CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

210050 Bijlage 10. Energiepark - Participatie- en inspraakverordening 2019

Gemeenteraad 24 juni 2021, gemeente LeidenBij agendapunt: Bijlagen4.487 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSVOORSTEL

Rv. nr.: 19.0037

B en W-besluit d.d.: 16-04-2019 B en W-besluit nr.: 19.0170

Naam programma:

Onderwerp: Participatie- en inspraakverordening 2019 na inspraak

Aanleiding: De gemeente Leiden neemt de inbreng van inwoners, bedrijven, organisaties en andere belanghebbenden serieus. Het is belangrijk dat zij in Leiden in een zo vroeg mogelijk stadium inbreng kunnen hebben bij de totstandkoming van beleid, maar ook dat de gemeente ontvankelijk is voor beleidsinitiatieven van de inwoners zelf. Er wordt daarom veel waarde gehecht aan actief burgerschap en de zelfstandige inbreng van burgers aan het beleid. Participatie is een breed begrip en de gemeente ondersteunt momenteel al initiatieven van de bevolking in verschillende vormen: Activiteiten die door inwoners worden geïnitieerd en die zijn gericht op verbetering van de directe leefomgeving en van de sociale cohesie in wijk- of buurt of duurzaamheid kunnen ondersteuning in de vorm van subsidie krijgen. De functie van wijkregisseur, die een bemiddelende rol kan spelen bij burgerinitiatieven tussen het initiatief zelf en de gemeentelijke organisatie. De huidige Participatie- en inspraakverordening 2012biedl een juridisch kader als het gaat om beleidsinitiatieven en plannen van de gemeente. Deze verordening heeft echter een ietwat eenzijdig karakter omdat alleen het participatie en inspraakproces op voorstellen door de gemeente wordt geregeld (publieksparticipatie) en niet de betrokkenheid van de gemeente bij initiatieven uit de bevolking en belanghebbenden (overheidsparticipatie).

-

-

-

Naast de bovengenoemde mogelijkheden van het college heeft de raad zelf de verordening Burgerinitiatief 2005 vastgesteld. Deze verordening richt zich uitsluitend op het handelen van de raad zelf als er een inwonersinitiatief is om een onderwerp ter bespreking en eventueel verdere besluitvorming voor te leggen aan de raad. Deze verordening uit 2005 is weinig gebruikt. Een van de problemen is de onbekendheid bij de burgers met deze verordening en de onduidelijke relatie/afbakening met de Participatie- en lnspraakverordening. ln het huidige voorstel wordt dit probleem opgelost doordat alle burgerinitiatieven op een plek kunnen worden ingediend en in eerste instantie ter beoordeling bij het college van burgemeester en wethouders worden overlegd.

Doel:

1. Het vaststellen van de nieuwe, geactualiseerde verordening participatie en inspraak, -

die de huidige verordening burgerinitiatief en de verordening participatie en inspraak 2012vervangt met onder meer: Uitbreidíng van de regels voor de participatie van inwoners en belanghebbenden aan gemeentelijke beleidsinitiatieven (publieksparticipatie);

Het toevoegen van regels voor de manier waarop de gemeente een bijdrage levert of meewerkt aan initiatieven van inwoners en belanghebbenden zelf (overheidsparticipatie) ;

Met deze verordening en aanpak verwacht het college meer duidelijkheid te geven over het doel en de aanpak van de participatie bij projecten en beleid en de daarbij behorende kosten. Deze nieuwe verordening brengt de spelregels voor participatie in beeld, de kaders voor participatie. Bij aanvang van een participatietraject wil het college op basis van de verordening vaststellen welke manier van participatie wordt ingezet en tegen welke kosten. Het college zal daar gedurende de looptijd van een project op sturen. ln de praktijk blijkt dat als niet duidelijk is wat het doel en de aanpak van de participatie is, die leidt tot oplopende kosten voor participatie en toenemende ontevredenheid over het traject.

Kader: Aanbevelingen van de rekenkamercommissie Leiden "Burgerparticipatie door de ambtelijke organisatie"( RV 1 7.0002) Motie bij participatie door de raad (M 17.0002.1) Het beleidsakkoord 2018-2022 "Samen maken we de stad". De verordening Burgerinitiatieven uit 2005 (RV 05.0013) De verordening Participatie en inspraak2012 (RV 12.0105) Werkwijzer participatie 201 I voor private (bouw)initiatieven (1 8.0435) De aanbevelingen van de subcommissie publieksparticipatie van de vorige gemeenteraad, zoals verwoord in de brief van 5 maart 2018

Overwegingen Noo betere samenwerkinq met de stad De wens om tot meer samenwerking te komen tussen gemeente en bevolking wordt ook geformuleerd in het collegeprogramma Samen maken we de stad en het bestuursakkoord 2018-2022. Het college wil zoveel mogelijk Leidenaren betrekken zodat alle belanghebbenden ook echt hun mening kenbaar hebben kunnen maken, zgn. representatieve participatie. Het gaat daar bij om een oplossingsgerichte en uitnodigende houding van de gemeente en haar medewerkers, voldoende speelruimte voor medewerkers, een goede alertheid voor signalen in de lokale samenleving en transparantie over de mogelijkheden én onmogelijkheden. Daarnaast wil het college de toegankelijkheid voor initiatiefnemers uit de bevolking vergroten. lnwoners weten nu niet goed waat ze terecht kunnen voor welke initiatieven, bij de gemeente of gemeenteraad. (Dit laatste werd ook door de subcommissie publieksparticipatie van de vorige gemeenteraad aangegeven, namelijk dat inwoners nu niet goed weten waar men terecht kan en waarvoor; en pleitte onder andere voor het gemakkelijker maken van indienen van burgerinitiatieven en het mogelijk maken van het delen van informatie daarover. ) Hieraan wordt gewerkt door diverse acties, gericht op de samenwerking tussen gemeente en inwoners, op het stimuleren van de participatiegerichtheid van de gemeentelijke organisatie zelf.

Ook is invulling gegeven door middel van de participatiewijzer voor initiatieven van derden, om als raad vroegtijdig betrokken te zijn bij grote bouwinitiatieven die afwijken van het bestemmingsplan.

2

Uitvoerinqsproqramma particioatie Dit programma voor de ambtelijke organisatie is naar aanleiding van de aanbevelingen van de rekenkamercommissie opgesteld. Dit uitvoeringsprogramma sluit ook mooi aan op het beleidsakkoord 2018-2022 en beoogt verschillende resultaten voor de stad: Er is een projectleider aangesteld die, samen met een aantal medewerkers uit de diverse clusters van de organisatie, het programma zal trekken. Er is een duidelijk loket (webpagina) waar mensen initiatieven kunnen melden en , die mensen beter informeert over hoe de stad kan participeren. Er staan stadsgesprekken in de planning opgenomen. Ook is er - in lijn met de aanbevelingen van de rekenkamercommissie - veel aandacht voor het verbeteren van de kennis en vaardigheden bij de interne organisatie. Denk hierbij aan training en opleiding van de organisatie en het beter delen van goede voorbeelden van binnen en buiten de organisatie. Het vinden van evenwicht tussen 'dat past hier niet' en 'wat leuk, wij gaan het voor je doen' is een belangrijk element hierbij.

-

-

Twee raadsconferenties ln juni organiseren de griffie en de ambtelijke organisatie een raadsbijeenkomst waarbij raadsleden en college in gesprek gaan over participatie en de rol van het bestuur van de stad (raad en B&W) daarin. De raad heeft in haar rol als 'hoedster van het algemeen belang' ook de rol van responsieve volksvertegenwoordiger. Er zijn veel besluiten te nemen waarin verschillende belangen tegenover elkaar moeten worden afgewogen: ln een dichtbebouwde stad als de onze komen altijd veel belangen samen. Met deze conferentie kan meer begrip ontstaan voor elkaars rollen, maar willen we ook een lerende setting creëren, waarin deelnemers elkaar 'uitdagen' in het -al dan niet beoogde- effect van het handelen van een wethouder, burgemeester of raadslid in een participatietraject. ln september volgt een tweede bijeenkomst waarbij verder wordt ingegaan op de trends in lokale democratie en Right 2 Challenge in het bijzonder. GemeentelUke regelqevinq: Participatie en insoraakverordenino Om deze ontwikkeling naar een meer participatiegerichte organisatie verder te ondersteunen hebben wij de huidige Participatie- en inspraakverordening uitgebreid en aangescherpt. De huidige verordening is uitgebreid met regels over overheidsparticipatie: de betrokkenheid van de gemeente bij initiatieven van inwoners of belanghebbenden.

En bij publieksparticipatie zijn de stappen in de participatieladder uitgebreid.

-

-

Bij publieksparticipatie wordt de participatieladder gehanteerd. Deze "ladder" geeft de

niveaus van betrokkenheid bij een initiatief aan en kent de treden: lnformatie geven, raadplegen, adviseren, coproduceren en meebeslissen. Bü overheidsparticipatie kijken we aan welke ondersteuningsbehoefte moet worden tegemoetgekomen. Uitgangspunt is dat de gemeente het initiatief niet overneemt, maar alleen die ondersteuning biedt die nodig is om het initiatief verder uit te voeren. De Raad voor het Openbaar Bestuur heeft een tegenhanger voor de ladder publieksparticipatie gepubliceerd, een ladder voor overheidsparticipatie. Deze ladder bestaat uit de treden loslaten, stimuleren, faciliteren, regisseren en reguleren. ln het voorstel voor de nieuwe verordening Participatie en lnspraak zijn ook de treden van deze ladder opgenomen. Participatie moet in een zo vroeg mogelijk stadium plaatsvinden, inspraak is daarbij een bijzondere vorm van publieksparticipatie (advies) als een laatste check op draagvlak voor het beleidsvoornemen en op eventuele individuele belangen die geschaad worden.

3

lndien een besluit over burgerinitiatief of gemeentelijk initiatief uiteindelijk tot de beslissingsbevoegdheid van de Raad hoort en dus aan de Raad moet worden voorgelegd, wordt de Raad vroegtijdig op de hoogte gesteld van dit initiatief en het geplande participatieproces. Een nieuw onderdeel in de verordening is de participatie van inwoners en belanghebbenden bij de initiatieven uit de samenleving zelf. Soms moet er bij een initiatief bij voorbaat al voldoende draagvlak zijn, onder de betrokken inwoners en belanghebbenden voordat de gemeente bereid is om te participeren in een dergelijk beleidsvoornemen of activiteit. ln deze verordening wordt het college de bevoegdheid gegeven om op dit onderwerp nadere regels te stellen voor specifieke beleidsterreinen of gevallen. De artikelen uit de verordening Burgerinitiatief 2005 worden voor zover het de

behandeling van een burgerinitiatief door de gemeenteraad zelf betreft aangepast en opgenomen in deze verordening. Behandeling door de Raad zelf vindt plaats als het burgerinitiatief niet past binnen het bestaand beleid en een stedelijke impact of een stedelijke reikwijdte heeft. Uiteraard is zo'n burgerinitiatief dan al beoordeeld op de absolute weigeringsgronden (zie artikel 10 onder lid 6) en de relatieve, mogelijke weigeringsgronden uit artikel 10 onder lid 5). ln de behandeling van zo'n burgerinitiatief kan de Raad afwijken van het eerdere oordeel van burgemeester en wethouders over de toepassing van bovengenoemde relatieve weigeringsgronden (de "kan" bepaling van artikel 10lid 5). Samenvattend De Participatie en inspraakverordening 2012 is uitgebreid met: Regels over overheidsparticipatie (bij initiatieven uit de bevolking). De participatie niet te beperken tot raadplegen, adviseren(en inspraak) en coproduceren, maar uit te breiden met informeren en meebeslissen. De mogelijkheid om vanwege het draagvlak nadere eisen te stellen aan een initiatief van inwoners of belanghebbenden. Grondslagen om medewerking aan een burgerinitiatief te weigeren. De keuze voor behandeling van burgerinitiatieven door de gemeenteraad waar het gaat om initiatieven die niet passend zijn binnen het bestaand beleid

-

-

lnspraak Op 20 november 2018 heeft het college de concept Participatie- en inspraakverordening 2019 voor inspraak vastgesteld. YanT december 2018 tot en met 18 januari 2019 is de concept Participatie- en inspraakverordening 2019 in de inspraak geweest. Er zijn verschillende inspraakreacties aan de gemeente gestuurd. Deze reacties waren breed en varieerden van suggesties tot verduidelijking van de tekst tot het signaal dat een burgerbegroting wordt gemist. Ook zaten er vragen bij over de manier waarop de participatie plaatsvindt en representativiteit. ln de nota van beantwoording staat per binnengekomen reactie hoe hierop is gereageerd. De inspraakreacties hebben tot de volgende aanpassingen in de concept Participatie- en inspraakverordening 2019 en de toelichting daarop geleid: Artikel3: Reikwijdte Toegevoegd dat bedrijven of organisaties lokaal van belang zijn of lokaal belang hebben.

¡

o

.

ArtikelSEindverslagparticipatie

4

o Toegevoegd dat het verslag bestaat uit evaluatie van het proces, de .

belangen die zijn afgewogen en de mening van de deelnemers van het doorlopen proces. Artikel 6 Publieksparticipatie en inspraak Bü 1.a tekst luidt nu: naar aanleiding van een formele aanvraag om een besluit waarvoor een wettelijke beslistermijn geldt.

o

o 4.a tekst luidt nu: ... naar aanleiding van een formele aanvraag om een beluit .

waaryoor een wettelijke beslistermijn geldt. Artikel 10 verlenen overheidsparticipatie o Aangevuld dat ook bij weigering het besluit aan de gemeenteraad wordt gestuurd.

Toelichting

¡

Artikel3

¡

Artikel 4

o Definitiebelanghebbendenaangevuld. o Aangevuld dat belanghebbenden ook betrokken worden bij de inrichting van

. .

een participatieproces als zij vooraf bekend zijn. Lid 4, c toelichting op raadplegen van belanghebbenden toegevoegd. Artikel 10, lid 1: iets meer uitleg bij Right to Challenge Enkele aanpassingen ter verduidelijking van de tekst

o o

Stadsqesprek participatie ln de gesprekken op de inloopavond en uit reacties die we ontvingen, kregen we ook vragen en tips die we niet met de verordening kunnen regelen. Deze hebben veelal betrekking op de manier waarop we met de stad participeren en de manier waarop de stad met ons in gesprek kan. Daarom stellen we voor om dit najaar een stadgesprek te organiseren over participatie. Op die manier houden we het gesprek over participatie ook los van concrete participatietrajecten levendig en kunnen we zo blijven werken aan verbetering van de samenwerking tussen onze organisatie en de stad.

Financiën: Dit voorstel heeft wel gevolgen voor de werkwijze van het personeel, maar geen financiële, formatieve of organisatorische consequenties.

lnspraaUparticipatie: De concept Participatie en inspraak verordening 2019 is gedurende 6 weken in de inspraak geweest. ln die periodezi¡n2 inloopbijeenkomsten georganiseerd waarop belanghebbenden

informatie kregen en formeel konden inspreken.

Evaluatie: Na twee jaar wordt de werking van deze verordening geëvalueerd.

Bijgevoegde informatie:

1. nota van beantwoording inspraakreacties

2. processchema publieksparticipatie

5

RAADSBESLUIT De raad van de gemeente Leiden: gelet op artikel 150 Gemeentewet; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders (raadsvoorstel 19.0037), mede gezien het advies van de commissie;

BESLUIT:

l. Vast te stellen. Participatie- en inspraakverordening 2019 luidende aldus:

Hoofdstuk I

Artikel I

lnleidende bepalingen

Onderwerp verordening Deze verordening bevat regels over de rol van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad bij burgerinitiatieven tot wijziging van het gemeentelijk beleid en de rolvan inwoners, belanghebbenden en deskundigen bij gemeentelijke initiatieven tot wijziging van het beleid.

Artikel 2 'l

Begripsomschrijvingen

. Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. Participatie: Het betrekken van inwoners, bedrijven en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid, alsmede het door de gemeente

b.

c. d. e.

ondersteunen van, en bijdragen aan, initiatieven van inwoners, bedrijven en belanghebbenden met impact in de stad. Publieksparticipatie: Het op initiatief van de gemeente betrekken van inwoners, bedrijven en belanghebbenden bij de ontwikkeling en uitvoering van beleid, projecten en programma's met impact in de stad ten behoeve van gemeentelijke besluitvorming. Publieksparticipatie kan de vorm aannemen van informatie geven, raadplegen, adviseren, coproduceren en meebeslissen; Burgerinitiatief: lnitiatieven van inwoners, maatschappelijke organisaties, bedrijven of andere belanghebbenden. Een burgerinitiatief kan indien het college geen overheidsparticipatie aanbiedt, met een advies van het college ter behandeling naar de gemeenteraad worden gestuurd. Overheidsparticipatie: De manier waarop de gemeente ondersteuning of een bijdrage geeft aan initiatieven van inwoners, maatschappelijke organisaties, bedrijven of andere belanghebbenden. Deze ondersteuning kan de vorm aannemen van loslaten, stimuleren, faciliteren, regisseren en reguleren. lnspraak: Een door of namens een bestuursorgaan georganiseerde gelegenheid voor inwoners, bedrijven en belanghebbenden om hun mening over beleidsvoornemens kenbaar te maken en daarover van gedachten te wisselen voorafgaand aan de definitieve besluitvorming door de gemeenteraad dan wel door het college van burgemeester en wethouders of 6

de burgemeester;

f. Bestuursorgaan: het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester.

Artikel3 Reikwijdte 1. Deze verordening is niet van toepassing op publieksparticipatie of andere initiatieven van inwoners en bedrijven die in andere al dan niet gemeentelijke verordeningen, regelgeving of procedures zijn geregeld. 2. Participatie en inspraak wordt uitsluitend verleend aan inwoners, belanghebbenden en bedrijven of organisaties die lokaal van belang zijn of een lokaal belang hebben.

Hoofdstuk2 Publieksparticipatie

Artikel4 Participatieproces 1. Het bestuursorgaan stelt bij de start van elk participatieproces vast op welke manier publieksparticipatie wordt verleend.

2. lndien publieksparticipatie wordt verleend, neemt het bestuursorgaan over in ieder geval de volgende punten een besluit:

a. het doel en de intentie van de participatie; b. het niveau van de participatie, waarbij een keuze wordt gemaakt uit: informeren, raadplegen, adviseren, coproduceren of meebeslissen;

c. de inhoudelijke, financiële, procedurele en overige kaders voor de participatie en de wijze waarop deze kaders vooraf met de deelnemers worden

gecommuniceerd;

d. de schaal waarop het participatieproces speelt; e. wie de deelnemers zijn van het participatieproces; f. de wijze en het tijdstip waarop de deelnemers hun inbreng kunnen leveren; g. de wijze waarop deelnemers over de voortgang op de hoogte worden gehouden; h. de verdeling van verantwoordelijkheden voor de verschillende stappen in het participatieproces tussen initiatiefnemers of deelnemers enerzijds en de gemeente anderzijds; de wijze en het tijdstip waarop burgemeester en wethouders reageren op de uitkomsten van het participatieproces; de begroting van de kosten van het participatieproces. Het bestuursorgaan maakt voorafgaand aan de start van het publieksparticipatieproces het voornemen hiertoe bekend op de voor dat proces geschikte wijze. ln deze kennisgeving wordt ingegaan op de in het tweede lid, onder a. tot en met j. bedoelde punten. lndien omstandigheden het noodzakelijk maken om de kaders bedoeld in het tweede lid onder c. of de inrichting van het proces als bedoeld in het tweede lid onder g. aan te passen, draagt het bestuursorgaan er zorg voor dat dit onverwijld bekend wordt gemaakt aan de participanten. lndien publieksparticipatie wordt verleend bij de voorbereiding van een raadsvoorstel sturen burgemeester en wethouders het procesbesluit zo spoedig mogelijk ter kennis aan de raad.

Burgemeester en wethouders kunnen voor specifieke beleidsterreinen nadere regelingen treffen.

i.

3. 4. 5. 6.

j.

7

Artikel5

Eindverslag participatieproces

1. Ter afronding van de participatieproces, zoals bedoeld in het voorgaande artikel maakt het bestuursorgaan een eindverslag op. Het eindverslag bevat in elk geval: een overzicht van het gevolgde participatieproces; een weergave van de inbreng van degenen die hebben deelgenomen aan de participatie; een overzicht van de afspraken die op basis van het participatieproces zijn gemaakt. een reactie van het bestuursorgaan op de inbreng als bedoeld onder b., met redenen omkleed welke punten al dan niet van invloed zullen zijn op het beleidsvoornemen. een overzicht van de kosten van het participatieproces. een evaluatie van het participatieproces zelf, de belangen die zijn afgewogen en de mening van de deelnemers over het gelopen proces.. Het bestuursorgaan maakt het eindverslag openbaar. Burgemeester en wethouders brengen het eindverslag ter kennis aan de raad indien het participatie bij een raadsvoorstel betreft.

a. b.

c.

d.

e. f.

2. 3.

Hoofdstuk 3

Publieksparticipatie en lnspraak

Artikel 6

Publieksparticipatie en inspraak

1. Het bestuursorgaan besluit ten aanzien van de uitoefening van zijn eigen bevoegdheden op welke wijze gebruik wordt gemaakt van publieksparticipatie en/of inspraak.

2. Publieksparticipatie en/of inspraak kan worden verleend wanneer het redelijkerwijze is te verwachten dat er belanghebbenden zijn bij de voorbereiding van een

beleidsvoornemen.

3. Geen publieksparticipatie wordt verleend: a. indien sprake is van beleidsvoornemens op basis van de reguliere of uitgebreide procedure als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; b. indien sprake is van uitvoering van regelingen van hogere overheden waarbij van enige beleidsvrijheid geen sprake is; c. ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen; d. ten aanzien van een beleidsvoornemen dat rechtstreeks voortvloeit uit een

beleidsvoornemen waarover al participatie of inspraak heeft plaatsgehad en dat tijdens deze participatie of inspraak het beleidsvoornemen redelijkerwijs te voorzien was; e. ten aanzien van een beleidsvoornemen dat uitsluitend of hoofdzakelijk betrekking

heeft op interne of organisatorische aangelegenheden van de gemeente.

4. Naast het bepaalde in het derde lid geldt in het bijzonder voor inspraak, dat geen inspraak wordt verleend: a. als dit bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten, of al b'rj of krachtens wettelijk voorschrift in een openbare voorbereidingsprocedure is voorzien;

I

b. als dit is gebaseerd op hogere wet- en regelgeving die het bestuursorgaan geen of

nauwelijks beleidsvrijheid biedt; als dit betrekking heeft op de begroting, de rekening, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen als bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet.

5. Het bestuursorgaan kan besluiten van inspraak af te zien als: a. de belanghebbenden al op een andere manier in een vroeg stadium bij de voorbereiding van het beleidsvoornemen zijn betrokken en voldoende aannemelijk is dat het bestuursorgaan daardoor alle relevante belangen bij zijn afweging heeft kunnen betrekken; b. het beleidsvoornemen rechtstreeks voortvloeit uit een beleidsvoornemen waarover al inspraak heeft plaatsgevonden; c. het beleidsvoornemen van ondergeschikte betekenis is dan wel uitsluitend of hoofdzakelijk om juridisch-technische dan wel redactionele redenen plaatsvindt; d. het belang van de inspraak niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan voor kwetsbare groepen in de samenleving; e. het beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat de uitkomst van de inspraak niet kan worden afgewacht.

Hoofdstuk 4

Inspraak

Artikel 7

lnspraakgerechtigden

1.

2. 3.

lnwoners, bedrijven en belanghebbenden kunnen individueel of gezamenlijk aan de inspraak deelnemen. Deelnemers aan inspraakactiviteiten kunnen zich op een door hen te bepalen wijze laten begeleiden. Zil kunnen zich doen vertegenwoordigen, waartoe een machtiging is vereist. lndien inspraak wordt verleend over een beleidsvoornemen waarvan redelijkerwijs te verwachten valt dat veel niet-Nederlandstaligen zich daarbij in het bijzonder betrokken voelen, wordt daarmee bij het verlenen van inspraak rekening gehouden.

ArtikelS lnspraakprocedure 1. lnspraak vindt plaats overeenkomstig afdeling 3:4 van de Algemene wet 2. 3.

bestuursrecht. ln afwijking van het eerste lid kan het bestuursorgaan een andere inspraakprocedure vaststellen. Nadat het bestuursorgaan heeft besloten het beleidsvoornemen vrij te geven voor inspraak, brengt hij het beleidsvoornemen ter kennis van de raadscommissie tot welk taakveld het beleidsvoornemen behoort.

Artikel9 Verantwoording 1. Het eventueel bijgestelde beleidsvoornemen wordt samen met de schriftelijke ingekomen reacties, het vastgestelde verslag van de inspraakbijeenkomst(en) en een document waarin een verantwoording wordt gegeven van de wijze waarop met de ingekomen reacties, respectievelijk de gemaakte opmerkingen is gehandeld, door burgemeester en wethouders vastgelegd in een eindrapportage, met dien verstande dat dat zo spoedig mogelijk plaatsvindt doch uiterlijk binnen6maanden na afloop van de inspraaktermijn. Burgemeester en wethouders kunnen eenmaal schriftelijk en

I

2

3.

gemotiveerd besluiten deze termijn met6 maanden te verlengen. Dit besluit wordt ter kennis van de raad gebracht. Degenen die een schriftelijke reactie hebben ingezonden dan welaanwezig waren bij een inspraakbijeenkomst wordt een afschrift van deze stukken toegezonden of worden geïnformeerd over de tijd en plaats waar deze stukken ter inzage liggen. Bij die gelegenheid worden betrokkenen tevens geïnformeerd over de nader te volgen procedure, inclusief het tijdpad. Degenen die aan de inspraak hebben deelgenomen worden geïnformeerd over het uiteindelijke besluit.

HoofdstukS Overheidsparticipatie Artikel l0 1.

2 3

4.

Verlenen Overheidsparticipatie Overheidsparticipatie wordt verleend indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders het burgerinitiatief past binnen de kaders van het gemeentelijk beleid en bijdraagt aan de doelstellingen van het gemeentelijk beleid. Burgemeester en wethouders besluiten welke vorm van overheidsparticipatie wordt verleend: loslaten, stimuleren, faciliteren, regisseren en reguleren. Burgemeester en wethouders kunnen besluiten om aan de overheidsparticipatie vooraf de voorwaarde te verbinden dat inwoners, bedrijven en direct belanghebbenden in voldoende mate bij het burgerinitiatief worden betrokken. Burgemeester en wethouders kunnen overheidsparticipatie aan burgerinitiatieven weigeren, als er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat:

a. het initiatief doelstellingen beoogt die in strijd zijn met het algemeen belang;

b. het initiatief discriminatie oplevert wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, burgerlijke staat, seksuele gerichtheid, leeftijd of op welke andere grond dan ook. er sprake is van onvoldoende draagvlak voor het initiatief bij omwonenden, belanghebbenden of de betrokken inwoners. het initiatief naar het oordeel van burgemeester en wethouders op financiële, juridische of praktische gronden niet haalbaar is. Burgemeester en wethouders weigeren medewerking aan een burgerinitiatief indien dat zich richt op: de uitvoering van besluiten van hogere bestuursorganen waaromtrent de gemeente geen beleidsvrijheid heeft; gemeentelijke belastingen en tarieven; vaststelling en wijziging van de gemeentelijke begroting, de jaarrekening en de goedkeuring van de begroting; een onden¡¡erp dat niet behoort tot de bevoegdheid van de gemeente; benoeming en functioneren van personen; handelingen en gedragingen van collegeleden, raadsleden of ambtenaren waartegen een klacht in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend of een door de gemeenteraad of college vastgestelde klachtenregeling; onderwerpen waartegen een bezwaar- of beroepsprocedure in de zin van hoofdstuk 7 van de Algemene wet bestuursrecht openstaat of heeft opengestaan of onderwerpen waarover de burgerlijke rechter is gevraagd een oordeel uit te spreken of heeft

uitgesproken;

c.

d.

5

a. b. c.

d. e. f. g.

l0

h. een onderwerp waarover de gemeente korter dan 2 jaren voor indiening van het initiatief een besluit heeft genomen; een onderwerp dat ovenruegend het privébelang van de indiener dient; doelstellingen die in strijd zijn met de wet. Als burgemeester en wethouders op grond van het eerste lid besluiten geen overheidsparticipatie te verlenen en het vijfde lid is niet van toepassing, sturen zij het burgerinitiatief, met advies, ter behandeling aan de gemeenteraad. Als burgemeester en wethouders op grond van lid 5 van dit artikel participatie weigeren, zenden zij dit besluit voor kennisgeving aan de gemeenteraad. Het college houdt een openbaar register bij waarin alle ingediende burgerinitiatieven en hun voortgang en status worden bijgehouden.

i. j.

b.

7

I Hoofdstuk 6

De gemeenteraad

Artikelll

Ontvangenburgerinitiatieven

De gemeenteraad neemt uitsluitend burgerinitiatieven in behandeling die van burgemeester en wethouders zijn ontvangen op basis van artikel 10, zesde lid en zijn ingediend door degenen die kiesgerechtigd z'rjn voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad alsmede ingezetenen van de gemeente van zestien jaar en ouder die met uitzondering van hun leeftijd voldoen aan de vereisten voor het kiesrecht voor de leden van de gemeenteraad.

Artikel l2 1.

2

Artikel l3 L

2.

3.

4.

5.

Behandeling in de raad De raad beslist in de eerstvolgende vergadering na het advies van burgemeester en wethouders over het burgerinitiatief, met dien verstande dat ten minste twee weken is gelegen tussen de dag waarop het advies is ontvangen en de dag van de raadsvergadering waar op het verzoek wordt beslist. De raad kan participatie aan het burgerinitiatief weigeren indien dit initiatief naar haar oordeel onvoldoende bijdraagt aan een verbetering van het gemeentelijk beleid of indien het effect van het burgerinitiatief naar haar oordeel beperkt is tot een beperkt geografisch gebied.

Beraadslaging en besluitvorming De voorzitter van de raad zal de initiatiefnemers schriftelijk uitnodigen voor de vergadering waarvoor het burgerinitiatiefuoorstel is geagendeerd. De initiatiefnemers hebben tijdens deze vergadering de gelegenheid om het initiatief mondeling toe te lichten en eventuele vragen uit de raad te beantwoorden. De voorzitter van de raad kan een of meer initiatiefnemers of de vertegenwoordiger toestemming geven om deel te nemen aan de beraadslaging in de raad over het initiatief. Het eerste en tweede lid van dit artikel zijn van overeenkomstige toepassing op de behandeling van het initiatief in een raadscommissie. De raad stelt de initiatiefnemers binnen twee weken na de datum van de raadsvergad erin g waarin beslu itvorm ing over het burgerinitiatief heeft plaatsgevonden schriftelijk in kennis van zijn besluit. lndien de raad geheel of gedeeltelijk afwijkt van het burgerinitiatief geeft hij de redenen daarvoor. Zo spoedig mogelijk nadat de raad over het burgerinitiatiefvoorstel een besluit heeft genomen wordt dit besluit bekendgemaakt door kennisgeving van het besluit of van de zakelijke inhoud ervan in een van overheidswege

11

6.

uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad, dan wel op een andere gesch ikte wijze. lndien de raad geheel of gedeeltelijk overeenkomstig het burgerinitiatief besluit, overlegt het college binnen twee weken na de raadsvergadering waarin de besluitvorming over het burgerinitiatief heeft plaatsgevonden met de initiatiefnemers over de verdere uitvoering van het besluit.

Hoofdstuk 7

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 14

lnwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na de bekendmaking daarvan. Op die datum vervallen de Participatie en inspraakverordening 2012 (RV 12.0105) en de Verordening Burgerinitiatief 2005 (RV 05.001 3).

Artikel 15

Overgangsregeling

Op inspraakprocedures die voortvloeien uit besluiten genomen voor de inwerkingtreding van deze verordening, blijven de bepalingen van toepassing van de inspraakverordening zoals die luidden ten tijde van dat besluit.

Artikel 16

Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als Participatie- en inspraakverordening 2019.

Gedaan in de openbare raadsvergadering van 20 juni 2019,

deG

de

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10164210/1