210021 Bijlage 2c Leidingenverordening Transponeringstabellen behorende bij Verordening fysieke leefomgeving Leiden 2020 tranche 2 (1)
Tekst van het document
Oude verordening + oud artikelnummer Leidingenverordening 1
Oude tekst Nieuw artikelnummer Vervalt Artikel 1 In deze Leidingenverordening wordt verstaan onder: a. college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leiden; b. leiding: een buis bestemd voor het transport van vaste stoffen, vloeistoffen en gassen, of een kabel, gelegen in, op of boven de grond, met uitzondering van bovengrondse hoogspanningskabels, of in infrastructurele voorzieningen, met alle daarbij behorende voorzieningen, zoals mantelbuizen, kabelgoten, afsluiters, brandkranen, kasten, etcetera; c. openbare ruimte: alle publiek openbare en toegankelijke - zij het mogelijk met restrictie - plaatsen binnen de gemeente Leiden; d. infrastructurele voorziening: voor de geleiding van een leiding specifiek aangebrachte constructie, waaronder in ieder geval wordt verstaan leidingentunnels en leidingenviaducten, en in infrastructuur aanwezige constructies waar ook leidingen in, op of aan kunnen worden bevestigd; e. leidingexploitant: degene onder wiens verantwoordelijkheid een leiding wordt aangelegd, beheerd of geëxploiteerd, waaronder tevens wordt begrepen degene die een vergunning voor het aanleggen van een leiding heeft aangevraagd; f. ondergrondse obstakels: bodemverontreiniging, materialen, objecten en stoffen die nadelige beïnvloeding van de staat van de aan te leggen of gelegde leiding tot gevolg hebben of kunnen hebben.
Nieuwe tekst Toegevoegd aan begrippenlijst Vfl
Leidingenverordening 10
3.7.2.7 Artikel 10 1. Het college trekt de vergunning in indien de leidingexploitant schriftelijk aan het college verklaart van de vergunning geen gebruik meer te willen maken. 2. Degene die een schriftelijke verklaring als bedoeld in het eerste lid afgeeft, wordt gedurende de tijd dat de leiding na opzegging in de openbare ruimte aanwezig is, beschouwd als leidingexploitant, tenzij de leiding is overgedragen of wordt geëxploiteerd of beheerd door een andere persoon, in welk geval laatstgenoemde persoon als leidingexploitant wordt beschouwd. 3. In afwijking van het tweede lid wordt in geval van een persoonsgebonden vergunning als bedoeld in artikel 6 lid 3, de vergunninghouder als leidingexploitant beschouwd tot het moment dat hij schriftelijk aan het college verklaart van de vergunning geen gebruik meer te willen maken en de exploitatie van de leiding staakt of de leiding waar de vergunning betrekking op heeft in eigendom overdraagt en hij daarvan schriftelijk melding heeft gedaan bij het college, met dien verstande dat hij het bewijs van de overdracht kan leveren.
Artikel 3.7.2.7 Intrekken vergunning (Leidingenverordening) 1. Het college trekt de vergunning in als de leidingexploitant schriftelijk aan het college verklaart geen gebruik meer te willen maken van de vergunning. 2. Degene die een verklaring als bedoeld in het eerste lid afgeeft, wordt gedurende de tijd dat de leiding na opzegging in de openbare ruimte aanwezig is, beschouwd als leidingexploitant, tenzij de leiding is overgedragen of wordt geëxploiteerd of beheerd door een andere persoon. In dat geval wordt de laatstgenoemde persoon als leidingexploitant beschouwd. 3. In afwijking van het tweede lid wordt in het geval van een persoonsgebonden vergunning als bedoeld in artikel 3.7.2.3, derde lid, de vergunninghouder als leidingexploitant beschouwd, tot aan het moment dat hij schriftelijk aan het college verklaart geen gebruik meer te willen maken van de vergunning en de exploitatie van de leiding staakt, of de leiding waar de vergunning betrekking op heeft in eigendom overdraagt en hij daarvan bij het college schriftelijk melding heeft gedaan, met dien verstande dat hij het bewijs van de overdracht kan leveren.
Leidingenverordening 11
3.7.2.8 Artikel 11 1. Het college kan de leidingexploitant verplichten binnen een door het college vast te stellen termijn na verlening van de vergunning en voor de beoogde aanvang van de feitelijke werkzaamheden voor de aanleg, wijziging of verwijdering van de leiding bij het college, overeenkomstig het Handboek Leidingen, documenten in te dienen. 2. De leidingexploitant voltooit de werkzaamheden met betrekking tot de aanleg, wijziging of verwijdering binnen zes maanden na aanvang van de werkzaamheden, tenzij in de vergunning anders is bepaald.
Artikel 3.7.2.8 De aanleg (Leidingenverordening) 1. Het college kan de leidingexploitant verplichten binnen een vast te stellen termijn na het verlenen van de vergunning, en voor de beoogde aanvang van de feitelijke werkzaamheden voor de aanleg, wijziging of verwijdering van de leiding, bij het college documenten in te dienen zoals aangegeven in het Handboek Leidingen. 2. De leidingexploitant voltooit de werkzaamheden met betrekking tot de aanleg, wijziging of verwijdering binnen zes maanden na aanvang van de werkzaamheden, tenzij in de vergunning anders is bepaald.
Leidingenverordening 12
Artikel 12 1. De leidingexploitant draagt ervoor zorg dat het leidingtracé na afloop van het werk in de oorspronkelijke, dan wel in de vergunning omschreven staat wordt opgeleverd. 2. Indien door de leidingexploitant werkzaamheden aan leidingen in de openbare ruimte worden uitgevoerd, brengt het college de kosten voor herstel, beheer, onderhoud en degeneratie van die openbare ruimte die het rechtstreekse gevolg zijn van de uitgevoerde werkzaamheden bij de leidingexploitant in rekening conform het meest recente Besluit vaststelling tarieven voor schade veroorzaakt door ingravingen in verhardingen gemeente Leiden.
3.7.2.9
Artikel 3.7.2.9 Oplevering (Leidingenverordening) 1. De leidingexploitant zorgt ervoor dat het leidingtracé na afloop van het werk wordt opgeleverd in de oorspronkelijke, dan wel in de staat die in de vergunning is omschreven. 2. Als door de leidingexploitant werkzaamheden aan leidingen in de openbare ruimte worden uitgevoerd, brengt het college de kosten in rekening bij de leidingexploitant voor het herstel, beheer, onderhoud en degeneratie van die openbare ruimte die het rechtstreekse gevolg zijn van de uitgevoerde werkzaamheden, volgens het Besluit vaststelling tarieven voor schade veroorzaakt door ingravingen in verhardingen gemeente Leiden.
Leidingenverordening 13
3.7.2.10 Artikel 13 1. Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden ondergrondse obstakels worden aangetroffen, meldt de leidingexploitant dit onverwijld aan het college. 2. Het college kan bij gebleken ondergrondse obstakels in of nabij het tracé van de leiding aan de leidingexploitant maatregelen opdragen ter bescherming van de belangen waartoe deze Leidingenverordening strekt en opschorting van de werkzaamheden gelasten. De kosten van de te nemen maatregelen komen ten laste van de vergunninghouder. 3. De in het tweede lid bedoelde opschorting wordt pas gelast, indien: a. is gebleken dat geen uitvoering is gegeven aan de door het college aan de leidingexploitant opgedragen maatregelen; of b. naar het oordeel van het college maatregelen als bedoeld onder a. niet mogelijk zijn.
Artikel 3.7.2.10 Ondergrondse obstakels (Leidingenverordening) 1. De leidingexploitant meldt het direct aan het college als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden ondergrondse obstakels worden gevonden. 2. Het college kan bij gebleken ondergrondse obstakels in of nabij het tracé van de leiding aan de leidingexploitant maatregelen opdragen ter bescherming van de belangen waartoe deze verordening strekt en opschorting van de werkzaamheden gelasten. De kosten van de te nemen maatregelen zijn voor rekening van de vergunninghouder. 3. De opschorting als bedoeld in het tweede lid wordt pas gelast als: a. is gebleken dat er geen uitvoering is gegeven aan de maatregelen die door het college aan de leidingexploitant zijn opgedragen, of; b. naar het oordeel van het college de maatregelen als bedoeld onder a niet mogelijk zijn.
Leidingenverordening 14
3.7.2.11 Artikel 14 Het college kan de leidingexploitant verplichten na de voltooiing van het werk tekeningen, waaruit de feitelijke situatie na de uitvoering van de werkzaamheden blijkt, kosteloos aan het college ter beschikking te stellen.
Artikel 3.7.2.11 Ter beschikking stellen tekeningen (Leidingenverordening) Het college kan de leidingexploitant verplichten na de voltooiing van het werk tekeningen kosteloos aan het college ter beschikking te stellen waaruit de feitelijke situatie na de uitvoering van de werkzaamheden blijkt.
Leidingenverordening 15
5.3.1.1 Artikel 15 Indien blijkt dat een leidingexploitant als gevolg van een besluit van het college, inhoudende een intrekking of wijziging van een vergunning op grond van artikel 9, onderdeel f, schade lijdt of zal lijden die redelijkerwijs niet of niet geheel tot het normale bedrijfsrisico kan worden gerekend en waarvan een vergoeding niet of niet voldoende is verzekerd, kent het college op verzoek aan hem een vergoeding toe, zulks zolang op grond van artikel 228 Gemeentewet de gemeente precario kan heffen.
Artikel 5.3.1.1 Nadeelcompensatie (Leidingenverordening) Als blijkt dat een leidingexploitant als gevolg van een besluit van het college om de vergunning in te trekken of te wijzigen als bedoeld in artikel 3.7.2.6, onder g, schade lijdt of zal lijden die redelijkerwijs niet of niet geheel tot het normale bedrijfsrisico kan worden gerekend, en waarvan een vergoeding niet of niet voldoende is verzekerd, kent het college op verzoek aan hem een vergoeding toe. Een dergelijke vergoeding wordt toegekend zo lang de gemeente op grond van artikel 228 van de Gemeentewet precario kan heffen.
Leidingenverordening 16
Artikel 16 De leidingexploitant is verplicht verontreiniging, gevaar of hinder, dan wel storingen waarbij verontreiniging, gevaar of hinder kunnen optreden, onmiddellijk te melden aan het college.
3.7.2.12
Artikel 3.7.2.12 Verontreiniging, gevaar en hinder (Leidingenverordening) De leidingexploitant is verplicht om verontreiniging, gevaar of hinder, dan wel storingen waarbij verontreiniging, gevaar of hinder kunnen optreden onmiddellijk te melden aan het college.
Leidingenverordening 17
Artikel 16 De leidingexploitant is verplicht verontreiniging, gevaar of hinder, dan wel storingen waarbij verontreiniging, gevaar of hinder kunnen optreden, onmiddellijk te melden aan het college.
3.7.2.13
Leidingenverordening 18
Vervalt Artikel 18 Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze Leidingenverordening zijn belast de bij besluit van het college aan te wijzen personen.
Valt onder artikel over toezichthouders Vfl
Leidingenverordening 19
7.2.1.2 Artikel 19 1. Voor leidingen die op de datum van inwerkingtreding van deze Leidingenverordening aanwezig en in gebruik zijn geldt de schriftelijke toestemming dan wel vergunning op grond waarvan zij gelegd zijn als een vergunning krachtens deze Leidingenverordening, zulks met terzijdestelling van de voorschriften die verbonden zijn aan de reeds verleende schriftelijke toestemming danwel vergunning. 2. Indien het college van oordeel is dat een schriftelijke toestemming dan wel reeds verleende vergunning als bedoeld in het eerste lid niet voldoet aan de voorschriften bij of krachtens deze Leidingenverordening kan het college de leidingexploitant een termijn stellen waarbinnen de leidingexploitant het college nadere informatie over de leiding dient te verschaffen of een aanvraag voor een vergunning moet indienen, bij gebreke waarvan de schriftelijke toestemming bij een door het college te bepalen tijdstip komt te vervallen.
Artikel 7.2.1.2 Overgangsrecht leidingen (Leidingenverordening) 1. Voor leidingen die op de datum van inwerkingtreding van de Leidingenverordening 2012 aanwezig waren en in gebruik zijn, geldt de schriftelijke toestemming of vergunning op grond waarvan die leidingen zijn gelegd, als een vergunning krachtens deze verordening. Voorschriften die zijn verbonden aan een eerder verleende schriftelijke toestemming of vergunning zijn daarop niet van toepassing. 2. Als het college van oordeel is dat een schriftelijke toestemming of een eerder verleende vergunning als bedoeld in het eerste lid niet voldoet aan de voorschriften bij of krachtens deze verordening, dan kan het college de leidingexploitant een termijn stellen waarbinnen hij het college meer informatie over de leiding moet geven of een vergunning moet aanvragen. Als de leidingexploitant dat niet doet komt de schriftelijke toestemming te vervallen op een tijdstip dat door het college wordt bepaald.
Leidingenverordening 2
Artikel 2 1. Deze Leidingenverordening is van toepassing op het aanleggen, het houden en het verwijderen van leidingen in de openbare ruimte en in of op infrastructurele voorzieningen. 2. Deze Leidingenverordening is niet van toepassing op kabels, bedoeld in de Telecommunicatiewet en op leidingen, die onderdeel zijn van een inrichting als bedoeld in de Wet milieubeheer of deel uitmaken van drukapparatuur als bedoeld in het Warenwetbesluit drukapparatuur.
Vervalt
Valt onder toepassingsbereik Vfl
Leidingenverordening 20
Artikel 20 De beheerder van de stadsverwarming dient jegens de gemeente aannemelijk te maken dat de veiligheidsaspecten van de stadsverwarmingsleidingen in voldoende mate zijn gewaarborgd. De beheerder kan dit onder meer aannemelijk maken door overlegging van een daartoe strekkende verklaring van de Nederlandse Mededingsautoriteit. De hiervoor genoemde verplichting voor de beheerder van de stadsverwarming vervalt indien een genoegzame regeling voor de veiligheidsaspecten in de Warmtewet wordt opgenomen.
4.2.2.1
Artikel 4.2.2.1 Stadsverwarming (Leidingenverordening) De beheerder van de stadsverwarming moet aan de gemeente aannemelijk maken dat de veiligheidsaspecten van de stadsverwarmingsleidingen in voldoende mate zijn gewaarborgd. De beheerder kan dit onder andere aannemelijk maken door een daartoe strekkende verklaring van de Autoriteit Consument & Markt aan te leveren. De hiervoor genoemde verplichting voor de beheerder van de stadsverwarming vervalt als een toereikende regeling voor de veiligheidsaspecten in de Warmtewet wordt opgenomen.
Leidingenverordening 21
7.1.2.7 Artikel 21 Overtreding van de artikelen 4, 6 tweede lid, 11 tweede lid, 13 eerste lid en 16 wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de tweede categorie.
Artikel 7.1.2.7 Strafbepaling leidingen (Leidingenverordening) Het overtreden van de artikelen 3.7.2.1, 3.7.2.3, tweede lid, 3.7.2.8, tweede lid, 3.7.2.10, eerste lid, en 3.7.1.13 wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maande of een geldboete van de tweede categorie.
Leidingenverordening 22
Artikel 22 Deze Leidingenverordening treedt in werking op 1 januari 2012.
Vervalt
Betreft inwerkingtreding
Leidingenverordening 23
Artikel 23 Deze Leidingenverordening wordt aangehaald als: Leidingenverordening gemeente Leiden 2012.
Vervalt
Betreft citeertitel
Leidingenverordening 3
Artikel 3 Het college stelt ter uitvoering van deze Leidingenverordening een Handboek Leidingen vast waarin onder meer bepalingen zijn opgenomen betreffende de aanleg, het houden, het wijzigen en het verwijderen van leidingen.
3.7.1.1
Artikel 3.7.1.1 Handboek Leidingen (Leidingenverordening) Het college stelt ter uitvoering van deze verordening een Handboek Leidingen vast, waarin onder meer bepalingen zijn opgenomen met betrekking tot de aanleg, het houden, het wijzigen en het verwijderen van kabels en leidingen.
Leidingenverordening 4
3.7.2.1 Artikel 4 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning leidingen in, op of boven de openbare ruimte en in of op infrastructurele voorzieningen: a. aan te leggen of te houden; b. te onderhouden, of c. te verwijderen. 2. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning bestaande leidingen: a. te wijzigen; b. te verplaatsen; c. een andere functie te geven dan die in de vergunning is omschreven.
Artikel 3.7.2.1 Verbodsbepaling (Leidingenverordening) 1. Het is niet toegestaan om zonder of in afwijking van een vergunning, in, op of boven de openbare ruimte, leidingen: a. aan te leggen; b. te houden; c. te onderhouden; d. te verwijderen. 2. Het is niet toegestaan om zonder of in afwijking van een vergunning, in of op infrastructurele voorzieningen, leidingen: a. aan te leggen; b. te houden; c. te onderhouden; d. te verwijderen. 3. Het is niet toegestaan om zonder of in afwijking van een vergunning bestaande leidingen: a. te wijzigen; b. te verplaatsen; c. een andere functie te geven dan in de vergunning is omschreven.
Artikel 3.7.2.13 Verwijderen van leidingen (Leidingenverordening) 1. De leidingexploitant is verplicht de leidingen te verwijderen binnen een door het college te bepalen termijn na het verlopen, opzeggen of geheel of gedeeltelijk intrekken van de vergunning. 2. De artikelen 3.7.2.1, 3.7.2.8, 3.7.2.9, 3.7.2.10 en 3.7.2.11 zijn van overeenkomstige toepassing op de verwijderingen als bedoeld in het eerste lid.
Leidingenverordening 5
Leidingenverordening 6
3.7.2.2 Artikel 5 1. Een vergunning wordt door het college op aanvraag aan de leidingexploitant verleend, nadat is gebleken dat wordt voldaan aan het bepaalde bij of krachtens deze Leidingenverordening. 2. De aanvraag voor een vergunning wordt digitaal ingediend bij het college door middel van een daartoe vastgesteld formulier welk gepubliceerd is op de website van de gemeente Leiden. 3. Het college stelt in het Handboek Leidingen vast welke gegevens en documenten voor de beoordeling van de aanvraag benodigd zijn. 4. In geval van reparaties en het maken van huisaansluitingen met een maximale lengte van 25 meter in de openbare ruimte geldt een ten opzichte van de vorige leden verkorte procedure. Het college verleent voor de beoogde werkzaamheden toestemming indien ten minste twee werkdagen voorafgaande aan de werkzaamheden door de leidingexploitant digitaal melding is gedaan door middel van een daartoe vastgesteld formulier welke is gepubliceerd op de website van de gemeente Leiden. Aan de toestemming kunnen door het college voorwaarden worden gesteld. Artikel 8 lid 2 is hierbij van overeenkomstige toepassing. 5. Het vierde lid is niet van toepassing op hoogspanningskabels zijnde kabels van meer dan 380 Volt en leidingen ten behoeve van stadsverwarming. 6.
Bij storingen, waarvoor uitstel van de reparatie niet mogelijk is of wanneer de storing buiten de normale werktijden plaatsvindt, geschiedt de melding digitaal, bedoeld in het vierde lid, bij het college achteraf, binnen een week na aanvang van de reparatiewerkzaamheden, met voornoemd formulier. 3.7.2.3 Artikel 6 1. Een voor een leiding verleende vergunning geldt voor deze leiding. De leidingexploitant draagt ervoor zorg dat de aan de vergunning verbonden voorschriften worden nageleefd. 2. Indien de leiding ten aanzien waarvan een vergunning is verleend wordt overgedragen of de leidingexploitant in een andere rechtsvorm wordt omgezet, melden de oude en de nieuwe leidingexploitant respectievelijk meldt de nieuwe rechtspersoon dit onverwijld schriftelijk aan het college. 3. In afwijking van het eerste en tweede lid kan het college in de vergunning bepalen dat de vergunning slechts geldt voor de leidingexploitant. 4. Een krachtens deze Leidingenverordening verleende vergunning geldt, voor zover van toepassing, tevens als een vergunning op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Leiden (hierna ook te noemen: “APV”) met betrekking tot het beschadigen van een weg, het aanbrengen/hebben van voorwerpen op, aan, in, over of boven een weg respectievelijk het uitvoeren van werkzaamheden aan straatkolken en dergelijke.
Artikel 3.7.2.2 Aanvragen vergunning (Leidingenverordening) 1. Het college verleent een vergunning op aanvraag aan de leidingexploitant, nadat is gebleken dat wordt voldaan aan het bepaalde bij of krachtens deze verordening. 2. De aanvraag om een vergunning wordt digitaal ingediend bij het college door middel van een daartoe vastgesteld formulier dat is gepubliceerd op de website van de gemeente Leiden. 3. Het college stelt in het Handboek Leidingen vast welke gegevens en documenten nodig zijn voor de beoordeling van de aanvraag. 4. In het geval van reparaties en het maken van huisaansluitingen met een maximale lengte van 25 meter in de openbare ruimte geldt een verkorte procedure. Het college verleent toestemming voor de beoogde werkzaamheden als de leidingexploitant ten minste twee werkdagen voorafgaand aan de werkzaamheden daarvan digitaal een melding heeft gedaan op de manier die door het college is vastgesteld. Het college kan voorwaarden stellen aan de toestemming. Artikel 3.7.2.5 tweede lid, is hierbij van overeenkomstige toepassing. 5. Het vierde lid is niet van toepassing op hoogspanningskabels van meer dan 380 Volt en leidingen ten behoeve van stadsverwarming. 6.
Bij storingen, waarvoor uitstel van de reparatie niet mogelijk is, of wanneer de storing buiten de normale werktijden plaatsvindt, wordt de digitale melding als bedoeld in het vierde lid, gedaan binnen een week na aanvang van de reparatiewerkzaamheden.
Artikel 3.7.2.3 Naleven vergunningvoorschriften (Leidingenverordening) 1. Een vergunning die is verleend voor een leiding geldt alleen voor die leiding. De leidingexploitant zorgt ervoor dat de voorschriften die aan de vergunning zijn verbonden worden nageleefd. 2. Als de leiding waarvoor een vergunning is verleend wordt overgedragen, of als de leidingexploitant in een andere rechtsvorm wordt omgezet, melden de oude en de nieuwe leidingexploitant, respectievelijk de nieuwe rechtspersoon, dit direct schriftelijk aan het college. 3. Het college kan in afwijking van het eerste en tweede lid in de vergunning bepalen dat de vergunning alleen geldt voor de leidingexploitant. 4. Een vergunning die is verleend op grond van deze paragraaf geldt, voor zover van toepassing ook als een vergunning op basis van artikel 3.4.4.2 van deze verordening.
Leidingenverordening 7
Artikel 7 1. Het college beslist binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag. 2. De termijn, bedoeld in het eerste lid, kan met acht weken worden verlengd. 3. Het college houdt een beslissing op de aanvraag voor een leidingvergunning aan, indien er geen grond is om de vergunning te weigeren en voor de aanleg, verplaatsing of verwijdering van de leiding tevens een omgevingsvergunning of een vergunning op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening vereist is, tenzij: a. de betreffende vergunning is afgegeven en zes weken zijn verstreken waarbinnen geen bezwaar is aangetekend; dan wel b. een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend en op dat verzoek is beslist. 4. De vergunning wordt in ieder geval niet verleend indien niet wordt voldaan aan het bepaalde bij of krachtens deze Leidingenverordening.
3.7.2.4
Artikel 3.7.2.4 Beslistermijn (Leidingenverordening) 1. Het college beslist binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag. 2. De termijn als bedoeld in het eerste lid kan met acht weken worden verlengd. 3. Het college houdt een beslissing op de aanvraag om een leidingvergunning aan als er op grond van artikel 3.4.4.2 van deze verordening ook een omgevingsvergunning nodig is voor het aanleggen, verplaatsen of verwijderen van de leiding, en er verder geen andere redenen zijn om de aanvraag om een leidingvergunning te weigeren. Dit geldt niet als de omgevingsvergunning is verleend en er zes weken zijn verstreken waarbinnen geen bezwaar is aangetekend, of als er een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend en op dat verzoek is beslist. 4. De vergunning wordt in ieder geval niet verleend als niet wordt voldaan aan het bepaalde bij of krachtens deze verordening.
Leidingenverordening 8
3.7.2.5 Artikel 8 1. Het college kan met inachtneming van het Handboek Leidingen aan de vergunning voorschriften en beperkingen verbinden. 2. De voorschriften en beperkingen, bedoeld in het eerste lid, hebben betrekking op: a. de bescherming van de openbare orde; b. de bescherming van de bodem; c. de voorkoming van gevaar, schade of hinder; d. de verkeersveiligheid en goede doorstroming van het verkeer; e. het verschaffen van nadere informatie; f. de afstemming met andere werken; g. de verzekering van de toestand waarin het tracé na voltooiing van het werk moet worden opgeleverd; h. de bepaling van het tijdstip waarop de feitelijke werkzaamheden aan de leiding mogen of moeten beginnen; i. de vaststelling van het in te dienen werkplan en de termijn waarbinnen het plan moet zijn ingediend; j. het tijdschema voor de aanleg, wijziging of verwijdering van de leiding; k. de voorwaarden waaronder afwijking van het werkplan of het tijdschema is toegestaan; l. het tracé waar de leiding moet worden gelegd en gehouden. 3. Het college kan met het oog op de belangen bedoeld in het tweede lid een verleende vergunning wijzigen.
Artikel 3.7.2.5 Vergunningvoorschriften (Leidingenverordening) 1. Het college kan aan de vergunning voorschriften en beperkingen verbinden met inachtneming van het Handboek Leidingen. 2. De voorschriften en beperkingen als bedoeld in het eerste lid hebben betrekking op: a. de bescherming van de openbare orde; b. de bescherming van de bodem; c. het voorkomen van gevaar, schade of hinder; d. de verkeersveiligheid en goede doorstroming van het verkeer; e. het verschaffen van nadere informatie; f. de afstemming met andere werken; g. de verzekering van de toestand waarin het tracé na voltooiing van het werk moet worden opgeleverd; h. het bepalen van het tijdstip waarop de feitelijke werkzaamheden aan de leiding mogen of moeten beginnen; i. de vaststelling van het in te dienen werkplan en de termijn waarbinnen het plan moet zijn ingediend; j. het tijdschema voor de aanleg, wijziging of verwijdering van de leiding; k. de voorwaarden waaronder afwijken van het werkplan of het tijdschema is toegestaan; l. het tracé waar de leiding moet worden gelegd en gehouden. 3. Het college kan met het oog op de belangen als bedoeld in het tweede lid een verleende vergunning wijzigen.
Leidingenverordening 9
3.7.2.6 Artikel 9 Het college kan, onverminderd het bepaalde in artikel 8 lid 3, de vergunning wijzigen of intrekken, indien: a. de leidingexploitant niet binnen zes maanden na het onherroepelijk worden van de vergunning met de werkzaamheden als omschreven in de vergunning is begonnen; b. de leidingexploitant de exploitatie en het onderhoud van de leiding gedurende een aaneengesloten periode van ten minste zes maanden staakt dan wel de leiding anderszins gedurende een periode van ten minste zes maanden niet in gebruik is; c. blijkt dat de vergunning op basis van onjuiste of onvolledige gegevens is verleend; d. de vergunning in strijd met enig wettelijk voorschrift is afgegeven; e. de leidingexploitant het bepaalde bij of krachtens deze Leidingenverordening of de vergunningvoorschriften niet naleeft; f. dit noodzakelijk is vanwege de uitvoering van werken.
Artikel 3.7.2.6 Wijzigings- en intrekkingsgronden (Leidingenverordening) Het college kan, onverminderd het bepaalde in artikel 3.7.2.5, derde lid, de vergunning wijzigen of intrekken als: a. de leidingexploitant niet binnen zes maanden na het onherroepelijk worden van de vergunning met de werkzaamheden is begonnen zoals die zijn omschreven in de vergunning; b. de leidingexploitant de exploitatie en het onderhoud van de leiding gedurende een aaneengesloten periode van ten minste zes maanden staakt, of de leiding op een andere manier gedurende een periode van ten minste zes maanden niet in gebruik is; c. blijkt dat de vergunning is verleend op basis van onjuiste of onvolledige gegevens; d. de vergunning in strijd met een wettelijk voorschrift is verleend; e. het bij of krachtens deze verordening bepaalde niet wordt nageleefd door de leidingexploitant; f. de voorschriften en beperkingen die aan de vergunning zijn verbonden niet worden nageleefd door de leidingexploitant; g. dit noodzakelijk is vanwege de uitvoering van werken.