200143 Bijlage 4. Statuten Stichting Stedelijk Gymnasium Leiden
Tekst van het document
blad 1
DOORLOPENDE TEKST van de statuten van de stichting: Stichting Stedelijk Gymnasium Leiden, gevestigd te Leiden, zoals deze luiden na de akte houdende statutenwijziging, d.d. 20 april 2011, voor mr. R.H.Breedveld, notaris te Leiden, verleden STATUTEN Artikel 1 Naam De Stichting draagt de naam: Stichting Stedelijk Gymnasium Leiden. Artikel 2 Begripsbepalingen In deze statuten wordt verstaan onder: a. gemeente: de gemeente Leiden; b. gemeenteraad: de gemeenteraad van Leiden; c. medezeggenschapsraad: de medezeggenschapsraad van het Stedelijk Gymnasium dan wel de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad in het geval de Stichting meer dan één openbaar gymnasium in stand houdt; d. school: het Stedelijk Gymnasium Leiden en eventueel andere door de Stichting in stand gehouden openbare gymnasia; e. wet: de Wet op het voortgezet onderwijs. Artikel 3 Zetel en tijdsduur 1 De Stichting is gevestigd in de gemeente Leiden. 2 De Stichting is opgericht voor onbepaalde tijd met dien verstande dat deze periode ten minste vijf jaar bedraagt. Artikel 4 Doel 1 Het doel van de Stichting is het in stand houden van één of meer openbare gymnasia als bedoeld in artikel 42b van de wet. Om haar doel te bereiken kan de stichting gebruik maken van alle wettelijk geoorloofde middelen die daaraan dienstbaar zijn.
2 Het openbaar onderwijs dat wordt verzorgd door de door de Stichting in stand gehouden school draagt bij aan de ontwikkeling van de leerlingen met aandacht voor de godsdienstige, levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden zoals die leven in de Nederlandse samenleving en met onderkenning van de betekenis van de verscheidenheid van die waarden. De door de Stichting in stand gehouden school is toegankelijk voor alle kinderen zonder onderscheid van godsdienst of levensbeschouwing. Het openbaar onderwijs dat wordt verzorgd door de door de Stichting in stand gehouden school wordt gegeven met eerbiediging van ieders godsdienst of levensbeschouwing. 3 Het doel van het onderwijs op de school is het bieden van kwalitatief hoogstaand onderwijs gekoppeld aan het ontwikkelen van de “forma mentis”, het ontwikkelen van een kritische en analytische attitude bij de leerlingen. Als categoraal gymnasium besteedt de school ruime aandacht aan de klassieke vorming in de breedste zin van het woord. 4 De Stichting beoogt niet het maken van winst. 5 De school kan verschillende vestigingen hebben. Artikel 5 Vermogen
blad 2
Het tot verwezenlijking van het doel van de Stichting bestemde vermogen wordt gevormd door: a. rijksbekostiging; b. vergoedingen voor de door de Stichting verleende diensten; c. subsidies, giften en donaties; d. hetgeen verkregen wordt door erfstellingen of legaten, met dien verstande dat erfstellingen slechts kunnen worden aanvaard onder het voorrecht van boedelbeschrijving; e. hetgeen op andere wettelijk geoorloofde wijze verkregen wordt. Artikel 6 Bestuur; samenstelling, benoeming, schorsing en ontslag, belet en ontstentenis 1 De Stichting wordt bestuurd door een bestuur, bestaande uit een door de raad van toezicht te bepalen aantal van ten hoogste twee natuurlijke personen. 2 Het bestuur kan onderling vaststellen welk lid met welke taak meer in het bijzonder zal zijn belast, met dien verstande dat de voorzitter in functie wordt benoemd. Een zodanige taakverdeling laat de gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle leden van het bestuur voor het gehele bestuur onverlet. 3 De leden van het bestuur worden benoemd door de raad van toezicht. De raad van toezicht benoemt de voorzitter van het bestuur.
4 Bij de samenstelling van het bestuur wordt gelet op diverse facetten die de aandacht van het bestuur vragen, waarbij het bestuur in ieder geval wordt samengesteld op basis van algemene bestuurlijke kwaliteiten, affiniteit met de doelstelling van de Stichting en met een spreiding van deskundigheden en achtergronden. De aandachtspunten met betrekking tot de van een lid van het bestuur gevraagde deskundigheid en achtergrond worden in algemene zin vastgesteld door de raad van toezicht in een profielschets. De raad van toezicht kan - indien overgegaan moet worden tot de vervulling van een vacature besluiten tot een aanvulling dan wel een nadere detaillering van de vereiste kwaliteiten en eigenschappen voor de betreffende zetel in het bestuur. 5 Een lid van het bestuur kan te allen tijde worden geschorst door de raad van toezicht. De schorsing van een lid van het bestuur vervalt, indien de raad van toezicht niet binnen drie maanden na de datum van ingang van de schorsing besluit tot opheffing of verlenging van de schorsing. Een schorsing kan voor ten hoogste drie maanden worden verlengd, met ingang van de datum waarop het besluit tot verlenging van de schorsing werd genomen. Het betrokken lid wordt in de gelegenheid gesteld zich in een vergadering van de raad van toezicht waarin schorsing of verlenging daarvan aan de orde is te verantwoorden.
Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman. 6 De raad van toezicht is te allen tijde bevoegd een lid van het bestuur te ontslaan. Het betrokken lid van het bestuur wordt in de gelegenheid gesteld zich ten overstaan van de raad van toezicht te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman. 7 Leden van het bestuur worden benoemd voor een periode gelijk aan de duur van hun aanstelling. 8 Het lidmaatschap van het bestuur eindigt: a. door overlijden; b. door vrijwillig aftreden (bedanken); c. door ontslag door de rechtbank; d. door ontslag verleend door de raad van toezicht; e. door het verstrijken van de duur van de aanstelling; en
blad 3
f. door het aanvaarden van een benoeming als lid van de raad van toezicht van de Stichting. 9 In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Een niet voltallig bestuur behoudt zijn bevoegdheden. Bij ontstentenis of belet van alle leden van het bestuur of van het enige (overgebleven) lid van het bestuur wordt het bestuur waargenomen door één persoon die daartoe door de raad van toezicht is of wordt aangewezen. Gaat de raad van toezicht niet binnen twee weken tot een zodanige aanwijzing over dan wordt het bestuur waargenomen door de persoon die daartoe door de voorzieningenrechter van de rechtbank van het arrondissement waar de Stichting statutair is gevestigd, op verzoek van één of meer belanghebbende(n) is of wordt aangewezen. 10 De raad van toezicht is belast met het vaststellen van de arbeidsvoorwaarden, bezoldiging en onkostenvergoedingen van de leden van het bestuur. Artikel 7 Bestuur; taak en bevoegdheden 1 Het bestuur is belast met het besturen van de Stichting. Bij de vervulling van zijn taak richt het bestuur zich naar het belang van de Stichting, het belang van de school die door de Stichting in stand wordt gehouden en het belang van de samenleving. 2 Het bestuur heeft al die taken en bevoegdheden met betrekking tot het bestuur van de Stichting die niet bij of krachtens deze statuten aan anderen zijn toegekend.
3 Het bestuur maakt jaarlijks, in overleg met de raad van toezicht, een begroting op. Na voorafgaande goedkeuring door de raad van toezicht wordt de begroting vastgesteld door het bestuur. 4 Het bestuur formuleert concrete doelstellingen van de school die door de Stichting in stand wordt gehouden, daarbij rekening houdend met de belangen van hen die bij die school zijn betrokken en rekening houdend met de eisen die de samenleving aan onderwijs stelt. Het bestuur legt in het jaarverslag verantwoording af over de mate waarin de vastgestelde missie en doelstellingen worden gehaald. 5 Het bestuur is bevoegd tot het verrichten van alle rechtshandelingen. Hieronder zijn tevens begrepen besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de Stichting zich als borg of hoofdelijk schuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt. De in de vorige volzin bedoelde besluiten zijn onderworpen aan de goedkeuring van de raad van toezicht. Het ontbreken van bedoelde goedkeuring tast de vertegenwoordigingsbevoegdheid aan. 6 Voorts heeft het bestuur voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht nodig voor het nemen van besluiten met betrekking tot: a.
het aangaan van financiële verplichtingen en samenwerkingsovereenkomsten welke niet binnen de begroting zijn opgenomen en waarvan het belang meer bedraagt dan een door de raad van toezicht vastgesteld en aan het bestuur meegedeeld bedrag; b. de beëindiging van de dienstbetrekking van een aanmerkelijk aantal werknemers tegelijkertijd of binnen een kort tijdbestek; c. ingrijpende wijziging van de arbeidsomstandigheden van een aanmerkelijk aantal werknemers in dienst van de Stichting; d. een aanvraag tot faillissement of van surséance van betaling; e. (het doen van een voorstel tot) opheffing, fusie of afsplitsing van (een deel van) de door de Stichting in stand gehouden school;
blad 4
f. het aangaan of verbreken van duurzame samenwerking met een andere rechtspersoon indien deze samenwerking of verbreking van ingrijpende betekenis is voor de Stichting of de in stand te houden school; g. de vaststelling van het strategisch meerjarenplan. 7 De raad van toezicht kan een bestuursreglement vaststellen, waarbij een regeling wordt gegeven omtrent de wijze van besluitvorming van het bestuur. De raad van toezicht kan in het bestuursreglement bepalen dat andere dan de in lid 6 van dit artikel genoemde bestuursbesluiten aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht worden onderworpen. 8 Tegen de achtergrond van in het bestuur benodigde deskundigheid draagt ieder lid van het bestuur zorg voor voortdurende persoonlijke ontwikkeling. 9 Het functioneren van het bestuur en zijn leden wordt periodiek door de raad van toezicht beoordeeld. Artikel 8 Bestuur; werkwijze 1 In de vergaderingen van het bestuur heeft ieder lid van het bestuur één stem. Alle besluiten van het bestuur worden genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Bij staking van stemmen over zaken of over personen beslist de voorzitter. 2 Het bestuur kan ook op andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen, mits alle bestuursleden in de gelegenheid worden gesteld hun stem uit te brengen en geen van hen zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet.
Een besluit is alsdan genomen, indien de volstrekte meerderheid van het aantal bestuursleden zich vóór het voorstel heeft verklaard. Van elk buiten vergadering genomen besluit wordt mededeling gedaan in de eerstvolgende vergadering, welke mededeling in de notulen van die vergadering wordt vermeld. 3 Elk lid van het bestuur, alsmede elk lid van de raad van toezicht, is gelijkelijk bevoegd een vergadering van het bestuur bijeen te roepen. 4 De vergaderingen van het bestuur zijn openbaar voor zover het bestuur niet - gemotiveerd per agendapunt - beslist dat openbaarheid tegen het belang van de Stichting is of een ontoelaatbare inbreuk op de privacy van personen oplevert. 5 Van het verhandelde in de vergaderingen van het bestuur worden notulen gehouden door de daartoe door de voorzitter aangewezen persoon. De notulen worden vastgesteld in dezelfde of in de eerstvolgende vergadering, door de voorzitter van de vergadering ondertekend en openbaar gemaakt. Artikel 9 Vertegenwoordiging 1 Het bestuur alsmede ieder lid van het bestuur afzonderlijk vertegenwoordigt de Stichting, voor zover uit wettelijke bepalingen niet anders voortvloeit, en met inachtneming van het bepaalde in artikel 7 lid 5 van deze statuten. 2 Het bestuur kan besluiten tot de verlening van volmacht aan derden, om de Stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen.
3 Wanneer de Stichting een tegenstrijdig belang heeft met een of meer leden van het bestuur, wordt de Stichting vertegenwoordigd door de raad van toezicht, of door de voorzitter van de raad van toezicht afzonderlijk. Artikel 10 Toezicht op het bestuur 1 De gemeenteraad oefent toezicht uit op het bestuur van de stichting in de zin van artikel 42b lid 12 van de wet door - wanneer zulks naar het oordeel van de gemeenteraad geboden is - de
blad 5
bevoegdheden te gebruiken die aan de gemeenteraad zijn toegekend bij deze statuten en in genoemd artikel 42b van de wet. 2 Naast het toezicht door de gemeenteraad, wordt toezicht op het bestuur gehouden door de raad van toezicht op de wijze en binnen de kaders als omschreven in deze statuten. Artikel 11 Raad van toezicht 1 Onverminderd het bepaalde ten aanzien van de gemeenteraad in deze statuten en de wet is het toezicht op het beleid van het bestuur en op de algemene gang van zaken in de Stichting opgedragen aan een raad van toezicht. De raad van toezicht bestaat uit vijf natuurlijke personen. 2 De gemeenteraad benoemt: a. twee leden van de raad van toezicht op bindende voordracht van de oudergeleding van de medezeggenschapsraad; b. één lid op bindende voordracht van de medezeggenschapsraad; en c. twee leden van de raad van toezicht op niet-bindende voordracht van de raad van toezicht. De benoeming geschiedt met inachtneming van de door de raad van toezicht opgestelde profielschets waarin de noodzakelijke competenties van de raad van toezicht en de afzonderlijke leden van de raad van toezicht worden beschreven. 3 De leden van de raad van toezicht worden benoemd voor een periode van vier jaar. Aftreden geschiedt volgens een door de raad van toezicht op te stellen rooster van aftreden. Een volgens rooster aftredend lid van de raad van toezicht is onmiddellijk herbenoembaar.
Herbenoeming is slechts eenmaal mogelijk. Het lid dat in een tussentijdse vacature wordt benoemd, neemt op het rooster de plaats in van degene in wiens vacature hij werd benoemd. 4 De raad van toezicht wijst uit zijn midden een voorzitter en een secretaris aan. 5 Eventuele toekenning van vacatiegelden aan leden van de raad van toezicht en onkostenvergoedingen aan leden van het bestuur en de raad van toezicht geschiedt op basis van een door de raad van toezicht vastgesteld - en op hoofdlijnen in het jaarverslag openbaar gemaakt - reglement. Jaarlijks wordt door het bestuur uitdrukkelijk in de jaarrekening verantwoord welke bedragen op grond van deze regeling aan ieder lid van het bestuur en ieder lid van de raad van toezicht zijn uitgegeven. 6 Het bestuur verschaft de raad van toezicht tijdig de voor de uitoefening van diens taken en bevoegdheden noodzakelijke gegevens en voorts aan ieder lid van de raad alle inlichtingen betreffende de aangelegenheden van de Stichting die deze mocht verlangen. De raad van toezicht is bevoegd inzage te nemen en te doen nemen van alle boeken, bescheiden, overige gegevensdragers en correspondentie van de Stichting; het door de raad van toezicht aangewezen lid van de raad heeft te allen tijde toegang tot alle bij de Stichting in gebruik zijnde ruimten en terreinen.
7 De raad van toezicht kan zich voor rekening van de Stichting in de uitoefening van zijn taak doen bijstaan door één of meer deskundigen. 8 Het lidmaatschap van de raad van toezicht eindigt: a. door overlijden; b. door vrijwillig aftreden (bedanken); c. door het verstrijken van de termijn vermeld in het rooster van aftreden; d. door ontslag verleend door de rechtbank;
blad 6
e. door ontslag verleend door de raad van toezicht bij besluit genomen met algemene stemmen van in functie zijnde leden van de raad van toezicht met uitzondering van het betrokken lid van de raad van toezicht; en f. door het aanvaarden van een benoeming als bestuurslid van de Stichting; g. door ontslag door de gemeenteraad. 9 In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Een niet voltallige raad van toezicht behoudt zijn bevoegdheden. Bij ontstentenis of belet van alle leden van de raad van toezicht of van het enige (overgebleven) lid worden de taken en bevoegdheden van de raad van toezicht waargenomen door de perso(o)n(en) die daartoe door de voorzieningenrechter van de rechtbank van het arrondissement waar de Stichting statutair is gevestigd, op verzoek van één of meer belanghebbende(n) is of wordt/en aangewezen. 10 Bij de vervulling van zijn taak richt de raad van toezicht zich naar het belang van de Stichting, het belang van de school die door de Stichting in stand worden gehouden en het belang van de samenleving. Artikel 12 Raad van toezicht; werkwijze 1 In de vergaderingen van de raad van toezicht heeft ieder lid één stem. Alle besluiten worden genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Bij staking van stemmen is het voorstel verworpen.
2 De raad van toezicht kan ook op andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen, mits alle leden in de gelegenheid worden gesteld hun stem uit te brengen en geen van hen zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet. Een besluit is alsdan genomen, indien de volstrekte meerderheid van het aantal leden zich vóór het voorstel heeft verklaard. Van elk buiten vergadering genomen besluit wordt mededeling gedaan in de eerstvolgende vergadering, welke mededeling in de notulen van die vergadering wordt vermeld. 3 Elk lid van de raad van toezicht is gelijkelijk bevoegd een vergadering van de raad van toezicht bijeen te roepen. 4 De bijeenroeping van de vergaderingen van de raad van toezicht geschiedt schriftelijk op een termijn van ten minste zeven dagen, onder opgave van de te behandelen onderwerpen. In spoedeisende gevallen, ter beoordeling van de voorzitter, kan de termijn van oproeping worden beperkt tot ten minste vierentwintig uur. De vergaderingen worden gehouden ter plaatse binnen Nederland, bij voorkeur in de gemeente Leiden, te bepalen door degene die de vergadering bijeenriep, dan wel deed bijeenroepen.
Indien werd gehandeld in strijd met het hiervoor in dit lid bepaalde, kan de raad van toezicht niettemin rechtsgeldige besluiten nemen, mits de ter vergadering afwezige leden vóór het tijdstip van de vergadering hebben verklaard zich niet tegen de besluitvorming te verzetten. 5 Een lid van de raad van toezicht kan zich door een ander lid van de raad van toezicht ter vergadering schriftelijk doen vertegenwoordigen. Eén lid van de raad van toezicht kan slechts één medelid ter vergadering vertegenwoordigen. 6 De voorzitter leidt de vergaderingen van de raad van toezicht; bij zijn afwezigheid voorziet de vergadering zelf in haar leiding. 7 De voorzitter bepaalt de wijze waarop de stemmingen in de vergaderingen worden gehouden, met dien verstande, dat indien één of meer leden zulks verlangen, stemmingen over personen schriftelijk geschieden.
blad 7
8 Het door de voorzitter ter vergadering uitgesproken oordeel omtrent de uitslag van de stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel. 9 Van het verhandelde in de vergaderingen van de raad van toezicht worden notulen gehouden door de daartoe door de voorzitter aangewezen persoon. De notulen worden vastgesteld in dezelfde of in de eerstvolgende vergadering, door de voorzitter van de vergadering ondertekend en openbaar gemaakt. Artikel 13 Boekjaar, jaarstukken 1 Het boekjaar van de Stichting is het kalenderjaar. 2 Jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar van de Stichting, behoudens verlenging van deze termijn met ten hoogste vijf maanden door de raad van toezicht op grond van bijzondere omstandigheden, maakt het bestuur een jaarrekening en een jaarverslag op over dat boekjaar. Bij het opmaken van het jaarverslag houdt het bestuur rekening met bepaalde in artikel 7.4 (doelstellingen) en legt het bestuur verantwoording af over het bepaalde in artikel 4.2 (specifieke kenmerken openbaar onderwijs). Bij het opmaken van de jaarrekening houdt het bestuur rekening met het bepaalde in artikel 6.10 en 11.5 (bezoldiging en onkostenvergoeding leden van het bestuur en vacatiegelden en onkostenvergoeding leden raad van toezicht).
3 Het bestuur stelt het jaarverslag, waaronder mede begrepen de jaarrekening, vast na de voorafgaande goedkeuring raad van toezicht. 4 De jaarrekening wordt ondertekend door ieder lid van het bestuur en ieder lid van de raad van toezicht. Indien de ondertekening van één of meer van hen ontbreekt, wordt daarvan onder opgave van reden melding gemaakt. 5 De raad van toezicht draagt het bestuur op de jaarrekening te doen onderzoeken door een door de raad van toezicht aangewezen certificerend accountant of andere deskundige. Artikel 14 Statutenwijziging 1 De raad van toezicht is bevoegd de statuten te wijzigen. Het besluit tot statutenwijziging is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de gemeenteraad. 2 Het besluit van de raad van toezicht tot statutenwijziging wordt genomen in een voltallige vergadering van de raad van toezicht. Is de vergadering waarin een besluit tot statutenwijziging aan de orde is, niet voltallig, dan zal een nieuwe vergadering worden bijeengeroepen, te houden niet eerder dan twee en niet later dan vier weken na de bedoelde vergadering, waarin het besluit kan worden genomen, ongeacht het aantal aanwezigen. 3 Bij de oproeping tot de vergadering waarin een voorstel tot statutenwijziging zal worden gedaan, dient zulks steeds te worden vermeld.
Tevens dient een afschrift van het voorstel, bevattende de woordelijke tekst van de voorgestelde wijziging, bij de oproeping te worden gevoegd. De termijn van de oproeping bedraagt in dit geval ten minste twee weken. 4 Een statutenwijziging treedt eerst in werking nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt. Elk lid van de raad van toezicht is bevoegd deze akte te doen verlijden. 5 Een authentiek afschrift van de wijziging en een volledige doorlopende tekst van de gewijzigde statuten moeten worden neergelegd op het kantoor van het door de Kamer van Koophandel gehouden handelsregister. Artikel 15 Ontbinding en vereffening 1 Het bestuur is bevoegd de Stichting te ontbinden. Het besluit tot ontbinding is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht. Het besluit tot ontbinding is
blad 8
voorts onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de gemeenteraad. Het bepaalde in artikel 14 lid 2 is van overeenkomstige toepassing op een besluit van het bestuur tot ontbinding van de Stichting. 2 Voorts is de gemeenteraad, in geval van ernstige taakverwaarlozing door het bestuur of functioneren in strijd met de wet als bedoeld in artikel 42b lid 11 van de wet, bevoegd zo nodig de Stichting te ontbinden. 3 Tenzij de raad van toezicht anders besluit, is het bestuur met de vereffening belast. 4 De vereffenaars dragen er zorg voor, dat van de ontbinding inschrijving geschiedt in het op het kantoor van het door de Kamer van Koophandel gehouden handelsregister. 5 De raad van toezicht stelt de bestemming van het batig liquidatiesaldo vast, na voorafgaande goedkeuring van de gemeenteraad. 6 Na de ontbinding blijft de Stichting voortbestaan voor zover dit tot de vereffening van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht. In stukken en aankondigingen die van haar uitgaan, moeten aan de naam van de Stichting worden toegevoegd de woorden "in liquidatie". 7 Na afloop van de vereffening blijven de boeken, bescheiden en overige gegevensdragers van de ontbonden stichting gedurende de wettelijke termijn onder berusting van de door de vereffenaars aangewezen persoon.
Deze persoon is gehouden zijn aanwijzing ter inschrijving op te geven in het in lid 5 van het voorgaande artikel vermelde register. Artikel 16 Juridische fusie en juridische splitsing 1 Het bestuur is bevoegd te besluiten tot juridische fusie en juridische splitsing van de Stichting. Een dergelijk besluit is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht. 2 Het bepaalde in artikel 14 lid 2 is van overeenkomstige toepassing op besluiten van het bestuur tot fusie en splitsing. 3 Een besluit tot juridische fusie waarbij de Stichting verdwijnt, is voorts onderworpen aan de goedkeuring van de gemeenteraad. Een besluit tot juridische fusie waarbij de Stichting als verkrijgende rechtspersoon optreedt, is niet onderworpen aan zodanige goedkeuring. 4 Een besluit tot juridische splitsing van de Stichting tengevolge waarvan de instandhouding van de door de Stichting in stand gehouden school overgaat naar een andere rechtspersoon dan de Stichting, is onderworpen aan de goedkeuring van de gemeenteraad. Andere besluiten tot juridische splitsing zijn niet onderworpen aan de goedkeuring van de gemeenteraad.
Artikel 17 Overgangs- en slotbepalingen 1 In afwijking van het bepaalde in artikel 11, tweede lid, worden de drie leden van de eerste raad van toezicht, zoals genoemd in artikel 11, tweede lid onder a, door de gemeenteraad benoemd op voordracht van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente. 2 In afwijking van het bepaalde in artikel 11, derde lid eindigt de zittingstermijn van de in artikel 11, tweede lid onder b genoemde leden van de eerste raad van toezicht na twee jaar. 3 In afwijking van het bepaalde in artikel 7 lid 5 heeft het bestuur geen goedkeuring nodig om voor het eerst een bestuursoverdracht aan te gaan met de Gemeente Leiden als bedoeld in artikel 42b van de Wet op het voortgezet onderwijs. 4 In alle gevallen waarin de bepalingen van deze statuten in strijd blijken te zijn met wettelijke bepalingen, prevaleren die wettelijke bepalingen. 5 In alle gevallen de Stichting betreffende waarin deze statuten niet voorzien, beslist het bestuur met goedkeuring van de raad van toezicht.