CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

210019 Bijlage 1 Afgifte verklaring van geen bedenkingen voor de uitgebreide omgevingsvergunningen Ypenburgbocht - Maredijk-locatie

Gemeenteraad 29 april 2021, gemeente LeidenBij agendapunt: Bijlagen20.265 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

4.9.1.2 Beleidsregels parkeernormen Op 28 februari 2012 heeft het college van B&W de nota 'Beleidsregels parkeernormen Leiden' vastgesteld (BW 12.0189). Dit beleid is herzien bij B&W-besluit van 19 mei 2015. Deze beleidsregels hebben betrekking op het stellen van een eis tot het aanbrengen van parkeer-/stallingsruimte voor auto’s op eigen terrein. Ze hebben ook betrekking op de wijze van bepalen van de hoeveelheid benodigde parkeerplaatsen, in verband met aanvragen voor alle activiteiten, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid Wabo. Het doel van dit beleid is dat initiatiefnemers van ruimtelijke activiteiten op eigen terrein voorzien in parkeer-/stallingsruimte voor auto’s, dan wel laad- of losruimte, als daartoe behoefte ontstaat ten gevolge van die ruimtelijke activiteiten. Op deze wijze wordt in het bijzonder de parkeerdruk in de openbare ruimte beperkt, en wordt gezorgd voor voldoende

77

Ruimtelijke Onderbouwing Ypenburgbocht / Maredijk

plaats voor geparkeerde auto’s bij de diverse voorzieningen en functies. De verantwoordelijkheid voor het realiseren van de benodigde parkeerplaatsen wordt primair bij de veroorzaker van de parkeervraag gelegd. De ruimte in Leiden is namelijk schaars en de leefbaarheid van wijken hangt nauw samen met het gebruik van de openbare ruimte. Voor de verschillende zones in Leiden ('binnenstad, binnenstad bij station, schil, schil bij station en rest') en de verschillende functies gelden eigen, specifieke normen. Aan de hand van deze normen dient per geval in de concrete situatie te worden bepaald welke parkeerbehoefte ontstaat en in hoeveel parkeer-/stallingsruimte moet worden voorzien.

4.9.2

Onderzoeksresultaten

4.9.2.1 Ontsluiting De voorliggende ontwikkeling gaat uit van 394 studentenwoningen. Deze hebben een zeer beperkt autobezit en daarmee ook een beperkte verkeersgeneratie. Een enkele in- en uitrit is voldoende in voorliggend project. Het heeft een beperkte impact op het nabijgelegen kruispunt in de vorm van keerbewegingen. Het inpassen van een nieuw VRI ten behoeve van deze ruimtelijke ontwikkeling wordt als onwenselijk beschouwd vanuit een doorstromingsoogpunt.

4.9.2.2 Parkeren Autoparkeren Ten behoeve van de voorliggende ruimtelijke ontwikkeling dienen 39 parkeerplaatsen gerealiseerd te worden. De parkeernorm betreft namelijk 0,1 per studentenappartement. Deze parkeernorm bestaat volledig uit bezoekersparkeren. In de ontwikkeling van dit terrein worden de parkeerplaatsen van het naastgelegen kantoorpand (Reelmetrics BV) ook opnieuw ingericht. Reelmetrics BV heeft een parkeervraag van 5 parkeerplaatsen. Dit betekent dat er in totaal 44 parkeerplaatsen gerealiseerd moeten worden. In de situatietekening Projectblad zijn 44 parkeerplaatsen ingetekend. Deze parkeerplaatsen voldoen aan de NEN 2443. In de parkeergarage zullen enkele parkeerplekken uitgevoerd worden met een oplaadstation. Verder worden er voorbereidingen getroffen om op een later stadium meer parkeerplaatsen van oplaadstations te voorzien. Fietsparkeren Er wordt voorzien in 400 fietsenparkeerplaatsen. Van deze 400 fietsparkeerplaatsen zijn er 200 gereserveerd voor deelfietsen, die vanuit het pand ter beschikking worden gesteld aan de bewoners. Deze fietsen kunnen centraal worden gereserveerd en over het gebruik van deze fietsen worden huisregels opgesteld. Voor bezoekers worden er (conform de CROW) 0,5 fietsparkeerplaats per appartement (in totaal ook 200) gerealiseerd.

4.10 Water 4.10.1 Beleidskader Beleid waterschap Waterbeheerplan 5 Voor de planperiode 2016-2021 zal het Waterbeheerplan 5 (WBP5) van het

78

Ruimtelijke Onderbouwing Ypenburgbocht / Maredijk

hoogheemraadschap van Rijnland van toepassing zijn. In dit plan geeft het hoogheemraadschap van Rijnland aan wat haar ambities voor de komende planperiode zijn en welke maatregelen in het watersysteem worden getroffen. In het WBP5 staat samen werken met de omgeving aan water centraal. Het hoogheemraadschap van Rijnland wil samen met zijn omgeving werken aan duurzaam en efficiënt waterbeheer. De vier hoofddoelen zijn veiligheid tegen overstromingen, voldoende water, gezond water en de waterketen. Wat betreft veiligheid is cruciaal dat de waterkeringen voldoende hoog en stevig zijn én blijven en dat rekening wordt gehouden met mogelijk toekomstige dijkverbeteringen. Bij voldoende water gaat het erom het complete watersysteem goed in te richten, goed te beheren en goed te onderhouden. Daarbij wil het hoogheemraadschap van Rijnland dat het watersysteem op orde en toekomstvast wordt gemaakt, rekening houdend met klimaatverandering. Immers, de verandering van het klimaat leidt naar verwachting tot meer lokale en heviger buien, perioden van langdurige droogte en zeespiegelrijzing. Het waterbeheerplan sorteert voor op deze ontwikkelingen. Gezond water is de zorgplicht om het water schoon zoals past bij de functie van het water te houden. Wat betreft de waterketen, zijnde afvalwater, wordt dit optimaal gezuiverd en onttrokken grondstoffen worden hergebruikt.

Keur en uitvoeringsregels Per 1 juli 2015 is een nieuwe Keur en de daarbij horende uitvoeringsregels in werking getreden. De Keur is benodigd vanuit de Waterwet. Daarin zijn vastgelegd de bevoegdheden en taken van het hoogheemraadschap, zijnde de zorg voor het watersysteem, de zorg voor het zuiveren van afvalwater, de zorg voor andere waterstaatsaangelegenheden en waterbeheer. De Keur dient tevens ter invulling van deze doelstellingen, te weten: voorkoming en waar nodig beperking van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste, in samenhang met bescherming en verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen, en vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen. Samengevat is maakt de Keur en uitvoeringsregels het mogelijk dat het hoogheemraadschap van Rijnland haar taken als waterkwaliteits- en kwantiteitsbeheerder kan uitvoeren. De Keur is een verordening van de waterbeheerder met wettelijke regels (gebod- en verbodsbepalingen) voor: waterkeringen (onder andere duinen, dijken en kaden), watergangen (onder andere kanalen, rivieren, sloten, beken) en andere waterstaatswerken (o.a. bruggen, duikers, stuwen, sluizen en gemalen). De Keur bevat verbodsbepalingen voor werken en werkzaamheden in of bij de bovengenoemde waterstaatswerken. Er kan een ontheffing worden aangevraagd om een bepaalde activiteit wel te mogen uitvoeren.

Als het hoogheemraadschap van Rijnland daarin toestemt, dan wordt dat geregeld in een Keurvergunning. De Keur is daarmee een belangrijk middel om via vergunningverlening en handhaving het watersysteem op orde te houden of te krijgen. In de Uitvoeringsregels, die bij de Keur horen, is het beleid van het hoogheemraadschap van Rijnland nader uitgewerkt. Waterkeringen Het hoogheemraadschap van Rijnland heeft de zorg voor de waterkeringen (zowel primaire als secundaire) en de instandhouding van de landscheidingen met de aangrenzende waterschappen. Verharding onbebouwde gronden Binnen het beheergebied van het hoogheemraadschap van Rijnland gelden strenge regels om onbebouwde grond te verharden. Bij toename van verharding van de onbebouwde gronden met meer dan 5.00 m2 is compensatie van verharding door middel van extra te graven vierkante meters water verplicht. Hiervoor geldt een realisatie- en meldingsplicht als ontheffing van de Keur en uitvoeringsregels van het hoogheemraadschap van Rijnland. De eigenaar van de

79

Ruimtelijke Onderbouwing Ypenburgbocht / Maredijk

gronden dient toename van de verharding en de realisatie van extra water te melden bij het hoogheemraadschap van Rijnland. Bij toename van verharding van om onbebouwde grond met meer dan 5.000 m2 dient de eigenaar een vergunning aan te vragen bij het hoogheemraadschap van Rijnland.

4.10.2 Onderzoeksresultaten 4.10.2.1 Algemeen Water en ruimtelijke ordening Het aanwezige watersysteem vormt een belangrijke randvoorwaarde voor wat in een bepaald gebied wel of juist niet mogelijk is en stelt daarmee eisen aan de omgang en inrichting van de beperkte ruimte. Bouwen langs het water kan enorm bijdragen aan het woongenot. Bouwen op de verkeerde plek kan veel ellende geven door wateroverlast. Terecht wordt steeds meer erkend dat water mede sturend dient te zijn voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is inmiddels voor iedereen duidelijk dat het watersysteem meer ruimte nodig heeft om de effecten van klimaatverandering, zeespiegelrijzing en bodemdaling het hoofd te kunnen bieden. Een goede afstemming tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening is daarom noodzakelijk. Extra aandacht voor water in ruimtelijke plannen in een vroeg stadium van de planvorming is blijvend vereist met het oog op de toekomst en het naleven en uitvoering van de Watertoets, de Kaderrichtlijn Water (KRW), Waterplan Leiden en eisen vanuit waterbeheer.

4.10.2.2 Watertoets Het plangebied ligt aan de Haarlemmertrekvaart. De Haarlemmertrekvaart is een primaire watergang. Dat betekent dat het Hoogheemraadschap deze watergang onderhoudt. Wanneer er meer dan 500 m2 extra verhard wordt in de nieuwe situatie is het graven van compensatiewater verplicht. In dit geval wordt er niet meer dan 500m2 verhard, waardoor het graven van compensatiewater niet verplicht is. Voor het vervangen van de damwand en het compenseren van de 31 m2 is een vergunning verkregen van Rijnland.

80

Ruimtelijke Onderbouwing Ypenburgbocht / Maredijk

Hoofdstuk 5 5.1

Procedurele aspecten

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)

Op grond van artikel 2.10, lid 1 onder c Wabo dient een omgevingsvergunning geweigerd te worden voor aanvragen die in strijd zijn met het bestemmingsplan en er geen vergunningverlening mogelijk is met toepassing van artikel 2.12 Wabo. De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend na het voeren van een procedure tot afwijking van het bestemmingsplan. Hierbij gelden drie mogelijkheden: indien in het bestemmingsplan een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid wordt gegeven dan kan deze toegepast worden op grond van artikel 2.12, lid 1, onder a, onder 1º van de Wabo; indien het bestemmingsplan geen binnenplanse afwijkingsmogelijkheid biedt, maar bij algemene maatregel van bestuur afgeweken kan worden dan kan deze toegepast worden op grond van artikel 2.12, lid 1, onder a, onder 2º van de Wabo; indien aan geen van bovenstaande voldaan kan worden, de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat, dan kan de omgevinsgvergunning worden verleend met toepassing van artikel 2.12, lid 1, onder a, onder 3º van de Wabo doorlopen worden. Dit is een procedure op grond van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht.

5.2

Procedure

Het plan is strijdig met het bestemmingsplan. Voor dit bouwplan is in het Besluit omgevingsrecht geen mogelijkheid opgenomen voor een buitenplanse afwijking. Daarmee is de juiste juridisch-planologische procedure voor het mogelijk maken van het ingediende bouwplan, het verlenen van een omgevingsvergunning met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3o Wabo. Het betreft een uitgebreide procedure. Dit houdt in dat het ontwerpbesluit met deze ruimtelijke onderbouwing zes weken ter inzage wordt gelegd voor het indienen van zienswijzen. Eenieder kan gedurende die termijn een zienswijze indienen. De zienswijzen worden beantwoord in een zienswijzennota. Als gevolg van ingediende zienswijzen kan een omgevingsvergunning worden geweigerd. De aanvrager kan dan een aangepaste aanvraag indienen. Geven de zienswijzen geen aanleiding de omgevingsvergunning te weigeren, dan kunnen de indieners van de zienswijzen door de raadscommissie worden gehoord. De raadscommissie neemt een besluit op de zienswijzen en in voorkomende gevallen over het afgeven van een verklaring van geen bedenkingen. Indien geen zienswijzen ingediend worden, kan direct na de ter inzage legging van het ontwerpbesluit een omgevingsvergunning verleend worden.

De omgevingsvergunning treedt in werking met ingang van de dag na afloop van de beroepstermijn van zes weken gerekend vanaf de dag na die waarop het besluit ter inzage is gelegd en nadat deze langs elektronische weg kenbaar is gemaakt. Tegen het besluit tot verlening van een omgevingsvergunning kan rechtstreeks beroep worden aangetekend bij de rechtbank gedurende een termijn van zes weken na publicatie van de vergunning.

81

Ruimtelijke Onderbouwing Ypenburgbocht / Maredijk

5.3

Verklaring van geen bedenkingen

Bij de toepassing van artikel 2.12, lid 1, onder a, onder 3º is in sommige gevallen een verklaring van geen bedenkingen vereist. De Wabo biedt de raad op grond van artikel 6.5, derde lid Bor de mogelijkheid om een lijst van categorieën van gevallen vast te stellen, waarvoor een verklaring van geen bedenkingen van de raad niet is vereist. Met een dergelijke lijst kan de raad er voor zorgen dat het geen verklaring hoeft af te geven voor strijdige ruimtelijke activiteiten met een zeer beperkt planologisch belang, of activiteiten waarover de raad reeds eerder heeft besloten in de vorm van een gebiedsvisie, wijkontwikkelingsplan, stedenbouwkundig masterplan of soortgelijk ruimtelijk kader. Op 29 februari 2020 is er een nieuwe lijst met categorieën van gevallen in werking getreden waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen is vereist (RV 19.0008). Deze lijst wordt periodiek herzien. Een verklaring van geen bedenkingen is voor dit project mogelijk noodzakelijk wanneer er zienswijzen worden ingediend binnen het termijn van ter inzage legging volgensartikel 1 lid 3 van de VVGB-lijst bij Wabo procedures (RV 19.0008). Aangezien er meerdere zienswijzen ingediend zijn is er verklaring van geen bedenkingen benodigd.

82

Ruimtelijke Onderbouwing Ypenburgbocht / Maredijk

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Ontwikkelaar Niersman Projectontwikkeling B.V. is drager van alle kosten gemoeid met de beoogde ontwikkeling. De ontwikkelaar is voornemens de gronden ter plaatse van de uitbreiding, thans voor een deel nog in eigendom van de gemeente Leiden, van de gemeente Leiden te verwerven. De ontwikkelaar is verantwoordelijk voor alle door de gemeente te maken plankosten, de kosten voor de eventueel om te leggen kabels en leidingen, en alle overige noodzakelijke handelingen voor het bouwrijp maken van de grond. De bovenstaande uitgangspunten zijn verwerkt in een gronduitgifte overeenkomst, in een anterieure overeenkomst en een planschade overeenkomst. Deze overeenkomsten zijn al door zowel de gemeente al projectontwikkelaar ondertekend. Door opname van alle gemeentelijke exploitatiebijdragen in een anterieure overeenkomst en een gronduitgifte overeenkomst is de exploitatie van het plan 'anderzins geregeld', zoals bedoeld in artikel 6.12, tweede lid Wro, waardoor het opstellen van een exploitatieplan niet is vereist. De gemeente Leiden draagt daardoor zelf geen kosten, en het financiele risico van de uitvoering van het bouwplan ligt geheel bij de ontwikkelaar.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.2.1

Algemeen

Bij het opstellen van deze ontwerp omgevingsvergunning hoort een belangenafweging. In zo'n belangenafweging worden alle belangen tegen elkaar afgewogen om uiteindelijk tot een besluit te komen. Gedurende een zienswijzentermijn kan eenieder zijn of haar belang bij het college kenbaar maken alvorens de een besluit wordt genomen over verlening van de omgevingsvergunning.

6.2.2

Participatie

Op 28 mei 2019 is er een bewonersavond georganiseerd om de plannen te presenteren. Op deze inloopavond waren ongeveer zestig burgers aanwezig. Ook de wijkvereniging Groenoord-Noord, de Duurzaamste KM van NL en Gebiedsvisie Schipholweg hadden een thematafel met informatie. De reacties tijdens de avond zijn in een aantal thema's samengevat in Participatieverslag eerste bijeenkomst

6.2.3

Zienswijzen

Via publicaties in de Staatscourant en de Stadskrant zal de termijn van terinzage legging van de ontwerp omgevingsverguning worden aangekondigd. Een ieder wordt tijdens deze periode van zes weken in de gelegenheid gesteld om een zienswijze tegen het voorgenomen plan kenbaar te maken. De ontwerp omgevingsvergunning alsmede de ontwerp verklaring van geen bedenkingen heeft van 6 november tot en met 18 december ter visie gelegen. In die zes weken zijn 7 zienswijzen ingediend. Deze zienswijzen zijn geanomiseerd samengevat en beantwoord in de Zienswijzennota. In deze zienswijzennota is ook uitgelicht welke aanpassingen er n.a.v. de ingediende zienswijen zijn doorgevoerd. De beantwoording van de zienswijzen vormt een onderdeel van het uiteindelijke besluit en wordt vaststelling aangeboden aan het college van B en W.

83

Ruimtelijke Onderbouwing Ypenburgbocht / Maredijk

84

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9961408/1