er zjin bij veel panden nog grote tuinen te vinden, hoewel er ook wel bij sommige percelen de achterterreinen met erfbebouwing vol zijn geraakt. Het plein is een restant van de voormalige situatie dat het onderdeel was van het St. Elisabethziekenhuis omdat het een laboratoriumgebouw is geweest. Het is één van de weinige grotere openbare ruimtes in het bouwblok. Kenmerkend voor de structuur zijn de lange noord zuidlijnen van bijv. Hooigracht en Middelstegracht met daartussen bouwblokken met een besloten woonkarakter. In de structuur zijn veel hofjes aanwezig. In de blokken zelf is de bebouwing kleinschalig, langs de waterlijnen en de hoofdwegen wat grootschaliger.

In de historisch ruimtelijke structuurkaart van Verder met de Binnenstad is aangegeven dat de locatie van de Kloosterpoort een ontwikkeling kan ondergaan, in dit geval een bouwblok met fijne korrel. Ook de Kloosterpoort als ruimtelijke verbinding bijv. door middel van een steeg behoort daarbij. Bouwvolume, ruimtelijke structuur en verschijningsvorm De nieuwbouw wordt op een zorgvuldige manier ingepast in de omgeving. Het gebouw komt in de rooilijn te staan en blijft door een poort vrij van het monument. De bebouwing sluit aan op de typologie van de steeg van in de Kloosterpoort en versterkt de hof doordat deze meer wordt afgebakend van de straat. De nieuwbouw is zo vormgegeven dat er ruimtelijk voldoende onderscheid is ten aanzien van het monument. De nieuwbouw krijgt een alzijdig karakter. De achterzijde wordt behandeld als voorgevel richting de hof en in de steeg komen raampartijen waardoor hier geen gesloten wand ontstaat. De franse balkons zijn vormgegeven als onderdeel van de achtergevel waardoor er een rustig gevelbeeld ontstaat. Schaduwvorming De meeste schaduw wordt al veroorzaakt door de hoofdgebouwen van het voormalige St. Elisabeth gasthuis. De toename van schaduw door de nieuwbouw is ondergeschikt en gering, waardoor er geen sprake is van een onevenredige afname van directe dag- en zonlichttoetreding. De nieuwbouw is niet in strijd met het burenrecht.

4.8

Verkeer en vervoer

4.8.1

Beleidskader

4.8.1.1 Gemeentelijk beleid Beleidsregels Parkeernormen Leiden (2015) Op 28 februari 2012 heeft het college van B&W de nota 'Beleidsregels parkeernormen Leiden' vastgesteld (BW 12.0189). Dit beleid is herzien bij B&W-besluit van 19 mei 2015. Deze beleidsregels hebben betrekking op het stellen van een eis tot het aanbrengen van parkeer-/stallingsruimte voor auto’s op eigen terrein. Ze hebben ook betrekking op de wijze van bepalen van de hoeveelheid benodigde parkeerplaatsen, in verband met aanvragen voor alle activiteiten, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid Wabo. Het doel van dit beleid is dat initiatiefnemers van ruimtelijke activiteiten op eigen terrein voorzien in parkeer-/stallingsruimte voor auto's, dan wel laad- of lesruimte, als daartoe behoefte ontstaat ten gevolge van die ruimtelijke activiteiten. Op deze wijze wordt in het bijzonder de parkeerdruk in de openbare ruimte beperkt, en wordt gezorgd voor voldoende

40

Ruimtelijke Onderbouwing Middelstegracht links naast 12

plaats voor geparkeerde auto's bij de diverse voorzieningen en functies. De verantwoordelijkheid voor het realiseren van de benodigde parkeerplaatsen wordt primair bij de veroorzaker van de parkeer vraag gelegd. De ruimte in Leiden is namelijk schaars en de leefbaarheid van wijken hangt nauw samen met het gebruik van de openbare ruimte. Voor de verschillende zones in Leiden ('binnenstad, binnenstad bij station, schil, schil bij station en rest') en de verschillende functies gelden eigen, specifieke normen. Aan de hand van deze normen dient per geval in de concrete situatie te worden bepaald welke parkeer behoefte ontstaat en in hoeveel parkeer-/stallingsruimte moet worden voorzien.

4.8.2

Onderzoeksresultaten

4.8.2.1 Ontsluiting Ontsluiting zal plaatsvinden via de bestaande Middelstegracht zoals de overige gebouwen ook zijn ontsloten aan die straat.

4.8.2.2 Parkeren Ten behoeve van de voorliggende ruimtelijke ontwikkelingen dienen er 2 parkeerplaatsen te worden toegevoegd. In beginsel moeten deze parkeerplaatsen gerealiseerd worden. Op grond van artikel 4, sub e Beleidsregels van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leiden houdende regels omtrent parkeernormen Leiden, kan hier van worden afgeweken. Dit is mogelijk indien het plan binnen een parkeerrestrictiegebied ligt en de minimale loopafstand tot een niet-parkeerrestrictiegebied groter is dan 500 meter. Daarnaast mogen toekomstige bewoners niet in aanmerking kunnen komen voor een bewoners- en bezoekersparkeervergunning.

41

Ruimtelijke Onderbouwing Middelstegracht links naast 12

42

Ruimtelijke Onderbouwing Middelstegracht links naast 12

Hoofdstuk 5 5.1

Procedurele aspecten

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)

Op grond van artikel 2.10, lid 1 onder c Wabo dient een omgevingsvergunning geweigerd te worden voor aanvragen die in strijd zijn met het bestemmingsplan en er geen vergunningverlening mogelijk is met toepassing van artikel 2.12 Wabo. De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend na het voeren van een procedure tot afwijking van het bestemmingsplan. Hierbij gelden drie mogelijkheden: indien in het bestemmingsplan een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid wordt gegeven dan kan deze toegepast worden op grond van artikel 2.12, lid 1, onder a, onder 1º van de Wabo; indien het bestemmingsplan geen binnenplanse afwijkingsmogelijkheid biedt, maar bij algemene maatregel van bestuur afgeweken kan worden dan kan deze toegepast worden op grond van artikel 2.12, lid 1, onder a, onder 2º van de Wabo; indien aan geen van bovenstaande voldaan kan worden, de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat, dan kan de omgevinsgvergunning worden verleend met toepassing van artikel 2.12, lid 1, onder a, onder 3º van de Wabo doorlopen worden. Dit is een procedure op grond van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht.

5.2

Procedure

Het plan is strijdig met het bestemmingsplan. Voor dit bouwplan is in het Besluit omgevingsrecht geen mogelijkheid opgenomen voor een buitenplanse afwijking. Daarmee is de juiste juridisch-planologische procedure voor het mogelijk maken van het ingediende bouwplan, het verlenen van een omgevingsvergunning met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3o Wabo. Het betreft een uitgebreide procedure. Dit houdt in dat het ontwerpbesluit met deze ruimtelijke onderbouwing zes weken ter inzage wordt gelegd voor het indienen van zienswijzen. Eenieder kan gedurende die termijn een zienswijze indienen. De zienswijzen worden beantwoord in een zienswijzennota. Als gevolg van ingediende zienswijzen kan een omgevingsvergunning worden geweigerd. De aanvrager kan dan een aangepaste aanvraag indienen. Geven de zienswijzen geen aanleiding de omgevingsvergunning te weigeren, dan kunnen de indieners van de zienswijzen door de raadscommissie worden gehoord. De raadscommissie neemt een besluit op de zienswijzen en in voorkomende gevallen over het afgeven van een verklaring van geen bedenkingen. Indien geen zienswijzen ingediend worden, kan direct na de ter inzage legging van het ontwerpbesluit een omgevingsvergunning verleend worden.

De omgevingsvergunning treedt in werking met ingang van de dag na afloop van de beroepstermijn van zes weken gerekend vanaf de dag na die waarop het besluit ter inzage is gelegd en nadat deze langs elektronische weg kenbaar is gemaakt. Tegen het besluit tot verlening van een omgevingsvergunning kan rechtstreeks beroep worden aangetekend bij de rechtbank gedurende een termijn van zes weken na publicatie van de vergunning.

43

Ruimtelijke Onderbouwing Middelstegracht links naast 12

5.3

Verklaring van geen bedenkingen

Bij de toepassing van artikel 2.12, lid 1, onder a, onder 3º is in sommige gevallen een verklaring van geen bedenkingen vereist. De Wabo biedt de raad op grond van artikel 6.5, derde lid Bor de mogelijkheid om een lijst van categorieën van gevallen vast te stellen, waarvoor een verklaring van geen bedenkingen van de raad niet is vereist. Met een dergelijke lijst kan de raad er voor zorgen dat het geen verklaring hoeft af te geven voor strijdige ruimtelijke activiteiten met een zeer beperkt planologisch belang, of activiteiten waarover de raad reeds eerder heeft besloten in de vorm van een gebiedsvisie, wijkontwikkelingsplan, stedenbouwkundig masterplan of soortgelijk ruimtelijk kader. In februari 2020 heeft de raad van Leiden besloten (RV 19.0008) een lijst met categorieën van gevallen vast te stellen waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen is vereist. Deze lijst wordt periodiek herzien. Voorliggende ruimtelijke ontwikkeling voldoet aan artikel 1 lid 10 van de VVGB-lijst bij Wabo procedures (RV 19.0008). Vanuit daar is het noodzakelijk om een ontwerp-VVGB en een VVGB te verkrijgen van de gemeenteraad.

44

Ruimtelijke Onderbouwing Middelstegracht links naast 12

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Er wordt door verschillende instanties een bijdrage geleverd aan het voorliggende project. Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Ministerie van Binnenlandse Zaken, Gemeente Leiden en OnsDoel dragen allen bij door middel van subsidies. Allen leggen circa 50.000 euro in. De plankosten worden in rekening gebracht op basis van de Legesverordening. Via een planschadeovereenkomst worden eventuele (planschade) kosten verhaald. Hiermee is de financiële uitvoerbaarheid van het plan aangetoond.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.2.1

Algemeen

Bij het opstellen van deze ontwerp omgevingsvergunning hoort een belangenafweging. In zo'n belangenafweging worden alle belangen tegen elkaar afgewogen om uiteindelijk tot een besluit te komen. Gedurende een zienswijzentermijn kan eenieder zijn of haar belang bij het college kenbaar maken alvorens de een besluit wordt genomen over verlening van de omgevingsvergunning.

6.2.2

Zienswijzen

Via publicaties in de Staatscourant en de Stadskrant zal de termijn van terinzage legging van de ontwerp omgevingsverguning worden aangekondigd. Een ieder wordt tijdens deze periode van zes weken in de gelegenheid gesteld om een zienswijze tegen het voorgenomen plan kenbaar te maken. De ontwerp omgevingsvergunning alsmede de ontwerp verklaring van geen bedenkingen zal gedurende een termijn van zes weken voor zienswijzen ter visie worden gelegd. In die termijn kan eenieder een zienswijze met betrekking tot het ontwerp indienen. Op deze manier kunnen belangen die bij de uiteindelijke besluitvorming betrokken moeten worden ingebracht worden. De beantwoording van eventuele zienswijzen vindt plaats in een zienswijzennota. Deze zienswijzennota vormt een onderdeel van het uiteindelijke besluit tot al dan niet verlening van de omgevingsvergunning.

45

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10282881/1