210021 Bijlage 2a Huisvestingsverordening Transponeringstabellen behorende bij Verordening fysieke leefomgeving Leiden 2020 tranche 2 (2)
Tekst van het document
Oude verordening + oud artikelnummer Huisvestingsverordening 1 Huisvestingsverordening 10
Oude tekst Begripsbepalingen Artikel 10 Overgangsbepaling Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 9, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.
Nieuw artikelnummer Vervalt Vervalt
Nieuwe tekst Toegevoegd aan begrippenlijst Vfl Toegevoegd aan overgangsrecht Vfl
Huisvestingsverordening 11, lid 1
Artikel 11 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking en vervalt op 1 juli 2024.
7.3.1.3, lid 2
Artikel 7.3.1.3 Inwerkingtreding 2. Paragraaf 3.2.2 en artikelen 7.1.2.5 en 7.1.2.6 vervallen op 1 juli 2024 en worden dan herzien.
Huisvestingsverordening 11, lid 2
Artikel 11 Inwerkingtreding en citeertitel 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Huisvestingsverordening, onderdeel woonruimtevoorraad, Leiden 2020.
Vervalt
Betreft citeertitel
Huisvestingsverordening 2
3.2.2.1 Artikel 2 Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte 1. De in het tweede lid van dit artikel genoemde categorieën woonruimten mogen niet zonder vergunning van burgemeester en wethouders: a. anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar geheel of gedeeltelijk aan de bestemming tot bewoning worden onttrokken; b. anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar geheel of gedeeltelijk met andere woonruimte worden samengevoegd; c. van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte worden omgezet, of d. worden verbouwd tot twee of meer zelfstandige woonruimten. 2. Het bepaalde in het eerste lid is van toepassing; a. ten aanzien van het geheel of gedeeltelijk onttrekken van woonruimte aan de bestemming tot bewoning: op woonruimten met een koopprijs beneden de koopprijsgrens dan wel met een huurprijs beneden de huurprijsgrens, b. ten aanzien van het samenvoegen van woonruimten: op woonruimten met een koopprijs beneden de koopprijsgrens dan wel met een huurprijs beneden de huurprijsgrens; c. ten aanzien van het omzetten van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte: op alle zelfstandige woonruimten; en, d. ten aanzien van woningvorming enkel in die gevallen waarbij ten minste een van de te vormen woonruimtes een gebruiksoppervlakte heeft van 40m² of kleiner. 3.
Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing: a. ten aanzien van woonwagens; b. ten aanzien van woningen van een woningcorporatie die ten behoeve van herstructurering gesloopt worden;
Artikel 3.2.2.1 Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte (Huisvestingsverordening) 1. Het is niet toegestaan zonder vergunning van het college: a. Woonruimten met een koopprijs beneden de koopprijsgrens, dan wel met een huurprijs beneden de huurprijsgrens, geheel of gedeeltelijk aan de bestemming tot bewoning te onttrekken, anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar; b. Woonruimten met een koopprijs beneden de koopprijsgrens, dan wel een huurprijs beneden de huurprijsgrens, geheel of gedeeltelijk samen te voegen, anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar; c. Zelfstandige woonruimten om te zetten in onzelfstandige woonruimten; d. Woonruimten te verbouwen tot twee of meer zelfstandige woonruimten, als ten minste één van de te vormen woonruimten een gebruiksoppervlakte heeft van 40m2 of minder. 2. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing: a. Ten aanzien van woonwagens; b. Ten aanzien van woningen van een woningcorporatie die ten behoeve van herstructurering worden gesloopt; c. In gevallen waar sprake is van inwoning.
Huisvestingsverordening 3
Huisvestingsverordening 4
3.2.2.2 Artikel 3 Aanvraag vergunning 1. Een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet wordt ingediend door gebruikmaking van een door burgemeester en wethouders vastgesteld formulier. 2. Met inachtneming van het voorgaande lid worden bij de aanvraag, onverminderd het bepaalde in artikel 4.5 Algemene wet bestuursrecht, ten minste de volgende gegevens verstrekt: a. het adres van de woonruimte waar de aanvraag betrekking op heeft; b. de naam en het adres van de aanvrager, zijnde de eigenaar van de woonruimte of het gebouw; c. straat, huisnummer(s), kadastrale aanduiding(en) en huur- of koopprijs van betrokken woonruimte(n); d. omschrijving van activiteit waarvoor vergunning wordt aangevraagd, waarbij ten minste wordt aangegeven: i. ten behoeve van welke (andere) bestemming een woonruimte aan de bestemming tot bewoning wordt onttrokken en welk deel van de woonruimte dit betreft, of ii. welke woonruimten worden samengevoegd, of iii. het aantal (on)zelfstandige woonruimten waarin een zelfstandige woonruimte wordt omgezet; e. de gewenste vergunningstermijn; f. de gegevens over de bestaande situatie, welke, voor zover van toepassing, omvatten huurprijs of koopprijs, het aantal kamers, de gebruiksoppervlakte, de woonlaag en de staat van onderhoud; g.
de gegevens over de beoogde situatie, welke, voor zover van toepassing, omvatten de huurprijs, het aantal kamers, het aantal bewoners en de bouwtekening of bouw- of omgevingsvergunning; h. bij een aanvraag om en eenvoorschriften vergunning voor het omzetten van een 3.2.2.3 Artikel 4 Voorwaarden Aan een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet kunnen voorwaarden en voorschriften verbonden worden over onder andere: a. een beperkte geldingsduur van de vergunning, indien de vergunning voorziet in een tijdelijke behoefte; b. de periode waarbinnen van de vergunning gebruik gemaakt moet worden; c. de voorwaarde dat de huurprijs wordt bepaald op grond van het woningwaarderingssysteem volgens de Huurprijzenwet woonruimte; d. geluidsisolatie eisen; e. goed verhuurderschap; f. het voorkomen van overlast; g. indien de vergunning betrekking heeft op omzetting van zelfstandige naar onzelfstandige woonruimte of meerdere zelfstandige woonruimten, voorwaarden en voorschriften in het belang van een aanvaardbaar woonen leefmilieu in de omgeving van de woning waarop de aanvraag betrekking heeft.
Artikel 3.2.2.2 Aanvraag vergunning (Huisvestingsverordening) 1. De aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de Huisvestingswet wordt ingediend bij het college door middel van een daartoe vastgesteld formulier. 2. Bij de aanvraag worden, naast het bepaalde in artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht, ten minste de volgende gegevens verstrekt: a. Het adres van de woonruimte waar de aanvraag betrekking op heeft; b. De naam en het adres van de aanvrager, zijnde de eigenaar van de woonruimte of het gebouw; c. Straat, huisnummer(s), kadastrale aanduiding(en) en huur- of koopprijs van de betrokken woonruimte(n); d. Een omschrijving van de activiteit waarvoor een vergunning wordt aangevraagd, waarbij ten minste wordt aangegeven: i. Ten behoeve van welke (andere) bestemming een woonruimte aan de bestemming tot bewoning wordt onttrokken, en welk deel van de woonruimte dit betreft, of; ii. Welke woonruimten worden samengevoegd, of; iii. Het aantal (on)zelfstandige woonruimten waarin een zelfstandige woonruimte wordt omgezet; e. De gewenste vergunningstermijn; f. De gegevens over de bestaande situatie, waaronder, voor zover van toepassing, de huur- of koopprijs, het aantal kamers, de gebruiksoppervlakte, de woonlaag en de staat van onderhoud; g.
De gegevens over de beoogde situatie, waaronder, voor zover van toepassing, de huurprijs, het aantal kamers, het aantal bewoners en de bouwtekening of omgevingsvergunning; h. Bij een aanvraag om een vergunning voor het omzetten van een zelfstandige woonruimte: gegeven waaruit blijkt dat voldaan wordt aan de Artikel 3.2.2.3 Voorwaarden en voorschriften (Huisvestingsverordening) Aan een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de Huisvestingswet 2014 kunnen voorwaarden en voorschriften worden verbonden over onder andere: a. een beperkte geldingsduur van de vergunning als deze voorziet in een tijdelijke behoefte; b. de periode waarbinnen van de vergunning gebruik moet worden gemaakt; c. de voorwaarde dat de huurprijs wordt bepaald op grond van het woningwaarderingssysteem volgens de Huurprijzenwet woonruimte; d. geluidsisolatie-eisen; e. goed verhuurderschap; f. het voorkomen van overlast; g. het belang van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de omgeving van de woning waarop de aanvraag betrekking heeft, als de vergunning betrekking heeft op het omzetten van zelfstandige naar onzelfstandige woonruimten of meerdere zelfstandige woonruimten.
Huisvestingsverordening 5
Huisvestingsverordening 6
3.2.2.4 Artikel 5 Weigeringsgronden 1. Een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet wordt geweigerd als: a. naar het oordeel van burgemeester en wethouders het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad groter is dan het met de onttrekking, samenvoeging, omzetting of woningvorming gediende belang; b. het verlenen van de vergunning zou kunnen leiden tot een onaanvaardbare inbreuk op een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de omgeving van het betreffende woning, c. de onder a en b genoemde belang niet voldoende kunnen worden gediend door het stellen van voorwaarden en voorschriften aan de vergunning; d. de vergunningverlening zou leiden tot strijdigheid met de voorschriften uit het vigerende bouwbesluit of het ter plaatse vigerende bestemmingsplan. 2. Een vergunning als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder c. wordt ook geweigerd indien: a. het verlenen van de vergunning zou leiden tot het overschrijden van het maximum percentage onttrokken woningen per straat zoals bedoeld in de vastgestelde Beleidsregel onttrekking en woningvorming; b. er tussen de woningen met onzelfstandige woonruimten horizontaal, en indien van toepassing verticaal, niet tenminste 2 aaneengesloten zelfstandige woonruimten, dan wel andere panden niet zijnde woonruimte, zijn; 3.
Een vergunning als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder d, waarbij ten minste één van de te realiseren woonruimtes een gebruiksoppervlakte heeft kleiner dan 24m² wordt geweigerd; 4. Het college kan, indien de aanvraag voor een onttrekkingsvergunning is 3.2.2.5 Artikel 6 Intrekking
Artikel 3.2.2.4 Weigeringsgronden (Huisvestingsverordening) 1. Een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de Huisvestingswet 2014 wordt in ieder geval geweigerd als: a. Naar het oordeel van het college het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad groter is dan het belang dat met het onttrekken, samenvoegen, omzetten of woningvorming wordt gediend; b. Het verlenen van de vergunning zou kunnen leiden tot een onaanvaardbare inbreuk op het woon- en leefklimaat in de omgeving van de betreffende woning; c. De onder a en b genoemde belangen niet voldoende kunnen worden gediend door het stellen van voorwaarden en voorschriften aan de vergunning; d. Het verlenen van de vergunning zou leiden tot strijdigheid met de voorschriften uit het bouwbesluit of het ter plaatse geldende bestemmingsplan. 2. Een vergunning als bedoeld in artikel 21, onder c, van de Huisvestingswet, wordt in ieder geval ook geweigerd als: a. Het verlenen van de vergunning zou leiden tot het overschrijden van het maximum percentage onttrokken woningen per straat, zoals bedoeld in de vastgestelde Beleidsregel onttrekking en woningvorming; b. Er tussen de woningen met onzelfstandige ruimte horizontaal, en indien van toepassing verticaal, niet ten minste 2 aaneengesloten zelfstandige woonruimten of andere panden niet zijnde woonruimte zijn. 3.
Een vergunning als bedoeld in artikel 21 onder d, van de Huisvestingswet, wordt geweigerd als ten minste één van de te realiseren woonruimtes een gebruiksoppervlakte heeft van minder dan 24m2. 4. Het college kan afwijken van het bepaalde in het tweede lid als de aanvraag voor Intrekking een onttrekkingsvergunning is bedoeld voor het huisvesten Artikel 3.2.2.5 (Huisvestingsverordening)
Burgemeester en wethouders kunnen in aanvulling op het bepaalde in artikel 26 van de wet, een vergunning als bedoeld in de artikel 2 intrekken: a. indien de woning niet in goede staat van onderhoud wordt gehouden; b. indien er sprake is van aantoonbare en stelselmatige overlast waardoor het woon- en leefklimaat voor omliggende woningen niet langer aanvaardbaar is en die niet kan worden opgelost door het stellen van nadere voorwaarden en voorschriften; c. indien de feitelijke situatie of het feitelijk gebruik niet meer in overeenstemming is met de vergunde situatie.
Het college kan in aanvulling op het bepaalde in artikel 26 van de Huisvestingswet 2014, een vergunning als bedoeld in artikel 3.2.2.1 intrekken als: a. de woning niet in goede staat van onderhoud wordt gehouden; b. er sprake is van aantoonbare en stelselmatige overlast waardoor het woon- en leefklimaat voor omliggende woningen niet langer aanvaardbaar is, en dit niet kan worden opgelost door het stellen van nadere voorwaarden en voorschriften; c. de feitelijke situatie of het feitelijk gebruik niet meer in overeenstemming is met de vergunde situatie.
Huisvestingsverordening 7
7.1.2.5 Artikel 7 Bestuurlijke boete 1. Overtreding van de verboden, bedoeld in artikel 21 van de wet, of het handelen in strijd met de voorwaarden of voorschriften, bedoeld in artikel 24 van de wet, kan worden beboet met een bestuurlijke boete; 2. De boete voor overtreding van de verboden, bedoeld in artikel 21 van de wet, a. voor de eerste overtreding en herhaalde overtreding na 24 maanden: €2500,- voor niet-bedrijfsmatige exploitatie en €5.000,- voor bedrijfsmatige exploitatie; b. voor herhaalde overtreding binnen 24 maanden: €5000,- voor nietbedrijfsmatige exploitatie en €10.000,- voor bedrijfsmatige exploitatie 3. Voor het handelen in strijd met de voorwaarden of voorschriften, bedoeld in artikel 24 van de wet, bedraagt: a. voor de eerste overtreding en herhaalde overtreding na 24 maanden: €1000,- voor niet-bedrijfsmatige exploitatie en €2500,- voor bedrijfsmatige exploitatie; b. voor herhaalde overtreding binnen 24 maanden: €2500,- voor nietbedrijfsmatige exploitatie en €5.000,- voor bedrijfsmatige exploitatie.
Artikel 7.1.2.5 Bestuurlijke boete (Huisvestingsverordening) 1. Het overtreden van de verboden als bedoeld in artikel 21 van de Huisvestingswet 2014, of het handelen in strijden met de voorwaarden of voorschriften als bedoeld in artikel 24 van de Huisvestingswet 2014, kan worden beboet met een bestuurlijke boete. 2. De boete voor het overtreden van de verboden als bedoeld in artikel 21 van de Huisvestingswet 2014 bedraagt: a. voor de eerste overtreding, en herhaalde overtreding na 24 maanden: €2.500,- voor niet-bedrijfsmatige exploitatie en €5.000,- voor bedrijfsmatige exploitatie; b. voor herhaalde overtreding binnen 24 maanden: €5.000,- voor nietbedrijfsmatige exploitatie en €10.000,- voor bedrijfsmatige exploitatie. 3. De boete voor het handelen in strijd met de voorwaarden of voorschriften als bedoeld in artikel 24 van de Huisvestingswet 2014 bedraagt: a. voor de eerste overtreding, en herhaalde overtreding na 24 maanden: €1.000,- voor niet-bedrijfsmatige exploitatie en €2.500,- voor bedrijfsmatige exploitatie; b. voor herhaalde overtreding binnen 24 maanden: €2.500- voor nietbedrijfsmatige exploitatie en €5.000,- voor bedrijfsmatige exploitatie.
Huisvestingsverordening 8
7.1.2.6 Artikel 8 Hardheidsclausule Indien door bijzondere omstandigheden de strikte toepassing van het bepaalde in deze verordening naar het oordeel van het college zou leiden tot een niet gerechtvaardigde uitkomst, kan het college van het bepaalde in deze verordening afwijken door te besluiten een aanvraag om een onttrekkingsvergunning niet te weigeren.
Artikel 7.1.2.6 Hardheidsclausule (Huisvestingsverordening) Het college kan van het bepaalde in paragraaf 3.2.2 en in artikel 7.1.2.5 van deze verordening afwijken door te besluiten een aanvraag om een onttrekkingsvergunning niet te weigeren, als door bijzondere omstandigheden het strikt toepassen van deze bepalingen volgens het college zou leiden tot een onrechtvaardige uitkomst.
Huisvestingsverordening 9
Artikel 9 Intrekking oude verordening De Huisvestingsverordening, onderdeel woonruimtevoorraad 2019 wordt ingetrokken op de eerste dag na bekendmaking.
Betreft intrekking oude verordening
Vervalt