CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

200146 Bijlage 2. Onderzoek (inzet op) jeugdoverlast in Leiden

raadscommissie Leefbaarheid en Bereikbaarheid 21 januari 2021, gemeente LeidenBij agendapunt: Bijlagen bij raadsvoorstel5.585 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Onderzoek (inzet op) jeugdoverlast in Leiden Dit rapport is tot stand gekomen uit een samenwerking tussen medewerkers van de teams Veiligheid, Handhaving en Beleidsonderzoek (info@leidenincijfers.nl) binnen de gemeente Leiden, en de politieeenheid Den Haag.

Inhoud 1. Inleiding ............................................................................................................................................... 2 2. Omvang problematiek en indeling Leidse wijken ............................................................................... 3 3. Demografische kenmerken Leidse wijken ........................................................................................... 5 4. Politiecijfers Jeugdoverlast .................................................................................................................. 6 5. Veiligheidsmonitor: overlast rondhangende jongeren en slachtoffers van vandalisme .................... 9 6. Meldingsbereidheid........................................................................................................................... 12 7. Inzet Handhaving ............................................................................................................................... 13 8. Kwaliteit van de openbare ruimte ..................................................................................................... 16 9. Combinatie van gegevens: op zoek naar verbanden ........................................................................ 17 10. Conclusies en aanbevelingen ..........................................................................................................

20 Bijlage: Algemeen onderzoek naar meldings- en aangiftebereidheid .................................................. 22

1

1. Inleiding Bij de bespreking van het jaarverslag 2019 van het team Handhaving openbare ruimte (hierna: Handhaving) van de gemeente in de commissie Leefbaarheid en Bereikbaarheid in januari 2020 werd door de raad geconstateerd dat op basis van de gegevens in het jaarverslag het niet goed mogelijk is om te beoordelen of de inzet op jeugdoverlast goed is verdeeld over de verschillende wijken (Leiden kent er tien) in de stad. Immers, een wijk met veel meldingen vanuit de inwoners vraagt om veel inzet, maar het is niet gezegd dat de daadwerkelijke overlast daar het grootst is. Anderzijds levert een gebied waar veel inzet door handhaving en politie is omdat men zelf bepaalde zaken constateert een groter aantal registraties in de systemen van handhaving en politie. Om te voorkomen dat er minder inzet wordt gepleegd in wijken waar de meldingsbereid laag is, is het belangrijk beter inzicht krijgen in het type meldingen en interventies. Uit de cijfers blijkt niet of de inzet die de afdeling Handhaving pleegt enige relatie heeft met hoe erg het op een bepaalde plek is. Door alle bronnen van informatie die er op dit vlak zijn, -dat geldt voor cijfers van politie, de gemeente en de Veiligheidsmonitor- bij elkaar te brengen moet duidelijker worden waar de problematiek zich bevindt en hoe zich dit verhoudt tot de inzet hierop.

Dit heeft geresulteerd in de volgende onderzoeksopdracht: Maak een analyse van beschikbare data over jeugdoverlast in Leiden om beter inzicht te krijgen in de verdeling van jeugdoverlast over de gemeentelijke wijken en zo mogelijk de tolerantiegrenzen en meldingsbereidheid per wijk om de verdeling van de inzet over de stad van Handhaving (en de politie) daarop beter te kunnen beoordelen. Hieronder wordt gepoogd een zo volledig mogelijk beeld te schetsen door data uit verschillende bronnen te presenteren en te duiden. Achtereenvolgens komen aan de orde: Politiecijfers (jeugdoverlast), Veiligheidsmonitor (slachtoffers van vandalisme en overlast van rondhangende jongeren) en Handhaving (aantal interventies jeugd). In alle bronnen (politiecijfers, cijfers handhaving en Veiligheidsmonitor) is er geen strikte begrenzing wat men onder ‘jeugd’ of ‘jongeren’ verstaat. Het is meestal een subjectieve beleving van de betrokken inwoners of gezagsdragers en afhankelijk daarvan plaatst men een incident of interventie onder ‘jeugd’ dan wel onder een andere categorie. De gebruikte bronnen geven informatie over de ervaren overlast, de daadwerkelijke overlast en de kwaliteit van de openbare ruimte in de Leidse wijken. De cijfers worden vervolgens naast elkaar gezet om verbanden te vinden. De gebruikte cijfers zijn tot en met 2019.

Sinds maart 2020 is de jeugdoverlast als gevolg van de coronamaatregelen fors toegenomen en deels veranderd. Dit is niet meegenomen in deze analyse. In dit rapport worden zowel absolute als relatieve cijfers gepresenteerd. De relatieve cijfers worden ‘per 1000 inwoners’ gegeven. De absolute aantallen geven een eerste indruk van de omvang van de jeugdoverlast in de wijk. Door de cijfers ‘per 1000 inwoners’ te geven wordt er gecorrigeerd voor de verschillen in bevolkingsgrootte van de wijken. Omdat zowel de absolute als relatieve cijfers op zichzelf geen volledige accurate weergave van de werkelijkheid kunnen bieden, is er voor gekozen om de cijfers te combineren, waardoor een zo genuanceerd en compleet mogelijk beeld ontstaat. Ook is overwogen om de cijfers ‘per 1000 jongeren’ te geven om een indruk te krijgen van hoe groot het aandeel overlast gevende jongeren in de wijk is. Echter wonen overlast gevende jongeren niet altijd in de wijk waar de overlast wordt gemeld en bestaat er, zoals eerder vermeld, geen strikte begrenzing van het begrip ‘jongeren’. Deze cijfers zijn hier daarom buiten beschouwing gelaten. 2

2. Omvang problematiek en indeling Leidse wijken In deze analyse komen vormen van jeugdoverlast en de aanpak hiervan aan de orde op wijkniveau. In dit hoofdstuk vindt u een korte weergave van dit onderwerp voor Leiden als geheel. In 2019 waren er 715 incidenten van overlast gevende jeugd gemeld bij de politie. Dit is sinds 2017 behoorlijk gedaald. Daarvoor leek het aantal incidenten op dit gebied te fluctueren over de jaren (zie figuur 1). Figuur 1: Aantal incidenten overlast door jeugd, Leiden, 2012-2019 (Bron: Politie-eenheid Den Haag) 1444

1366

1340 1130

1116

1190 960 715

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

N.B.: de definitie van incidenten jeugdoverlast is van 2013 op 2014 veranderd. Er vallen nu meer soorten incidenten onder, zoals vuurwerkoverlast) Jongerenoverlast is samen met geluidsoverlast en overlast van buurtbewoners het meest voorkomende buurtprobleem. In figuur 2 is te zien dat 37% van de Leidenaren aangeeft dat het wel eens voorkomt dat jongeren rondhangen in de buurt. Dit is minder dan in 2017 (41%). Figuur 2: Vóórkomen en overlast van rondhangende jongeren, Leiden, 2019 (Bron: Veiligheidsmonitor)

Zelf veel overlast van rondhangende jongeren

6% Leiden 37%

Rondhangende jongeren komt voor

Dat hoeft echter nog niet te betekenen dat men er ook last van heeft. Het aantal respondenten dat aangeeft zelf veel overlast te ervaren is 6%. De overlast van groepen jongeren varieert sterk per wijk. De ontwikkelingen door de tijd zijn beperkt. Vandalisme wordt i.h.a. gezien als een delict dat door jeugd wordt gepleegd, vandaar dat we het ook hebben opgenomen in onze analyse. Op het niveau van Leiden als geheel zien we een afname van het slachtofferschap van vandalisme sinds 2012 tot 7% in 2019 (zie figuur 3). 3

Figuur 3: Persoonlijk slachtofferschap vandalisme, Leiden, 2019 (Bron: Veiligheidsmonitor) 12% 10% 8% 6%

persoonlijk slachtofferschap vandalisme totaal

4% 2% % 2012

2013

2014

2015

2016

2017

2019

Tot slot gaan we in op de inzet van Handhaving. Afgelopen jaar zijn er door Handhaving bijna 3000 waarnemingen gedaan op dit specifieke thema. Dit is 1000 meer dan vorig jaar. Deze stijging komt onder meer door de geïntensiveerde aanpak. In deze rapportage ligt de nadruk op de spreiding over de Leidse wijken van het voorkomen van en de inzet op jeugdoverlast. Figuur 4 geeft de indeling naar wijken weer. Figuur 4: Indeling van de Leidse wijken 0 Binnenstad Zuid 1 Binnenstad Noord 2 Stationsdistrict 3 Leiden Noord 4 Roodenburger 5 Bos- en Gasthuis 6 Mors 7 Boerhaave 8 Merenwijk 9 Stevenshof

4

3. Demografische kenmerken Leidse wijken Het is van belang eerst te laten zien dat de wijken onderling verschillen in aantal inwoners. De verschillen in bevolkingsomvang kunnen immers een deel van de verklaring zijn van de verschillen in jeugdoverlast tussen de wijken. De wijk met de meeste inwoners is Roodenburgerdistrict (21573), gevolgd door Bos- en Gasthuisdistrict (20282, zie figuur 5). Het Stationsdistrict (2062) is de kleinste wijk naar aantal inwoners. Het Merenwijkdistrict wordt in dit rapport uitgesplitst naar de Slaaghwijk en de rest van de Merenwijk. Hier is voor gekozen omdat de Slaaghwijk sinds lange tijd een aandachtsgebied is, waardoor er meer statistische informatie op dit niveau beschikbaar is. Figuur 5: Aantal inwoners per wijk, 2013-2019 (bron: BRP) 21573 Roodenburgerdistrict 20282 Bos- en Gasthuisdistrict 15568 Leiden-Noord 14963 Binnenstad-Noord 14284 Merenwijk

2019 2018

11270 Morsdistrict 10964 Stevenshof

2017 2016 2015

9822 rest Merenwijkdistrict

2014 2013

8623 Binnenstad-Zuid 5317 Boerhaavedistrict 4462 Slaaghwijk 2062 Stationsdistrict

5

4. Politiecijfers Jeugdoverlast Er zijn vanuit de politie verschillende mogelijkheden om cijfers over jeugdoverlast uit de systemen te halen. Omdat de cijfers uit de Veiligheidsmonitor de beleving van bewoners weergeeft, gebruiken we voor de politiecijfers ook de meldingen vanuit bewoners als basis. Om deze reden worden in figuur 6 en 7 de incidenten met betrekking tot jeugdoverlast getoond zoals deze binnenkomen in het Gemeenschappelijk Meldkamer Systeem (GMS). Hierbij moet worden vermeld dat wat wordt verstaan onder ‘jeugdoverlast’ afhankelijk is van de interpretatie van de bewoner die het incident meldt. Figuur 6: Aantal gemelde incidenten jeugdoverlast per wijk, 2015-2019, bron: GMS Politie

Uit figuur 6 valt op te maken dat van alle wijken het grootste aantal gemelde incidenten in Binnenstad Noord plaatsvond in 2019 (129 incidenten), gevolgd door het Bos- en Gasthuisdistrict (126) en het Roodenburgerdistrict (110). Hierbij moet worden aangemerkt dat dit absolute aantallen zijn, niet gerelateerd aan de omvang van de wijken. De daling in het Roodenburgerdistrict sinds 2016 is opvallend.

Figuur 7: Aantal gemelde incidenten jeugdoverlast naar inwonertal en naar oppervlakte, per wijk, 2015-2019, 6

bron: GMS Politie 7a: Aantal gemelde incidenten jeugdoverlast per 1000 inwoners per wijk, 2015-2019

7b: Aantal gemelde incidenten jeugdoverlast per 100m² per wijk, 2015-2019

10

118

Binnenstad-Zuid

Binnenstad-Zuid 9

BinnenstadNoord

90 Binnenstad-Noord

6

Bos- en Gasthuisdistrict

49 Leiden-Noord

6

27

Leiden-Noord

Morsdistrict 5

Roodenburgerdist rict

2019 5

Morsdistrict

2018

Roodenburgerdistrict

2017 2016

23 Bos- en Gasthuisdistrict

2015

3

23 rest Merenwijkdistrict

3 Slaaghwijk 3 Boerhaavedistrict 2 Stationsdistrict

2019

23

2016 2015

Stevenshof rest Merenwijkdistrict

2018 2017

5

27 Stevenshof

22 Slaaghwijk 15 Stationsdistrict 5 Boerhaavedistrict

Om het aantal jeugdoverlast-incidenten in perspectief te zetten, laat figuur 7 zien hoe het aantal incidenten zich verhoudt naar inwonersaantal en oppervlakte van de wijken. Uit figuur 8a valt op te maken dat in Binnenstad-Zuid ten opzichte van het inwonertal het meeste incidenten voorkwamen in 2019 (10 per 1000 inwoners), gevolgd door Binnenstad-Noord (9 per 1000 inwoners). Ook in verhouding tot de oppervlakte van de wijken (figuur 8b) vonden in 2019 het meeste incidenten plaats in Binnenstad-Zuid (118 per 100m²) en Binnenstad-Noord (90 per 100m²). Het Boerhaavedistrict en het Stationsdistrict kenden zowel naar oppervlakte als naar inwonertal relatief lage aantallen incidenten in 2019.

Figuur 8: Hotspots aantal geregistreerde incidenten overlast jeugd 2019 7

In figuur 8 is een hotspotanalyse te zien van het aantal geregistreerde incidenten overlast jeugd in 2019. In tegenstelling tot figuur 7 en 8, die de incidenten op basis van meldingen van bewoners weergeven, gaat het hier om door de politie geregistreerde incidenten. Deze incidenten zijn dus, nadat bewoners het incident gemeld hebben, door de politie zelf achteraf gecategoriseerd als jeugdoverlast of een ander soort incident. De keuze voor deze cijfers is gemaakt op basis van beschikbaarheid. De rode gebieden op de kaart geven de locatie van de grootste hotspots aan met betrekking tot jeugdoverlast in Leiden. Hoe blauwer een bepaald gebied is, hoe minder jeugdoverlast er rondom dat gebied voorkomt. De gebieden aan de rand van de stad zijn dan ook donkerblauw. De cijfers van de gebieden buiten Leiden worden immers niet meegenomen in deze analyse. Uit de analyse valt op dat het gebied binnen de Singel het meest rood kleurt, en dus de grootste hotspot is met betrekking tot jeugdoverlast in Leiden. Verder valt op dat het gebied rondom het Kooipark (Leiden Noord) oranje kleurt, terwijl het westelijke deel van Leiden Noord blauw kleurt. De jeugdoverlast in Leiden Noord concentreert zich dus rondom het Kooipark.

Enkele kleinere gele vlekken op de kaart bevinden zich verder rondom het Jacques Urlusplantsoen (oftewel JUP, Bos-en Gasthuisdistrict), rondom het Stevenspark (Stevenshofdistrict) en rondom het noordoostelijke deel van de Kanaalweg (Roodenburgerdistrict).

8

5. Veiligheidsmonitor: overlast rondhangende jongeren en slachtoffers van vandalisme De Veiligheidsmonitor is een landelijk onderzoek onder de bevolking naar allerlei onderwerpen over leefbaarheid en veiligheid. Dit onderzoek wordt eens per 2 jaar gehouden. Relevant voor de onderhavige analyse zijn de vragen over ‘problemen in de buurt’: jeugdoverlast (‘rondhangende jongeren’) is hier een van de onderzochte problemen en het slachtofferschap van vandalisme, omdat er van uit wordt gegaan dat deze doorgaans door jongeren worden gepleegd. Rondhangende jongeren als buurtprobleem: eerst wordt gevraagd of men denkt dat het wel eens voorkomt. Indien men daarop ja antwoordt komt de vervolgvraag: of men er zelf veel last van heeft. Tot slot is gevraagd welk buurtprobleem met voorrang moet worden aangepakt. Daar is gekeken op welke positie ‘aanpakken overlast rondhangende jongeren’ staat in elk district. Figuur 9: Overlast rondhangende jongeren 2013 - 2019, per wijk, bron: Veiligheidsmonitor 10a: Aandeel bewoners dat aangeeft dat 10b: Aandeel bewoners dat zelf veel rondhangende jongeren wel eens voorkomt, overlast ervaart van rondhangende 2013-2019 jongeren, 2013-2019 60%

Slaaghwijk

Leiden Noord

48% 43%

Stationsdistrict

41%

Binnenstad-Zuid

41%

Binnenstad-Noord

39%

Bos- en…

36%

Stevenshofdistrict

Morsdistrict Roodenburgerdistrict rest Merenwijkdistrict Boerhaavedistrict

Bos- en…

8%

Binnenstad-Zuid

8% 7%

Leiden Noord

6%

Binnenstad-Noord

5%

Stevenshofdistrict

5%

Stationsdistrict

36% 28%

Roodenburgerdistrict

27%

Morsdistrict

27%

rest Merenwijkdistrict Boerhaavedistrict

10c: Van de 15 problemen die met voorang kunnen worden aangepakt staat ‘rondhangende jongeren op positie………… (2019) Roodenburgerdistrict Leiden-Noord Stevenshof Morsdistrict Bos- en Gasthuis Boerhaave rest Merenwijkdistrict Slaaghwijk Stationsdistrict Binnenstad-Zuid Binnenstad-Noord

16%

Slaaghwijk

5% 4% 2% 2%

Legenda (10a en 10b)

7 7 8 8 8 8 8 10 11 11 12

9

Overlast rondhangende jongeren komt wel eens voor (figuur 9a):  De bewoners van Slaaghwijk gaven in 2019 het meest aan dat overlast van rondhangende jongeren weleens voorkomt (60%). De bewoners van het Boerhaavedistrict en de rest van het Merenwijkdistrict (dus excl. Slaaghwijk) gaven dit het minst vaak aan (beide 27%).  Vergeleken met 2013 zijn alleen de dalingen in Boerhaave en de rest van het Merenwijkdistrict significant. Er zijn geen significante stijgingen. Veel overlast van rondhangende jongeren (figuur 9b):  In Slaaghwijk is het aandeel bewoners dat aangeeft ‘veel overlast’ te ervaren van rondhangende jongeren in hun buurt in 2019 het hoogst (16%). In de rest van Merenwijk en Boerhaave geeft men het minst vaak aan veel overlast te ervaren van rondhangende jongeren in hun buurt (2% in 2019).  Tussen 2013 en 2019 zijn er in de grafiek stijgingen waar te nemen in Slaaghwijk, BinnenstadZuid en het Roodenburgerdistrict. In de overige districten is er sprake van een daling of is het percentage hetzelfde gebleven. Geen van deze veranderingen is echter significant. Rondhangende jongeren als buurtprobleem (figuur 9c):  Van 15 voorgelegde mogelijke buurtproblemen, die met voorrang zouden moeten worden aangepakt, staat ‘Overlast van rondhangende jongeren’ in de Leidse wijk tussen de 7e en de 12e plaats. Het heeft dus nergens echt een hoge prioriteit.

 Opvallend is wel dat de bewoners van de Binnenstad-Zuid en Binnenstad-Noord ten opzichte van de andere wijken de laagste prioriteit geven aan rondhangende jongeren als buurtprobleem (zij zetten ‘rondhangende jongeren’ respectievelijk op de 12e en 11e plaats) in 2019, terwijl in deze wijken relatief gezien wel het grootste aantal incidenten plaatsvindt (per 1000 inwoners, zie figuur 4). De inwoners van het Roodenburgerdistrict geven van alle wijken de hoogste prioriteit aan rondhangende jongeren als buurtprobleem (plaats 7).

10

Figuur 10: Slachtofferschap vandalisme 2019, per wijk, bron: Veiligheidsmonitor Binnenstad-Zuid

13%

Binnenstad-Noord

10%

Slaaghwijk

8%

Bos- en Gasthuisdistrict

7%

Stevenshofdistrict

7%

Roodenburgerdistrict

6%

rest Merenwijkdistrict

6%

Leiden Noord

6%

Stationsdistrict

5%

Morsdistrict Boerhaavedistrict

4% 4%

Vandalisme wordt meestal door jongeren gepleegd, vandaar dat we het slachtofferschap hiervan ook hier opnemen (zie figuur 10). In 2019 had Binnenstad-Zuid van alle wijken het hoogste aandeel slachtofferschap van vandalisme (13%), gevolgd door Binnenstad-Noord (10%). Relatief het minste aantal slachtoffers zijn in Boerhaave en het Morsdistrict (beide 4%).

11

6. Meldingsbereidheid In de Veiligheidsmonitor wordt van elk soort slachtofferschap gevraagd of men melding dan wel aangifte heeft gedaan. Een van de vormen van slachtofferschap is vandalisme. Van vandalisme wordt gedacht dat dat voornamelijk door jeugd wordt gepleegd. Aan deze cijfers zouden we dus een indicatie kunnen ontlenen of de meldingsbereidheid van jeugdoverlast (in dit geval in de vorm van vandalisme) verschilt per wijk. Helaas zijn de aantallen respondenten op wijkniveau dusdanig laag dat hierover geen uitspraken zijn te doen. Wel zien we dat voor vandalisme in Leiden als geheel een meldingsbereidheid van 10% en een aangiftebereidheid van 8% is gemeten. Voor vermogensdelicten (ter vergelijking) was de meldingsbereidheid 28% en de aangiftebereidheid 25% (alle cijfers: 2019). Bestaand onderzoek is er, voor zover bekend, niet naar verschillen in buurten/wijken van Nederlandse steden.

12

7. Inzet Handhaving De cijfers die afkomstig zijn van handhaving moeten in hun context worden gezien. Waar in dit rapport in de basis is gekozen voor cijfers op basis van meldingen of beleving van bewoners, worden in dit hoofdstuk cijfers gegeven over het aantal interventies van handhaving. Bij handhaving komen namelijk dusdanig weinig meldingen binnen, dat deze cijfers de werkelijkheid niet voldoende weergeven. Een combinatie van factoren zorgt er bij handhaving voor of er al dan niet opgetreden wordt. Een groot aantal interventies in een wijk betekent dan ook niet altijd dat daar ook de meeste overlast is. Hieronder een segment uit het Jaarverslag 2019 en Uitvoeringsprogramma 2020 van ‘Handhaving openbare ruimte’. Hierin komt de aanpak van Handhaving goed naar voren.

Extract uit jaarverslag Handhaving 2019 Jeugdoverlast BOA’s controleren veel op bekende overlastlocaties, dit heeft een preventieve werking. Er worden afspraken gemaakt met jeugd en er worden regelmatig jeugdigen van overlastlocaties weggestuurd. Met veel jeugd valt goed afspraken te maken. Dit type overlast is soms ook seizoensafhankelijk. Afgelopen jaar is verbinding gelegd met de stedelijke jeugdaanpak van de gemeente Leiden, de lijnen zijn hierdoor korter. Wanneer jeugd wordt aangetroffen, waar wij ons zorgen over maken, weten we de stedelijke jeugdaanpak makkelijk te vinden. De stedelijke jeugdaanpak bestaat uit overleggen samen met de partners uit de wijk, zoals wijkagenten, stichting Jeugd en Jongerenwerk en Thuis op Straat. Sinds dit voorjaar wordt er meer ingezet op jeugd. Dit gebeurt in samenwerking met de politie. Er vinden reguliere overleggen plaats tussen BOA’s en politie en in het weekend in de zomer werkt regelmatig een koppel tot 1 uur ’s nachts om jeugdplekken te bezoeken. De capaciteit van politie en BOA’s is schaars, waardoor we deze zo slim mogelijk proberen in te zetten. Uit onderstaande heat map blijkt dat de meeste inzet op jeugd in Leiden Zuid is gepleegd. Dit betekent niet dat hier ook per se de meeste jeugdoverlast is. Voor de inzet op jeugd heeft de focus de afgelopen tijd namelijk gelegen op Leiden Zuid.

Daarbij verschillen de tolerantiegrenzen en meldingsbereidheid per wijk. Afgelopen jaar zijn er bijna 3000 waarnemingen gedaan op dit specifieke thema. Dit is 1000 meer dan vorig jaar. Deze stijging komt onder meer door de hierboven genoemde geïntensiveerde aanpak. Het is echter niet goed na te gaan hoeveel keer gesanctioneerd is met officiële bekeuringen/waarschuwingen, omdat sommige zaken onder andere categorieën in het systeem komen. Bijvoorbeeld wildplassen of overlast door alcohol of drugs. In bijgevoegde figuur is op wijkniveau in kaart gebracht waar de meeste interventies bij jeugdoverlast in Leiden plaatsvinden. In de toekomst is het mogelijk om een meer gedetailleerde heat map te maken.

13

In figuur 11 valt te zien dat het aantal absolute interventies met betrekking tot jeugdoverlast het hoogste was in Roodenburg (889), met grote afstand tot de nummer twee (Stevenshof, 528 interventies). In de Slaaghwijk werd het minst vaak geïntervenieerd met betrekking tot jeugdoverlast (29 keer). Figuur 11: Interventies Handhaving m.b.t. jeugdoverlast, 2019, per wijk, bron: Handhaving

14

Figuur 12: Aantal interventies Handhaving m.b.t. jeugdoverlast naar inwonertal en oppervlakte, 2019, bron: Handhaving 12a: Aantal interventies handhaving m.b.t. 12b: Aantal interventies handhaving m.b.t. jeugdoverlast per 1000 inwoners per wijk jeugdoverlast per 100m² per wijk Stevenshof

48

Roodenburgerdistrict

41

Stevenshof

267

Binnenstad-Noord

216

Bos- en Gasthuisdistrict

25

Roodenburgerdistrict

rest Merenwijkdistrict

22

rest Merenwijkdistrict

146

Binnenstad-Noord

21

Binnenstad-Zuid

138

Boerhaavedistrict

20

Stationsdistrict

Stationsdistrict

17

Bos- en Gasthuisdistrict

Morsdistrict

13

Morsdistrict

71

Binnenstad-Zuid

12

Leiden-Noord

63

186

103 93

Leiden-Noord

7

Slaaghwijk

54

Slaaghwijk

6

Boerhaavedistrict

41

Figuur 12 geeft de interventies handhaving met betrekking tot jeugdoverlast in verhouding tot het inwonertal en de oppervlakte van de wijken weer. Uit figuur 12a valt af te leiden dat, ondanks dat absoluut gezien in Roodenburg met afstand het grootste aantal interventies plaatsvonden, het aantal interventies per 1000 inwoners het hoogst was in de Stevenshof (48). Roodenburg en het Bos- en Gasthuisdistrict volgen daarop met respectievelijk 41 en 25 interventies per 1000 inwoners. Het feit dat in deze drie wijken de hoogste aantallen interventies zijn gemeten heeft deels te maken met de intensivering van handhaving op jeugd in deze wijken. In 2019 startte dit traject in het zuidelijke deel van Leiden, met als doel om de handhaving in 2020 stadsbreed te professionaliseren en intensiveren. De keuze voor het zuidelijke deel van de stad is overigens gebaseerd op diverse redenen, voortkomend uit bijvoorbeeld de beschikbare data en de expertise van de boa’s. De laagste aantallen interventies per 1000 inwoners kwamen voor in Leiden-Noord (7) en de Slaaghwijk (6). Figuur 12b laat de aantallen interventies per 100m² zien. Ook in verhouding tot de oppervlakte was het aantal interventies het hoogst in de Stevenshof (267 per 100m²), gevolgd door Binnenstad-Noord (216). De laagste aantallen kwamen voor in de Slaaghwijk (54 per 100m²) en het Boerhaavedistrict (41 per 100m²).

15

8. Kwaliteit van de openbare ruimte Ook de kwaliteit van de openbare ruimte kan verband houden met de jeugdoverlast in de wijk. Wijken met veel voorzieningen voor jongeren kunnen bijvoorbeeld zorgen voor minder of juist meer jeugdoverlast. Om een dergelijk verband te ontdekken, wordt in figuur 13 de waardering van fysieke voorzieningen per wijk gegeven. Figuur 13: Waardering van de fysieke voorzieningen per wijk, 2013-2019 (Bron: Veiligheidsmonitor) 13a: Gemiddelde waardering van de fysieke 13b: Goede voorzieningen voor jongeren in de voorzieningen per wijk, 2013-2019 buurt: % (helemaal) mee eens, per wijk, 20132019 35%

Boerhaavedistrict

35%

Binnenstad-Zuid

33%

Leiden Noord

32%

Binnenstad-Noord

29%

rest Merenwijkdistrict Stationsdistrict Morsdistrict Bos- en Gasthuisdistrict Stevenshofdistrict

28% 27%

2019 2017 2015 2013

25% 24% 22%

Slaaghwijk 21% Roodenburgerdistrict

Figuur 13a geeft de schaalscore (1-10) weer die bewoners gemiddeld geven aan de fysieke voorzieningen in hun wijk. De schaalscore is een gemiddelde score op basis van een aantal onderdelen: of de wegen, paden, pleintjes, perken, plantsoenen en parken goed onderhouden zijn, of het buiten goed verlicht is, of er goede speelplekken voor kinderen zijn en of er goede voorzieningen voor jongeren zijn. Hieruit blijkt dat de bewoners van de Merenwijk (excl. Slaaghwijk) de fysieke voorzieningen in de wijk in 2019 het hoogst waardeerden (7), gevolgd door Leiden Noord (6,8). De fysieke voorzieningen in de Slaaghwijk (6,3) en de Stevenshof (6,4) worden relatief laag gewaardeerd. Figuur 13b geeft het percentage bewoners weer dat het eens of helemaal eens is met de stelling dat er goede voorzieningen specifiek voor jongeren in hun buurt zijn. De bewoners van het Boerhaavedistrict en Binnenstad-Zuid zijn het het vaakst met deze stelling eens (beide 35%), gevolgd door de bewoners van Leiden-Noord (33%). In Roodenburg (21%) en de Slaaghwijk (22%) worden de fysieke voorzieningen het laagst gewaardeerd.

16

9. Combinatie van gegevens: op zoek naar verbanden In de tabel op de volgende pagina wordt gekeken of er een relatie is tussen de verschillende data die in de vorige hoofdstukken zijn gepresenteerd. Er wordt onderscheid gemaakt tussen ‘ervaren’ overlast, ‘incidenten gemeld bij de politie’, ‘interventies door handhaving’ en ‘kwaliteit openbare ruimte’. De enquêteresultaten uit de Veiligheidsmonitor gaan immers over de subjectieve ervaring van jeugdoverlast, terwijl de cijfers van politie en handhaving een iets objectiever beeld geven. De kwaliteit van de openbare ruimte is een factor die deze cijfers zouden kunnen beïnvloeden. Deze resultaten worden met elkaar vergeleken om te zien of er in bepaalde wijken een verschil tussen zit. Een laag aantal incidenten zou deels verklaard kunnen worden door een lage meldingsbereidheid. De meldingsbereidheid kan de cijfers dus beïnvloeden. De respons met betrekking tot meldingsbereidheid op wijkniveau is echter dusdanig laag dat er helaas geen statistische uitspraken over te doen zijn. De rood gekleurde cijfers geven een negatieve score aan ten opzichte van de andere wijken, terwijl de groen gekleurde cijfers een relatief positieve score aanduiden. Alle cijfers zijn over het jaar 2019.

17

Binnenstad-Noord

Stationsdistrict

Leiden-Noord

Roodenburg

Bos-en Gasthuis

Mors

Boerhaave

Slaaghwijk

Merenwijk (excl. Slaaghwijk)

13%

10%

5%

6%

6%

7%

4%

4%

8%

6%

7%

Veel overlast van rondhangende jongeren

8%

6%

5%

7%

5%

5%

4%

2%

16%

2%

5%

Rondhangende jongeren als buurtprobleem (rang)

11

12

11

7

7

8

8

8

10

8

8

Slachtofferschap vandalisme

13%

10%

5%

6%

6%

7%

4%

4%

8%

6%

7%

Aantal gemelde incidenten jeugdoverlast (politie)

87

129

5

88

110

126

56

14

12

34

53

Per 1000 inwoners

10

12

2

6

5

6

5

3

3

3

5

per 100m²

118

90

15

49

23

23

27

5

22

23

27

Hotspots

Bijna hele wijk

Bijna hele wijk

Geen

Kooipark

N-O deel Kanaalweg

JUP

Geen

Geen

Geen

Geen

Stevenspark

Aantal interventies jeugd (handhaving)

102

311

35

114

889

513

145

107

29

220

528

Per 1000 inwoners

12

21

17

7

41

25

13

20

6

22

48

138

216

103

63

186

93

71

41

54

146

267

Waardering fysieke voorzieningen (score)

6,7

6,6

6,6

6,8

6,7

6,6

6,7

6,7

6,3

7

6,4

Goede voorzieningen voor jongeren: (helemaal) mee eens

35%

32%

28%

33%

21%

25%

27%

35%

22%

29%

24%

Stevenshof

Binnenstad-Zuid Wel eens overlast van rondhangende jongeren

Ervaren overlast (uit onderzoek)

Gemelde incidenten jeugdoverlast (politie)

Interventies jeugd (Handhaving)

Per 100m²

Kwaliteit openbare ruimte

18

In de overzichtstabel is te zien dat Boerhaave op elk gebied één of meer positieve scores behaalt. Dit geldt zowel voor de ervaren overlast, de incidenten, de interventies als de kwaliteit van de openbare ruimte. Ook de Merenwijk (excl. Slaaghwijk) haalt positieve scores op alle onderdelen. In het Morsdistrict vallen de hoge scores voor ervaren overlast op. De scores voor incidenten, interventies en kwaliteit van de openbare ruimte zijn gemiddeld. Leiden Noord scoort qua overlast gemiddeld. Het Kooipark is een hotspot wat betreft incidenten, terwijl in het westelijke deel van de wijk relatief weinig incidenten voorkomen. De kwaliteit van de openbare ruimte wordt hoog gewaardeerd. In het Stationsdistrict worden rondhangende jongeren niet als een buurtprobleem met prioriteit gezien. De aantallen door de politie geregistreerde incidenten en interventies door handhaving zijn dan ook laag. De Slaaghwijk scoort goed wat betreft de daadwerkelijke overlast: zowel absoluut als relatief gezien zijn er weinig door de politie en handhaving geregistreerde incidenten of interventies. Tegelijkertijd is de ervaren overlast erg hoog, en wordt de kwaliteit van de openbare ruimte laag gewaardeerd. De Binnenstad-Noord en Binnenstad-Zuid laten een vergelijkbaar patroon zien. In beide wijken wordt er bovengemiddeld veel overlast ervaren en beide wijken zijn hotspots op het gebied van incidenten.

Toch geven de bewoners lage prioriteit aan rondhangende jongeren als buurtprobleem, en zijn de scores met betrekking tot de kwaliteit van de openbare ruimte goed. De Stevenshof, Roodenburg en het Bos- en Gasthuisdistrict kenmerken zich door veel interventies, en (m.u.v. de Stevenshof) veel incidenten. Ook op de kwaliteit van de openbare ruimte scoren deze wijken slecht. Daarbij moet worden opgemerkt dat het Bos- en Gasthuisdistrict alleen in absolute zin slecht scoort op het aantal incidenten en interventies, niet ten opzichte van het aantal inwoners. De ervaren overlast is in de drie wijken gemiddeld. Elk van de drie wijken heeft verder een ‘bescheiden’ hotspot wat betreft incidenten.

19

10. Conclusies en aanbevelingen De daadwerkelijke inzet op jeugdoverlast komt niet altijd overeen met de ervaren overlast door bewoners of het aantal meldingen dat door buurtbewoners wordt gedaan. Voor welke wijken dit geldt, blijkt uit onderstaande conclusies: 

 

Voor de cijfers over daadwerkelijke overlast geldt allereerst de kanttekening dat er weinig data beschikbaar is over meldingsbereidheid in de Leidse wijken. Het zou dus kunnen dat het aantal incidenten en interventies in een wijk laag zijn, maar er toch veel ‘daadwerkelijke overlast’ is, omdat de meldingsbereidheid in een wijk laag is. Het begrip ‘daadwerkelijke overlast’ moet dus voorzichtig worden geïnterpreteerd. In het merendeel van de Leidse wijken lijkt er sprake van een correlatie tussen de kwaliteit van de openbare ruimte en de daadwerkelijke overlast: in de wijken die goed scoren op kwaliteit van de openbare ruimte, is het aantal interventies en incidenten laag. Andersom geldt dat in de wijken die slecht scoren op de kwaliteit van de openbare ruimte juist veel incidenten en interventies voorkomen. Uitzondering op deze regel zijn de wijken BinnenstadZuid, en Binnenstad-Noord en Slaaghwijk. In de Binnenstad-Zuid en Binnenstad-Noord geldt dat het aantal incidenten m.b.t. jeugdoverlast zeer hoog is ten opzichte van het aantal inwoners en jongeren in deze wijken. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat jongeren uit andere wijken verantwoordelijk zijn voor de incidenten in de Binnenstad. In de meeste wijken komt de ervaren overlast behoorlijk overeen met het aantal incidenten en interventies in de wijk. Dit geldt echter niet voor de Slaaghwijk.

De ervaren overlast is hier hoog, maar het aantal incidenten en interventies is hier laag. Voor de Stevenshof, Roodenburg en Bos- en Gasthuis geldt dat de ervaren overlast gemiddeld is, terwijl het aantal incidenten en interventies hoog ligt. De rol die meldingsbereidheid hierin speelt is in beide gevallen helaas niet duidelijk. In Roodenburg en het Bos-en Gasthuisdistrict is het absolute aantal bij de politie gemelde incidenten hoog ten opzichte van andere wijken, maar gecorrigeerd voor het aantal inwoners en de oppervlakte is het aantal incidenten gemiddeld. Ook hier geldt echter weer dat meldingsbereidheid een rol zou kunnen spelen. Wel zijn er in beide districten ‘bescheiden’ hotspots te zien die een deel van de meldingen verklaren, namelijk het JUP in het Bos-en Gasthuisdistrict en het noordoostelijke deel van de Kanaalweg in het Roodenburgerdistrict. In Leiden Noord is het Kooipark een hotspot wat betreft aan de politie gemelde incidenten. In het Stevenshofdistrict bevindt zich ook een ‘bescheiden’ hotspot rondom het Stevenspark.

20

Aanbevelingen: 

In Binnenstad-Zuid en -Noord zijn de relatieve aantallen incidenten m.b.t. jeugdoverlast erg hoog. Ook het Kooipark is een hotspot wat betreft jeugdoverlast-incidenten. In iets mindere mate zijn ook het JUP, het Stevenspark en het noordoostelijke deel van de Kanaalweg hotspots op dit gebied. Hier dient rekening mee te worden gehouden. Er moet worden uitgezocht waar het verschil in de Slaaghwijk tussen de hoge ervaren overlast enerzijds en de lage aantallen interventies en incidenten anderzijds vandaan komt. Heeft dit te maken met een lage meldingsbereidheid, de lage waardering voor de kwaliteit van de openbare ruimte, of is er simpelweg een groot verschil tussen perceptie en werkelijkheid? Op basis van de analyse van de beschikbare cijfers is het niet volledig mogelijk een eenduidig advies te geven over de inzet van handhaving (en/of andere diensten) op het gebied van jeugdoverlast. Uit de analyse blijkt in ieder geval dat de inzet in 2019 redelijk in lijn ligt met de plekken waar de meeste overlast is en/of waar de gemeentelijke handhavers het meest effectief zouden kunnen worden ingezet om jeugdoverlast in Leiden te verminderen. Daarnaast is de jeugdoverlast de afgelopen maanden als gevolg van de coronamaatregelen fors toegenomen en deels veranderd. Dit is niet meegenomen in deze analyse.

Het advies is daarom de handhavers de ruimte te (blijven) geven om (in overleg met politie en andere relevante partijen) hun werk daar te doen waar zij op basis van hun eigen kennis en ervaring denken dat dit nodig is en het meeste bijdraagt. De jeugdboa’s bij handhaving werken gebiedsgericht. Dit houdt in dat we een aantal vaste jeugdboa’s gekoppeld hebben zijn aan de vier Leidse wijken. Hierdoor wordt de aandacht over de stad verdeeld en kennen zij de jeugd uit desbetreffende wijken, waardoor zij hun werk goed kunnen doen.

21

Bijlage: Algemeen onderzoek naar meldings- en aangiftebereidheid Slachtoffer van onlinecriminaliteit, wat nu? Een onderzoek naar aangiftebereidheid onder burgers en ondernemers (2020). S.G.A. van de Weijer, E.R. Leukfeldt, S. van der Zee Politiewetenschap 120 Samenvatting Slachtoffers van onlinecriminaliteit doen zelden aangifte bij de politie en wanneer zij dit wel doen, leidt dit vaak tot ontevredenheid. Dit blijkt uit een nieuwe studie onder een groot aantal Nederlandse burgers en mkb’ers, uitgevoerd door onderzoekers van het NSCR en de Erasmus Universiteit in opdracht van het Onderzoeksprogramma Politie en Wetenschap. Slechts één op zeven slachtoffers doet aangifte bij de politie. Met name delicten die gericht zijn op ICT-systemen, zoals malware, ransomware, hacken en DDoS-aanvallen, worden zelden aangegeven. De meest genoemde redenen die men geeft zijn dat men ‘het zelf op lost’ en dat ‘de politie er niets aan zal doen’. Slachtoffers die wel aangifte deden, zijn in de helft van de gevallen (zeer) ontevreden omdat de politie onverschillig reageerde en de problemen niet zijn opgelost. Samenwerkingsverbanden tussen de politie en relevante publieke en private partijen zouden nuttige informatie over onlinecriminaliteit kunnen opleveren, aangezien slachtoffers de delicten vaker melden bij andere organisaties dan de politie.

Aangifte- en meldingsbereidheid Trends en determinanten Auteur(s): Weijer, S. van der, Bernasco, W. (2016) Organisatie(s): Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR), WODC Samenvatting Dit onderzoek heeft als doel om ter beantwoording van vragen uit de Tweede Kamer informatie te verzamelen ter verklaring van de daling in de (cijfers over de) aangiftebereidheid van burgers, en om op basis van de uitkomsten waar mogelijk aanknopingspunten te benoemen voor beleid dat zich richt op het vergroten van de aangiftebereidheid. De hoofdvraag luidt: hoe kan de (vermeende) daling in de aangiftebereidheid van burgers in de periode 2005 tot 2015 worden verklaard? We kunnen op grond van deze onderzoeken wel iets zeggen over de meldingsbereidheid per soort delict (hoe groter de impact /schade – hoe meer bereidheid) maar niet over de meldingsbereidheid per geografische eenheid (straat, buurt, wijk, stad) laat staan op het delict met relatief lage impact “Jeugdoverlast”

22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9579337/1