210036 Bijlage 17 BEA Professorenwijk - Snouck Hurgronjestraat,Colenbranderstraat,Roomburgerlaan,Van Vollenhovenplein
Tekst van het document
BOMEN EFFECT ANALYSE RIOLERING PROFESSORENWIJK OOST Snouck Hurgronjestraat e.o. Leiden Referentienummer Opdrachtgever Datum rapport
: 201278 : Gemeente Leiden : 14 oktober 2020
BOMEN EFFECT ANALYSE RIOLERING PROFESSORENWIJK OOST S N O UC K H U RGR O N JE S TRA A T E. O. L EI D E N Versie 1.0
: 14 oktober 2020
Colofon
© Boomadviesbureau Duifhuizen Onafhankelijk adviesbureau voor bomen en ecologie Harderwijkerstraat 35 3881 ED Putten Telefoon : 0341 370 290 info@boomadviesduifhuizen.nl www.boomadviesduifhuizen.nl Projectcategorie : Bomen Effect Analyse Opdrachtgever : Gemeente Leiden Contactpersoon : Dhr. R. Vermeulen Referentie : 201278 Onderzoek : 7 oktober 2020 Datum rapportage : 14 oktober 2020 Auteur : J.H. Wildschut (ir, ETT) E-mail : info@boomadviesduifhuizen.nl Interne controle : P.C. Duifhuizen (ing, ETT)
Copyright © 2020 Boomadviesbureau Duifhuizen. Niets van deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur. Voor meer informatie of meer exemplaren van dit rapport, neem contact op met de auteur. Boomadviesbureau Duifhuizen is niet aansprakelijk voor directe of indirecte schade die voortvloeit uit toepassing van de conclusies, aanbevelingen of adviezen uit dit rapport.
2
Inhoud 1
2
voorstudie .................................................................................................................... 4 1.1
uitgangspunten project ............................................................................................. 4
1.2
administratieve projectgegevens .................................................................................. 6
1.3
toetsing uitvraag ..................................................................................................... 6
1.4
functie of waarde bomen ........................................................................................... 6
veldonderzoek ............................................................................................................... 7 2.1
kwaliteit bomen ..................................................................................................... 7 werkwijze nulmeting ............................................................................................ 7 conditiebepaling conform Roloff ............................................................................... 8 resultaten ......................................................................................................... 9 conclusie kwaliteit bomen ..................................................................................... 11
2.2
ruimtestudie......................................................................................................... 14 bovengronds ..................................................................................................... 14 ondergronds...................................................................................................... 14 kansen en knelpunten .......................................................................................... 14
3
4
analyse ....................................................................................................................... 16 3.1
algemeen ............................................................................................................ 16
3.2
boom 1 ............................................................................................................... 16
3.3
boom 2 ............................................................................................................... 19
3.4
bomen 3,4 ........................................................................................................... 20
3.5
boom 5 ............................................................................................................... 21
3.6
bomen 7,8,9 ......................................................................................................... 23
3.7
bomen 10, 12 ........................................................................................................ 26
3.8
Boom 13 .............................................................................................................. 27
3.9
boom 14 .............................................................................................................. 28
3.10
bomen 15, 16 ........................................................................................................ 29
3.11
bomen 18,19 ........................................................................................................ 31
3.12
boom 20 .............................................................................................................. 34
3.13
bomen 22,23,24,25 ................................................................................................. 35
3.14
boom 26 .............................................................................................................. 36
3.15
Bomen 27,28,29 ..................................................................................................... 37
conclusie en advies ......................................................................................................... 39 4.1
eindoordeel effecten ............................................................................................... 39
4.2
advies ................................................................................................................ 40
bijlage 1 resultaten nulmeting ................................................................................................. 41 bijlage 2 ontwerp en advies bea ............................................................................................... 42
3
1 VOORSTUDIE 1.1 UI TG AN GS P UN T EN PR O J EC T Achtergrond In de Professorenwijk Oost wordt het riool vervangen (gescheiden stelsel) en vindt herinrichting (rijbaan, parkeerplaatsen) plaats. Binnen de invloedssfeer van de voorgenomen werkzaamheden bevinden zich 28 (gemeentelijke) bomen (een aantal bomen ter hoogte van de Roomburgerlaan zijn in een andere BEA opgenomen). Om de invloed van de voorgenomen werkzaamheden op deze bomen te kunnen bepalen is het uitvoeren van een Bomen Effect Analyse (BEA) nodig. Boomadviesbureau Duifhuizen is gevraagd deze BEA uit te voeren. Situatie • • •
Afbeelding 1 geeft de locatie van het projectgebied weer. Afbeelding 2 geeft de locatie weer van de 28 onderzochte bomen binnen het projectgebied. De ontwerptekening is opgenomen als bijlage 2.
Afbeelding 1: Locatie projectgebied;
4
Afbeelding 2: Locatie onderzochte bomen binnen de BEA;
5
1.2 ADM IN IS T RA T I EV E P R O J EC T G EG E V ENS Tabel 1 geeft de algemene projectgegevens weer.
Tabel 1 BEA algemene projectgegevens Methodiek BEA
Richtlijn Bomen Effect Analyse CROW (2019)
Projectcode
19-SI-026
Projectnummer intern
201359
Projectlocatie
Snouck Hurgronjestraat, Colenbranderstraat, Roomburgerlaan, Van Vollenhovenplein, Leiden
Projectstatus
Definitief Ontwerp
Opnamedatum BEA
7 oktober 2020
Opdrachtgever BEA contactpersoon
Gemeente Leiden Dhr. R. Vermeulen
Opdrachtnemer BEA-adviseur
Boomadviesbureau Duifhuizen Jan Wildschut (ir, ETT)
1.3 TO E TS IN G UI TV R AA G De Bomen Effect Analyse (BEA) dient een antwoord te geven op onderstaande vragen: 1. Is behoud van de boomtechnische kwaliteit van de bomen mogelijk? (ofwel: kunnen de bomen op de huidige standplaats blijven voortbestaan met behoud van minimaal dezelfde restlevensduur, conditie en habitus?) 2. Is behoud van de functie of waarde van de bomen mogelijk? (ofwel: Kunnen de bomen op de huidige standplaats blijven voortbestaan met behoud van hun functie of waarde?)
1.4 F UNC TI E OF W AA RD E B OM EN De 28 bomen hebben een functie als straatboom. Volgens de Groene Kaart Leiden hebben de bomen geen gemeentelijke beleidsstatus.
6
2 VELDONDERZOEK 2.1 KWA LI T EI T B OM E N werkwijze nulmeting De (vooraf ingemeten) bomen zijn geïnventariseerd (nulmeting). Binnen deze nulmeting zijn bepaalde relevante kenmerken (tabel 2) opgenomen. Het kenmerk conditie wordt toegelicht in 2.1.2. Voor de boomnummers wordt verwezen naar afbeelding 3 (par. 1.1).
Tabel 2 BEA Boominventarisatie – kenmerken Basiskenmerken 1
Boomnummer
2
Boomsoort
3
Boomhoogteklasse
4
Takvrije ruimte
5
Stamomtrek
6
Standplaats
Boombeoordelingskenmerken 7
Conditie (op basis van wondovergroeiing, scheutlengte, knopzetting, kroonstructuur, bladgrootte, bladkleur en bladbezetting en ziekten en aantastingen)
8
Mechanische kwaliteit (op basis van (symptomen van) afwijkingen die (op termijn) leiden tot een verhoogde kans op stam/takbreuk dan wel instabiliteit)
9
Toekomstverwachting
10
Onderhoudsstaat
11
Boomkwaliteit
7
conditiebepaling conform Roloff Prof. Dr. A. Roloff beschrijft met name de verandering van het vertakkingspatroon bij afname van de conditie. Bij de conditiebepaling van de bomen is gebruik gemaakt van 4 classificaties, te weten: • • • •
Goed (0) Voldoende (1) Matig (2) Slecht (3)
Aan de hand van afbeelding 3 is de conditiebepaling volgens de methodiek van Roloff toegelicht.
Afbeelding 3: Conditieklassen naar Roloff;
8
resultaten De volledige resultaten van de nulmeting worden weergegeven als bijlage 2. De belangrijkste resultaten worden samengevat weergegeven in de tabellen 3 t/m 5. Afbeelding 4 geeft de bomenplattegrond(en) weer. Deze plattegrond is tevens opgenomen als bijlage 3.
Tabel 3 Boomsoorten
Aantal bomen
afwezig
1
Acer platanoides
2
Acer pseudoplatanus
3
Carpinus betulus 'Frans Fontaine'
4
Crataegus monogyna
9
Fraxinus excelsior
1
Malus cv sierappel
4
Malus triloba
1
Prunus domestica
3
Prunus 'Umineko'
1
Totaal
29
Tabel 4 Conditie
Aantal bomen
Goed
16
Voldoende
6
Matig
5
Slecht
1
Tabel 5 Mechanische kwaliteit
Aantal bomen
Goed
13
Voldoende
5
Matig
7
Slecht
3
9
Roomburgerlaan
Roomburgerlaan
Afbeelding 4: Bomenplattegrond (tevens opgenomen als bijlage 1);
10
conclusie kwaliteit bomen De boomkwaliteit (op grond van conditie en mechanische gebreken) en de toekomstverwachting is weergegeven in tabel 6 en 7.
Tabel 6 Boomkwaliteit
Aantal bomen
goed
13
voldoende
4
matig
7
slecht
4
Tabel 7 Toekomstverwachting
Aantal bomen
Goed (>15 jaar)
11
Voldoende (5 tot 15 jaar)
13
Matig (1 tot 5 jaar)
4
Geadviseerd wordt om de 4 bomen met een slechte kwaliteit niet te handhaven. De gegevens van deze bomen worden weergegeven in tabel 8. De gebreken worden toegelicht aan de hand van de afbeeldingen 5a,5b,6 en 7. Nr.
Boomsoorten
Stamomtrek (cm)
Gebreken
6
Crataegus monogyna
45
houtrot, scheefstand
11
Crataegus monogyna
66
houtrot, scheefstand
17
Prunus domestica
34
slechte conditie
27
Acer pseudoplatanus
28
maaischade stamvoet
Tabel 8: Bomen met een slechte kwaliteit;
11
6
Afbeelding 5a: Meidoorn met matige conditie, scheefstand en houtrot;
17
Afbeelding 5b: Pruim met slechte conditie;
12
11 11
Afbeelding 6: Meidoorn met matige conditie, scheefstand en houtrot;
27
27
Afbeelding 7: Esdoorn met ernstige stamvoetschade (maaischade);
13
2.2 RU IM T ES TU DI E
bovengronds De onderlinge afstand en de obstakelvrije ruimte is bij de bomen voldoende voor een onbelemmerde ontwikkeling van de boomkronen in de toekomst.
ondergronds Tabel 9 geeft de standplaats van de bomen weer. Bij 10 bomen in de verharding is onvoldoende doorwortelbare ruimte beschikbaar voor een optimale ontwikkeling in de toekomst. Tabel 9 Standplaats
Aantal bomen
Beplanting
8
Verharding
16
Gazon
4
kansen en knelpunten Bij een aantal te handhaven (10) bomen in de trottoirverharding kan de groeiplaats verbeterd worden door vergroting van het onverharde boomplantvak. Hierbij blijft voldoende ruimte aanwezig voor het voetgangersverkeer. De afbeeldingen 8 en 9 geven een voorbeeld van een dergelijke groeiplaatsverbetering. Afbeelding 10 laat een voorbeeld zien van een reeds vergrote boomspiegel.
3
Afbeelding 8: Mogelijke vergroting boomplantvak;
14
23
Afbeelding 9: Mogelijke vergroting boomplantvak;
2
Afbeelding 10: Reeds uitgevoerde vergroting boomplantvak;
15
3
ANALYSE
3.1 AL G EM E E N De voorgenomen werkzaamheden die van invloed (kunnen) zijn op de 28 bomen zijn: • Aanleg van een gescheiden rioolstelsel (VWA en HWA) (ontgraving ca. 100 cm). • Herprofilering van de rijbaan. • Herprofilering van de parkeerplaatsen (ontgraving ca. 40 cm). • Herprofilering van het trottoir. In de paragrafen 3.2 t/m 3.15 zijn per individuele boom de projectinvloeden onderzocht.
3.2
BO OM 1
Boom 1 (Acer platanoides) bevindt zich in een krap bemeten plantvak. In het ontwerp wordt dit vergroot (verlengd en verbreed) tot ca. 200 x 200 cm (afbeelding 11). Aan één zijde van het nieuwe plantvak wordt een nieuwe parkeerplaats aangelegd (verlenging huidige parkeervak) (afb. 12). Om een beeld te verkrijgen van de ontwikkeling van de beworteling buiten het plantvak is een bewortelingsonderzoek uitgevoerd onder de trottoirverharding. Het resultaat is weergegeven aan de hand van de afbeeldingen 13 en 14. Als randvoorwaarde voor het duurzaam handhaven van boom 1 geldt een minimale graafafstand van 150 cm (uit hart stamvoet) (afbeelding 15).
100 cm
Afbeelding 11: Vergrote plantvak boom 1 en nieuwe parkeerplaats (blauw);
16
1
Afbeelding 12: Nieuwe parkeerplaats (blauw) t.o.v. vergrote boomspiegel (geel);
1
90 cm
Afbeelding 13 : Bewortelingsonderzoek naast het boomplantvak;
17
Afbeelding 14: Oppervlakkige, intensieve opnamebeworteling Ф1-3 cm;
150 cm
1
Afbeelding 15: Minimale graafafstand m.b.t. nieuwe parkeerplaats;
18
3.3
BO OM 2
Boom 2 (Acer platanoides) is niet te handhaven vanwege de ontgraving t.b.v. van het nieuw hemelwaterriool (afb. 16). Het wordt afgeraden deze boom te verplanten vanwege de ongunstige structuur van de beworteling (ronddraaiende (wurg)wortels) (afb. 17).
Afbeelding 16: Ontgravingsprofiel (zwart) t.b.v. aanleg nieuw hemelwater riool (blauw);
2
Afbeelding 17: Pijl: ronddraaiende (wurg)wortels;
19
3.4
BO M EN 3 , 4
Bij de bomen 3 en 4 (meidoorns) wordt het plantvak aanzienlijk vergroot. De graafafstand (nieuwe parkeerplaatsen) is voldoende met het oog op de stabiliteit en conditie van de bomen waarvan de groeiplaats door de herinrichting verbeterd wordt.
250 cm 200 cm Afbeelding 18: Afmetingen van het nieuwe boomplantvak bij de bomen 3 en 4;
4
3
Afbeelding 19: Nieuwe plantvak (geel) t.o.v. nieuwe parkeervakken (blauw) en versmald trottoir (120 cm);
20
3.5 BOO M 5 Bij boom 5 (meidoorn) wordt het plantvak vergroot en wordt aan de zuidzijde een nieuwe parkeerplaats gerealiseerd (afb. 20, 21). In verband met de scheefstand is de beworteling onder de verharding, aan de zijde van de nieuwe parkeerplaats, onderzocht (er blijkt daar tot 40 cm-mv geen beworteling van betekenis aanwezig. Dit betekent dat de boom gehandhaafd kan worden.
Afbeelding 20: Oude (geel) en nieuwe plantvak (groen). Blauw: nieuwe parkeerplaats;
5
Afbeelding 21: Nieuwe plantvak (geel) en nieuwe parkeerplaats (blauw);
21
Afbeelding 22: Bewortelingsonderzoek ter hoogte van de nieuwe parkeerplaats;
Afbeelding 23: Tot 40 cm geen beworteling van betekenis;
22
3.6 BOM E N 7 , 8 , 9 Bij deze 3 meidoorns wordt het plantvak vergroot en worden aan weerszijden van het nieuwe plantvak parkeerplaatsen aangelegd (afb. 24 en 25). Ter beoordeling van de beworteling is deze vrijgegraven onder de verharding naast het plantvak (afb. 26, 27). Er blijkt een zeer omvangrijke, oppervlakkige beworteling aanwezig. Meidoorn wortelt zeer oppervlakkig maar niet uitgebreid. Deze boomsoort is wel windworpgevoelig dus dient de aanwezige beworteling maximaal gespaard te worden. Dit betekent dat bij de bomen 7, 8 en 9 de lengte van het plantvak vergroot moet worden van 200 tot minimaal 250 cm.
Afbeelding 24: Vergroting plantvak en aanleg parkeerplaatsen ;
250 cm
Afbeelding 25: Oude (geel) en nieuwe plantvak (groen). Blauw: nieuwe parkeerplaats;
23
7
Afbeelding 26: Bewortelingsonderzoek onder de verharding;
Afbeelding 27: Omvangrijke, zeer oppervlakkige (stabiliteits)wortels;
24
125 cm
Afbeelding 28: Minimale graafafstand (grootte nieuwe plantvak) bij de bomen 7,8,9;
125 cm
125 cm
Afbeelding 29: Idem;
25
3.7 BOM E N 1 0 , 1 2 Bij de bomen 10 en 12 (meidoorn en sierkers) wordt het plantvak aanzienlijk vergroot zodat er geen wortelschade verwacht wordt bij de aanleg van de nieuwe parkeerplaatsen.
Afbeelding 30: Vergrote plantvakken bij de bomen 10 en 12 (boom 11 heeft een slechte kwaliteit);
10
Afbeelding 31: Voorgenomen vergroting plantvak (geel) en nieuwe parkeerplaatsen (blauw);
26
3.8 BOO M 1 3 Boom 13 (sierappel) kan niet gehandhaafd worden vanwege de ontgraving (riool) en het nieuwe tracé van de rijbaan (’opgeschoven’ in oostelijke richting, afb. 32). De kwaliteit van de boom is matig (houtrot, afb. 33) en daarom wordt verplanting afgeraden.
Afbeelding 32: Boom 13 op nieuwe locatie rijbaan;
13 Afbeelding 33: Houtrot ter hoogte van de entplek;
27
3.9 BOO M 1 4 Bij boom 14 (haagbeuk, stamdiameter 7 cm) wordt er t.b.v. de riolering een gedeelte van het huidige plantvak afgegraven en omgevormd tot rijbaan (afb. 34). Aan de overige zijden wordt het plantvak vergroot (afb. 35). Gezien de geringe stamdiameter is eventuele wortelschade minimaal en aanvaardbaar en kan de boom gehandhaafd worden.
Afbeelding 34: Voorgenomen herinrichting t.h.v. boom 14. Zwart: profiel ontgraving riolering;
14
80 cm
Afbeelding 35: Voorgenomen herinrichting t.h.v. boom 14. Zwart: profiel ontgraving riolering;
28
3.10 BO M EN 1 5 , 1 6 Bij de bomen 15 en 16 (pruimen) wordt er t.b.v. de riolering een gedeelte van het huidige plantvak afgegraven en omgevormd tot rijbaan/parkeerplaats (afb. 36,37). Op de locatie van het ontgravingsprofiel is bij boom 15 een bewortelingsonderzoek uitgevoerd (afb. 38). Tot een diepte van 60 cm is geen beworteling van betekenis aangetroffen (afb. 39). Het plantvak is in het recente verleden vergroot en kennelijk hebben zich aan deze zijde van de boom nog nauwelijks wortels ontwikkeld. De boom kan gehandhaafd worden.
Afbeelding 36: Voorgenomen herinrichting t.h.v. boom 15. Zwart: profiel ontgraving;
15
80 cm
Afbeelding 37: Zwart: profiel ontgraving riolering;
29
80 cm
Afbeelding 38: Locatie bewortelingsonderzoek (zwarte lijn);
Afbeelding 39: Tot 60 cm-mv (grof zand) is geen beworteling van betekenis aanwezig;
30
3.11 BO M EN 1 8 , 1 9 Bij de bomen 18 en 19 (haagbeuken) wordt er t.b.v. de riolering een gedeelte van het huidige plantvak afgegraven en met het trottoir omgevormd tot rijbaan/parkeerplaats (afb. 40,41). Ook wordt het plantvak vergroot. Bij boom 19 is een bewortelingsonderzoek uitgevoerd aan de zijde van de nieuwe parkeerplaats (afb. 42). Onder de verharding is een intensieve opname beworteling aangetroffen (afb. 43). De ontgraving t.b.v. de riolering nauwelijks schade zal veroorzaken aan de beworteling. Bij boom 19 geldt aan de zijde van de nieuwe parkeerplaats (zuidzijde boom) een minimale graafafstand van 120 cm (uit hart stamvoet, afb. 44,45). Bij boom 18 geldt deze minimale afstand niet vanwege de veel kleinere stamdiameter (5 i.p.v. 18 cm);
Afbeelding 40: Zwart: profiel ontgraving. Blauw: nieuwe parkeerplaatsen;
19
18
Afbeelding 41: Zwart: profiel ontgraving. Blauw: nieuwe parkeerplaatsen;
31
19
Afbeelding 42: Locatie bewortelingsonderzoek. Blauw: nieuwe parkeervak;
Afbeelding 43: Oppervlakkige, intensieve opnamebeworteling;
32
19
120 cm
Afbeelding 44: Nieuw plantvak (groen), min. graafafstand m.b.t. nieuwe parkeerplaats (blauw);
120 cm
Afbeelding 45: idem;
33
3.12 BO OM 2 0
Boom 20 (haagbeuk) kan niet gehandhaafd worden vanwege de ontgraving (riool) en het nieuwe tracé van de rijbaan (’opgeschoven’ in oostelijke richting, afb. 46). De kwaliteit van de boom is voldoende zodat verplanting mogelijk is.
Afbeelding 46: Niet te handhaven haagbeuk;
34
3.13 BO M EN 2 2 , 2 3 , 2 4 , 2 5 Bij deze 4 bomen (sierappels) wordt het huidige (te krappe) plantvak aanzienlijk vergroot (afb. 47,48) ten koste van het brede trottoir.
Afbeelding 47: Huidige (blauw) en nieuwe (groen) plantvak;
23
Afbeelding 48: Groen: nieuwe plantvak;
35
3.14 BO OM 2 6 Boom 26 (es, stamdiameter 69 cm) kan (op de huidige locatie) niet gehandhaafd worden. De boom bevindt zich middenin de nieuwe rijbaan (afb. 49). Het wordt afgeraden de boom te verplanten, gezien de licht transparante kroon, die op een beginstadium van essentaksterfte zou kunnen duiden (afb. 50). Een verplantschok zou de vatbaarheid van de boom voor deze aantasting alleen maar doen toenemen.
Afbeelding 49: Boom 26 in het nieuwe ontwerp;
Afbeelding 50: Licht transparante kroon van boom 26 (es);
36
3.15 BO M EN 2 7 , 2 8 , 2 9 De 3 esdoorns kunnen niet gehandhaafd worden vanwege de voorgenomen herinrichting (infiltratie en verharding, afb. 51). Alleen boom 29 komt in aanmerking voor verplanting (afb. 52). De bomen 27 en 28 hebben stamvoetschade (maaischade) en stamschade waardoor de boomkwaliteit is beoordeeld als matig en slecht.
Afbeelding 51: Ontwerp: infiltratie en verharding op locatie bomen;
27
28
29
Afbeelding 52: 3 niet te handhaven esdoorns;
37
28
Afbeelding 6: Stamvoetschade;
28
Afbeelding 7: Stamschade;
38
4
CONCLUSIE EN ADVIES
4.1 E IND OO R D E EL EF F EC T E N De onderzoeksvragen (paragraaf 1.3) kunnen als volgt beantwoord worden: Ad1) Is behoud van de boomtechnische kwaliteit van de bomen mogelijk? (ofwel: kunnen de bomen op de huidige standplaats blijven voortbestaan met behoud van minimaal dezelfde restlevensduur, conditie en habitus?) •
• •
Dit is niet mogelijk voor 10 van de 28 bomen: o 4 bomen hebben een slechte kwaliteit (conditie en/of mechanische kwaliteit) o 6 bomen zijn niet te handhaven door de voorgenomen werkzaamheden (ontgraving t.b.v. nieuwe riolering, herinrichting). Van deze bomen komen er 2 in aanmerking voor verplanting. Dit is mogelijk voor 13 van de 28 bomen. Dit is mogelijk voor 5 van de 28 bomen indien aan bepaalde randvoorwaarden (minimale graafafstanden) voldaan wordt, waarvoor mogelijke een kleine aanpassing van het ontwerp nodig is.
Ad 2) Is behoud van de functie of waarde van de bomen mogelijk? (ofwel: Kunnen de bomen op de huidige standplaats blijven voortbestaan met behoud van hun functie of waarde?) Hiervoor geldt hetzelfde als onder Ad1.
39
4.2 ADV I ES Geadviseerd wordt: 1. 13 bomen te handhaven. Wel kan overwogen worden de 2 scheefhangende meidoorns (nr 5 en 8) niet te handhaven en te vervangen door een andere boomsoort. 2. Voor 5 bomen te onderzoeken of het ontwerp aangepast kan worden waardoor aan de randvoorwaarden kan worden voldaan. Tabel 10 geeft een overzicht van deze bomen. 3. 10 bomen niet te handhaven en 2 daarvan te verplanten. Tabel 11 geeft een overzicht van deze bomen. 4. Bij 18 bomen voorafgaande aan alle werkzaamheden boombescherming aan te brengen. Gezien de veelomvattende werkzaamheden (tot in het plantvak van de bomen) moet worden volstaan met individuele stambescherming. Op de bomenplattegrond (bijlage 2) is het advies per boom weergegeven.
Nr.
Boomsoort
Randvoorwaarde
1
Acer platanoides
Min. graafafstand 150 cm uit hart stamvoet
7
Crataegus monogyna
Min. graafafstand 125 cm uit hart stamvoet
8
Crataegus monogyna
Min. graafafstand 125 cm uit hart stamvoet
9
Crataegus monogyna
Min. graafafstand 125 cm uit hart stamvoet
19
Carpinus betulus 'Frans Fontaine'
Min. graafafstand 120 cm uit hart stamvoet
Tabel 10: Te handhaven bomen met randvoorwaarde;
Nr.
Boomsoort
Boomkwaliteit
Reden
Verplantbaar
Acer platanoides
Stamomtrek cm 86
2
Goed
ontwerp
nee
6
Crataegus monogyna
45
Slecht
boomkwaliteit
nee
11
Crataegus monogyna
66
Slecht
boomkwaliteit
nee
13
Malus cv sierappel
40
Matig
ontwerp
nee
17
Prunus domestica
34
Slecht
boomkwaliteit
nee
20
55
Voldoende
ontwerp
ja
26
Carpinus betulus 'Frans Fontaine' Fraxinus excelsior
217
Voldoende
ontwerp
nee
27
Acer pseudoplatanus
28
Slecht
boomkwaliteit
nee
28
Acer pseudoplatanus
30
Matig
ontwerp
nee
29
Acer pseudoplatanus
31
Goed
ontwerp
ja
Tabel 11: Niet te handhaven bomen;
40
BIJLAGE 1
RESULTATEN NULMETING
41
2-4,5 >4,5 2-4,5 2-4,5 >4,5 2-4,5 2-4,5 2-4,5
37 85 45 42 217 28 30 31
Beplanting
Goed
Voldoende
5 tot 15 jaar
Verharding Verharding Verharding Verharding Gazon Gazon Gazon Gazon
Voldoende Goed Voldoende Voldoende Voldoende Goed Goed Goed
Goed Goed Voldoende Goed Voldoende Slecht Matig Goed
5 tot 15 jaar > 15 jaar 5 tot 15 jaar 5 tot 15 jaar 5 tot 15 jaar licht transparante kroon 1 tot 5 jaar 5 tot 15 jaar > 15 jaar
bewortelingsonderzoek
scheeftstand houtrot, scheeftstand
bewortelingsonderzoek scheeftstand
houtrot, scheeftstand houtrot bewortelingsonderzoek
gomziekte
bewortelingsonderzoek
eenzijdige kroon, omvangrijke snoeiwonden omvangrijke snoeiwonden
maaischade stamvoet maaischade stamvoet
Regulier Aanvaard Aanvaard Aanvaard Aanvaard Aanvaard Aanvaard Aanvaard Aanvaard Aanvaard Aanvaard Aanvaard Aanvaard Aanvaard Aanvaard Aanvaard Aanvaard Aanvaard Aanvaard
Goed Goed Goed Goed Matig Slecht Goed Matig Matig Voldoende Slecht Goed Matig Goed Matig Matig Slecht Goed Voldoende
Handhaven randvoorwaarde Niet handhaven ontwerp Handhaven Handhaven Handhaven Niet handhaven boomkwaliteit Handhaven randvoorwaarde Handhaven randvoorwaarde Handhaven randvoorwaarde Handhaven Niet handhaven boomkwaliteit Handhaven Niet handhaven ontwerp Handhaven Handhaven Handhaven Niet handhaven boomkwaliteit Handhaven Handhaven randvoorwaarde
Aanvaard Aanvaard Aanvaard Achterstallig Aanvaard Aanvaard Aanvaard Achterstallig Achterstallig Achterstallig
Voldoende
Verplanten
Voldoende Goed Voldoende Voldoende Voldoende Slecht Matig Goed
Handhaven Handhaven Handhaven Handhaven Niet handhaven ontwerp Niet handhaven boomkwaliteit Niet handhaven ontwerp Verplanten
Boombescherming
0-6 m 6-12 m 6-12 m 0-6 m 18-24 m 6-12 m 6-12 m 6-12 m
18 18 0 12 27 14 13 69 9 10 10
bewortelingsonderzoek
Randvoorwaarde bij handhaven
55
> 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar 5 tot 15 jaar 1 tot 5 jaar > 15 jaar 5 tot 15 jaar 5 tot 15 jaar 5 tot 15 jaar 1 tot 5 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar 5 tot 15 jaar 5 tot 15 jaar 1 tot 5 jaar > 15 jaar 5 tot 15 jaar
Advies
2-4,5
Goed Goed Goed Goed Matig Slecht Goed Matig Voldoende Goed Slecht Goed Matig Goed Matig Matig Matig Goed Voldoende
Boomkwaliteit
6-12 m
Goed Goed Goed Goed Goed Matig Goed Goed Matig Voldoende Matig Goed Matig Goed Voldoende Matig Slecht Goed Goed
Onderhoudsstaat
Carpinus betulus 'Frans Fontaine ' afwezig Malus cv sierappel Malus triloba Malus cv sierappel Malus cv sierappel Fraxinus excelsior Acer pseudoplatanus Acer pseudoplatanus Acer pseudoplatanus
Verharding Verharding Verharding Verharding Verharding Verharding Verharding Verharding Verharding Verharding Verharding Verharding Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting
Gebrek
20 21 22 23 24 25 26 27 28 29
16 27 23 20 30 14 28 17 16 17 21 6 13 7 28 13 11 5
Opmerking
50 86 73 64 94 45 88 53 49 54 66 19 40 23 87 40 34 17 55
Toekomstverwachting
2-4,5 2-4,5 >4,5 >4,5 >4,5 >4,5 >4,5 >4,5 >4,5 >4,5 >4,5 2-4,5 2-4,5 2-4,5 2-4,5 2-4,5 2-4,5 2-4,5 2-4,5
Mechanische kwaliteit
Stamomtrek (cm)
6-12 m 6-12 m 6-12 m 6-12 m 6-12 m 6-12 m 6-12 m 6-12 m 6-12 m 6-12 m 6-12 m 6-12 m 6-12 m 0-6 m 0-6 m 0-6 m 0-6 m 0-6 m 6-12 m
Conditie
Takvrije ruimte (m)
Acer platanoides Acer platanoides Crataegus monogyna Crataegus monogyna Crataegus monogyna Crataegus monogyna Crataegus monogyna Crataegus monogyna Crataegus monogyna Crataegus monogyna Crataegus monogyna Prunus 'Umineko' Malus cv sierappel Carpinus betulus 'Frans Fontaine ' Prunus domestica Prunus domestica Prunus domestica Carpinus betulus 'Frans Fontaine ' Carpinus betulus 'Frans Fontaine '
Standplaats
Boomhoogteklasse
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19
Stamdiameter (cm)
Boomsoort
Resultaten nulmeting
Boomnummer
Bijlage 1
Min. graafafstand 150 cm uit hart stamvoet
stambescherming stambescherming stambescherming stambescherming
Min. graafafstand 125 cm uit hart stamvoet Min. graafafstand 125 cm uit hart stamvoet Min. graafafstand 125 cm uit hart stamvoet
stambescherming stambescherming stambescherming stambescherming stambescherming stambescherming stambescherming stambescherming
Min. graafafstand 120 cm uit hart stamvoet
stambescherming stambescherming
stambescherming stambescherming stambescherming stambescherming
BIJLAGE 2
ONTWERP EN ADVIES BEA
42
BOOMADVIESBUREAU DUIFHUIZEN
Harderwijkerstraat 35 3881 ED Putten T : 0341 370 290 M : 06 4620 6749 E : info@boomadviesduifhuizen.nl W : www.boomadviesduifhuizen.nl
43