CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

21.0250 Bijlage 1. Zienswijzennota LEAD, d.d. mei 2021;

raadscommissie Stedelijke Ontwikkeling 15 juni 2021, gemeente LeidenBij agendapunt: Bijlagen46.387 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 6

Geen.

Geen.

41/664

fase III twee jaar. In totaal neemt de bouwtijd derhalve zes en een half jaar in beslag. De bouw zal in 2022 aanvangen. Om de overlast gedurende de bouw te beperken zal een BLVC (Bereikbaarheid Leefbaarheid Veiligheid en Communicatie)-plan worden opgesteld. In de ontwerpomgevingsvergunning voor de realisatie van de torens is ten aanzien van het BLVC-plan onder meer bepaald dat in het BLVC-plan in ieder geval moet worden onderbouwd hoe bouwverkeer uit de wijk geweerd kan worden en dat moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor de medewerkers. Ook moeten transporten zoveel mogelijk worden gecombineerd om bouwverkeer te verminderen en moet worden gezorgd voor goede valveiligheid zonder dat dit ten koste gaat van verkeer op de Willem de Zwijgerlaan, parallel fietsverkeer en de fietsroute over de overkluizing naar de binnenstad. Het BLVC-plan dient in overleg met de gemeente te worden goedgekeurd, voordat kan worden aangevangen met de werkzaamheden. Hiermee wordt geborgd dat zo min mogelijk overlast bestaat gedurende de bouw. Hierbij wordt tevens opgemerkt dat te zijner tijd nog een bijeenkomst zal worden georganiseerd door de ontwikkelaar waarin omwonenden worden geïnformeerd over de bouw.

10.2

Het project moet aangepast worden naar de hoogte die past binnen de Hoogbouwvisie. Er wordt een ongemotiveerde en onlogische uitzondering gemaakt op de Hoogbouwvisie.

10.3

Alle verkeersstromen worden aan de westzijde van het project geconcentreerd. Dit zorgt voor een ongelooflijke overlast in de wijk Nieuw Leyden. Het aantal motorvoertuigbewegingen wordt in de

Bovendien gelden, voor wat betreft de uitvoering van werkzaamheden, de regels van afdeling 8.1 van het Bouwbesluit 2012 die gaan over het beperken van hinder tijdens het uitvoeren van bouw- en sloopwerkzaamheden. Deze regels (veiligheid van de directe omgeving, duur werkzaamheden, geluidhinder, trillinghinder, stofhinder) hebben directe werking. Dit betekent dat de uitvoerder gebonden is aan deze regels. Ook het civiele recht (onrechtmatige daad) geldt onverkort, op basis waarvan de ontwikkelaar geen onrechtmatige hinder of schade mag veroorzaken.. Van een ongemotiveerde en onlogische uitzondering op de Hoogbouwvisie is geen sprake. De Hoogbouwvisie bevat een algemene afwijkingsmogelijkheid van de hoogten zoals opgenomen in de visie. Van deze afwijkingsmogelijkheid is gebruik gemaakt. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar paragraaf 5.2.1 van deze zienswijzennota verwezen, waarin de motivering van de afwijking van de Hoogbouwvisie is besproken. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.3 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat door het planinitiatief LEAD geen onaanvaardbare gevolgen voor de verkeersontsluiting of de verkeersveiligheid ontstaan. Hierin is ook ingegaan op de onwenselijkheid van een

Geen.

Geen.

42/664

Joulestraat 12,4 keer zo veel, op de Schapenwei 5 keer zo veel en op de Nieuwe Koningstraat 4 keer zo veel. In de Pasteurstraat gaat het om 6000 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Als deze straten zo druk worden is dat erg gevaarlijk. De verkeersontsluiting van het project moet ook aan de oostzijde worden gerealiseerd, zodat de verkeersdrukte wordt verspreid en de verkeersveiligheid wordt bevorderd.

10.4

10.5

10.6

De toename van verkeer zorgt voor geluidsoverlast in de wijk Nieuw Leyden en omliggende straten. De verkeersontsluiting van het project moet ook aan de oostzijde worden gerealiseerd, zodat de geluidsoverlast wordt beperkt. Er worden te weinig parkeerplaatsen gerealiseerd voor het aantal woningen dat gepland staat te worden gebouwd. De parkeernorm die de gemeente hanteert is om volstrekt onduidelijke en onlogische redenen losgelaten. Het is niet redelijk om ervan uit te gaan dat de bewoners van LEAD minder auto’s zullen hebben dan bewoners van andere wijken. Hierdoor gaan parkeerproblemen en parkeeroverlast in de omgeving ontstaan. Naast een appartementencomplex moet ook een significant aantal eengezinswoningen worden gebouwd om het tekort aan eengezinswoningen in Leiden aan te pakken.

ontsluiting aan de oostzijde van het project. Verder wordt opgemerkt dat uit het akoestisch onderzoek van BOOT volgt dat de maximale ritgeneratie van LEAD inclusief de voorzieningen in de gebouwen 2.279 verkeersbewegingen per dag bedraagt. Hierbij geldt dat vanuit het plan sterk wordt ingezet op andere vormen van transport om het autogebruik te ontmoedigen. Hierdoor is het aannemelijk dat de werkelijke verkeersgeneratie van LEAD lager zal liggen dan wat de traditionele berekeningen weergeven. De door indiener genoemde intensiteiten in de Joulestraat en Schapenwei betreffen een verkeerde interpretatie van de door BOOT geleverde berekening. Voor beide straten wordt in het onderzoek van BOOT het worstcase scenario weergegeven. Echter kan het worst-case scenario niet tegelijkertijd in beide straten voorkomen. Een auto die vanaf LEAD via de Schapenwei naar de Pasteurstraat rijdt kan immers niet gelijktijdig via de Joulestraat rijden. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.5 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat door het planinitiatief LEAD (en de daarbij gekozen ontsluitingsstructuur) geen onaanvaardbare gevolgen voor de geluidbelasting op de geluidgevoelige woningen in de omgeving ontstaan.

Geen.

Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.2 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat het project past binnen de Beleidsregels Parkeernormen 2020 (en de daarbij behorende flexibiliteitsbepalingen) en derhalve voorziet in voldoende parkeerplaatsen.

Geen.

Het planinitiatief LEAD voorziet in de realisatie van 580 woningen en levert daarmee een substantiële bijdrage aan de woningbehoefte. Verwezen wordt onder meer naar paragraaf 3.2.2.2 en 3.3.4 van de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan. Daaruit volgt dat uit de ‘Regionale Woonagenda Holland Rijnland’ en de ‘Woonvisie Leiden 2020-2030’ de kwantitatieve behoefte aan het voorziene woonprogramma blijkt. Uit zowel het regionale als het gemeentelijk beleid blijkt daarnaast de behoefte aan een (hoog)stedelijk woonmilieu. Door in het planinitiatief zowel starterswoningen als woningen in het sociale, middel dure en dure segment te realiseren in combinatie met

Geen.

43/664

een levendige plint, wordt bijgedragen aan deze behoefte. Het enkele feit dat in het project geen grondgebonden eengezinswoningen worden gerealiseerd betekent overigens niet dat in de woontorens geen ruimte is voor gezinnen, nu in de woontoren ook grotere meerkamerappartementen worden gerealiseerd.

10.7

Voor het project moeten veel volwassen bomen worden gekapt. Dit is slecht voor de natuur en biodiversiteit. Volwassen bomen moeten worden behouden en er moet meer groen gerealiseerd worden in de omgeving.

De luchtvervuiling zal toenemen. De toename van verkeersbewegingen maakt de kans dat de

Het enkele feit dat ook behoefte bestaat aan andersoortige woningen in Leiden, maakt niet dat het planinitiatief LEAD geen belangrijke en wenselijke bijdrage levert aan de woningvoorraad in Leiden. Voor de bomen in het plangebied die gevolgen kunnen ondervinden van het project is een Bomen Effect Analyse (BEA) uitgevoerd. Per boom zijn daarin algemene gegevens, de kwaliteit, toekomstverwachting, de verplantbaarheid en de gevolgen van de werkzaamheden in kaart gebracht. In de BEA zijn 53 bomen beoordeeld. De huidige bomenstand is blijkens de BEA in overwegend slechte staat en verplanten zal in bijna alle gevallen zeer lastig zijn. Voor het project worden 33 bomen gekapt. 30 van deze 33 bomen hebben een doorsnede van 45 centimeter of meer en hebben daarmee een vergunningplichtige omvang. Drie van de 33 bomen waren dus reeds niet vergunningplichtig vanwege de omvang van de boom. Daarnaast geldt dat 17 van de 30 bomen met een vergunningplichtige maat op privaat terrein staan en dus ook gelet daarop niet vergunningplichtig zijn. Gelet hierop is uiteindelijk slechts voor 13 bomen in het plangebied sprake van een vergunningplicht. De omgevingsvergunning voor het aspect kappen ziet dus op 13 bomen. Van deze 13 bomen komt, blijkens de BEA, maar één boom in aanmerking voor verplanting. Deze boom zal worden verplant naar het nieuwe stadspark.

Om de overige gekapte bomen te compenseren, wordt in de aanleg van het stadspark voorzien in de aanplant van nieuwe bomen en groen. In het nieuwe stadspark worden 68 bomen aangeplant, met een omtrek variërend van 20-25 centimeter en 35-40 centimeter. Het planinitiatief voorziet verder in een natuurinclusief ontwerp van de openbare ruimte en verbetert de biodiversiteit door groen naar het park, de terrassen en de daken te brengen. Voor een nadere beschrijving van de wijze waarop met het plan een bijdrage wordt geleverd aan de biodiversiteit in en rondom het plangebied, wordt verwezen naar paragraaf 2.3.2.5 van de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan. Per saldo zal de hoeveelheid groen in de omgeving dus toenemen. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.8 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat het project voldoet aan

Geen.

Geen.

44/664

10.8

10.9

Europese norm voor luchtkwaliteit wordt overschreden, aanzienlijk. Dit moet worden onderzocht. De gemeente dient de noodzaak van de extreme hoogbouw af te wegen tegen haar duurzaamheidsverantwoordelijkheid en – verplichtingen, waaronder het beperken van stikstofproblematiek.

Het participatietraject is onvoldoende, blijkens een door inwoners uitgezette enquête die door 376 respondenten is ingevuld. Het plan lijkt reeds definitief en is slechts over enkele kleine wijzigingen gesproken. Over het belangrijkste punt, het aantal woningen, mocht niet worden gesproken. Het participatietraject is daarnaast begeleid en geregisseerd door de projectontwikkelaar, waardoor het participatieproces niet onafhankelijk was.

de wettelijke grenswaarden voor luchtkwaliteit. De wettelijke grenswaarden zijn gebaseerd op de Europese normen voor luchtkwaliteit. Bij de totstandkoming van het planinitiatief LEAD is veel aandacht geweest voor duurzaamheid. In het bouwplan zijn in dat kader verschillende bewuste ontwerpkeuzes gemaakt. Verwezen wordt naar hetgeen hierover is opgemerkt in paragraaf 2.3.3 van de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan. Ten aanzien van het aspect stikstof geldt dat door Peutz onderzoek is gedaan naar de stikstofdepositie die voortkomt uit het project en de vraag of de aanleg- en gebruiksfase van het project voor significant negatieve effecten kunnen zorgen voor nabijgelegen Natura 2000-gebieden. In het onderzoek is geconcludeerd dat de depositie ten gevolg van de gebruiksfase en de aanlegfase 0,00 mol/ha/jaar bedraagt en dus geen significant negatieve effecten oplevert. Verwezen wordt naar bijlage 9 bij de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt verwezen naar paragraaf 5,2,9 van deze zienswijzennota. Daar wordt toegelicht dat er een uitgebreid participatietraject heeft plaatsgevonden waarin ruim aandacht is geweest voor het betrekken van de omgeving bij het planproces. De participatie heeft bovendien geleid tot concrete wijzigingen van het plan.

Anders dan door indiener wordt gesteld, geldt overigens dat het onjuist is dat niet kon worden gesproken over het aantal te realiseren woningen. In het participatietraject is ook gediscussieerd over het aantal woningen en in dat kader de hoogte van het bouwplan. Uiteindelijk heeft deze discussie echter niet geleid tot aanpassing van het bouwplan conform de wens van indiener. Het uitgangspunt is altijd geweest dat het maximale stedenbouwkundige kader en woonprogramma wordt gerealiseerd zonder dat dat ten koste gaat van erfgoed- en omgevingswaarden. Zoals uit de participatieverslagen die als bijlagen 1 en 2 bij de toelichting van het bestemmingsplan zijn gevoegd ook volgt, is het ontwerp van de torens in dat kader bijvoorbeeld ook aangepast op basis van het participatietraject. Het participatietraject is dus niet onvoldoende en het plan was niet reeds definitief. Daarnaast geldt dat de gemeente wel degelijk betrokken is bij het participatietraject, maar dat dit geen verplichting is in de procedure om te komen tot vaststelling van het bestemmingsplan. Overigens geldt dat, zoals in paragraaf 5.2.9 van deze zienswijzennota is opgemerkt, in goed overleg met RED company en in opdracht en onder regie van de gemeente een participatieplan op maat, het participatieplan “LEAD in dialoog” tot stand is gekomen

Geen.

Geen.

45/664

11.1

De koopwoningen aan de Groenoordstraat zullen in waarde verminderen vanwege schade veroorzaakt door bouwverkeer, omdat de woningen niet meer in een autoluwe rustige wijk liggen en de levenskwaliteit wordt verminderd.

(het participatieplan). De projectontwikkelaar heeft dus wel degelijk onder regie van de gemeente het participatietraject doorlopen. Indien indiener meent schade te lijden als gevolg van waardevermindering van de woning dan kan, binnen vijf jaar nadat het bestemmingsplan onherroepelijk is geworden, een verzoek om tegemoetkoming in planschade ex artikel 6.1 Wro worden aangevraagd. Ten aanzien van de planning van de bouw geldt dat het project in drie fases wordt gerealiseerd. In fase I wordt de bebouwing ter hoogte van Monuta gerealiseerd, alsmede de nieuwe nutsvoorziening van KPN. In fase II wordt de losstaande woontoren aan de noordzijde van het plangebied gerealiseerd. In fase III wordt de bebouwing ter hoogte van het oude KPN gebouw gerealiseerd. Fase I inclusief de bouw van de nieuwe nutsvoorziening van KPN, neemt twee jaar in beslag, fase II twee en een half jaar en fase III twee jaar. In totaal neemt de bouwtijd derhalve zes en een half jaar in beslag. De bouw zal in 2022 aanvangen. Om de overlast gedurende de bouw te beperken zal een BLVC (Bereikbaarheid Leefbaarheid Veiligheid en Communicatie)-plan worden opgesteld.

In de ontwerpomgevingsvergunning voor de realisatie van de torens is ten aanzien van het BLVC-plan onder meer bepaald dat in het BLVC-plan in ieder geval moet worden onderbouwd hoe bouwverkeer uit de wijk geweerd kan worden en dat moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor de medewerkers. Ook moeten transporten zoveel mogelijk worden gecombineerd om bouwverkeer te verminderen en moet worden gezorgd voor goede valveiligheid zonder dat dit ten koste gaat van verkeer op de Willem de Zwijgerlaan, parallel fietsverkeer en de fietsroute over de overkluizing naar de binnenstad. Het BLVC-plan dient in overleg met de gemeente te worden goedgekeurd, voordat kan worden aangevangen met de werkzaamheden. Hiermee wordt geborgd dat zo min mogelijk overlast bestaat gedurende de bouw. Hierbij wordt tevens opgemerkt dat te zijner tijd nog een bijeenkomst zal worden georganiseerd door de ontwikkelaar waarin omwonenden worden geïnformeerd over de bouw. Bovendien gelden, voor wat betreft de uitvoering van werkzaamheden, de regels van afdeling 8.1 van het Bouwbesluit 2012 die gaan over het beperken van hinder tijdens het uitvoeren van bouw- en sloopwerkzaamheden. Deze regels (veiligheid van de directe omgeving, duur werkzaamheden, geluidhinder, trillinghinder, stofhinder) hebben directe

Geen.

46/664

11.2

Het project moet aangepast worden naar de hoogte die past binnen de Hoogbouwvisie. Er wordt een ongemotiveerde en onlogische uitzondering gemaakt op de Hoogbouwvisie.

11.3

Alle verkeersstromen worden aan de westzijde van het project geconcentreerd. Dit zorgt voor een ongelooflijke overlast in de wijk Nieuw Leyden. Het aantal motorvoertuigbewegingen wordt in de Joulestraat 12,4 keer zo veel, op de Schapenwei 5 keer zo veel en op de Nieuwe Koningstraat 4 keer zo veel. In de Pasteurstraat gaat het om 6000 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Als deze straten zo druk worden is dat erg gevaarlijk. De verkeersontsluiting van het project moet ook aan de oostzijde worden gerealiseerd, zodat de verkeersdrukte wordt verspreid en de verkeersveiligheid wordt bevorderd.

11.4

11.5

De toename van verkeer zorgt voor geluidsoverlast in de wijk Nieuw Leyden en omliggende straten. De verkeersontsluiting van het project moet ook aan de oostzijde worden gerealiseerd, zodat de geluidsoverlast wordt beperkt. Er worden te weinig parkeerplaatsen gerealiseerd voor het aantal woningen dat gepland staat te worden gebouwd. De parkeernorm die de gemeente hanteert is om volstrekt onduidelijke en onlogische

werking. Dit betekent dat de uitvoerder gebonden is aan deze regels. Ook het civiele recht (onrechtmatige daad) geldt onverkort, op basis waarvan de ontwikkelaar geen onrechtmatige hinder of schade mag veroorzaken.. Van een ongemotiveerde en onlogische uitzondering op de Hoogbouwvisie is geen sprake. De Hoogbouwvisie bevat een algemene afwijkingsmogelijkheid van de hoogten zoals opgenomen in de visie. Van deze afwijkingsmogelijkheid is gebruik gemaakt. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar paragraaf 5.2.1 van deze zienswijzennota verwezen, waarin de motivering van de afwijking van de Hoogbouwvisie is besproken. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.3 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat door het planinitiatief LEAD geen onaanvaardbare gevolgen voor de verkeersontsluiting of de verkeersveiligheid ontstaan. Hierin is ook ingegaan op de onwenselijkheid van een ontsluiting aan de oostzijde van het project. Verder wordt opgemerkt dat uit het akoestisch onderzoek van BOOT volgt dat de maximale ritgeneratie van LEAD inclusief de voorzieningen in de gebouwen 2.279 verkeersbewegingen per dag bedraagt. Hierbij geldt dat vanuit het plan sterk wordt ingezet op andere vormen van transport om het autogebruik te ontmoedigen.

Hierdoor is het aannemelijk dat de werkelijke verkeersgeneratie van LEAD lager zal liggen dan wat de traditionele berekeningen weergeven. De door indiener genoemde intensiteiten in de Joulestraat en Schapenwei betreffen een verkeerde interpretatie van de door BOOT geleverde berekening. Voor beide straten wordt in het onderzoek van BOOT het worstcase scenario weergegeven. Echter kan het worst-case scenario niet tegelijkertijd in beide straten voorkomen. Een auto die vanaf LEAD via de Schapenwei naar de Pasteurstraat rijdt kan immers niet gelijktijdig via de Joulestraat rijden. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.5 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat door het planinitiatief LEAD (en de daarbij gekozen ontsluitingsstructuur) geen onaanvaardbare gevolgen voor de geluidbelasting op de geluidgevoelige woningen in de omgeving ontstaan. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.2 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat het project past binnen de Beleidsregels Parkeernormen 2020 (en de daarbij behorende flexibiliteitsbepalingen)en derhalve voorziet in voldoende parkeerplaatsen.

Geen.

Geen.

Geen.

Geen.

47/664

11.6

11.7

redenen losgelaten. Het is niet redelijk om ervan uit te gaan dat de bewoners van LEAD minder auto’s zullen hebben dan bewoners van andere wijken. Hierdoor gaan parkeerproblemen en parkeeroverlast in de omgeving ontstaan. Naast een appartementencomplex moet ook een significant aantal eengezinswoningen worden gebouwd om het tekort aan eengezinswoningen in Leiden aan te pakken.

Voor het project moeten veel volwassen bomen worden gekapt. Dit is slecht voor de natuur en biodiversiteit. Volwassen bomen moeten worden behouden en er moet meer groen gerealiseerd worden in de omgeving.

Het planinitiatief LEAD voorziet in de realisatie van 580 woningen en levert daarmee een substantiële bijdrage aan de woningbehoefte. Verwezen wordt onder meer naar paragraaf 3.2.2.2 en 3.3.4 van de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan. Daaruit volgt dat uit de ‘Regionale Woonagenda Holland Rijnland’ en de ‘Woonvisie Leiden 2020-2030’ de kwantitatieve behoefte aan het voorziene woonprogramma blijkt. Uit zowel het regionale als het gemeentelijk beleid blijkt daarnaast de behoefte aan een (hoog)stedelijk woonmilieu. Door in het planinitiatief zowel starterswoningen als woningen in het sociale, middel dure en dure segment te realiseren in combinatie met een levendige plint, wordt bijgedragen aan deze behoefte. Het enkele feit dat in het project geen grondgebonden eengezinswoningen worden gerealiseerd betekent overigens niet dat in de woontorens geen ruimte is voor gezinnen, nu in de woontoren ook grotere meerkamerappartementen worden gerealiseerd.

Het enkele feit dat ook behoefte bestaat aan andersoortige woningen in Leiden, maakt niet dat het planinitiatief LEAD geen belangrijke en wenselijke bijdrage levert aan de woningvoorraad in Leiden. Voor de bomen in het plangebied die gevolgen kunnen ondervinden van het project is een Bomen Effect Analyse (BEA) uitgevoerd. Per boom zijn daarin algemene gegevens, de kwaliteit, toekomstverwachting, de verplantbaarheid en de gevolgen van de werkzaamheden in kaart gebracht. In de BEA zijn 53 bomen beoordeeld. De huidige bomenstand is blijkens de BEA in overwegend slechte staat en verplanten zal in bijna alle gevallen zeer lastig zijn. Voor het project worden 33 bomen gekapt. 30 van deze 33 bomen hebben een doorsnede van 45 centimeter of meer en hebben daarmee een vergunningplichtige omvang.Drie van de 33 bomen waren dus reeds niet vergunningplichtig vanwege de omvang van de boom. Daarnaast geldt dat 17 van de 30 bomen met een vergunningplichtige maat op privaat terrein staan en dus ook gelet daarop niet vergunningplichtig zijn. Gelet hierop is uiteindelijk slechts voor 13 bomen in het

Geen.

Geen.

48/664

11.8

11.9

11.10

De luchtvervuiling zal toenemen. De toename van verkeersbewegingen maakt de kans dat de Europese norm voor luchtkwaliteit wordt overschreden, aanzienlijk. Dit moet worden onderzocht. De gemeente dient de noodzaak van de extreme hoogbouw af te wegen tegen haar duurzaamheidsverantwoordelijkheid en – verplichtingen, waaronder het beperken van stikstofproblematiek.

Het participatietraject is onvoldoende, blijkens een door inwoners uitgezette enquête die door 376 respondenten is ingevuld. Het plan lijkt reeds definitief en is slechts over enkele kleine wijzigingen gesproken. Over het belangrijkste punt, het aantal

plangebied sprake van een vergunningplicht. De omgevingsvergunning voor het aspect kappen ziet dus op 13 bomen. Van deze 13 bomen komt, blijkens de BEA, maar één boom in aanmerking voor verplanting. Deze boom zal worden verplant naar het nieuwe stadspark. Om de overige gekapte bomen te compenseren, wordt in de aanleg van het stadspark voorzien in de aanplant van nieuwe bomen en groen. In het nieuwe stadspark worden 68 bomen aangeplant, met een omtrek variërend van 20-25 centimeter en 35-40 centimeter. Het planinitiatief voorziet verder in een natuurinclusief ontwerp van de openbare ruimte en verbetert de biodiversiteit door groen naar het park, de terrassen en de daken te brengen. Voor een nadere beschrijving van de wijze waarop met het plan een bijdrage wordt geleverd aan de biodiversiteit in en rondom het plangebied, wordt verwezen naar paragraaf 2.3.2.5 van de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan. Per saldo zal de hoeveelheid groen in de omgeving dus toenemen. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.8 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat het project voldoet aan de wettelijke grenswaarden voor luchtkwaliteit. De wettelijke grenswaarden zijn gebaseerd op de Europese normen voor luchtkwaliteit. Bij de totstandkoming van het planinitiatief LEAD is veel aandacht geweest voor duurzaamheid.

In het bouwplan zijn in dat kader verschillende bewuste ontwerpkeuzes gemaakt. Verwezen wordt naar hetgeen hierover is opgemerkt in paragraaf 2.3.3 van de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan. Ten aanzien van het aspect stikstof geldt dat door Peutz onderzoek is gedaan naar de stikstofdepositie die voortkomt uit het project en de vraag of de aanleg- en gebruiksfase van het project voor significant negatieve effecten kunnen zorgen voor nabijgelegen Natura 2000-gebieden. In het onderzoek is geconcludeerd dat de depositie ten gevolg van de gebruiksfase en de aanlegfase 0,00 mol/ha/jaar bedraagt en dus geen significant negatieve effecten oplevert. Verwezen wordt naar bijlage 9 bij de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt verwezen naar paragraaf 5.2.9 van deze zienswijzennota. Daar wordt toegelicht dat er een uitgebreid participatietraject heeft plaatsgevonden waarin ruim aandacht is geweest voor het betrekken van de omgeving bij het planproces. De participatie heeft bovendien geleid tot concrete wijzigingen van het plan. Anders dan door indiener wordt gesteld, geldt overigens dat

Geen.

Geen.

Geen.

49/664

woningen, mocht niet worden gesproken. Het participatietraject is daarnaast begeleid en geregisseerd door de projectontwikkelaar, waardoor het participatieproces niet onafhankelijk was.

12.1

De koopwoningen aan de Groenoordstraat zullen in waarde verminderen vanwege schade veroorzaakt door bouwverkeer, omdat de woningen niet meer in een autoluwe rustige wijk liggen en de levenskwaliteit wordt verminderd.

het onjuist is dat niet kon worden gesproken over het aantal te realiseren woningen. In het participatietraject is ook gediscussieerd over het aantal woningen en in dat kader de hoogte van het bouwplan. Uiteindelijk heeft deze discussie echter niet geleid tot aanpassing van het bouwplan conform de wens van indiener. Het uitgangspunt is altijd geweest dat het maximale stedenbouwkundige kader en woonprogramma wordt gerealiseerd zonder dat dat ten koste gaat van erfgoed- en omgevingswaarden. Zoals uit de participatieverslagen die als bijlagen 1 en 2 bij de toelichting van het bestemmingsplan zijn gevoegd ook volgt, is het ontwerp van de torens in dat kader bijvoorbeeld ook aangepast op basis van het participatietraject. Het participatietraject is dus niet onvoldoende en het plan was niet reeds definitief. Daarnaast geldt dat de gemeente wel degelijk betrokken is bij het participatietraject, maar dat dit geen verplichting is in de procedure om te komen tot vaststelling van het bestemmingsplan. Overigens geldt dat, zoals in paragraaf 5.2.9 van deze zienswijzennota is opgemerkt, in goed overleg met RED company en in opdracht en onder regie van de gemeente een participatieplan op maat, het participatieplan “LEAD in dialoog” tot stand is gekomen (het participatieplan). De projectontwikkelaar heeft dus wel degelijk onder regie van de gemeente het participatietraject doorlopen.

Indien indiener meent schade te lijden als gevolg van waardevermindering van de woning dan kan, binnen vijf jaar nadat het bestemmingsplan onherroepelijk is geworden, een verzoek om tegemoetkoming in planschade ex artikel 6.1 Wro worden aangevraagd. Ten aanzien van de planning van de bouw geldt dat het project in drie fases wordt gerealiseerd. In fase I wordt de bebouwing ter hoogte van Monuta gerealiseerd, alsmede de nieuwe nutsvoorziening van KPN. In fase II wordt de losstaande woontoren aan de noordzijde van het plangebied gerealiseerd. In fase III wordt de bebouwing ter hoogte van het oude KPN gebouw gerealiseerd. Fase I inclusief de bouw van de nieuwe nutsvoorziening van KPN, neemt twee jaar in beslag, fase II twee en een half jaar en fase III twee jaar. In totaal neemt de bouwtijd derhalve zes en een half jaar in beslag. De bouw zal in 2022 aanvangen. Om de overlast gedurende de bouw te beperken zal een BLVC (Bereikbaarheid Leefbaarheid Veiligheid en Communicatie)-plan worden opgesteld. In de ontwerpomgevingsvergunning voor de realisatie van de torens is ten aanzien van het BLVC-plan onder meer bepaald dat in het BLVC-plan in ieder geval moet worden onderbouwd hoe

Geen.

50/664

bouwverkeer uit de wijk geweerd kan worden en dat moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor de medewerkers. Ook moeten transporten zoveel mogelijk worden gecombineerd om bouwverkeer te verminderen en moet worden gezorgd voor goede valveiligheid zonder dat dit ten koste gaat van verkeer op de Willem de Zwijgerlaan, parallel fietsverkeer en de fietsroute over de overkluizing naar de binnenstad. Het BLVC-plan dient in overleg met de gemeente te worden goedgekeurd, voordat kan worden aangevangen met de werkzaamheden. Hiermee wordt geborgd dat zo min mogelijk overlast bestaat gedurende de bouw. Hierbij wordt tevens opgemerkt dat te zijner tijd nog een bijeenkomst zal worden georganiseerd door de ontwikkelaar waarin omwonenden worden geïnformeerd over de bouw.

12.2

Het project moet aangepast worden naar de hoogte die past binnen de Hoogbouwvisie. Er wordt een ongemotiveerde en onlogische uitzondering gemaakt op de Hoogbouwvisie.

12.3

Alle verkeersstromen worden aan de westzijde van het project geconcentreerd. Dit zorgt voor een ongelooflijke overlast in de wijk Nieuw Leyden. Het aantal motorvoertuigbewegingen wordt in de Joulestraat 12,4 keer zo veel, op de Schapenwei 5 keer zo veel en op de Nieuwe Koningstraat 4 keer zo veel. In de Pasteurstraat gaat het om 6000 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Als deze straten zo druk worden is dat erg gevaarlijk. De verkeersontsluiting van het project moet ook aan de oostzijde worden gerealiseerd, zodat de

Bovendien gelden, voor wat betreft de uitvoering van werkzaamheden, de regels van afdeling 8.1 van het Bouwbesluit 2012 die gaan over het beperken van hinder tijdens het uitvoeren van bouw- en sloopwerkzaamheden. Deze regels (veiligheid van de directe omgeving, duur werkzaamheden, geluidhinder, trillinghinder, stofhinder) hebben directe werking. Dit betekent dat de uitvoerder gebonden is aan deze regels. Ook het civiele recht (onrechtmatige daad) geldt onverkort, op basis waarvan de ontwikkelaar geen onrechtmatige hinder of schade mag veroorzaken.. Van een ongemotiveerde en onlogische uitzondering op de Hoogbouwvisie is geen sprake. De Hoogbouwvisie bevat een algemene afwijkingsmogelijkheid van de hoogten zoals opgenomen in de visie. Van deze afwijkingsmogelijkheid is gebruik gemaakt. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar paragraaf 5.2.1 van deze zienswijzennota verwezen, waarin de motivering van de afwijking van de Hoogbouwvisie is besproken. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.3 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat door het planinitiatief LEAD geen onaanvaardbare gevolgen voor de verkeersontsluiting of de verkeersveiligheid ontstaan. Hierin is ook ingegaan op de onwenselijkheid van een ontsluiting aan de oostzijde van het project.

Verder wordt opgemerkt dat uit het akoestisch onderzoek van BOOT volgt dat de maximale ritgeneratie van LEAD inclusief de voorzieningen in de gebouwen 2.279 verkeersbewegingen per dag bedraagt. Hierbij geldt dat vanuit het plan sterk wordt ingezet op andere vormen van transport om het autogebruik te ontmoedigen. Hierdoor is het aannemelijk dat de werkelijke verkeersgeneratie van LEAD lager zal liggen dan wat

Geen.

Geen.

51/664

verkeersdrukte wordt verspreid en de verkeersveiligheid wordt bevorderd.

12.4

12.5

De toename van verkeer zorgt voor geluidsoverlast in de wijk Nieuw Leyden en omliggende straten. De verkeersontsluiting van het project moet ook aan de oostzijde worden gerealiseerd, zodat de geluidsoverlast wordt beperkt. Er worden te weinig parkeerplaatsen gerealiseerd voor het aantal woningen dat gepland staat te worden gebouwd. De parkeernorm die de gemeente hanteert is om volstrekt onduidelijke en onlogische redenen losgelaten. Het is niet redelijk om ervan uit te gaan dat de bewoners van LEAD minder auto’s zullen hebben dan bewoners van andere wijken. Hierdoor gaan parkeerproblemen en parkeeroverlast in de omgeving ontstaan. Naast een appartementencomplex moet ook een significant aantal eengezinswoningen worden gebouwd om het tekort aan eengezinswoningen in Leiden aan te pakken.

de traditionele berekeningen weergeven. De door indiener genoemde intensiteiten in de Joulestraat en Schapenwei betreffen een verkeerde interpretatie van de door BOOT geleverde berekening. Voor beide straten wordt in het onderzoek van BOOT het worstcase scenario weergegeven. Echter kan het worst-case scenario niet tegelijkertijd in beide straten voorkomen. Een auto die vanaf LEAD via de Schapenwei naar de Pasteurstraat rijdt kan immers niet gelijktijdig via de Joulestraat rijden. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.5 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat door het planinitiatief LEAD (en de daarbij gekozen ontsluitingsstructuur) geen onaanvaardbare gevolgen voor de geluidbelasting op de geluidgevoelige woningen in de omgeving ontstaan.

Geen.

Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.2 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat het project past binnen de Beleidsregels Parkeernormen 2020 (en de daarbij behorende flexibiliteitsbepalingen) en derhalve voorziet in voldoende parkeerplaatsen.

Geen.

Het planinitiatief LEAD voorziet in de realisatie van 580 woningen en levert daarmee een substantiële bijdrage aan de woningbehoefte. Verwezen wordt onder meer naar paragraaf 3.2.2.2 en 3.3.4 van de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan. Daaruit volgt dat uit de ‘Regionale Woonagenda Holland Rijnland’ en de ‘Woonvisie Leiden 2020-2030’ de kwantitatieve behoefte aan het voorziene woonprogramma blijkt. Uit zowel het regionale als het gemeentelijk beleid blijkt daarnaast de behoefte aan een (hoog)stedelijk woonmilieu. Door in het planinitiatief zowel starterswoningen als woningen in het sociale, middel dure en dure segment te realiseren in combinatie met een levendige plint, wordt bijgedragen aan deze behoefte. Het enkele feit dat in het project geen grondgebonden eengezinswoningen worden gerealiseerd betekent overigens niet dat in de woontorens geen ruimte is voor gezinnen, nu in de woontoren ook grotere meerkamerappartementen worden gerealiseerd.

Geen.

Het enkele feit dat ook behoefte bestaat aan andersoortige woningen in Leiden, maakt niet dat het planinitiatief LEAD geen belangrijke en wenselijke bijdrage levert aan de

52/664

12.6

12.7

12.8

Voor het project moeten veel volwassen bomen worden gekapt. Dit is slecht voor de natuur en biodiversiteit. Volwassen bomen moeten worden behouden en er moet meer groen gerealiseerd worden in de omgeving.

De luchtvervuiling zal toenemen. De toename van verkeersbewegingen maakt de kans dat de Europese norm voor luchtkwaliteit wordt overschreden, aanzienlijk. Dit moet worden onderzocht. De gemeente dient de noodzaak van de extreme hoogbouw af te wegen tegen haar duurzaamheidsverantwoordelijkheid en – verplichtingen, waaronder het beperken van

woningvoorraad in Leiden. Voor de bomen in het plangebied die gevolgen kunnen ondervinden van het project is een Bomen Effect Analyse (BEA) uitgevoerd. Per boom zijn daarin algemene gegevens, de kwaliteit, toekomstverwachting, de verplantbaarheid en de gevolgen van de werkzaamheden in kaart gebracht. In de BEA zijn 53 bomen beoordeeld. De huidige bomenstand is blijkens de BEA in overwegend slechte staat en verplanten zal in bijna alle gevallen zeer lastig zijn. Voor het project worden 33 bomen gekapt. 30 van deze 33 bomen hebben een doorsnede van 45 centimeter of meer en hebben daarmee een vergunningplichtige omvang.Drie van de 33 bomen waren dus reeds niet vergunningplichtig vanwege de omvang van de boom. Daarnaast geldt dat 17 van de 30 bomen met een vergunningplichtige maat op privaat terrein staan en dus ook gelet daarop niet vergunningplichtig zijn. Gelet hierop is uiteindelijk slechts voor 13 bomen in het plangebied sprake van een vergunningplicht. De omgevingsvergunning voor het aspect kappen ziet dus op 13 bomen. Van deze 13 bomen komt, blijkens de BEA, maar één boom in aanmerking voor verplanting. Deze boom zal worden verplant naar het nieuwe stadspark. Om de overige gekapte bomen te compenseren, wordt in de aanleg van het stadspark voorzien in de aanplant van nieuwe bomen en groen.

In het nieuwe stadspark worden 68 bomen aangeplant, met een omtrek variërend van 20-25 centimeter en 35-40 centimeter. Het planinitiatief voorziet verder in een natuurinclusief ontwerp van de openbare ruimte en verbetert de biodiversiteit door groen naar het park, de terrassen en de daken te brengen. Voor een nadere beschrijving van de wijze waarop met het plan een bijdrage wordt geleverd aan de biodiversiteit in en rondom het plangebied, wordt verwezen naar paragraaf 2.3.2.5 van de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan. Per saldo zal de hoeveelheid groen in de omgeving dus toenemen. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.8 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat het project voldoet aan de wettelijke grenswaarden voor luchtkwaliteit. De wettelijke grenswaarden zijn gebaseerd op de Europese normen voor luchtkwaliteit. Bij de totstandkoming van het planinitiatief LEAD is veel aandacht geweest voor duurzaamheid. In het bouwplan zijn in dat kader verschillende bewuste ontwerpkeuzes gemaakt. Verwezen wordt naar hetgeen hierover is opgemerkt in paragraaf 2.3.3 van de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan.

Geen.

Geen.

Geen.

53/664

stikstofproblematiek.

12.9

Het participatietraject is onvoldoende, blijkens een door inwoners uitgezette enquête die door 376 respondenten is ingevuld. Het plan lijkt reeds definitief en is slechts over enkele kleine wijzigingen gesproken. Over het belangrijkste punt, het aantal woningen, mocht niet worden gesproken. Het participatietraject is daarnaast begeleid en geregisseerd door de projectontwikkelaar, waardoor het participatieproces niet onafhankelijk was.

13.1

De koopwoningen aan de Groenoordstraat zullen in waarde verminderen vanwege schade veroorzaakt door bouwverkeer, omdat de woningen niet meer in een autoluwe rustige wijk liggen en de

Ten aanzien van het aspect stikstof geldt dat door Peutz onderzoek is gedaan naar de stikstofdepositie die voortkomt uit het project en de vraag of de aanleg- en gebruiksfase van het project voor significant negatieve effecten kunnen zorgen voor nabijgelegen Natura 2000-gebieden. In het onderzoek is geconcludeerd dat de depositie ten gevolg van de gebruiksfase en de aanlegfase 0,00 mol/ha/jaar bedraagt en dus geen significant negatieve effecten oplevert. Verwezen wordt naar bijlage 9 bij de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt verwezen naar paragraaf 5.2.9 van deze zienswijzennota. Daar wordt toegelicht dat er een uitgebreid participatietraject heeft plaatsgevonden waarin ruim aandacht is geweest voor het betrekken van de omgeving bij het planproces. De participatie heeft bovendien geleid tot concrete wijzigingen van het plan. Anders dan door indiener wordt gesteld, geldt overigens dat het onjuist is dat niet kon worden gesproken over het aantal te realiseren woningen. In het participatietraject is ook gediscussieerd over het aantal woningen en in dat kader de hoogte van het bouwplan. Uiteindelijk heeft deze discussie echter niet geleid tot aanpassing van het bouwplan conform de wens van indiener.

Het uitgangspunt is altijd geweest dat het maximale stedenbouwkundige kader en woonprogramma wordt gerealiseerd zonder dat dat ten koste gaat van erfgoed- en omgevingswaarden. Zoals uit de participatieverslagen die als bijlagen 1 en 2 bij de toelichting van het bestemmingsplan zijn gevoegd ook volgt, is het ontwerp van de torens in dat kader bijvoorbeeld ook aangepast op basis van het participatietraject. Het participatietraject is dus niet onvoldoende en het plan was niet reeds definitief. Daarnaast geldt dat de gemeente wel degelijk betrokken is bij het participatietraject, maar dat dit geen verplichting is in de procedure om te komen tot vaststelling van het bestemmingsplan. Overigens geldt dat, zoals in paragraaf 5.2.9 van deze zienswijzennota is opgemerkt, in goed overleg met RED company en in opdracht en onder regie van de gemeente een participatieplan op maat, het participatieplan “LEAD in dialoog” tot stand is gekomen (het participatieplan). De projectontwikkelaar heeft dus wel degelijk onder regie van de gemeente het participatietraject doorlopen. Indien indiener meent schade te lijden als gevolg van waardevermindering van de woning dan kan, binnen vijf jaar nadat het bestemmingsplan onherroepelijk is geworden, een verzoek om tegemoetkoming in planschade ex artikel 6.1 Wro worden aangevraagd.

Geen.

Geen.

54/664

levenskwaliteit wordt verminderd. Ten aanzien van de planning van de bouw geldt dat het project in drie fases wordt gerealiseerd. In fase I wordt de bebouwing ter hoogte van Monuta gerealiseerd, alsmede de nieuwe nutsvoorziening van KPN. In fase II wordt de losstaande woontoren aan de noordzijde van het plangebied gerealiseerd. In fase III wordt de bebouwing ter hoogte van het oude KPN gebouw gerealiseerd. Fase I inclusief de bouw van de nieuwe nutsvoorziening van KPN, neemt twee jaar in beslag, fase II twee en een half jaar en fase III twee jaar. In totaal neemt de bouwtijd derhalve zes en een half jaar in beslag. De bouw zal in 2022 aanvangen. Om de overlast gedurende de bouw te beperken zal een BLVC (Bereikbaarheid Leefbaarheid Veiligheid en Communicatie)-plan worden opgesteld. In de ontwerpomgevingsvergunning voor de realisatie van de torens is ten aanzien van het BLVC-plan onder meer bepaald dat in het BLVC-plan in ieder geval moet worden onderbouwd hoe bouwverkeer uit de wijk geweerd kan worden en dat moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor de medewerkers. Ook moeten transporten zoveel mogelijk worden gecombineerd om bouwverkeer te verminderen en moet worden gezorgd voor goede valveiligheid zonder dat dit ten koste gaat van verkeer op de Willem de Zwijgerlaan, parallel fietsverkeer en de fietsroute over de overkluizing naar de binnenstad.

Het BLVC-plan dient in overleg met de gemeente te worden goedgekeurd, voordat kan worden aangevangen met de werkzaamheden. Hiermee wordt geborgd dat zo min mogelijk overlast bestaat gedurende de bouw. Hierbij wordt tevens opgemerkt dat te zijner tijd nog een bijeenkomst zal worden georganiseerd door de ontwikkelaar waarin omwonenden worden geïnformeerd over de bouw.

13.2

Het project moet aangepast worden naar de hoogte die past binnen de Hoogbouwvisie. Er wordt een ongemotiveerde en onlogische uitzondering gemaakt

Bovendien gelden, voor wat betreft de uitvoering van werkzaamheden, de regels van afdeling 8.1 van het Bouwbesluit 2012 die gaan over het beperken van hinder tijdens het uitvoeren van bouw- en sloopwerkzaamheden. Deze regels (veiligheid van de directe omgeving, duur werkzaamheden, geluidhinder, trillinghinder, stofhinder) hebben directe werking. Dit betekent dat de uitvoerder gebonden is aan deze regels. Ook het civiele recht (onrechtmatige daad) geldt onverkort, op basis waarvan de ontwikkelaar geen onrechtmatige hinder of schade mag veroorzaken.. Van een ongemotiveerde en onlogische uitzondering op de Hoogbouwvisie is geen sprake. De Hoogbouwvisie bevat een algemene afwijkingsmogelijkheid van de hoogten zoals opgenomen in de visie. Van deze afwijkingsmogelijkheid is gebruik gemaakt. Voor

Geen.

55/664

13.3

13.4

13.5

13.6

op de Hoogbouwvisie.

een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar paragraaf 5.2.1 van deze zienswijzennota verwezen, waarin de motivering van de afwijking van de Hoogbouwvisie is besproken.

Alle verkeersstromen worden aan de westzijde van het project geconcentreerd. Dit zorgt voor een ongelooflijke overlast in de wijk Nieuw Leyden. Het aantal motorvoertuigbewegingen wordt in de Joulestraat 12,4 keer zo veel, op de Schapenwei 5 keer zo veel en op de Nieuwe Koningstraat 4 keer zo veel. In de Pasteurstraat gaat het om 6000 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Als deze straten zo druk worden is dat erg gevaarlijk. De verkeersontsluiting van het project moet ook aan de oostzijde worden gerealiseerd, zodat de verkeersdrukte wordt verspreid en de verkeersveiligheid wordt bevorderd.

Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.3 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat door het planinitiatief LEAD geen onaanvaardbare gevolgen voor de verkeersontsluiting of de verkeersveiligheid ontstaan. Hierin is ook ingegaan op de onwenselijkheid van een ontsluiting aan de oostzijde van het project.

De toename van verkeer zorgt voor geluidsoverlast in de wijk Nieuw Leyden en omliggende straten. De verkeersontsluiting van het project moet ook aan de oostzijde worden gerealiseerd, zodat de geluidsoverlast wordt beperkt. Er worden te weinig parkeerplaatsen gerealiseerd voor het aantal woningen dat gepland staat te worden gebouwd. De parkeernorm die de gemeente hanteert is om volstrekt onduidelijke en onlogische redenen losgelaten. Het is niet redelijk om ervan uit te gaan dat de bewoners van LEAD minder auto’s zullen hebben dan bewoners van andere wijken. Hierdoor gaan parkeerproblemen en parkeeroverlast in de omgeving ontstaan. Naast een appartementencomplex moet ook een

Verder wordt opgemerkt dat uit het akoestisch onderzoek van BOOT volgt dat de maximale ritgeneratie van LEAD inclusief de voorzieningen in de gebouwen 2.279 verkeersbewegingen per dag bedraagt. Hierbij geldt dat vanuit het plan sterk wordt ingezet op andere vormen van transport om het autogebruik te ontmoedigen. Hierdoor is het aannemelijk dat de werkelijke verkeersgeneratie van LEAD lager zal liggen dan wat de traditionele berekeningen weergeven. De door indiener genoemde intensiteiten in de Joulestraat en Schapenwei betreffen een verkeerde interpretatie van de door BOOT geleverde berekening. Voor beide straten wordt in het onderzoek van BOOT het worstcase scenario weergegeven. Echter kan het worst-case scenario niet tegelijkertijd in beide straten voorkomen. Een auto die vanaf LEAD via de Schapenwei naar de Pasteurstraat rijdt kan immers niet gelijktijdig via de Joulestraat rijden. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.5 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat door het planinitiatief LEAD (en de daarbij gekozen ontsluitingsstructuur) geen onaanvaardbare gevolgen voor de geluidbelasting op de geluidgevoelige woningen in de omgeving ontstaan.

Geen.

Geen.

Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.2 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat het project past binnen de Beleidsregels Parkeernormen 2020 (en de daarbij behorende flexibiliteitsbepalingen)en derhalve voorziet in voldoende parkeerplaatsen.

Geen.

Het planinitiatief LEAD voorziet in de realisatie van 580 woningen en levert daarmee

Geen.

56/664

significant aantal eengezinswoningen worden gebouwd om het tekort aan eengezinswoningen in Leiden aan te pakken.

13.7

Voor het project moeten veel volwassen bomen worden gekapt. Dit is slecht voor de natuur en biodiversiteit. Volwassen bomen moeten worden behouden en er moet meer groen gerealiseerd worden in de omgeving.

een substantiële bijdrage aan de woningbehoefte. Verwezen wordt onder meer naar paragraaf 3.2.2.2 en 3.3.4 van de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan. Daaruit volgt dat uit de ‘Regionale Woonagenda Holland Rijnland’ en de ‘Woonvisie Leiden 2020-2030’ de kwantitatieve behoefte aan het voorziene woonprogramma blijkt. Uit zowel het regionale als het gemeentelijk beleid blijkt daarnaast de behoefte aan een (hoog)stedelijk woonmilieu. Door in het planinitiatief zowel starterswoningen als woningen in het sociale, middel dure en dure segment te realiseren in combinatie met een levendige plint, wordt bijgedragen aan deze behoefte. Het enkele feit dat in het project geen grondgebonden eengezinswoningen worden gerealiseerd betekent overigens niet dat in de woontorens geen ruimte is voor gezinnen, nu in de woontoren ook grotere meerkamerappartementen worden gerealiseerd. Het enkele feit dat ook behoefte bestaat aan andersoortige woningen in Leiden, maakt niet dat het planinitiatief LEAD geen belangrijke en wenselijke bijdrage levert aan de woningvoorraad in Leiden. Voor de bomen in het plangebied die gevolgen kunnen ondervinden van het project is een Bomen Effect Analyse (BEA) uitgevoerd. Per boom zijn daarin algemene gegevens, de kwaliteit, toekomstverwachting, de verplantbaarheid en de gevolgen van de werkzaamheden in kaart gebracht. In de BEA zijn 53 bomen beoordeeld.

De huidige bomenstand is blijkens de BEA in overwegend slechte staat en verplanten zal in bijna alle gevallen zeer lastig zijn. Voor het project worden 33 bomen gekapt. 30 van deze 33 bomen hebben een doorsnede van 45 centimeter of meer en hebben daarmee een vergunningplichtige omvang.Drie van de 33 bomen waren dus reeds niet vergunningplichtig vanwege de omvang van de boom. Daarnaast geldt dat 17 van de 30 bomen met een vergunningplichtige maat op privaat terrein staan en dus ook gelet daarop niet vergunningplichtig zijn. Gelet hierop is uiteindelijk slechts voor 13 bomen in het plangebied sprake van een vergunningplicht. De omgevingsvergunning voor het aspect kappen ziet dus op 13 bomen. Van deze 13 bomen komt, blijkens de BEA, maar één boom in aanmerking voor verplanting. Deze boom zal worden verplant naar het nieuwe stadspark. Om de overige gekapte bomen te compenseren, wordt in de aanleg van het stadspark voorzien in de aanplant van nieuwe bomen en groen. In het nieuwe stadspark worden 68 bomen aangeplant, met een omtrek variërend van 20-25 centimeter en 35-40 centimeter. Per saldo zal de hoeveelheid groen in de omgeving dus toenemen. Het

Geen.

57/664

13.8

13.9

13.10

De luchtvervuiling zal toenemen. De toename van verkeersbewegingen maakt de kans dat de Europese norm voor luchtkwaliteit wordt overschreden, aanzienlijk. Dit moet worden onderzocht. De gemeente dient de noodzaak van de extreme hoogbouw af te wegen tegen haar duurzaamheidsverantwoordelijkheid en – verplichtingen, waaronder het beperken van stikstofproblematiek.

Het participatietraject is onvoldoende, blijkens een door inwoners uitgezette enquête die door 376 respondenten is ingevuld. Het plan lijkt reeds definitief en is slechts over enkele kleine wijzigingen gesproken. Over het belangrijkste punt, het aantal woningen, mocht niet worden gesproken. Het participatietraject is daarnaast begeleid en geregisseerd door de projectontwikkelaar, waardoor het participatieproces niet onafhankelijk was.

planinitiatief voorziet verder in een natuurinclusief ontwerp van de openbare ruimte en verbetert de biodiversiteit door groen naar het park, de terrassen en de daken te brengen. Voor een nadere beschrijving van de wijze waarop met het plan een bijdrage wordt geleverd aan de biodiversiteit in en rondom het plangebied, wordt verwezen naar paragraaf 2.3.2.5 van de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.8 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat het project voldoet aan de wettelijke grenswaarden voor luchtkwaliteit. De wettelijke grenswaarden zijn gebaseerd op de Europese normen voor luchtkwaliteit. Bij de totstandkoming van het planinitiatief LEAD is veel aandacht geweest voor duurzaamheid. In het bouwplan zijn in dat kader verschillende bewuste ontwerpkeuzes gemaakt. Verwezen wordt naar hetgeen hierover is opgemerkt in paragraaf 2.3.3 van de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan. Ten aanzien van het aspect stikstof geldt dat door Peutz onderzoek is gedaan naar de stikstofdepositie die voortkomt uit het project en de vraag of de aanleg- en gebruiksfase van het project voor significant negatieve effecten kunnen zorgen voor nabijgelegen Natura 2000-gebieden.

In het onderzoek is geconcludeerd dat de depositie ten gevolg van de gebruiksfase en de aanlegfase 0,00 mol/ha/jaar bedraagt en dus geen significant negatieve effecten oplevert. Verwezen wordt naar bijlage 9 bij de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt verwezen naar paragraaf 5.2.9 van deze zienswijzennota. Daar wordt toegelicht dat er een uitgebreid participatietraject heeft plaatsgevonden waarin ruim aandacht is geweest voor het betrekken van de omgeving bij het planproces. De participatie heeft bovendien geleid tot concrete wijzigingen van het plan. Anders dan door indiener wordt gesteld, geldt overigens dat het onjuist is dat niet kon worden gesproken over het aantal te realiseren woningen. In het participatietraject is ook gediscussieerd over het aantal woningen en in dat kader de hoogte van het bouwplan. Uiteindelijk heeft deze discussie echter niet geleid tot aanpassing van het bouwplan conform de wens van indiener. Het uitgangspunt is altijd geweest dat het maximale stedenbouwkundige kader en woonprogramma wordt gerealiseerd zonder dat dat ten koste gaat van erfgoed- en omgevingswaarden. Zoals uit de participatieverslagen die als bijlagen 1 en 2 bij de toelichting van het bestemmingsplan zijn gevoegd ook volgt, is het ontwerp van de torens in dat kader

Geen.

Geen.

Geen.

58/664

14.1

De vraag wordt gesteld of is onderzocht of de omliggende huisartsen genoeg plekken hebben om de bewoners van LEAD in te schrijven. Tevens wordt de vraag gesteld of is onderzocht of is gekeken naar de beschikbaarheid van andere voorzieningen voor de bewoners, met name (basis)scholen.

15.1

LEAD is te groot en te hoog. LEAD domineert het uitzicht.

bijvoorbeeld ook aangepast op basis van het participatietraject. Het participatietraject is dus niet onvoldoende en het plan was niet reeds definitief. Daarnaast geldt dat de gemeente wel degelijk betrokken is bij het participatietraject, maar dat dit geen verplichting is in de procedure om te komen tot vaststelling van het bestemmingsplan. Overigens geldt dat, zoals in paragraaf 5.2.9 van deze zienswijzennota is opgemerkt, in goed overleg met RED company en in opdracht en onder regie van de gemeente een participatieplan op maat, het participatieplan “LEAD in dialoog” tot stand is gekomen (het participatieplan). De projectontwikkelaar heeft dus wel degelijk onder regie van de gemeente het participatietraject doorlopen. De toevoeging van 580 woningen genereert een bepaalde behoefte aan (maatschappelijke) voorzieningen. De programmering van de behoefte aan (maatschappelijke) voorzieningen wordt gezien het groter voedingsgebied van de (maatschappelijke) voorzieningen en de woonopgave voor Leiden Noord bekeken binnen het Ontwikkelperspectief Leiden Noord als geheel. Voor zover in de toekomst blijkt dat naar aanleiding van de realisatie van LEAD een grotere behoefte ontstaat aan (maatschappelijke) voorzieningen, zal hiervoor op wijkniveau naar oplossingen worden gezocht in het ontwikkelperspectief.

Daarnaast geldt dat binnen het plan ruimte is voor 600 m2 aan commerciële en maatschappelijke functies, die een gedeelte van deze vraag kunnen opvangen. De hoogte van de torens is nodig om voldoende woningen te kunnen realiseren zonder dat dit ten koste gaat van de groene ruimte in de stad. Het woonprogramma realiseren binnen een veel lagere hoogte leidt tot een groot en massief blok, verlies van het stadspark en verstoring van de skyline door het zicht op een gesloten blok in de horizon. De uitgangspunten van het project, die ook zijn opgenomen in de Nota van Uitgangspunten LEAD, waaronder de duurzaamheidsambities en de in artikel 5.6.3 van het bestemmingsplan opgenomen voorwaardelijke verplichting om minimaal 25% sociale huurwoningen te realiseren, zouden met een lager gebouw niet goed kunnen worden gerealiseerd. Het realiseren van veel lagere woontorens zou in dat kader economisch ook niet uitvoerbaar zijn. De hoogte van de torens leidt niet tot onaanvaardbare ruimtelijke effecten. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt verder naar paragraaf 5.2.1 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat het project tot een kwalitatieve verbetering leidt, dat wordt voldaan aan de criteria Eyeline & Skyline zoals opgenomen in de Verstedelijkingsnotitie Leiden en dat het plan past binnen de afwijkingsmogelijkheid uit de Hoogbouwvisie.

Verwezen wordt daarnaast naar de

Geen.

Geen.

59/664

toelichting op het ontwerpbestemmingsplan, waarin de ruimtelijke effecten van het plan in kaart zijn gebracht en zijn afgewogen, alsmede naar de algemene themagewijze beantwoording in deze zienswijzennota. Verder merken wij op dat er geen recht op blijvend vrij uitzicht bestaat. Dat het uitzicht van omwonenden verandert is niet uitgesloten, maar is ook inherent aan een ruimtelijke ontwikkeling als de voorliggende. Bepalend is of het uitzicht niet onevenredig wordt aangetast en het plan ruimtelijk kan worden ingepast. Aan de vaststelling van het bestemmingsplan ligt een uitgebreide belangenafweging ten grondslag. In die belangenafweging zijn de belangen van de toenemende Leidse woningbehoefte afgewogen tegen de ruimtelijke effecten van het planinitiatief LEAD. Daarbij is onderzocht of het project past bij de bebouwing in de omgeving en sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat (zie hoofdstuk 4 van de toelichting bij het bestemmingsplan en de bijlagen bij de toelichting bij het bestemmingsplan, in het bijzonder de uitgevoerde Hoogbouweffectrapportage). Uit die onderzoeken is gebleken dat het planinitiatief LEAD past bij de bebouwing in de omgeving en met het planinitiatief LEAD geen onaanvaardbare gevolgen zijn voor het woon- en leefklimaat van de omwonenden. 15.2

LEAD kost teveel groen.

15.3

LEAD veroorzaakt verkeersproblematiek.

Voor het project worden 33 bomen gekapt. Van deze 13 bomen komt, blijkens de BEA (Bomen Effect Analyse), maar één boom in aanmerking voor verplanting. Deze boom zal worden verplant naar het nieuwe stadspark. Om de overige gekapte bomen te compenseren, wordt in de aanleg van het stadspark voorzien in de aanplant van nieuwe bomen en groen. In het nieuwe stadspark worden 68 bomen aangeplant, met een omtrek variërend van 20-25 centimeter en 35-40 centimeter. Het planinitiatief voorziet verder in een natuurinclusief ontwerp van de openbare ruimte en verbetert de biodiversiteit door groen naar het park, de terrassen en de daken te brengen. Voor een nadere beschrijving van de wijze waarop met het plan een bijdrage wordt geleverd aan de biodiversiteit in en rondom het plangebied, wordt verwezen naar paragraaf 2.3.2.5 van de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan. Per saldo zal de hoeveelheid groen in de omgeving dus toenemen. Voor een bespreking van deze zienswijze wordt naar paragraaf 5.2.3 van deze zienswijzennota verwezen. Daar wordt uitgebreid toegelicht dat door het planinitiatief LEAD geen onaanvaardbare gevolgen voor de verkeersontsluiting of de verkeersveiligheid ontstaan.

Geen.

Geen.

60/664

15.4

LEAD heeft een negatieve invloed op de woningwaarde van omliggende woningen.

15.5

LEAD herbergt commerciële activiteiten waar geen behoefte aan is.

16.1

De woontorens worden te hoog.

Indien indiener meent schade te lijden als gevolg van waardevermindering van de woning dan kan, binnen vijf jaar nadat het bestemmingsplan onherroepelijk is geworden, een verzoek om tegemoetkoming in planschade ex artikel 6.1 Wro worden aangevraagd. Naast het woonprogramma voorziet het planinitiatief LEAD in de plint naast woningen in een ondersteunend programma van maximaal 600 m² aan commerciële en maatschappelijke functies, waarbij een onderverdeling van maximaal 300 m2 per functie geldt. De definitieve invulling van de plint is nog onbekend. Voor de invulling van de plint kan gedacht worden aan dienstverlenende functies zoals een kapper en een schoonheidsinstituut, aan horeca en aan maatschappelijke functies zoals een fysiotherapeut of een tandartsenpraktijk. Gelet op de omvang van de ontwikkeling behoeven deze functies niet provinciaal of regionaal te worden afgestemd. Het ondersteunend programma voor de plint is met name bedoeld om de behoefte van de toekomstige bewoners te faciliteren en heeft tevens een wijkondersteunende functie. Gelet op het feit dat 580 woningen worden gerealiseerd is voldoende aannemelijk dat voor de kleinschalige ondersteunende functies voldoende behoefte bestaat. De hoogte van de torens is nodig om voldoende woningen te kunnen realiseren zonder dat dit ten koste gaat van de groene ruimte in de stad.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10120921/1