Zienswijze 3
Tekst van het document
Stichting Achmea Rechtsbijstand Postbus 4116 7320 AC Apeldoorn Gemeente Leeuwarden
Spoorlaan 298 Tilburg
Gemeenteraad Postbus 21000
Telefoon 088 462 3700 Fax 088 462 2799 klantenservice@achmearechtsbijstand.nl www.achmearechtsbijstand.nl
8900 JA LEEUWARDEN
Verzonden per e-mail: gemeente@leeuwarden.nl Datum
Ons zaaknummer
Behandeld door
31 mei 2021
R218089480
W. Koster
Onderwerp
Uw kenmerk
088 462 37 00
zienswijze ontwerpbestemmingsplan & ontwerp
Woensdag afwezig
omgevingsvergunning ‘Stiens, Hege Herewei 2’
·
Geachte heer, mevrouw, de heer
STIENS (hierna:
cliënten), vroegen ons om juridische hulp. Voorliggende plannen Cliënten zijn het niet eens met het Ontwerpbestemmingsplan ‘Stiens, Hege Herewei 2’ en ontwerp omgevingsvergunning voor de realisatie van een appartementengebouw op het adres Hege Herewei 2 in Stiens. Cliënten wonen ten oosten van het plangebied op minder dan 50 meter afstand. Dit plan heeft voor cliënten nadelige gevolgen. Het plan is in strijd met een goede ruimtelijke ordening. Het plan tast het woongenot van cliënten aan Op de locatie is nu een woonhuis met een bedrijfsruimte gesitueerd. Er is weinig bebouwing op het perceel en de activiteiten zijn beperkt. Het plan is om de bebouwing te slopen en een woongebouw met 18 appartementen rondom een binnentuin te bouwen. Dit is in alle opzichten een grote achteruitgang voor cliënten en zal zorgen voor een aantasting van hun woongenot. Momenteel is er nagenoeg vrij uitzicht, er is weinig bebouwing en de bouwhoogte is gelimiteerd op 4 meter. Het appartementencomplex zal aan deze zijde van de woning van cliënten zicht bepalend worden. De bouwhoogte van beide vleugels bedraagt 10 meter en de zuidwestzijde is zelfs 12 meter hoog. Cliënten realiseren zich dat er geen blijvend recht is op vrij uitzicht, maar de aantasting daarvan dient wel meegenomen te worden in de belangenafweging. Dit is naar mening van cliënten onvoldoende gebeurd.
Rekeningnummer (IBAN) NL11 RABO 0101 0506 74 Kvk 41 038 571 Apeldoorn
Vervolg op de brief van
Bladnummer
31 mei 2021
2
De komst van nieuwe bewoners en de daarbij behorende verkeers-/parkeerbewegingen zullen zorgen voor grote aantasting van rust, privacy en op diverse manieren zorgen voor overlast. Er is bij de voorbereiding van beide ontwerpen nagenoeg geen aandacht besteed aan de belangen van omwonenden die door het plan worden aangetast. Er had onderzoek dienen te worden verricht naar alle gevolgen van het plan, waaronder begrepen lichthinder door koplampen, toename van verkeersbewegingen, akoestisch onderzoek naar geluidshinder die zal worden veroorzaakt richting de omgeving (door de bewoners en toename van verkeersbewegingen) en de mate van afname van de privacy. Op dit punt is het plan onzorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd. Ontbreken van planologisch gewaarborgde groenstrook Functie van de groenstrook Cliënten zijn van mening dat een goede ruimtelijke ordening in dit geval met zich meebrengt dat er tenminste een groenstrook aan de noord- en oostzijde van het plangebied moet worden aangebracht. Deze dient te waarborgen dat de privacy aantasting wordt verminderd en cliënten geen last zullen hebben van inschijnende koplampen. Deze groenstrook dient voldoende hoog te zijn, voldoende bladerdichtheid te hebben en te bestaan uit bladbehoudende beplanting.
In de bij de toelichting behorende Welstandsrichtlijnen en stedenbouwkundige randvoorwaarden Hege Hearewei in Stiens wordt hierover tenminste het volgende gezegd: “Er wordt deels wintergroene beplanting aangebracht waardoor de autoverlichting niet in de bestaande woningen zullen schijnen.” Cliënten vinden dat de groenstrook niet alleen autoverlichting moet weren, maar ook hun privacy moet verbeteren. Gewaarborgde groenstrook Op de plattegrond behorende bij de ontwerp omgevingsvergunning is weliswaar een groenstrook ingetekend. Maar op die manier is de blijvende aanwezigheid van een goed functionerende groenstrook onvoldoende gewaarborgd. Er dient een handhaafbare oprichtings- en instandhoudingsvoorwaarde in het bestemmingsplan te worden opgenomen voor een groenstrook die tenminste ter hoogte van de parkeerplaats en open stukken van de binnentuin aanwezig moet zijn. In die (al dan niet aan een beplantingsplan gekoppelde voorwaarde) dient te worden opgenomen welke hoogte de groenstrook tenminste moet hebben, uit wat
Vervolg op de brief van
Bladnummer
31 mei 2021
3
voor soort beplanting deze moet bestaan en welke mate van bladerdichtheid de groenstrook moet hebben. Archeologie Naar aanleiding van de voorgenomen plannen is er een archeologisch onderzoek uitgevoerd. De aanbeveling in dat rapport is duidelijk: “Op basis van de resultaten van het bureau- en het booronderzoek wordt de kans groot geacht dat zich binnen het plangebied, op een diepte tussen 0,25 en 2,5 m –Mv (1,08 m +NAP en 1,33 m –NAP), onverstoorde archeologische resten bevinden, specifiek betreft het terp- en stategerelateerde (gracht)resten. Geadviseerd wordt om binnen het plangebied vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. Doel van het proefsleuvenonderzoek is om onder meer de aard, omvang, datering van de archeologische resten vast te stellen en deze te documenteren.” Oftewel op de diepte waar bodemingrepen zullen plaatsvinden is er een hele grote kans dat er archeologische resten zullen worden aangetroffen. Er wordt daarom een vervolgonderzoek geadviseerd.
Maar in de toelichting behorende bij het bestemmingsplan wordt nagenoeg niet onderbouwd van dit advies afgeweken: “Vanwege de beperkte omvang van de bodemingreep en het streven archeologiesparend te bouwen, is in overleg met de gemeentelijk archeoloog gekozen om de bouwput onder archeologische begeleiding uit te graven, zodat eventuele archeologische resten gedocumenteerd kunnen worden.” Naar mening van de cliënten is de bodemingreep aanzienlijk te noemen en een streven om archeologiesparend te bouwen is niet bepaald een garantie. Er zitten potentieel belangrijke vondsten in de bodem en om tijd of kosten te besparen wordt er voor een halve maatregel gekozen. Er is geen verklaring van een deskundige toegevoegd om de afwijking van het advies te onderbouwen en deze enkele zin de toelichting is geenszins voldoende motivatie. Cliënten verzoeken u om de archeologische aspecten zorgvuldig te behandelen en niet van het advies in het deskundige rapport af te wijken. Er dient daarom alsnog een proefsleuvenonderzoek plaats te vinden.
Vervolg op de brief van
Bladnummer
31 mei 2021
4
0-meting Cliënten vrezen dat de bouwwerkzaamheden zullen zorgen voor schade aan hun woning. Cliënten begrijpen dat die kans nooit geheel kan worden uitgesloten, maar willen uiteraard niet zelf voor die schade opdraaien. Cliënten willen op deze manier aan u vragen afspraken met de vergunninghouder te maken over het uitvoeren van 0-metingen bij omwonenden. Op die manier kan eventuele schade eenvoudig worden vastgesteld en vergoed. Cliënten vragen u het bestemmingsplan niet vast te stellen In ieder geval vragen zij u rekening te houden met deze zienswijze en het plan aan te passen. Met vriendelijke groet,
W. Koster