CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

210021 Bijlage 2de Martkverordening Transponeringstabellen behorende bij Verordening fysieke leefomgeving Leiden 2020 tranche 2 (4)

Gemeenteraad 29 april 2021, gemeente LeidenBij agendapunt: Bijlagen5.614 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Oude verordening + oud artikelnummer Marktverordening 1

Oude tekst Nieuw artikelnummer Vervalt Artikel 1. Toepassingsgebied 1. Deze verordening is van toepassing op alle door het college ingestelde warenmarkten die op gezette tijden worden gehouden. Tevens is zij van toepassing op door het college ingestelde speciale markten zoals bedoeld in hoofdstuk 5 van deze verordening. 2. Deze verordening is niet van toepassing op markten en braderieën, die conform afdeling 7 van de Algemene Plaatselijke Verordening (artikel 2:24 t/m 2:26) vallen onder ‘Evenementen’.

Nieuwe tekst Valt onder toepassingsbereik Vfl

Marktverordening 10

3.4.11.6 Artikel 10. Persoonlijk innemen standplaats; vervanging 1. De houder van een vergunning voor een vaste standplaats neemt de hem toegewezen standplaats persoonlijk in; 2. In geval van vakantie, van ziekte of van bijzondere omstandigheden kan het college echter toestaan dat de standplaats wordt ingenomen door een vervanger. Een aanvraag daartoe vermeldt de reden en de verwachte duur van de afwezigheid, met een maximum van 6 aaneengesloten weken, van de vergunninghouder en de naam van de beoogde vervanger; 3. In geval van ziekte of bijzondere omstandigheden die langer van duur zijn dan 6 weken kan het college op aanvraag van de vergunninghouder ontheffing verlenen van het in het eerste lid gesteld; 4. De aanvraag zoals bedoeld in het tweede en derde lid wordt gedaan middels een door het college vastgesteld formulier; 5. In geval van ziekte die langer van duur is dan 6 maanden moet de vergunninghouder zich laten keuren door een, door het college vast te stellen instantie; 6. De vervanger treedt op namens de vergunninghouder. De rechten – behalve die tot vervanging ingevolge het vorige lid – en verplichtingen die bij of krachtens deze verordening gelden voor de vergunninghouder, zijn van overeenkomstige toepassing op de vervanger.

Artikel 3.4.11.6 Persoonlijk innemen standplaats; vervanging (Marktverordening) 1. De houder van een vergunning voor een vaste standplaats neemt de standplaats die aan hem is toegewezen persoonlijk in. 2. Het college kan toestaan dat de standplaats door een vervanger wordt ingenomen in geval van vakantie, ziekte of bijzondere omstandigheden. Bij de aanvraag daarvoor worden de reden en de verwachte duur van de afwezigheid (maximaal zes aaneengesloten weken) en de naam van de vervanger vermeld. 3. Het college kan op aanvraag van de vergunninghouder ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid in het geval van ziekte of bijzondere omstandigheden die langer duren dan zes weken. 4. Voor de aanvraag als bedoeld in het tweede en het derde lid wordt het formulier gebruikt dat door het college is vastgesteld. 5. Als de vergunninghouder langer dan zes maanden ziek is moet hij zich laten keuren door een instantie die door het college wordt vastgesteld. 6. De vervanger treedt op namens de vergunninghouder. De rechten en verplichtingen die bij of krachtens deze verordening gelden voor de vergunninghouder gelden gelijk voor de vervanger, met uitzondering van het recht op vervanging als bedoeld in dit artikel.

Marktverordening 11

3.4.11.7 Artikel 11. Seizoensplaatsvergunning 1. Een seizoensplaatsvergunning kan worden verleend voor het innemen van een standplaats voor het uitoefenen van markthandel op een markt voor de periode van 5 oktober tot en met 4 april op plaatsen die daarvoor ingevolge het inrichtingsplan in aanmerking komen. 2. Bij het vrijkomen van een seizoensplaats zal door middel van adverteren voor een ontbrekende artikelgroep of een ontbrekend product uit een artikelgroep voorzien worden in de behoefte aan dit product uit een artikelgroep op de markt. 3. Indien 4 weken na het adverteren niet kan worden voorzien in een ontbrekende artikelgroep of een ontbrekend product uit een artikelgroep, zal de seizoensplaats worden vrijgegeven voor alle artikelgroepen. 4. De seizoensplaatsvergunningen worden verstrekt aan de in aanmerking komende gegadigden op volgorde van ontvangst van de aanvragen. 5. Met betrekking tot de regels voor overdracht, bijstand en vervanging is de seizoensplaatsvergunning gelijk aan een vaste standplaatsvergunning.

Artikel 3.4.11.7 Vergunning voor een seizoensplaats (Marktverordening) 1. Een vergunning voor een seizoensplaats kan worden verleend voor het innemen van een standplaats voor het uitoefenen van markthandel op een markt, voor de periode van 5 oktober tot en met 4 april, op plaatsen die daarvoor in aanmerking komen op grond van het inrichtingsplan. 2. Als een seizoensplaats vrijkomt zal door middel van adverteren worden geprobeerd om deze op te vullen met een ontbrekende artikelgroep of een ontbrekend product uit een artikelgroep. 3. De seizoensplaats zal worden vrijgegeven voor alle artikelgroepen als na vier weken adverteren niet kan worden voorzien in een ontbrekende artikelgroep of een ontbrekend product uit een artikelgroep. 4. De vergunningen voor seizoensplaatsen worden verleend aan de gegadigden die in aanmerking komen op volgorde van wanneer de aanvragen zijn ontvangen. 5. Een vergunning voor een seizoensplaats is gelijk aan een vergunning voor een vaste standplaats voor wat betreft de regels voor overdracht, bijstand en vervanging.

Marktverordening 12

3.4.11.8 Artikel 12. Dagplaatsvergunning 1. Een dagplaatsvergunning kan worden verleend voor het innemen van een standplaats voor het uitoefenen van markthandel op een markt op plaatsen die daarvoor ingevolge het inrichtingsplan in aanmerking komen en op plaatsen die niet zullen worden ingenomen door de houder van een vaste standplaatsvergunning omdat voor de plaats geen vergunning geldt, de vergunning (tijdelijk) is vervallen of omdat de vergunninghouder niet in staat is de plaats in te nemen en niet is voorzien in vervanging overeenkomstig artikel 10 van deze verordening. 2. Voor een dagplaatsvergunning komen in aanmerking degenen die staan ingeschreven op de meeloperslijst en die zich tenminste 15 minuten vóór de aanvang van de markttijd bij de marktmeester hebben gemeld en die niet zijn uitgesloten omdat zij gedurende een of meer van de voorafgaande vier marktdagen: a. zich op de markt schuldig hebben gemaakt aan wangedrag of aan bedrog of een bij of krachtens deze verordening gestelde bepaling hebben overtreden, of b. niet tijdig het verschuldigde marktgeld hebben voldaan dat wordt geheven op de grondslag van artikel 229 van de Gemeentewet. 3. Het college kan ten aanzien van een gegadigde bepalen dat een uitsluitingsgrond niet geldt of dat voor de toepassing van het vorige lid een langere termijn in aanmerking wordt genomen. 4.

De dagplaatsvergunningen worden verstrekt aan de in aanmerking komende gegadigden op volgorde van hun positie op de meeloperslijst. 5. Een dagplaatsvergunning kan niet worden overgedragen. De vergunninghouder kan zich niet laten vervangen. 6. Het is degene die heeft deelgenomen aan de loting zoals bedoeld in artikel toegestaan om mee te dingen naar een dagplaatsvergunning 3.4.11.9 Artikel 13 13.niet Standwerkvergunning 1. Een standwerkvergunning kan worden verleend voor die plaatsen of gebieden die in het inrichtingsplan zijn aangewezen voor standwerken. 2. Een standwerkvergunning wordt verleend voor de markt en de dag die in de standwerkvergunning staan vermeld. 3. Een standwerkvergunning wordt verleend door middel van loting. 4. De loting vindt plaats op de marktdag bij aanvang van de markt. 5. Het is een ingeschrevene op de meeloperslijst niet toegestaan deel te nemen aan de loting voor een standwerkvergunning zolang deze inschrijving niet definitief is vervallen. 6. Indien een standwerker zich wil doen bijstaan, meldt hij dit vooraf aan de marktmeester onder vermelding van de naam van degene die hem zal bijstaan. Degene die hem zal bijstaan, mag niet op eigen naam deelnemen aan de loting. 7. Een standwerkvergunning geldt voor de in de vergunning vermelde dag en plaats en voor het in de vergunning omschreven artikel. 8.

Een standwerker is het niet toegestaan zich te bedienen van weegapparatuur, tevens is het hem niet toegestaan prijskaartjes te tonen bij zijn producten of aan zijn kraam.

Artikel 3.4.11.8 Vergunning voor een dagplaats (Marktverordening) 1. Een vergunning voor een dagplaats kan worden verleend voor het innemen van een standplaats voor het uitoefenen van markthandel op een markt: a. op plaatsen die daarvoor in aanmerking komen op grond van het inrichtingsplan, en; b. op plaatsen die niet zullen worden ingenomen door de houder van een vergunning voor een vaste standplaats omdat: i. voor de plaats geen vergunning geldt; ii. de vergunning (tijdelijk) is vervallen, of; iii. de vergunninghouder niet in staat is de plaats in te nemen en niet is vervangen als bedoeld in artikel 3.4.11.6. 2. Voor een vergunning voor een dagplaats komen degenen in aanmerking die: a. staan ingeschreven op de meeloperslijst, b. zich minstens 15 minuten vóór de aanvang van de markttijd bij de marktmeester hebben gemeld, en; c. die niet zijn uitgesloten omdat zij tijdens een of meer van de vier voorafgaande marktdagen: i. een bij of krachtens deze verordening gestelde bepaling hebben overtreden; ii. zich schuldig hebben gemaakt aan wangedrag of bedrog; iii. niet of niet tijdig heb verschuldigde marktgeld hebben betaald dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet. 3. Het college kan bepalen dat ten aanzien van een gegadigde een uitsluitingsgrond niet geldt, of dat voor de toepassing van het vorige lid een langere termijn geldt. 4.

De vergunningen voor een dagplaats(Marktverordening) worden verleend aan de Artikel 3.4.11.9 Standwerkvergunning 1. Een standwerkvergunning kan worden verleend voor die plaatsen of gebieden die zijn aangewezen voor standwerken op grond van het inrichtingsplan. 2. In de standwerkvergunning staat vermeld voor welke markt, dag en standwerkplaats deze geldt, en welk(e) artikel(en) mag/mogen worden verkocht. 3. Een standwerkvergunning wordt verleend door middel van een loting. 4. De loting vindt plaats op de marktdag bij aanvang van de markt. 5. Iemand die staat ingeschreven op de meeloperslijst mag niet deelnemen aan de loting zolang deze inschrijving niet definitief is vervallen. 6. Als een standwerker zich wil laten bijstaan, moet hij dit vooraf aan de marktmeester melden samen met de naam van degene die hem zal bijstaan. Degene die hem zal bijstaan mag niet op eigen naam deelnemen aan de loting. 7. Een standwerker mag geen weegapparatuur gebruiken of prijskaartjes tonen bij zijn producten of aan zijn kraam.

Marktverordening 13

Marktverordening 14

Artikel 14. Bedienvergunning 1. Het college kan op aanvraag een bedienvergunning verlenen. De vergunning vermeldt voor welke artikelen ze geldt. 2. Artikel 5, tweede lid, van de verordening is van overeenkomstige toepassing.

3.4.11.10

Artikel 3.4.11.10 Bedienvergunning (Marktverordening) 1. Het college kan op aanvraag een bedienvergunning verlenen. In de vergunning staat vermeld voor welke artikelen deze geldt. 2. Artikel 3.4.11.2 van deze verordening is hierop van toepassing.

Marktverordening 15

Artikel 15. Opbouwvergunning 1. Het college kan op aanvraag een opbouwvergunning verlenen. De vergunning vermeldt voor welke artikelen ze geldt. 2. Het college kan in de opbouwvergunning nadere eisen stellen met betrekking tot opbouwtijden, het te gebruiken materiaal en materieel en de opstelplaatsen daarvan. 3. Artikel 5, tweede lid, van de verordening is van overeenkomstige toepassing.

3.4.11.11

Marktverordening 16

3.4.11.12 Artikel 16. Uitsluiting standwerker of houder dagplaatsvergunning Het college kan een verleende dagplaatsvergunning of standwerkvergunning intrekken, of een houder van een dagplaatsvergunning of een standwerkvergunning van de toewijzing van een dagplaats of een standwerkerplaats voor bepaalde of onbepaalde tijd uitsluiten, indien deze of een persoon die hem bijstaat: a. het bepaalde bij of krachtens deze verordening overtreedt of heeft overtreden; b. zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog; c. niet als standwerker actief is op een hem toegewezen standwerkerplaats; d. niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet; e. direct of indirect de goede gang van zaken op de markt in gevaar brengt of verstoort.

Marktverordening 17

Artikel 17. Bijstand De houder van een vergunning voor een vaste standplaats, een seizoenplaatsvergunning, een dagplaatsvergunning of een bedienvergunning kan zich doen bijstaan door een of meer andere personen.

Marktverordening 18

7.1.1.3 Artikel 18. Legitimatieplicht Degene die een standplaats of een standwerkplaats wenst in te nemen of inneemt op een markt of die handelt met een bedienvergunning of opbouwvergunning, is op eerste verzoek van een toezichthouder verplicht aan te tonen dat hij daartoe gerechtigd is.

Artikel 7.1.1.3 Legitimatieplicht (Marktverordening) Degene die een standplaats of een standwerkplaats op een markt inneemt of wil innemen, of die handelt met een bedienvergunning of opbouwvergunning, is verplicht aan te tonen dat hij daartoe gerechtigd is bij het eerste verzoek van een toezichthouder.

Marktverordening 19

3.4.11.14 Artikel 19. Markt schoonhouden 1. Een vergunninghouder is verplicht afval, waaronder verpakkingsmateriaal, dat tijdens de door hem uitgeoefende verkoop op zijn standplaats vrij komt zodanig te bewaren dat het marktterrein daardoor niet wordt verontreinigd en het afval niet door onbevoegden kan worden verwijderd. Hij voert het afval onmiddellijk na afloop van de markt af. 2. Een vergunninghouder is verplicht de door hem ingenomen standplaats en de naaste omgeving daarvan na afloop van de markt veegschoon achter te laten.

Artikel 3.4.11.14 Markt schoonhouden (Marktverordening) 1. Een vergunninghouder is verplicht afval dat vrijkomt tijdens de door hem uitgeoefende verkoop op zijn standplaats te bewaren op een manier dat het marktterrein daardoor niet wordt verontreinigd en het afval niet door onbevoegden kan worden verwijderd. Daaronder valt verpakkingsmateriaal. De vergunninghouder voert het afval onmiddellijk na afloop van de markt af. 2. Een vergunninghouder is verplicht na afloop van de markt de standplaats die door hem is ingenomen en de naaste omgeving daarvan veegschoon achter te laten.

Marktverordening 2

Begripsbepalingen

Toegevoegd aan begrippenlijst Vfl

Marktverordening 20

3.4.11.15 Artikel 19. Markt schoonhouden 1. Een vergunninghouder is verplicht afval, waaronder verpakkingsmateriaal, dat tijdens de door hem uitgeoefende verkoop op zijn standplaats vrij komt zodanig te bewaren dat het marktterrein daardoor niet wordt verontreinigd en het afval niet door onbevoegden kan worden verwijderd. Hij voert het afval onmiddellijk na afloop van de markt af. 2. Een vergunninghouder is verplicht de door hem ingenomen standplaats en de naaste omgeving daarvan na afloop van de markt veegschoon achter te laten.

Marktverordening 21

Artikel 21. Biologische markt 1. Het college kan een biologische markt instellen. 2. Op een biologische markt mogen uitsluitend biologische producten verhandeld worden. 3. Voor deze markt wordt een inrichtingsplan zoals bedoeld in artikel 3 vastgesteld.

2.1.2.3

Artikel 2.1.2.3 Biologische markt (Marktverordening) 1. Het college kan een biologische markt instellen. 2. Op de biologische markt mogen uitsluitend biologische producten worden verhandeld. 3. Voor deze markt wordt een inrichtingsplan als bedoeld in artikel 2.1.2.2 vastgesteld.

Marktverordening 22

2.1.2.4 Artikel 22. Lakenmarkt en 3 oktobermarkt 1. Het college kan een speciale markt instellen voor de Lakenmarkt tijdens de Lakenfeesten en voor de 3 oktobermarkt tijden de viering van Leidens Ontzet. 2. Voor deze markten wordt een inrichtingsplan zoals bedoeld in artikel 3 vastgesteld.

Artikel 2.1.2.4 Lakenmarkt en 3 oktobermarkt (Marktverordening) 1. Het college kan een speciale markt instellen voor de Lakenmarkt tijdens de Lakenfeesten en voor de 3 oktobermarkt tijdens de viering van Leidens Ontzet. 2. Voor deze markten worden een inrichtingsplan als bedoeld in artikel 2.1.2.2 vastgesteld.

Marktverordening 23

Artikel 23. Toezichthouders Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast de door burgemeester en wethouders aangewezen marktmeester en de overige door hen bij besluit aangewezen toezichthouders.

Marktverordening 24

7.1.1.4 Artikel 24. Onmiddellijke verwijdering Het college kan een vergunninghouder of iemand die hem bijstaat of vervangt gelasten zich onmiddellijk van de markt te verwijderen als deze zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of aan bedrog of een bij of krachtens deze verordening gestelde bepaling heeft overtreden.

Artikel 7.1.1.4 Onmiddellijke verwijdering (Marktverordening) Het college kan een vergunninghouder of iemand die hem bijstaat of vervangt gelasten onmiddellijk van de markt te vertrekken als deze zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of aan bedrog, of een bij of krachtens deze verordening gestelde bepaling heeft overtreden.

Marktverordening 25

Artikel 25. Strafbepaling Overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie of hechtenis van ten hoogste drie maanden.

7.1.2.4

Artikel 7.1.2.4 Strafbepaling markten (Marktverordening) Het overtreden van de bij of krachtens deze verordening gestelde bepalingen met betrekking tot markten wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie of een hechtenis van ten hoogste drie maanden.

3.4.11.13

Vervalt

Vervalt

Artikel 3.4.11.11 Opbouwvergunning (Marktverordening) 1. Het college kan op aanvraag een opbouwvergunning verlenen. In de vergunning staat vermeld voor welke artikelen deze geldt. 2. Het college kan in de opbouwvergunning nadere eisen stellen over de opbouwtijden, het te gebruiken materiaal en de opstelplaatsen daarvan. 3. Artikel 3.4.11.2 van deze verordening is hierop van toepassing.

Artikel 3.4.11.12 Uitsluiting standwerker of houder van een vergunning voor een dagplaats (Marktverordening) 1. Het college kan een verleende vergunning voor een dagplaats of een standwerkvergunning intrekken als de vergunninghouder of een persoon die hem bijstaat: a. een bij of krachtens deze verordening gestelde bepaling overtreedt; b. zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog; c. niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld betaalt dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet; d. niet als standwerker actief is op de standwerkerplaats die aan hem is toegewezen; e. direct of indirect de goede gang van zaken op de markt in gevaar brengt of verstoort. 2. Het college kan een houder van een vergunning voor een dagplaats of van een standwerkvergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd uitsluiten van de toewijzing van een dagplaats of standwerkerplaats als de vergunninghouder of een persoon die hem bijstaat: a. een bij of krachtens deze verordening gestelde bepaling of de voorschriften van de vergunning overtreedt; b. zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog; c. niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld betaalt dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet; d. niet als standwerker actief is op de standwerkerplaats die aan hem is toegewezen; e. direct of indirect de goede gang van zaken op de markt in gevaar brengt of verstoort.

Artikel 3.4.11.13 Bijstand (Marktverordening) De houder van een vergunning voor een vaste standplaats, voor een seizoensplaats, voor een dagplaats of van een bedienvergunning kan zich laten bijstaan door één of meer andere personen.

Artikel 3.4.11.15 Versterkt geluid en muziek (Marktverordening) 1. Het is niet toegestaan om tijdens de markt op het marktterrein: a. luidsprekers, versterkers en andere middelen om geluid te versterker te gebruiken; b. radiotoestellen, afspeelapparatuur of dergelijke apparatuur te gebruiken. 2. Het college kan in bijzondere gevallen ontheffing verlenen van het bepaalde in lid 1.

Valt onder artikel over toezichthouders Vfl

Marktverordening 26

Artikel 26. Bijzondere markten en / of Braderieën Bijzondere markten en/of Braderieën waarvoor het gebruik van gemeentegrond op grond van het privaatrecht door het College is overeengekomen en/of waarvoor op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening 2009 een evenementenvergunning is verleend, vallen niet onder de werking van deze verordening.

Vervalt

Valt onder toepassingsbereik Vfl

Marktverordening 27

Artikel 27. Nadere regels Het college kan nadere regels stellen betreffende het bepaalde in deze verordening.

Vervalt

Valt onder artikel over stellen nadere regels Vfl

Marktverordening 28

Vervalt Artikel 28. Intrekking oude verordening en overgangsrecht 1. De Marktverordening gemeente Leiden 2008 en het Marktreglement gemeente Leiden 2008 worden ingetrokken. 2. De krachtens de Marktverordening gemeente Leiden 2008 vastgestelde wacht- en anciënniteitslijsten gelden als lijsten krachtens deze verordening. 3. Een krachtens de Marktverordening gemeente Leiden 2008 verleende vergunning of ontheffing geldt als vergunning of ontheffing verleend krachtens deze verordening. Burgemeester en wethouders kunnen deze ambtshalve vervangen door een vergunning of ontheffing krachtens deze verordening. Ambtshalve vervanging kan gepaard gaan met een wijziging van beperkingen en voorschriften. 4. Aanvragen om vergunning of ontheffing die zijn ingediend onder de Marktverordening gemeente Leiden 2008 maar waarop nog niet is beschikt bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld overeenkomstig deze verordening. 5. Degenen die daags voor het in werking treden van deze verordening op de anciënniteitslijst of de wachtlijst stonden, behouden de rechten die daaruit volgens de op die dag geldende regels voortvloeiden gedurende één jaar na de inwerkingtreding van deze verordening.

Marktverordening 29

Artikel 29. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Marktverordening Leiden 2015.

Marktverordening 3

2.1.2.2 Artikel 3. Inrichtingsplan 1. Voor elke markt stelt het college een inrichtingsplan vast, dat in elk geval bevat: a. aanduiding van de dagen en de uren waarop en eventueel de periode waarin de markt wordt gehouden (markttijd); b. een kaart van de markt; c. indien van toepassing, mededeling dat het anciënniteitsstelsel van toepassing is; d. aanduiding van de wijze waarop vergunningen op grond van deze verordening kunnen worden verstrekt; e. voor zover van toepassing, dat het verbod om te bedienen zonder vergunning geldt en het maximum aantal bedienvergunningen dat kan worden verleend. 2. Op de kaart zijn aangegeven: a. de grenzen van de markt; b. de plaatsen of gebieden die bestemd zijn voor houders van een vergunning voor een vaste standplaats; c. voor zover van toepassing de afmetingen of maten van standplaatsen; d. voor zover van toepassing, de plaatsen of gebieden die bij voorrang zijn bestemd voor een of meer branches of artikelgroepen alsmede, indien van toepassing, de maximum aantallen vaste-standplaatsvergunningen die voor een of meer branches of artikelgroepen of combinaties daarvan kunnen worden afgegeven; e. indien van toepassing, de plaatsen of gebieden die bij voorrang zijn bestemd voor houders van een dagplaatsvergunning; f. indien van toepassing, de plaatsen of gebieden die bij zijn bestemd voor houders van een standwerkvergunning; g.

indien toepassing, de plaatsen of gebieden die bestemd zijn voor Vervalt Artikel 30.van In werkingtreding Deze verordening treedt in werking de dag na publicatie.

Artikel 2.1.2.2 Inrichtingsplan (Marktverordening) 1. Het college stelt voor iedere markt een inrichtingsplan vast. Dat plan bevat in ieder geval: a. een aanduiding van de dagen en de uren waarop en eventueel de periode waarin de markt wordt gehouden (markttijd); b. een kaart van de markt; c. indien van toepassing: de mededeling dat het anciënniteitsstelsel van toepassing is; d. een aanduiding van de manier waarop vergunning op grond van deze verordeningen kunnen worden verleend; e. voor zover van toepassing: dat het verbod om te bedienen zonder vergunning geldt, en het maximum aantal bedienvergunningen dat kan worden verleend. 2. Op de kaart moeten de volgende zaken worden aangegeven: a. De grenzen van de markt; b. De plaatsen of gebieden die bestemd zijn voor houders van een vergunning voor een vaste standplaats; c. Voor zover van toepassing: de afmetingen of maten van de standplaatsen; d. Voor zover van toepassing: de plaatsen of gebieden waar een of meer branches of artikelgroepen voorrang hebben, en indien van toepassing de maximum aantallen vaste standplaatsvergunningen die kunnen worden afgegeven voor één of meer branches of artikelgroepen, of combinaties daarvan; e. Indien van toepassing: de plaatsen of gebieden waar houders van een dagplaatsvergunning voorrang hebben; f.

Indien van toepassing: de plaatsen of gebieden waar houders van een standwerkvergunning voorrang hebben; Betreft inwerkingtreding

3.4.11.1 Artikel 4. Vergunningen 1. Het is verboden op een markt zonder vergunning van het college voor een vaste standplaats, een seizoensplaats of dagplaats een standplaats voor het uitoefenen van markthandel in te nemen. 2. Een vergunning voor een vaste standplaats geldt voor onbepaalde tijd en voor de op de vergunning vermelde standplaats, tenzij de vergunning anders bepaalt. Het college kan in bijzondere gevallen een andere standplaats aanwijzen. 3. Een dagplaatsvergunning geldt voor één dag en voor de op de vergunning vermelde standplaats. 4. Het is verboden, op een markt zonder standwerkvergunning van het college als standwerker op te treden. 5. Het is verboden, zonder bedienvergunning van het college vergunninghouders en degenen die hen vervangen of bijstaan tegen betaling te voorzien van voedsel of dranken bestemd voor consumptie ter plaatse. Een bedienvergunning geldt voor onbepaalde tijd, tenzij de vergunning anders bepaalt. 6. Het is verboden zonder vergunning van het college marktkramen te plaatsen of daarvoor voorbereidingen te treffen. 7. Aan een vergunning op grond van deze verordening kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. 8.

Een vergunning kan enkel worden verleend aan een natuurlijk persoon die handelingsbekwaam is, die gerechtigd is in Nederland arbeid te verrichten en die geen vergunning voor een vaste standplaats heeft voor de betrokken markt; 9. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing. 2.1.2.8 Artikel 5. Mandaatverboden 1. De bevoegdheid tot het vaststellen en wijzigen van inrichtingsplannen kan niet worden gemandateerd.

Artikel 3.4.11.1 Vergunningen (Marktverordening) 1. Het is niet toegestaan om op een markt een standplaats voor het uitoefenen van markthandel in te nemen zonder een vergunning van het college voor een vaste standplaats, een seizoensplaats of een dagplaats. 2. Een vergunning voor een vaste standplaats geldt voor onbepaalde tijd en voor de standplaats die op de vergunning is vermeld, tenzij de vergunning anders bepaalt. Het college kan in bijzondere gevallen een andere standplaats aanwijzen. 3. Een dagplaatsvergunning geldt voor één dag en voor de standplaats die op de vergunning is vermeld. 4. Het is niet toegestaan om op een markt als standwerker op te treden zonder een standwerkvergunning van het college. 5. Het is niet toegestaan om voedsel en dranken die bedoeld zijn om ter plaatse te consumeren te verkopen aan vergunninghouders en degenen die hen vervangen of bijstaan zonder een bedienvergunning van het college. Een bedienvergunning geldt voor onbepaalde tijd, tenzij de vergunning anders bepaalt. 6. Het is niet toegestaan om marktkramen te plaatsen of daarvoor voorbereidingen te treffen zonder een vergunning van het college. 7. Er kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden aan een vergunning die is verleend op grond van deze verordening. 8.

Een vergunning kan alleen worden verleend aan een natuurlijk persoon die handelingsbekwaam is, die gerechtigd is in Nederland arbeid te verrichten en die geen vergunning heeft voor een vaste standplaats voor de betreffende markt. 9. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.

Marktverordening 30

Marktverordening 4

Marktverordening 5 lid 1

Vervalt

Toegevoegd aan overgangsrecht Vfl

Betreft citeertitel

Artikel 2.1.2.8 Mandaatverboden (Marktverordening) De bevoegdheid om inrichtingsplannen vast te stellen en te wijzigen kan niet worden gemandateerd.

Marktverordening 5 lid 2

Artikel 5. Mandaatverboden 2. De bevoegdheid tot het verlenen of het intrekken van een vergunning als bedoeld in deze verordening met uitzondering van de dagplaatsvergunning, kan niet aan de marktmeester of een andere toezichthouder worden gemandateerd.

3.4.11.2

Artikel 3.4.11.2 Mandaatverboden (Marktverordening) De bevoegdheid om een vergunning te verlenen of in te trekken als bedoeld in deze paragraaf kan niet worden gemandateerd. De dagplaatsvergunning kan als uitzondering hierop wel aan de marktmeester of een andere toezichthouder worden gemandateerd.

Marktverordening 6

Artikel 6. Marktmeester Het college stelt een of meerdere marktmeesters aan en bepaalt zijn of hun taken en bevoegdheden.

7.1.1.2

Artikel 7.1.1.2 Marktmeester (Marktverordening) Het college stelt één of meerdere marktmeesters aan, en bepaalt zijn of hun taken en bevoegdheden.

Marktverordening 7

Marktverordening 8

Marktverordening 9

3.4.11.3 Artikel 7. Overschrijven vaste-standplaatsvergunning 1. Wenst de houder van een vergunning voor een vaste standplaats niet langer zelf gebruik te maken van de vergunning of is hij overleden of onder curatele gesteld, dan kan het college op aanvraag van de vergunninghouder, zijn erven of zijn curator devergunning, inclusief de daarbij behorende opgebouwde rechten, overschrijven op naam van zijn echtgenoot, geregistreerde partner of andere persoon met wie hij duurzaam samenwoonde. 2. Kan deze weg niet worden gevolgd, dan kan de vergunning, exclusief de opgebouwde anciënniteitsrechten, op aanvraag van de vergunninghouder, zijn erven of zijn curator worden overgeschreven op: a. zijn kind, als deze de drie aaneengesloten jaren direct voorafgaande aan de gebeurtenis als bedoeld in het eerste lid, in loondienst heeft gewerkt bij de vergunninghouder, b. de mede-eigenaar van diens bedrijf, als deze de drie aaneengesloten jaren direct voorafgaande aan de gebeurtenis als bedoeld in het eerste lid, mede-eigenaar was, c. zijn medewerker, als deze de drie aaneengesloten jaren direct voorafgaande aan de gebeurtenis als bedoeld in het eerste lid, in loondienst heeft gewerkt bij de vergunninghouder. 3. In het geval van het overlijden of de ondercuratelestelling van de vergunninghouder wordt de aanvraag tot overschrijving binnen twee maanden na die gebeurtenis ingediend. 4.

Het college kan van het vorenstaande afwijken voor zover de toepassing daarvan voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot het met de bepalingen te dienen doel. 5. De aanvraag tot overschrijving wordt alleen geweigerd als niet wordt 3.4.11.4 Artikel 8. Intrekking en vervallen vaste-standplaatsvergunning 1. Het college trekt een vergunning voor een vaste standplaats in: a. op schriftelijke aanvraag van de vergunninghouder; of b. twee maanden na het overlijden of na de ondercuratelestelling van de vergunninghouder, tenzij een aanvraag tot overschrijving is ingediend overeenkomstig artikel 7. 2. Het college kan een vergunning voor een vaste standplaats intrekken: a. als de vergunninghouder ter verkrijging van de vergunning onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt; b. als de gegevens in de vergunning niet meer overeenstemmen met de werkelijke situatie; c. als de vergunninghouder, degene die hem vervangt of een persoon die hem bijstaat zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of bedrog of een bij of krachtens deze verordening gestelde bepaling heeft overtreden; d. als van de vergunning gedurende ten minste twee maanden geen gebruik is gemaakt; of, e.

als de vergunninghouder niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet. 3. Als de vergunninghouder of zijn overeenkomstig artikel 10 aangewezen vervanger, zijn standplaats niet uiterlijkbij aanvang van de markt heeft ingenomen, vervalt de vergunning voor de rest van de dag en komt de standplaats in aanmerking voor een dagplaats. Een en ander is onverminderd hetgeen in het Inrichtingsplan gesteld met betrekking tot het in acht nemen van de markttijden.

Artikel 9. Tijdelijke intrekking van een vaste standplaatsvergunning Onverminderd het bepaalde in artikel 8 kan het college een vergunning voor een vaste standplaats, al dan niet voorwaardelijk, telkens voor ten hoogste vier achtereenvolgende marktdagen tijdelijk intrekken, indien de vergunninghouder of een persoon die hem bijstaat: a. het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de voorschriften van de vergunning overtreedt; b. zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog; of c. niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet, dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet.

3.4.11.5

Artikel 3.4.11.3 Overschrijven vergunning vaste standplaats (Marktverordening) 1. De vergunning voor een vaste standplaats, inclusief de daarbij behorende opgebouwde rechten, kan door het college worden overgeschreven op naam van de gehuwd of geregistreerd partner van de vergunninghouder, of een andere persoon met wie hij een duurzame gemeenschappelijke huishouding vormt of vormde: a. Op verzoek van de vergunninghouder als hij zelf geen gebruik meer wil maken van de vergunning; b. Op verzoek van de curator van de vergunninghouder als hij onder curatele is gesteld; c. Op verzoek van de erven van de vergunninghouders als hij is overleden. 2. Als de overschrijving als bedoeld in het eerste lid niet kan worden gedaan, dan kan de vergunning, exclusief de daarbij opgebouwde rechten, op aanvraag van de vergunninghouder, zijn erven of zijn curator worden overgeschreven op: a. zijn kind, als deze ten minste drie aaneengesloten jaren in loondienst bij de vergunninghouder heeft gewerkt direct voorafgaand aan de gebeurtenis als bedoeld in het eerste lid; b. de mede-eigenaar van diens bedrijf, als deze ten minste drie aaneengesloten jaren mede-eigenaar was direct voorafgaand aan de gebeurtenis als bedoeld in het eerste lid; c.

zijn medewerker, als deze ten minste drie aaneengesloten jaren in loondienst bij de vergunninghouder heeft gewerkt direct voorafgaand aan de gebeurtenis als bedoeld in het eerste lid. 3. In het geval van het overlijden of de ondercuratelestelling van de vergunninghouder moet de aanvraag om de vergunning over te schrijven binnen 3.4.11.4 twee maanden na die gebeurtenis worden ingediend. Artikel Intrekking en vervallen vergunning voor vaste standplaats (Marktverordening) 1. De vergunning voor een vaste standplaats wordt door het college ingetrokken als: a. de vergunninghouder daar schriftelijk om verzoekt; b. binnen twee maanden na het overlijden of na de ondercuratelestelling van de vergunninghouder geen verzoek tot overschrijving is ingediend als bedoeld in artikel 3.4.11.3. 2. De vergunning voor een vaste standplaats kan door het college worden ingetrokken als: a. voor het verkrijgen van de vergunning onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. de gegevens in de vergunning niet meer kloppen met de werkelijke situatie; c. de vergunninghouder, degene die hem vervangt of iemand die hem bijstaat op de markt zich schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of bedrog, of een bij of krachtens deze verordening gestelde bepaling heeft overtreden; d. van de vergunning gedurende ten minste twee maanden geen gebruik is gemaakt; e.

de vergunninghouder niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld betaalt dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet. 3. Als de vergunninghouder, of zijn vervanger als bedoeld in artikel 3.4.11.6, zijn standplaats niet uiterlijk bij de aanvang van de markt heeft ingenomen, dan vervalt de vergunning voor de rest van de dag. De standplaats komt dan in aanmerking voor een dagplaats. De regels over het in acht nemen van de markttijden uit het inrichtingsplan gelden hierbij. Artikel 3.4.11.5 Tijdelijke intrekking van een vergunning voor een vaste standplaats (Marktverordening) Het college kan, eventueel voorwaardelijk, een vergunning voor een vaste standplaats telkens voor ten hoogste vier achtereenvolgende marktdagen intrekken, als de vergunninghouder of degene die hem bijstaat: a. een bij of krachtens deze verordening gestelde bepaling overtreedt; b. zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog; c. niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld betaalt dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet. Dit geldt naast het bepaalde in artikel 3.4.11.4.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9961497/1