210049 Bijlage 1. Zienswijzennota LEAD, d.d. mei 2021 (err.verwerkt)
Tekst van het document
De toename in NO2, PM10 en PM2,5 concentraties vanwege LEAD is in dat kader opgeteld bij de achtergrondconcentraties ter plaatse van het plangebied zoals aanwezig in 2020. De grenswaarden voor NO2, PM10 en PM2,5 worden niet bereikt. De gemeten concentraties (27,38 µg/m3 voor NO2, 20,95 µg/m3 voor PM10 en 11,94 µg/m3 voor PM2,5) liggen ver onder de grenswaarden voor concentraties van deze stoffen (40 µg/m3 voor NO2 en PM10 en 25 µg/m3 voor PM2,5). Daarnaast blijkt uit de NIBM-tool dat in het jaar 2027 (circa een half jaar na afronding van het plan) geen sprake meer is van een bijdrage van verkeer dat de luchtkwaliteit in betekenende mate verslechtert. De maximale bijdrage van NO2 betreft in 2027 1,12 µg/m3 en de maximale bijdrage van PM10 betreft in 2027 0,35 µg/m3. Dit valt ruim onder de grens voor ‘niet in betekenende mate’ van 1,2 µg/m3. Tot slot geldt dat de door het RIVM beheerde NSL-monitoringstool voorschrijft dat de achtergrondconcentraties in het jaar 2030 verbeteren ten opzichte van het jaar 2020. Met inachtneming daarvan geldt dat de achtergrondconcentraties voor NO2, PM10 en PM2,5 in de toekomst nog verder zullen afnemen. In de toelichting op het bestemmingsplan is in dat kader inzichtelijk gemaakt dat de achtergrondconcentraties voor NO2, PM10 en PM2,5 respectievelijk 16,19 µg/m3, 17,87 µg/m3 en 9,57 µg/m3 zullen betreffen.
In 2030 zullen de achtergrondconcentraties dus nog verder onder de grenswaarden komen te liggen. Gelet op het voorgaande voldoet de voorgenomen ontwikkeling van planinitiatief LEAD aan de wettelijke normen voor luchtkwaliteit. Gelet daarop is voor het aspect luchtkwaliteit sprake van overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening. 5.2.9 Participatie Er zijn door indieners zorgen geuit over het participatieproces. Bij de totstandkoming van de ontwerpbesluiten is groot belang gehecht aan het creëren van draagvlak voor het planinitiatief LEAD. Het overleg tussen de gemeente en RED company over de inrichting van participatieproces is in eerste instantie gevoerd aan de hand van het protocol “Initiatieven van derden, in de fysieke leefomgeving strijdig met het bestemmingsplan”. Dit protocol is opgevolgd door de in oktober 2018 door het college van B&W vastgestelde “Werkwijzer participatie 2018, voor private (bouw)initiatieven die afwijken van het bestemmingsplan” (de Werkwijzer participatie 2018).
22/686
In goed overleg met RED company en in opdracht en onder regie van de gemeente is een participatieplan op maat, het participatieplan “LEAD in dialoog” tot stand gekomen (het participatieplan). Hiervan heeft het college met instemming kennisgenomen. Conform het participatieplan heeft eerst een eerste participatieronde plaatsgevonden. In dat kader heeft een wethouder van de gemeente de eerste publieksbijeenkomst op 11 september 2018 met circa 250 aanwezigen geopend en de verwachting en het doel van de gemeente uitgelegd. Op aangeven van de gemeente werden in de projectomgeving 3.500 uitnodigingen verspreid. Ook in de uitnodiging werd het programma van de eerste publieksbijeenkomst en de vervolgstappen in het participatieproces beschreven. De publieke bekendmaking van het initiatief vond plaats op 27 augustus 2018. Naar aanleiding van de eerste publieksbijeenkomst op 11 september 2018 gaven 40 mensen zich op voor een plangroep om de onderwerpen met de initiatiefnemer te bespreken. Hieraan hebben 35 mensen actief deelgenomen. Er is op verschillende dagen over verschillende thema’s geparticipeerd, zoals wonen en duurzaamheid, maar ook over bijvoorbeeld zon, zicht, wind en stedenbouw. Uit de gesprekken zijn verschillende voorstellen gekomen die in het plan zijn doorgevoerd. Op 18 oktober 2018 zijn de uitkomsten gepresenteerd aan circa 150 aanwezigen.
Het aangepaste plan kon in dat kader van reacties worden voorzien, waarvan een verslag is gemaakt. Zie voor de uitvoerige beschrijving van het participatieproces alsmede de uitkomsten en verslagen van de eerste participatieronde bijlage 1 bij de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan (‘participatieverslag 2018’) Op basis van de eerste participatieronde is het initiële ontwerp voor LEAD op verschillende punten aangepast. Zo is onder andere meer groen toegevoegd aan het landschapsontwerp en is de afstand tussen de Koningstaete en LEAD vergroot door de oriëntatie van de loggia’s aan te passen. Ook zijn zo min mogelijk woonkamers geprojecteerd aan de zijde van de Koningstaete, om de privacy zo veel mogelijk te waarborgen. Vervolgens is een Nota van Uitgangspunten opgesteld voor het project en voorgelegd aan de gemeenteraad (raad). De raad heeft op 20 juni 2019 de Nota van Uitgangspunten voor LEAD vastgesteld. Die Nota van Uitgangspunten dient zoveel als mogelijk als een zelfbindend toetsingskader waarin de essentiële randvoorwaarden zijn opgenomen voor de voorgenomen ontwikkeling. Ook het participatieproces is hierin uiteengezet alsmede het doel van het participatieproces en de rollen en taken van partijen is daarin uiteengezet.
Binnen de randvoorwaarden van de Nota van Uitgangspunten dient het initiatief te worden uitgewerkt en dient een tweede participatieronde plaats te vinden. Dat is ook ten aanzien van het planinitiatief LEAD gebeurd. In de tweede participatieronde hebben wederom verschillende bijeenkomsten plaatsgevonden. Op 18 februari 2020 heeft een interactieve bijeenkomst plaatsgevonden over speelmogelijkheden in het plan met kinderen van de lokale BSO, waarin speelwensen van kinderen in kaart zijn gebracht. Op 20 februari 2020 heeft een bijeenkomst met een plangroep plaatsgevonden over verkeer, ontsluiting en parkeren alsmede een workshop over groen en openbare ruimte. Bij alle bijeenkomsten van de tweede participatieronden waren ook ambtenaren vanuit de gemeente aanwezig. Zij hebben toelichting gegeven op het gemeentelijk beleid en diverse sessies begeleid. Verder is op 5 maart 2020 gesproken over ruimtelijke aspecten zoals onder meer het gebouwontwerp, verkeer, parkeren, ontsluiting, mobiliteit, groen en de openbare ruimte. De gemeente heeft tijdens die bijeenkomst uitleg gegeven over de Nota van Uitgangspunten LEAD, het gemeentelijk verkeersonderzoek en het vervolg van de procedure. Ook hebben op 23, 24 en 25 maart 2020 webinars plaatsgevonden over de ontsluiting, verkeer, parkeren en de openbare ruimte. Tot slot is een woonenquête gehouden onder ruim 1.300 belangstellenden.
Op basis van de tweede participatieronde zijn een aantal aanpassingen waaronder de aan te houden afstand tussen de kopwoningen van de woningen aan de Nieuwe Koningsstraat en planinitiatief LEAD, geoptimaliseerd.
23/686
Zie voor de uitvoerige beschrijving van het participatieproces alsmede de uitkomsten en verslagen van de tweede participatieronde bijlage 2 bij de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan (‘participatieverslag 2020’) Gelet op het voorgaande is ruim aandacht geweest voor het betrekken van de omgeving bij het planproces en heeft die participatie ook geleid tot concrete wijzigingen van het plan. Hoewel het uitgangspunt bij grote ruimtelijke projecten als de voorliggende is om zoveel mogelijk draagvlak te creëren, zijn de raad en het college zich er evenwel van bewust dat het onoverkomelijk is dat een dergelijk project niet altijd op steun van alle omwonenden kan rekenen. Ten overvloede wordt in dit kader opgemerkt dat het bestaan van een bepaalde mate van draagvlak volgens vaste jurisprudentie ook geen vereiste is om een bestemmingsplan vast te stellen of een omgevingsvergunning te kunnen verlenen. Zie hiervoor bijvoorbeeld een uitspraak van de Raad van 1 augustus 2012 (ECLI:NL:RVS:2012:BX3276) r.o. 2.4.1: Zie tevens AbRvS 23 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:3112. Dit laat uiteraard onverlet dat de resultaten van het participatietraject wel worden meegenomen bij de besluitvorming. Gelet op het voorgaande wordt geconcludeerd dat het participatieproces zorgvuldig is verlopen conform de daartoe strekkende kaders.
Voor zover onder bepaalde omwonenden (waaronder indieners) geen draagvlak kan worden gevonden voor het planinitiatief LEAD, betekent dit niet dat het bestemmingsplan niet vastgesteld kan worden. 5.2.10 Relatie met hogedruk aardgasleiding Door een aantal indieners zijn zorgen geuit over de ligging van het planinitiatief LEAD in de nabijheid van een hogedruk aardgasleiding. Van belang is dat door de Omgevingsdienst West-Holland een verantwoording is opgesteld voor het groepsrisico. Zie bijlage 18 bij de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan. De verantwoording voor het groepsrisico is mede opgesteld naar aanleiding van het door de Veiligheidsregio opgestelde advies ten behoeve van dit plan en betreft in feite een coproductie van de Omgevingsdienst en de Veiligheidsregio, die door de gemeente is onderschreven. In de verantwoording is ook uitgebreid ingegaan op de relatie van het planinitiatief LEAD met de hogedrukaardgasleiding die op een afstand van ongeveer 40 meter vanaf de dichtst bijgelegen woonbebouwing zal komen te liggen. Het plangebied van LEAD ligt gedeeltelijk binnen een zogenoemd 100% letaliteitsgebied. Binnen een 100%-letaliteitsgebied van een buisleiding zal iedereen komen te overlijden als gevolg van een maatgevende calamiteit met deze leiding.
Er is een risicoberekening uitgevoerd ten aanzien van de hogedruk aardgasleiding, waaruit volgt dat de risico’s van deze leiding verwaarloosbaar zijn. Zoals in de verantwoording is aangegeven, worden bouwkundige en installatietechnische maatregelen getroffen om voldoende tijd te hebben voor ontvluchting. Een van de aangegeven maatregelen is het uitvoeren van de gevel van de hoogbouw met een voldoende brandwerendheid, inclusief de ramen en de kozijnen. Hiermee wordt een snelle verspreiding van een brand langs de gevel naar boven voorkomen. Ook doorslag naar binnen de woningen in wordt hiermee vertraagd. Daarmee wordt de tijd dat de aanwezige bewoners veilig kunnen vluchten vergroot. Hierbij is ook de ontruimingsinstallatie van belang die in iedere woning aanwezig is.
24/686
Gelet op de zeer beperkte kans op calamiteiten in combinatie met de getroffen maatregelen die worden genomen om het aantal potentiële slachtoffers te beperken, worden de zeer beperkte risico’s aanvaardbaar geacht. 5.3 Ingekomen zienswijzen In de navolgende tabel zijn de zienswijzen samengevat en voorzien van een reactie. In de eerste kolom is aangeduid welk deel van de zienswijze wordt behandeld en ten aanzien van welke indiener. Het eerste cijfer in de linker kolom staat in dat kader voor de indiener, het tweede cijfer in de linker kolom betreft de nummering van de zienswijzenonderwerpen. Zo wordt het tweede zienswijzenonderwerp van de eerste indiener aangeduid met 1.2. In de tweede kolom wordt een samenvatting gegeven van de ingekomen zienswijze. In de derde kolom geven wij een reactie op de zienswijze. In de vierde kolom wordt aangegeven wat de gevolgen van de zienswijze zijn voor de ontwerpbesluiten.
25/686
Indiener & zienswijze
Samenvatting ingekomen zienswijze
Reactie
Gevolg
1.1
Het plan bevat teveel woningen op een te kleine plek.
Geen.
1.2
De overlast van hondenpoep zal toenemen door het planinitiatief LEAD. Ook zullen andere problemen met betrekking tot honden erger worden. Er moet vooraf onderzoek worden gedaan naar effectieve maatregelen tegen hondenpoep. Een beter plan is om de torens kleiner te maken.
Het aantal woningen dat ter plaatse wordt gerealiseerd, leidt niet tot onaanvaardbare ruimtelijke gevolgen. Verwezen wordt naar de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan, waarin de ruimtelijke effecten van het plan in kaart zijn gebracht en zijn afgewogen, alsmede naar de algemene themagewijze beantwoording in deze zienswijzennota. Het aspect hondenpoep is geen ruimtelijk relevant aspect dat bij de vaststelling van een bestemmingsplan of verlening van een omgevingsvergunning dient te worden betrokken. Het tegengaan van hondenpoep betreft een aspect waartegen op grond van de APV van Leiden wordt gehandhaafd. De hoogte van de torens is nodig om voldoende woningen te kunnen realiseren zonder dat dit ten koste gaat van de groene ruimte in de stad. Het woonprogramma realiseren binnen een (veel) lagere hoogte leidt tot een groot en massief blok, verlies van het nieuw te realiseren stadspark en verstoring van de skyline door het zicht op een gesloten blok in de horizon. Verder geldt dat met een (veel) lager gebouw niet voldaan kan worden aan de – o.a. in de Nota van Uitgangspunten opgenomen – duurzaamheidsambities en de in artikel 5.6.3 van het bestemmingsplan opgenomen voorwaardelijke verplichting om minimaal 25% sociale huurwoningen te realiseren. Het realiseren van veel lagere woontorens zou in dat kader economisch ook niet uitvoerbaar zijn.
De hoogte van de torens leidt niet tot onaanvaardbare ruimtelijke effecten. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt verder naar paragraaf 5.2.1 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat het project tot een kwalitatieve verbetering leidt, dat wordt voldaan aan de criteria Eyeline & Skyline zoals opgenomen in de Verstedelijkingsnotitie Leiden en dat het plan past binnen de afwijkingsmogelijkheid uit de Hoogbouwvisie. Verwezen wordt daarnaast naar de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan, waarin de ruimtelijke effecten van het plan in kaart zijn gebracht en zijn afgewogen, alsmede naar de algemene themagewijze
Geen.
1.3
Geen.
26/686
2.1
De bouw is te hoog en te massaal.
2.2
Er worden zorgen geuit over verkeersdrukte
2.3
Er worden zorgen geuit over vervuiling
3.1
De samenhang tussen de toren van 115 meter hoog en de rest van het project is zowel qua vormgeving als ligging onduidelijk. De afwezigheid van objectieve bezwaren tegen de bouw van deze toren is onvoldoende. De gemeente heeft rekening te houden met zaken als aantallen bewoners, ruimte tussen de bewoning, parkeerdruk en samenhang
beantwoording in deze zienswijzennota. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.1 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat het project tot een kwalitatieve verbetering leidt, en dat wordt voldaan aan de criteria Eyeline & Skyline zoals opgenomen in de Verstedelijkingsnotitie Leiden. Er wordt voldaan aan de afwijkingsmogelijkheid uit de Hoogbouwvisie. Verder wordt opgemerkt dat het planinitiatief LEAD niet leidt tot onaanvaardbare ruimtelijke effecten, zoals volgt uit de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan, waarin de ruimtelijke effecten van het plan in kaart zijn gebracht en zijn afgewogen, alsmede uit de algemene themagewijze beantwoording in deze zienswijzennota. De visie dat de gebouwen te hoog en te massaal zijn, wordt niet gedeeld gelet op de overeenstemming van het plan met het geldende beleid en de daarbij behorende afwijkmogelijkheden. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.3 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat door het planinitiatief LEAD geen onaanvaardbare gevolgen voor de verkeersontsluiting of de verkeersveiligheid ontstaan. Onduidelijk is voor welke vervuiling indiener vreest. Voor zover wordt gedoeld op vervuiling van de luchtkwaliteit als gevolg van het plan, wordt naar paragraaf 5.2.8 van deze zienswijzennota verwezen.
Daar wordt uitgebreid toegelicht dat het project voldoet aan de wettelijke grenswaarden voor luchtkwaliteit. Voor zover door indiener is bedoeld te zeggen dat vervuiling zal toenemen door bijvoorbeeld een gevreesde toename van zwerfafval, wordt opgemerkt dat – hoewel niet aannemelijk is dat het planinitiatief LEAD enkel door een toename van woningen tot een toename van zwerfafval leidt en de toename van zwerfafval geen ruimtelijk relevant aspect is dat bij de totstandkoming van een bestemmingsplan of omgevingsvergunning dient te worden betrokken - het optreden tegen zwerfafval een handhavingsaspect betreft dat is geregeld in de Afvalstoffenverordening van Leiden. De samenhang van de torens volgt onder meer uit de oplopende bouwhoogte tussen de torens en de keuze van materiaal en detaillering. De afstanden tussen de te realiseren woontorens bieden doorzichten vanuit verschillende richtingen. Door de afgeschuinde gevels zijn de woontorens slank. De woontorens zijn ten opzichte van elkaar gedraaid, waardoor een wisselend beeld ontstaat en zij laten voldoende ruimte open om niet een wand te vormen. Het ensemble van torens is zo gevormd en ontworpen dat minimale hinder door schaduw, zicht en wind ontstaat. Om aantasting van de groene ruimte
Geen.
Geen.
Geen.
Geen.
27/686
tussen deze toren en de rest van het project.
4.1
Het project met een toren van 115 meter past niet bij het bestemmingsplan met een maximale hoogte van 75 meter.
binnen en buiten de stad te voorkomen en genoeg ruimte over te houden voor het programma, gelet op de woningbouwopgave, is ervoor gekozen de vrijstaande toren ranker en hoger te maken. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt verder naar paragraaf 5.2.1 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat het project tot een kwalitatieve verbetering leidt, dat wordt voldaan aan de criteria Eyeline & Skyline zoals opgenomen in de Verstedelijkingsnotitie Leiden en dat het project past binnen de afwijkingsmogelijkheid uit de Hoogbouwvisie. Verder wordt opgemerkt dat het planinitiatief LEAD niet leidt tot onaanvaardbare ruimtelijke effecten, zoals volgt uit de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan, waarin de ruimtelijke effecten van het plan in kaart zijn gebracht en zijn afgewogen, alsmede uit de algemene themagewijze beantwoording in deze zienswijzennota. In het bijzonder wordt in dat kader naar paragraaf 5.2.2 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat het project past binnen de Beleidsregels Parkeernormen 2020 (en de daarbij behorende flexibiliteitsbepalingen) en derhalve voorziet in voldoende parkeerplaatsen. In zowel het huidige als in het voorliggende ontwerpbestemmingsplan is geen sprake van een maximumhoogte van 75 voor de genoemde toren.
De maximale bouwhoogten in het ontwerpbestemmingsplan komen overeen met de te realiseren torens. De hoogte van de torens is nodig om voldoende woningen te kunnen realiseren zonder dat dit ten koste gaat van de groene ruimte in de stad. Om de gewenste ruimtelijke meerwaarde te kunnen bieden (zoals de realisatie van een hoogwaardig stadspark) is een bepaalde hoogte nodig om tot uitvoerbare plannen te kunnen komen. Het woonprogramma realiseren binnen een hoogte van 75 meter leidt tot een groot en massief blok, verlies van het stadspark en verstoring van de skyline door het zicht op een gesloten blok in de horizon. De uitgangspunten van het project, die ook zijn opgenomen in de Nota van Uitgangspunten LEAD, waaronder de duurzaamheidsambities en de in artikel 5.6.3 van het bestemmingsplan opgenomen voorwaardelijke verplichting om minimaal 25% sociale huurwoningen te realiseren, zouden met een lager gebouw niet goed kunnen worden gerealiseerd. Het realiseren van veel lagere woontorens zou in dat kader economisch ook niet uitvoerbaar zijn. De hoogte van de torens leidt niet tot onaanvaardbare ruimtelijke effecten. Verwezen wordt naar de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan, waarin de ruimtelijke effecten van het plan in kaart zijn gebracht en zijn afgewogen, alsmede naar de algemene themagewijze beantwoording in deze zienswijzennota.
Geen.
28/686
5.1
6.1
6.2
6.3
Er is onvoldoende aandacht besteed aan de te verwachten problemen omtrent parkeren. In het participatieverslag is aangetoond dat ’s avonds en in het weekend de capaciteit van 372 plekken tekort zal schieten. De parkeergarage wordt betaald parkeren voor bezoekers. Er wordt de zorg geuit dat de gemeente dit zal oplossen door de omliggende zones om te zetten naar duurdere zones, waardoor visite van bewoners in die wijken niet meer gratis kan parkeren. Onduidelijk is of bewoners van LEAD wel gratis kunnen parkeren in de garage. Zo niet, dan zullen zij uitwijken naar goedkopere opties.
Met de komst van LEAD kan de luchtkwaliteit niet anders dan verslechteren door het verkeer dat toe zal nemen. De vraag wordt gesteld of onderzoek is gedaan naar hoe de komst van de torens de luchtkwaliteit zal beïnvloeden. Met de komst van 580 woningen zal het zwerfafval toenemen.
De vraag wordt gesteld waarom geen milieueffectrapport is opgesteld.
Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.2 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat het project past binnen de Beleidsregels Parkeernormen 2020 (en de daarbij behorende flexibiliteitsbepalingen)en derhalve voorziet in voldoende parkeerplaatsen.
Geen.
Indiener geeft aan zich zorgen te maken over de mogelijkheid dat bezoekers gratis kunnen parkeren. Dat is echter niet aan de orde. Bezoekers moeten in beginsel op eigen terrein parkeren en het is daarom onwenselijk als het parkeertarief in de garage te veel afwijkt van het tarief op straat. Dit kan er immers toe leiden dat bezoekers alsnog op straat parkeren, omdat dit goedkoper is. De parkeervisie biedt in dergelijke gevallen handvatten om het beleid op straat aan te passen wanneer dergelijke problemen optreden. Zo kunnen bijvoorbeeld de reguleringstijden aangepast worden als blijkt dat er veel bezoekers na 19.30 uur op straat gaan staan, omdat het dan gratis is en er op eigen terrein betaald moet worden voor het parkeren. Ook is reeds in de parkeervisie opgenomen dat het starttarief van €0,20 voor de eerste twee uur parkeren in woongebieden wordt opgeheven. Dit maakt het kostentechnisch niet interessant om in de openbare ruimte te parkeren in plaats van op eigen terrein. Dat bezoekers zullen uitwijken naar goedkopere opties is dan ook niet aan de orde. Overigens geldt dat door indiener niet is gemotiveerd welke goedkopere opties dat dan zouden zijn. Daarnaast geldt dat het omzetten van omliggende zones naar duurdere parkeerzones vanwege het planinitiatief LEAD niet aan de orde is. Naar de effecten van het project op de luchtkwaliteit is onderzoek gedaan.
Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.8 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat het project voldoet aan de wettelijke grenswaarden voor luchtkwaliteit. Opgemerkt wordt dat het optreden tegen zwerfafval een handhavingsaspect betreft dat is geregeld in de Afvalstoffenverordening van Leiden en maakt derhalve geen onderdeel uit van de ter inzage gelegde besluiten. In algemene zin wordt opgemerkt dat het niet aannemelijk is dat de hoeveelheid zwerfafval enkel zal toenemen door een toename van het aantal woningen. In het plangebied zullen (zowel inpandig als in de openbare ruimte) voldoende afvalvoorzieningen aanwezig zijn voor de nieuwe bewoners. Voor het project heeft een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaatsgevonden, waarbij op basis van de aanmeldnotitie van de initiatiefnemer door de Omgevingsdienst West-
Geen.
Geen.
Geen.
29/686
6.4
De hoogte van de torens is buitenproportioneel gezien de hoogte van de bebouwing in de omgeving.
Holland namens het college is geoordeeld dat geen sprake is van een activiteit die leidt tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, zoals bedoeld in het Besluit milieueffectrapportage. Het opstellen van een milieueffectrapport is gelet daarop niet vereist. De hoogte van de torens is nodig om voldoende woningen te kunnen realiseren zonder dat dit ten koste gaat van de groene ruimte in de stad. Om de gewenste ruimtelijke meerwaarde te kunnen bieden (zoals de realisatie van een hoogwaardig stadspark) is een bepaalde hoogte nodig om tot uitvoerbare plannen te kunnen komen. Het woonprogramma realiseren binnen een veel lagere hoogte leidt tot een groot en massief blok, verlies van het stadspark en verstoring van het aspect skyline door het zicht op een gesloten blok in de horizon. De uitgangspunten van het project, die ook zijn opgenomen in de Nota van Uitgangspunten LEAD, waaronder de duurzaamheidsambities en de in artikel 5.6.3 van het bestemmingsplan opgenomen voorwaardelijke verplichting om minimaal 25% sociale huurwoningen te realiseren, zouden met een lager gebouw niet goed kunnen worden gerealiseerd. Het realiseren van veel lagere woontorens zou in dat kader economisch ook niet uitvoerbaar zijn. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt verder naar paragraaf 5.2.1 van deze zienswijzennota verwezen.
Daar wordt uitgebreid toegelicht dat het project tot een kwalitatieve verbetering leidt, dat wordt voldaan aan de criteria Eyeline & Skyline zoals opgenomen in de Verstedelijkingsnotitie Leiden en dat het plan past binnen de afwijkingsmogelijkheid uit de Hoogbouwvisie. Onderdeel van het ontwerp van de torens is dat zoveel mogelijk is geprobeerd aansluiting te zoeken bij het omliggende gebied. De nieuwbouw sluit aan op de stedenbouwkundige opzet van de aangrenzende wijk, in het bijzonder het patroon van rooilijnen en bouwblokken. De onderbouw van het plan sluit aan op de rooilijn aan de Willem de Zwijgerlaan en voltooit het bouwblok in combinatie met de bestaande gebouwen uit de omgeving: het 150 kV station en het appartementengebouw Koningsstaete. Het project sluit met haar drie hoogteaccenten daarnaast aan op de bestaande stedelijke bebouwing. De gebouwen langs de Willem de Zwijgerlaan hebben een oplopende tred. Met het planinitiatief LEAD wordt de stedelijke wand aan de Willem de Zwijgerlaan, reeds bestaande uit bebouwing met een bouwhoogte van 50 tot 60 meter, door middel van ritmische bebouwing afgemaakt. De rooilijn van LEAD sluit aan de westzijde aan op Skyline Next en door de knik in het ontwerp sluit het eveneens aan
Geen.
30/686
op de oostelijke bebouwing.
6.5
Het nu al drukke verkeer aan de Willem de Zwijgerlaan zal door de komst van 580 woningen toenemen. Dit komt de veiligheid niet ten goede.
7.1
Het project moet aangepast worden naar de hoogte die past binnen de Hoogbouwvisie. Er wordt een ongemotiveerde en onlogische uitzondering gemaakt op de Hoogbouwvisie.
7.2
Er zal schade ontstaan door heiwerkzaamheden in nabij gelegen wijken.
7.3
Alle verkeersstromen worden aan de westzijde van het project geconcentreerd. Dit zorgt voor een ongelooflijke overlast in de wijk Nieuw Leyden. Het aantal motorvoertuigbewegingen wordt in de Joulestraat 12,4 keer zo veel, op de Schapenwei 5 keer zo veel en op de Nieuwe Koningstraat 4 keer zo veel. In de Pasteurstraat gaat het om 6000 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Als deze straten zo druk worden is dat erg gevaarlijk. De
De hoogte van de torens leidt daarnaast niet tot onaanvaardbare ruimtelijke effecten. Verwezen wordt naar de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan, waarin de ruimtelijke effecten van het plan in kaart zijn gebracht en zijn afgewogen, alsmede naar de algemene themagewijze beantwoording in deze zienswijzennota. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.3 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat door het planinitiatief LEAD geen onaanvaardbare gevolgen voor de verkeersontsluiting of de verkeersveiligheid ontstaan. Van een ongemotiveerde en onlogische uitzondering op de Hoogbouwvisie is geen sprake. De Hoogbouwvisie bevat een algemene afwijkingsmogelijkheid van de hoogten zoals opgenomen in de visie. Van deze afwijkingsmogelijkheid is gebruik gemaakt. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar paragraaf 5.2.1 van deze zienswijzennota, waarin de motivering van de afwijking van de Hoogbouwvisie is besproken. Dat schade zal ontstaan door heiwerkzaamheden is niet aannemelijk. Enerzijds wordt dit geborgd door regelgeving (afdeling 8.1 Bouwbesluit 2012) dat directe werking heeft.
Anderzijds is dit middels een voorwaarde expliciet geborgd in de ontwerpomgevingsvergunning voor het planinitiatief LEAD, waar het voorschrift is opgenomen dat de uitgangspunten voor een monitoringsplan moeten worden gedeeld met het bevoegd gezag ter voorkoming van schade aan naburige belendingen. Op basis daarvan moet onder meer een prognose-rapport worden overgelegd over de trillingsinvloed op de belendingen ten gevolge van werkzaamheden. Gelet daarop is geborgd dat door de werkzaamheden geen onevenredige schade ontstaat aan bouwwerken in de omgeving van het plangebied. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.3 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat door het planinitiatief LEAD geen onaanvaardbare gevolgen voor de verkeersontsluiting of de verkeersveiligheid ontstaan. Hierin is ook ingegaan op de onwenselijkheid van een ontsluiting aan de oostzijde van het project. Verder wordt opgemerkt dat uit het akoestisch onderzoek van BOOT volgt dat de maximale ritgeneratie van LEAD inclusief de voorzieningen in de gebouwen 2.279 verkeersbewegingen per dag bedraagt. Hierbij geldt dat vanuit het plan sterk wordt
Geen.
Geen.
Geen.
Geen.
31/686
verkeersontsluiting van het project moet ook aan de oostzijde worden gerealiseerd, zodat de verkeersdrukte wordt verspreid en de verkeersveiligheid wordt bevorderd.
7.4
7.5
7.6
De toename van verkeer zorgt voor geluidsoverlast in de wijk Nieuw Leyden en omliggende straten. De verkeersontsluiting van het project moet ook aan de oostzijde worden gerealiseerd, zodat de geluidsoverlast wordt beperkt. Er worden te weinig parkeerplaatsen gerealiseerd voor het aantal woningen dat gepland staat te worden gebouwd. De parkeernorm die de gemeente hanteert is om volstrekt onduidelijke en onlogische redenen losgelaten. Het is niet redelijk om ervan uit te gaan dat de bewoners van LEAD minder auto’s zullen hebben dan bewoners van andere wijken. Hierdoor gaan parkeerproblemen en parkeeroverlast in de omgeving ontstaan. Naast een appartementencomplex moet ook een significant aantal eengezinswoningen worden gebouwd om het tekort aan eengezinswoningen in Leiden aan te pakken.
ingezet op andere vormen van transport om het autogebruik te ontmoedigen. Hierdoor is het aannemelijk dat de werkelijke verkeersgeneratie van LEAD lager zal liggen dan wat de traditionele berekeningen weergeven. De door indiener genoemde intensiteiten in de Joulestraat en Schapenwei betreffen een verkeerde interpretatie van de door BOOT geleverde berekening. Voor beide straten wordt in het onderzoek van BOOT het worstcase scenario weergegeven. Echter kan het worst-case scenario niet tegelijkertijd in beide straten voorkomen. Een auto die vanaf LEAD via de Schapenwei naar de Pasteurstraat rijdt kan immers niet gelijktijdig via de Joulestraat rijden. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.5 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat door het planinitiatief LEAD (en de daarbij gekozen ontsluitingsstructuur) geen onaanvaardbare gevolgen voor de geluidbelasting op de geluidgevoelige woningen in de omgeving ontstaan.
Geen.
Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.2 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat het project past binnen de Beleidsregels Parkeernormen 2020 (en de daarbij behorende flexibiliteitsbepalingen)en derhalve voorziet in voldoende parkeerplaatsen.
Geen.
Het planinitiatief LEAD voorziet in de realisatie van 580 woningen en levert daarmee een substantiële bijdrage aan de woningbehoefte. Verwezen wordt onder meer naar paragraaf 3.2.2.2 en 3.3.4 van de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan. Daaruit volgt dat uit de ‘Regionale Woonagenda Holland Rijnland’ en de ‘Woonvisie Leiden 2020-2030’ de kwantitatieve behoefte aan het voorziene woonprogramma blijkt. Uit zowel het regionale als het gemeentelijk beleid blijkt daarnaast de behoefte aan een (hoog)stedelijk woonmilieu. Door in het planinitiatief zowel starterswoningen als woningen in het sociale, middel dure en dure segment te realiseren in combinatie met een levendige plint, wordt bijgedragen aan deze behoefte. Het enkele feit dat in het project geen grondgebonden eengezinswoningen worden gerealiseerd betekent overigens niet dat in de woontorens geen ruimte is voor gezinnen, nu in de woontoren ook grotere meerkamerappartementen worden gerealiseerd.
Geen.
32/686
7.7
7.8
7.9
Voor het project moeten veel volwassen bomen worden gekapt. Dit is slecht voor de natuur en biodiversiteit. Volwassen bomen moeten worden behouden en er moet meer groen gerealiseerd worden in de omgeving.
De luchtvervuiling zal toenemen. De toename van verkeersbewegingen maakt de kans dat de Europese norm voor luchtkwaliteit wordt overschreden, aanzienlijk. Dit moet worden onderzocht. De gemeente dient de noodzaak van de extreme hoogbouw af te wegen tegen haar
Het enkele feit dat ook behoefte bestaat aan andersoortige woningen in Leiden, maakt niet dat het planinitiatief LEAD geen belangrijke en wenselijke bijdrage levert aan de woningvoorraad in Leiden. Voor de bomen in het plangebied die gevolgen kunnen ondervinden van het project is een Bomen Effect Analyse (BEA) uitgevoerd. Per boom zijn daarin algemene gegevens, de kwaliteit, toekomstverwachting, de verplantbaarheid en de gevolgen van de werkzaamheden in kaart gebracht. In de BEA zijn 53 bomen beoordeeld. De huidige bomenstand is blijkens de BEA in overwegend slechte staat en verplanten zal in bijna alle gevallen zeer lastig zijn. Voor het project worden 33 bomen gekapt. 30 van deze 33 bomen hebben een doorsnede van 45 centimeter of meer en hebben daarmee een vergunningplichtige omvang. Drie van de 33 bomen waren dus reeds niet vergunningplichtig vanwege de omvang van de boom. Daarnaast geldt dat 17 van de 30 bomen met een vergunningplichtige maat op privaat terrein staan en dus ook gelet daarop niet vergunningplichtig zijn. Gelet hierop is uiteindelijk slechts voor 13 bomen in het plangebied sprake van een vergunningplicht. De omgevingsvergunning voor het aspect kappen ziet dus op 13 bomen. Van deze 13 bomen komt, blijkens de BEA, maar één boom in aanmerking voor verplanting. Deze boom zal worden verplant naar het nieuwe stadspark.
Om de overige gekapte bomen te compenseren, wordt in de aanleg van het stadspark voorzien in de aanplant van nieuwe bomen en groen. In het nieuwe stadspark worden 68 bomen aangeplant, met een omtrek variërend van 20-25 centimeter en 35-40 centimeter. Het planinitiatief voorziet verder in een natuurinclusief ontwerp van de openbare ruimte en verbetert de biodiversiteit door groen naar het park, de terrassen en de daken te brengen. Voor een nadere beschrijving van de wijze waarop met het plan een bijdrage wordt geleverd aan de biodiversiteit in en rondom het plangebied, wordt verwezen naar paragraaf 2.3.2.5 van de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan. Per saldo zal de hoeveelheid groen in de omgeving dus toenemen. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.8 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat het project voldoet aan de wettelijke grenswaarden voor luchtkwaliteit. De wettelijke grenswaarden zijn gebaseerd op de Europese normen voor luchtkwaliteit. Bij de totstandkoming van het planinitiatief LEAD is veel aandacht geweest voor duurzaamheid. In het bouwplan zijn in dat kader verschillende bewuste ontwerpkeuzes
Geen.
Geen.
Geen.
33/686
duurzaamheidsverantwoordelijkheid en – verplichtingen, waaronder het beperken van stikstofproblematiek.
7.10
Het participatietraject is onvoldoende, blijkens een door inwoners uitgezette enquête die door 376 respondenten is ingevuld. Het plan lijkt reeds definitief en is slechts over enkele kleine wijzigingen gesproken. Over het belangrijkste punt, het aantal woningen, mocht niet worden gesproken. Het participatietraject is daarnaast begeleid en geregisseerd door de projectontwikkelaar, waardoor het participatieproces niet onafhankelijk was.
8.1
Het project moet aangepast worden naar de hoogte die past binnen de Hoogbouwvisie. Er wordt een ongemotiveerde en onlogische uitzondering gemaakt
gemaakt. Verwezen wordt naar hetgeen hierover is opgemerkt in paragraaf 2.3.3 van de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan. Ten aanzien van het aspect stikstof geldt dat door Peutz onderzoek is gedaan naar de stikstofdepositie die voortkomt uit het project en de vraag of de aanleg- en gebruiksfase van het project voor significant negatieve effecten kunnen zorgen voor nabijgelegen Natura 2000-gebieden. In het onderzoek is geconcludeerd dat de depositie ten gevolg van de gebruiksfase en de aanlegfase 0,00 mol/ha/jaar bedraagt en dus geen significant negatieve effecten oplevert. Verwezen wordt naar bijlage 9 bij de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt verwezen naar paragraaf 5.2.9 van deze zienswijzennota. Daar wordt toegelicht dat er een uitgebreid participatietraject heeft plaatsgevonden waarin ruim aandacht is geweest voor het betrekken van de omgeving bij het planproces. De participatie heeft bovendien geleid tot concrete wijzigingen van het plan. Anders dan door indiener wordt gesteld, geldt overigens dat het onjuist is dat gedurende het participatietraject niet kon worden gesproken over het aantal te realiseren woningen. In het participatietraject is ook gediscussieerd over het aantal woningen en in dat kader de hoogte van het bouwplan.
Uiteindelijk heeft deze discussie echter niet geleid tot aanpassing van het bouwplan conform de wens van indiener. Het uitgangspunt is altijd geweest dat het maximale stedenbouwkundige kader en woonprogramma wordt gerealiseerd zonder dat dat ten koste gaat van erfgoed- en omgevingswaarden. Zoals uit de participatieverslagen die als bijlagen 1 en 2 bij de toelichting van het bestemmingsplan zijn gevoegd ook volgt, is het ontwerp van de torens in dat kader bijvoorbeeld ook aangepast op basis van het participatietraject. Het participatietraject is dus niet onvoldoende en het plan was niet reeds definitief. Daarnaast geldt dat de gemeente wel degelijk betrokken is bij het participatietraject, maar dat dit geen verplichting is in de procedure om te komen tot vaststelling van het bestemmingsplan. Overigens geldt dat, zoals in paragraaf 5.2.9 van deze zienswijzennota is opgemerkt, in goed overleg met RED Company en in opdracht en onder regie van de gemeente een participatieplan op maat, het participatieplan “LEAD in dialoog” tot stand is gekomen (het participatieplan). De projectontwikkelaar heeft dus wel degelijk onder regie van de gemeente het participatietraject doorlopen. Van een ongemotiveerde en onlogische uitzondering op de Hoogbouwvisie is geen sprake. De Hoogbouwvisie bevat een algemene afwijkingsmogelijkheid van de hoogten zoals opgenomen in de visie.
Van deze afwijkingsmogelijkheid is gebruik gemaakt. Voor
Geen.
Geen.
34/686
op de Hoogbouwvisie.
8.2
8.3
8.4
8.5
Alle verkeersstromen worden aan de westzijde van het project geconcentreerd. Dit zorgt voor een ongelooflijke overlast in de wijk Nieuw Leyden. Het aantal motorvoertuigbewegingen wordt in de Joulestraat 12,4 keer zo veel, op de Schapenwei 5 keer zo veel en op de Nieuwe Koningstraat 4 keer zo veel. In de Pasteurstraat gaat het om 6000 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Als deze straten zo druk worden is dat erg gevaarlijk. De verkeersontsluiting van het project moet ook aan de oostzijde worden gerealiseerd, zodat de verkeersdrukte wordt verspreid en de verkeersveiligheid wordt bevorderd.
De toename van verkeer zorgt voor geluidsoverlast in de wijk Nieuw Leyden en omliggende straten. De verkeersontsluiting van het project moet ook aan de oostzijde worden gerealiseerd, zodat de geluidsoverlast wordt beperkt. Er worden te weinig parkeerplaatsen gerealiseerd voor het aantal woningen dat gepland staat te worden gebouwd. De parkeernorm die de gemeente hanteert is om volstrekt onduidelijke en onlogische redenen losgelaten. Het is niet redelijk om ervan uit te gaan dat de bewoners van LEAD minder auto’s zullen hebben dan bewoners van andere wijken. Hierdoor gaan parkeerproblemen en parkeeroverlast in de omgeving ontstaan. Naast een appartementencomplex moet ook een
een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar paragraaf 5.2.1 van deze zienswijzennota verwezen, waarin de motivering van de afwijking van de Hoogbouwvisie is besproken. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.3 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat door het planinitiatief LEAD geen onaanvaardbare gevolgen voor de verkeersontsluiting of de verkeersveiligheid ontstaan. In deze paragraaf is ook ingegaan op de onwenselijkheid van een ontsluiting aan de oostzijde van het project. Verder wordt opgemerkt dat uit het akoestisch onderzoek van BOOT volgt dat de maximale ritgeneratie van LEAD inclusief de voorzieningen in de gebouwen 2.279 verkeersbewegingen per dag bedraagt. Hierbij geldt dat vanuit het plan sterk wordt ingezet op andere vormen van transport om het autogebruik te ontmoedigen. Hierdoor is het aannemelijk dat de werkelijke verkeersgeneratie van LEAD lager zal liggen dan wat de traditionele berekeningen weergeven. De door indiener genoemde intensiteiten in de Joulestraat en Schapenwei betreffen een verkeerde interpretatie van de door BOOT geleverde berekening. Voor beide straten wordt in het onderzoek van BOOT het worstcase scenario weergegeven. Echter kan het worst-case scenario niet tegelijkertijd in beide straten voorkomen.
Een auto die vanaf LEAD via de Schapenwei naar de Pasteurstraat rijdt kan immers niet gelijktijdig via de Joulestraat rijden. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.5 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat door het planinitiatief LEAD (en de daarbij gekozen ontsluitingsstructuur) geen onaanvaardbare gevolgen voor de geluidbelasting op de geluidgevoelige woningen in de omgeving ontstaan.
Geen.
Geen.
Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.2 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat het project past binnen de Beleidsregels Parkeernormen 2020 (en de daarbij behorende flexibiliteitsbepalingen) en derhalve voorziet in voldoende parkeerplaatsen.
Geen.
Het planinitiatief LEAD voorziet in de realisatie van 580 woningen en levert daarmee
Geen.
35/686
significant aantal eengezinswoningen worden gebouwd om het tekort aan eengezinswoningen in Leiden aan te pakken.
8.6
Voor het project moeten veel volwassen bomen worden gekapt. Dit is slecht voor de natuur en biodiversiteit. Volwassen bomen moeten worden behouden en er moet meer groen gerealiseerd worden in de omgeving.
een substantiële bijdrage aan de woningbehoefte. Verwezen wordt onder meer naar paragraaf 3.2.2.2 en 3.3.4 van de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan. Daaruit volgt dat uit de ‘Regionale Woonagenda Holland Rijnland’ en de ‘Woonvisie Leiden 2020-2030’ de kwantitatieve behoefte aan het voorziene woonprogramma blijkt. Uit zowel het regionale als het gemeentelijk beleid blijkt daarnaast de behoefte aan een (hoog)stedelijk woonmilieu. Door in het planinitiatief zowel starterswoningen als woningen in het sociale, middel dure en dure segment te realiseren in combinatie met een levendige plint, wordt bijgedragen aan deze behoefte. Het enkele feit dat in het project geen grondgebonden eengezinswoningen worden gerealiseerd betekent overigens niet dat in de woontorens geen ruimte is voor gezinnen, nu in de woontoren ook grotere meerkamerappartementen worden gerealiseerd. Het enkele feit dat ook behoefte bestaat aan andersoortige woningen in Leiden, maakt niet dat het planinitiatief LEAD geen belangrijke en wenselijke bijdrage levert aan de woningvoorraad in Leiden. Voor de bomen in het plangebied die gevolgen kunnen ondervinden van het project is een Bomen Effect Analyse (BEA) uitgevoerd. Per boom zijn daarin algemene gegevens, de kwaliteit, toekomstverwachting, de verplantbaarheid en de gevolgen van de werkzaamheden in kaart gebracht. In de BEA zijn 53 bomen beoordeeld.
De huidige bomenstand is blijkens de BEA in overwegend slechte staat en verplanten zal in bijna alle gevallen zeer lastig zijn. Voor het project worden 33 bomen gekapt. 30 van deze 33 bomen hebben een doorsnede van 45 centimeter of meer en hebben daarmee een vergunningplichtige omvang. Drie van de 33 bomen waren dus reeds niet vergunningplichtig vanwege de omvang van de boom. Daarnaast geldt dat 17 van de 30 bomen met een vergunningplichtige maat op privaat terrein staan en dus ook gelet daarop niet vergunningplichtig zijn. Gelet hierop is uiteindelijk slechts voor 13 bomen in het plangebied sprake van een vergunningplicht. De omgevingsvergunning voor het aspect kappen ziet dus op 13 bomen. Van deze 13 bomen komt, blijkens de BEA, maar één boom in aanmerking voor verplanting. Deze boom zal worden verplant naar het nieuwe stadspark. Om de overige gekapte bomen te compenseren, wordt in de aanleg van het stadspark voorzien in de aanplant van nieuwe bomen en groen. In het nieuwe stadspark worden 68 bomen aangeplant, met een omtrek variërend van 20-25 centimeter en 35-40 centimeter. Het planinitiatief voorziet verder in een natuurinclusief ontwerp van de
Geen.
36/686
8.7
8.8
8.9
De luchtvervuiling zal toenemen. De toename van verkeersbewegingen maakt de kans dat de Europese norm voor luchtkwaliteit wordt overschreden, aanzienlijk. Dit moet worden onderzocht. De gemeente dient de noodzaak van de extreme hoogbouw af te wegen tegen haar duurzaamheidsverantwoordelijkheid en – verplichtingen, waaronder het beperken van stikstofproblematiek.
Het participatietraject is onvoldoende, blijkens een door inwoners uitgezette enquête die door 376 respondenten is ingevuld. Het plan lijkt reeds definitief en is slechts over enkele kleine wijzigingen gesproken. Over het belangrijkste punt, het aantal woningen, mocht niet worden gesproken. Het participatietraject is daarnaast begeleid en geregisseerd door de projectontwikkelaar, waardoor het participatieproces niet onafhankelijk was.
openbare ruimte en verbetert de biodiversiteit door groen naar het park, de terrassen en de daken te brengen. Voor een nadere beschrijving van de wijze waarop met het plan een bijdrage wordt geleverd aan de biodiversiteit in en rondom het plangebied, wordt verwezen naar paragraaf 2.3.2.5 van de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan. Per saldo zal de hoeveelheid groen in de omgeving dus toenemen. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.8 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat het project voldoet aan de wettelijke grenswaarden voor luchtkwaliteit. De wettelijke grenswaarden zijn gebaseerd op de Europese normen voor luchtkwaliteit. Bij de totstandkoming van het planinitiatief LEAD is veel aandacht geweest voor duurzaamheid. In het bouwplan zijn in dat kader verschillende bewuste ontwerpkeuzes gemaakt. Verwezen wordt naar hetgeen hierover is opgemerkt in paragraaf 2.3.3 van de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan. Ten aanzien van het aspect stikstof geldt dat door Peutz onderzoek is gedaan naar de stikstofdepositie die voortkomt uit het project en de vraag of de aanleg- en gebruiksfase van het project voor significant negatieve effecten kunnen zorgen voor nabijgelegen Natura 2000-gebieden.
In het onderzoek is geconcludeerd dat de depositie ten gevolg van de gebruiksfase en de aanlegfase 0,00 mol/ha/jaar bedraagt en dus geen significant negatieve effecten oplevert. Verwezen wordt naar bijlage 9 bij de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan. Verwezen wordt naar bijlage 9 bij het ontwerpbestemmingsplan. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt verwezen naar paragraaf 5.2.9 van deze zienswijzennota. Daar wordt toegelicht dat een uitgebreid participatietraject heeft plaatsgevonden waarin ruim aandacht is geweest voor het betrekken van de omgeving bij het planproces. De participatie heeft bovendien geleid tot concrete wijzigingen van het plan. Anders dan door indiener wordt gesteld, geldt overigens dat het onjuist is dat niet kon worden gesproken over het aantal te realiseren woningen. In het participatietraject is ook gediscussieerd over het aantal woningen en in dat kader de hoogte van het bouwplan. Uiteindelijk heeft deze discussie echter niet geleid tot aanpassing van het bouwplan conform de wens van indiener. Het uitgangspunt is altijd geweest dat het maximale stedenbouwkundige kader en woonprogramma wordt gerealiseerd zonder dat dat ten koste gaat van erfgoed- en omgevingswaarden. Zoals
Geen.
Geen.
Geen.
37/686
9.1
Het project moet aangepast worden naar de hoogte die past binnen de Hoogbouwvisie. Er wordt een ongemotiveerde en onlogische uitzondering gemaakt op de Hoogbouwvisie.
9.2
Alle verkeersstromen worden aan de westzijde van het project geconcentreerd. Dit zorgt voor een ongelooflijke overlast in de wijk Nieuw Leyden. Het aantal motorvoertuigbewegingen wordt in de Joulestraat 12,4 keer zo veel, op de Schapenwei 5 keer zo veel en op de Nieuwe Koningstraat 4 keer zo veel. In de Pasteurstraat gaat het om 6000 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Als deze straten zo druk worden is dat erg gevaarlijk. De verkeersontsluiting van het project moet ook aan de oostzijde worden gerealiseerd, zodat de verkeersdrukte wordt verspreid en de verkeersveiligheid wordt bevorderd.
9.3
De toename van verkeer zorgt voor geluidsoverlast
uit de participatieverslagen die als bijlagen 1 en 2 bij de toelichting van het bestemmingsplan zijn gevoegd ook volgt, is het ontwerp van de torens in dat kader bijvoorbeeld ook aangepast op basis van het participatietraject. Het participatietraject is dus niet onvoldoende en het plan was niet reeds definitief. Daarnaast wordt opgemerkt dat de gemeente wel degelijk is betrokken bij het participatietraject, maar dat dit geen verplichting is in de procedure om te komen tot vaststelling van het bestemmingsplan. Overigens geldt dat, zoals in paragraaf 5.2.9 van deze zienswijzennota is opgemerkt, in goed overleg met RED company en in opdracht en onder regie van de gemeente een participatieplan op maat, het participatieplan “LEAD in dialoog” tot stand is gekomen (het participatieplan). De projectontwikkelaar heeft dus wel degelijk onder regie van de gemeente het participatietraject doorlopen. Van een ongemotiveerde en onlogische uitzondering op de Hoogbouwvisie is geen sprake. De Hoogbouwvisie bevat een algemene afwijkingsmogelijkheid van de hoogten zoals opgenomen in de visie. Van deze afwijkingsmogelijkheid is gebruik gemaakt. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar paragraaf 5.2.1 van deze zienswijzennota verwezen, waarin de motivering van de afwijking van de Hoogbouwvisie is besproken.
Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.3 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat door het planinitiatief LEAD geen onaanvaardbare gevolgen voor de verkeersontsluiting of de verkeersveiligheid ontstaan. Hierin is ook ingegaan op de onwenselijkheid van een ontsluiting aan de oostzijde van het project. Verder wordt opgemerkt dat uit het akoestisch onderzoek van BOOT volgt dat de maximale ritgeneratie van LEAD inclusief de voorzieningen in de gebouwen 2.279 verkeersbewegingen per dag bedraagt. Hierbij geldt dat vanuit het plan sterk wordt ingezet op andere vormen van transport om het autogebruik te ontmoedigen. Hierdoor is het aannemelijk dat de werkelijke verkeersgeneratie van LEAD lager zal liggen dan wat de traditionele berekeningen weergeven. De door indiener genoemde intensiteiten in de Joulestraat en Schapenwei betreffen een verkeerde interpretatie van de door BOOT geleverde berekening. Voor beide straten wordt in het onderzoek van BOOT het worstcase scenario weergegeven. Echter kan het worst-case scenario niet tegelijkertijd in beide straten voorkomen. Een auto die vanaf LEAD via de Schapenwei naar de Pasteurstraat rijdt kan immers niet gelijktijdig via de Joulestraat rijden. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.5 van deze
Geen.
Geen.
Geen.
38/686
9.4
9.5
9.6
in de wijk Nieuw Leyden en omliggende straten. De verkeersontsluiting van het project moet ook aan de oostzijde worden gerealiseerd, zodat de geluidsoverlast wordt beperkt. Er worden te weinig parkeerplaatsen gerealiseerd voor het aantal woningen dat gepland staat te worden gebouwd. De parkeernorm die de gemeente hanteert is om volstrekt onduidelijke en onlogische redenen losgelaten. Het is niet redelijk om ervan uit te gaan dat de bewoners van LEAD minder auto’s zullen hebben dan bewoners van andere wijken. Hierdoor gaan parkeerproblemen en parkeeroverlast in de omgeving ontstaan. Naast een appartementencomplex moet ook een significant aantal eengezinswoningen worden gebouwd om het tekort aan eengezinswoningen in Leiden aan te pakken.
Voor het project moeten veel volwassen bomen worden gekapt. Dit is slecht voor de natuur en biodiversiteit. Volwassen bomen moeten worden behouden en er moet meer groen gerealiseerd worden in de omgeving.
zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat door het planinitiatief LEAD (en de daarbij gekozen ontsluitingsstructuur) geen onaanvaardbare gevolgen voor de geluidbelasting op de geluidgevoelige woningen in de omgeving ontstaan. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.2 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat het project past binnen de Beleidsregels Parkeernormen 2020 (en de daarbij behorende flexibiliteitsbepalingen)en derhalve voorziet in voldoende parkeerplaatsen.
Geen.
Het planinitiatief LEAD voorziet in de realisatie van 580 woningen en levert daarmee een substantiële bijdrage aan de woningbehoefte. Verwezen wordt onder meer naar paragraaf 3.2.2.2 en 3.3.4 van de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan. Daaruit volgt dat uit de ‘Regionale Woonagenda Holland Rijnland’ en de ‘Woonvisie Leiden 2020-2030’ de kwantitatieve behoefte aan het voorziene woonprogramma blijkt. Uit zowel het regionale als het gemeentelijk beleid blijkt daarnaast de behoefte aan een (hoog)stedelijk woonmilieu. Door in het planinitiatief zowel starterswoningen als woningen in het sociale, middel dure en dure segment te realiseren in combinatie met een levendige plint, wordt bijgedragen aan deze behoefte. Het enkele feit dat in het project geen grondgebonden eengezinswoningen worden gerealiseerd betekent overigens niet dat in de woontorens geen ruimte is voor gezinnen, nu in de woontoren ook grotere meerkamerappartementen worden gerealiseerd.
Geen.
Het enkele feit dat ook behoefte bestaat aan andersoortige woningen in Leiden, maakt niet dat het planinitiatief LEAD geen belangrijke en wenselijke bijdrage levert aan de woningvoorraad in Leiden. Voor de bomen in het plangebied die gevolgen kunnen ondervinden van het project is een Bomen Effect Analyse (BEA) uitgevoerd. Per boom zijn daarin algemene gegevens, de kwaliteit, toekomstverwachting, de verplantbaarheid en de gevolgen van de werkzaamheden in kaart gebracht. In de BEA zijn 53 bomen beoordeeld. De huidige bomenstand is blijkens de BEA in overwegend slechte staat en verplanten zal in bijna alle gevallen zeer lastig zijn.
Geen.
39/686
9.7
9.8
De luchtvervuiling zal toenemen. De toename van verkeersbewegingen maakt de kans dat de Europese norm voor luchtkwaliteit wordt overschreden, aanzienlijk. Dit moet worden onderzocht. De gemeente dient de noodzaak van de extreme hoogbouw af te wegen tegen haar duurzaamheidsverantwoordelijkheid en – verplichtingen, waaronder het beperken van stikstofproblematiek.
Voor het project worden 33 bomen gekapt. 30 van deze 33 bomen hebben een doorsnede van 45 centimeter of meer en hebben daarmee een vergunningplichtige omvang. Drie van de 33 bomen waren dus reeds niet vergunningplichtig vanwege de omvang van de boom. Daarnaast geldt dat 17 van de 30 bomen met een vergunningplichtige maat op privaat terrein staan en dus ook gelet daarop niet vergunningplichtig zijn. Gelet hierop is uiteindelijk slechts voor 13 bomen in het plangebied sprake van een vergunningplicht. De omgevingsvergunning voor het aspect kappen ziet dus op 13 bomen. Van deze 13 bomen komt, blijkens de BEA, maar één boom in aanmerking voor verplanting. Deze boom zal worden verplant naar het nieuwe stadspark. Om de overige gekapte bomen te compenseren, wordt in de aanleg van het stadspark voorzien in de aanplant van nieuwe bomen en groen. In het nieuwe stadspark worden 68 bomen aangeplant, met een omtrek variërend van 20-25 centimeter en 35-40 centimeter. Het planinitiatief voorziet verder in een natuurinclusief ontwerp van de openbare ruimte en verbetert de biodiversiteit door groen naar het park, de terrassen en de daken te brengen. Voor een nadere beschrijving van de wijze waarop met het plan een bijdrage wordt geleverd aan de biodiversiteit in en rondom het plangebied, wordt verwezen naar paragraaf 2.3.2.5 van de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan.
Per saldo zal de hoeveelheid groen in de omgeving dus toenemen. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.8 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat het project voldoet aan de wettelijke grenswaarden voor luchtkwaliteit. De wettelijke grenswaarden zijn gebaseerd op de Europese normen voor luchtkwaliteit. Bij de totstandkoming van het planinitiatief LEAD is veel aandacht geweest voor duurzaamheid. In het bouwplan zijn in dat kader verschillende bewuste ontwerpkeuzes gemaakt. Verwezen wordt naar hetgeen hierover is opgemerkt in paragraaf 2.3.3 van de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan. Ten aanzien van het aspect stikstof geldt dat door Peutz onderzoek is gedaan naar de stikstofdepositie die voortkomt uit het project en de vraag of de aanleg- en gebruiksfase van het project voor significant negatieve effecten kunnen zorgen voor nabijgelegen Natura 2000-gebieden. In het onderzoek is geconcludeerd dat de depositie ten gevolg van de gebruiksfase en de aanlegfase 0,00 mol/ha/jaar bedraagt en dus geen significant negatieve effecten
Geen.
Geen.
40/686
9.9
Het participatietraject is onvoldoende, blijkens een door inwoners uitgezette enquête die door 376 respondenten is ingevuld. Het plan lijkt reeds definitief en is slechts over enkele kleine wijzigingen gesproken. Over het belangrijkste punt, het aantal woningen, mocht niet worden gesproken. Het participatietraject is daarnaast begeleid en geregisseerd door de projectontwikkelaar, waardoor het participatieproces niet onafhankelijk was.
10.1
De koopwoningen aan de Groenoordstraat zullen in waarde verminderen vanwege schade veroorzaakt door bouwverkeer, omdat de woningen niet meer in een autoluwe rustige wijk liggen en de levenskwaliteit wordt verminderd.
oplevert. Verwezen wordt naar bijlage 9 bij de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt verwezen naar paragraaf 5.2.9 van deze zienswijzennota. Daar wordt toegelicht dat er een uitgebreid participatietraject heeft plaatsgevonden waarin ruim aandacht is geweest voor het betrekken van de omgeving bij het planproces. De participatie heeft bovendien geleid tot concrete wijzigingen van het plan. Anders dan door indiener wordt gesteld, geldt overigens dat het onjuist is dat niet kon worden gesproken over het aantal te realiseren woningen. In het participatietraject is ook gediscussieerd over het aantal woningen en in dat kader de hoogte van het bouwplan. Uiteindelijk heeft deze discussie echter niet geleid tot aanpassing van het bouwplan conform de wens van indiener. Het uitgangspunt is altijd geweest dat het maximale stedenbouwkundige kader en woonprogramma wordt gerealiseerd zonder dat dat ten koste gaat van erfgoed- en omgevingswaarden. Zoals uit de participatieverslagen die als bijlagen 1 en 2 bij de toelichting van het bestemmingsplan zijn gevoegd ook volgt, is het ontwerp van de torens in dat kader bijvoorbeeld ook aangepast op basis van het participatietraject. Het participatietraject is dus niet onvoldoende en het plan was niet reeds definitief.
Daarnaast geldt dat de gemeente wel degelijk betrokken is bij het participatietraject, maar dat dit geen verplichting is in de procedure om te komen tot vaststelling van het bestemmingsplan. Overigens geldt dat, zoals in paragraaf 5.2.9 van deze zienswijzennota is opgemerkt, in goed overleg met RED company en in opdracht en onder regie van de gemeente een participatieplan op maat, het participatieplan “LEAD in dialoog” tot stand is gekomen (het participatieplan). De projectontwikkelaar heeft dus wel degelijk onder regie van de gemeente het participatietraject doorlopen. Indien indiener meent schade te lijden als gevolg van waardevermindering van de woning dan kan, binnen vijf jaar nadat het bestemmingsplan onherroepelijk is geworden, een verzoek om tegemoetkoming in planschade ex artikel 6.1 Wro worden aangevraagd. Ten aanzien van de planning van de bouw geldt dat het project in drie fases wordt gerealiseerd. In fase I wordt de bebouwing ter hoogte van Monuta gerealiseerd, alsmede de nieuwe nutsvoorziening van KPN. In fase II wordt de losstaande woontoren aan de noordzijde van het plangebied gerealiseerd. In fase III wordt de bebouwing ter hoogte van het oude KPN gebouw gerealiseerd. Fase I inclusief de bouw van de nieuwe nutsvoorziening van KPN, neemt twee jaar in beslag, fase II twee en een half jaar en