210006 Bijlage 3 Participatieverslag
Tekst van het document
Participatieverslag Visie Stadstuinieren Leiden Datum: 21 september 2020 De gemeente Leiden hecht veel waarde aan het vormgeven van plannen samen met de stad. Samenwerking leidt tot draagvlak en betere plannen. Dit verslag geeft inzicht in de wijze waarop de resultaten van het participatieproces meegenomen zijn in de Visie Stadstuinieren.
1. INLEIDING Het participatietraject is in te delen in twee perioden: januari- begin maart 2020 (voor de uitbraak van het coronavirus) en de maand juni 2020. De eerste periode van het participatietraject is gebruikt om bij (organisaties van) stadstuinders te inventariseren welke stadstuinen er zijn in Leiden, waar stadstuinders tegen aan lopen, wat kansen zijn en waar aandacht aan te besteden in de visie. Deze ronde werd afgebroken door de uitbraak van het coronavirus. Er is een goed beeld van de bestaande situatie geïnventariseerd. De planning was om in mei, later verschoven naar juni, een brede bijeenkomst te organiseren waar alle betrokkenen en belanghebbenden welkom zouden zijn. Het doel van de bijeenkomst was om de resultaten van de inventarisatie te delen en om reacties te verzamelen op de voorzet voor de visie. Deze bijeenkomst kon ook in juni niet doorgaan. Er is gekozen voor een andere manier van participeren waarbij toch iedereen mee kon doen: • Bijeenkomst met de vijf organisaties van georganiseerde stadstuinders (Bond van Leidse Amateurtuinders, Vereniging Leidse Schooltuinen, Stadstuinen Leiden, IVN/Groendichterbij 71, Stichting Leiden Oogst). • Via doemee.leiden.nl een enquête over buurttuinen.
Daarnaast is de conceptvisie en dan met name het gedeelte over eetbare schooltuinen voorgelegd aan de werkgroep Bewegen & Gezondheid waarin de scholen vertegenwoordigd zijn.
2. INVENTARISATIEFASE Tijdens de inventarisatie is met (organisaties van) stadstuinders gesproken. De belangrijkste opbrengsten zijn: • Er zijn al veel stadstuinen in Leiden en de variatie is groot. • Stadstuinen zijn om meerdere redenen van belang voor Leiden en haar bewoners. • Inzicht in sterke en zwakke punten. • Er is behoefte aan meer ruimte voor stadstuinieren. Er zijn o.a. wachtlijsten bij de volkstuinen. De opbrengsten zijn verwerkt in hoofdstuk 2 van de visie: inventarisatie. Daarnaast is een enquête over de behoefte aan stadstuinieren uitgezet bij het Stadspanel. De resultaten zijn eveneens verwerkt in de inventarisatie, hoofdstuk 2.
1
3. BIJEENKOMST GEORGANISEERDE STADSTUINDERS Op 23 juni 2020 is een bijeenkomst met vijf organisaties van stadstuinders georganiseerd. Het doel van deze bijeenkomst om de concept-visie te bespreken en de meningen van deze organisaties te peilen. Er waren 9 vertegenwoordigers aanwezig. Het was een bewuste keuze om met een klein aantal mensen, maar met een grote achterban fysiek samen te komen om de concept visie (hoofdstuk 2, inventarisatie en hoofdstuk 3, visie) te bespreken. Van deze bijeenkomst is een verslag gemaakt. Belangrijkste reacties op de tekst: • Een ambitieus document • Er wordt in de concept visie te veel uitgegaan van de kracht van de Leidse bewoners, dat zij zelf initiatief kunnen nemen voor een stadstuin en dit tot een goed einde brengen. In veel gevallen is ondersteuning, tijd en inzet nodig om mensen in beweging te krijgen, zodat ze gaan stadstuinieren en het ook volhouden. Dit gaat niet alleen om groene kennis, maar vooral om de proceskant. Samen tuinieren gaat niet vanzelf. • Men miste het belang van educatie (kennisoverdracht), kennis delen en verspreiden voor stadstuinieren. • De nadruk ligt te veel op het stimuleren van kleine tuinen en te weinig op locaties voor grotere tuinen, zoals een CSA-tuinderij en nieuwe volkstuinparken. Er moet nog compensatie voor verdwenen volkstuinen plaatsvinden.
• Hoe verhoudt deze visie zich tot het beleid van de gemeente? En hoe kan het stadstuinieren daarin verankerd worden? • Wat levert stadstuinieren de gemeente op? Is dat in geld om te zetten? Belangrijkste reacties op de vraag: wat is er nodig om de visie te realiseren? • Inspelen op de dynamiek; wanneer ergens iets opborrelt daarvoor open staan en ondersteunen. • 1-loket, één aanspreekpunt bij de gemeente die vragen intern uitzet en afstemt en die ook bestaande initiatieven kan helpen. • Stadstuinieren en dat organiseren gebeurt tot vrijwilligers. Dat is al een pittige klus. Als je hen vraagt zich ook bezig te houden met/hun kennis te delen met nieuwe initiatieven, raken ze overbelast. • Erkennen dat de kennis in het groene netwerk aanwezig is, maar er niet te zwaar op leunen. De gemeente moet ondersteunen. • Netwerkbijeenkomsten of een overleg zoals het OVU-overleg in Utrecht (gemeente en 15 volkstuinen werken samen, AVVN adviseert). • Meer openheid over grondprijzen, zodat initiatiefnemers dat bij hun afwegingen kunnen betrekken. Naar aanleiding van deze bespreking is par. 4.1.3 van de Visie Stadstuinieren aangescherpt. Het belang van kennis en waar nodig ondersteuning is benoemd bij de succesfactoren.
2
3. ENQUÊTE OP DOEMEE.LEIDEN Van 12 juni tot 1 juli heeft op Doemee.Leiden.nl een enquête gestaan over buurttuinen. Het doel van deze enquête was ideeën te verzamelen over buurttuinen. Ook is gevraagd of men een goede plek weet voor een buurttuin1. De belangrijkste uitkomsten van de enquête zijn: • 83% van de participanten heeft interesse om samen met anderen in de buurt te tuinieren en 59% weet een goede plek voor een buurtmoestuin. • Naast tuinieren vooral belangstelling voor een bijenhotel, een kruidenpluktuin en nestkastjes. • Geïnteresseerden hebben vooral informatie nodig over locaties en hoe een buurtmoestuin op te zetten. • Een speciale website over stadstuinieren is een goed idee. Er zijn 122 locaties genoemd. Veruit de meeste locaties liggen in het Roodenburgerdistrict; De minste in het Morsdistrict en het Stationsdistrict. Voor meer informatie wordt verwezen naar de rapportage, zie bijlage 1. De uitkomsten bevestigen de behoefte aan stadstuinieren die in de inventarisatiefase al was gepeild. Daarnaast geven de enquêteresultaten inzicht in wat bewoners belangrijk vinden aan buurttuinen en wat zij daarbij nodig hebben. Dit is verwerkt in par. 4.1.3, faciliteren.
4. BEWONERS VLIETWEG In het bestemmingsplan Oostvlietpolder, door de gemeenteraad vastgesteld in 2016, is een mix van recreatie, klein agrarisch en behoud van weidevogels voorzien. Ook is 2 ha bestemd voor nieuwe volkstuinen, aansluitend aan de bestaande volkstuincomplexen. Op 25 februari 2020 is met de coördinator van de buurtraad Vlietweg gesproken over volkstuinen in de Oostvlietpolder. Tijdens de inloopavond die de gemeente begin februari 2020 organiseerde over de ontwikkelingen in en rond de polder waren veel mensen, ook van volkstuinverenigingen aanwezig. Er werden verschillende visies op de compensatie van volkstuinen in de Oostvlietpolder gedeeld. De coördinator gaf aan dat de compensatie volkstuinen in twee stroken, zoals opgenomen in het bestemmingsplan, een ongewenst plan is vanwege: • Er komt dan nog meer verkeer over de Vlietweg. Het is nu al een drukke fiets/brommerroute. Het is een populaire racefietsroute. En het verkeer naar de Vlietlanden en naar de bestaande volkstuinparken maakt er gebruik van. Het is maar een smalle weg. De situatie is onveilig. • Binnenkort worden ook nog de Lammerbrug en het Lammenschansplein aangepakt. Dat levert overlast voor de bewoners op. 1
Een buurttuin is een tuin waar buurtbewoners samen tuinieren. Samen bloemen en/of groente, fruit en kruiden kweken. Ze doen dit natuurvriendelijk, gebruiken geen gif of kunstmest.
3
•
Waarom hier extra volkstuinen en niet aan de andere kant van de stad. De coördinator wijst erop dat dit blijkt uit enquêtes; deze zijn echter niet beschikbaar gesteld. De coördinator geeft aan dat als compensatie in de Oostvlietpolder moet, er een alternatief is, namelijk langs de Hofvlietweg. Op de plek die ooit bedoeld was als parkeerterrein voor de volkstuinders en op de open zone tussen de twee bossen langs de Hofvlietweg. Dit ligt niet dichterbij de A4 dan Tuinpark Cronesteyn. En de volkstuinen kunnen voor de rest van de polder als (geluids)buffer dienen.
Figuur: kaartje Oostvlietpolder Begin juli heeft de coördinator laten weten dat zij de opvattingen van de buurtraad graag terug ziet in de Visie Stadstuinieren. Tevens heeft zij vragen gesteld waarom de buurtraad Oostvlietpolder niet is uitgenodigd voor het overleg met de georganiseerde stadstuinders (zie par. 3 van dit verslag). In juli heeft een bewoner van de Vlietweg per mail om informatie gevraagd. Ook hij maakt zich zorgen om de mogelijke uitbreiding van de volkstuinen. Er is afgewogen hoe met deze zorgen om te gaan. Er zijn lange wachtlijsten voor een volkstuin. De afspraken over compensatie van volkstuinen die verloren zijn gegaan door uitbreiding en verdichting van de stad zijn 20 jaar geleden vastgelegd in een convenant tussen de gemeente en de Leidse Bond van Amateurtuinders. In 2016 is onderzocht waar compensatie van volkstuinen in Leiden gerealiseerd zou kunnen worden. Behalve een uitbreiding bij het Zonneveld (Nachtegaallaan) is toen ingestoken dat er eigenlijk alleen in de Oostvlietpolder reële mogelijkheden zijn. Naar aanleiding daarvan is de 2 ha nieuwe 4
volkstuinen opgenomen in het bestemmingsplan. De zorgen van de bewoners versus de behoefte aan nieuwe volkstuinen zijn door de gemeenteraad afgewogen bij de vaststelling van het bestemmingsplan. In 2019 is de uitbreiding van het tuincomplex het Zonneveld gerealiseerd. De vraag naar volkstuinen is nog toegenomen. De tekst is niet aangepast. Er zijn geen reële andere mogelijkheden in de stad om volkstuinen te realiseren dan op de bestemde gronden in de Oostvlietpolder. Als er uitwerking van de plannen zal plaatsvinden is het van belang dat samen met de bewoners gekeken wordt hoe zorgpunten zo goed als mogelijk weggenomen kunnen worden.
5. EETBARE SCHOOLPLEINEN EN DE SCHOLEN Op 15 september 2020 is het onderwerp eetbare schoolpleinen besproken in de werkgroep Bewegen en Gezondheid vanuit de Leidse Educatie Agenda, waarin de scholen vertegenwoordigd zijn. De belangrijkste uitkomsten van dit overleg zijn: • Eetbare planten op een schooltuin dragen bij aan de kernwaarden van het onderwijs (kennis van de aarde en planten, het naar voorbeeld benoemen van planten) • Vanuit educatie is het belangrijk dat kinderen leren dat “eten aan planten groeit”. • Eetbare gewassen op een schoolplein vraagt om kennis en enthousiaste docenten. Er is een voedingsbodem nodig. Advies: volg de energie. • Het is belangrijk dat het team de meerwaarde ervan ziet, dat het niet opgelegd wordt door de gemeente. • Er kan ook een verbinding gemaakt worden tussen buurttuinen en andere stadstuinen en een school. Dit gebeurt al. • Denk ook aan de kinderdagverblijven en BSO’s. Zij kunnen dit in hun activiteiten verwerken en vinden het vaak leuk om met kinderen plantjes te kweken. Naar aanleiding hiervan is de tekst over eetbare schoolpleinen aangepast en zijn ook de kinderdagverblijven en BSO’s toegevoegd.
5
Bijlage 1
DoeMee 2020
Stadstuinieren in Leiden
Stadstuinieren
BELEIDSONDERZOEK I info@leidenincijfers.nl I www.leidenincijfers.nl 6
Leiden maakt een visie op stadstuinieren in de openbare ruimte. Hier wordt de meerwaarde van stadstuinieren beschreven. Ook wordt er ingegaan op bestaande tuinen en de voorwaarden en ondersteuning in de toekomst. De gemeente wil stadstuinieren bevorderen en initiatieven ondersteunen. Het gaat hier om samen tuinieren: groenten, kruiden en bloemen telen, eventueel met bloemen, op ecologische basis. Daarom stelt de gemeente een deel van de openbare ruimte beschikbaar voor stadstuinieren. Zo kunnen in de toekomst nog meer Leidenaren in stadstuinen aan de slag. Eerder is via het LeidenPanel de belangstelling gepeild. Deze rapportage is de weergave van de enquête die via het participatieplatform DoeMee is uitgezet. De vragen gaan vooral over ideeën voor een stads- of moestuin en over informatie en communicatie en mogelijke locaties. 186 mensen hebben hierop in juni 2020 gereageerd.
83% van de participanten heeft interesse om samen met anderen in de buurt te tuinieren en 59% weet een goede plek voor een buurtmoestuin Aan degenen die een goede plek wisten is gevraagd deze te noemen. Deze locaties geven inzicht waar Leidenaren mogelijkheden zien voor stadstuinieren (worden hier niet weergegeven). Figuur 1: Heeft u interesse om samen met anderen bij u in de buurt te tuinieren? En weet u een goede plek voor een buurttuin bij u in de buurt? (% van alle respondenten) Heeft u interesse?
Weet u een goede plek? Geen antwoord 2%
Nee 16%
Nee 39% Ja 59%
Ja 83%
Naast tuinieren vooral belangstelling voor een bijenhotel, een kruidenpluktuin en nestkastjes Aan de deelnemers is gevraagd of ze, naast tuinieren, nog een andere mogelijkheid zagen in een buurtmoestuin. Hierbij is een aantal suggesties in de vragenlijst genoemd; men kon meer suggesties aankruisen. Gemiddeld noemde men 3,5 suggestie. Er is veel gekozen voor functies die met de natuur te maken hebben (bijenhotel, nestkastjes) en wat minder voor het samen koken, al dan niet op een barbecue of pizzaoven. Ook een kruidentuin vinden veel mensen een goed idee.
7
Figuur 2: Ziet u nog andere mogelijkheden in een buurttuin, naast tuinieren? (aantallen) Bijenhotel
139
Kruidenpluktuin
136
Nestkastjes
134
Zitplek/picknickplek
99
Boomgaard
99
Barbecue/pizzaoven
27
Samen koken
26
Nee
10
Geïnteresseerden hebben vooral informatie nodig over locaties en hoe een buurtmoestuin op te zetten Vervolgens is gevraagd wat men nodig heeft om daadwerkelijk een buurtmoestuin op te zetten. Gemiddelde kruiste men twee onderwerpen aan waar men meer informatie over wil hebben. De meeste behoefte is aan informatie over voorwaarden die de gemeente/de woningcorporatie/eigenaar stelt aan gebruik van de grond. Maar ook over praktische zaken, zoals mogelijke locaties en ‘hoe een buurtmoestuin op te zetten. Over het moestuinieren zelf is (op dit moment) minder behoefte aan informatie. Figuur 3: Wat heeft u nodig om te gaan tuinieren in een buurtmoestuin? (aantallen) Voorwaarden
112
Locaties
87
Hoe op te zetten
81
(Moes) tuinieren Anders Niets
47 22 48
De mensen die aan iets anders behoefte hebben (45) noemden o.a.: • Hulp / geld van de gemeente om het op te zetten • Hondenverbod, hekken om de tuin / afbakening, watervoorziening • Een groep enthousiaste medebewoners • Samenwerking met leerlingen van de buurtschool • Materiaal voor geveltuinen • Iemand die het ‘trekt’
8
Een aantal reacties, wat men anders nog nodig heeft om te starten: Medestanders, buurtgenoten en afrastering tegen honden en katten
Leren hoe ik een voedselbos kan aanleggen
Alles bestraten, dan hoeft er geen onderhoud gepleegd te worden en moeten die linkse trutjes wat zinvols met hun leven gaan doen
Ondersteuning gemeente: greenbags aan en afvoeren, houtsnippers regelen enz. Gereedschap en opbergmogelijkheid, financiering zaaigoed.
Een speciale website over stadstuinieren is een goed idee Er is gevraagd hoe men bij voorkeur geïnformeerd wil worden over dit onderwerp. Ook hier gaf men gemiddeld ruim 2 opties aan. Het meest genoemd is een speciale website over stadstuinen, gevolgd door een contactpersoon bij de gemeente of een andere organisatie. 13 mensen gaven nog een andere mogelijkheid: een brief bij buurtbewoners in de brievenbus, via de wijkorganisatie / sleutelfiguren, via een email of via I-doe een matching databank maken. Figuur 4: Hoe zou u geïnformeerd willen worden? (aantallen) Website stadstuinen
108
Een contactpersoon
74
Website gem. Leiden
58
Stadsnieuws
54
Social media
49
Stadskrant Anders
44 13
9
122 ideeën over locaties voor stadstuinieren Ruim 100 mensen hebben een of meerdere locaties aangewezen die geschikt zijn om te stadstuinieren. De locaties variëren van parken tot boomspiegels, van een rotonde tot groenstroken. Het Roomburgerpark wordt het meest genoemd (6x), gevolgd door Polderpark Cronesteyn (4x). Figuur 5: Waar ligt een geschikte locatie om te stadstuinieren?
Binnenstad Zuid
Binnenstad Noord
Stationsdistrict
Leiden Noord
Roodenburgerdistrict
Bos-en Gasthuisdistrict
Morsdistrict
Boerhavedistrict
Merenwijkdistrict
Stevenshofdistrict
In het Roodenburgerdistrict zijn de meeste locaties aangewezen (37), gevolgd door het Bos-en Gasthuisdistrict (20). Dit zijn ook omvangrijke gebieden. Ook in Binnenstad Noord zijn relatief veel locaties genoemd (19). Het minste aantal genoemde locaties ligt in het Stevenshofdistrict en in het Stationsdistrict (ieder 3).
10