CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

210035 Bijlage 12 Bomen Effect Analyse deel 2 Uitvoeringsbesluit Gasthuiswijk-Haagweg-Zuid fase 1

raadscommissie Leefbaarheid en Bereikbaarheid 17 juni 2021, gemeente LeidenBij agendapunt: Bijlagen bij raadsvoorstel12.949 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Deel 2 - Gasthuiswijk fase 1, Leiden

Bomen Effect Analyse

STATUS RAPPORT

Definitief 4-12-2020

PROJECTNUMMER

20203286

OPGESTELD VOOR

Greenpoint Advies T.a.v. Dhr. P. van der Linden Plantsoen 57i 6701 AS Wageningen

GEZIEN DOOR

T. Faber Adviseur groene ruimte European Tree Technician

OPGESTELD DOOR

J. Eichholtz European Tree Technician Van Helvoirt Groenprojecten BV Oisterwijksebaan 8A 5056 RD Berkel-Enschot Postbus 145 5056 ZJ Berkel-Enschot 013-5408236 06-52396036 www.vanhelvoirtgroenprojecten.nl

© 2018 Van Helvoirt Groenprojecten BV. Het is niet toegestaan dit rapport of delen ervan openbaar te maken, te verveelvuldigen of voor andere doeleinden te gebruiken zonder schriftelijke toestemming van Helvoirt.

Bomen Effect Analyse Deel 2- Gasthuiswijk fase 1

Leiden

INHOUD 1.

INLEIDING

5

1.1

Aanleiding en doel

5

1.2

Uitvoering

5

2.

HUIDIGE SITUATIE

6

2.1

Onderzoekslocatie

6

2.2

Planfase

7

2.3

Opname Boomgegevens

7

2.4

Groeiplaatsonderzoek

10

2.5

Vochthuishouding

20

3.

EFFECTENANALYSE

21

3.1

Verwachte werkzaamheden

21

3.2

Te verwachten knelpunten

22

4.

VERPLANTBAARHEID

26

5.

CONCULSIES EN AANBEVELINGEN

28

5.1

Conclusies

28

5.2

Aanbevelingen

31

6.

BIJLAGEN

33

Bijlage 1

34

Bijlage 2

36

Bijlage 3

37

1. INLEIDING 1.1

AANLEIDING EN DOEL

In opdracht van Greenpoint Advies heeft Van Helvoirt Groenprojecten een Bomen Effect Analyse (BEA) uitgevoerd. De BEA is gericht op 94 bomen in verschillende straten van het projectgebied Gasthuiswijk fase 1 te Leiden. Bomen die niet duurzaam in stand kunnen worden gehouden dienen op verplantbaarheid te worden beoordeeld. Het bomenbestand bestaat uit 20 soorten waarbij de Krimlinde (Tilia europaea Euchlora) en de Zwarte berk (Betula nigra) voornamelijk voorkomen. Aanleiding voor het onderzoek is dat gemeente Leiden voornemens is de huidige riolering te vervangen, en het maaiveld opnieuw in te richten. Gemeente Leiden wil weten wat de invloed van het project op de betreffende bomen is en heeft Van Helvoirt Groenprojecten gevraagd dit middels een BEA inzichtelijk te maken. Een BEA is een gestandaardiseerde onderzoeksmethode om de mogelijke effecten van ruimtelijke ingrepen te beoordelen. De volgende vragen staan centraal: Wat is de huidige kwaliteit van de 94 opgegeven bomen? Welke effecten hebben de plannen of werkzaamheden op de opgegeven 94 bomen? Zijn de bomen die niet duurzaam te behouden zijn te verplanten? Welke maatregelen of projectaanpassingen zijn nodig om de opgegeven bomen te kunnen behouden?

1.2

UITVOERING

Het veldwerk voor het onderzoek is uitgevoerd op woensdag 11 november 2020 door J. Eichholtz , boomtechnisch adviseur. Dit rapport bevat de uitwerking van de onderzoeksresultaten en de daaruit volgende conclusies en aanbevelingen.

Leeswijzer Het rapport is op de volgende wijze opgebouwd: • Hoofdstuk 2: beschrijving van het onderzoeksgebied met de boomgegevens en verdere bevindingen. • Hoofdstuk 3: analyse van de knelpunten op basis van de plannen. • Hoofdstuk 4: mogelijkheid om de bomen te verplanten • Hoofdstuk 5: conclusies op basis van de onderzoeksresultaten en aanbevelingen voor duurzaam behoud van de bomen met betrekking tot het ontwerp en de uitvoering van de werkzaamheden.

VAN HELVOIRT GROENPROJECTEN

– 5 –

GASTHUISWIJK FASE 1 LEIDEN

2. HUIDIGE SITUATIE 2.1

ONDERZOEKSLOCATIE

De onderzoekslocatie, Gasthuiswijk, bevindt zich in de wijk Bos- en Gasthuisdistrict ten zuiden van Leiden. Ten westen wordt het projectgebied ontsloten door de Churchilllaan, en ten oosten door een bedrijventerrein aan de Rooseveltstraat. In het projectgebied staan vele bomen. In oktober 2020 is er een eerste BEA (referentie 20203161) van deze wijk opgeleverd voor 48 bomen. Deze rapportage omschrijft de 94 overige bomen welke niet in de vorige BEA zijn opgenomen. Onderstaande afbeelding geeft het projectgebied met een oranje arcering aan.

Afbeelding 1: overzicht projectgebied aangegeven met een oranje arcering

VAN HELVOIRT GROENPROJECTEN

– 6 –

GASTHUISWIJK FASE 1 LEIDEN

2.2

PLANFASE

Voor het onderzoek is gebruikgemaakt van de volgende (project)tekeningen en bronnen: Tekening: Wurck architectuur stedenbouw landschap. Leiden Gasthuiswijk, Overzichtstekening Fase 1 incl bomen BEA. Projectnummer: 19594, schaal 1:500, datum: 5 oktober 2020 Tekening: Gemeente Leiden. Gasthuiswijk en Haagweg-Zuid, Rioolontwerp civil 3D. Schaal 1:500, datum: 2 oktober 2020 Digitale kaart: Gemeente Leiden. Groene Kaart Leiden. Geraadpleegd op 18 november 2020, op https://groenekaart.leiden.nl

2.3

OPNAME BOOMGEGEVENS

Het onderzoek richt zich op 94 bomen in het projectgebied Gasthuiswijk fase 1 te Leiden. Bomenstatus Met behulp van de Groene Kaart beschermt de gemeente Leiden verschillende aangewezen houtopstanden. De houtopstanden bestaan uit solitaire bomen, boomstructuren en boomgebieden. In de Gasthuiswijk zijn enkele solitaire bomen als beschermd aangewezen. Daarnaast lopen er door de Gasthuiswijk 4 beschermde boomstructuren (afbeelding 2).

Afbeelding 2: detail Groene Kaart Gasthuiswijk Leiden

De solitair beschermde bomen maken deel uit van dit onderzoek (boom 1252 en 1399). De boomstructuren aan de Van der Helmlaan, De Bazelstraat, Rietveldpad en de Van ’s-Gravensandestraat maken ook deel uit van dit onderzoek. Geen van de bomen is opgenomen in het Landelijk Register van Monumentale Bomen van de Bomenstichting.

VAN HELVOIRT GROENPROJECTEN

– 7 –

GASTHUISWIJK FASE 1 LEIDEN

Boomgegevens In het projectgebied staan 94 bomen die tot deze BEA behoren. In tabel 1 staan de soorten aangegeven met het aantal waarmee zij zich in deze BEA voorkomen. Tabel 1: Verdeling boomsoorten behorende bij deze BEA NAAM

AANTAL

Krimlinde Tilia europaea Euchlora Zwarte berk Betula nigra

30

Gewone esdoorn Acer pseudoplatanus Papierberk Betula papyrifera Noorse esdoorn Acer platanoides

9

Zomereik Quercus robur Ruwe berk Betula pendula Japanse sierkers Prunus serrulata

7

Meelbes Sorbus aria Zoete kers Prunus avium

2

8

8 7

5 4

2

NAAM

AANTAL

Canadese populier Populus canadensis Dubbelbloemige paardenkastanje Aesculus hippocastanum Baumannii

1

Gewone beuk Fagus sylvatica Gewone linde Tilia europaea Katsuraboom Cercidiphyllum japonicum

1

Kerspruim Prunus cerasifera Nigra Kronkelwilg Salix babylonica Smalbladige es Fraxinus angustifolia Raywood

1

Veldesdoorn Acer campestre Vogelkers Prunus padus

1

1

1 1

1 1

1

De overige boomgegevens kunnen als volgt worden samengevat: 2 bomen (boom 1087 en 1892), zijn niet aangetroffen, deze zijn verwijderd. De meeste bomen, 57 stuks, staan in de verharding langs de diverse straten in het projectgebied. 13 bomen staan in het gazon en 22 bomen in de beplanting. Van de 94 bomen zijn er 58 beschermd. Deze bomen staan in een aangewezen boomstructuur, of het betreft een aangewezen waardevolle boom (boom 1252), of monumentale boom (boom 1399). De boomgegevens zijn opgenomen in Bijlage 1. Een overzicht van de boomlocaties is opgenomen in Bijlage 2.

VAN HELVOIRT GROENPROJECTEN

– 8 –

GASTHUISWIJK FASE 1 LEIDEN

Visuele onderzoek Bij het visuele onderzoek, de boomveiligheidscontrole (BVC), worden de verschillende delen (kroon, stam en stamvoet) van de bomen vanaf de grond beoordeeld om een indruk te krijgen van de boomkwaliteit1 (conditie2 en structuur3). Hierbij wordt gebruikt van de VTA- (Visual Tree Assessment) en IBA-methodiek (Intergrierte Baum Analyse). Voor een goede beoordeling van de boomkwaliteit worden tevens de onderhoudstoestand4 en levensverwachting5 geschat, uitgaande van ‘normale ondergrondse groeiomstandigheden’. De belangrijkste resultaten van het visuele onderzoek zijn als volgt: Van de 94 onderzoeksbomen, verkeren 59 bomen in een goede conditie en 28 in een redelijke conditie. De bomen 1450, 1679, 1839, 2168 en 2423 verkeren in een matige conditie. De levensverwachting is voor 57 van de 94 bomen goed. Dit houdt in dat zij in de huidige omstandigheden nog minimaal 15 jaar behouden kunnen blijven. Voor 20 bomen is de levensverwachting als redelijk beoordeeld en voor 12 bomen als matig. De bomen 2895, 2896 en 2897 hebben een slechte levensverwachting. Bij 10 bomen is er wortelopdruk in de verharding waargenomen. 21 bomen zijn aangewezen als risicoboom. Reden hiervoor is dat zij afgestorven takken bevatten. Boom 1988 (Canadese populier) bevat tevens takken die door hun gewicht beginnen uit te zakken. Recent is al een forse gesteltak uitgebroken (afbeelding 3).

Afbeelding 3: uitgebroken gesteltak bij boom 1988

1 Boomkwaliteit wordt in eerste instantie bepaald door conditie en structuur van de boom. De volgende kwaliteitsklassen worden

onderscheiden: goed, redelijk, matig en slecht. 2 De conditie is de toestand van een boom op het moment van opname en wordt en wordt visueel vanaf de grond bepaald. Hierbij wordt gelet

op blad- of knopbezetting, bladverkleuring, vertakkingpatroon, groei t.o.v. normaal, mate van overgroeiing bij beschadigingen en symptomen die wijzen op aantastingen. De volgende klassen worden onderscheiden: goed, redelijk, matig en slecht. 3 Bij structuur gaat het om stabiliteit en breukgevoeligheid. Stabiliteit heeft betrekking het omvallen van de boom en breukgevoeligheid heeft

betrekking op afbreken van de stam en het af- of uitbreken van takken. Voor de beoordeling wordt gebruikgemaakt van de Visual Tree Assessment (VTA) en Intergrierte Baum Analyse (IBA). Middels deze methodes kan op grond van zichtbare kenmerken gebreken of signalen die duiden op verborgen gebreken beoordeeld worden. 4 Bij de beoordeling van de onderhoudstoestand wordt gekeken naar de snoeimaatregelen die noodzakelijk zijn om tot een aanvaard

boombeeld te komen. Hierbij wordt met name gelet op de aanwezigheid van afgestorven takken of mogelijk (toekomstige) ‘probleemtakken’ zoals plakoksels of te laaghangende takken voor een normale afwikkeling van verkeer. De volgende klassen worden onderscheiden: aanvaard, achterstallig of verwaarloosd. 5 De levensverwachting wordt geschat a.d.h.v. boomsoort, leeftijd, conditie en eventueel aanwezige aantastingen. Ook de boven- en

ondergrondse groeiruimte zijn factoren die in de beoordeling van de levensverwachting worden meegenomen. De volgende klassen worden onderscheiden:0 – 5 jaar, 5 – 10 jaar, 10 – 15 jaar en > 15 jaar. VAN HELVOIRT GROENPROJECTEN

– 9 –

GASTHUISWIJK FASE 1 LEIDEN

2.4

GROEIPLAATSONDERZOEK

Bij het groeiplaatsonderzoek is de ondergrondse groeiruimte en de beworteling van de bomen in kaart gebracht om de effecten van de voorgenomen werkzaamheden in te kunnen schatten. Daarvoor zijn enkele profielkuilen gegraven op plekken waar de werkzaamheden in conflict kunnen komen met de ondergrondse boomdelen. Daarnaast hebben enkele profielkuilen als doel de wortelkluit van enkele te verplanten bomen te bepalen. De resultaten worden in deze paragraaf aan de hand van tabellen en foto’s toegelicht. In Bijlage 2 is een overzicht gegeven van de locaties binnen het onderzoeksgebied waar het bodemonderzoek is uitgevoerd. Profielkuil 1 De eerste profielkuil is op 1,3 meter vanuit het hart van boom 1961 gegraven (afbeelding 3 en 4) in de Van der Helmlaan. Op deze afstand zal een sleufbekisting geplaatst worden om zo het huidige riool te vervangen. Met behulp van de profielkuil wordt inzicht gegeven in de hoeveel wortels, ter plaatse van de voorgenomen werkzaamheden, er aanwezig zijn. De profielkuil is tot een diepte van 70 centimeter onder maaiveld gegraven. Onder de klinkerverharding ligt een circa 12 centimeter dikke laag humusarm, matig fijn bruin zand (straatzand). Deze laag is verdicht aan en bevat geen wortels. Deze laag wordt opgevolgd door een laag humusarm, matig fijn grijs zand welke eveneens verdicht is en geen beworteling bevat.

De resultaten van deze profielkuil zijn in tabel 2 schematisch weergegeven. Tabel 2: resultaten profielkuil 1.

DIEPTE (CM – M.V.)

OMSCHRIJVING

BEVINDINGEN

0-8

Klinkerverharding

8 - 20

Humusarm, matig fijn bruin zand

• •

Geen beworteling Bodem is verdicht

20 - 70

Humusarm, matig fijn grijs zand

• •

Geen beworteling Bodem is verdicht

Afbeelding 5: geen beworteling aangetroffen in de profielkuil

Afbeelding 4: locatie profielkuil 1 in de rijbaan

VAN HELVOIRT GROENPROJECTEN

– 10 –

GASTHUISWIJK FASE 1 LEIDEN

Profielkuil 2 Profielkuil twee is op 0,7 meter vanuit het hart van boom 2299, in de Bazelstraat, gegraven (afbeelding 6 en 7). Op deze afstand wordt het maaiveld opnieuw ingericht met onder andere nieuwe trottoirbanden. Met behulp van deze profielkuil wordt een inschatting gemaakt in de beworteling ter plaatse van deze werkzaamheden. De profielkuil heeft een diepte van 40 centimeter. Direct onder de verharding bevindt zich een circa 20 centimeter dikke laag humusarm, matig fijn bruin zand (straatzand) met een matig intensieve beworteling (afbeelding 7). Onder deze laag bevindt een laag humusarm, matig fijn grijs zand waarin de beworteling eveneens matig intensief aanwezig is. De resultaten van deze profielkuil zijn in tabel 3 schematisch weergegeven. Tabel 3: resultaten profielkuil 2.

DIEPTE (CM – M.V.)

OMSCHRIJVING

BEVINDINGEN

0-4

Trottoirtegels

4 - 25

Humusarm, matig fijn, bruin zand

• •

Matig intensieve beworteling Wortels tot Ø 5 cm

25 - 40

Humusarm, matig fijn, grijs zand

• •

Puinhoudend Matig intensieve beworteling

Afbeelding 6: locatie profielkuil 2

Afbeelding 7: detail profielkuil 2, met een matig intensieve beworteling

VAN HELVOIRT GROENPROJECTEN

– 11 –

GASTHUISWIJK FASE 1 LEIDEN

Profielkuil 3 De derde profielkuil is op 1 meter vanuit het hart van boom 1173 gegraven (afbeelding 8 en 9). Ter plaatste van deze boom, en de andere bomen in dit gazon, wordt een waterpartij gegraven. Deze profielkuil heeft tot doel om de wortelintensiteit te bepalen. Met behulp van de wortelintensiteit op deze afstand kan bepaald worden of de boom, zonder voorbereiding, verplant kunnen worden. De profielkuil heeft een diepte van 50 centimeter en bestaat uit humeus, uiterst fijne teelaarde met klei. De aangetroffen beworteling bestaat uit een grote hoeveelheid haarwortels (afbeelding 9). In tabel 4 worden de resultaten van de profielkuil uiteengezet. Tabel 4: resultaten profielkuil 3

DIEPTE (CM – M.V.)

OMSCHRIJVING

BEVINDINGEN

0 - 50

Humeus, uiterst fijn zand (teelaarde)

Intensief beworteld met haarwortels Enkele dikkere wortels (Ø 4 cm)

Afbeelding 9: detail profielkuil 3

Afbeelding 8: locatie profielkuil 3 in het gazon bij boom 1173

VAN HELVOIRT GROENPROJECTEN

• •

– 12 –

GASTHUISWIJK FASE 1 LEIDEN

Profielkuil 4 Profielkuil vier is langs het Dudokpad op 0,9 meter vanuit het hart van boom 333 gegraven (afbeelding 10). Op deze afstand wordt de sleufbekisting voor de aanleg van het nieuwe rioleringsstelsel aangelegd. De reden dat op deze locatie een profielkuil is gegraven, is om vast te stellen of, en hoeveel wortels ter hoogte van de geplande werkzaamheden aanwezig zijn. De profielkuil heeft een geringe diepte van 30 centimeter, dit vanwege de zeer hoge intensiteit aan wortels. De verharding wordt omhoog gedrukt door de wortels die er direct onder groeien. Onder de verharding bestaat het profiel uit humusarm, matig fijn straatzand. De beworteling is hier tot minstens 25 centimeter onder maaiveld intensief aanwezig (afbeelding 11). Onder deze laag is tot 30 centimeter onder maaiveld humusarme grijze klei aangetroffen. In de laag klei zijn sporen van roest aangetroffen, welke aangeven dat hemelwater vertraagd naar beneden wordt afgevoerd. De beworteling in deze laag is tevens intensief aanwezig. De resultaten van deze profielkuil zijn in tabel 5 schematisch weergegeven. Tabel 5: resultaten profielkuil 4.

DIEPTE (CM – M.V.)

OMSCHRIJVING

BEVINDINGEN

0-4

Trottoirtegels

Wortelopdruk

4 - 25

Humusarm, matig fijn, straatzand

25 - 30

Humusarm, grijze klei

Afbeelding 10: Locatie profielkuil 4 naast boom 333

VAN HELVOIRT GROENPROJECTEN

• •

Intensieve beworteling Wortels tot Ø 6 cm

• • •

Sporen van roest aangetroffen Intensieve beworteling Wortels tot Ø 4 cm

Afbeelding 11: Detail profielkuil 4 met een hoge wortelintensiteit

– 13 –

GASTHUISWIJK FASE 1 LEIDEN

Profielkuil 5 De vijfde profielkuil is in de Berlagestraat op 0,8 meter vanuit het hart van boom 328 gegraven (afbeelding 12 en 13). Op deze afstand wordt het huidige riool verwijderd en het nieuwe riool aangelegd. De reden dat op deze locatie een profielkuil is gegraven, is om vast te stellen of, en hoeveel wortels ter hoogte van de geplande werkzaamheden aanwezig zijn. De profielkuil heeft een diepte van 85 centimeter. Direct onder de klinkerverharding in de rijbaan ligt tot 25 centimeter onder maaiveld humusarm, matig fijn straatzand. De beworteling bestaat uit haarwortels welke extensief aanwezig zijn. Deze laag wordt opgevolgd door humusarm, matig fijn grijs zand. Beworteling wordt in deze laag niet aangetroffen. Op 85 centimeter onder maaiveld is grondwater aangetroffen (afbeelding 14). In tabel 6 worden de resultaten van de profielkuil uiteengezet. Tabel 6: resultaten profielkuil 5.

DIEPTE (CM – M.V.)

OMSCHRIJVING

0-8

Klinkerverharding

8 - 25

Humusarm, matig fijn, straatzand

25 - 85

BEVINDINGEN

Humusarm, matig fijn, grijs zand

Extensieve beworteling (haarwortels) • •

Geen beworteling aangetroffen Grondwater op 85 cm-mv aangetroffen

Afbeelding 12: Locatie profielkuil 5 bij boom 328

Afbeelding 14: Grondwater onderin profielkuil 5

VAN HELVOIRT GROENPROJECTEN

Afbeelding 13: Profielkuil tegen trottoirband aan

– 14 –

GASTHUISWIJK FASE 1 LEIDEN

Profielkuil 6 Profielkuil zes is op 0,8 meter vanuit het huidige riool, in de Jacob van Campenlaan, en op 0,9 meter vanuit het hart van boom 2417 gegraven (afbeelding 15). Het huidige riool wordt hier verwijderd. De reden dat op deze locatie een profielkuil is gegraven, is om vast te stellen of, en hoeveel wortels ter hoogte van de geplande werkzaamheden aanwezig zijn. De profielkuil heeft een diepte van 70 centimeter. Onder de verharding bestaat het profiel uit humusarm, matig fijn grijs zand. Beworteling wordt oppervlakkig extensief aangetroffen (afbeelding 16) en daarna pas op een diepte van 70 centimeter onder maaiveld. Op deze diepte is de beworteling intensief aanwezig. De beworteling zit hier net boven de gemiddeld hoogste grondwaterstand. De resultaten van deze profielkuil zijn in tabel 7 schematisch weergegeven. Tabel 7: resultaten profielkuil 6.

DIEPTE (CM – M.V.)

OMSCHRIJVING

0-4

Trottoirtegels

BEVINDINGEN

• 4 - 70

Humusarm, matig fijn, grijs zand

•

Oppervlakkig extensief wortels aangetroffen Op 70 cm-mv grote hoeveelheid aan wortels aangetroffen

Afbeelding 15: Locatie profielkuil 6 ter hoogte van boom 2417

Afbeelding 16: Profielkuil 6 met boven in een extensieve beworteling

VAN HELVOIRT GROENPROJECTEN

– 15 –

GASTHUISWIJK FASE 1 LEIDEN

Profielkuil 7 De zevende profielkuil is in het gazon aan het Rietveldpad op circa 80 centimeter vanuit het huidige riool gegraven (afbeelding 17). De reden dat op deze locatie een profielkuil is gegraven, is om vast te stellen of, en hoeveel wortels ter hoogte van de geplande werkzaamheden aanwezig zijn. De profielkuil heeft een diepte van 80 centimeter. Tot 25 centimeter onder maaiveld wordt humeus, matig fijn zand aangetroffen. De beworteling is hier extensief aanwezig (afbeelding 18). Deze laag wordt opgevolgd door humusarm, matig fijn grijs zand. In deze laag wordt tot 80 centimeter onder maaiveld geen beworteling aangetroffen. In tabel 8 worden de resultaten van de profielkuil uiteengezet. Tabel 8: resultaten profielkuil 7.

DIEPTE (CM – M.V.)

OMSCHRIJVING

BEVINDINGEN

0 - 25

Humeus, matig fijn zand (teelaarde)

Matig extensieve beworteling

25 - 80

Humusarm, matig fijn grijs zand

Afbeelding 17: Locatie profielkuil 7 nabij boom 1252

VAN HELVOIRT GROENPROJECTEN

• •

Puinhoudend Geen beworteling

Afbeelding 18: Detail profielkuil 7

– 16 –

GASTHUISWIJK FASE 1 LEIDEN

Profielkuil 8 Profielkuil acht is in de Van ‘s-Gravensandestraat op 0,8 meter vanuit het nieuw aan te leggen riool, ter hoogte van boom 1280, gegraven (afbeelding 19). De reden dat op deze locatie een profielkuil is gegraven, is om vast te stellen of, en hoeveel wortels ter hoogte van de geplande werkzaamheden aanwezig zijn. De profielkuil heeft een diepte van 80 centimeter. Direct onder de klinkerverharding in de rijbaan ligt tot 80 centimeter onder maaiveld humusarm, zeer fijn lichtbruin zand. In deze laag is geen beworteling aangetroffen. Tabel 9 geeft de resultaten van de profielkuil weer. Tabel 9: resultaten profielkuil 8.

DIEPTE (CM – M.V.)

OMSCHRIJVING

0-8

Klinkerverharding

8 - 80

Humusarm, zeer fijn, lichtbruin zand

Afbeelding 19: Locatie profielkuil 18 nabij boom 128

VAN HELVOIRT GROENPROJECTEN

BEVINDINGEN

• •

Geen beworteling aangetroffen Handmatig is verdichting vastgesteld

Afbeelding 20: Detail profielkuil 8

– 17 –

GASTHUISWIJK FASE 1 LEIDEN

Profielkuil 9 De negende profielkuil is in het gazon tussen De Bazelstraat en de Van ’s-Gravensandestraat op circa 5 meter vanuit boom 1699 gegraven (afbeelding 21). Ter hoogte van deze profielkuil wordt een watergang gerealiseerd. De profielkuil heeft een diepte van circa 45 centimeter. Tot 45 centimeter onder maaiveld bestaat de profielkuil uit humeus, matig fijn zand (teelaarde). In deze laag bevindt zich matig intensieve beworteling (afbeelding 22). De beworteling bestaat hoofdzakelijk uit fijne wortels. Na 45 centimeter onder maaiveld gaat het bodemprofiel over in matig humeus, kleiige bruine grond. In tabel 10 worden de resultaten van de profielkuil uiteengezet. Tabel 10: resultaten profielkuil 9.

DIEPTE (CM – M.V.)

OMSCHRIJVING

BEVINDINGEN

Humeus, matig fijn zand (teelaarde) Matig humeus, kleiige grond (bruin)

0 - 45 45 >

Matig intensieve beworteling

Afbeelding 21: Locatie profielkuil 9 ter hoogte van boom 1699

Afbeelding 22: Detail profielkuil 9

VAN HELVOIRT GROENPROJECTEN

– 18 –

GASTHUISWIJK FASE 1 LEIDEN

Grondboring Om een beeld te kunnen krijgen van de bodemopbouw en de vochthuishouding is er tussen boom 2603 en 2604 een grondboring gezet (afbeelding 23). De eerste 15 centimeter onder maaiveld bestaat uit humeus, matig fijn zand. Deze laag wordt opgevolgd door een 10 centimeter dikke laag humeus, matig fijn bruin zand. Vanaf 25 centimeter onder maaiveld wordt humusarm silt aangetroffen, waar vanaf 55 centimeter onder maaiveld roestdeeltjes in zijn aangetroffen. Vanaf 70 centimeter onder maaiveld wordt humusarm, matig fijn grijs zand aangetroffen. Grondwater wordt op 85 centimeter onder maaiveld aangetroffen. Het totale profiel is in onderstaande afbeeldingen en tabel 11 weergegeven. Tabel 11: resultaten grondboring

DIEPTE (CM – M.V.)

OMSCHRIJVING

BEVINDINGEN

0 - 15

Humeus, matig fijn donkergrijs zand

Teelaarde

15 - 25

Humeus, matig fijn bruin zand

Bruine teelaarde

25 - 70

Humusarm, silt, grijs

Vanaf 55 cm-mv roestdeeltjes aanwezig

70 - 85

Humusarm, matig fijn, grijs zand

• • •

Reductiezonde Roestdeeltjes aanwezig Grondwater op 85 cm-mv

Afbeelding 23: locatie grondboring

Afbeelding 24: detail grondboring VAN HELVOIRT GROENPROJECTEN

– 19 –

GASTHUISWIJK FASE 1 LEIDEN

2.5

VOCHTHUISHOUDING

Inzicht in de vochthuishouding is van belang om in te kunnen schatten op welke manier de bomen in hun vochtbehoefte worden voorzien. Tijdens het veldwerk op woensdag 11 november is er grondwater aangetroffen op 85 centimeter onder maaiveld. Vochtnalevering vanuit het grondwater is het gehele jaar mogelijk; de bomen staan daarom op een grondwaterprofiel6.

6 Voor bomen wordt de grondwatersituatie als volgt ingedeeld:

•

Grondwaterprofiel: profiel waarbij gedurende het hele jaar voldoende capillaire vochtnalevering vanuit het grondwater naar de boomwortels mogelijk is.

•

Hangwaterprofiel: profiel waarbij geen capillaire nalevering vanuit het grondwater aan de boomwortels mogelijk is. De boom is voor de vochtvoorziening volledig afhankelijk van het beschikbare vocht in de hangwaterzone, die aangevuld wordt door neerslag.

•

Contactprofiel of tijdelijk grondwaterprofiel: profiel waarbij gedurende een gedeelte van het jaar voldoende capillaire vochtnalevering vanuit het grondwater naar de boomwortels mogelijk is. In (een deel van) het voorjaar staan de boomwortels in contact met de capillaire zone, maar gedurende het seizoen zakt de grondwaterstand tot buiten het bereik van de boomwortels. De boom is voor de vochtvoorziening daarom deels afhankelijk van het beschikbare vocht in de hangwaterzone. VAN HELVOIRT GROENPROJECTEN

– 20 –

GASTHUISWIJK FASE 1 LEIDEN

3. EFFECTENANALYSE In dit hoofdstuk worden de effecten die de realisatie van de plannen hebben op de kwaliteit van de bomen beschreven en beoordeeld.

3.1

VERWACHTE WERKZAAMHEDEN

In het projectgebied wordt de riolering vervangen door een gescheiden rioolstelsel. Deze werkzaamheden bieden de mogelijkheid het maaiveld daarna anders in te richten (afbeelding 25). Bijlage 3 bevat het ontwerp voor het aanleggen van het gescheiden rioleringsstelsel en de nieuwe inrichting van het maaiveld. De voorgenomen werkzaamheden bevinden zich in de groeiplaats/-ruimte van de onderzoeksbomen. Graafwerkzaamheden binnen de kroonprojectie is hierbij onvermijdelijk. Globaal worden de volgende werkzaamheden onderscheiden: 1.

Opbreken verhardingen

2.

Verwijderen en aanleggen rioleringsstelsel

3.

Aanleggen nieuwe maaiveldinrichting

Afbeelding 25: Nieuw ontwerp ter hoogte van de kruising De Bazelstraat/Berlagestraat

VAN HELVOIRT GROENPROJECTEN

– 21 –

GASTHUISWIJK FASE 1 LEIDEN

3.2

TE VERWACHTEN KNELPUNTEN

Effect op wortelgestel Per verwachte werkzaamheden worden hieronder de verwachte knelpunten weergegeven. 1. Opbreken verhardingen Voor de onderzoeksbomen die in de verharding staan geldt dat zij allen oppervlakkig wortelen. Het opbreken van de verhardingen draagt hierbij aan een percentage wortelverlies7 tot 10% van de gehele kluit. 2. Verwijderen en aanleggen rioleringsstelsel Bij het verwijderen en aanleggen van het rioleringsstelsel wordt hoofdzakelijk een sleufbekisting toegepast. De sleufbekisting zal op circa 0,8 meter vanuit het hart van het riool geplaats worden. In de straten Van Banchemhof, Stalpaerthof, Vingboonshof, Van der Helmlaan (oostzijde) en het Kerkplein (aansluitend op de Bazelstraat) zal middels een vrije ontgraving gewerkt worden. Genoemde werkzaamheden zullen voor een aantal bomen een nadelig effect op het wortelgestel hebben. Van der Helmlaan Voor de bomen 419, 622, 971, 1236, 1679, 1961 en 2036 in de Van der Helmlaan geldt dat zij niet of nauwelijks wortelen in de rijbaan. Dit vanwege de hoge mate van verdichting in de rijbaan en de ruime groeimogelijkheden in het achterliggende plantsoen. Het percentage wortelverlies zal hier hooguit 5% bedragen als in de gehele laan wordt uitgegaan van het gebruik van een sleufbekisting. Bij de bomen 622, 1679 en 1961 zal bij een vrij ontgraving rekeningen moeten worden gehouden met 10% wortelverlies.

De Bazelstraat Rioleringswerkzaamheden hebben geen invloed op de onderzoeksbomen in de Bazelstraat. Het te verwijderen riool en het nieuw aan te leggen riool ligt op een dusdanig grote afstand van de wortelkluit van de onderzoeksbomen, dat deze geen wortelverlies zullen ondervinden. Berlagestraat In de Berlagestraat staan de bomen 328, 1087, 1147, 1182, 1399, 1653, 1892, 1999, 2142, 2289, 2296, 2359, en 2966 waarbij binnen de kroonprojectie gegraven dient te worden om het huidige riool te verwijderen en het nieuwe riool aan te leggen. Vanwege de hoge verdichting in de bodem ter plaatse van de te verwijderen riolering, wordt er geen noemenswaardige beworteling ter plaatse verwacht (profielkuil 5, paragraaf 2.4). Het verwachtte percentage wortelverlies ligt hier rond de 5%. Jacob van Campenlaan De bomen 425, 696, 707, 1456, 1765, 2053 en 2417 in de Jacob van Campenlaan wortelen oppervlakkig extensief, maar op een diepte van 70 centimeter onder verharding is de beworteling intensief. Zo ook ter hoogte van het te verwijderen riool. Het verwijderen van het riool zal, ondanks dat er gebruikt gemaakt wordt van een sluifbekisting, 30% wortelverlies veroorzaken bij genoemde bomen. Het aanleggen van het nieuwe riool, welke ruim een meter verder de rijbaan in komt te liggen zal, zonder rekening te houden met het wortelverlies van het verwijderen riool, rond de 15% liggen.

7 Percentage wortelverlies

• • • •

< 10 % wortelverlies: Geen of nauwelijks gevolgen 10-25 % wortelverlies: Conditievermindering 25-40 % wortelverlies: Structurele conditievermindering en verlaagde toekomstverwachting > 40 % wortelverlies: Stabiliteitsrisico’s, bomen zijn met huidige habitus niet duurzaam te behouden VAN HELVOIRT GROENPROJECTEN

– 22 –

GASTHUISWIJK FASE 1 LEIDEN

Dudokpad Langs het Dudokpad staan de bomen 333, 431, 1146, 1450, 1839, 1987, 2137 en 2303. De huidige riolering ligt onder deze bomen, met uitzondering van boom 431. Het verwijderen van dit riool kan niet zonder de bomen zelf te verwijderen. Mocht dit riool blijven liggen, dan zal bij de aanleg van het nieuwe riool rekening met 20 à 25% wortelverlies gehouden moeten worden. Rietveldpad Het Rietveldpad ligt in een parkachtige omgeving. Boom 1252 staat in een groenvak welke in de nabijheid van de te vervangen riolering ligt. Groeiplaatsonderzoek wijst uit dat er extensief wortels aanwezig zijn ter hoogte van de graafwerkzaamheden. Met behulp van de voorgestelde sleufbekisting dient er rekening te worden gehouden met 10% wortelverlies. De bomen 2895, 2896 en 2897 staan bovenop de nieuw aan te leggen riolering. Om de riolering hier te realiseren dienen de gehele bomen eerst verwijderd te worden. Van ’s-Gravensandestraat In de Van ’s-Gravensandestraat staan 37 bomen waarmee rekening dient te worden gehouden. Het gaat hier om de bomen 370, 429, 657, 697, 812, 958, 991, 992, 1023, 1045, 1083, 1202, 1274, 1280, 1371, 1446, 1502, 1503, 1522, 1549, 1601, 1612, 1744, 1801, 1825, 2033, 2067, 2123, 2160, 2369, 2385, 2620, 2972, 2973, 2974, 2979 en 2980.

Groeiplaatsonderzoek heeft aangetoond dat er onder de rijbaan sprake is van verdichting, en dat dit één van de redenen is dat er weinig tot geen beworteling aanwezig is. Het verwijderen van de huidige riolering in het midden van de rijbaan zal, met behulp van sleufbekisting, geen tot nauwelijks invloed hebben op het wortelgestel van de bomen in deze straat. Het aanleggen van een nieuw gescheiden rioleringsstelsel zal voor de bomen aan de oostzijde van de straat circa 5% wortelverlies opleveren en voor de bomen aan de westzijde van de straat wordt geen wortelverlies verwacht. 3. Aanleggen nieuwe maaiveldinrichting Het aanleggen van een nieuw maaiveld bestaat hoofdzakelijk uit het aanbrengen van nieuwe verhardingsmaterialen en het creëren van nieuwe parkeervoorzieningen. Daarnaast wordt er in het projectgebied openwater gecreëerd. Deze aanpassingen hebben nadelige effecten op het wortelgestel van enkele bomen. Van der Helmlaan De bomen in de Van der Helmlaan staan nagenoeg allemaal tegen de huidige trottoirband aan. Het aanbrengen van nieuwe trottoirbanden, inclusief steunrug, draagt bij aan wortelverlies. Er dient rekening te worden gehouden met 25% wortelverlies voor de bomen 419, 622, 971, 1236, 1679, 1961 en 2036. De Bazelstraat In De Bazelstraat zal naast het vervangen van verhardingen worden ook waterpartijen gerealiseerd.

Bomen die behouden dienen te blijven zijn de bomen 917, 960, 1163, 1453, 1699, 1988, 2168, 2299 en 2315. Voor de bomen 960, 2168, 2299 en 2315 geldt dat er op een nieuwe plek nabij deze bomen een bandenlijn wordt aangelegd. Groeiplaatsonderzoek wijst uit dat de bomen hier intensief wortelen tot 25 centimeter onder maaiveld. Het aanleggen van de gewenste bandenlijn zal hier bijdragen aan 15% wortelverlies. Boom 1988 betreft een grote populier in het gazon. Langs deze boom wordt een waterpartij aangelegd welke op 30 centimeter vanuit de stamvoet wordt ingestoken. Hier dient rekening te worden gehouden met 35 à 40% wortelverlies. Ook bij de bomen 1163 en 1699 wordt een waterpartij gerealiseerd. Deze bomen staan op ruime afstand van deze waterpartij. Groeiplaatsonderzoek ter hoogte van de insteek van de waterpartij wijst uit dat de werkzaamheden circa 5 à 10% wortelverlies veroorzaken Voor de bomen 917 en 1453 geldt dat het maaiveld wel opnieuw wordt ingericht, maar dat het voornamelijk alleen vervanging van materialen op dezelfde locatie betreft. Wortelverlies wordt dan ook niet verder ingeschat als bij het verwijderen van de verhardingsmaterialen.

VAN HELVOIRT GROENPROJECTEN

– 23 –

GASTHUISWIJK FASE 1 LEIDEN

Berlagestraat In de Berlagestraat komt de huidige trottoirband verder van de bomen 328, 1087, 1147, 1182, 1399, 1653, 1892, 1999, 2142, 2289, 2296, 2359, en 2966 af te liggen. Wortelverlies bij het aanbrengen van de nieuwe verhardingsmaterialen wordt hier dan ook niet verwacht. Jacob van Campenlaan In de Jacob van Campenlaan verandert er wat betreft maaiveld niet veel. Nieuwe verhardingsmaterialen komen op nagenoeg dezelfde locatie terug als in de huidige situatie. Wortelverlies bij de bomen 425, 696, 707, 1456, 1765, 2053 en 2417 wordt hier dan ook niet verwacht. Dudokpad De 3 bomen in de verharding aan het Dudokpad, boom 333, 1450 en 1839 zullen naast het wortelverlies van de rioolvervanging bij de inrichting van het maaiveld nog eens 10% extra wortelverlies lijden. De overige bomen langs het Dudokpad, zullen van de nieuwe maaiveldinrichting geen extra wortelverlies ondervinden. Rietveldpad In de buurt van boom 1252 komt een waterpartij te liggen. Groeiplaatsonderzoek wijst uit dat de boom niet of nauwelijks wortelt in het gazon. De groeiplaats van de boom bevindt zich voornamelijk in het ruime groenvak waarin hij staat. De waterpartij lijkt in het ontwerp buiten dit groenvak te blijven, waardoor wortelverlies hier tussen de 0 en de 5% in zal zitten.

Van ’s-Gravensandestraat In de Van ’s-Gravensandestraat worden 2 opties voor een nieuwe maaiveldinrichting voorgesteld (bijlage 3). Het bijschrift dat hierbij hoort luidt: •

•

De eerste variant is het voorstel met 1 richtingsverkeer met 2-zijde parkeren. Deze is in kleur ingetekend. Alleen ter plekke van de parkeervakken ingetekend met een P zal dichte verharding worden aangebracht inclusief een band. De overige vakken worden uitgevoerd in grasbetontegels zonder achterliggende band. De tweede variant zijn de ingetekende blauwe stippellijnen. Dit is een smalle 2 richtingsvariant inclusief smalle parkeervakken. Hier zal de bandenlijn +/- 0.2m verder van de bomen afgeschoven worden.

In de huidige situatie staan de bomen over het algemeen nagenoeg tegen de huidige bandenlijn naar de rijbaan toe. Onder de rijbaan is het profiel dusdanig verdicht waardoor er geen tot nauwelijks beworteling aanwezig is. In de ontwerptekeningen zijn geen maatvoeringen opgenomen vanaf de bomen tot de nieuwe bandenlijn. Variant 1: Mocht de nieuwe bandenlijn op dezelfde locatie worden geplaatst als de huidige, dan dient bij de bomen aan de oostzijde van de straat (boom 429, 812, 958, 1023, 1045, 1274, 1371, 1502, 1503, 1522, 1549, 1601, 1825, 2033, 2067, 2123 en 2385) rekening te worden gehouden met wortelverlies tot 25%. Bij de bomen aan de westzijde zal geen band worden aangelegd, waardoor hier geen extra wortelverlies wordt verwacht. Mocht de bandenlijn niet op de huidige locatie komen, maar dichter bij de boom, dan wordt er uiteraard meer dan 25% wortelverlies verwacht. Variant 2: De bandenlijn schuift ten opzichte van de bomen 20 centimeter van de bomen af. Hierdoor ontstaat er 20 centimeter extra ruimte. In dit geval zal de situatie bij de bomen aan de oost- en westzijde (boom 370, 429, 657, 697, 812, 958, 991, 992, 1023, 1045, 1083, 1202, 1274, 1280, 1371, 1446, 1502, 1503, 1522, 1549, 1601, 1612, 1744, 1801, 1825, 2033, 2067, 2106, 2123, 2369 en 2385) hetzelfde zijn.

Op het moment dat de nieuwe bandenlijn op de huidige locatie komt, dan wordt er circa 25% wortelverlies verwacht. Komt de bandenlijn 20 centimeter meer van de bomen af, dan dient er rekening met minimaal 20% wortelverlies gehouden te worden.

VAN HELVOIRT GROENPROJECTEN

– 24 –

GASTHUISWIJK FASE 1 LEIDEN

Effect op stam en kroon Tijdens de diverse werkzaamheden is de kans op schade aan de stam- en kroondelen verhoogd, omdat veel werkzaamheden binnen de kroonprojectie plaatsvinden. Daarom zijn beschermende maatregelen nodig en zullen de werkzaamheden in aangepaste vorm plaats moeten vinden. Effect op groeiplaats Tijdens de diverse werkzaamheden is de kans op structuurbederf en te hoge mate van bodemverdichting van de groeiplaats verhoogd. Hierdoor worden de boomwortels ernstig beperkt in groei en opname van water en voedingsstoffen. Dit heeft structurele conditievermindering als gevolg. De werkzaamheden zullen in aangepast vorm moeten plaatsvinden. Effect op vochtvoorziening De geplande werkzaamheden vragen bij het vervangen van het riool om bronbemaling. Effecten op de vochtvoorziening wordt verwacht als de bronbemaling gedurende het groeiseizoen actief is.

VAN HELVOIRT GROENPROJECTEN

– 25 –

GASTHUISWIJK FASE 1 LEIDEN

4. VERPLANTBAARHEID In het ontwerp zijn diverse bomen aangewezen welke onderzocht dienen te worden op verplantbaarheid. Daarnaast is de vraag ontstaan om bomen die naar aanleiding van de voorgenomen werkzaamheden niet duurzaam in stand kunnen worden gehouden ook te onderzoeken op verplantbaarheid. Hierbij is gesteld dat er voor de bomen geen tijd is om deze voor een verplanting voor te bereiden. Of een boom duurzaam te verplanten is hangt af van de volgende factoren: • • • • •

Boomsoort; Conditie, kwaliteit en toekomstverwachting; Bodem en beworteling; Omgevingsfactoren; Nieuwe locatie.

Onderstaande alinea’s beschrijven wat de mogelijkheden per factor zijn voor een verplanting. In de laatste paragraaf zullen alle factoren met elkaar worden afgewogen. Deze afweging laat zien welke bomen duurzaam te verplanten zijn (tabel 12, pagina 27). Boomsoort Niet elke boomsoort leent zich even goed voor een verplanting. Soorten met een groot regeneratievermogen zijn doorgaans goed in staat om na de verplanting weer een gezonde groei en ontwikkeling tot stand te brengen. Ook de aard van het wortelgestel bepaalt of een boomsoort goed of minder goed verplantbaar is. Het verplanten van bomen met vlezige wortels zijn moeilijker te verplanten dan bomen met een fijn vertakt wortelgestel. Conditie, kwaliteit en levensverwachting De conditie is een belangrijk gegeven bij het beoordelen van de potentiële verplantbaarheid. Een boom met een slechte conditie heeft een groot deel van zijn reserves verbruikt. Het herstellingsvermogen is daardoor sterk verminderd. Bij de beoordeling op kwaliteit wordt gekeken naar gebreken of symptomen van structurele verzwakking. Bij deze beoordeling wordt onderscheid gemaakt tussen gebreken en symptomen die wel en niet bepalend zijn voor de resterende levensduur. Groeiplaats en beworteling De bomen in de huidige groeiplaats dienen een goede beworteling en een goede groeiplaats te hebben.

Afhankelijk van boomsoort, bodemgesteldheid en grondwaterstand kan een zeer uitgestrekte, oppervlakkige beworteling aangetroffen worden of juist een diepere, intensief doorwortelde kluit. In het eerste geval leent de wortelkluit zich niet voor verplanting, terwijl er in het tweede geval wel mogelijkheden zijn. De wortelkluit moet tenminste 50 centimeter diep zijn.

VAN HELVOIRT GROENPROJECTEN

– 26 –

GASTHUISWIJK FASE 1 LEIDEN

Omgevingsfactoren Bij het bepalen van de potentiële verplantbaarheid wordt niet alleen gekeken naar de boom zelf, maar ook zijn directe omgeving. Bijvoorbeeld de ligging van ondergrondse kabels en leidingen kunnen het verplanten van een boom al onmogelijk maken. Tevens wordt ook de mogelijkheid voor transport beoordeeld. Alle obstakels op de route van de huidige naar de nieuwe standplaats zullen beoordeeld moeten worden. Denk hierbij aan viaducten, waterwegen, smalle straten, verkeersregelinstallaties et cetera. Op dit moment is er nog geen nieuwe plantlocatie bekend. Obstakels op de transportroute kunnen nu dus nog niet worden ingeschat. Nieuwe locatie Een eventueel nieuwe locatie is nog niet bepaald. Er kunnen hier dus nog geen uitspraken over worden gemaakt. Verplantbaarheid Vanuit de bovenstaande alinea’s zijn alle factoren inzichtelijk gemaakt. Hieruit kan worden opgemaakt dat er voor 4 van de 11 een positief verplantadvies geldt. Het betreft de bomen 780, 1173, 1572 en 2953. Dit betreffen zomereiken van een jonge tot halfwas leeftijd welke allen in het gazon zijn aangeplant. De beworteling ter hoogte van de verplantkluit is goed doorworteld met vaste grond. Van de overige 7 bomen geldt een negatief verplantadvies. In onderstaande tabel is door middel van kleuren aangegeven of een bepaalde factor goed (groen), redelijk (oranje) of slecht (rood) is.

Tabel 25: Resultaten verplantbaarheidsonderzoek Boomnr 780 1173 1572 1665 1666 2151 2169 2423 2953 2974 2980

Boomsoort Quercus robur Quercus robur Quercus robur Sorbus aria Sorbus aria Fraxinus angustifolia Raywood Acer campestre Prunus padus Quercus robur Prunus avium Prunus serrulata

LevensZonder Omgevings- Nieuwe VerplantConditie Kwaliteit verwachting Bodem Beworteling voorbereiding factoren locatie advies Positief Positief Positief Negatief Negatief

VAN HELVOIRT GROENPROJECTEN

Negatief Negatief Negatief Positief Negatief Negatief

– 27 –

GASTHUISWIJK FASE 1 LEIDEN

5. CONCULSIES EN AANBEVELINGEN 5.1

CONCLUSIES

Op basis van het onderzoek zijn de volgende conclusies getrokken: Wat is de huidige kwaliteit van de 94 opgegeven bomen? Van de 94 onderzoeksbomen, verkeren 59 bomen in een goede conditie en 28 in een redelijke conditie. De bomen 1450, 1679, 1839, 2168 en 2423 verkeren in een matige conditie. De levensverwachting is voor 57 van de 94 bomen goed. Dit houdt in dat zij in de huidige omstandigheden nog minimaal 15 jaar behouden kunnen blijven. Voor 20 bomen is de levensverwachting als redelijk beoordeeld en voor 12 bomen als matig. De bomen 2895, 2896 en 2897 hebben een slechte levensverwachting. 21 bomen zijn aangewezen als risicoboom. Bij uitbreken van de afgestorven takken is er sprake van een verhoogd risico op schade of letsel. Welke effecten hebben de plannen of werkzaamheden op de opgegeven 94 bomen? 1.

Opbreken verharding Het opbreken van de verhardingen zal tot circa 10% wortelverlies van de bomen in de verharding opleveren. Dit percentage wortelverlies is acceptabel. Er dient rekening te worden gehouden met bijkomend wortelverlies van overige werkzaamheden. Door tijdens de uitvoering hier rekening mee te houden, door bijvoorbeeld onder de kroonprojectie de verharding zoveel als mogelijk handmatig te verwijderen, wordt het percentage wortelverlies aanzienlijk gereduceerd.

2.

Verwijderen en aanleggen rioleringsstelsel

Van der Helmlaan De bomen 419, 971, 1236 en 2036 in de Van der Helmlaan, alle bomen in De Bazelstraat, Berlagestraat en de Van ’s-Gravensandestraat zullen bij vervanging van het rioleringsstelsel tot 5% wortelverlies zullen ondervinden. Dit percentage wortelverlies is acceptabel. Bij de bomen 622, 1679 en 1961 in de Van der Helmstraat wordt met een vrije ontgraving het riool vervangen. Deze methode draagt hier bij aan 10% wortelverlies. Hier dient rekening te worden gehouden dat overige activiteiten ook tot wortelverlies zullen leiden. Dit percentage wortelverlies is acceptabel.

Jacob van Campenlaan De bomen 425, 696, 707, 1456, 1765, 2053 en 2417 in de Jacob van Campenlaan wortelen oppervlakkig extensief, maar op een diepte van 70 centimeter onder verharding wortelen zijn intensief. Het verwijderen van het riool zal, ondanks dat er gebruikt gemaakt wordt van een sluifbekisting, 30% wortelverlies veroorzaken bij genoemde bomen. Dit percentage wortelverlies is onacceptabel.

VAN HELVOIRT GROENPROJECTEN

– 28 –

GASTHUISWIJK FASE 1 LEIDEN

Dukopad Het vervangen van het rioleringsstelsel aan het Dudokpad heeft een zeer negatief effect op de bomen. Alternatieve oplossingen om de bomen duurzaam te handhaven zijn er niet. Geadviseerd wordt de bomen te verwijderen en na het aanleggen van de nieuwe riolering te compenseren met nieuwe bomen in een goede groeiplaats.

Rietveld Boom 1252 aan het Rietveldpad zal bij het vervangen van het riool tot 10% wortelverlies ondervinden. Dit percentage wortelverlies is acceptabel. De bomen 2895, 2896 en 2897 eveneens aan het Rietveldpad staan bovenop de nieuw aan te leggen riolering. Door het aanleggen van het riool op deze locatie moeten deze jonge bomen geheel verwijderen. 3.

Aanleggen nieuwe maaiveldinrichting

Van der Helmlaan De bomen in de Van der Helmlaan staan nagenoeg allemaal tegen de huidige trottoirband aan. Het aanbrengen van nieuwe trottoirbanden, inclusief steunrug, draagt bij aan wortelverlies. Er dient rekening te worden gehouden met 25% wortelverlies voor de bomen 419, 622, 971, 1236, 1679, 1961 en 2036. Dit percentage wortelverlies is onacceptabel.

Bazelstraat Voor de bomen 960, 2168, 2299 en 2315 aan de Bazelstraat geldt dat er op een nieuwe plek nabij deze bomen een bandenlijn wordt aangelegd. Het aanleggen van deze bandenlijn zal hier bijdragen aan 15% wortelverlies. Dit percentage wortelverlies is onacceptabel. Boom 1988, tevens in de Bazelstraat, betreft een grote populier in het gazon. Langs deze boom wordt een waterpartij aangelegd welke op 30 centimeter vanuit de stamvoet wordt ingestoken. Hier dient rekening te worden gehouden met 35 à 40% wortelverlies. Dit percentage wortelverlies is onacceptabel. Bij de bomen 1163 en 1699, eveneens aan de Bazelstraat, wordt een waterpartij gerealiseerd. Groeiplaatsonderzoek ter hoogte van de insteek van de waterpartij wijs t uit dat de werkzaamheden circa 5 à 10% wortelverlies veroorzaken. Dit percentage wortelverlies is acceptabel.

Jacob van Campenlaan Wortelverlies bij de bomen 328, 1087, 1147, 1182, 1399, 1653, 1892, 1999, 2142, 2289, 2296, 2359, en 2966 aan de Berlagestraat en de bomen 425, 696, 707, 1456, 1765, 2053 en 2417 aan de Jacob van Campenlaan wordt niet verwacht.

Dukopad De 3 bomen in de verharding aan het Dudokpad, boom 333, 1450 en 1839, zullen naast het wortelverlies van de rioolvervanging bij de inrichting van het maaiveld nog eens 10% extra wortelverlies lijden. De overige bomen langs het Dudokpad, zullen van de nieuwe maaiveldinrichting geen extra wortelverlies ondervinden. Bij boom 1252, naast het groenvak komt een waterpartij te liggen. Groeiplaatsonderzoek wijst uit dat de boom niet of nauwelijks wortelt naast het groenvak, waardoor wortelverlies hier tussen de 0 en de 5% in zal zitten. Dit percentage wortelverlies is acceptabel.

VAN HELVOIRT GROENPROJECTEN

– 29 –

GASTHUISWIJK FASE 1 LEIDEN

‘s-Gravensandestraat Variant 1 Van ‘s-Gravensandestraat: Mocht de nieuwe bandenlijn op dezelfde locatie worden geplaatst als de huidige, dan dient bij de bomen aan de oostzijde van de straat (boom 429, 812, 958, 1023, 1045, 1274, 1371, 1502, 1503, 1522, 1549, 1601, 1825, 2033, 2067, 2123 en 2385) rekening te worden gehouden met wortelverlies tot 25%. Dit percentage wortelverlies is onacceptabel. Bij de bomen aan de westzijde zal geen band worden aangelegd, waardoor hier geen extra wortelverlies wordt verwacht. Variant 2 Van ‘s-Gravensandestraat: De bandenlijn schuift ten opzichte van de bomen 20 centimeter van de bomen af. Hierdoor ontstaat er 20 centimeter extra ruimte. In dit geval zal de situatie bij de bomen aan de oost- en westzijde (boom 370, 429, 657, 697, 812, 958, 991, 992, 1023, 1045, 1083, 1202, 1274, 1280, 1371, 1446, 1502, 1503, 1522, 1549, 1601, 1612, 1744, 1801, 1825, 2033, 2067, 2106, 2123, 2369 en 2385) hetzelfde zijn. Op het moment dat de nieuwe bandenlijn op de huidige locatie komt, dan wordt er circa 25% wortelverlies verwacht. Komt de bandenlijn 20 centimeter meer van de bomen af, dan dient er rekening met minimaal 20% wortelverlies gehouden te worden. In beide gevallen is het percentage wortelverlies onacceptabel.

Zijn de 11 aangegeven bomen duurzaam te verplanten? 4 van de 11 vooraf opgegeven bomen voor een verplantbaarheidsonderzoek zijn goed verplantbaar. Het betreft de bomen 780, 1173, 1572 en 2953.

Zijn de bomen die niet duurzaam te behouden zijn te verplanten? Van alle bomen die niet duurzaam te behouden zijn, zijn alleen de bomen 2895, 2896 en 2897 goed verplantbaar. De overige bomen zijn ongeschikt om te verplanten of dienen minimaal 1 groeiseizoen voorbereid te worden om duurzaam te behouden na verplanting. Algemene conclusies Voor de bomen welke niet zijn beschreven in de conclusies hebben de voorgenomen werkzaamheden geen invloed. 2 bomen (boom 1087 en 1892), zijn niet aangetroffen, deze zijn verwijderd. De meeste bomen, 57 stuks, staan in de verharding langs de diverse starten in het projectgebied. 13 bomen staan in het gazon en 22 bomen in de beplanting. Van de 94 bomen zijn er 58 beschermd. Deze bomen staan in een aangewezen boomstructuur, of het betreft een aangewezen waardevolle boom (boom 1252), of monumentale boom (boom 1399). Bij 10 bomen is er wortelopdruk in de verharding waargenomen. Bij het opstellen en in gebruik nemen van materiaal en materieel is de kans op schade aan de stam en kroondelen verhoogd. Deze werkzaamheden dienen in aangepaste vorm plaats te vinden. De kans op structuurbederf van de groeiplaats van alle onderzoeksbomen is verhoogd. Zwaar materieel en materiaal kunnen voor verdichting zorgen. De werkzaamheden dienen in aangepaste vorm plaats te vinden. De onderzoeksbomen staan op een grondwaterprofiel.

Eventuele bronbemaling in het groeiseizoen heeft nadelig effect op de bomen.

VAN HELVOIRT GROENPROJECTEN

– 30 –

GASTHUISWIJK FASE 1 LEIDEN

5.2

AANBEVELINGEN

In deze paragraaf worden aanbevelingen gegeven die als hoofddoel het behoud van de bomen stimuleert. In enkele gevallen lijkt dit helaas niet altijd te lukken. Per maatregel worden diverse aanbevelingen voorgeschreven, welke in bijlage 5 in een tabel nogmaals zijn aangegeven. Welke maatregelen of projectaanpassingen zijn nodig om de opgegeven bomen te kunnen behouden? 1.

Opbreken verharding Het opbreken van de verharding onder de kroonprojecties van de bomen dient zoveel als mogelijk handmatig te gebeuren. Op deze wijze wordt onnodig wortelverlies voorkomen.

2.

Verwijderen en aanleggen rioleringsstelsel De bomen 425, 696, 707, 1456, 1765, 2053 en 2417 in de Jacob van Campenlaan wortelen oppervlakkig extensief, maar op een diepte van 70 centimeter onder verharding wortelen zijn intensief. Het verwijderen van het riool zal, ondanks dat er gebruikt gemaakt wordt van een sluifbekisting, 30% wortelverlies veroorzaken bij genoemde bomen. Door het riool te laten liggen (en vol te schuimen) wordt bij de aanleg van het nieuwe riool tot slechts 10% wortelverlies verwacht. Dit percentage wortelverlies is acceptabel. De bomen 2895, 2896 en 2897 kunnen eenvoudig verplant worden, daar zij boven op het nieuwe riool staan in het ontwerp.

3.

Aanleggen nieuwe maaiveldinrichting Wortelverlies bij de werkzaamheden bij de bomen 419, 622, 971, 1236, 1679, 1961 en 2036 in de Van der Helmlaankunnen aanzienlijk worden gereduceerd door of de huidige bandenlijn aan de bomenzijde te laten liggen, of deze 30 centimeter van de bomen af te plaatsen, waardoor de rijbaan 30 centimeter smaller wordt. Bij de bomen 960, 2168, 2299 en 2315 aan de Bazelstraat komt een nieuwe bandenlijn te liggen welke bij het plaatsen voor 15% wortelverlies zorgt. Door de middenberm smaller uit te voeren ontstaat er ruimte om de bandenlijn verder van de bomen af te realiseren (minimaal 50 centimeter). Hiermee komt het percentage wortelverlies tot onder de acceptabele 10%. Boom 1988 in de Bazelstraat komt met zijn stamvoet nagenoeg tegen nieuw water aan te staan. Door de insteek van deze oever minimaal 6 meter uit de stamvoet van deze boom op te schuiven en glooiend aan te leggen, wordt wortelverlies flink gereduceerd. Het percentage wortelverlies zal op de manier circa 10% bedragen. Beide varianten aan de Van ’s-Gravensandestraat veroorzaken te veel wortelverlies. Een nieuwe bandenlijn van het formaat dat benodigd is in deze straat, inclusief steunrug vraagt veel ruimte. Door minimaal 50 centimeter uit de huidige band te gaan zitten, kan men, inclusief steunrug, acceptabel uitkomen wat betreft wortelverlies. (< 10%).

VAN HELVOIRT GROENPROJECTEN

– 31 –

GASTHUISWIJK FASE 1 LEIDEN

Algemene voorwaarden Wortels ø > 2,5 cm die tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen en verwijderd dienen te worden, worden haaks op de groeirichting afgezaagd. Indien tijdens de werkzaamheden wortels ø > 5 cm worden aangetroffen dient een bomenwacht8 ingeschakeld te worden. De adviseur beslist ter plaatse of de wortel al dan niet kan worden afgezet. Onverharde delen van de groeiplaats dienen afgezet te worden met fysieke afscherming. De bomen kunnen bijvoorbeeld worden afgeschermd worden door middel van bouwhekken te plaatsen langs het tracé. Hiermee wordt voorkomen dat materiaal en materieel wordt opgeslagen op de onverharde groeiplaats. Om de stam en stamvoet te beschermen van bomen, waar geen fysieke afscherming door middel van bouwhekken mogelijk is, wordt aanbevolen om voor aanvang van de werkzaamheden stamommanteling op de bomen aan te brengen. Deze bestaat uit een ring van verticaal geplaatste planken rondom de stam en stamvoet. Om de stam is over de takvrije lengte (bemantelde) drainbuis gewikkeld om eventuele klappen op te vangen. Voor de werkzaamheden binnen de kroonprojectie wordt aanbevolen om met klein materieel te werken (< 1000 kg). Hiermee wordt structuurbederf en verdichting van de bodem beperkt. 21 bomen zijn aangewezen als risicoboom. Bij uitbreken van de afgestorven takken is er sprake van een verhoogd risico op schade of letsel.

De afgestorven takken dienen binnen 3 maanden verwijderd te worden.

8 De bomenwacht houdt toezicht over en begeleid de werkzaamheden rondom de bomen, zodat schade zoveel mogelijk wordt voorkomen. De

bomenwacht is het aanspreekpunt op de werkplek en adviseert bij mutaties in de werkzaamheden die gevolgen kunnen hebben voor de bomen. Verder houdt de bomenwacht de ontwikkeling van de bomen in het oog en adviseert hij over eventuele aanvullende maatregelen. De bomenwacht is in het bezit van ETT-certificaat (European Tree Technician). VAN HELVOIRT GROENPROJECTEN

– 32 –

GASTHUISWIJK FASE 1 LEIDEN

6. BIJLAGEN

VAN HELVOIRT GROENPROJECTEN

– 33 –

GASTHUISWIJK FASE 1 LEIDEN

BIJLAGE 1 Boomgegevens Boomnaam (Wetenschappelijk)

Boomnaam (Nederlands)

Standplaats

Betula nigra Betula papyrifera Tilia europaea Euchlora Acer pseudoplatanus Acer platanoides Tilia europaea Euchlora Aesculus hippocastanum Baumannii Acer pseudoplatanus Tilia europaea Euchlora Acer platanoides Tilia europaea Euchlora Acer platanoides Quercus robur Tilia europaea Acer pseudoplatanus Tilia europaea Euchlora Betula pendula Acer pseudoplatanus Tilia europaea Euchlora Tilia europaea Euchlora Tilia europaea Euchlora Tilia europaea Euchlora Tilia europaea Euchlora

Zwarte berk Papierberk Krimlinde Gewone esdoorn Noorse esdoorn Krimlinde

Verharding Verharding Verharding Beplanting Verharding Verharding

96 51 136 125 55 105

9 - 12 m. 0 - 6 m. 15 - 18 m. 9 - 12 m. 0 - 6 m. 15 - 18 m.

8 - 10 m. 4 - 6 m. 6 - 8 m. 10 - 12 m. 4 - 6 m. 8 - 10 m.

4 m. 4 m. 4 m. 4 m. 4 m. 4 m.

Redelijk Goed Goed Goed Redelijk Goed

Dubbelbloemige paardenkastanje Gewone esdoorn Krimlinde Noorse esdoorn Krimlinde Noorse esdoorn Zomereik Gewone linde Gewone esdoorn Krimlinde Ruwe berk Gewone esdoorn Krimlinde Krimlinde Krimlinde Krimlinde Krimlinde

Verharding Beplanting Verharding Verharding Verharding Verharding Gazon Verharding Verharding Verharding Verharding Beplanting Verharding Verharding Verharding Verharding Verharding

150 142 125 62 93 94 60 103 92 126 66 140 120 120 130 102 117

12 - 15 m. 12 - 15 m. 15 - 18 m. 0 - 6 m. 15 - 18 m. 6 - 9 m. 0 - 6 m. 15 - 18 m. 9 - 12 m. 15 - 18 m. 6 - 9 m. 9 - 12 m. 15 - 18 m. 15 - 18 m. 15 - 18 m. 15 - 18 m. 15 - 18 m.

8 - 10 m. 12 - 14 m. 8 - 10 m. 4 - 6 m. 8 - 10 m. 6 - 8 m. 8 - 10 m. 8 - 10 m. 10 - 12 m. 8 - 10 m. 4 - 6 m. 10 - 12 m. 8 - 10 m. 8 - 10 m. 8 - 10 m. 8 - 10 m. 6 - 8 m.

4 m. 6 m. 4 m. 4 m. 4 m. 4 m.

Redelijk Goed Goed Goed Goed Goed Goed Goed Goed Goed Redelijk Redelijk Goed Goed Goed Goed Goed

Goed (> 15 jaar) Goed (> 15 jaar) Goed (> 15 jaar) Goed (> 15 jaar) Goed (> 15 jaar) Goed (> 15 jaar) Goed (> 15 jaar) Redelijk (10 - 15 jaar) Goed (> 15 jaar) Redelijk (10 - 15 jaar) Goed (> 15 jaar) Goed (> 15 jaar) Goed (> 15 jaar) Goed (> 15 jaar) Goed (> 15 jaar) Goed (> 15 jaar)

Attentieboom Geen gebreken Geen gebreken Geen gebreken Geen gebreken Geen gebreken Geen gebreken Risicoboom Risicoboom Geen gebreken Risicoboom Geen gebreken Geen gebreken Geen gebreken Geen gebreken Geen gebreken Geen gebreken

Betula papyrifera Betula nigra Quercus robur Quercus robur Betula nigra Tilia europaea Euchlora Acer pseudoplatanus

Papierberk Zwarte berk Zomereik Zomereik Zwarte berk Krimlinde Gewone esdoorn

Beplanting Verharding Gazon Gazon Verharding Verharding Gazon

52 57 149 62 96 150 94

6 - 9 m. 6 - 9 m. 15 - 18 m. 0 - 6 m. 9 - 12 m. 15 - 18 m. 9 - 12 m.

6 - 8 m. 4 - 6 m. 16 - 18 m. 6 - 8 m. 6 - 8 m. 8 - 10 m. 8 - 10 m.

4 m. 4 m. 4 m. 4 m. 4 m. 4 m.

Goed Goed Goed Goed Redelijk Goed Goed

Goed (> 15 jaar) Goed (> 15 jaar) Goed (> 15 jaar) Goed (> 15 jaar) Redelijk (10 - 15 jaar) Goed (> 15 jaar) Goed (> 15 jaar)

Geen gebreken Geen gebreken Geen gebreken Geen gebreken Risicoboom Geen gebreken Geen gebreken

1252 1274 1280 1371

Quercus robur Tilia europaea Euchlora Tilia europaea Euchlora Tilia europaea Euchlora

Zomereik Krimlinde Krimlinde Krimlinde

Beplanting Verharding Verharding Verharding

250 102 140 115

15 - 18 m. 15 - 18 m. 15 - 18 m. 15 - 18 m.

gd 20 m. 6 - 8 m. 8 - 10 m. 6 - 8 m.

4 m. 4 m. 4 m. 4 m.

Goed Goed Goed Goed

1399 1446 1450 1453 1456 1502 1503 1522 1549 1572 1601 1612

Fagus sylvatica Tilia europaea Euchlora Betula papyrifera Acer pseudoplatanus Acer platanoides Tilia europaea Euchlora Tilia europaea Euchlora Tilia europaea Euchlora Tilia europaea Euchlora Quercus robur Tilia europaea Euchlora Tilia europaea Euchlora

Gewone beuk Krimlinde Papierberk Gewone esdoorn Noorse esdoorn Krimlinde Krimlinde Krimlinde Krimlinde Zomereik Krimlinde Krimlinde

Beplanting Verharding Verharding Verharding Verharding Verharding Verharding Verharding Verharding Gazon Verharding Verharding

205 108 61 75 85 124 95 119 112 64 113 125

15 - 18 m. 15 - 18 m. 0 - 6 m. 6 - 9 m. 6 - 9 m. 15 - 18 m. 15 - 18 m. 15 - 18 m. 15 - 18 m. 0 - 6 m. 15 - 18 m. 15 - 18 m.

12 - 14 m. 8 - 10 m. 6 - 8 m. 6 - 8 m. 6 - 8 m. 6 - 8 m. 6 - 8 m. 8 - 10 m. 6 - 8 m. 6 - 8 m. 8 - 10 m. 8 - 10 m.

4 m. 4 m. 4 m. 4 m. 4 m. 4 m. 4 m. 4 m. 4 m.

Goed Goed Matig Redelijk Goed Goed Goed Goed Goed Goed Goed Goed

Boomnr. 328 333 370 419 425 429

431 622 657 696 697 707 780 812 917 958 960 971 991 992 1023 1045 1083 1087 1146 1147 1163 1173 1182 1202 1236

VAN HELVOIRT GROENPROJECTEN

Stamomtrek Takvrije Boomhoogte Kroondiam. in cm. stam

Conditie Toekomstverwachting Veiligheidsklasse Zorgplicht Redelijk (10 - 15 jaar) Redelijk (10 - 15 jaar) Goed (> 15 jaar) Goed (> 15 jaar) Matig (5 - 10 jaar) Goed (> 15 jaar)

Geen gebreken Geen gebreken Geen gebreken Geen gebreken Geen gebreken Geen gebreken

Urgentietermijn

Boomstatus

Boomveiligheid VTA

Geen Geen Veilig Boomstructuur Boomstructuur Veilig Geen Boomstructuur

Opmerkingen

Opdrukken verharding

Matig (5 - 10 jaar)

4 m. 4 m. 4 m. 4 m. 4 m. 4 m. 4 m. 4 m. 4 m. 4 m.

4 m. 4 m.

Redelijk (10 - 15 jaar) Goed (> 15 jaar) Goed (> 15 jaar) Goed (> 15 jaar) Goed (> 15 jaar) Goed (> 15 jaar) Matig (5 - 10 jaar) Redelijk (10 - 15 jaar) Goed (> 15 jaar) Goed (> 15 jaar) Goed (> 15 jaar) Goed (> 15 jaar) Goed (> 15 jaar) Goed (> 15 jaar) Goed (> 15 jaar) Goed (> 15 jaar) – 34 –

Onderhoudssnoei 1 x Onderhoudssnoei 1 x Onderhoudssnoei 1 x

Onderhoudssnoei 1 x

Geen gebreken Geen gebreken Geen gebreken Geen gebreken Risicoboom Geen gebreken Geen gebreken Geen gebreken Risicoboom Geen gebreken Geen gebreken Geen gebreken Geen gebreken Geen gebreken Geen gebreken Geen gebreken

GASTHUISWIJK FASE 1 LEIDEN

Onderhoudssnoei 1 x

Onderhoudssnoei 1 x

Geen Boomstructuur Boomstructuur Geen Boomstructuur Geen Boomstructuur 6 maanden Boomstructuur 6 maanden Boomstructuur Boomstructuur 6 maanden Boomstructuur Boomstructuur Boomstructuur Boomstructuur Boomstructuur Boomstructuur Boomstructuur

Kastanjebloedingsziekte Veilig Opdrukken verharding Veilig Veilig Opdrukken verharding Veilig Veilig Afgestorven takken Afgestorven takken Opdrukken verharding Afgestorven takken Veilig

Veilig Veilig Veilig Afgestorven takken Geen Veilig Geen Veilig Boomstructuur Veilig Boomstructuur Afgestorven takken 6 maanden Geen Afgestorven takken Boomstructuur Boomstructuur Veilig Waardevolle boom Veilig Boomstructuur Veilig Boomstructuur Veilig Boomstructuur Monumentale 6 maanden boom Afgestorven takken Boomstructuur Veilig Geen Veilig Boomstructuur Veilig 6 maanden Geen Afgestorven takken Boomstructuur Boomstructuur Boomstructuur Boomstructuur Boomstructuur Veilig Boomstructuur Boomstructuur Veilig

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10073197/3