210018 Bijlage 2 Ontwerp besluit, incl. ruimtelijke onderbouwing Schelpenkade 48a
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing Schelpenkade 48a Ontwerp
Schelpenkade 48a
Ruimtelijke Onderbouwing Schelpenkade 48a
Inhoudsopgave
Kennisgeving
4
Bijlagen
6
Bijlage 1
Plancontour
7
Bijlage 2
Ontwerpbesluit
9
Bijlage 3
Ontwerp verklaring van geen bedenkingen
16
Toelichting Hoofdstuk 1
19 Inleiding
19
1.1
Aanleiding
19
1.2
Begrenzing projectgebied
19
1.3
Vigerend bestemmingsplan
21
Hoofdstuk 2
Beschrijving van de omgevingsvergunning
23
2.1
Beschrijving van het projectgebied
23
2.2
Beschrijving van het project
23
Hoofdstuk 3
Ruimtelijk beleidskader
27
3.1
Nationaal beleid
27
3.2
Provinciaal en regionaal beleid
29
3.3
Gemeentelijk beleid
33
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
39
4.1
Archeologie
39
4.2
Cultuurhistorie
41
4.3
Ecologie
44
4.4
Kabels en leidingen
48
4.5
Milieu
48
4.6
Milieueffectrapportage
51
4.7
Stedenbouwkundige inpassing
52
4.8
Verkeer en Parkeren
52
4.9
Water
55
2
Ruimtelijke Onderbouwing Schelpenkade 48a
Hoofdstuk 5
Procedurele aspecten
59
5.1
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)
59
5.2
Procedure
59
5.3
Verklaring van geen bedenkingen
60
Hoofdstuk 6
Uitvoerbaarheid
61
6.1
Economische uitvoerbaarheid
61
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
61
Bijlagen toelichting
63
Bijlage 1
Contour plan
63
Bijlage 2
Bouwbesluit en EPC berekening
75
3
Ruimtelijke Onderbouwing Schelpenkade 48a
Kennisgeving
4
Kennisgeving
Ruimtelijke Onderbouwing Schelpenkade 48a
Bijlagen
6
Ruimtelijke Onderbouwing Schelpenkade 48a
Bijlage 1
Plancontour
7
LEGENDA !
!
!
!
!
!
PLANGEBIED
!
!
!
!
!
!
!
! !
!
!
grens van de omgevingsvergunning
VERKLARING 2
0
°
BGT, februari 2021 20
40
60
80
100 m
Omgevingsvergunning Schelpenkade 48A Status
IDN.IMRO
Datum
Schaal
ontwerp 15-02-2021
NL.IMRO .0546.O V00133-0201 1:1.000
Formaat A3
Bladnr
1 van 1
Leiden
Gemeente Leiden, Pos tbus 9100, 2300 PC Leiden
Clus ter St ede lijke O ntw ikke ling Te am Ru imteli jke On twikkelin g
Ruimtelijke Onderbouwing Schelpenkade 48a
Bijlage 2
Ontwerpbesluit
9
C.T. Middelweerd en A.C. Monster Schelpenkade 48B 2313 ZX LEIDEN
Gemeente Leiden Bezoekadres Stadskantoor Bargelaan 190 Postadres Postbus 9100 2300 PC LEIDEN Telefoon 14071 Contact https://gemeente.leiden.nl/contac t-en-openingstijden/ Website www.leiden.nl/gemeente VC.T.VMiddelweerdSchel penkade482313ZXV
Datum
4 maart 2021
Contactpersoon
Ons kenmerk Onderwerp
Z/20/1605859 / 4975855
Doorkiesnummer
S.S. Chotkan
ontwerp omgevingsvergunning voor het vervangen van de bestaande woonark door een nieuwbouw woonark, plaatselijk bekend Schelpenkade 48B
Verzenddatum
Datum binnenkomst 03-11-2020
Geachte mevrouw Middelweerd en heer Monster, Op 03-11-2020 hebben wij uw aanvraag tot een omgevingsvergunning ontvangen op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) voor het vervangen van de bestaande woonark door een nieuwbouw woonark, plaatselijk bekend Schelpenkade 48B ontvangen. U ontvangt hierbij het ontwerpbesluit tot het verlenen van de door u gevraagde omgevingsvergunning. In het ontwerpbesluit is een aantal onderdelen cursief aangegeven en nog niet ingevuld, zoals bijvoorbeeld met betrekking tot eventuele zienswijzen. In het definitieve besluit worden deze onderdelen ingevuld en eventueel ingediende zienswijzen meegenomen. indienen van zienswijze Wanneer u zich niet met dit ontwerpbesluit kunt verenigen, kunt u binnen een termijn van zes weken na het ter inzage leggen van het besluit een zienswijze indienen bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leiden. De zienswijze moet worden ondertekend, en dient ten minste de volgende gegevens te bevatten: de naam en het adres van de indiener; de dagtekening; een omschrijving van het ontwerpbesluit waartegen de zienswijze is gericht; de gronden van de zienswijze. U dient een kopie van het ontwerpbesluit bij te voegen. Wanneer u zich laat vertegenwoordigen, dient u een machtiging bij te voegen. Het correspondentieadres van het college is: postbus 9100, 2300 PC, Leiden.
Wij willen u erop wijzen dat alleen degene die door het verlenen van de uiteindelijke vergunning rechtstreeks in zijn belangen is getroffen, en tijdig een zienswijze tegen het ontwerpbesluit heeft
ontwerp omgevingsvergunning uitgebreid-257b
ingediend, daartegen op grond van de Algemene wet bestuursrecht binnen een termijn van zes weken na datum van verzending of uitreiking van het besluit beroep in kan stellen bij de Arrondissementsrechtbank, Sector Bestuursrecht, Postbus 20302, 2500 EH Den Haag. Meer informatie Voor informatie en vragen kunt u terecht bij S.S. Chotkan, (071) 5165766 of via het contactformulier van de gemeente Leiden: www.leiden.nl/contactformulierbars. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Leiden, namens dezen,
W.P.M. Mulder Teammanager Omgevingsvergunning
ONTWERP
Omgevingsvergunning (uitgebreide procedure) Burgemeester en wethouders van de gemeente Leiden gezien het verzoek ingediend door: adres: postcode en woonplaats: ingekomen op: geregistreerd onder nummer
C.T. Middelweerd en A.C. Monster Schelpenkade 48B 2313 ZX Leiden 03-11-2020 Z/20/1605859
waarbij een omgevingsvergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) wordt gevraagd voor het vervangen van de bestaande woonark door een nieuwbouw woonark, plaatselijk bekend Schelpenkade 48B. Deze aanvraag bestaat uit de volgende activiteit: Het bouwen van een bouwwerk. overwegende: ten aanzien van de procedure De aanvraag tot omgevingsvergunning is op de gebruikelijke wijze bekend gemaakt, waarbij is medegedeeld dat deze vanaf 19-11-2020 gedurende twee weken kan worden ingezien. Na bekendmaking zijn geen reacties binnengekomen. De aanvraag en de ontwerpbeschikking met bijbehorende stukken zijn op grond van de Algemene wet bestuursrecht met ingang van …… voor de duur van 6 weken ter inzage gelegd. Binnen deze termijn zijn de volgende / geen zienswijzen en / of adviezen op de ontwerpbeschikking ingediend: adviezen . . zienswijzen naam
adres
de zienswijze heeft betrekking op de volgende activiteiten:
Voor de beantwoording van de zienswijzen en / of een reactie of de adviezen verwijzen wij naar de achter dit besluit gevoegde zienswijzennota, die hier als herhaald en ingelast moet worden beschouwd. of Voor de beantwoording van de zienswijzen en / of een reactie op de adviezen verwijzen wij naar de activiteit verderop in dit besluit waarop betreffende zienswijze en / of advies betrekking heeft.
ten aanzien van de activiteit bouwen De aanvraag ziet op het bouwen van een bouwwerk. Op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder a. van de Wabo is voor deze activiteit een omgevingsvergunning vereist. Het bouwplan is getoetst aan het Bouwbesluit, de bouwverordening, redelijke eisen van welstand en het bestemmingsplan. Bouwbesluit (artikel 2.10, eerste lid, onder a van de Wabo) Op grond van artikel 2.10, eerste lid, onder a van de Wabo moet de omgevingsvergunning worden geweigerd indien niet aannemelijk is gemaakt dat het aangevraagde bouwwerk voldoet aan de voorschriften zoals opgenomen in het Bouwbesluit. U heeft aannemelijk gemaakt dat het bouwplan voldoet aan deze voorschriften. bouwverordening (artikel 2.10, eerste lid, onder b van de Wabo) Op grond van artikel 2.10, eerste lid, onder b van de Wabo moet de omgevingsvergunning worden geweigerd indien niet aannemelijk is gemaakt dat het aangevraagde bouwwerk voldoet aan de voorschriften zoals opgenomen in de bouwverordening. U heeft aannemelijk gemaakt dat het bouwplan voldoet aan deze voorschriften.
bestemmingsplan (artikel 2.10, eerste lid, onder c, van de Wabo) Op grond van artikel 2.10, eerste lid, onder c van de Wabo kan de omgevingsvergunning worden verleend indien de activiteit niet in strijd is met het bestemmingsplan, de beheersverordening of het exploitatieplan, of regels die zijn gesteld op grond van artikel 4.1, derde lid, of 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Ter plaatse zijn de bestemmingsplannen “Parapluplan stedenbouwkundige bepalingen bouwverordening” en “Zuidelijke Schil 2009” van kracht en geldt de bestemming “Water”. De activiteit is niet in strijd met het bestemmingsplan “Parapluplan stedenbouwkundige bepalingen bouwverordening”. De activiteit bouwen is in strijd is met het genoemde bestemmingsplan, omdat in de planregels van het bestemmingsplan geen bouwregels voor woonarken zijn opgenomen. Uw aanvraag wordt mede aangemerkt als een aanvraag om een vergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c van de Wabo. In het bestemmingsplan zijn geen toereikende afwijkingsmogelijkheden opgenomen om het plan mogelijk te maken. Op grond van artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 2 van de Wabo kan de omgevingsvergunning worden verleend voor in het Besluit omgevingsrecht (Bor) aangewezen gevallen. Uw project betreft geen geval als bedoeld in het Bor, bijlage II, hoofdstuk IV, artikel 4.
Op grond van artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 3 van de Wabo kan de omgevingsvergunning worden verleend indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat.
Ons kenmerk
Z/20/1605859
Pagina
4/6
Gemeente Leiden
Wij zijn van oordeel dat het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en dat er sprake is van een goede ruimtelijke onderbouwing. Deze ruimtelijke onderbouwing “Schelpenkade 48B” (NL.IMRO.0546.0V000133-0201) is als bijlage bij dit besluit gevoegd en maakt daarvan deel uit. welstand (artikel 2.10, eerste lid 1, onder d van de Wabo) Op grond van artikel 2.10, eerste lid 1, onder d van de Wabo mag de omgevingsvergunning alleen worden verleend indien het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk niet in strijd is met redelijke eisen van welstand. In de gemeente Leiden is de Welstandsnota gemeente Leiden 2014 van toepassing. Het bouwplan voldoet niet aan de in de welstandsnota opgenomen sneltoetscriteria en is daarom voorgelegd aan de Welstands- en Monumentencommissie Leiden (WML). De WML heeft geoordeeld dat het bouwplan niet in strijd is met redelijke eisen van welstand. Wij hebben dit advies overgenomen en zijn daarmee van oordeel dat het bouwplan niet in strijd is met redelijke eisen van welstand. Wij zijn van oordeel dat de vergunning kan worden verleend voor de activiteiten: Het bouwen van een bouwwerk. Het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan
BESLUIT Burgemeester en wethouders besluiten: de omgevingsvergunning te verlenen voor het project “het vervangen van de bestaande woonark door een nieuwbouw woonark” plaatselijk bekend Schelpenkade 48B. Dit besluit heeft betrekking op de volgende activiteiten: Het bouwen van een bouwwerk. Het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan. authentiek adres De vergunning wordt verleend voor het authentieke adres: Schelpenkade 48B. aan deze vergunning de volgende voorwaarden te verbinden: De inrichting van de walkant maakt geen onderdeel uit van deze aanvraag. Voor de omgevingsvergunningplichtige bouwwerken aan walkant dient u een separate aanvraag omgevingsvergunning in te dienen. Geadviseerd wordt om voorafgaand aan de indiening contact op te nemen met Team omgevingsvergunningen gemeente Leiden. bijgevoegde documenten De volgende toegevoegde gewaarmerkte stukken maken deel uit van de vergunning: 1802994 _ _Aeriusberekening-stikstof.pdf 1802995 _ Rapportage_BB_en_EPC_Berekening.pdf 1802996 _ tekeningen bestaand en nieuw.pdf 1802997 _ Waterwoning_DO.pdf
Ons kenmerk
Z/20/1605859
Pagina
5/6
Gemeente Leiden
1802998 _ Contract_2313ZX48-A_2022-10-08.pdf 054676e80be6-4522-4b25-867250b67c2bcd56.pdf 1803001 _ papierenformulier.pdf 1802991 _ Prosuber_1_Onderbouwing_Kurkgevel_Woonark_Studio_RAP.pdf 1802992 _ Prosuber_2_DIERA-FLAME-RETARDANT-CN-50-ENG-006.pdf 1802993 _ Prosuber_3_Testresults-DieraCork-Flame-Retardant-004.pdf 0546334eaea87bcd-4349-ab33-8cfcf515c762.pdf plankaart NL.IMRO.0546.OV000133-0201.pdf Ruimtelijke Onderbouwing Schelpenkade 48a.pdf mededelingen Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden tot dan toe onbekende onderdelen van het monument worden aangetroffen, waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat deze (cultuur)historische waarde bezitten, dient, voordat de werkzaamheden die met die onderdelen samenhangen worden voortgezet, het team Monumenten & Archeologie (071516 5299) daarvan in kennis te worden gesteld. inwerkingtreding Deze vergunning treedt in werking met ingang van de dag na afloop van de termijn van 6 weken, gerekend vanaf de dag na die waarop dit besluit ter inzage is gelegd. Indien tijdens genoemde termijn van 6 weken bij de rechtbank een verzoek om voorlopige voorziening wordt ingediend, dan treedt deze beschikking niet eerder in werking dan nadat op het verzoekschrift is beslist.
beroepsclausule Wie door het verlenen van deze vergunning rechtstreeks in zijn belangen is getroffen, en tijdig zienswijzen tegen het ontwerpbesluit heeft gemaakt, kan daartegen op grond van de Algemene wet bestuursrecht binnen een termijn van 6 weken na de dag waarop dit besluit ter inzage is gelegd beroep instellen bij de rechtbank, Sector Bestuursrecht, postbus 20302, 2500 EH Den Haag. Indien onverwijlde spoed - gelet op de betrokken belangen - het vereist, kunt u ook de Voorzieningenrechter van de rechtbank in Den Haag verzoeken om een voorlopige voorziening te treffen. Leiden, Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Leiden, namens dezen,
W.P.M. Mulder Teammanager Omgevingsvergunning
Ons kenmerk
Z/20/1605859
Pagina
6/6
Gemeente Leiden
Ruimtelijke Onderbouwing Schelpenkade 48a
Bijlage 3
Ontwerp verklaring van geen bedenkingen
16
-ontwerpVerklaring van geen bedenkingen inzake de verlening van de omgevingsvergunning ‘Schelpenkade 48a’
De raad van de gemeente Leiden;
Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders ten aanzien van de ter visie legging van de ontwerp-vvgb Schelpenkade 48a. de ontwerp-omgevingsvergunning ‘Schelpenkade 48a’ met bijbehorende ruimtelijke onderbouwing, ten behoeve van de vervanging van het bestaande woonschip voor een nieuw woonschip op deze locatie.
Overwegende dat de realisatie van het bouwplan ‘Schelpenkade 48a’ voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. de eventuele indieners van zienswijze tegen de ontwerp-vvgb en ontwerpomgevingsvergunning zullen worden gehoord en de ingebrachte zienswijzen zullen worden beoordeeld. BESLUIT Een ontwerp verklaring van geen bedenkingen ter visie te leggen ten behoeve van de realisatie van het bouwplan ‘Schelpenkade 48a’ (Z/20/1605859).
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van XX-XX-XXXX De raad voornoemd, de griffier,
de voorzitter,
Ruimtelijke Onderbouwing Schelpenkade 48a
18
Ruimtelijke Onderbouwing Schelpenkade 48a
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Onderhavig ruimtelijke onderbouwing voorziet in de juridisch-planologische regeling die nodig is voor de realisatie van een woonark aan de woonschepenligplaats van de Schelpenkade 48a. Op 3 november 2020 is er een verzoek om omgevingsvergunning ingediend voor bouw van een energie neutrale woonark aan de woonschepenligplaats van Schelpenkade 48a. Op dit moment bevindt zich hier reeds een woonark, welke in 1963 is gebouwd. Deze woonark is aan vervanging of verbouwing toe. Middels het bouwen van een energie neutrale en duurzame woonark wordt er ingespeeld op de ambities die Leiden heeft voor de toekomst. Derhalve is er gekozen voor een volledig nieuw op te richten woonark. Op 16 april 2014 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geoordeeld dat woonschepen - ook als deze niet met de bodem zijn verbonden - als bouwwerken moeten worden aangemerkt indien zij zijn bedoeld om ter plaatse als woning te functioneren. Dit houdt in dat voor woonschepen ook een omgevingsvergunning is vereist waar vroeger een ligplaatsvergunning volstond. Naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State is de Woningwet per 1 januari 2018 aangepast door toevoeging van de 'Wet verduidelijking voorschriften woonboten'. Het verzoek om omgevingsvergunning is in strijd met het vigerende bestemmingsplan 'Zuidelijke Schil'.
Er is een aanduiding 'ligplaats' opgenomen in de verbeelding op de betreffende locatie, maar het bouwen van bouwwerken binnen de bestemming 'Water' is niet toegestaan. Uitgebreide procedure omgevingsvergunning De realisatie van de woonark kan alleen plaatsvinden indien de juiste vergunning hiervoor zijn verleend en wanneer het plan past binnen het planologisch-juridische kader. Het vigerende bestemmingsplan biedt niet het juist kader. De gemeente Leiden heeft daarom besloten om de uitgebreide vergunningsprocedure te doorlopen. Het gaat om een omgevingsvergunning waarvoor de uitgebreide procedure van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) geldt. Bij een uitgebreide procedure hoort een goede ruimtelijke onderbouwing. De ruimtelijke onderbouwing is onderdeel van de motivering dat de realisatie en plaatsing van de woonark niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.
1.2
Begrenzing projectgebied
Het projectgebied is gelegen in het stadsdeel Zuidelijke Schil. De locatie is gesitueerd pal tegenover de Witte Rozenstraat, gelegen aan ligplaats P 11-08. De Schelpenkade ligt tussen de Witte Singel en Andries Schotkade aan het water van de vliet in de Tuinstad-/Staalwijk. Zie Bijlage 1 Contour plan voor de exacte planbegrenzing.
19
Ruimtelijke Onderbouwing Schelpenkade 48a
1.1 Globale aanduiding plangebied binnen de gemeente Leiden
20
Ruimtelijke Onderbouwing Schelpenkade 48a
1.2 Begrenzing projectgebied binnen de omgeving
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Voor het projectgebied, zoals aangegeven en toegelicht in paragraaf 1.2, vigeren op dit moment de volgende bestemmingsplannen:
Naam bestemmingsplan
Vastgesteld
Raad van State
Zuidelijke Schil
12 november 2009
25 juli 2012
Parapluplan stedenbouwkundige bepalingen en bouwverordening
31 mei 2018
21
Ruimtelijke Onderbouwing Schelpenkade 48a
1.3.1
Zuidelijke Schil
Ter plaatse van de bestaande woonark geldt conform het vigerende bestemmingsplan 'Zuidelijke Schil' de enkelbestemming 'Water'. Binnen deze bestemming mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, met dien verstande dat steigers en vlonders niet zijn toegestaan, tenzij op de plankaart deze gronden nader aangeduid zijn met het raster voor brug/vlonder, terras, balkon. Zuidelijke Schil is bestemd als beschermd stadsgezicht. De voor beschermd stadsgezicht aangewezen gronden zijn mede bestemd voor het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de met het beschermd stadsgezicht verbonden cultuurhistorische waarden. Bij de beoordeling van aanvragen zoals deze omgevingsvergunning wordt de cultuurhistorische waarde van het beschermde stadsgezicht mede in overweging genomen. De realisatie van de voorgenomen ontwikkeling, bestaande uit de realisatie van een duurzame woonark, is in strijd met de vigerende bestemmingen en de daarbij behorende bouwregels uit het bestemmingsplan 'Zuidelijke Schil'. Om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken zal gebruikt wordt gemaakt van een buitenplanse afwijking van het vigerende bestemmingsplan. Daartoe is een omgevingsvergunning op grond van artikel 2.12 eerste lid onder a onder 3 van de Wabo van het bestemmingsplan Zuidelijke schil noodzakelijk.
1.3.2
Parapluplan stedenbouwkundige bepalingen en bouwverordening
In november 2014 is de Reparatiewet BZK 2014 in werking getreden. In deze wet is de grondslag voor stedenbouwkundige bepalingen in de gemeentelijke bouwverordeningen komen te vervallen. Dit houdt in dat de dynamische parkeerregeling en de maximale toegestane bouwhoogte bepaling uit de Bouwverordening overgeheveld dienen te worden naar bestemmingsplannen. Hiertoe hadden gemeenten de gelegenheid tot uiterlijk 1 juli 2018. Een deel van de bestemmingsplannen van de gemeente Leiden voorzag al in deze stedenbouwkundige bepalingen, maar een deel ook niet. Om de stedenbouwkundige bepalingen inzake de parkeerregeling en de bouwhoogte over te hevelen naar alle bestemmingsplannen in de gemeente Leiden, is het paraplubestemmingsplan stedenbouwkundige bepalingen bouwverordening op 31 mei 2018 vastgesteld. Onderhavig plan is niet in strijd met het parapluplan stedenbouwkundige bepalingen en bouwverordening.
22
Ruimtelijke Onderbouwing Schelpenkade 48a
Hoofdstuk 2 2.1
Beschrijving van de omgevingsvergunning
Beschrijving van het projectgebied
Tegenover de bebouwing van de scheldpenkade ligt een lint van woonarken. Dit deel van de kade ligt in het beschermd stadsgezicht Leiden Zuidelijke Schi in de Tuinstadwijk. De woonarken bezitten zelf geen beschermde status en liggen in het verlengde van de Drie Octoberstraat. De woningbouw van de Schelpenkade kwam op gang rond 1900. In aansluiting op de bebouwing van het aangrenzende Vreewijk worden er door diverse investeerders ruime en representatieve suitewoningen gebouwd voor de 'betere standen'. Deze woningen zijn ontworpen in vrij kleine architectuureenheden waarbij veel aandacht is besteed aan de architectonische opbouw van het totale blok. Over het algemeen is de gekozen architectuurstijl moderner dan die van de meer traditioneel ontworpen huizen in Vreewijk. Daarmee vormt deze bebouwing een voor Leiden waardevol ensemble van monumentale Jugendstilarchitectuur. Het projectgebied bestaat uit de ligplaats op het water ter plaatse van Schelpenkade 48a, bekend als ligplaats P11/08. De gemeente Leiden is rechthebbende van het betreffende water, alsmede van de walkant welke in de toekomst wordt heringericht ten behoeve van de woonark.
2.2
Beschrijving van het project
Het project bestaat uit het vervangen van het huidige woonschip door een nieuw woonschip. Het nieuwe woonschip past binnen de afmetingen van de woonschepenligplaats. In Bijlage 1 Contour plan is een impressie weergegeven van het nieuwe woonschip en de inpassing van de woonark op de beoogde locatie. Het beoogde woonschip is ongeveer 16 meter bij 5,5 meter, met een woonoppervlak van ca. 80m2. Het woonschip is 2,7 meter hoog. De vormgeving van de woonark zal bestaan uit een zaagtandvorm. De woning is in ongeveer zeven gelijke componenten verdeeld en springen steeds in waardoor de zaagtandvorm ontstaat. Tevens wordt er een terras gerealiseerd en deze loopt ook om de woonark heen. In overleg met aanvrager en gemeente Leiden wordt de walkant in de nabije toekomst pas ingericht en vormt dit geen onderdeel van de omgevingsvergunning. De walkant wordt dusdanig ingericht, met oog voor het bestaand groen en de natuurlijke kade.
23
Ruimtelijke Onderbouwing Schelpenkade 48a
1.3 Schetstekening woonark vanaf boven
2.2.1
Duurzaamheid
Duurzaamheid staat in Leiden hoog in het vaandel. In het duurzaamheidsbeleid van gemeente Leiden, met ieder hun eigen strategieën en uitvoeringsprogramma's, gaat het met name over de aanpak van energietransitie, klimaatadaptatie en biodiverse vergroening, circulaire economie en duurzame mobiliteit. Deze vier opgaven zijn gericht op de transitie die van Leiden een duurzame stad maakt en het is noodzakelijk om deze in samenhang op te pakken. Met voorliggende ruimtelijke ontwikkeling wordt zoveel mogelijk ingespeeld op bovenstaande thema's. In Bijlage 2 Bouwbesluit en EPC berekening is de rapportage terug te vinden, met de eisen en bevindingen toetsend aan het Bouwbesluit en EPC berekening. Op 16 april 2014 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geoordeeld dat woonschepen - ook als deze niet met de bodem zijn verbonden - als bouwwerken moeten worden aangemerkt indien zij zijn bedoeld om ter plaatse als woning te functioneren. Dit houdt in dat voor woonschepen ook een omgevingsvergunning is vereist waar vroeger een ligplaatsvergunning volstond. Naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State is de Woningwet per 1 januari 2018 aangepast door toevoeging van de 'Wet verduidelijking voorschriften woonboten'.
Echter zou dit betekenen dat woonboten en andere drijvende objecten die gebruikt worden voor verblijf voortaan als bouwwerk als een bouwwerk in de zin van de Woningwet en de Wabo aangemerkt moeten worden. Vanaf 01-01-2021 heeft een gebruiksfunctie een volgens NEN7120 bepaalde energiecprestatiecoefficient van ten hoogste 0,2. Hiervoor 0,4. Voor een drijvend bouwwerk met woonfunctie op een op 1 januari 2018 bestaande ligplaats is dit echter anders namelijk: een volgens NEN 7120 een bepaalde energieprestatiecoeffcient van ten hoogste 0,8. Circulaire economie Het planinitiatief draagt bij aan de landelijke en gemeentelijke doelstelling om de economie uiterlijk in 2050 volledig circulair te maken. De bijdrage van het planinitiatief aan deze doelstelling wordt vormgegeven door al in een vroeg stadium te kijken naar herbruikbaar materiaalgebruik en duurzame materialen toe te passen. De mate van circulariteit wordt vaak gerelateerd aan de zogenaamde R-ladder.Hoe hoger een strategie op deze lijst (ladder) van circulariteitsstrategieën staat, hoe circulairder de strategie is. Waarbij R1 de hoogste trede is en R6 de laagste trede. Voor de realisatie van de woonark wordt met name gebruik gemaakt van R3: Re-use en R4:
24
Ruimtelijke Onderbouwing Schelpenkade 48a
Re-purpose. Met deze strategieën wordt de levenduur van producten en onderdelen verlengd. Zo wordt er in dit geval gebruikt gemaakt van tapijttegels, welke slecht eenmalig zijn gebruikt voor een evenement, ter isolatiemateriaal tussen de houten wanden en gevelbekleding. Tevens wordt productgebruik geintensiveerd (R1) waarbij producten slimmer worden gebruikt. Zo wordt er in dit geval gebruik gemaakt van kurk voor de afwerking van de gevel van het bedrijf Prosuber. Deze kurkgevel is 100 procent natuurlijk en waterbestendig. Naast thermische isolatie is kurk ook een zeer goede oplossing binnen de akoestische isolatieproducten en kan het dienen als binnenwand- tot aan gevelafwerking in de geëxpandeerde vorm. Voorliggende ruimtelijke ontwikkeling gebruikt de kurk als gevelafwerking. Energietransitie Het plan is gasloos ontworpen. Energie wordt ter plaatse opgewekt met een zonneboilersysteem en 16 PV-panelen van elk 300watt/s. In de wintermaanden wordt deze warmtevoorzieningen ondersteund met infrarood panelen. Daarnaast wordt het energieverbruik geminimaliseerd door het toepassen van een zeer hoge isolatiewaarde voor de gevels (re-use materialen) en het gebruik van HR++ gecertificeerde ramen en deuren. Tijdens de strenge winterdagen zal een centraal gesitueerde pelletkachel het werk doen.
Deze technieken resulteren in een zeer gunstige Energie Prestatie Coëfficiënt van 0,77 die verder gaat dan de huidige regelgeving voor drijvende bouwwerken met een woonfunctie (Bouwbesluit, artikel 5.2.4), namelijk 0,8. De uitdagingen voor klimaatadaptatie en biodivers vergroenen liggen vooral bij de herinrichting walkant die buiten de omgevingsvergunning wordt gelaten. In overleg met de gemeente wordt de walkant heringericht. Uitgangspunten zullen zijn: minimaliseren van verhardingen, toevoegen verschillende soorten beplanting in combinatie met behoud van bestaand groen als schuil- en kwetterplek voor diersoorten. De opgave duurzame mobiliteit is in voorliggende ruimtelijke ontwikkeling niet van toepassing, waardoor hier geen invloed op uitgeoefend kan worden.
25
Ruimtelijke Onderbouwing Schelpenkade 48a
26
Ruimtelijke Onderbouwing Schelpenkade 48a
Hoofdstuk 3
Ruimtelijk beleidskader
3.1
Nationaal beleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie
3.1.1.1 Beleidskader De NOVI biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving met ambities. In deze NOVI worden de nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Er worden vier prioriteiten voor Nederland geformuleerd: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om beleidskeuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het prioriteren en afwegen van de verschillende belangen en opgaven; 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Er wordt weer gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van ruimte 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: er moet altijd gekeken worden naar de context van het gebied. Keuzes in verschillende gebieden kunnen daarom verschillen. 3. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties
3.1.1.2 Onderzoeksresultaten Het nationale beleid geeft in de NOVI allerlei kaders en uitvoeringsinstrumenten voor de ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening. Deze beleidsstukken richten zich met name op grootschalige ontwikkelingen op het gebied van wonen, bedrijvigheid en recreatie. Samenhang, relatie met en aandacht voor de omgeving zijn hierbij belangrijke thema's.
3.1.1.3 Conclusie Gelet op de kleine schaal en omvang van het project staat de Nationale Omgevingsvisie de uitvoering van het plan niet in de weg.
27
Ruimtelijke Onderbouwing Schelpenkade 48a
3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
3.1.2.1 Beleidskader Voor de doorwerking van de rijksbelangen in plannen van lagere overheden, is het Barro opgesteld. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 (grotendeels) in werking getreden en omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Ook de bescherming van erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden, zoals de Limes, is in het Barro vastgelegd. Dit is inmiddels doorvertaald in de provinciale structuurvisie en verordening.
3.1.2.2 Onderzoeksresultaten Zoals in paragraaf 3.1.2.1 aangegeven vormt de beoogde ontwikkeling geen belemmering voor de rijksbelangen op het gebied van ruimtelijke ordening. Derhalve vloeien er vanuit het Barro ook geen restricties voort ten aanzien van deze ontwikkeling.
3.1.2.3 Conclusie Het besluit algemene regels ruimtelijke ordening staat de uitvoering van het plan niet in de weg.
3.1.3
Besluit ruimtelijke ordening
3.1.3.1 Beleidskader In het Besluit ruimtelijke ordening is de verplichting opgenomen om in het geval van nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd, waarbij een nieuwe laddersystematiek is ingevoerd ter vervanging van de voorheen geldende. Het aangepaste artikel 3.1.6, lid 2 Bro luidt als volgt: De toelichting bij een bestemmingsplan (of uitgebreide omgevingsvergunning, red.) dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.
28
Ruimtelijke Onderbouwing Schelpenkade 48a
3.1.3.2 Onderzoeksresultaten Uit jurisprudentie blijkt dat er in beginsel sprake moet zijn van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Onderhavig initiatief betreft plaatsing van een nieuwe, duurzame en energieneutrale woonark in de Zuidelijke Schil (beschermd stadsgezicht) van Leiden en sluit niet aan bij de uitgangspunten van de 'ladder voor duurzame verstedelijking' gelet op dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling (Zie 3.2.2.1 Beleidskader). Het doorlopen van de laddertoets is niet noodzakelijk.
3.1.3.3 Conclusie Het besluit ruimtelijke ordening staat de uitvoering van het plan niet in de weg.
3.2
Provinciaal en regionaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie Zuid-Holland
3.2.1.1 Beleidskader Het provinciaal beleid is neergelegd in de Omgevingsvisie Zuid-Holland en de Omgevingsverordening Zuid-Holland. De visie is op 20 februari 2019 door de Provinciale Staten vastgesteld en op 1 april in werking getreden en volgt daarmee de Visie Ruimte en Mobiliteit uit 2014 op. De Omgevingsvisie Zuid-Holland is het provinciaal beleidsplan van de fysieke leefomgeving. Hoofddoel van de Omgevingsvisie Zuid-Holland is het scheppen van voorwaarden voor een economisch krachtige regio. Dat betekent: ruimte bieden om te ondernemen, het mobiliteitsnetwerk op orde en zorgen voor een aantrekkelijke leefomgeving. De sturingsfilosofie van de omgevingsvisie betreft: 1. ruimte bieden aan ontwikkelingen; 2. aansluiten bij de maatschappelijke vraag naar woningen, bedrijfsterreinen, kantoren, winkels en mobiliteit; 3. allianties aangaan met maatschappelijke partners; 4. minder toetsen op regels en meer sturen op doelen.
3.2.1.2 Onderzoeksresultaten Om te beoordelen of de ruimtelijke kwaliteit passend is, is het project getoetst aan de gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit. De planlocatie is voor wat betreft de 'Laag van de ondergrond' gelegen in het 'bijzonder reliëf en oude stroom en geulafzettingen' en 'Rivierdeltacomplex - jonge zeeklei'. Relevante richtpunten voor ontwikkelingen in dit gebied zijn: Ontwikkelingen houden de onregelmatige patronen en het reliëf in het landschap herkenbaar en in stand. Waar mogelijk worden de archeologische waarden van deze structuren meer herkenbaar gemaakt bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Op de kwaliteitskaart behorende bij de 'Laag van de stedelijke occupatie' is het plangebied aangegeven als onderdeel van de 'steden en dorpen' en 'bouwwerken voor energie-opwekking'. Relevante richtpunten voor ontwikkelingen zijn:
29
Ruimtelijke Onderbouwing Schelpenkade 48a
Hoogteaccenten (waaronder hoogbouw) vallen zoveel mogelijk samen met centra (zwaartepunten) en interactiemilieus in de stedelijke structuur. Daar waar hoogbouw niet samenvalt met “zwaartepunten” in de stedelijke structuur geeft een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van hoogbouw op de (wijde) omgeving. Ontwikkelingen dragen bij aan versterking van de stedelijke groen- en waterstructuur. Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en stedenbouwkundige patronen worden behouden door ze waar mogelijk een functie te geven die aansluit bij de behoeften van deze tijd. Historische centra en kernen blijven ervaarbaar vanuit het omringende gebied. De inpassing van de ruimtelijke ontwikkeling heeft nagenoeg geen effect op de richtpunten die voortkomen uit de 'Laag van de ondergrond'. De ontwikkeling in het plangebied heeft niet tot gevolg dat de patronen en het reliëf in het landschap in het landschap onevenredig nadelig worden beïnvloed. Ten gevolge van de beperkte archeologische potentie kan bij de ontwikkeling van het plan niet worden voldaan aan de wens om archeologische waarden meer herkenbaar te maken. Tevens heeft de inpassing van de ruimtelijke ontwikkeling nagenoeg geen effect op de een van de richtpunten die voortkomen uit de kaart bij de 'Laag van de stedelijke occupatie' . In het plangebied is bestaand water, de Vliet, aanwezig.
Het plan wordt dusdanig ingepast, dat deze geen invloed heeft op de uitstraling en functioneren van de Vliet. Met betrekking tot cultuurhistorie wordt verwezen naar paragraaf 4.2 Cultuurhistorie. Geconcludeerd kan worden dat de gevolgen voor de cultuurhistorische waarden acceptabel blijven binnen het beschermd stadsgezicht. Er is geen sprake van onevenredige aantasting van de cultuurhistorische waarden ter plaatse. Gelet op de kleine schaal en omvang van het plan heeft de ruimtelijke ontwikkeling nagenoeg geen effect op de relevante lagen uit de kwaiteitskaart van de provincie Zuid-Holland. Hierdoor ontstaat geen strijdigheid met het provinciaal beleid en past het plan binnen de provinciale Omgevingsvisie.
3.2.1.3 Conclusie De provinciale Omgevingsvisie staat de uitvoering van het plan niet in de weg.
3.2.2
Omgevingsverordening Zuid-Holland
3.2.2.1 Beleidskader De Omgevingsverordening Zuid-Holland bevat concrete regels die bij de ruimtelijke ontwikkelingen in acht moeten worden genomen. In de Omgevingsverordening zijn de provinciale belangen uit de omgevingsvisie verder uitgewerkt in regels. Per 1 april 2019 is de verordening in werking getreden. Gemeentelijke plannen zullen ook getoetst worden aan de provinciale regels: strijdigheid met deze regels betekent ook strijdigheid met provinciaal beleid. Ladder voor duurzame verstedelijking Uitgangspunt van de strategie voor de bebouwde ruimte is betere benutting van het bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Stedelijke ontwikkeling vindt daarom primair plaats binnen BSD. Niet alle vraag naar wonen en werken kan en hoeft te worden opgevangen binnen BSD. De ladder voor duurzame verstedelijking, zoals opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bevat het handelingskader. De provincie heeft de ladder voor duurzame verstedelijking
30
Ruimtelijke Onderbouwing Schelpenkade 48a
ook opgenomen in de verordening, om het provinciaal belang bij toepassing van deze ladder te benadrukken. Dit biedt de provincie de mogelijkheid om enkele begrippen die voor meerdere uitleg vatbaar zijn, te verduidelijken voor de specifieke Zuid-Hollandse situatie. De ladder zoals opgenomen in het Bro is een motiveringseis voor de toelichting van het bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt. Om een vrijblijvend karakter te vermijden, heeft de ladder zoals opgenomen in de verordening daarom niet alleen betekenis voor de toelichting van het bestemmingsplan maar ook voor de inhoud. Ook voor de provinciale 'ladder' geldt dat deze per 1 juli 2017 een andere grondslag heeft, namelijk het per 1 juli 2017 gewijzigde Bro. Inhoudelijk is de toets niet wezenlijk veranderd. Ruimtelijke kwaliteit In de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening is een van de speerpunten het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit. De provincie beschikt over een kwaliteitskaart met een bijbehorende uitwerking in richtpunten. In artikel 6.2.2 van de Omgevingsverordening zijn voorwaarden opgenomen voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit. Binnen dit kwaliteitsbeleid onderscheidt de provincie in de Omgevingsverordening twee beschermingscategorieën. Hier zijn onder voorwaarden van ruimtelijke kwaliteit ook ontwikkelingen mogelijk.
Recreatieve vaarweg De provincie streeft naar handhaving van de hoofdstructuur van de recreatieve vaarwegen. Ruimtelijke ingrepen op en langs deze vaarwegen zijn toegestaan voor zover deze geen afbreuk doen aan de huidige recreatieve bevaarbaarheid. Dit betekent bijvoorbeeld dat bij de aanpassing van bestaande bruggen en viaducten ten minste bestaande doorvaarhoogten en breedtes gehandhaafd blijven en dat bij nieuwe kunstwerken rekening wordt gehouden met de aard van het recreatieverkeer (huidig gebruik) op de betreffende vaarweg.
3.2.2.2 Onderzoeksresultaten
Ladder voor duurzame verstedelijking De toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking is vastgelegd in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De ladder verplicht decentrale overheden ertoe om ruimtelijke plannen te toetsen aan indien er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Bij de vervanging van een woonschip, waarbij het aantal woningen gelijk blijft, is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Voor deze omgevingsvergunning dient dan ook geen formele 'laddertoets' te hoeven doorlopen. Ruimtelijke kwaliteit Op de kwaliteitskaart is het plangebied van dit bestemmingsplan aangewezen als 'steden en dorpen' en 'stedelijk centrumgebied'. Het plangebied is niet gelegen in een beschermingsgebied. Uitgangspunt is een ontwikkeling die past binnen de gebiedsidentiteit, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen). Dit betekent dat dit bestemmingsplan moet passen binnen de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen). Dit is het geval: het plan past binnen de aangewezen zones 'steden en dorpen' en 'stedelijk centrumgebied'. Het plan is hiermee ingepast in de omgeving en voldoet daarmee aan de eisen ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: de richtpunten van de kwaliteitskaart zijn niet in het geding.
Doordat de richtpunten van de kwaliteitskaart niet in het geding zijn en er geen sprake is van een ontwikkeling in een beschermingszone is een uitvoerige beeldkwaliteitsparagraaf niet nodig.
31
Ruimtelijke Onderbouwing Schelpenkade 48a
Deze omgevingsvergunning voldoet hiermee aan de provinciale eisen ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit. Geconcludeerd wordt dat de ruimtelijke kwaliteit niet in het geding is. Recreatieve vaarweg De locatie Schelpenkade 48a ligt in de Vliet. De Vliet is aangewezen als recreatieve vaarweg. Het verzoek om omgevingsvergunning is echter niet in strijd met de Omgevingsverordening: de ontwikkeling levert geen beperking op van de recreatieve bevaarbaarheid van de vaarweg rekening houdend met het huidig gebruik. Het gaat hier om de vervanging van een bestaand woonschip, waarbij de maatvoering passend is binnen het ligplaatsenplan.
3.2.2.3 Conclusie De Omgevingsverordening Zuid-Holland staat de uitvoering van het plan niet in de weg.
3.2.3
Regionale Structuurvisie Holland Rijnland 2020
3.2.3.1 Beleidskader Deze structuurvisie is op 25 juni 209 vastgesteld door het Algemeen Bestuur van het samenwerkingsorgaan Holland Rijnland en vormt het gemeenschappelijke toetsingskader van alle regiogemeenten. Alle ruimtelijke ontwikkelingen in deze regio worden hieraan getoetst. De Holland Rijnland gemeenten willen een aantrekkelijke regio, waar je niet alleen plezierig werkt en woont, maar ook prettig kunt recreëren. Ook moet Holland Rijnland goed bereikbaar zijn met het openbaar vervoer en de auto. Verder wil de regio zich onderscheiden in de Randstad en bijdragen aan de internationale positionering daarvan. Onder andere door de toegevoegde waarde op het gebied van landschap, wonen en economie. In het bijzonder voor economische sectoren als Greenport, Bio Sciences en ruimtevaarttechnologie. De visie bevat zeven kernbeslissingen die uitgaan van een evenwichtige ontwikkeling van wonen, recreatie, infrastructuur en intensief, meervoudig en duurzaam ruimtegebruik. De kernbeslissingen zijn: 1. Holland Rijnland is een top woonregio; 2. Leiden vervult een regionale centrumfunctie; 3. Concentratie stedelijke ontwikkeling; 4. Groenblauwe kwaliteit staat centraal; 5. De Bollenstreek en Veenweide en Plassen blijven open; 6. Speerpunt voor economische ontwikkeling: Kennis; 7. Speerpunt voor economische ontwikkeling: Greenport.
32
Ruimtelijke Onderbouwing Schelpenkade 48a
3.2.3.2 Onderzoeksresultaten Gelet op dat voorliggende ruimtelijke ontwikkeling een bestaande woonark vervangt, wordt er geen extra woning aan de woningvoorraad van Leiden toegevoegd. Het vervangen van de bestaande woonark voor een duurzame, energieneutrale woonark draagt wel bij aan een goed woonleefklimaat, het zij op beperkte schaal. De ruimtelijke ontwikkeling sluit aan op de kernbeslissing die voorziet in concentratie van stedelijke ontwikkeling, het zij op beperkte schaal. De overige kernbeslissingen worden door voorliggende ruimtelijke ontwikkeling niet beperkt.
3.2.3.3 Conclusie De Regionale Structuurvisie Holland Rijnland 2020 staat de uitvoering van het plan niet in de weg.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Omgevingsvisie Leiden 2040
3.3.1.1 Beleidskader Op 15 juli 2019 heeft de gemeenteraad de 1.0-versie van de Omgevingsvisie Leiden 2040 vastgesteld (RV 19.0068). De Omgevingsvisie Leiden 2040 sluit aan op de Regionale agenda voor de omgevingsvisie "Hart van Holland", welke in 2017 is opgesteld door Leiden en de omliggende gemeenten. De Omgevingsvisie Leiden 2040 helpt om samenhang te brengen in de verschillende fysieke projecten in de stad, om deze meer Leids te maken, om ze beter de laten aansluiten op sociale, maatschappelijke en economische doelen en om investeringen goed te richten. De omgevingsvisie beschrijft op hoofdlijnen de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving in de stad. Het bevat geen blauwdruk voor de ontwikkeling van de stad, maar beschrijft wel de waarden die we belangrijk vinden in de ontwikkeling van de stad, eigenschappen die we koesteren en nieuwe ontwikkelingen die ruimte vergen. Op basis van de Leidse waarden (opgehaald uit participatie), trends en noodzakelijke ontwikkelingen zijn er zes verhaallijnen geformuleerd; 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Leiden, stad van historie en cultuur Leiden, groene en gezonde stad Leiden, stad voor iedereen Leiden, stad van onderwijs, kennis en werk Leiden, verbonden stad Leiden, waterstad.
33
Ruimtelijke Onderbouwing Schelpenkade 48a
3.3.1.2 Onderzoeksresultaten Het plan draagt bij aan verhaallijn 6: 'Leiden, waterstad' uit de Omgevingsvisie Leiden 2040. De Schelpenkade volgt het patroon van de oude watergangen. Dit patroon bepaalt tot op de dag van vandaag het aanzien van de historische binnenstad en het gebied Zuidelijke Schil, welke ook onder beschermd stadsgezicht valt. Het water is aantrekkelijk om te wonen en dit kan haaks staan op de wens om meer biodiversiteit en betere waterkwaliteit te genereren. Door de inpassing van het plan in een bestaande woonschepenligplaats wordt deze wens niet verder negatief beinvloed. Bij deze woonark ligt de focus op duurzaam. Geconcludeerd kan worden dat de nieuwe woonark zelfs kan worden gezien als een bijdrage aan de doelstellingen voor meer biodiversiteit en betere waterkwaliteit. Het inpassen van een duurzame woonark in het beschermd stadsgezicht draagt bij aan het karakter van Leiden als waterstad. Overige doelstellingen worden niet beperkt door uitvoering van voorliggende ruimtelijke ontwikkeling.
3.3.1.3 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling sluit aan bij de doelstellingen zoals verwoord in de Omgevingsvisie Leiden 2040.
3.3.2
Ontwikkelingsvisie 'Leiden, stad van ontdekkingen: profiel 2030'
3.3.2.1 Beleidskader In 2004 heeft de gemeenteraad de ontwikkelingsvisie "Leiden, Stad van Ontdekkingen" vastgesteld (RV 04.0097). In hetzelfde raadsbesluit heeft het college opdracht gekregen een cyclisch proces te ontwikkelen voor onderhoud van de ontwikkelingsvisie. De geactualiseerde uitgave van de ontwikkelingsvisie 2030 "Leiden, Stad van Ontdekkingen" is het resultaat van dat "onderhoud". Deze actualisering is op 13 september 2012 door de raad vastgesteld (RV 12.0044). De geactualiseerde uitgave van de visie vervangt hiermee de vorige versie uit 2004. De geactualiseerde uitgave van Leiden Stad van Ontdekkingen dient als leidraad voor beleidsontwikkeling en voor gesprekken over samenwerking in de stad en met de omgeving. In 2004 hebben bewoners, instellingen, collegeleden en de gemeenteraad uitvoerig gesproken over de gewenste ontwikkelingsrichting van Leiden. Die gesprekken mondden uit in de ontwikkelingsvisie 2030 "Leiden, Stad van Ontdekkingen". Die had 'kennis' en 'kwaliteit' als pijlers. Gebruiken maken van de kracht van de stad en deze kracht verder versterken, was daarbij het motto. Er was bij de vaststelling van de geactualiseerde visie geen behoefte aan een geheel nieuwe visie, maar de tijd was wel rijp voor een geactualiseerde uitgave die toekomstbestendig is.
De kernpunten van de Ontwikkelingsvisie 2030 voldeden nog prima, maar de uitwerking daarvan is deels achterhaald door veranderde omstandigheden. Belangrijke ambities van de geactualiseerde visie 'Leiden, Stad van Ontdekkingen' zijn 'internationale kennis' en 'historische cultuur'. Kennis vindt zijn basis in de Universiteit van Leiden, het Leids Universitair Medisch Centrum en het Leiden Bio Science Park. Historische cultuur is overal in de stad terug te vinden in de vorm van monumenten, musea en een ruim cultureel aanbod. Als Leiden deze ambities wil waarmaken moet de bereikbaarheid op orde zijn en wil de gemeente meer gebruik maken van 'de kracht van de stad'.
34
Ruimtelijke Onderbouwing Schelpenkade 48a
3.3.2.2 Onderzoeksresultaten Gelet op dat het gebied Zuidelijke Schil consoliderend van aard en gericht op bescherming van het stadsgezicht is, dient elke ruimtelijke ontwikkeling geen aantasting te mogen vormen voor de aanwezige historische waarden. De nieuwe ontwikkeling dient zelfs waarden toe te voegen. Voorliggend initiatief houdt hier rekening mee. Het plan draagt bij aan de ambitie 'historische cultuur'. Voorliggende ruimtelijke ontwikkeling staat de uitvoerbaarheid van de ontwikkelingsvisie 'Leiden stad van Ontdekkingen: profiel 2030' niet in de weg.
3.3.2.3 Conclusie Het plan draagt bij aan de ontwikkelingsvisie 'Leiden Stad van Ontdekkingen: profiel 2030'.
3.3.3
Woonbeleid
3.3.3.1 Beleidskader
Woonvisie Leiden 2020-2030 Op 14 november 2019 heeft de gemeenteraad van Leiden de Woonvisie Leiden 2020-2030 vastgesteld (RV19.0104). Voor de Woonvisie zijn de volgende trends en ontwikkelingen belangrijk: Vanaf 2009 is er een jaarlijkse groei van het aantal inwoners en die ontwikkeling zet zich vermoedelijk de komende acht jaar voort. Binnen de groei van de Leidse bevolking is er vooral een toename zichtbaar van het aantal ouderen. De vraag van deze groeiende groep levert een belangrijke bijdrage aan de woningbehoefte. Het aantal studenten is tussen 2009 en 2018 sterk toegenomen. De woningbehoefte is groot. Niet alleen vanwege de vergrijzing en de groei van het aantal studenten, maar ook door de uitstroom van kwetsbare inwoners uit instellingen en door 'spoedzoekers'. Er is vooral behoefte aan nieuwe woningen in het stedelijke woonmilieu. Er is sprake van een grote opgave op het gebied van duurzaamheid. Denk aan het overstappen op duurzame(re) warmtebronnen, het klimaatbestendig maken van Leiden en de ambitie op het gebied van circulariteit en duurzame mobiliteit. Er is een groeiende druk op de leefbaarheid van de stad, zeker in de Leidse wijken met veel sociale huurwoningen die zich kenmerken door een sterke instroom van kwetsbare inwoners.
De belangrijkste doelstellingen, die in de Woonvisie verder zijn uitgewerkt, betreffen de volgende: te bouwen naar behoefte, met de juiste woning op de juiste plek; de voorraad wooneenheden voor studenten te vergroten; extra aandacht te geven aan kwetsbare doelgroepen; de woningvoorraad en woonomgeving duurzamer te maken; de kwaliteit van de woonomgeving te vergroten Deze vijf doelstellingen zijn in de Woonvisie uitgewerkt.
35
Ruimtelijke Onderbouwing Schelpenkade 48a
3.3.3.2 Onderzoeksresultaten Gelet op de beperkte schaal en omvang van het plan, zal het plan een kleine bijdrage leveren aan doelstellingen van de Woonvisie Leiden 2020-2030. Voorliggende ruimtelijke ontwikkeling vervangt een bestaande woonark en legt de focus daarmee op het thema duurzaamheid en circulariteit. Voor de woonomgeving is dit tevens een positieve ontwikkeling.
3.3.3.3 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan de doelstelling uit de Woonvisie 2020-2030.
3.3.4
Duurzaamheidsbeleid
3.3.4.1 Beleidskader Warmtevisie Op 12 september 2017 is de Leidse Warmtevisie vastgesteld (RV 17.0072) door de gemeenteraad. Het doel van de Leidse Warmtevisie is om in 2050 een aardgasvrije stad te zijn. De Leidse Warmtevisie toont aan dat de opgave om alle Leidse huizen in 2050 niet meer met aardgas te verwarmen enorm is. Ongeveer 50.000 huizen moeten in 33 jaar anders verwarmd gaan worden. Dit zijn er gemiddeld 1.500 per jaar. Het doel in de warmtevisie is drieledig de komende jaren moeten er meer huizen aangesloten worden op het warmtenet in wijken waar het uitbreiden van het warmtenet wat complexer is kan gekozen worden voor geheel elektrische verwarming; voor de huizen die (nog) niet op het warmtenet kunnen worden op het warmtenet, geldt dat er in ieder geval flink geïsoleerd moeten worden zodat deze gebruik kunnen maken bij bijvoorbeeld een warmtepomp. Er wordt gestart in de wijken waar op dit moment de kans van slagen het grootst is, mede omdat daar ook de verstedelijkingsopgave een rol gaat spelen. In de warmtevisie zijn zes prioritaire wijken aangewezen, met als doel om daar in 2035 al aardgasvrij te zijn: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Leiden Zuidwest Merenwijk De Kooi/Noorderkwartier Bio Science Park/Stationsgebied De Mors/Slaaghwijk Stevenshof
Leiden Duurzaam In het ambitiedocument Leiden Duurzaam 2030 is de lange termijn visie op wat duurzaamheid voor Leiden betekent vastgelegd. Voor Leiden zijn dit zestien concrete doelstellingen voor de periode 2016-2020. Deze ambities zijn in samenspraak met organisaties, groepen en personen in de stad geformuleerd. In 2030 moet het stedelijk systeem zo ingericht zijn dat; het een bijdrage levert aan het terugdringen van de factoren die het leven van huidige en toekomstige generaties belasten, te weten: de CO2-uitstoot, de uitputting van grondstoffen, bodem en drinkwater, de vervuiling van lucht en water, de achteruitgang van de biodiversiteit en het produceren van (rest)afval. het is toegerust op de mogelijk effecten van het veranderende klimaat.
36
Ruimtelijke Onderbouwing Schelpenkade 48a
In het verlengde hiervan zijn voor elk van de ambities eigen strategieën en uitvoeringsprogramma's opgesteld. Deze gaan met name over de aanpak van energietransitie, klimaatadaptatie en biodiverse vergroening, circulaire economie en duurzame mobiliteit. De doelen zijn geformuleerd in onderstaande strategieën en uitvoeringsprogramma's: 1. Uitvoeringsprogramma energietransitie gebouwde omgeving 2020-2023 (20.0032) 2. Uitvoeringsprogramma 'Leiden biodivers en klimaatbestending' 2020-2023 (20.0027) 3. Strategie 'Op weg naar een circulair Leiden' 2020-2023 (20.0005) 4. Uitvoeringsprogramma Leiden Duurzaam Bereikbaar 2020-2030. (20.0030) Ruimtelijke ontwikkelingen moeten bijdragen aan de ambities geformuleerd in bovenstaande documenten.
3.3.4.2 Onderzoeksresultaten In paragraaf 2.2.1 Duurzaamheid is in detail te lezen hoe voorliggende ruimtelijke ontwikkeling bijdraagt aan de ambities om Leiden duurzamer te maken. De vier ambities worden zoveel mogelijk ingepast in het plan. Zo is voorliggende ruimtelijke ontwikkeling gasloos ontworpen en wordt energie ter plaatse opgewekt met een zonneboilersysteen en 16 PV-panelen van elk 300 watt/s. Energie opwekking wordt ondersteund met infraroodpanelen. Daar wordt er gelet op de energiebesparing door het gebruik van gevels met een hoge isolatiewaarde en het gebruiken van HR++ gecertificeerde ramen. De herinrichting van de walkant blijft voor een deel onaangetast. Wat betreft de herinrichting van de walkant wordt nog gekeken naar de beste inpassing. Met het oog op doorzichten op het water is in eerste instantie slechts laaggewas gewenst. Echter door behouden van huidige planten, struiken en beschutting voor dieren en insecten ontstaat een groene omgeving die bijdraagt aan de verkoeling van de gebouwen, infiltratie en verdamping van hemelwater en aan lokale biodiversiteit. Derhalve wordt in goed overleg met aanvrager en gemeente de walkant ingericht. De woonark is een levensloopbestendige woning gezien deze woning gelijkvloers en toegankelijk is. Daarmee draagt de woning ook bij, het zij op beperkte schaal, aan een duurzame woningvoorraad.
3.3.4.3 Conclusie Voorliggende ruimtelijke ontwikkeling draagt bij aan de ambities geformuleerd in de verschillende strategieën en uitvoeringsprogramma's voor een duurzaam Leiden.
37
Ruimtelijke Onderbouwing Schelpenkade 48a
38
Ruimtelijke Onderbouwing Schelpenkade 48a
Hoofdstuk 4 4.1
Archeologie
4.1.1
Beleidskader
Omgevingsaspecten
4.1.1.1 Nationaal beleid In 1992 werd in Valetta door de Ministers van Cultuur van de bij de Raad van Europa aangesloten landen het 'Europees Verdrag inzake de bescherming van het Archeologisch Erfgoed, beter bekend onder de naam 'Verdrag van Malta', ondertekend. De wet tot goedkeuring van het verdrag is aangenomen door het Nederlands parlement en op 9 april 1998 in het Staatsblad gepubliceerd. De Wet op de Archeologische Monumentenzorg is op 1 september 2007 in werking getreden. De nieuwe wet heeft zijn beslag gekregen via een wijziging van de Monumentenwet 1988, aanpassingen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en enkele andere wetten. De Monumentenwet 1988 is inmiddels opgegaan in de Erfgoedwet, die op 1 juli 2016 in werking is getreden. Met de huidige wetgeving is het accent komen te liggen op het streven naar het behoud en beheer van archeologische waarden in de bodem (in situ) en het beperken van (de noodzaak van) archeologische opgravingen. Uitgangspunt van het beleid is tevens het principe 'de verstoorder betaalt'. Bij het voorbereiden van werkzaamheden die het bodemarchief kunnen verstoren (zoals de aanleg van een weg, een nieuwe woonwijk, een bedrijventerrein), dient onderzocht te worden of daardoor archeologische resten verstoord kunnen worden (dat kan bijvoorbeeld door booronderzoek of sleuvenonderzoek - beide na een gedegen bureauonderzoek).
Als uit het onderzoek blijkt dat er archeologische waarden aanwezig zijn en deze niet ter plaatse behouden kunnen blijven, dan dient de initiatiefnemer van het werk de kosten die gepaard gaan met het opgraven en conserveren van de plaats te dragen. Met de huidige wetgeving zijn de kerntaken en bestuurlijke verantwoordelijkheden van gemeenten veranderd. Eén van de belangrijkste consequenties is, dat gemeenten een centrale rol is toegekend in de bescherming van archeologisch erfgoed. In de wet is bepaald, dat gemeenten door inzet van een planologisch instrumentarium het archeologisch belang dienen te waarborgen. Bescherming van het archeologisch erfgoed kan onder meer vorm krijgen door in bestemmingsplannen regels ter bescherming van bekende en te verwachten archeologische waarden op te nemen.
4.1.1.2 Provinciaal beleid Verordening Ruimte 2014 Het beleid van de Provincie Zuid-Holland richt zich op het behouden van archeologische waarden op de plaats waar de waarden zijn aangetroffen. Op 12 januari 2017 is door Gedeputeerde Staten de geactualiseerde Verordening Ruimte 2014 vastgesteld. In deze verordening regelt de provincie de bescherming van twee typen gebieden die als provinciaal belang zijn aangemerkt: gebieden met hoge en zeer hoge bekende archeologische waarden (de zogeheten AMK-terreinen, op de Cultuurhistorische Hoofdstructuur aangeduid) en de Romeinse limeszone. Voor deze gebieden dienen gemeenten de bescherming conform de richtlijnen van de provincie op te nemen in ruimtelijke plannen. In overige gebieden hebben gemeenten de vrijheid om gemotiveerd (op basis van een gemeentelijke archeologische waardenkaart) af te wijken van de in de Erfgoedwet voorgeschreven vrijstellingsgrenzen.
39
Ruimtelijke Onderbouwing Schelpenkade 48a
Voor de AMK-terreinen geldt bij uitstek het uitgangspunt van behoud in situ. Hier zijn bodemingrepen in het geheel niet toegestaan. In de limeszone gaat de voorkeur uit naar behoud in situ, maar dient het behoud van archeologische resten in ieder geval via onderzoek te worden gewaarborgd.
4.1.1.3 Gemeentelijk beleid Erfgoednota 2014-2020 Het archeologisch beleid van de gemeente Leiden (zoals vastgelegd in de Erfgoednota 2014-2020) is er op gericht de in de grond aanwezige archeologische waarden zoveel mogelijk te behouden. De gemeente Leiden heeft een rijk bodemarchief. In de afgelopen decennia is bij tientallen opgravingen vastgesteld dat het onderzoek van de archeologische resten die in de bodem verborgen liggen een van de belangrijkste bronnen van kennis over de bewoningsgeschiedenis van de regio rondom Leiden vormt. De doelstelling van het gemeentelijk archeologiebeleid is om de archeologische bronnen zo verantwoord mogelijk te beschermen. De erosie van het bodemarchief is ondanks alle inspanningen tot behoud van archeologische resten immers nog steeds erg groot. Dit betekent dat bij bouwwerkzaamheden verstoring van de diepere ondergrond uit archeologisch oogpunt zoveel mogelijk dient te worden vermeden. Waar dit niet mogelijk is, zal in de gebieden waar waardevolle, informatieve archeologische resten verloren dreigen te gaan, voorafgaand aan de geplande bodemingreep verantwoord onderzoek dienen plaats te vinden. Om deze doelstelling te kunnen realiseren is in het bestemmingsplan een aantal regels opgenomen. Deze regels zijn gebaseerd op een inventarisatie en evaluatie van de omvang en kwaliteit van het archeologisch bodemarchief in en om het plangebied.