CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Evaluatierapport Een goed rapport is pas het halve werk

raadscommissie Leefbaarheid en Bereikbaarheid 20 januari 2022, gemeente LeidenBij agendapunt: Evaluatierapport Rekenkamercommissie Leiden-Leiderdorp (ca. 20.15 uur)7.780 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Een goed rapport is pas het halve werk Reflectie op twee jaar Rekenkamercommissie Leiden-Leiderdorp Februari 2021

Inhoudsopgave H1 Inleiding H2 Kwaliteit en impact van de onderzoeken H3 De positionering van de rekenkamer H4 Meerwaarde van de samenwerking Leiden / Leiderdorp H5 Conclusies en adviezen Bijlagen 1. Samenstelling Evaluatiecommissie 2. Bronnen 3. Reacties en praktische adviezen van raadsleden

2

H1 Inleiding 1.1 Waarom een evaluatie? Goed functionerende rekenkamers zijn van groot belang in het decentraal bestuur. Er gaat immers veel publiek geld om bij gemeenten, provincies en waterschappen. Daarom is het voor rekenkamers logisch regelmatig óók de vinger aan de eigen pols te houden: kan het beter en zo ja hoe? Bij de start van de gezamenlijke Rekenkamercommissie Leiden-Leiderdorp (hierna RKC) in januari 2018 hebben de gemeenteraden van Leiden en Leiderdorp bepaald dat de nieuwe commissie na twee jaar geëvalueerd zou worden om te toetsen hoe het gekozen samenwerkingsmodel bevalt. Afgesproken is daarbij specifiek te kijken naar de ervaringen met het aantal rekenkamerleden en een vast bedrag per inwoner. Dat moment is nu. Het aantal uren ambtelijke ondersteuning van de gezamenlijke rekenkamercommissie wordt eveneens geëvalueerd, maar niet per se gekoppeld aan de evaluatie van de gezamenlijke rekenkamer. Daarnaast wil de RKC zelf ook weten hoe haar werk en werkwijze wordt ervaren en hoort ze graag of en hoe ze haar meerwaarde kan vergroten. Na consultatie van de gemeenteraden heeft de RKC besloten om een onafhankelijke commissie te vragen om het werk en de werkwijze van de RKC na ruim twee jaar te evalueren.

1.2 Opdracht vanuit de RKC De RKC heeft een opdracht geformuleerd om het werk van de rekenkamer vanaf de start van de samenwerking in 2018 tot juni 2020 te evalueren tegen de achtergrond van de eigen onderzoeksstrategie, de onderzoeksplannen, de Verordening gemeentelijke rekenkamercommissie Leiden-Leiderdorp 2017 en het eigen Reglement van Orde. Daarbij werd de Evaluatiecommissie uitgenodigd aandacht te besteden aan diverse aspecten: keuze voor onderzoeksonderwerpen, communicatie met raad en college, de relatie tussen Leiden en Leiderdorp en de monitoring van de overname van aanbevelingen. 1.3 Centrale onderzoeksvraag Bij de voorbereiding van de onderzoeksopzet bleek al snel dat de formele basis van de RKC prima op orde is. Onderzoeksplannen, onderzoeksprotocol, Jaarplan, jaarlijks het verschijnen van diverse onderzoeksrapporten naar diverse thema’s, uitnodiging richting raadsleden om suggesties te doen, voldoende offerte-aanvragen, betrokken rekenkamerleden, jaarlijkse verantwoording… het is allemaal geregeld. Een ‘standaard’ evaluatieonderzoek zou dan van weinig toegevoegde waarde zijn. Zeker toen uit gesprekken met de RKC bleek dat men hoopte dat de evaluatiecommissie -in een meer vrije rol- zou reflecteren op de potentie van de RKC als instrument voor de raad, en daarmee indirect voor de Leidse en Leiderdorpse politiek en samenleving.

De evaluatiecommissie heeft zichzelf in overleg met de RKC daarom deze centrale onderzoeksvraag gesteld: Op welke wijze kan de RKC meer waarde toevoegen als instrument voor de raad, en daarmee voor Leiden en Leiderdorp? Het antwoord op deze centrale vraag hebben we gezocht in de volgende thema’s: 1. De kwaliteit en impact van de onderzoeken 2. De positionering van de rekenkamer in de checks and balances en de lokale democratie 3. De meerwaarde van de samenwerking Leiden/Leiderdorp

3

1.4 Beoordelingskader en onderzoeksopzet Voor het beantwoorden van de centrale onderzoeksvraag maakt de evaluatiecommissie een onderscheid tussen de taak van een rekenkamer en zijn functie. De taak van een rekenkamer is letterlijk in de Gemeentewet te vinden: het onderzoeken van de doelmatigheid, de doeltreffendheid en de rechtmatigheid van het gevoerde bestuur. De wijze waarop de RKC haar wettelijke taak vervult, is ons eerste onderzoeksthema en het onderwerp van hoofdstuk 2. Dit hoofdstuk sluit tevens het meeste aan op de oorspronkelijke opdracht van de RKC. Met een oordeel over de kwaliteit en impact van de concrete onderzoeken is de hoofdvraag van de evaluatiecommissie echter nog niet beantwoord. Goede onderzoeksrapporten kan de raad immers overal ‘bestellen’ en ook zonder een rekenkamer is het beleid van een gemeente regelmatig ongevraagd onderwerp van onderzoek. Voor de toegevoegde waarde van specifiek een rekenkamer moeten we ook bezien of de rekenkamer zijn functie vervult. Die functie volgt minder letterlijk uit de wet maar moet worden afgeleid uit de bedoeling van de wet en de positionering van de rekenkamer in het lokale krachtenveld. De functie van een lokale rekenkamer is gericht op het versterken van de positie van de raad en daarmee uiteindelijk bedoeld om de lokale democratie te versterken.

Het gaat er dus niet alleen om dat de rekenkamer zijn taak goed vervult in de zin dat de rapporten inhoudelijk deugen en de aanbevelingen worden opgevolgd. Het gaat er ook en misschien wel juist om dat een rekenkamer zijn functie ten behoeve van de raad in het lokale krachtenveld vervult en daarmee zijn potentie voor de kwaliteit van de lokale democratie waarmaakt. Daarom is de positionering van de rekenkamer in het geheel van checks and balances en de lokale democratie ons tweede onderzoeksthema en het onderwerp van hoofdstuk 3. Specifiek voor de RKC speelt bovendien de vraag naar de samenwerking tussen Leiden en Leiderdorp. Dat is het derde onderzoeksthema van deze reflectie en het onderwerp van hoofdstuk 4. Voor de evaluatiecommissie is het daarbij de vraag wat een gezamenlijke rekenkamer bijdraagt aan de kwaliteit van het uitvoeren van de taak van een rekenkamer én het maximaal invullen van de functie van een lokale rekenkamer. We hebben gesproken met de belangrijkste gesprekspartners om zo een beeld te krijgen van het functioneren, de meerwaarde en de mogelijke verbeterpunten daarin. De rekenkamerleden zelf, raadsleden uit beide gemeenten en de griffiers, gemeentesecretarissen en burgemeesters van de twee gemeenten.

Daarnaast hebben we de onderzoeksrapporten van de afgelopen twee jaar bestudeerd, inclusief de ‘bijproducten’ als persbericht, brieven over de rapporten van RKC en college, berichtgeving in de media en opnames van de toelichtingen in commissies en raad e.d. In H5 beantwoorden wij de centrale onderzoeksvraag en geven wij alle deelconclusies en adviezen.

4

H2 Kwaliteit en impact van de onderzoeken 2.1 Inleiding De missie van de RKC luidt als volgt: Wij doen ten behoeve van de gemeenteraad en de burgers onafhankelijk onderzoek naar de doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van het door de gemeente gevoerde beleid en de uitvoering daarvan, evenals de transparantie van de verantwoording daarover. Hiermee dragen wij bij aan de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraad. De onderzoeken die we hebben bestudeerd voor deze evaluatie, leest u in bijlage 2. Bij het bestuderen van deze onderzoeksrapporten, namen we de missie van de RKC als toetssteen, net als de uitgesproken richting die de RKC heeft verwoord. In het Jaarverslag en onderzoeksagenda 20202021 schrijft de RKC: De RKC wil ook onderzoeken op welke wijze het beleid en de uitvoering kunnen worden verbeterd en bij te dragen aan een betere rolinvulling door de raad. En: We proberen onze onderzoeken zoveel mogelijk op beide gemeenten te richten. (…) We staan open voor geluiden van burgers en organisaties in Leiden en Leiderdorp. (...) Gemeenteraadsfracties laten ons in gesprekken weten dat ze soms het gevoel hebben nog maar weinig ‘aan het stuur’ te zitten op beleidsterreinen die voor de inwoners van wezenlijk belang zijn. Of het nu gaat om de jeugdzorg of de ruimtelijke ordening.

Weinig beslissingen kunnen worden genomen onafhankelijk van andere overheidsorganisaties. Daarom willen wij daar in onze onderzoeken specifiek aandacht aan geven. 2.2 Basis is goed De RKC heeft een eigen website, die (ook via google) eenvoudig te vinden is. De onderzoeken zijn heel compleet en worden in zijn geheel gepresenteerd op de website. Dit betreft een uitgebreide webtekst met heldere opbouw (aanleiding, aanbevelingen, manier van onderzoek en verwijzingen naar bijlagen waaronder persbericht en presentatie en zelfs linkjes naar de behandeling in de raad). Dat is compleet, vindbaar en actueel. Voorts zijn de onderzoeksrapporten goed leesbaar en niet te dik, maar wel verschillend in opbouw en vorm. Wat opvalt, is dat de RKC per onderzoek heel verschillend werkt. Een strak format qua onderzoeken dan wel qua aanbevelingen wordt niet aangehouden. Deze keuzes in verschillen in aanpak worden verder niet uitgelegd of nader onderbouwd. Een enkele maal lazen we een RKC-advies apart voor raad en college. Uit de gesprekken met raads- en collegeleden blijkt dat het apart formuleren van aanbevelingen richting raad enerzijds en college anderzijds een grotere focus gaf aan de inhoud van de aanbevelingen, zoals bijvoorbeeld bij het onderzoek naar de Woningopgave. Collegeleden en raadsleden gingen feitelijk aan de gang met ‘hun’ aanbevelingen.

In gesprek met het bestuur blijken deze aanbevelingen het helderst te zijn blijven hangen. 2.3 Kwaliteit rapporten in relatie tot de missie

De keuze van onderwerp Het proces voorafgaand aan de keuze van een onderwerp komt in hoofdstuk 3 aan de orde. Hier wordt ingegaan op de vraag of de gekozen onderwerpen hebben bijgedragen aan de missie en doelen van de RKC. Thema’s als de digitale transitie, de decentralisatie van jeugdzorg en de hoge woningnood en sociaal domein zijn voornamelijk landelijke thema’s van gemeenten in het algemeen. In hoeverre speelden deze thema’s zowel in Leiden als in Leiderdorp en kon één onderzoek een en ander uitdiepen op het gewenste (lokale) niveau? Verschillen tussen de twee gemeenten zijn soms groot. De woningbouwopgave van Leiden is qua volume bijvoorbeeld substantieel groter dan in Leiderdorp. Of 5

het onderzoek naar de Jeugdzorg, waarbij wordt verwezen naar de behoefte aan vervolgonderzoek, lijkt bijvoorbeeld ‘te groot’ te zijn om in één onderzoek te vatten.

Kwaliteit van de onderzoeksvragen en aanbevelingen Het verstevigen van de kaderstellende en sturende rol van de gemeenteraad valt of staat met de kwaliteit van de onderzoeksvragen en aanbevelingen. Daarmee wordt bedoeld: zijn de aanbevelingen doorwrocht, getuigen ze van politiek realisme en zijn ze een logisch gevolg op het onderzoek. Wat we constateren, is dat hoe concreter de opgestelde onderzoeksvragen hoe diepgaander de conclusies en concreter de handvatten voor de raad. Voorbeelden: ‘’waarom leiden klachten (...) niet altijd tot tevreden inwoners’’ (klachtbehandeling) en “in hoeverre zijn de woningbouwopgave haalbaar” (woningbouwopgave). Dit zorgt voor onderzoeksresultaten die een slag dieper gingen dan de operationele stand van zaken. Denk aan de aanbevolen sturingsinstrumenten bij de Woningbouwopgave en stevige conclusies behorend bij klachtafhandeling in Leiderdorp over de organisatie, de kwaliteit van de behaalde normen en de kwaliteit van het proces. Daar waar de onderzoeksvragen procesmatig van aard waren (Jeugdzorg) zijn logischerwijs de aanbevelingen veelal ook procesmatig van aard (Leids Beleidsakkoord, Jeugdzorg).

In het licht van de rechtmatigheid een prima keuze, maar was dat ook het gewenste doel van het onderzoek, aangezien de onderzoeksrapporten ook enkele inhoudelijke conclusies bevatten zoals problemen inzake regie, gebrekkig aanbod en dubbele petten (jeugdzorg)? En bij Leids Beleidsakkoord was een inhoudelijke conclusie: “de uitvoering is blijven steken in de spreekwoordelijke schop in de grond”. De centrale onderzoeksvraag van het rapport digitaal gedrag was vooral operationeel van aard en bestond eruit “meer inzicht te verkrijgen in de informatiebeveiliging”. Deze operationele vraag leidde tot een rapport met een actuele stand van de digitale informatiebeveiliging en hiermee een operationeel antwoord. Het werd een hamerstuk in de raad. Raadsleden geven ons aan dat ze juist rapporten wensen over actuele thema’s en met concrete aanbevelingen om een rapport effectiever te laten zijn. 2.4 Conclusies en adviezen Op basis van de hierboven gestelde bevindingen over de kwaliteit en impact van de onderzoeken, concluderen en adviseren wij het volgende.

Is de RKC geslaagd in haar missie om transparant te zijn in waar ze mee bezig is? Zoals aangegeven is de basis goed. Een complete website met een heldere indeling. Er valt nog wat te winnen als het gaat om leesbaarheid van de onderzoeken zelf door meer gebruik te maken van visualisaties. Dit maakt het prettig leesbaar en voorkomt dikke pakken papier. Het hanteren van eenzelfde format voor onderzoeken en aanbevelingen lijkt niet randvoorwaardelijk voor de effectiviteit en impact van een onderzoek. Enkele raadsleden gaven aan dat eenduidigheid in vorm, lay-out of omvang niet noodzakelijk wordt gevonden om te komen tot een goede kwalitatieve invulling van onderzoeken en aanbevelingen. Zoals uit de bevindingen bleek maakt het apart formuleren van aanbevelingen aan de raad en college echter wel de kans groter dat de aanbevelingen worden besproken en opgepakt. Dit vergroot de follow-up van de aanbevelingen en daarmee de doelmatigheid en effectiviteit van de RKC. De keuze om dit vanaf 2020 bij ieder rapport te doen, onderschrijft de evaluatiecommissie dan ook zeer.

6

Slaagt de RKC in haar eigen geformuleerde opdracht onderzoek te doen naar beleidsterreinen die wezenlijk van belang zijn? De RKC kiest voor de grote en complexe onderwerpen die ook landelijk spelen en minder voor de kleinere lokale thema’s. Alhoewel de gekozen thema’s stuk voor stuk actueel zijn, geeft de evaluatiecommissie in overweging ook met enige regelmaat te kiezen voor onderwerpen die slechts lokaal spelen, of gaan om hetzelfde beleid in beide gemeenten en een impact hebben op beide gemeenten. Zo voorkom je vergelijkingsproblemen zoals bij de Woningbouwopgave. Het voorkomt tevens dat het onderwerp eigenlijk te groot of te complex is om in een klein (quick scan) onderzoek te doen, zoals bij jeugdzorg. Zie verder 4.3.

Is de RKC geslaagd in haar missie om onderzoek te doen naar effectiviteit, doelmatigheid en rechtmatigheid van uitvoering van beleid? Als een onderwerp te groot is, dan is soms een vervolgonderzoek noodzakelijk (jeugdzorg) en is een waardeoordeel over de doelmatigheid en doeltreffendheid lastig te maken. Bij een operationeel of procesmatig onderzoek (digitaal gedrag) bestaat het risico dat de RKC meer een verlengde wordt van het college. Dan onderscheidt de RKC zich onvoldoende en dreigt zij eerder te fungeren als een technisch onderzoeksbureau. De meerwaarde die de RKC zo kan hebben om de raad te ondersteunen in een betere rolinvulling wordt dan kleiner. Zij slaagt lastiger in haar missie. Als achter een operationeel onderzoek de behoefte schuilgaat om het college te dwingen om openheid van zaken te geven, dan is dat een prima argument, maar het is belangrijk dat dan ook expliciet te noemen. Bij aanbevelingen die concreet geformuleerd zijn, of inhoudelijk van aard, lijkt meer debat in de raad te ontstaan. Dit heeft duidelijk een meerwaarde gehad in draagvlak en het overnemen van de aanbevelingen door de raad. Hoe meer de onderzoeksvragen en aanbevelingen waren toegespitst op de rol van de raad en hoe concreter, hoe bruikbaarder de adviezen om de kaderstellende rol van de raad te verbeteren. Geïnterviewden gaven hierbij tevens blijk van lerend vermogen.

Bij deze werkwijze slaagt de RKC in haar missie en maakt zij het verschil! Een werkwijze die navolging verdient. Om hierbij een raadslid te citeren: woningbouwopgave was een wezenlijk en belangrijk onderzoek, waarbij de aanbevelingen hebben geleid tot directe acties van de raad. Zoals meerdere geïnterviewden hebben geopperd: Hoe concreter de onderzoeksvragen -smart geformuleerd- hoe groter het effect en hoe groter het lerend vermogen dat ervan uitgaat.

7

H3 De positionering van de rekenkamer 3.1 Inleiding De specifieke wettelijke taak van rekenkamers, hun primair deskundige samenstelling en hun relatief - onafhankelijke positie geven rekenkamers een bijzonder gezag ten opzichte van de politieke organen. In het geheel van de checks and balances van een rechtsstaat bevinden de rekenkamerrapporten zich ergens tussen de feitelijke financiële rapportages van een accountant en de bindende juridische oordelen van een rechter. Dit bijzondere gezag van een rekenkamer kan de positie van de raad op verschillende manieren versterken. Bijvoorbeeld als het wordt gebruikt in het verlengde van de controlerende rol van de raad. Als (een deel van) de raad meent op een bepaalde kwestie onvoldoende zicht te hebben maar het gevoel heeft er bij het college ‘niet doorheen’ te komen, kan juist een rekenkamerrapport het gezaghebbend oordeel over de feiten vellen en zo het startpunt van een relevante politieke discussie vormen. Ook is het mogelijk dat de rekenkamer zijn onafhankelijke gezag juist gebruikt om de raad een spiegel voor te houden, bijvoorbeeld over de kwaliteit van de kaderstelling door de raad. Als een rekenkamer dat effectief doet, versterkt ook dat uiteindelijk de positie van de raad in het waarmaken van diens politieke primaat.

En denkbaar is verder dat een rekenkamerrapport de raad helpt juist zijn volksvertegenwoordigende rol beter te vervullen door bijvoorbeeld te reflecteren op de kwaliteit van de burgerparticipatie. In dit hoofdstuk analyseren we hoe de RKC zijn gezag gebruikt om het primaat van de raad en daarmee de lokale democratie te versterken. Dat is immers de functie van een rekenkamer. 3.2 Analyse / onze bevindingen De missie van de RKC, zie hoofdstuk 2, is nog sterk gericht op de wettelijke taak van de rekenkamer. Het doen van onafhankelijk onderzoek. De RKC lijkt zich meer bewust te zijn van haar taak dan van haar functie (zie toelichting H1). We zoomen in op twee belangrijke punten van interactie tussen de rekenkamer en de gemeenteraad: het verwerken van de input vanuit de fracties bij het formuleren en vaststellen van de eigen onderzoeksagenda en het opleveren van de output van de rekenkamer in de politieke arena van de gemeentepolitiek.

Onderzoeksagenda De RKC legt jaarlijks een onderzoeksagenda voor aan de raad en geeft raadsfracties de gelegenheid hierop te reageren. Dit gebeurt zowel in een formele setting van een commissievergadering als in de gesprekken per fractie die één keer per jaar plaatsvinden. Daarbij vragen de rekenkamerleden suggesties voor onderzoeken en hoe de manier van werken beter kan aansluiten bij de verwachtingen van de gemeenteraad. Er is geen gewoonte om los van deze geagendeerde momenten, fracties informeel te bevragen, te bellen, aan te spreken over onderzoeksthema’s in het verschiet, er wordt ook geen ruimte geboden voor politieke wensen. Ook niet om bijvoorbeeld specifieke kennis van een raadslid, een belangrijk politiek thema van een politieke partij beter te doorgronden. Ondanks alle gelegenheid die wordt geboden om in te spreken markeert de RKC bij de onderzoeksagenda nadrukkelijk de onafhankelijke positie. Raadsleden zouden graag méér en vaker met de RKC willen spreken over onderwerpkeuze in relatie tot hun partijpunten, maar ook in relatie tot de actualiteit en het lokaal maken van omvangrijke (container)thema’s. “Thema’s zijn nu soms slecht gekozen”, laat een raadslid vallen. “Er moet toch iets mogelijk zijn tussen zelfstandig kiezen en de relevantie vergroten?”, vraagt een ander raadslid zich af.

De RKC deinst begrijpelijkerwijs terug voor elke schijn van partijdigheid in de onafhankelijkheid van de onderwerpkeuze. Zou die schijn ongemerkt worden gewekt, dan zou immers de onafhankelijkheid van de RKC zelf in het geding komen en onderzoeksaanpakken politiek getint kunnen raken. De RKC 8

zou dan zijn bijzondere gezag ten opzichte van de politieke organen verliezen. Maar daardoor ontstaat wel een gat tussen de behoefte van de raad en het voorkomen van de schijn van afhankelijkheid van de RKC. Dit gat lijkt groter dan nodig. Burgemeester en gemeentesecretaris zouden een relevante bron kunnen zijn om te weten wat er speelt en welke invalshoek interessant is. Zelfs met deze belangrijke actoren in het krachtenveld spreekt de RKC vrij weinig, en meestal in een formele setting. En dat terwijl de RKC daar wel naar wil streven (zie de visie uit het jaarplan, H2).

Raadsagenda De RKC biedt de rekenkamerbrief met het achterliggende feitenrapport schriftelijk aan. Op dat moment gaat de reactietermijn van zes weken in voor het college. De RKC krijgt ondertussen gelegenheid in de commissie (Leiden) of informatieavond (Leiderdorp) om de bevindingen te presenteren. De inhoudelijke behandeling van het rapport vindt echter pas plaats nadat de reactietermijn van het college is verstreken. Agendering is niet alleen iets technisch, het is ook gebruik maken van je positie. De RKC is een gezaghebbend orgaan dat nadrukkelijker tijd en aandacht mag claimen van de raad. Eerst een goed gesprek, dan een politieke discussie en dan eventueel een raadsvoorstel opgesteld vanuit de griffie. Positief is dat de rekenkamerleden zelf de resultaten van het onderzoek presenteren; maar dat kan meer als ‘orgaan rekenkamer’ dat zich als zodanig in de politieke arena begeeft en minder als doorgeefluik, in het verlengde van de onderzoekers. Dit laatste maakt het orgaan rekenkamer kleurlozer dan nodig. Op die manier wordt de RKC één van de onderzoeksrapportleveranciers die de raad en het college al hele grote stapels toestuurt gedurende het jaar. Raadsleden zijn enthousiast over de bijeenkomst met beide raden en de mensen uit het veld als onderdeel van het onderzoek naar Jeugdzorg.

Bij digitale veiligheid is er een gezamenlijke presentatie geweest, waarbij de hacker kwam vertellen wat hij zoal gevonden had. Agendering van een thema is bovendien niet klaar als het rapport is besproken in een commissie of in de raad. Het is een continu proces. De RKC heeft in het gesprek aangegeven dat zij vindt dat de raad zelf verantwoordelijk is voor volgen van de aanbevelingen. De raden geven echter aan dat zij zouden willen dat de RKC hierbij helpt. Zij zoeken in de RKC een hulplijn, een onafhankelijk adviseur die hen, bij het weinige tijd, helpt om de aanbevelingen te volgen. Niet vanuit een procedure (bijlage opnemen in de P&C-cyclus), maar ‘peurend’; nabellen met de betrokken ambtenaar of bij een geagendeerd beleidsstuk toetsen of de aanbevelingen van de rekenkamer zijn verwerkt. 3.3 Conclusies en advies Op basis van de hierboven gestelde bevindingen over de positionering van de rekenkamer in het geheel van checks and balances en de lokale democratie, concluderen en adviseren wij het volgende: Naar onze waarneming lijkt de RKC zich meer bewust van haar taak om goede rapporten op te leveren dan van haar functie om het primaat van de raad en daarmee de lokale democratie te versterken.

Dat blijkt met name op de twee belangrijkste momenten van interactie tussen de RKC en de gemeenteraden van Leiden en Leiderdorp: het ophalen en verwerken van de input voor de onderzoeksagenda van de raadsleden en het bevorderen dat de output van de rekenkamer in de politieke arena de aandacht krijgt die het verdient. Op beide punten toont de RKC een voorkeur voor een formele en afstandelijke rol. Die keuze is op zich goed te begrijpen. De onafhankelijkheid van de rekenkamer is een groot goed en de desastreuze schijn van partijdigheid is maar al te gemakkelijk gewekt. Toch menen wij dat een te formele invulling van de relatie met de gemeenteraad ten koste gaat van een optimale uitoefening van de functie van een rekenkamer. Zeker een rekenkamer waar de basis op orde is en die zijn gezag al heeft gevestigd, zoals de RKC, heeft de speelruimte om op creatieve 9

manieren op meer momenten dan nu zichtbaar en aanwezig te worden voor de raad. Wees meer nadrukkelijk een adviseur voor de raad. Maak werk van een partnership met de raad zonder in te leveren op onafhankelijkheid in de uitvoering van onderzoek. Zoek raadsleden meer informeel en individueel op. Wacht niet met de formele ronde van vragen op het onderzoeksplan. Laat je niet beïnvloeden, maar wel voeden. Verwar onafhankelijkheid niet met neutraliteit. De rekenkamer heeft als orgaan een bepaalde statuur en deze RKC heeft professionele kennis en raadservaring onder haar leden. Gebruik dat. Eenzelfde oproep geldt voor de vorm van de producten van de rekenkamer. Ook daar ligt ruimte voor een rekenkamer om zijn functie te optimaliseren door vaker in de huid van een raadslid te kruipen. Zoek creatieve vormen, los van onderzoeksrapportages, om gedurende het jaar zichtbaar en van meerwaarde te blijven. Toets bijvoorbeeld aan de hand van drie concrete voorbeelden hoe het staat met burgerparticipatie. Doe een tussentijdse evaluatie van het beleidsakkoord. Geef een onafhankelijke blik op de beleidsprioriteiten voor de nieuwe begroting. Maak gebruik van burgerpeilingen, wijkonderzoeken, buurtverenigingen of andere groepen in het georganiseerd maatschappelijk middenveld.

En ten slotte laat de RKC naar de mening van de evaluatiecommissie kansen liggen om de meerwaarde van het eigen onderzoekswerk te vergroten. Streef gerichter naar aandacht voor de resultaten van het onderzoek en urgentie bij de aanbevelingen. Die rol kan ná het onderzoekswerk en na de formele bespreking; blijf als rekenkamer achter de aanbevelingen aanjagen. Dat kan in andere vormen dan onderzoeksrapportages. Bij al deze aanbevelingen realiseert de evaluatiecommissie zich dat zij niet zonder risico zijn. Een rekenkamer die zich voor de betere uitoefening van zijn functie informeler en nadrukkelijker in de politieke arena begeeft, loopt meer risico op kritiek. Een rekenkamer die in volstrekte afzondering zijn eigen onderwerpen vaststelt en de rapporten naar de raad opstuurt, loopt het risico zijn taak wel te vervullen maar zijn functie niet waar te maken. Het betreft hier dan ook een afweging die gevoelig is voor de specifieke context van een specifieke rekenkamer op een specifiek moment. Niet alle rekenkamers zullen altijd evenveel ruimte worden gelaten om op eigen gezag achter het opvolgen van de aanbevelingen aan te jagen. We bevelen dan ook niet aan dat de RKC haar voorzichtige formele opstelling ten opzichte van de gemeenteraad meteen volledig opgeeft.

Wij zien slechts ruimte om meer dan nu te letten op een optimale vervulling van de functie van een rekenkamer in de lokale checks and balances en de lokale democratie.

10

H4 Meerwaarde van de samenwerking Leiden / Leiderdorp 4.1 Inleiding Op initiatief van de raad van Leiderdorp zijn in 2017 verkennende gesprekken gestart voor een gezamenlijke rekenkamer. Tijdens de verkenning zijn de volgende punten naar voren gebracht die pleiten voor een gezamenlijke rekenkamercommissie: • De Leidse regio zoekt op diverse manieren samenwerking en een gezamenlijke rekenkamer tussen Leiden en Leiderdorp sluit op deze ontwikkeling aan; • Meer slagkracht voor de rekenkamer vanwege toename budget en aantal leden; • Meerwaarde in onderzoek, vanwege benchmark-component; • Leiden en Leiderdorp sluiten qua beleid en thema’s veel op elkaar aan en pakken zaken gezamenlijk op. Dan is het logisch dat de evaluatie van dit beleid ook gezamenlijk wordt bekeken. De RKC schrijft zelf: Het feit dat we voor Leiden en Leiderdorp onderzoek doen, geeft een mooie kans om de problematiek die de gemeentegrenzen overstijgt in kaart te brengen. Daar waar onderzoeksthema’s voor beide gemeenten van belang zijn zullen wij de onderzoeken in zijn algemeenheid voor beide gemeenten oppakken en, indien dat nuttig is, ook de gemeenten met elkaar vergelijken. In de directe omgeving van deze twee gemeenten zijn alle ‘soorten’ rekenkamers aanwezig. Zoeterwoude heeft zijn eigen rekenkamercommissie, net als Noordwijk, Den Haag en Teylingen. Hillegom en Lisse werken samen in één rekenkamer.

Wassenaar, Voorschoten, Oegstgeest en Leidschendam-Voorburg hebben sinds 2013 een gezamenlijke rekenkamer. Leiderdorp had in 2017 belangstelling om aan te sluiten bij deze rekenkamer, maar de rekenkamer WVOLV gaf toen aan met de huidige werkwijze niet nóg meer gemeenten te kunnen bedienen. Er zijn in 2017 vijf modellen vergeleken en uiteindelijk hebben de raden gekozen voor het fusiemodel: een volledige integratie van de twee rekenkamers met een gezamenlijke verordening. Dit werd de meest overzichtelijke en werkbare vorm geacht, die richting beide raden duidelijkheid schept qua kosten en verwachtingen en voldoende borgt dat beide raden bediend worden door de rekenkamer. Daarnaast paste dit model het beste bij de onafhankelijke rol van de rekenkamer, omdat de rekenkamer volledig verantwoordelijk blijft voor de werkwijze, de onderzoekskeuze en de besteding van het budget. In het raadsvoorstel van 15 november 2017 bij de totstandkoming van de gezamenlijke RKC wordt aangegeven dat de “meerwaarde in onderzoek, vanwege benchmarkcomponent” een overweging is die heeft geleid tot een gezamenlijke RKC. Ook de gedachte van meer slagkracht (budget en leden) en een gezamenlijke evaluatie van hetzelfde beleid waren belangrijke uitgangspunten. Op basis van de uitgangspunten van toentertijd, hebben wij de meerwaarde onderzocht.

4.2 Slagkracht voor de rekenkamer We hebben de slagkracht onderzocht aan de hand van het aantal leden van de rekenkamer en het toegenomen budget.

Aantal leden De RKC bestaat uit minimaal vijf en maximaal zeven door de raden benoemde leden. Idee daarachter was een praktische. De rekenkamer van Leiden bestond al uit vijf, en met Leiderdorp erbij zou het mooi zijn om tot zeven rekenkamerleden te komen. De leden van de RKC kunnen voor maximaal twee termijnen van vier jaar worden benoemd. In de praktijk blijkt deze zeven goed werkbaar en ook 11

nodig, gezien het werk dat de leden zelf er per onderzoek in stoppen; per onderzoek is een team van twee rekenkamerleden verantwoordelijk. De huidige zeven brengen veel diverse ervaringen en expertises in de RKC, inclusief raadservaring, dat de raadsleden van de twee gemeenten als waardevol ervaren. “Blijf in de werving van nieuwe leden erop letten dat een deel van de rekenkamerleden zelf raadslid is geweest, dat heeft echt meerwaarde”, benadrukte één van de raadsleden.

Budgetinzet In de aanloopfase naar de gezamenlijke Rekenkamercommissie Leiden-Leiderdorp is besloten om de jaarlijks door de raad beschikbaar gestelde budgetten van de voormalige rekenkamers te handhaven en samen te voegen: 38.000 van Leiderdorp en 63.730 van Leiden. Leiderdorp betaalt dus relatief veel, maar Leiden financiert dan weer de ambtelijk secretaris. Sinds 2020 was het budget rond de 100.000 euro per jaar. Dit is, de inwoners van Leiden en Leiderdorp bij elkaar opgeteld, ongeveer € 0,66 per inwoner. De Nederlandse Vereniging van Rekenkamers en Rekenkamercommissies (NVRR) pleit voor één euro per inwoner als uitgangspunt. In haar jaarlijkse onderzoeksplan en jaarverslag van het jaar daarvoor maakt de RKC transparant hoe en waaraan zij haar geld heeft uitgegeven. De grootste posten zijn de uitvoering van onderzoeken aan externe bureaus en de vergoeding voor de voorzitter en de leden van RKC die per vergadering een vergoeding ontvangen. De kosten van de ambtelijk secretaris worden betaald vanuit de griffie Leiden (20 uur per week). In de jaarverslagen van de RKC is te lezen dat niet elk jaar het begrote geld is opgemaakt. Het overgebleven budget is ten gunste gekomen van de reserve Rekenkamercommissie Leiden.

Reserves Bij de aanvang van de gezamenlijke rekenkamercommissie is besloten om de bestaande reserves tussen de twee gemeenten nog gescheiden te houden. Na onze evaluatie zullen de raden moeten kijken naar de berekening van het budget voor de RKC en de rol van de reserves. De reserve Rekenkamercommissie Leiden bedroeg op 1 januari 2018 € 47.230. De reserve Rekenkamercommissie Leiden bedroeg op 1 januari 2019 € 115.945 en op 1 januari 2020 € 88.609. dit is gevoed met geld van beide gemeenten. Het spaarpotje is dus flink gegroeid de afgelopen jaren. Bij het vaststellen van de Jaarstukken 2017 (RV 18.0058) heeft de Leidse gemeenteraad ervoor gezorgd dat het geld dat de beide raden beschikbaar hadden gesteld voor het werk van de rekenkamercommissie niet terug zou vloeien in de concernreserve van Leiden. De reserve van de Rekenkamer Leiderdorp vervulde een andere functie dan de reserve Rekenkamercommissie Leiden. De voormalige Rekenkamer Leiderdorp kon desgewenst een verzoek doen aan de raad van Leiderdorp om extra onderzoeksbudget ter beschikking te stellen vanuit de reserve. De RKC had een beroep kunnen doen op de reserve Rekenkamer Leiderdorp, maar hier is geen gebruik van gemaakt. De hoogte van de reserve Rekenkamer Leiderdorp is dus ongewijzigd gebleven en bedraagt op 1 januari 2021 € 50.000. De RKC heeft dus een behoorlijk spaarpotje opgebouwd.

De RKC weet de kosten voor de inzet van externe onderzoeksbureaus laag te houden en doet veel zelf, tegen een relatief lage vergadervergoeding. Leiden en Leiderdorp krijgen dus heel veel voor hun euro’s. Maar geld overhouden is geen wenselijke ontwikkeling. De RKC kan de raden voorstellen de opgebouwde reserves te mogen gebruiken voor het aanstellen van eigen onderzoekscapaciteit.

12

4.3 Meerwaarde in onderzoek vanwege benchmark en gezamenlijk beleid/uitvoering De RKC beoogt meerwaarde te genereren bij onderzoek die voor beide gemeenten relevant zijn, en tevens een gemeentelijke grens overstijgende problematiek bevatten. Leiden en Leiderdorp sluiten qua beleid en thema’s veel op elkaar aan en pakken zaken gezamenlijk op. Dan is het logisch dat de evaluatie van dit beleid ook gezamenlijk wordt bekeken. De inhoudelijke meerwaarde lijkt echter tot dusverre beperkt. Dat heeft een aantal redenen: belangstelling in elkaar en de onderzochte thema’s.

Belangstelling Uit onze evaluatie is niet veel belangstelling in elkaar gebleken. De geïnterviewden uit Leiderdorp vinden het nog wel interessant ook te lezen hoe Leiden een opgave aanpakt, en zijn ook geïnteresseerd in gezamenlijke sessies bijvoorbeeld bij de presentatie van onderzoeksresultaten of bij brainstormsessies rondom een onderzoeksonderwerp. De geïnterviewden uit Leiden tonen die belangstelling niet. Schaal is te verschillend. Leidse raadsleden zouden nog wel willen, maar ervaren het als nóg meer moeten lezen op de stapel die al hoog is en beperken zich dus tot de Leidse conclusies. Enkele raadsleden gaven aan dat samenwerking geen doel op zich is, maar een mooie bijvangst kan zijn. Uitgangspunt moet blijven: het verhogen van de kwaliteit van het debat en het verhogen van de kwaliteit van de uitvoering. Zodoende wordt een stevigere legitimatie verkregen van wat de gemeente doet.

Gezamenlijke onderwerpen De onderzoeken die gezamenlijk zijn opgepakt, gaan over grote container-onderwerpen zoals digitale veiligheid, jeugdzorg en de woningbouwopgave. Het doen van onderzoek naar grensoverstijgende en complexe materie is dan ook zonder aarzeling gelukt. Of er echter ook meerwaarde zit op de gekozen aanpak, op de inhoudelijke aanbevelingen en of er lerend vermogen voor het bestuur is gerealiseerd, hebben we onze twijfels (zie analyse H2). Het ene grote thema raakt de ene gemeente soms meer dan de ander, waardoor ze lastiger te vergelijken zijn. Dit kan komen doordat het volume substantieel andere grootheden bevat. Zo is de woningbouwopgave (alleen al in aantallen) van Leiden vele malen groter dan Leiderdorp. Ook bij het onderzoek Jeugdzorg leek het onderzoeksrapport meer de Leidse problematiek aan te stippen dan die van Leiderdorp. Zie hier ook de opmerkingen van het college tijdens de behandeling in de raad hierop. Bij onderzoeken naar gezamenlijk beleid of gezamenlijke uitvoering (digitale veiligheid) ervaren de beide raden lerend vermogen. Juist in deze onderzoeken toont zich de meerwaarde van een gezamenlijke rekenkamer. Randvoorwaardelijk hierbij is dus enige actualiteit, en het hebben van een gezamenlijke beleids- of uitvoeringsopgave. 4.4 Conclusies en adviezen Uit de gesprekken blijkt ons één ding: iedereen is blij met deze gezamenlijke rekenkamer.

Het loopt lekker, er komen geregeld onderzoeken, de kwaliteit is op niveau. Pas bij het doorvragen komen er verbetersuggesties zoals we ook in dit evaluatierapport hebben kenbaar gemaakt. Voor Leiderdorp heeft de samenwerking een grotere meerwaarde dan voor Leiden. Die halen meer uit hun euro’s dan als ze het alleen hadden moeten doen, al had dat ook gekund bij een samenwerking met Oegstgeest of Alphen aan den Rijn. De meerwaarde in gezamenlijke onderzoeken van de RKC laat zich vooral zien als er thema’s worden onderzocht die Leiden en Leiderdorp qua beleid of uitvoering exact hetzelfde hebben georganiseerd. Nu gaat de leercirkel via de rekenkamer en is daarmee indirect voor de raden. Omdat de leden van de RKC twee gemeenten bekijken, kunnen ze beter reflecteren. 13

Om de inhoudelijke meerwaarde van de gezamenlijke RKC verder te vergroten, dient de RKC toe te werken naar één rapport bij onderzoeken naar thema’s waar Leiden en Leiderdorp hetzelfde beleid of dezelfde uitvoering hebben. Door één onderzoek worden de lezers ‘gedwongen’ belangstelling in elkaar te tonen. Bij andere thema’s is er niet altijd hetzelfde lokale perspectief; dan is twee onderzoeksrapporten prima. Is het volgens de RKC dan tóch interessant om het perspectief van de andere gemeente mee te wegen, zet het dan actief in het rapport van de ander. Meer gemeenten in deze rekenkamer stoppen, raden we af; de statuur kan wellicht wat toenemen, maar je verliest de kijk op de lokale situatie en daarmee een groot deel van de meerwaarde van de lokale rekenkamer. Wat meer eigen professionele onderzoekscapaciteit dichtbij de rekenkamer organiseren, met name voor het doen van doorontwikkelonderzoeken, zou van meerwaarde kunnen zijn. Dit is al mogelijk volgens de geldende verordening. Dit zou met de griffies kunnen worden vormgegeven. Dit kan gecombineerd worden met het ambtelijk secretarisschap van de rekenkamer, of juist met andere taken bij de griffie. Immers, ook de raad heeft soms behoefte aan uitzoek- en onderzoekswerk. Gebruik die herziening dan ook om de kosten van de eigen (onderzoeks- en secretariële) ondersteuning in het rekenkamerbudget onder te brengen. Dit is transparant.

14

H5 Conclusies en aanbevelingen 5.1 Antwoord op de centrale onderzoeksvraag In deze evaluatie zijn we op zoek gegaan naar het antwoord op de centrale onderzoeksvraag: Op welke wijze kan de RKC meer waarde toevoegen als instrument voor de raad, en daarmee voor Leiden en Leiderdorp. Het antwoord op deze centrale vraag hebben we gezocht in de volgende thema’s: 1. De kwaliteit en impact van de onderzoeken 2. De positionering van de rekenkamer in het geheel van checks and balances in de lokale democratie 3. De meerwaarde van de samenwerking Leiden/Leiderdorp Ons antwoord op die centrale vraag luidt als volgt: Er staat niet voor niets een spatie tussen ‘meer’ en ‘waarde’ in de centrale onderzoeksvraag. Want de Rekenkamercommissie Leiden-Leiderdorp heeft de basis goed op orde; jaarlijks voldoende diverse onderzoeksrapporten, heldere werkwijze en waardering van de raadsleden. De RKC is een goedlopend divers team die plezier heeft in deze nevenfunctie. De leden van de RKC doen hun werk met verve voor een verhoudingsgewijs kleine geldelijke bijdrage. Uit de samenwerking tussen Leiden en Leiderdorp kunnen de RKC en de twee raden nog wat meer halen, maar is zeker de moeite waard. Ook in het gebruiken van het beschikbare onderzoeksbudget valt nog wat te verbeteren; bijvoorbeeld met eigen onderzoekscapaciteit.

Dit heeft het voordeel dat je gaandeweg het onderzoek kunt bijsturen en zodoende meer controle houdt over het effect van het resultaat. Maar een goed rapport is pas het halve werk. Immers, een rekenkamer vervult zijn democratische functie goed als hij zijn bijzondere gezag optimaal gebruikt om (de rollen van) de raad te versterken. Dat is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van raad en rekenkamer. Het is aan de raad om de specifieke deskundigheid van de rekenkamer serieus te nemen en te benutten. Maar het is aan de rekenkamer om niet alleen deugdelijke rapporten op te leveren maar ook -voor zover dat mogelijk ismet de rationaliteit van het politieke bedrijf rekening te houden en daarop in te spelen. Wij zijn ervan overtuigd dat onder de leden van de RKC voldoende politiek gevoel zit, nu nog een beetje lef om in het politieke speelveld te opereren. De Rekenkamercommissie Leiden-Leiderdorp is er namelijk niet voor zichzelf, en niet alleen voor de kwaliteit van het beleid maar uiteindelijk vooral voor het versterken van de lokale democratie. 5.2 Deelconclusies Ons antwoord op de centrale vraag baseren wij op de volgende deelconclusies:

1. De basis goed. Deze RKC heeft alle zaken goed op de rit, levert een diversiteit aan onderzoeksrapporten op en is transparant over haar aanpak en resultaten. Iedereen is blij met deze gezamenlijke rekenkamer. 2. Zeven leden is goed werkbaar en ook nodig gezien het werk dat de leden zelf er per onderzoek in stoppen. De huidige zeven brengen diverse ervaringen en expertises in de RKC, inclusief raadservaring dat door de raadsleden van de twee gemeenten als waardevol wordt ervaren. 3. De gekozen thema’s zijn goed en kunnen aan kracht winnen als ze lokaler worden en concreter. Hoe concreter de onderzoeksvragen -smart geformuleerd- hoe groter het effect en hoe groter het lerend vermogen wat ervan uitgaat. 15

4. De RKC lijkt zich meer bewust te zijn van haar taak dan van haar functie en deinst nu nog terug voor een grotere rol in het politieke speelveld. Er zit dus een gat tussen de behoefte van de raad en het vasthouden aan de onafhankelijkheid van de RKC. 5. Positief is dat de rekenkamerleden zelf de resultaten van het onderzoek presenteren. De RKC kan dat nog meer doen met de statuur van ‘het orgaan rekenkamer’. 6. De inhoudelijke meerwaarde voor samenwerking tussen Leiden en Leiderdorp lijkt tot dusverre beperkt. Dat heeft een aantal redenen: belangstelling in elkaar en de onderzochte thema’s. De meerwaarde laat zich na twee jaar vooral zien in efficiëntie in het delen van onderzoeksbudget en ambtelijke ondersteuning, én in synergie tussen de leden van de rekenkamer die met zeven leden meer diversiteit en achtergronden in zijn geledingen kan binnenhalen. 7. De RKC heeft een behoorlijk spaarpotje opgebouwd. De RKC weet de kosten voor de inzet van externe onderzoeksbureaus laag te houden en doen veel zelf, tegen de relatief lage vergadervergoeding.

5.3 Adviezen Gegeven onze conclusies, willen wij de RKC de volgende adviezen meegeven:

•

Wees dé rekenkamer; je bent meer dan een onderzoeksclub; de statuur van het orgaan rekenkamer verplicht je om je neus ergens in te steken, je oor ergens te luister te leggen en soms zelfs in de weg te lopen.

•

Wees niet te bang te politiek te worden (gevonden). Verwar onafhankelijkheid niet met neutraliteit: onafhankelijk zijn betekent niet neutraal zijn. Verwar partijpolitiek niet met politieke sensitiviteit; je adviseert de raad als geheel, maar de politieke partijen (of een belangengroepering of een groep inwoners) zijn je vehicle om je werk lokaal en relevant te maken.

•

Wees een kritische vriend van de raad; de raad schreeuwt om een extra adviseur, die kritisch is, ook op de bijdrage van de raad, die onafhankelijk is maar die ook hun partner is voor meer democratie.

•

Zoek contacten op; de meerwaarde van de rekenkamer zit juist in de werkzaamheden los van het onderzoeksrapport; gesprekken met inwoners, raadsleden, ambtenaren, burgemeester en gemeentesecretaris of het bijwonen van bewonersbijeenkomsten of raadsdebatten.

•

Speur naar de vraag achter de vraag of lokaliseer het politieke eigenaarschap van de te onderzoeken thema’s en maak daar gebruik van. Als de RKC aanvoelt welke raadsfractie zich het meest vereenzelvigd met een bepaald onderzoeksthema, en de RKC die vragen ook verwerkt in haar aanpak, dan heeft de RKC eigenlijk de ambassadeur en promotor van dat onderzoeksrapport al geregeld.

•

Stel je bij elk onderzoek de checkvraag: heb ik meer waarde toegevoegd en met dit rapport de lokale democratie verbeterd (een groep uit de samenleving een stem gegeven, een 16

vastzittende politieke discussie opengebroken, de kwaliteit van het debat verhoogd, een minderheidsstandpunt zichtbaar gemaakt etc.).

•

Ga voortaan tijdens het onderzoeksproces bij het college een bestuurlijke reactie ophalen om al in het onderzoeksrapport te verwerken; voor de raden werkt dat fijner.

•

Houd geen geld over; stop het in eigen onderzoekscapaciteit.

•

Maak elk onderzoeksrapport doorlopend relevant; een continu proces waarbij je toetst wat er met je conclusies en aanbevelingen gebeurt (bijv. door geregeld doorwerkingsonderzoeken te doen, maar ook door ambtenaren te bellen, bij andere geagendeerde onderwerpen voor de raad de raadsleden te mailen met een herinnering om één van de aanbevelingen erbij te betrekken; dit kan goed met eigen onderzoekscapaciteit).

•

Wees transparant; het is logisch dat de kosten van de ambtelijk secretaris van de RKC betaald worden uit het budget van de rekenkamer; niet van de griffie Leiden.

17

Bijlage 1: Samenstelling Evaluatiecommissie De RKC Leiden heeft in september 2020 een Evaluatiecommissie samengesteld die onafhankelijk haar onderzoek heeft uitgevoerd. Zij heeft daarbij ondersteuning gekregen van de ambtelijk secretaris van de RKC. De Evaluatiecommissie bestond uit: • Geeske Wildeman (voorzitter) • Geerten Boogaard • Annita de Bruijne Geeske Wildeman is politicoloog en gemeentesecretaris in Maasdriel en was jarenlang eigenaar van onderzoeks- en adviesbureau Necker van Naem dat veel rekenkamer- en raadsonderzoeken doet. Zij studeerde af op de onafhankelijkheid van rekenkamers toen die in opkomst waren. Zij begon haar carrière ooit als politiek verslaggever van het Leids Nieuwsblad. In Leiden was zij later enkele jaren voorzitter van de plaatselijke afdeling van de VVD. Na de verkiezingen in maart 2014 was zij voor Leiderdorp de correspondent van het project 100x100 waarbij 100 vrijwilligers 100 nieuwe gemeenteraden gingen volgen in hun inzet voor burgerparticipatie. Geerten Boogaard is in het dagelijks leven bijzonder hoogleraar decentrale overheden aan de Universiteit Leiden (Thorbecke-leerstoel). In het verleden was hij duoraadslid en raadslid in Leiden voor het CDA en ook incidenteel raadsnotulist in Leiderdorp.

Sinds 2004 zit hij in respectievelijk de commissie beroep en bezwaar van de gemeenteraad van Leiden, de bezwaarschriftencommissie volkshuisvesting van Holland Rijnland en inmiddels de Regionale bezwaarschriftencommissie. Annita de Bruijne is directeur bij de Autoriteit Persoonsgegevens in Den Haag. Hiervoor was zij werkzaam bij een waterschap en de gemeente Den Haag waar zij deels verantwoordelijk was voor de ondersteuning van de rekenkamers. Verder is zij zeven jaar voorzitter geweest van de bezwaarschriftencommissie volkshuisvesting Holland Rijnland.

18

Bijlage 2: Bronnen Onderzoeken De volgende onderzoeken hebben we voor deze evaluatie nader bestudeerd, inclusief alle aanverwante bijlagen zoals rekenkamerbrieven, persberichten en de openbare besprekingen in commissie en raad. • • • • • • •

Rekenkameronderzoek Beleidsakkoord 2014 –2018 (maart 2018, onderzoek specifiek voor Leiden; 1 aanbeveling) Toegang tot jeugdzorg Leiden en Toegang tot jeugdzorg Leiderdorp (augustus 2018, 2 onderzoeken; 2 aanbevelingen) Digitaal gedrag: Veilig en Verantwoordelijk (maart 2019, 1 onderzoeksrapport voor twee gemeenten, 1 aanbeveling voor beide gemeenten) Haalbaar maar…, de woningbouwopgaven in Leiden en Leiderdorp tot 2030 (september 2019, 1 onderzoeksrapport voor twee gemeenten; 1 aanbeveling) Signalen vertalen, onderzoek naar afhandeling van ideeën, vragen, meldingen en klachten (november 2019, onderzoek specifiek voor Leiderdorp) Quick scan sociaal domein: Zorgen over zorg Leiden en Leiderdorp (april 2020, 2 onderzoeken; 2 aanbevelingen) Bio science park; een waardevol deel van de stad (oktober 2020, onderzoek specifiek voor Leiden)

Deze hebben we nader bekeken omdat het de onderzoeken betrof die gepubliceerd waren bij de start van de evaluatiecommissie. Ook werden deze rapporten het vaakst genoemd in de gesprekken met raadsleden en andere betrokkenen. Gesprekken • • • • • • •

Afspiegeling van de gemeenteraad Leiden, 26 oktober 2020 Afspiegeling van de gemeenteraad Leiderdorp, 26 oktober 2020 De rekenkamercommissie Leiden-Leiderdorp, 10 november 2020 De griffiers Gerald van Leiden (Leiden) en Bart Rijsbergen (Leiderdorp), 11 december 2020 Burgemeester Laila Driessen (Leiderdorp), 7 januari 2021 Burgemeester Henri Lenferink (Leiden), 7 januari 2021 De gemeentesecretarissen Herman Romeijn (Leiderdorp) en Pim van Vliet (Leiden), 7 januari 2021

19

Bijlage 3: Reacties en praktische adviezen van raadsleden • •

• • • • • • •

• • • •

Onze fractie is zeer te spreken over de kwaliteit van deze RKC. De rapporten zijn duidelijk en worden ook goed toegelicht (persoonlijk en in het rapport). Enquête uitzetten na het doen van een onderzoek onder raad en ambtelijke organisatie. In die enquête vraag je naar de mening over het rekenkameronderzoek in zijn geheel, de keuze van het onderzoeksonderwerp en de bruikbaarheid van de conclusies en aanbevelingen. Organiseer een nagesprek met ambtelijk betrokkenen; wat ging goed / wat kan beter Probeer aan te sluiten bij actuele thema’s met korte, snelle onderzoeken. Zorg ervoor dat de aanbevelingen SMART zijn geformuleerd; dan kunnen we als raadsleden ze makkelijker meenemen en laten implementeren. Hoe concreter, hoe beter Zorg dat deel van de rekenkamerleden raadslid is geweest. Maak bij de aanbevelingen expliciet helder wat de rol van de raad moet of kan zijn om bij het onderwerp voortgang te boeken; dus praktischer invullen voor raadsleden. Maak periodiek helder wat de status en stand van zaken is van lopende of aangekondigde onderzoeken; toevoegen aan de strategische agenda van de raad? Adviseer de raad over de door het college ingevulde strategische agenda van de raad; geef raad een signaal over thema’s die relevant zijn, bijv. elders in het land, maar niet in de Leidse regio worden opgepakt.

Help om de aanbevelingen en voortgang daarop te bewaken (of bespreek met de griffie hoe dat beter te doen). Rekenkamer kan gebruik maken van openbare data. Hoeft niet alles opnieuw zelf te onderzoeken. Hoe dunner de rapporten hoe beter. Graag kritisch kijken naar de rol van de raad zelf. Heeft de raad zijn rol goed gepakt? Houd ons een spiegel voor!

20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10972306/1