CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

210036 Bijlage 15 BEA Professorenwijk - Roomburgerlaan

raadscommissie Leefbaarheid en Bereikbaarheid 17 juni 2021, gemeente LeidenBij agendapunt: Bijlagen bij raadsvoorstel3.176 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BOMEN EFFECT ANALYSE RIOLERING PROFESSORENWIJK OOST Roomburgerlaan Leiden Referentienummer Opdrachtgever Datum rapport

: 201359 : Gemeente Leiden : 9 oktober 2020

BOMEN EFFECT ANALYSE RIOLERING PROFESSORENWIJK OOST RO O MB U RG ERLA A N L E ID E N

Versie 1.0

: 9 oktober 2020

Colofon

© Boomadviesbureau Duifhuizen Onafhankelijk adviesbureau voor bomen en ecologie Harderwijkerstraat 35 3881 ED Putten Telefoon : 0341 370 290 info@boomadviesduifhuizen.nl www.boomadviesduifhuizen.nl Projectcategorie : Bomen Effect Analyse Opdrachtgever : Gemeente Leiden Contactpersoon : Dhr. R. Vermeulen Referentie : 201359 Onderzoek : 7 oktober 2020 Datum rapportage : 9 oktober 2020 Auteur : J.H. Wildschut (ir, ETT) Telefoon : 0655714959 E-mail : jan@boomadviesduifhuizen.nl Interne controle : P.C. Duifhuizen (ing, ETT) Copyright © 2020 Boomadviesbureau Duifhuizen. Niets van deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur. Voor meer informatie of meer exemplaren van dit rapport, neem contact op met de auteur. Boomadviesbureau Duifhuizen is niet aansprakelijk voor directe of indirecte schade die voortvloeit uit toepassing van de conclusies, aanbevelingen of adviezen uit dit rapport.

2

Inhoud 1

2

voorstudie ........................................................................................... 4 1.1

uitgangspunten project ..................................................................... 4

1.2

administratieve projectgegevens .......................................................... 7

1.3

toetsing uitvraag ............................................................................. 7

1.4

functie of waarde bomen ................................................................... 7

veldonderzoek ...................................................................................... 8 2.1

kwaliteit bomen .............................................................................. 8 werkwijze nulmeting ..................................................................... 8 conditiebepaling conform Roloff ........................................................ 9 resultaten ................................................................................ 10 conclusie kwaliteit bomen ............................................................. 12

2.2

ruimtestudie ................................................................................ 13 bovengronds ............................................................................. 13 ondergronds .............................................................................. 13 kansen en knelpunten .................................................................. 13

3

4

analyse ............................................................................................. 15 3.1

algemeen .................................................................................... 15

3.2

variant 1 ..................................................................................... 16

3.3

variant 2 ..................................................................................... 21

3.4

variant 3 ..................................................................................... 25

3.5

conclusie impact ondergronds ruimtegebruik .......................................... 27

conclusie en advies ............................................................................... 28 4.1

eindoordeel effecten ...................................................................... 28

4.2

advies ........................................................................................ 29

bijlage 1 resultaten nulmeting ..................................................................... 30

3

1 VOORSTUDIE 1.1 UI TG AN GS P UN T EN PR O J EC T Achtergrond In de Professorenwijk Oost wordt het riool vervangen (gescheiden stelsel) en vindt herinrichting (rijbaan, parkeerplaatsen) plaats. Ter hoogte van de Roomburgerlaan wordt, aan de noordzijde, geparkeerd op de grasstrook met bomen. Het voornemen is om dit knelpunt gelijktijdig met de herinrichting op te lossen. Binnen de invloedssfeer van de voorgenomen werkzaamheden bevinden zich 19 (gemeentelijke) bomen. Om de invloed van de voorgenomen werkzaamheden op deze bomen te kunnen bepalen is het uitvoeren van een Bomen Effect Analyse (BEA) nodig. Boomadviesbureau Duifhuizen is gevraagd deze BEA uit te voeren. Situatie • • • •

Afbeelding 1a geeft de locatie van het projectgebied weer. Afbeelding 1b geeft de situatie weer van de 19 bomen binnen het projectgebied. Afbeelding 2 geeft de voorgenomen riolerings-/herinrichtingswerkzaamheden weer en de locatie van de 19 bomen. Afbeelding 3 geeft het knelpunt t.a.v. het parkeren weer.

Afbeelding 1a: Locatie projectgebied;

4

Afbeelding 1b: Situatie bomen binnen het projectgebied;

Afbeelding 2: Voorgenomen werkzaamheden en locatie van de 19 bomen (boom 14 is afwezig): - blauw: nieuwe hemelwaterriool - rood: nieuw vuilwater riool - zwart: profiel ontgraving t.b.v. riolering

5

Afbeelding 3: Aan de noordzijde van de laan wordt geparkeerd (half) op de grasstrook met bomen;

6

1.2 ADM IN IS T RA T I EV E P R O J EC T G EG E V ENS Tabel 1 geeft de algemene projectgegevens weer.

Tabel 1 BEA algemene projectgegevens Methodiek BEA

Richtlijn Bomen Effect Analyse CROW (2019)

Projectcode

19-SI-026

Projectnummer intern

201359

Projectlocatie

Roomburgerlaan Leiden

Projectstatus

Definitief Ontwerp

Opnamedatum BEA

7 oktober 2020

Opdrachtgever BEA contactpersoon

Gemeente Leiden Dhr. R. Vermeulen

Opdrachtnemer BEA-adviseur

Boomadviesbureau Duifhuizen Jan Wildschut (ir, ETT)

1.3 TO E TS IN G UI TV R AA G De Bomen Effect Analyse (BEA) dient een antwoord te geven op onderstaande vragen: 1. Is behoud van de boomtechnische kwaliteit van de bomen mogelijk? (ofwel: kunnen de bomen op de huidige standplaats blijven voortbestaan met behoud van minimaal dezelfde restlevensduur, conditie en habitus?) 2. Is behoud van de functie of waarde van de bomen mogelijk? (ofwel: Kunnen de bomen op de huidige standplaats blijven voortbestaan met behoud van hun functie of waarde?)

1.4 F UNC TI E OF W AA RD E B OM EN De 19 bomen hebben een functie als: • groenstrook (10 bomen noordzijde laan); • straatboom (9 bomen aan de zuidzijde en 1 aan de noordzijde van de laan. Volgens de Groene Kaart Leiden hebben de bomen geen gemeentelijke beleidsstatus.

7

2 VELDONDERZOEK 2.1 KWA LI T EI T B OM E N werkwijze nulmeting De (vooraf ingemeten) bomen zijn geïnventariseerd (nulmeting). Binnen deze nulmeting zijn bepaalde relevante kenmerken (tabel 2) opgenomen. Het kenmerk conditie wordt toegelicht in 2.1.2. Voor de boomnummers wordt verwezen naar afbeelding 3 (par. 1.1).

Tabel 2 BEA Boominventarisatie – kenmerken Basiskenmerken 1

Boomnummer

2

Boomsoort

3

Boomhoogteklasse

4

Takvrije ruimte

5

Stamomtrek

6

Standplaats

Boombeoordelingskenmerken 7

Conditie (op basis van wondovergroeiing, scheutlengte, knopzetting, kroonstructuur, bladgrootte, bladkleur en bladbezetting en ziekten en aantastingen)

8

Mechanische kwaliteit (op basis van (symptomen van) afwijkingen die (op termijn) leiden tot een verhoogde kans op stam/takbreuk dan wel instabiliteit)

9

Toekomstverwachting

10

Onderhoudsstaat

11

Boomkwaliteit

8

conditiebepaling conform Roloff Prof. Dr. A. Roloff beschrijft met name de verandering van het vertakkingspatroon bij afname van de conditie. Bij de conditiebepaling van de bomen is gebruik gemaakt van 4 classificaties, te weten: • • • •

Goed (0) Voldoende (1) Matig (2) Slecht (3)

Aan de hand van afbeelding 4 is de conditiebepaling volgens de methodiek van Roloff toegelicht.

Afbeelding 4: Conditieklassen naar Roloff;

9

resultaten De volledige resultaten van de nulmeting worden weergegeven als bijlage 2. De belangrijkste resultaten worden samengevat weergegeven in de tabellen 3 t/m 5. De resultaten worden toegelicht aan de hand van de afbeeldingen 5 tot en met 7 (met begeleidende tekst). Tabel 3 Boomsoorten

Aantal bomen

afwezig Acer campestre Acer platanoides Carpinus betulus Malus trilobata

1 1 10 1 1

Prunus fruticosa 'Globosa' Prunus 'Umineko' Sorbus aria Malus cv sierappel Totaal

1 2 1 2 20

Tabel 4 Conditie

Aantal bomen

Goed

16

Voldoende

3

Tabel 5 Mechanische kwaliteit

Aantal bomen

Goed

14

Voldoende

5

1

20

Afbeelding 5: Roomburgerlaan met de betreffende bomen;

10

10

Afbeelding 6: Idem, oostkant laan. De 10 esdoorns hebben een goede groeiplaats;

12

Afbeelding 7: Sorbus aria met een te krappe boomspiegel;

11

conclusie kwaliteit bomen De boomkwaliteit (op grond van conditie en mechanische gebreken) is weergegeven in tabel 6.

• •

Tabel 6 Boomkwaliteit

Aantal bomen

goed

14

voldoende

5

De kwaliteit van 14 bomen is goed. De toekomstverwachting van deze bomen bedraagt meer dan 15 jaar; De kwaliteit van 5 bomen is voldoende. De toekomstverwachting van deze bomen bedraagt meer dan 15 jaar (2 bomen) en 5-15 jaar (3 bomen).

12

2.2 RU IM T ES TU DI E

bovengronds De onderlinge afstand en de obstakelvrije ruimte is bij de bomen voldoende voor een onbelemmerde ontwikkeling van de boomkronen in de toekomst.

ondergronds Tabel 9 geeft de standplaats van de bomen weer. Bij 6 bomen in de verharding is bij onvoldoende doorwortelbare ruimte beschikbaar voor een optimale ontwikkeling in de toekomst. Tabel 7 Standplaats

Aantal bomen

Beplanting

10

Verharding

9

kansen en knelpunten Bij een aantal (6) bomen in de trottoirverharding kan de groeiplaats verbeterd worden door vergroting van het onverharde boomplantvak. Hierbij blijft voldoende ruimte aanwezig voor het voetgangersverkeer. De afbeeldingen 8 en 9 geven een voorbeeld van een dergelijke groeiplaatsverbetering. Afbeelding 10 laat een voorbeeld zien van de groene aankleding van een reeds vergrote boomspiegel.

11

Afbeelding 8: Mogelijke vergroting van de groeiplaats;

13

13

Afbeelding 9: Idem;

17

Afbeelding 10: Voorbeeld van een vergrote en beplante boomspiegel;

14

3

ANALYSE

3.1 AL G EM E E N De voorgenomen werkzaamheden die van invloed (kunnen) zijn op de 19 bomen zijn: • Aanleg van een gescheiden rioolstelsel (VWA en HWA). Dit is niet van invloed op de bomen (afbeelding 11); • Herprofilering van de rijbaan, de parkeerplaatsen en het trottoir. Hierbij zijn 3 varianten mogelijk (afbeelding 12). De 3 varianten worden uitgewerkt in de paragrafen 3.2 tot en met 3.4.

Afbeelding 11: De ontgraving t.b.v. de riolering bevindt zich midden onder de rijbaan en heeft geen invloed op de bomen;

Afbeelding 12: Drie uitvoeringsopties verhardingen: - rood: (dwars)parkeren tussen de bomen in de groenstrook - blauw: opschuiven rijbaan in zuidelijke richting - groen: (langs)parkeren op locatie van de huidige groenstrook

15

3.2 VA RI AN T 1 Bij deze variant vinden de volgende wijzigingen plaats ten opzicht van de huidige situatie (afbeelding 13: rode contour): • Aan de zuidzijde van de laan blijven de huidige parkeerplaatsen gehandhaafd. Deze worden wel enigszins verbreed (afbeelding 14). • Aan de noordzijde worden parkeervakken (2 parkeerplaatsen per vak) in het gazon tussen de bomen aangelegd. Deze vakken zijn 6 meter diep en 5 meter breed (afbeelding 15). Bij het realiseren van de parkeerplaatsen in de grasstrook tussen de bomen zal ontgraven worden tot een diepte van ca. 40 cm binnen de kroonprojectie. De invloed van de aanleg op de 10 bomen is als volgt: 1. Schade aan de beworteling; 2. Permanent verlies van doorwortelbare ruimte bij bomen die hun eindbeeld nog (lang) niet bereikt hebben; 3. Een vermindering van infiltratie (regenwater) en gasuitwisseling door het verharden van de bewortelde zone. Om de invloed van de voorgenomen ingreep te kunnen inschatten zijn een aantal bewortelingsonderzoeken uitgevoerd op 5 relevante, representatieve, locaties (afb. 16). De resultaten zijn weergegeven aan de hand van de afbeeldingen 17 t/m 21.

Afbeelding 13: Variant 1: rode contour;

16

Afbeelding 14: Variant 1: Zuidzijde laan: licht verbrede (zijde rijbaan) parkeerplaatsen;

Afbeelding 15: Variant 1: Noordzijde laan: parkeervakken tussen de bomen;

17

Afbeelding 16: Locatie bewortelingsonderzoeken (proefsleuven) bij de bomen 4 en 7;

5

4 2.5 m 10 m

Afbeelding 17: Proefsleuf 1 op de locatie van de rand van het voorgenomen parkeervak (blauw);

18

Afbeelding 18: Proefsleuf tot 40 cm-mv;

Afbeelding 19: Extensieve opnamebeworteling (Ф1-2 cm) tot 40 cmmv. Dieper dan 40 cm is de grond sterk verdicht;

19

4 2.5 m

Afbeelding 20: Proefsleuf 2 op de locatie van de rand van het voorgenomen parkeervak (blauw);

Afbeelding 21: Matig intensieve opnamebeworteling (Ф2-4 cm) voornamelijk in de bovenste 30 cm;

20

3.3 VA RI AN T 2 Bij deze variant vinden de volgende wijzigingen plaats ten opzicht van de huidige situatie (afbeelding 22: groene contour): • Aan de zuidzijde van de laan blijven de huidige parkeerplaatsen gehandhaafd. Deze worden wel enigszins verbreed (evenals bij variant 1, zie afbeelding 14). • Aan de noordzijde wordt een strook van het huidige gazonvak met bomen omgevormd tot parkeerstrook. De breedte van de om te vormen strook bedraagt ca. 150 cm. Bij het realiseren van de parkeerplaatsen in de grasstrook tussen de bomen zal ontgraven worden tot een diepte van ca. 40 cm binnen de kroonprojectie. De invloed van de aanleg op de 9 bomen (bij 1 boom (5) wordt niet ontgraven) is als volgt: 1. Schade aan de beworteling; 2. Permanent verlies van doorwortelbare ruimte bij bomen die hun eindbeeld nog (lang) niet bereikt hebben; 3. Een vermindering van infiltratie (regenwater) en gasuitwisseling door het verharden van de bewortelde zone. Om de invloed van de voorgenomen ingreep te kunnen inschatten zijn bewortelingsonderzoeken uitgevoerd op 2 relevante, representatieve, locaties. De resultaten zijn weergegeven aan de hand van de afbeeldingen 22 t/m 28.

Afbeelding 22: Variant 2: groene contour;

21

1.5 m

1.5 m

Afbeelding 23: Blauw: tot parkeerstrook om te vormen groenvak;

Boom 5: Geen ontgraving

Afbeelding 24: Locaties bewortelingsonderzoek (proefsleuven). Bij boom 5 wordt niet ontgraven;

22

4

1.5 m Afbeelding 25: Proefsleuf 1 op de locatie van de rand van de voorgenomen parkeerstrook;

Afbeelding 26: 0-40 cm: extensieve opnamebeworteling Ф<1 cm;

23

7

1.7 m

1.3 m

Afbeelding 27: Proefsleuf 2 op de locatie van de rand van de voorgenomen parkeerstrook. Rode pijl: sterk verdichte bodem door parkeren;

Afbeelding 28: 0-40 cm-mv: geen beworteling, verdichte grond;

24

3.4 VA RI AN T 3 Bij deze variant vinden de volgende wijzigingen plaats ten opzicht van de huidige situatie (afbeelding 13: blauwe contour): • Aan de noordzijde wordt een parkeerstrook gerealiseerd op de locatie van de huidige rijbaan. • Aan de zuidzijde wordt het huidige trottoir (deels) omgevormd tot parkeerstrook. Hierbij kunnen een aantal bomen niet gehandhaafd worden. De afbeeldingen 29 t/m 32 lichten deze uitvoeringsvariant toe.

Afbeelding 29: Variant 3: blauwe contour;

20

Afbeelding 30: Blauw: trottoir wordt omgevormd tot rijbaan. Hierdoor is de scheefstaande boom 20 niet te handhaven;

25

Afbeelding 31: Westkant laan: 3 bomen kunnen niet gehandhaafd worden;

Afbeelding 32: Oostkant laan: 3 bomen kunnen niet gehandhaafd worden

26

3.5 CONC LU SI E I MP AC T ON DE R G RO ND S RU IM T E G E BR UI K Uit de resultaten van de bewortelingsonderzoeken kan het volgende geconcludeerd worden: • De beworteling heeft zich ontwikkeld in de gehele grasstrook. • De beworteling heeft zich voornamelijk ontwikkeld in de bovenste 40 cm. Hieronder is de bodem sterk verdicht. • Aan de zijde van de rijbaan is de beworteling het minst aanwezig. Hier is de grond sterk verdicht als gevolg van het (jarenlang?) parkeren. Variant 1 en 2 zijn van invloed op de 10 bomen in de grasstrook omdat er ontgraven wordt in de bewortelde zone. Om deze invloeden te vergelijken is het totale te ontgraven oppervlakte vergeleken (de huidige grasstrook heeft een oppervlakte van 600 m²): • Variant 1: 9 parkeervakken = 9 x (5m x 6m) = 270 m². • Variant 2: Strook = 75 m x 1,5 m = 112 m². De afbeeldingen 33 en 34 geven de te ontgraven oppervlakten weer bij de 2 varianten. Duidelijk is dat bij variant 2 de ontgraving ruim 2x zo klein is. Bovendien vindt de ontgraving grotendeels plaats in de toch al minder bewortelde (verdichte) zone vlak langs de rijbaan.

Afbeelding 33: Variant 1: Bijna de helft (45%) van de grasstrook wordt ontgraven (paars);

Afbeelding 34: Variant 2: Bijna 1/5 (19%) van de grasstrook wordt ontgraven (paars);

27

4 CONCLUSIE EN ADVIES

4.1 E IND OO R D E EL EF F EC T E N De onderzoeksvragen (paragraaf 1.3) kunnen als volgt beantwoord worden: Ad1) Is behoud van de boomtechnische kwaliteit van de bomen mogelijk? (ofwel: kunnen de bomen op de huidige standplaats blijven voortbestaan met behoud van minimaal dezelfde restlevensduur, conditie en habitus?) •

•

•

Dit is niet mogelijk bij variant 1 (parkeervakken tussen de bomen): o Bij de ontgraving wordt ca. 20 % van de wortels verwijderd o 45% van de totale bewortelbare zone (0-40 cm) gaat (permanent) verloren, waardoor de toekomstige ontwikkeling van de bomen wordt beperkt Dit is mogelijk bij variant 2 (parkeerstrook langs de bomen): o Bij de ontgraving wordt ca. 5% van de wortels verwijderd o 19% van de totale bewortelbare zone gaat (permanent) verloren. Het grootste gedeelte hiervan is echter niet of nauwelijks beworteld als gevolg van de sterke verdichting (parkeren) Dit is niet mogelijk bij variant 3: o 6 bomen aan de zuidzijde van de laan zijn niet te handhaven o Bij de 10 bomen aan de noordzijde wordt niet gegraven bij deze variant.

Ad 2) Is behoud van de functie of waarde van de bomen mogelijk? (ofwel: Kunnen de bomen op de huidige standplaats blijven voortbestaan met behoud van hun functie of waarde?) Hiervoor geldt hetzelfde als onder Ad1.

28

4.2 ADV I ES Geadviseerd wordt: 1. Niet voor variant 1 (dwarsparkeren tussen de bomen) te kiezen. Hoewel het ingeschatte verlies aan wortels (20%) nog aanvaardbaar is voor deze bomen met een goede conditie wordt de totale doorwortelbare ruimte (bovenste goed doorwortelde 40 cm) verkleind met 45%. Dit beperkt de toekomstige ontwikkeling van deze nog relatief jonge bomen. 2. Te kiezen tussen variant 2 en 3, waarbij de voorkeur uitgaat naar variant 2: a. Bij variant 2 wordt alleen ontgraven aan de noordzijde en is de wortelschade en het verlies aan doorwortelbare ruimte beperkt. b. Bij variant 3 wordt niet ontgraven aan de noordzijde maar kunnen 6 bomen aan de zuidzijde niet gehandhaafd worden (tabel 8). Bovendien kunnen er ook geen nieuwe bomen geplant worden vanwege het gebrek aan ruimte (nieuwe breedte trottoir bedraagt bij deze variant slechts 120 cm). Nr.

Boomsoorten

Stamomtrek (cm)

Boomkwaliteit

Verplantbaar

12

Sorbus aria

98

Voldoende

nee

13

Malus cv sierappel

40

Voldoende

nee

15

Malus trilobata

62

Voldoende

nee

18

Prunus 'Umineko'

39

Goed

ja

19

Prunus 'Umineko'

20

Goed

ja

20

Malus cv sierappel

59

Goed

nee

Tabel 8: Niet te handhaven bomen bij variant 3;

3. Bij 6 bomen in de trottoirverharding (indien te handhaven) de groeiplaats te verbeteren door vergroting van het onverharde boomplantvak (boomnrs. 11,12,13,15,18,20). 4. Een beschermd boomgebied te creëren door het aanbrengen (vóór uitvoering van de werkzaamheden) van een afgesloten hekwerk rondom de bomen 1 t/m 10 en individuele stambescherming bij de bomen 11 t/m 20.

29

BIJLAGE 1

RESULTATEN NULMETING

30

6-12 m 6-12 m 0-6 m 0-6 m 0-6 m 0-6 m

<2 2-4,5 2-4,5 2-4,5 2-4,5 <2

20 Verharding 16 Verharding 18 Verharding 12 Verharding 6 Verharding 19 Verharding

Goed Goed Voldoende Goed Goed Goed

Voldoende Voldoende Goed Goed Goed Voldoende

> 15 jaar > 15 jaar 5 tot 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar

62 50 58 39 20 59

Omvangrijke snoeiwonden

Stamvoetschade

Scheefstand

Boomkwaliteit

> 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar bewortelingsonderzoek (3x) > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar bewortelingsonderzoek (2x) > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar 5 tot 15 jaar 5 tot 15 jaar

Onderhoudsstaat

Toekomstverwachting

Goed Goed Goed Goed Goed Goed Goed Goed Goed Goed Goed Voldoende Voldoende

Gebrek

Mechanische kwaliteit

Goed Goed Goed Goed Goed Goed Goed Goed Goed Goed Goed Voldoende Voldoende

Opm

Conditie

29 Gazon 32 Gazon 29 Gazon 31 Gazon 25 Gazon 31 Gazon 30 Gazon 31 Gazon 27 Gazon 25 Gazon 22 Verharding 31 Verharding 13 Verharding

Standplaats

>4,5 92 >4,5 101 >4,5 92 >4,5 98 >4,5 79 >4,5 96 >4,5 93 >4,5 96 >4,5 85 >4,5 80 >4,5 69 >4,5 98 2-4,5 40

Stamdiameter (cm)

12-18 m 12-18 m 12-18 m 12-18 m 12-18 m 12-18 m 12-18 m 12-18 m 12-18 m 12-18 m 12-18 m 6-12 m 6-12 m

Stamomtrek (cm)

Takvrije ruimte (m)

1 Acer platanoides 2 Acer platanoides 3 Acer platanoides 4 Acer platanoides 5 Acer platanoides 6 Acer platanoides 7 Acer platanoides 8 Acer platanoides 9 Acer platanoides 10 Acer platanoides 11 Acer campestre 12 Sorbus aria 13 Malus cv sierappel 14 afwezig 15 Malus trilobata 16 Carpinus betulus 17 Prunus fruticosa 'Globosa' 18 Prunus 'Umineko' 19 Prunus 'Umineko' 20 Malus cv sierappel

Boomhoogteklasse

Boomsoort

Boomnummer

Bijlage 1 Resultaten nulmeting

Aanvaard Aanvaard Aanvaard Aanvaard Aanvaard Aanvaard Aanvaard Aanvaard Aanvaard Aanvaard Aanvaard Aanvaard Regulier

Goed Goed Goed Goed Goed Goed Goed Goed Goed Goed Goed Voldoende Voldoende

Regulier Aanvaard Regulier Aanvaard Regulier Regulier

Voldoende Voldoende Voldoende Goed Goed Goed

BOOMADVIESBUREAU DUIFHUIZEN

Harderwijkerstraat 35 3881 ED Putten T : 0341 370 290 M : 06 4620 6749 E : info@boomadviesduifhuizen.nl W : www.boomadviesduifhuizen.nl

31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10215457/1