CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

Uitspraak beroep RetailPlan B.V.

Besluitvorming (raad) 25 januari 2023, gemeente LeeuwardenBij agendapunt: Raadsvoorstel Afwijzing verzoek herziening bestemmingsplan Leeuwarden - Industrieterrein Leeuwarden Oost en de Hemrik1.315 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raad

vanState

Afdeling bestuursrechtspraak

Pagina 1 van 1

College van burgemeester en wethouders van Leeuwarden Postbus 21000 8900 JA LEEUWARDEN

Datum

Ons nummer

10 november 2022

202205701/1/R3

Uw kenmerk

Inlichtingen

Onderwerp

Mw. F. Sardar 070-4264542

Leeuwarden beroepen uitblijven besluit

Procedure

Beroep

Geachte heer/mevrouw.

In bovengenoemde procedure heeft de Afdeling uitspraak gedaan. De procedure is daarmee beëindigd. Een kopie van deze uitspraak treft u hierbij aan.

Aangezien dit bericht geautomatiseerd is aangemaakt, is dit niet ondertekend. Hoogachtend, de griffier

3931540(CA0)

Postbus 20019 - 2500 EA Den Haag -T 070 426 44 26 - F 070 365 13 80 - www.raadvanstate.nl Bij correspondentie de datum en het nummer van deze brief vermelden

I

Raad

vanState 202205701/1/R3. Datum uitspraak: 10 november 2022

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) in het geding tussen:

RetailPlan B.V., gevestigd te Drachten, gemeente Smallingerland, appellante. en

de raad van de gemeente Leeuwarden, verweerder.

I

202205701/I/R3

2

10 november 2022

Procesverloop

RetailPlan B.V. heeft op 22 september 2022 beroep ingesteld tegen het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag van 30 juli 2021 tot herziening van het bestemmingsplan "Leeuwarden Industrieterrein Leeuwarden Oost en de Hemrik".

De raad heeft een verweerschrift ingediend. De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

Overwegingen 1. Artikel 1:3, derde lid, van de Awb luidt: "Onder aanvraag wordt verstaan: een verzoek van een belanghebbende een besluit te nemen." Artikel 3:10, derde lid, luidt: "Afdeling 4.1.1 is mede van toepassing op andere besluiten dan beschikkingen, indien deze op aanvraag worden genomen en voorbereid overeenkomstig deze afdeling. Artikel 4:5, eerste lid, aanhef en onder c, luidt: "Het bestuursorgaan kan besluiten de aanvraag niet te behandelen, indien de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen een door het bestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen."

2. Bij brief van 30 juli 2021 heeft RetailPlan B.V. namens de eigenaren van de percelen op en rond de detailhandelslocatie Avondsterweg/Planetenlaan een verzoek ingediend om het bestemmingsplan "Leeuwarden - Industrieterrein Leeuwarden Oost en de Hemrik" zodanig aan te passen dat op deze locatie een winkelcentrum mogelijk is met een branchering die vergelijkbaar is met andere perifere detailhandelslocaties zoals De Centrale en het WTC-project waarin ook supermarkten worden toegestaan. De raad stelt zich op het standpunt dat dit verzoek niet kan worden aangemerkt als een aanvraag als bedoeld in artikel 1:3, derde lid, van de Awb, omdat RetailPlan B.V. zelf geen eigenaar is en daarom geen rechtstreeks belang heeft bij het verzoek. De raad miskent daarmee dat RetailPlan B.V. het verzoek namens de voornoemde eigenaren heeft ingediend. Het verzoek moet daarom worden aangemerkt als een aanvraag. 3. Onder verwijzing naar haar uitspraak van 4 juni 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BN4062, overweegt de Afdeling dat bij een aanvraag om vaststelling of herziening van een bestemmingsplan niet op voorhand duidelijk of ten aanzien van het reële besluit afdeling 3.4 van de Awb van toepassing is.

De Afdeling is van oordeel dat in een geval als dit, waarin niet kan worden vastgesteld of afdeling 3.4 van de Awb van toepassing is, de beslistermijn geacht moet worden te zijn overschreden indien het bevoegd gezag binnen 14 weken na ontvangst van de aanvraag geen definitief besluit heeft genomen en evenmin een ontwerp van een besluit ter inzage heeft

gelegd.

■

202205701/I/R3

3

10 november 2022

4. De aanvraag van RetailPlan B.V. is op 2 augustus 2021 door de raad ontvangen. De raad heeft niet binnen 14 weken na ontvangst van de aanvraag een besluit genomen noch een ontwerp van een besluit ter inzage gelegd. De raad heeft dan ook niet tijdig een besluit genomen. Voor zover de raad betoogt dat de aanvraag onvoldoende concreet is om een beslissing te kunnen nemen, wat daar ook van zij, ontsloeg dat de raad niet van de plicht om tijdig een besluit op de aanvraag te nemen. De Afdeling wijst in dit verband op artikel 4:5, eerste lid, aanhef en onder c, van de Awb. De raad had de aanvragers binnen 14 weken na ontvangst van de aanvraag in de gelegenheid kunnen stellen om deze aan te vullen, maar dit heeft hij niet gedaan en evenmin heeft hij binnen die termijn besloten de aanvraag niet te behandelen.

5. Verder heeft de raad niet binnen twee weken nadat hij bij brief van 2 augustus 2022 in gebreke is gesteld, alsnog een besluit genomen dan wel een ontwerp van een besluit ter inzage gelegd. 6. Het beroep is kennelijk gegrond, zodat het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit moet worden vernietigd. 7. De raad dient op grond van artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb een afwijzend besluit naar aanleiding van de aanvraag van RetailPlan B.V. te nemen en dit bekend te maken dan wel alsnog een ontwerp van een besluit ter inzage te leggen. De Afdeling zal daartoe een termijn stellen, waarbij rekening wordt gehouden met de geplande raadsvergaderingen.

8. De Afdeling bepaalt voorts met toepassing van artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb dat de raad een dwangsom verbeurt voor iedere dag dat de raad in gebreke blijft de uitspraak na te leven.

9.

De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.

«

202205701/I/R3

10 november 2022

4

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I.

III.

IV.

V.

verklaart het beroep gegrond; vernietigt het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit door de raad van de gemeente Leeuwarden op de aanvraag van RetailPlan B.V. van 30 juli 2021 tot herziening van het bestemmingsplan "Leeuwarden - Industrieterrein Leeuwarden Oost en de Hemrik"; draagt de raad van de gemeente Leeuwarden op om binnen zes weken na verzending van deze uitspraak een besluit te nemen inhoudende een afwijzing van de aanvraag en dit bekend te maken dan wel om binnen zes weken na verzending van deze uitspraak een ontwerpbesluit ter inzage te leggen dat geheel of gedeeltelijk een inwilliging van de aanvraag inhoudt; bij het ter inzage leggen van een ontwerpbesluit dient de raad van de gemeente Leeuwarden binnen twee weken na afloop van de termijn van terinzagelegging een besluit te nemen en dit vervolgens op de wettelijk voorgeschreven wijze en binnen de daarvoor geldende termijn bekend te maken; bepaalt dat de raad van de gemeente Leeuwarden aan RetailPlan B.V. een dwangsom verbeurt voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, waarbij de hoogte van de dwangsom € 100,00 bedraagt, met een maximum van € 15.000,00; gelast dat de raad van de gemeente Leeuwarden aan RetailPlan B.V. het door haar voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 365,00 vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. H.C.P. Venema, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.I.Y. Lap, griffier.

w.g. Venema lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Lap griffier

Uitgesproken in het openbaar op 10 november 2022

288-1029 Verzonden; 10 november 2022

«I

r

202205701/1/R3

5

10 november 2022

Tegen deze uitspraak kan verzet worden gedaan bij de Afdeling (artikel 8:55

van de Awb). - Verzet moet schriftelijk en binnen zes weken na verzending van deze -

uitspraak worden gedaan. In het verzetschrift moeten de redenen worden vermeld waarom de indiener het niet eens is met wat er in deze uitspraak staat. Als de indiener over het verzet door de Afdeling wil worden gehoord, moet dit in het verzetschrift worden gevraagd. De zitting gaat dan alleen over de redenen waarom u het niet eens bent met de uitspraak waartegen

uw verzet is gericht.

F t

»•

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=e93f4af3-12f8-4883-81c6-d9a240d08edf