CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

Wensen en Bedenkingen PvdD

Besluitvorming (raad) 13 september 2021, gemeente LeeuwardenBij agendapunt: Vaststellen Notitie Bouwstenen voor het ontwerp omgevingsplan Leeuwarden - Buitengebied Zuid1.528 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Wensen & Bedenkingen Pre-Omgevingsplan Leeuwarden - Buitengebied Zuid Door: Caroline de Groot Namens: Partij voor de Dieren Leeuwarden Datum: 28 april 2021 Inleiding: De fractie van de Partij voor de Dieren spreekt in de eerste plaats haar waardering uit voor het college en de ambtelijke dienst die het Pre-Omgevingsplan Leeuwarden - Buitengebied Zuid tot stand hebben gebracht. Onze fractie realiseert zich dat gemeenten, vanwege de invoering van de Omgevingswet, door de landelijke overheid met een bijna onmogelijke taak zijn opgezadeld, te weten in 9 jaar tijd de bestaande bestemmingsplannen vervangen door Omgevingsplannen. Politieke partijen, waaronder de Partij voor de Dieren, hebben in Den Haag hun zorgen uitgesproken over de gevolgen voor gemeenten die deze majeure wetgevingsoperatie met zich meebrengt. In Leeuwarden is men er niettemin in geslaagd hierin een eerste stap te zetten in de vorm van een helder geschreven, fraai en overzichtelijk vormgegeven document. Wensen en bedenkingen: De ‘wensen en bedenkingen’ van onze fractie zijn mede ingegeven vanuit het feit dat onze partij kritisch staat ten opzichte van de invoering van de Omgevingswet (althans het onverantwoord hoge tempo waarmee deze wordt ingevoerd). Cruciale vraag is of deze wet het belang van de zwaksten afdoende beschermt tegen het recht van de sterkste.

De Raad van State vreest bij deze wet voor verlies van rechtszekerheid en rechtsbescherming en waarschuwt dat onze rechtsstaat uit balans raakt. Terug naar het document: op p. 6 staan de belangrijkste actoren vermeld: enerzijds bewoners, ondernemers en grondeigenaren. Anderzijds belangengroepen en andere overheden, zoals de provincie, buurgemeenten en Wetterskip Fryslân. Omdat kwesties als stikstof- en CO2-uitstoot, klimaatadaptatie, bescherming van biodiversiteit, bescherming van kwetsbare natuurwaarden en dergelijke technisch behoorlijk complex zijn (terwijl er tegelijkertijd sprake is van grote zakelijke, agrarische belangen) pleit onze fractie er nadrukkelijk voor om ook wetenschappers in dit rijtje op te nemen. Strikt genomen is dit namelijk geen ‘belangengroep’. Gemakshalve volgen wij voor het vervolg de volgorde van de zgn. Besluitpunten: Ad 1: Onze fractie plaatst vraagtekens bij de formulering ‘flexibele’ regels. Het roept de associatie op met “de één mag iets wel, de ander niet” e.d. Hoe verhouden flexibiliteit en maatwerk zich tot rechtszekerheid van burgers? Hoe is een (bestuurs-)rechter in staat om ‘flexibele’ regels te toetsen? Hoe wordt – bot gezegd – voorkomen dat (bouw-)cowboys de vrije hand krijgen? Ad 2: Wij steunen de gekozen indeling en spreken de wens uit dat deze gehandhaafd blijft.

Ad 3: Wij onderschrijven het streven van de gemeente om ruimte te geven aan de leefbaarheid van de dorpen. In het Omgevingsplan zou tevens het streven moeten worden opgenomen om landbouwverkeer uit de dorpen te weren omdat dit de veiligheid en de leefbaarheid van de bewoners aantast. Ad 4: Bij dit punt staat opgenomen dat “woningbouw, recreatie en natuur ondergeschikt zijn aan het ondernemen van agrariërs”. Onze fractie pleit voor andere bewoordingen waarbij het woord ‘ondergeschikt’ vervalt. Wat betreft natuur: dat is geen luxe, maar noodzakelijk voor het bestaan.

De gehanteerde formulering doet ook afbreuk aan het streven van de provincie om in 2025 een natuur-inclusieve landbouw te hebben. Gedacht kan worden aan een woordkeuze als: “In beginsel is dit gebied agrarisch, waarbij – overeenkomstig de provinciale doeleinden – gestreefd wordt naar een natuur-inclusieve en circulaire landbouw.” Het is zeker niet aan te bevelen om woningbouw te noemen als zijnde ondergeschikt aan agrarisch ondernemen, nu er, ook landelijk, een trend is ingezet om kritisch te kijken naar de grondverdeling in ons land. Alles lijkt erop te wijzen dat landbouwgrond in omvang moet inleveren ten behoeve van woningbouw teneinde de woningnood te lenigen. Onze fractie bepleit het schrappen van het telen van houtgewassen voor energieopwekking. Biomassa-verbranding levert geen groene energie op en de gemeente zou moeten afzien van biomassacentrales. Aanplant van bomen ten behoeve van beschutting van vee (of zelfs bebouwing met ditzelfde doel) vindt onze fractie wel legitiem. Tenslotte vinden wij dat van de gekozen tekst de suggestie uitgaat dat – anders dan in het veenweidegebied - uitbreiding van veehouderijen ongelimiteerd mogelijk is.

Onze fractie vindt dat ongewenst, onder verwijzing naar de bestaande problematiek rond veeteelt (mestoverschot, stikstofdepositie, CO2-uitstoot, aantasting biodiversiteit, stalbranden, gevaar voor het ontstaan van zoönosen en dergelijke). Wij pleiten voor rechterlijk toetsbare normering op dit punt, waarbij vermoedelijk de sturing vanuit de provincie of Den Haag onontbeerlijk is. Ad 5: Wij onderschrijven dit besluitpunt en spreken de wens uit dat het college bestand is tegen de druk vanuit de agrarische sector. Hoe begrijpelijk ook vanuit menselijk perspectief: de genoemde koersverandering is nodig en de urgentie van het klimaatprobleem is dermate groot, dat ieder uitstel onwenselijk is. Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) heeft voor de aanpak van het veenweidegebied 100 miljoen euro beschikbaar gesteld in het kader van het Klimaatakkoord. Dat geld dient onder meer te worden besteed aan financiële genoegdoening voor de betreffende agrariërs. Een opmerking terzijde: recent is opnieuw in de media belicht dat tropische oerwouden gekapt worden ten behoeve van soja voor de (ook Nederlandse) veesector. Het kappen van bossen zorgt voor een toename van het CO2-gehalte in de atmosfeer (en is dus funest voor de opwarming van de aarde).

De melkveehouderijsector zelf, die nu zo ageert tegen het voorgenomen uitbreidingsverbod, is op zijn beurt ook direct debet aan de productie van methaan, een gas dat vele malen schadelijker is voor het klimaat dan CO2. Onze fractie vindt de rem op uitbreidingsmogelijkheden van stallen en veestapels een mooie eerste stap. Ad 6: Met instemming lezen wij dat hier wordt benadrukt dat de natuur beschermd moet worden. Toch vrezen wij discussie – ook in bestuursrechtelijke procedures – over de formulering ‘onomkeerbare negatieve gevolgen’. Liever zien wij het woord ‘onomkeerbare’ geschrapt. Negatieve gevolgen voor de natuur zijn immers al kwalijk genoeg, ook als die eventueel nog te herstellen zijn. Bijvoorbeeld: racen op het water (bijv. door waterscooters) in de Alde Feanen kan schadelijk zijn voor watervogels, maar deze schade hoeft niet ‘onomkeerbaar’ te zijn. Onze fractie vindt een striktere formulering hier dus op zijn plaats. Ad 7: Dat de gemeente zich gaat inzetten voor een ‘positieve gezondheid’ van burgers klinkt goed, maar is ook vatbaar voor discussie. [Tussen haakjes: zo is er ook internationaal steeds meer kritiek op de zgn. Schijf van Vijf, waarmee veel mensen van jongs af aan zijn opgegroeid. Of zuivel en/of vlees werkelijk zo gezond zijn is nog maar de vraag.

En landbouwgif, oftewel ‘gewasbeschermingsmiddelen’ die volgens de agrarische sector broodnodig en ongevaarlijk zijn, blijkt steeds vaker schadelijk voor de volksgezondheid te zijn. Een ‘groene’ leefomgeving schijnt daarentegen juist bevorderlijk te zijn voor het welbevinden en gezondheid van mensen.] Onze fractie wenst op dit punt als toevoeging dat hierbij de meest recente, gezaghebbende inzichten uit de wetenschap leidend moeten zijn.

Ad 8: Het is absoluut noodzakelijk dat nader omschreven wordt op welke wijze participatie moet plaats vinden en wat de waarde ervan is. Het valt te verwachten dat een ondernemer, die in sociaal opzicht een belangrijke partij is (bijv. doordat hij het dorpsfeest in ruime mate sponsort of lokaal goed is voor de werkgelegenheid) op weinig weerstand zal stuiten bij een participatietraject voor een vergunningsplichtig plan. Dat biedt geen garantie dat het plan ook daadwerkelijk wenselijk is voor de omgeving. Onze fractie is op zichzelf een voorstander van participatie, maar waarschuwt voor een eventuele ‘lobbycratie’ waardoor gerechtvaardigde belangen onder druk komen te staan. Ad 9 en 10: Op zichzelf prima besluitpunten met dien verstande dat onze fractie ervoor pleit om ten aanzien van de punten duurzaamheid, klimaatadaptatie en biodiversiteit harde en juridisch toetsbare en handhaafbare regels op te nemen in plaats van slechts een nobel, doch vrijblijvend streven. Ad 11: Akkoord. Ad 12: Onze fractie pleit voor een positievere insteek van dit besluitpunt, bijvoorbeeld als volgt: “In de gemeente Leeuwarden wordt op dit moment ruimschoots voldaan aan de landelijke normering voor stikstofoxide en fijnstof. Dit willen we graag zo houden.

Om gezondheidsredenen zal daarom voortdurend kritisch gekeken worden naar ontwikkelingen die (in betekenende mate) een negatief effect hebben op de luchtkwaliteit, rekening houdend met voortschrijdend wetenschappelijk inzicht op dit gebied.” Ad 13, 14, 15 en 16: Akkoord. Ad 17: “De Omgevingswet biedt mogelijkheden om regels te stellen en maatregelen te treffen voor de bescherming van de natuur,” lezen we in deze paragraaf. Onze fractie pleit ervoor om deze mogelijkheden ten volle te benutten. We juichen een breed ecologisch onderzoek toe, waarbij de planten en dieren in een gebied in kaart worden gebracht. Een dergelijk onderzoek biedt ook een basis voor de beoordeling van vergunningsplichtige plannen. Ad 18: Akkoord. Ad 19: Prima besluitpunt waarbij onze fractie opnieuw pleit voor het stellen van objectieve (toetsbare) normen, aangezien ‘hinder’ en ‘verstoring’ ook een subjectief element bevat. Ad 20-22: Akkoord. Tenslotte: -

-

waar in de tabellen sprake is van de noodzaak van een ‘breed toetsingskader’ zullen – naar wij aannemen – de criteria voor die toetsing nog worden geformuleerd. Wij pleiten ervoor om onder andere begrippen als natuurinclusiviteit en klimaatneutraliteit als positieve toetsingscriteria te hanteren. de fractie van de Partij voor de Dieren schaart zich (uiteraard!) volledig achter de navolgende zinsnede bij het gebiedstype ‘Veenweide’: “De volgende agrarische functies worden uitgesloten: nieuwe intensieve veehouderijen, nieuwe geitenhouderijen en kassencomplexen.” We raden aan om het begrip ‘intensieve veehouderij’ nader te definiëren om discussies hierover uit te sluiten.

Caroline de Groot PvdD Leeuwarden

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=9e57e5f5-3b80-4ac1-a07c-00bed02c3c92