210023 Bijlage 7a LMR Advies Bomenverordening
Tekst van het document
Leiden, 26 februari 2021 Aan
het College van Burgemeester en Wethouders t.a.v. wethouder voor Duurzaamheid, Bereikbaarheid en Beheer Openbare Ruimte Hr. A. North Stadskantoor, Bargelaan 190 2333 CW Leiden
Betreft:
Advies over de concept verordening fysieke leefomgeving onderdeel bomen
Geacht College, Bij brief gedateerd 22 januari 2021 (kenmerk Z/ 21/3214992) heeft u de Leidse Milieuraad (hierna aangeduid als ‘de milieuraad’) gevraagd om uiterlijk 4 maart 2021 advies uit te brengen over de concept verordening fysieke leefomgeving, onderdeel bomen. De milieuraad onderschrijft de noodzaak om het beheer van het Leidse bomenbestand in een bredere context van ecologische optimalisatie, biodiversiteitbescherming en klimaatadaptatie te beschouwen. Dit mede zoals aangegeven in het “Beleidskader met Afwegingen voor Aanwijzing en Bescherming Bomen Leiden” (hierna: het Beleidskader) en zoals voor implementatie vertaald in de “Verordening tot wijziging van de Verordening fysieke leefomgeving Leiden 2020, onderdeel bomen” (hierna: de Verordening). De milieuraad benadrukt dat bij de afwegingen voor alle ruimtelijke ontwikkelingen het ecosysteem van de stad in zijn geheel beschouwd moet worden. De milieuraad waardeert dan ook dat voor de publieke ruimte al rekening gehouden wordt met de Groene Hoofdstructuur en het belang van bestaande boomstructuren/houtopstanden elders in de stad maar is tevens verheugd dat de wijzingen nu ook bomen op terreinen van derden tot de verordening rekent om geheel terecht de integraliteit van de stadsecologie te benadrukken en te waarborgen.
Wel plaatst de milieuraad een aantal kanttekeningen met als hoofddoel de elementen ecologische optimalisatie, biodiversiteitbescherming en klimaatadaptatie (nog) beter en meer concreet uitdrukking te geven in het Beleidskader en de Verordening. Het advies berust voornamelijk op de analyse van het Beleidskader en niet de daarmee samenhangende specifieke artikelen in de Verordening.
Advies Terminologie Om met het eenvoudigste te beginnen: juist omdat de Verordening nu eenmaal om een eenduidige categorisering vraagt is de term “ecologische boom” verwarrend. Niet alleen is het in de literatuur geen gebruikelijke term waar een wetenschappelijke definitie aan kan worden geknoopt maar tevens suggereert het ten onrechte dat bomen die niet in deze categorie zouden vallen geen ecologische waarde zouden hebben. In deze is ook de term “ecologische soort” discutabel.
Advies Leidse Milieuraad over de concept verordening fysieke leefomgeving onderdeel bomen Pagina 1 van 5
Advies 1 Om de term “ecologische boom” goed af te bakenen adviseren wij om te spreken van “bomen met een bijzondere ecologische waarde” of iets vergelijkbaars.
Gehanteerde criteria De milieuraad is van mening dat meer dan ooit grote terughoudendheid moet worden betracht met uitgifte van kapvergunningen maar erkent desalniettemin dat meetbaarheid een voorwaarde is voor praktische toepassing van de Verordening. Daarbij is het wel de vraag of een aantal van de nu voorgestelde (arbitraire) meetcriteria niet te laagdrempelig zijn om volledig recht te doen aan de beoogde rol van bomen in relatie tot ecologische optimalisatie, biodiversiteitbescherming en klimaatadaptatie in de stad. Het kan heel goed worden beargumenteerd dat iedere boom (en struik, kruid, etc.) en alle houtopstanden in deze context in elk geval cumulatief bijdragen. Alle bomen/houtopstanden zouden een gelijke mate van (maximale) bescherming moeten genieten indien als overkoepelend beleid aan de opgaven voor biodiversiteit en klimaat de hoogste prioriteit gegeven zou worden. Dit geldt ook t.a.v. boom- en houtopstandbescherming. Dit houdt in dat vergunningsvoorwaarden voor interventies, die boom- of houtopstand-verwijdering inhouden, beduidend aangescherpt moeten worden. De huidige differentiatie van de vergunningsvoorwaarden met verschillende boomcategorieën sluit namelijk het grootste deel van het bomenbestand van voldoende bescherming uit; zeker ook waar slechts een melding i.p.v. een vergunning nodig is. Op basis hiervan volgt het onderstaande advies:
Categorie 1a & 1b Monumentale bomen en bomen met bijzondere ecologische waarde Advies 2 Monumentale leeftijd/grootte - Verhoog de drempel voor verwijdering van bomen door het aanzienlijk terugbrengen van de boomdiameter, bijvoorbeeld van 80 cm naar 40 cm (of veel minder, want ook 40 cm is arbitrair). Het is onduidelijk welk percentage van het totale bomenbestand in feite al een diameter van 40cm heeft1. - Laat ook het plantjaar als criterium vervallen want dit heeft geen toegevoegde waarde voor meetbaarheid en is veelal moeilijk te achterhalen. Hiermee vervalt ook de noodzaak om arbitraire leeftijd /grootte criteria te hanteren voor zgn. “ecologische soorten”. In veel gevallen is slechts sprake van een correlatie terwijl het oorzakelijke verband tussen leeftijd en grootte eerder bepaald wordt door de lokale groeicondities. Ecologische waarde - Inventariseer de waarde van bomen niet alleen voor behoud en bescherming van bovengrondse biodiversiteit maar ook van aangelegen bodembiodiversiteit. Doe dit tevens voor de waarde voor wateropname/vasthouding in de grond en (andere) klimaatfuncties zoals verkoeling alsook voor luchtfiltratie2. Juist deze ecoservices (meer uitgewerkt in de in het Beleidskader genoemde “Ecologische compensatiecriteria” zijn van belang en dienen opgenomen te worden in de in het Beleidskader genoemde Bomen Effect Analyse (BEA).
Bomen hebben een grote invloed op de bodemstructuur en bodemvruchtbaarheid door bladval en doorworteling. Rondom de boom krijgt de grond de tijd om zich te ontwikkelen. Dit heeft weer een positief effect op het bodemleven dat de kringloop van nutriënten en afbraak van organisch materiaal in stand houdt. Nabij bomen worden vaak meer verschillende soorten van pissebedden, duizendpoten, regenwormen, bodemschimmels, bodemaaltjes, en meer microbiotische activiteit dan elders gevonden. De hoeveelheid organische stof in de bodem is een goede indicator voor bodembiodiversiteit.
1 De stad Utrecht heeft per 2019 ruim 148.000 bomen waarvan slechts 8% een diameter groter dan 40cm heeft. 2 Ecodiensten zoals luchtfiltratie voegen uiteraard toe aan de ecologische waarde van bomen maar kunnen als zodanig ook
in geldwaarde worden uitgedrukt en in de kostenberekening van een boom voor compensatie worden meegenomen. Verschillende grote gemeenten experimenteren hier al mee. Zie onderstaande link: https://vng.nl/files/vng/de_baten_van_bomen_resultaten_van_i-tree_eco_in_nederland.pdf Advies Leidse Milieuraad over de concept verordening fysieke leefomgeving onderdeel bomen Pagina 2 van 5
Compensatie en herplanten Advies 3 Zet bij ruimtelijke ontwikkelingsinitiatieven met name in op maximaal behoud van bestaande boomstructuren in straten en op pleinen, en zelfs plantsoenen. Kijk hierbij niet alleen naar zaken als de Groene Hoofstructuur, etc. maar naar alle bomen, boomstructuren/ houtopstanden die tezamen een ecologische netwerk in de stad vormen en waarvan de integriteit bewaard moet blijven. Ons inziens wordt hier om praktische uitvoerings- en financiële redenen nog te weinig aandacht aan gegeven hetgeen tot onnodige boomkap leidt (b.v. de recente herinrichting van de Hooigracht en mogelijke ontwikkelingen ingevolge de aankomende gebiedsvisie voor het Stationsgebied). In geval van een compensatieplicht waarbij herplant ter plekke niet mogelijk lijkt en dus om vervanging elders vraagt, dient de Gemeente hiervoor locaties aan te wijzen waar de behoefte het grootst is. Ook hierbij moeten biodiversiteit en klimaatadaptieve functies een belangrijke rol bij de afwegingen spelen. In deze moet prioriteit worden gegeven aan de meest versteende delen van de stad (zoals de binnenstad). Gradiënten en heterogeniteit zijn essentieel voor een ecologisch gezonde biodiversiteit; zowel in ruimte als in tijd. Fasering moet steeds het uitgangspunt zijn: niet alles in één keer weg maar ook niet alles uniform van dezelfde grootte terug.
Advies 4 Zet op voorhand een meerjarig herplant/vervanging programma op, gebaseerd op een inventarisatie van geschikte locaties (die voldoen aan gunstige groeiplaatscriteria en inkadering als verdere invulling/uitbreiding van verbindingen in het stedelijk ecologisch netwerk3) zoals in sommige binnenstadswijken al gaande is. Voeg dit element toe aan de in het Beleidskader genoemde “Vervangingsladder bomen” als derde alternatief alvorens voor financiële compensatie wordt gekozen. Het Bomenfonds is weliswaar een bruikbaar instrument maar is tevens een omweg die ook beperkingen kent.
Advies 5 Zie er bij alle herplanting op toe dat gekozen soorten in redelijke mate bijdragen tot heterogeniteit van het bomenbestand, zowel vanuit het lokale als brede stadperspectief bezien, en welke waar mogelijk samenhangende biodiversiteit versterken (soorten met een bijzondere ecologische waarde). Doe de herplanting gefaseerd in de tijd.
Advies 6 Maak bij (her-)aanplant langs straten en op pleinen de boomspiegels zo groot als maar praktisch mogelijk is. Dit komt niet alleen de boomgroeicondities ten goede maar vergroot ook het areaal voor andere biodiversiteit en tevens de capaciteit van de bodem om water op te nemen.
Advies 7 In geval herplant van een boom niet ter plekke of nabij is te realiseren maar de interventie, die de kap noodzaakte, wel mogelijkheden biedt een ander gelijkwaardig groen initiatief te nemen zoals aanleg van een ecologisch verantwoord groen dak of andere ecologisch verantwoorde vergroening van het gebouw moet dit overwogen worden als voorwaarde voor de bouwvergunning. De ernst van de problematiek van klimaatadaptatie en versterking biodiversiteit en de winst die behaald kan worden (zowel qua temperatuur, waterhuishouding als biodiversiteit) onderbouwen dit advies om, bij achterwege laten van herplant ter plekke, compensatie te vinden in echt ecologische aanpassingen aan gebouwen. Dit laat onverlet dat het in het bomenfonds gestorte geld voor herplant wel gebruikt moet worden voor herplant van bomen elders in de stad.
Categorie 2a & b (“functionele bomen”) Advies 8 Kies voor “functionele bomen” eenzelfde benadering als voor de categorieën 1a & 1b met dien verstande dat de meetcriteria (14 cm diameter op 1.3 m hoogte) worden gehandhaafd en ook de andere voorwaarden blijven bestaan.
3
Dit brengt eisen met zich mee t.a.v. soorten, genetische oorsprong en leeftijdsopbouw
Advies Leidse Milieuraad over de concept verordening fysieke leefomgeving onderdeel bomen Pagina 3 van 5
Gemeentelijk Bomenbestand Advies 9 Tracht op een vrijwillige basis te komen tot een inventarisatie van bomen van derden voor opname in het gemeentelijk bestand ook in relatie tot het stedelijk ecologisch netwerk. Dit draagt niet alleen bij tot het verkrijgen van een completer overzicht van het totale Leidse bomenbestand en het bredere stadsecosysteem maar helpt ook bij het eenvoudiger toepassen van de betreffende verordeningsmaatregelen voor deze categorieën en de bepaling of een boom uit de Categorie “Overige Bomen” uiteindelijk voor Categorie 2b of zelfs Categorie 1b kwalificeert. Daarnaast verhoogt deze inventarisatie bovendien het bewustzijn bij eigenaren van het belang van deze bomen in de bredere context van de stadsecologie en kan goed onderhoud stimuleren.
Advies 10
Stimuleer de aanplant van bomen in private tuinen door de mogelijke herplant locaties voor compensatieplichtigen naar deze tuinen uit te breiden en/of bomen vanuit het Bomenfonds gratis beschikbaar te stellen aan bewoners die dat willen (zoals nu in Den Haag gebeurt). Doe dit in eerste instantie ook weer in de meest versteende delen van de stad en met name de binnenstad.
Wanneer bij een werk bomen worden gekapt moet – als geen geschikte compensatie wordt gevonden – een aan de ecologische waarde van de boom gerelateerde vergoeding in het bomenfonds worden gestort. Jaarlijks zou transparant over het beheer van het bomenfonds moeten worden gerapporteerd: - wat is het onderliggend vervangingsprogramma (zie advies 4) - welke bedragen zijn in het afgelopen jaar in het bomenfonds gestort en wanneer en waaraan worden die besteed (plan) - welke uitgaven zijn in het afgelopen jaar gedaan en wat is waar hiermee gerealiseerd. En welke compensatie betreft dit.
Advies 11
Rapporteer jaarlijks en gedetailleerd over de wijzigingen in inkomsten en uitgaven van het bomenfonds. Geef daarbij aan in hoeverre hiermee het vervangingsprogramma ook daadwerkelijk wordt uitgevoerd. In deze verwijzen wij ook naar het Rekenkamerrapport (februari 2021) omtrent de werking van het Bomenfonds.
Biodiversiteit, CO2 en kaptechnisch beleid bomen Met iedere te verwijderen boom of houtopstand verdwijnt onvermijdelijk ook samenhangende biodiversiteit. Daarbij ontstaat een CO2 schuld, die met name substantieel groter is als na kap ook de overblijvende boomstronk en wortelstelsel worden weggenomen. Compensatie door herplant/vervanging zal in geen geval op een korte termijn (gemeten tegen de urgentie van betreffende opgaven) de verloren gegane biodiversiteit vervangen dan wel de CO2 schuld kunnen inlossen.
Advies 12 - Biodiversiteit: Laat boomstronken/wortels staan waar die niet absoluut noodzakelijk verwijderd moeten worden. Kap de boom zodanig dat de overblijvende stronk zo hoog mogelijk is. Gedurende het vele jaren in beslag nemende afbraakproces bieden dergelijke structuren grote mogelijkheden voor opeenvolgende vestigingen van een breed assortiment aan (bodem)biodiversiteit. Ook vermindert dit de (acute) CO2 schuld. Een goed voorbeeld zijn de boomstronken in het Singelpark waar bordjes geplaatst zijn om de biodiversiteitswaarde te duiden. Om dezelfde redenen moet ook overwogen worden om oude, stervende en/of zieke bomen te laten staan waar die niet absoluut noodzakelijkerwijs verwijderd moeten worden. Dit moge niet in overeenstemming lijken met het beeldperspectief maar door educatie (over biodiversiteit) kan veel opgevangen worden. - CO2: Voeg een nader te bepalen financiële CO2 heffing (analoog aan koop van een CO2 krediet) toe dat ten goede komt aan het Bomenfonds daar waar een plicht tot herplant/vervanging van toepassing is (ondanks dat hiermee een CO2 schuld op de lange duur wel wordt ingelost). Doe dit zeker ook wanneer sprake is van een financiële compensatieplicht. Pas dit toe op alle houtopstanden. Advies Leidse Milieuraad over de concept verordening fysieke leefomgeving onderdeel bomen Pagina 4 van 5
- Houtgebruik: Verzeker circulair dan wel duurzaam gebruik van afgezaagde stammen/takken, Wat inhoudt dat hout in eerste instantie terug naar de bodem zou moeten (composteren) of de bodem zou kunnen bedekken (houtsnippers op paden in parken, e.d.). Duurzame gebruiksopties zijn b.v. houten speeltoestellen of banken in de openbare ruimte. Voorkom in elk geval dat het hout als biobrandstof (incl. kachelhout) wordt aangewend.
Slotopmerking Het Beleidskader noemt klimaatadaptatie en biodiversiteitsversterking als belangrijke drivers voor het komen tot een beter bomenbeleid. Dit is prijzenswaardig maar het is moeilijk in te zien of deze doelen ook op een redelijke termijn gehaald zullen worden. Veelal anders dan voor “harde” infrastructuur is er immers geen grondige kwantitatieve kosten/batenanalyse van de ecologische benodigdheden van de stad die ten grondslag kan liggen aan plannen voor en toekomstige investeringen in “vergroening”, incl. boomaanplant.
Met vriendelijke groet,
Rob Boerée, voorzitter
Advies Leidse Milieuraad over de concept verordening fysieke leefomgeving onderdeel bomen Pagina 5 van 5