Trends in Beeld Gemeente Leeuwarden 2022
Tekst van het document
Gemeente Leeuwarden
Trends in Beeld 2022 Leeuwarden in cijfers, grafieken en kaarten
Rapportage, Statistiek & Onderzoek - Gemeente Leeuwarden 11 mei 2022 Julien Cagnart Michelle Melens Jaap Stuiver Ettje Tigchelaar 1
Trends in Beeld 2022 Inleiding In dit rapport vindt u de actuele (trend-)gegevens over de gemeente Leeuwarden tot en met het jaar 2021. Dit rapport is gemaakt om inzicht te verkrijgen in trends op de hoofdlijnen die te maken hebben met vrijwel alle gemeentelijke beleidsvelden. Deels als basis en motivatie voor nieuw beleid, deels om te zien wat werkt en wat (nog) niet werkt aan beleidsinterventies. Ook kan het inzicht verschaffen op elkaar tegenwerkende situaties of bewegingen, waardoor de gemeentelijke beleidsinspanningen mogelijk worden overtroffen of teniet gedaan. Zoals de coronacrisis veel doelstellingen en verwachtingen overhoopgegooid heeft. De grafieken in deze rapportage zijn vooral bedoeld om signalerend te zijn; indien bekend, is een korte verklaring gegeven van ontwikkelingen. Vanwege de grote variatie in onderwerpen is het aan te bevelen om per onderwerp een inhoudelijk deskundige te raadplegen als meer informatie, een verdere verklaring of uitleg over een opgetreden trendbreuk nodig is.
Overzicht van de onderwerpen: Hoofdstuk 1 - Algemene trends Hoofdstuk 2 - Cultuur Hoofdstuk 3 - Sport Hoofdstuk 4 - Jeugd & Onderwijs Hoofdstuk 5 - Sociaal Maatschappelijke Ontwikkeling Hoofdstuk 6 - Werk & Inkomen Hoofdstuk 7 - Economie & Toerisme Hoofdstuk 8 - Wonen & Milieu Hoofdstuk 9 - Infrastructuur & Mobiliteit Hoofdstuk 10 - Beheer & Leefomgeving Hoofdstuk 11 - Veiligheid, Openbare Orde & Handhaving Hoofdstuk 12 - Bestuur & Middelen Naast landelijke bronnen (zoals CBS, werkgelegenheidsregisters etc.) zijn ook gemeentelijke bronnen gebruikt (bijvoorbeeld wijk- en dorpsenquêtes, WMO-data en het BRP). Alle grafieken en tabellen zijn voorzien van een korte toelichting. Onderstaand een korte omschrijving van de meest opvallende aspecten, inclusief een achtergrondschets welke van belang is voor de juiste interpretatie van de gegevens.
Achtergrond bij de interpretatie van de gegevens Gemeente Leeuwarden is een gemeente waarvan het inwonertal jaarlijks met zo’n 500-600 inwoners toeneemt. Door de twee herindelingen in 2014 en 2018 kwamen er zo’n 24.000 extra inwoners bij. Deze herindelingen werken door in de cijfers, waarmee bij de interpretatie van de resultaten rekening gehouden moet worden. Bijvoorbeeld op het gebied van overlast: op het platteland is er minder overlast van burengerucht, omdat er op het platteland relatief meer vrijstaande woningen staan. Een andere trend is de toenemende vergrijzing. De komende 20 jaar gaat vooral het aantal (en aandeel) 65-plussers toenemen en het aantal 20 tot 64-jarigen afnemen. De toenemende vergrijzing heeft gevolgen voor oordelen over de leefomgeving, de gewenste voorzieningen en het gebruik daarvan.
2
Eveneens spelen de woon- en coronacrisis een rol. Zo heeft gemeente Leeuwarden sinds 2020 voor het eerst in jaren een positief migratiesaldo met overig Nederland (exclusief Friesland). Vanaf 2018 was hier al iets van een kentering zichtbaar. Wellicht speelt de krapte op de woningmarkt/ wooncrisis hierin een rol, omdat deze krapte zich in de Randstad eerder liet voelen. Op economisch gebied (bijvoorbeeld: banengroei en afname werkloosheid/bijstandsgerechtigden) zijn de laatste jaren goed geweest. Na een periode van sterke banenkrimp tussen 2008 en 2015 van ruim 4.000, kwamen er tussen 2015 en 2021 6.400 banen bij! De daling van het aantal bijstandsgerechtigden zette wat later in dan in Nederland. De coronacrisis zorgde onder andere voor een dalende bezetting van binnenstadsparkeergarages en minder vrijetijdsbezoeken in 2020 en 2021. Tenslotte is het goed om te realiseren dat Leeuwarden een studentenstad is. Bij veel wijk- en dorpsenquête uitkomsten zit als achterliggend gegeven dat veel ‘aandachtswijken’ zowel veel studentenhuishoudens tellen als bijstandshuishoudens, twee verschillende groepen in één wijk. Waarbij de studenten vaak blijk geven van een optimistisch toekomstbeeld. Gemeente Leeuwarden heeft vanwege haar opleidingsfunctie/hbo-stad structureel een positief migratiesaldo van 15 t/m 19jarigen, voornamelijk studenten dus.
Op iets oudere leeftijd vertrekt een deel van deze groep weer. Maar zoals het zich nu laat aanzien, door een betere arbeidsmarkt en woningschaarste elders, wellicht minder dan voorheen. Het migratiesaldo van 20 tot en met 25 jarigen is in ieder geval positief geworden, het negatieve migratiesaldo bij 25 tot 45 jarigen een stuk kleiner.
3
Inhoud Trends in Beeld 2022 ........................................................................................................................... 2 Inleiding ............................................................................................................................................... 2 Achtergrond bij de interpretatie van de gegevens .............................................................................. 2 Hoofdstuk 1 - Algemene trends .......................................................................................................... 9 1.1 Ontwikkeling inwonersaantal .................................................................................................. 9 1.2
Prognose groene en grijze druk totale bevolking.................................................................... 9
1.3
Migratiesaldo......................................................................................................................... 10
1.4
Migratiesaldo naar leeftijdsgroep ......................................................................................... 10
1.5
Positie Woonaantrekkelijkheidsindex en Sociaal Economische Index .................................. 11
1.6
Samenstellende elementen positie Woonaantrekkelijkheidsindex ...................................... 11
1.7
Samenstellende elementen positie Sociaal Economische Index ........................................... 12
1.8
Rang per onderdeel op Atlas voor Gemeente ....................................................................... 13
Hoofdstuk 2 - Cultuur ........................................................................................................................ 14 2.1 Aantal banen (15 uur of meer) in bedrijfsklasse kunst ......................................................... 14 2.2
Aantal vestigingen in bedrijfsklasse kunst............................................................................. 14
2.3
Bezoekersaantallen musea.................................................................................................... 15
2.4
Deelname van volwassenen aan kunstzinnige activiteiten ................................................... 16
2.5
Deelname kinderen aan kunstzinnige activiteiten ................................................................ 16
2.6
Bekendheid Kunstkade .......................................................................................................... 18
2.7
Zelf beoefenen kunstzinnige activiteiten, gemiddelde ......................................................... 19
Hoofdstuk 3 - Sport ........................................................................................................................... 20 3.1 Gebruik van gemeentelijke zaalaccommodaties (in uren) .................................................... 20 3.2
Gebruik van gemeentelijke sportaccommodaties (in uren) .................................................. 20
3.3
Aantal bezoeken zwembaden ............................................................................................... 21
3.4
Voldoende mogelijkheid om in woonomgeving te bewegen (%) - volwassenen.................. 21
3.5
Voldoende mogelijkheid om in de omgeving te bewegen - kinderen .................................. 23
Hoofdstuk 4 - Jeugd & Onderwijs ...................................................................................................... 24 4.1 Ontwikkelingen leerlingen (speciaal) basisonderwijs ........................................................... 24 4.2
Ontwikkeling aantal hbo-studenten tegenover 17 t/m 24-jarigen ....................................... 25
4.3
Aantal bo-, vo- en mbo-leerlingen en hbo- en wo-studenten .............................................. 25
4.4
Aantal leerlingen voortgezet onderwijs ................................................................................ 26
4.5
Prognose aantal leerlingen voortgezet onderwijs................................................................. 26
4.6
Geïndexeerde prognose aantal leerlingen voortgezet onderwijs ......................................... 27
4.7
Aantal wo-studenten ............................................................................................................. 27
4.8
Aantal hbo-studenten ........................................................................................................... 28
4.9
Aantallen Jeugdhulp per leeftijdsgroep ................................................................................ 29
4.10
Jeugdhulp: hoofdcategorieën en looptijd ............................................................................. 30
Hoofdstuk 5 - Sociaal Maatschappelijke Ontwikkeling ..................................................................... 31 4
5.1
Geluksgevoel naar wijk .......................................................................................................... 31
5.2
Goede gezondheid naar wijk ................................................................................................. 32
5.3
Eenzaamheid ......................................................................................................................... 33
5.4
Gevoel van eenzaamheid naar belangrijkste inkomstenbron ............................................... 33
5.5
Weten waar men terecht kan voor WMO, ontmoeten, vrijwilligerswerk ............................ 34
5.6
Bekendheid met dorps- en/of buurtkamers ......................................................................... 34
5.7
Inzetten voor wijk/dorp......................................................................................................... 35
5.8
(Mentale) gezondheid en verslechtering door Coronacrisis per wijk ................................... 36
5.9
Aantal personen met een maatwerkarrangement (WMO) per 1.000 inwoners .................. 37
5.10
Gemeentelijke uitgaven WMO-maatwerkvoorzieningen, vergelijking ................................. 38
5.11
Gemeentelijke uitgaven WMO-maatwerkvoorzieningen, trend........................................... 39
5.12
Aantal WMO-cliënten ............................................................................................................ 40
5.13
ZIN: aantal cliënten per categorie en looptijd....................................................................... 41
5.14
PGB: aantal WMO-cliënten per productgroep en looptijd.................................................... 42
5.15
Moeite met rondkomen ........................................................................................................ 43
Hoofdstuk 6 - Werk & Inkomen......................................................................................................... 44 6.1 Geïndexeerde aantallen in het kader van Wet Werk en Bijstand (WWB) ............................ 44 6.2
Personen met een bijstandsuitkering ................................................................................... 44
6.3
Openstaande fraudevorderingen .......................................................................................... 45
6.4
Geïndexeerde openstaande vorderingen ............................................................................. 45
6.5
Openstaande verhaalvorderingen......................................................................................... 46
6.6
Vermogen van huishoudens .................................................................................................. 46
6.7
Gestandaardiseerd inkomen van particuliere huishoudens naar 20%-groep....................... 47
6.8
Gemiddelde vermogen van huishoudens naar woningeigendom ........................................ 47
6.9
Gemiddelde vermogen van huishoudens naar inkomstenbron ............................................ 48
6.10
Geïndexeerd gemiddeld vermogen van huishoudens naar inkomstenbron ......................... 48
6.11
Gemiddeld besteedbaar huishoudinkomen volgens eigen opgave ...................................... 49
6.12
Rond kunnen komen van het huishoudinkomen .................................................................. 49
6.13
Voornaamste bron van inkomen volgens eigen opgave ....................................................... 50
6.14
Gemeentelijke woonlasten één- en meerpersoonshuishoudens ......................................... 51
Hoofdstuk 7 - Economie & Toerisme................................................................................................. 52 7.1 Geïndexeerde werkgelegenheid gemeente Leeuwarden, Friesland en Nederland .............. 52 7.2
Ontwikkeling aantal banen (15 uur per week of meer) ........................................................ 52
7.3
Omvang werkgelegenheid naar sectoren ............................................................................. 53
7.4
Geïndexeerd aantal bedrijfsvestigingen ................................................................................ 54
7.5
Totaal aantal banen en bedrijven watertechnologie ............................................................ 55
7.6
Werkzame beroepsbevolking naar onderwijsniveau ............................................................ 56
7.7
Aantal elektrische voertuigen ............................................................................................... 56 5
7.8
Ontwikkeling leegstaande winkels kernwinkelstraten Binnenstad Leeuwarden.................. 57
7.9
Ontwikkeling aantal panden met functie winkel .................................................................. 57
7.10
Functieveranderingen in de hele Binnenstad, aantal panden .............................................. 58
7.11
Aantal overnachtingen in Friesland ....................................................................................... 58
7.12
Aantal overnachtingen in Friesland vanuit Europa ............................................................... 59
7.13
Geïndexeerd aantal overnachtingen in Friesland en Nederland........................................... 59
7.14
Aantal hotelovernachtingen in Friesland .............................................................................. 60
7.15
Geïndexeerd aantal hotelovernachtingen in Friesland en Nederland .................................. 60
7.16
Aantal overnachtingen Friesland naar logiesvorm................................................................ 61
7.17
Herkomst vrije tijdsbezoekers Leeuwarden .......................................................................... 61
7.18
Aantal vrijetijdsbezoeken per 1000 inwoners ....................................................................... 62
7.19
Hoofdreden voor bezoek Leeuwarden.................................................................................. 62
7.20
Ondernomen activiteiten in Leeuwarden ............................................................................. 63
7.21
Aantal vrijetijdsbezoekers en bezoeken Leeuwarden ........................................................... 63
Hoofdstuk 8 - Wonen & Milieu.......................................................................................................... 64 8.1 Verandering woningvoorraad ............................................................................................... 64 8.2
Percentage groei woningvoorraad ten opzichte van bestaande voorraad ........................... 64
8.3
Verleende bouwvergunningen woningen in grote (en Friese) gemeenten .......................... 65
8.4
Verleende bouwvergunningen woningen naar eigendom.................................................... 65
8.5
Ontwikkeling aantal bewoners nieuwbouwbuurten ............................................................. 66
8.6
Gemiddelde verkoopprijs gemeente Leeuwarden, Friesland en Nederland ........................ 66
8.7
Gemiddelde WOZ-waarde gemeente Leeuwarden, Friesland en Nederland ....................... 67
8.8
Koopwoningen op Funda in stad Leeuwarden en stad Groningen ....................................... 67
8.9
Koopwoningen op Funda naar prijsklasse stad Leeuwarden ................................................ 68
8.10
Bekende energielabels woningen ......................................................................................... 68
8.11
Maandelijkse energiekosten naar woningtype ..................................................................... 69
8.12
Gemiddeld gasverbruik woningen......................................................................................... 69
8.13
Gemiddeld elektriciteitsverbruik woningen .......................................................................... 70
8.14
Geleverd gas en elektriciteit aan alle bedrijfstakken ............................................................ 71
8.15
CO2 uitstoot .......................................................................................................................... 71
8.16
Opgewekte zonne-energie per inwoner ............................................................................... 72
8.17
Afvalstoffenheffing per huishouden in euro's ....................................................................... 72
8.18
Huishoudelijk afval in kg per inwoner naar soort ................................................................. 73
8.19
Maatregelen tegen gevolgen klimaatverandering ................................................................ 73
8.20
Goede woningisolatie volgens bewoners per wijk ................................................................ 74
8.21
Bewoners die stadswarmte hebben en of willen per wijk .................................................... 75
8.22
Gemiddelde woningtemperatuur 30 graden of meer bij hittegolf per wijk ......................... 76
8.23
Hoe vaak hinder door zaken die door het weer komen ........................................................ 77 6
8.24
Te koud huis per wijk............................................................................................................. 78
8.25
Een te natte tuin per wijk ...................................................................................................... 79
8.26
Ergeren aan slecht onderhoud van tuinen/huizen................................................................ 80
Hoofdstuk 9 - Infrastructuur & Mobiliteit ......................................................................................... 81 9.1 Aantal geparkeerde auto's in de zes Leeuwarder parkeergarages ....................................... 81 9.2
Straatparkeren in en rond Binnenstad .................................................................................. 81
9.3
Kort parkeren zes parkeergarages en parkeren in en rond de binnenstad .......................... 82
9.4
Kort parkeren zes parkeergarages en parkeren in en rond de binnenstad .......................... 82
9.5
Aantal gestalde (brom-)fietsen in fietsenstallingen .............................................................. 83
9.6
Voornaamste vervoersmiddel vrijetijdsbezoekers diverse steden ....................................... 83
9.7
Verkeersergernissen .............................................................................................................. 84
9.8
Verkeersergernissen, hardrijden per wijk ............................................................................. 85
9.9
Verkeerergernissen, te weinig parkeerplaatsen ................................................................... 86
9.10
Verkeerergernissen, parkeeroverlast per wijk ...................................................................... 87
9.11
Verkeerergernissen, doorgaand en sluipverkeer .................................................................. 88
9.12
Verkeerergernissen, lawaai van verkeer ............................................................................... 89
9.13
Verkeerergernissen, verkeerd gestalde fietsen/scooters ..................................................... 90
Hoofdstuk 10 - Beheer & Leefomgeving ........................................................................................... 91 10.1 Saldo voor-/achteruitgang de afgelopen jaren per wijk of dorp........................................... 91 10.2
Oordeel inwoners vooruitgang van wijk of dorp in het afgelopen jaar ................................ 92
10.3
Top 5 van categorieën meldingen over openbare ruimte .................................................... 92
10.4
Ergernissen in de woonomgeving, deel 1.............................................................................. 93
10.5
Ergernissen in de woonomgeving, deel 2.............................................................................. 93
10.6
Ergernissen in de woonomgeving, deel 3.............................................................................. 94
10.7
Ergernissen in de woonomgeving, deel 4.............................................................................. 94
10.8
Percentage vaak ergeren rondslingerend vuil....................................................................... 95
10.9
Percentage vaak ergeren onkruid op verharding .................................................................. 96
10.10
Percentage vaak ergeren lawaai van buren ...................................................................... 97
10.11
Percentage vaak ergeren slecht onderhoud tuinen en woningen .................................... 98
10.12
Oordeel inwoners over hoeveelheid onderhoud in de buurt ........................................... 99
10.13
Tevredenheid verlichting in de buurt ................................................................................ 99
10.14
Percentage inwoners tevreden met verlichting in de buurt naar straattype ................. 100
10.15
Percentage inwoners tevreden met hoeveelheid groen ................................................. 100
Hoofdstuk 11 - Veiligheid, Openbare Orde & Handhaving ............................................................. 101 11.1 Veiligheidsprestatie Index (rapportcijfer) ........................................................................... 101 11.2
Gemiddelde score Veiligheidsprestatie Index naar wijk ..................................................... 102
11.3
Veiligheidsprestatie-index naar item (rapportcijfer)........................................................... 103
11.4
Veiligheidsgevoel ................................................................................................................. 103
11.5
Percentage inwoners/huishoudens slachtoffer van delicten.............................................. 104 7
11.6
Handhaving en politie houdt voldoende toezicht ............................................................... 105
11.7
Handhaving, politie en burgers doen voldoende voor een veilige woonomgeving............ 105
11.8
Onderwerpen waarop de gemeente beter toezicht zou moeten houden.......................... 106
11.9
Rapportcijfer voor het gehouden toezicht .......................................................................... 106
Hoofdstuk 12 - Bestuur & Middelen ............................................................................................... 107 12.1 Volgen van de lokale politiek door inwoners ...................................................................... 107 12.2
Gebruikte media voor het volgen van lokale politiek ......................................................... 107
12.3
Rapportcijfer gemeenteraad, college van B&W en invloed op plannen en beleid ............. 108
12.4
Gemeenteraadsverkiezingen............................................................................................... 108
12.5
Gebruik van de gemeentelijke website ............................................................................... 109
12.6
Beoordeling gemeentelijke website .................................................................................... 109
12.7
Gemeentelijke heffingen per inwoner ................................................................................ 110
12.8
Gemiddeld aantal telefoontjes naar 14+ nummer per inwoner ......................................... 111
12.9
Identificatie met DigiD bij overheid .................................................................................... 111
8
Hoofdstuk 1 - Algemene trends 1.1
Ontwikkeling inwonersaantal 130.000 125.000 120.000 115.000 110.000 105.000 100.000 95.000 90.000 85.000 80.000 2000
2005
2010
2015
2020
2025
Bron: Gemeente Leeuwarden___________
De gemeente Leeuwarden groeit elk jaar gemiddeld met zo’n 500-600 inwoners. Afgelopen jaar is er een grotere stijging te zien. Er zijn ongeveer 1.000 inwoners bijgekomen. De gemeente Leeuwarden telt per 1 januari 2022 125.504 inwoners.
1.2
Prognose groene en grijze druk totale bevolking 100% 90%
19%
20%
22%
23%
24%
24%
24%
60%
58%
57%
55%
54%
55%
55%
21%
22%
22%
22%
22%
22%
21%
2020
2025
2030
2035
2040
2045
2050
80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%
0 tot 20 jaar
20 tot 65 jaar
65 jaar en ouder Bron: CBS___________
De komende 20 jaar zal er waarschijnlijk een groei zijn in het aandeel 65-plussers. Dit gaat ten koste van het aandeel 20 tot en met 64-jarigen.
9
1.3
Migratiesaldo 1.200 1.000 800 600 400 200 0 Friesland
Ov. Nederland
Buitenland/onbekend
2017
2019
Totaal
-200 -400 2016
2018
2020
2021 Bron: Gemeente Leeuwarden___________
Gemeente Leeuwarden heeft in 2021 weer een positief migratiesaldo met de rest van Nederland (exclusief Friesland). Vanaf 2018 was hier al iets van een verandering te zien. Misschien speelt de krapte in het aantal vrije woningen, die zich in de randstad eerder liet voelen, hierin een rol.
1.4
Migratiesaldo naar leeftijdsgroep 1000 800 600 400 200 0 0 tot 15 jaar 15 tot 20 jaar 20 tot 25 jaar 25 tot 45 jaar 45 tot 65 jaar -200
65 jaar en ouder
-400 -600 2016
2017
2018
2019
2020
2021 Bron: Gemeente Leeuwarden___________
Gemeente Leeuwarden heeft altijd een positief migratiesaldo van 15 tot 20-jarigen. De kans is groot dat dat vooral studenten zijn. Het migratiesaldo 20 tot en met 25 jarigen is positief geworden, het negatieve migratiesaldo bij 25 tot 45 jarigen een stuk kleiner. Mogelijk speelt woningkrapte elders hierbij een rol evenals de betere arbeidsmarkt in Friesland en Leeuwarden.
10
1.5
Positie Woonaantrekkelijkheidsindex en Sociaal Economische Index 0 5 10 15 20 25 30 35 40 45 50 2008
2010
2012
2014
2016
2018
2020
2022
Positie op Sociaal Economische Index Positie op Woonaantrekkelijkheidsindex Bron: Atlas voor Gemeenten___________
Hierbij geldt hoe hoger de lijn in de grafiek, hoe beter. In die zin is de positie van Gemeente Leeuwarden in de atlas van 2021 iets verslechterd vergeleken met 2020 op de Sociaal Economische Index. De positie van gemeente Leeuwarden op de Woonaantrekkelijkheidsindex is gelijk gebleven.
1.6
Samenstellende elementen positie Woonaantrekkelijkheidsindex 0 5 10
% vooroorlogse woningen
15
aanwezigheid universiteit
20
nabijheid natuurgebieden
25
cultureel aanbod culinair aanbod
30
% koopwoningen
35
veiligheid 40
bereikbaarheid banen
45 50 2010
2012
2014
2016
2018
2020
2022 Bron: Atlas voor Gemeenten___________
De Woonaantrekkelijkeidsindex is opgebouwd uit verschillende indicatoren waarvan de scores in bovenstaande grafiek worden weergegeven. Veel van die indicatoren tonen een stabiele score. Qua positie op veiligheid heeft Gemeente Leeuwarden een verslechtering doorgemaakt. Over een periode van 6 jaar geldt dat ook voor het culinair aanbod. Gemeente Leeuwarden scoort met 4 items een top 20 plaats van de 50 grootste gemeenten. De bereikbaarheid van banen blijft achter. Dit geeft aan hoe belangrijk snelle verbindingen zijn met andere grote werkgelegenheidsconcentraties, zoals Groningen, Zwolle en de Randstad. 11
1.7
Samenstellende elementen positie Sociaal Economische Index 0 5 10
% zakelijke diensten
15
arbeidsongeschiktheid
20
banen
25
% laagopgeleiden participatie vrouwen
30
armoede
35
werkloosheid 40
bijstand
45 50 2010
2012
2014
2016
2018
2020
2022 Bron: Atlas voor Gemeenten___________
De indicatoren waaruit de Scoiaal Economische Index is opgebouwd worden weergegeven in bovenstaande grafiek. Gemeente Leeuwarden scoort goed op het aantal banen in de zakelijke dienstverlening. Ook heeft de gemeente relatief weinig arbeidsongeschiktheid, wat een plek in de top 15 geeft van de 50 grootste gemeenten. Op aantal banen, het percentage laagopgeleiden en de participatie van vrouwen scoort Leeuwarden gemiddeld. Op de onderwerpen armoede, werkloosheid en bijstand zit gemeente Leeuwarden bij de 10 slechtst scorende gemeenten. Ofwel, een hoger dan gemiddelde werkloosheid, bijstand en armoede.
12
1.8
Rang per onderdeel op Atlas voor Gemeente files klassieke muziek huizenprijzen studenten vooroorlogse woningen particuliere huurwoningen popmuziek woningen tot 75m² financiële en zakelijke dienstverlening arbeidsongeschiktheid cafés en restaurants toneel werkgelegenheidsquote bevolking 18 tot AOW culinaire kwaliteit laagopgeleiden woningen 150 m² of groter gescheidenen participatie vrouwen bevolking vanaf AOW bevolking huishoudens vroeg naoorlogse woningen beroepsbevolking werkloosheid hoogopgeleiden werkloosheid 15 tot 25 jaar koopwoningen werkloosheid laagopgeleiden werkloosheid 45 tot 75 jaar bevolking 0 tot 18 jaar corporatiewoningen woningen van 100 tot 150 m² woningen van 75 tot 100 m² werkgelegenheid veiligheid laat naoorlogse woningen werkloosheid middelbaar opgeleiden armoede huishoudensgrootte werkloosheid 25 tot 45 jaar werkloosheid bereikbaarheid banen met files bijstand bereikbaarheid banen per OV bereikbaarheid banen zonder files
2 5 5 8 10 10 12 12 12 13 14 17 17 17 21 23 24 24 25 26 26 27 30 30 31 32 33 33 33 35 36 37 38 38 39 39 40 41 42 43 44 46 47 49 49 Bron: Atlas voor Gemeenten___________
Onderdelen waar gemeente Leeuwarden goed op scoort in vergelijking met andere gemeenten zijn ▪ het weinige tijdsverlies door files ▪ het aantal evenementen voor klassieke muziek ▪ de lagere huizenprijzen per m² en het aantal studenten. Gemeente Leeuwarden scoort in vergelijking met andere gemeenten slecht op: ▪ werkloosheid ▪ bereikbaarheid van banen in de spitstijd ▪ bijstand ▪ bereikbaarheid van banen met OV en bereikbaarheid van banen buiten de spitstijd. 13
Hoofdstuk 2 - Cultuur 2.1
Aantal banen (15 uur of meer) in bedrijfsklasse kunst 250 200 150 100 50 0 2004
2006
2008
2010
2012
2014
2016
2018
2020
2022
Podiumkunsten & vermaak Dienstverlening uitvoerende kunst Schrijven en overige scheppende kunst Theater, schouwburg Bron: Werkgelegenheidsregister___________
Het totaal aantal banen van 15 uur of meer per week in de bedrijfsklasse kunst in gemeente Leeuwarden is tussen 2006 en 2021 toegenomen van 250 naar 600. Vooral bij podiumkunsten & vermaak en schrijven & overige scheppende kunst was de groei fors.
2.2
Aantal vestigingen in bedrijfsklasse kunst 800 700 600 500 400
58%
55%
100
50%
50%
53%
53%
18%
19%
19%
18%
300 200
53%
51%
18%
18%
20%
20%
24%
26%
27%
27%
28%
29%
30%
31%
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
0
Podiumkunsten & vermaak
Dienstverlening uitvoerende kunst
Schrijven en overige scheppende kunst
Theater, schouwburg Bron: Werkgelegenheidsregister___________
De groei van het aantal bedrijfsvestigingen in de bedrijfsklasse kunst gaat gestaag door. Schrijven en overige scheppende kunst is met ruim 360 vestigingen het grootst. Het aandeel podiumkunsten & vermaak groeit het snelst.
14
2.3
Bezoekersaantallen musea 120000
100000 HCL De Grutterswinkel
80000
Museum Warten Natuurmuseum Fryslân
60000
Oldehove Pier Pander Museum
40000
Princessehof 20000
0 2011
Tresoar
2013
2015
2017
2019
2021
400.000 350.000 300.000 250.000 200.000 150.000 100.000 50.000 0 2000
2004
2008
2012
2016
2020
2024
Fries Museum Bron: Musea in Gemeente Leeuwarden___________
In 2021 zijn de bezoekersaantallen voor musea opnieuw gedaald. De coronacrisis en bijbehorende lockdown(s) zijn sterk van invloed op deze daling.. Alleen bij de Oldehove is een stijging in het bezoekersaantal ten opzichte van 2020 te zien.
15
2.4
Deelname van volwassenen aan kunstzinnige activiteiten
tekenen/schilderen beeldhouwen/pottenbakken zingen muziek maken
2017 2019
theater/toneel
2021 dans fotografie/film verhalen/dichten 0%
5%
10%
15%
20%
25%
30%
Bron: Inwonersenquête___________
Het percentage inwoners dat kunstzinnige activiteiten beoefent (bijvoorbeeld: tekenen, muziek maken etc.) neemt langzaam toe. Met name de activiteit fotografie/film is de afgelopen jaren gegroeid van 18% (2017) naar 28% (2021). Beeldhouwen/pottenbakken wordt door de jaren heen steeds minder gedaan.
2.5
Deelname kinderen aan kunstzinnige activiteiten
ja
51%
als lid van club/vereniging
26%
via lessen/cursussen
20%
2021
via school/KDV/peuterschool/BSO
42%
zelf
42% 0%
10%
20%
30%
40%
50%
60%
KDV: kinderdagverblijf, BSO: buitenschoolse opvang. Bron: Inwonersenquête___________
De helft van de inwonende kinderen doet mee aan kunstzinnige activiteiten (bijvoorbeeld: tekenen, schilderen, dansen etc.). 26% van de kinderen die aan kunstzinnige activiteiten doen, doen dat als lid van een club/vereniging. Een groter deel van de kinderen doet deze activiteit zelf en/of via school/opvang.
16
Manier van deelname volwassenen aan kunstzinnige activiteiten
Via club/vereniging
Via lessen/cursus
50%
50%
45%
45%
40%
40%
35%
35%
30%
30%
25%
25%
20%
20%
15%
15%
10%
10%
5%
5%
0% 2017
2019
0% 2017
2021
2019
2021
Zelf 100% 90% 80%
Tekenen/schilderen
70%
Zingen
60%
Muziek maken
50%
Theater/toneel/musical
40%
Dansen
30%
Fotografie/film/video
20%
Schrijven
10% 0% 2017
2019
2021 Bron: Inwonersenquête___________
Volwassenen beoefenen hun creatieve activiteiten voornamelijk zelfstandig. Daarnaast worden theater, zingen, dansen en muziek maken ook vaak via een vereniging of lessen beoefend. We zien in het afgelopen jaar dat bepaalde activiteiten steeds meer zelf in plaats van via een vereniging of lessen uitgevoerd worden. Mogelijk heeft dit te maken met de coronamaatregelen (lockdown(s).
17
2.6
Bekendheid Kunstkade 45% 40% 39%
35% 30% 25%
28%
27%
20% 15% 10% 5%
14%
12%
10% 5%
2%
1%
2%
0% 2017
2019
2021
Bekend met Kunstkade
Gebruik - Digitaal
Gebruik - Pand
Gebruik- Digitaal en pand (sinds 2021) Bron: Inwonersenquête___________
In de afgelopen jaren groeit de bekendheid van Kunstkade onder inwoners van de gemeente Leeuwarden. Echter, ruim 80% van degenen die Kunstkade kennen maakt van de diensten van Kunstkade. Inwoners die wel gebruik maken van de Kunstkade doen dit het vaakst via de website (digitaal).
18
2.7
Zelf beoefenen kunstzinnige activiteiten, gemiddelde
Bron: Inwonersenquête___________
In de Binnenstad van Leeuwarden wonen de inwoners die gemiddeld zelf de meeste kunstzinnige activiteiten beoefenen (20%). Hierbij is het gemiddelde genomen van het beoefenen van acht kunstzinnige activiteiten, van 33% van de bewoners in de Binnenstad (18 tot en met 84 jaar) die zegt aan fotografie te doen tot 0% van de binnenstadsbewoners die zegt te beeldhouwen..
19
Hoofdstuk 3 - Sport 3.1
Gebruik van gemeentelijke zaalaccommodaties (in uren) 20.000 18.000 16.000 14.000 12.000 10.000 8.000 6.000 4.000 2.000 0 2006
2008
2010
2012
2014
2016
2018
2020
sporthallen door scholen
sporthallen door verenigingen
sporthallen - overig en recreatie
gymlokalen
2022
Bron: BV Sport___________
Door de coronamaatregelen is het gebruik van zaalaccommodaties in 2020 gedaald.
3.2
Gebruik van gemeentelijke sportaccommodaties (in uren) 16.000 14.000 12.000 10.000 8.000 6.000 4.000 2.000 0 2006
2008
2010
2012
2014
2016
2018
2020
2022
sportvelden en atletiekbaan door scholen sportvelden teams/verenigingen verhuur zwembaden (incl. aan scholen) In 2020 geen cijfers sportvelden teams/verenigingen. Bron: BV Sport___________
De verhuur van sportaccommodaties is flink afgenomen door de coronamaatregelen.
20
3.3
Aantal bezoeken zwembaden 500.000 18% 14%
400.000
300.000
15%
15%
17%
86% 85%
85%
83%
16%
16%
200.000
100.000
16%
84%
84%
82% 15%
84%
85% 0 2012
2013
2014 Recreanten
2015
2016
2017
2018
2019
2020
Les- en diplomazwemmen Bron: BV Sport___________
Het totaal aantal bezoeken aan zwembaden is tot 2019 langzaam toegenomen naar 500.000 bezoeken. In 2020 is daar nog één derde van over door de beperkingen van de coronamaatregelen.
3.4
Voldoende mogelijkheid om in woonomgeving te bewegen (%) - volwassenen Wijk Camminghaburen e.o. Hempens/Teerns & Zuiderburen Goutum Heechterp & Schieringen Westeinde e.o. Stiens e.o. Potmargezone Vossepark & Helicon Huizum-West Bilgaard & Havankpark e.o. Dokkumer Ie e.o. Nijlân & De Zwette Dorpen Zuid-West Aldlân & De Hemrik Oud-Oost Binnenstad Grou e.o. Sonnenborgh e.o. De Zuidlanden Vrijheidswijk Dorpen Zuid-Oost
Fietspaden Hardlooppaden Wandelpaden Trimbanen 98 83 92 67 95 82 89 69 91 86 82 72 89 81 80 68 87 70 79 81 92 73 81 57 90 73 82 56 89 72 75 63 86 69 78 66 91 78 80 49 88 77 69 62 89 67 79 59 85 73 74 56 86 65 86 50 88 67 71 55 90 63 75 46 83 66 71 53 85 61 73 53 79 75 71 41 79 61 61 46 67 59 56 53 Bron: Inwonersenquête
21
In 2021 vindt het merendeel van de inwoners dat er in hun woonomgeving voldoende mogelijkheden zijn om te bewegen/sportief bezig te zijn. Met name fiets- en wandelpaden zijn voldoende aanwezig. Op wijkniveau zijn er verschillen: Camminghaburen e.o., Hempens/Teerns & Zuiderburen en Goutum scoren hoog, terwijl Dorpen Zuid-Oost, Vrijheidswijk en De Zuidlanden laag scoren.
Bron: Inwonersenquête
In de ontwikkeling van de afgelopen jaren zien we tussen 2017 en 2019 een toename van de wijken waarbij minstens 80% van de inwoners de beweegmogelijkheden in hun woonomgevingvoldoende vindt (blauw). In 2021 liggen de percentages in de meeste wijken iets lager.
22
3.5
Voldoende mogelijkheid om in de omgeving te bewegen - kinderen Wijk 2019 (%) 2021 (%) verandering Vrijheidswijk 42 63 Dorpen Zuid-Oost 65 80 Dorpen Zuid-West 76 88 Binnenstad 30 39 Camminghaburen e.o. 66 72 Nijlân & De Zwette 63 67 Oud-Oost 49 52 Westeinde e.o. 91 93 Vossepark & Helicon 80 80 Heechterp & Schieringen 73 71 Goutum 68 66 Potmargezone 62 60 Bilgaard & Havankpark e.o. 68 65 De Zuidlanden 72 65 Sonnenborgh e.o. 62 53 Grou e.o. 77 64 Huizum-West 78 64 Stiens e.o. 71 53 Hempens/Teerns & Zuiderburen 92 70 Dokkumer Ie e.o. 74 49 Aldlân & De Hemrik 90 63 Bron: Inwonersenquête___________
In 19 van de 21 wijken van gemeente Leeuwarden geeft tenminste de helft van de ouders met inwonende kinderen een voldoende voor beweegmogelijkheden voor hun kinderen in de eigen woonomgeving. In de Binnenstad en Dokkumer Ie e.o. is dat niet het geval. In vergelijking met 2019 is de tevredenheid over beweegmogelijkheden voor kinderen in woonomgeving het meeste gestegen bij de Vrijheidswijk, Dorpen Zuid-Oost en Dorpen Zuid-West. De tevredenheid over deze beweegmogelijkheden is het meeste gedaald bij Aldân & De Hemrik, Dokkumer Ie e.o. en Hempens/Teerns & Zuiderburen.
23
Hoofdstuk 4 - Jeugd & Onderwijs 4.1
Ontwikkelingen leerlingen (speciaal) basisonderwijs 6.000 5.500 5.000 4.500 4.000 3.500 3.000 2.500 2000
2005
2010
2015
2020
Openbaar basisonderwijs
Bijzonder basisonderwijs
2005
2015
2025
700 600 500 400 300 200 100 0 2000
2010
Openbaar speciaal basisonderwijs
2020
2025
Bijzonder speciaal basisonderwijs Bron: Sector Onderwijs – Gemeente Leeuwarden___________
Sinds het jaar van de gemeentelijke herindeling (2014) zien we een gestage daling van het aantal kinderen in het openbaar onderwijs. De leerlingenaantallen in het bijzonder basisonderwijs zijn redelijk stabiel. Het aantal leerlingen in het bijzonder speciaal onderwijs is in 2021 voor het eerst sinds een lange periode iets gedaald. In het openbaar speciaal onderwijs ligt het aantal leerlingen nog altijd lager dan in de periode 2000-2007.
24
4.2
Ontwikkeling aantal hbo-studenten tegenover 17 t/m 24-jarigen 180 160 140 120 100 80 60 2000
2005
2010
2015
hbo-studenten
2020
2025
17 t/m 24-jarige
Bron: NHL Stenden Hogeschool/Gemeente Leeuwarden___________
Tussen 2002 en 2022 is het aantal hbo-studenten sneller gegroeid dan het aantal 17 t/m 24-jarigen woonachtig in gemeente Leeuwarden. Het aantal 17 tot en met 24-jarigen is een indicator voor het aantal uitwonende studenten. Ook uit gegevens van een studentenmonitor (Kences) en uit CBSinkomensgegevens blijkt dat het aantal uitwonende hoger opgeleiden in Leeuwarden wat gedaald is. Dit sinds de invoering van het studievoorschot stelsel.
4.3
Aantal bo-, vo- en mbo-leerlingen en hbo- en wo-studenten 25.000
20.000 bo-leerlingen
15.000
vo-leerlingen mbo-leerlingen
10.000
hbo-studenten wo-studenten
5.000
0 2000
2005
2010
2015
2020
2025
Bron: Sector Onderwijs/Diverse onderwijsinstellingen___________
Het aantal hbo-studenten studerend in Leeuwarden is sinds 2002 sterk gestegen van 15 duizend naar bijna 23 duizend in 2021. Het aantal mbo- en vo-leerlingen is redelijk stabiel. De toename in het basisonderwijs tussen 2013 en 2014 wordt veroorzaakt door de gemeentelijke herindeling en daalt sindsdien licht. Het aantal wo-studenten is sinds de start van het wo-onderwijs in 2014 verdubbeld naar ruim 200 leerlingen in 2021 (zie ook 4.7). 25
4.4
Aantal leerlingen voortgezet onderwijs
4.500
Piter Jelles Comenius Beyers Naudé Aeres (Nordwin) Speciaal onderwijs Gomarus College OSG Sevenwolden
4.000 3.500 3.000 2.500 2.000
600
1.500
400
1.000
200
500 0 2010
0 2000
2005
2010
2015
2020
2015
2020
2025 Bron: Sector Onderwijs
In 2021 vlakt de groei van het leerlingenaantal van het Comenius af. De dalende trend in het aantal leerlingen op Piter Jelles zet door. De leerlingenaantallen op andere scholen voor voortgezet onderwijs liggen tussen de 200 en 600 leerlingen. Het Gomarus College ziet sinds 2018 een toename in aantal leerlingen.
4.5
Prognose aantal leerlingen voortgezet onderwijs 5.000 4.500 4.000 3.500 3.000
Piter Jelles
2.500
Comenius Aeres (Nordwin)
2.000
Beyers Naudé
1.500 1.000 500 0 2014
2018
2022
2026
2030
2034 Bron: DUO___________
De verwachting is dat door de afname van het aantal jongeren in de leeftijd 12 t/m 17 jaar het aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs gaat dalen. Dat zien we ook terug in de prognose van het leerlingenaantal van middelbare scholen in Gemeente Leeuwarden. 26
4.6
Geïndexeerde prognose aantal leerlingen voortgezet onderwijs 104 102 100 98 96
Piter Jelles
94
Comenius
92
Totaal
90
Aeres (Nordwin)
88
Beyers Naudé
86 84 82 2021
2026
2031
2036 Bron: DUO___________
Het aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs zal de komende 15 jaar met zo’n 10% gaan dalen. Voor Aeres en Beyers Naudé zal die dalende trend sterker (kunnen) zijn dan voor Piter Jelles en Comenius.
4.7
Aantal wo-studenten 250
200
150
100
50
0 2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
2022
wo-studenten Bron: Rijksuniversiteit Groningen – Campus Fryslân___________
Ook in 2021 zet de gestage stijging van het aantal WO-studenten in gemeente Leeuwarden door.
27
4.8
Aantal hbo-studenten 22.000 20.000 18.000 16.000 14.000 12.000 10.000 2000
2005
2010
2015
2020
2025
NHL Stenden Hogeschool Bron: NHL Stenden Hogeschool___________
2.600 2.400 2.200 2.000 1.800 1.600 1.400 2000
2005
2010
2015
2020
2025
Van Hall Larenstein Bron: Van Hall Larenstein___________
Het aantal studenten studerend aan een hbo-instelling in Leeuwarden kent tot-en-met 2020 een stijgende lijn, in 2021 vlakt deze wat af. In 2018 zijn NHL en Stenden gefuseerd tot NHL Stenden. De optelsom van het aantal Stenden- en NHL-leerlingen vóór deze fusie wordt in de grafiek weergegeven als een stippellijn. Er studeren nu 22.830 hbo-studenten in Leeuwarden.
28
4.9
Aantallen Jeugdhulp per leeftijdsgroep 3500
3269
3224
3279
2019
2020
2021
3000 2500 2000 1500 1000 500 0
0-4 jaar
5-12 jaar
13-18 jaar
19 jaar of ouder Bron: Datacentrum Sociaal Domein___________
Na een lichte daling tussen 2019 en 2020 in het aantal cliënten in de jeugdhulp, is het aantal in 2021 toegenomen. In vergelijking met voorgaande jaren is de groep 13-18-jarigen gegroeid.
29
4.10 Jeugdhulp: hoofdcategorieën en looptijd
2019
2020
2021 0%
10%
20%
30%
40%
50%
60%
70%
80%
Dyslexie (EED)
Hoogspecialistische Jeugdhulp
Landelijk ingekochte zorg
Lokaal
Met verblijf
PGB
Pleegzorg
Specialistische Jeugdhulp
Zonder verblijf
Crisis
2019
2020
90%
100%
Gemiddeld aantal dagen
350 300 250 200 150 100 50 0 2018
2021
Dyslexie (EED)
Hoogspecialistische Jeugdhulp
PGB
Pleegzorg
Specialistische Jeugdhulp
Crisis
2022
Bron: Datacentrum Sociaal Domein___________
Van alle kinderen die jeugdhulp krijgen, vallen 4 van de 5 kinderen onder de categorie ‘specialistische jeugdhulp’. In 2021 is de gemiddelde duur van een toewijzing in de jeugdhulp 130 dagen. Hierbij gaat het om toewijzingen gestart in het genoemde jaar en waarbij het behandeltraject al is afgerond. Het gemiddelde van 2021 ligt gemiddeld wat lager dan in voorgaande jaren, omdat er in vergelijking met voorgaande jaren meer behandeltrajecten nog niet zijn afgerond.
30
Hoofdstuk 5 - Sociaal Maatschappelijke Ontwikkeling 5.1
Geluksgevoel naar wijk
Bron: Inwonersenquête___________
In de Inwonersenquête wordt gevraagd om met een rapportcijfer (van 1 t/m 10) aan te geven hoe gelukkig men zich in het algemeen voelt. Het gemiddelde rapportcijfer van de inwoners van gemeente Leeuwarden voor geluk is 7.6 (net als in 2020). Op wijkniveau varieert dit tussen 7.1 (Binnenstad) en 8.1 (Dorpen Zuid-West). In Heechterp & Schieringen is het rapportcijfer het meest gestegen, namelijk van 7.2 in 2020 naar 7.6 in 2021. Inde Binnenstad & Hempens/Teerns & Zuiderburen, is het rapportcijfer met 0,4 gedaald, maar beide scoren nog wel (ruim) voldoende. 31
5.2
Goede gezondheid naar wijk
Bron: Inwonersenquête___________
Het percentage inwoners dat de (fysieke) gezondheid als goed tot uitstekend beoordeeld ligt het laagst in Bilgaard & Havankpark e.o. (63%) en het hoogst in Dorpen Zuid-West, Hempens/Teerns & Zuiderburen en Vossepark & Helicon (85%).
32
5.3
Eenzaamheid 100% 90% 80%
32%
40%
33%
42%
70%
Nooit
60%
Zelden
50% 40%
35%
Soms
33%
40%
Vaak
32%
Meestal
30%
Altijd 20% 10%
21%
22%
23%
2016
2018
2020
27%
0% 2021 Bron: Inwonersenquête___________
In 2020 en 2021 gaven minder inwoners aan zich nooit eenzaam te voelen dan in 2018 en 2016. In 2021 neemt de groep die zich meestal, vaak of soms eenzaam voelt toe ten opzichte van 2020.
5.4
Gevoel van eenzaamheid naar belangrijkste inkomstenbron Pensioen/AOW/VUT Betaald werk, twee inkomens Zelfstandig ondernemerschap
Altijd
Betaald werk, één inkomen
Meestal Vaak
Bijstandsuitkering
Soms
Andere inkomstenbron
Zelden Arbeidsongeschiktheidsuitkering (WAO)
Nooit
Studiefinanciering Werkloosheidsuitkering 0%
20%
40%
60%
80%
100% Bron: Inwonersenquête___________
Inwoners met een werkloosheidsuitkering en degenen die studiefinanciering krijgen voelen zich het vaakst weleens eenzaam, werkenden en gepensioneerden voelen zich het minst vaak weleens eenzaam.
33
5.5
Weten waar men terecht kan voor WMO, ontmoeten, vrijwilligerswerk Ik weet waar ik terecht kan in mijn wijk/dorp als ik … ondersteuning vanuit de WMO nodig heb
48%
mensen wil ontmoeten
66%
vrijwilligers werk in mijn wijk/dorp wil doen
60%
0%
10%
20%
30%
40%
50%
60%
70%
Bron: Inwonersenquête___________
De meerderheid van de inwoners weet waar ze in de eigen wijk/ het eigen dorp terecht kunnen voor het ontmoeten van mensen of waar ze zich kunnen aanmelden voor vrijwilligerswerk. Waar men terecht kan voor ondersteuning vanuit de WMO is minder bekend.
5.6
Bekendheid met dorps- en/of buurtkamers 2% 6%
35% 57%
Ja, ik kom er regelmatig Ja, ik ben er wel eens geweest Ja, ik weet waar hij is maar ben er (nog) niet geweest Nee, ken ik niet Bron: Inwonersenquête___________
In gemeente Leeuwarden is 43% van de inwoners op de hoogte van het bestaan van de dorps- en/of buurtkamers; 8% is er ook wel eens geweest en 2% komt er regelmatig.
34
5.7
Inzetten voor wijk/dorp
Ik zet me al in
25%
Inzetten voor groenonderhoud
7%
Inzetten voor buurtactiviteiten
10%
Inzetten voor burenhulp
15%
Zwerfafval rapen
10%
Ik wil me niet inzetten
48% 0%
5% 10% 15% 20% 25% 30% 35% 40% 45% 50% Bron: Inwonersenquête___________
Eén op de vier inwoners zet zich al in voor de eigen wijk/het eigen dorp. Men zet zich het liefst in voor burenhulp. Bijna de helft van de inwoners is niet bereid zich in te zetten voor de eigen wijk/het eigen dorp.
35
5.8
(Mentale) gezondheid en verslechtering door Coronacrisis per wijk Wijk Dorpen Zuid-West Hempens/Teerns & Zuiderburen Goutum Grou e.o. Dorpen Zuid-Oost Vossepark & Helicon Dokkumer Ie e.o. De Zuidlanden Stiens e.o. Nijlân & De Zwette Westeinde e.o. Huizum-West Camminghaburen e.o. Gemeente Leeuwarden Vrijheidswijk Bilgaard & Havankpark e.o. Aldlân & De Hemrik Heechterp & Schieringen Oud-Oost Potmargezone Sonnenborgh e.o. Binnenstad
Lichamelijke gezondheid 85% 85% 77% 84% 75% 85% 78% 79% 76% 83% 76% 78% 73% 74% 65% 63% 66% 68% 68% 70% 69% 74%
Mentale gezondheid 97% 92% 92% 87% 90% 88% 88% 89% 84% 80% 85% 80% 83% 80% 80% 82% 78% 75% 75% 67% 70% 70%
Verslechtering gezondheid 6% 8% 5% 8% 5% 14% 10% 13% 10% 15% 13% 14% 15% 14% 7% 9% 12% 15% 18% 17% 20% 26% Bron: Inwonersenquête______
In de tabel hierboven zijn de wijken van hoog naar laag gerangschikt op basis van het resultaat uit de rekensom ‘% lichamelijke gezondheid + % mentale gezondheid - % verslechtering door corona’. In de meeste wijken beoordelen de inwoners hun mentale gezondheid als beter dan de lichamelijke. In de wijken Binnenstad en Sonnenborgh e.o. ervaart ten minste 1 op de 5 inwoners een verslechtering van de mentale gezondheid door de Coronacrisis. Jongvolwassen gaven vaker aan dat hun mentale gezondheid verslechterde door corona dan ouderen (niet zichtbaar in de tabel). Meer details hierover zijn op te vragen bij de afdeling Rapportage, Statistiek & Onderzoek van gemeente Leeuwarden.
36
5.9
Aantal personen met een maatwerkarrangement (WMO) per 1.000 inwoners 70
2020
60
800 700
50
600 40
500 400
30
300 200
20
100 10 0 2018
0 2019
2020
2021
Hulpmiddelen/diensten
Hulp bij het huishouden
Ondersteuning thuis
Verblijf en opvang Bron: CBS___________
Binnen de WMO wordt het meest gebruik gemaakt van de categorie hulpmiddelen/diensten, gevolgd door hulp bij het huishouden. Het aantal personen (per 1000 inwoners) dat gebruik maakt van een maatwerkarrangement is de afgelopen jaren vrij stabiel. Verder geldt: naarmate men ouder is wordt er meer gebruik gemaakt van de WMO.
37
5.10 Gemeentelijke uitgaven WMO-maatwerkvoorzieningen, vergelijking € 1.200 € 1.000 € 800 € 600 € 400 € 200 €-
Totaal
Totaal excl. verblijf en opvang
Verblijf en opvang
€ 200 € 180 € 160 € 140 € 120 € 100 € 80 € 60 € 40 € 20 €-
Ondersteuning thuis
Hulp bij het huishouden
Hulpmiddelen en diensten Bron: CBS___________
In de grafieken hierboven worden gemeentelijke uitgaven aan WMO-maatwerkvoorzieningen van gemeente Leeuwarden vergeleken met Nederland en met een aantal andere middelgrote gemeenten. Leeuwarden heeft in 2020 per 1.000 inwoners, net als Zwolle, hoge uitgaven aan ‘Verblijf en opvang’. ‘Ondersteuning thuis’ scoort ook vrij hoog, terwijl Leeuwarden als het gaat om gemeentelijke uitgaven aan ‘Hulpmiddelen en diensten’ op het gemiddelde van Nederland zit.
38
5.11 Gemeentelijke uitgaven WMO-maatwerkvoorzieningen, trend
Totaal
Verblijf en opvang 2017 2018
Ondersteuning thuis
2019 2020
Hulp bij het huishouden
Hulpmiddelen en diensten €-
€ 200
€ 400
€ 600
€ 800 € 1.000 € 1.200 Bron: CBS___________
De uitgaven aan WMO-maatwerkvoorzieningen in Leeuwarden zijn in 2020 vergelijkbaar met 2019. De gemeente geeft gemiddeld €969 per inwoner uit aan WMO-maatwerkvoorzieningen. Bij ‘Ondersteuning thuis’ zien we de afgelopen jaren een dalende trend.
39
5.12 Aantal WMO-cliënten 7000 6000
Aantal cliënten
5000 4000
PGB PGB & ZIN
3000
ZIN 2000 1000 0 2017
2018
2019
2020
2021
2022
100% 90% 80%
Categorieën Begeleiding Dagbesteding Hulp bij het huishouden Overige o.a. kortdurend verblijf, maatwerk
70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% 2018 1 categorie
2019 2 categorieën
2020
2021
3 categorieën Bron: Datacentrum Sociaal Domein___________
In 2021 is het aantal WMO-cliënten verder toegenomen. De meeste cliënten hebben een toewijzing voor ZIN (Zorg In Natura). De aantallen voor PGB (Persoonsgebonden Budget) of de combinatie ZIN&PGB zijn redelijk stabiel. De meerderheid van de cliënten maakt gebruik van 1 zorgsoort binnen de WMO.
40
5.13 ZIN: aantal cliënten per categorie en looptijd 8000 ZIN Overige ondersteuning individu/gezin ZIN Overige maatwerk arrangementen ZIN Opvang
7000 6000 5000
ZIN Persoonlijke verzorging
4000
ZIN Kortdurend verblijf
3000
ZIN Hulp bij het huishouden
2000
ZIN Dagbesteding ZIN Begeleiding
1000 0 2018
2019
2020
2021
Gemiddelde duur toewijzing (dagen)
700 600 500 400 Begeleiding 300
Dagbesteding Hulp bij het huishouden
200 100 0 2017
2018
2019
2020
2021
2022
ZIN Bron: Datacentrum Sociaal Domein___________
In 2021 is de som van het aantal cliënten in de verschillende categorieën hoger dan in 2020. Het aantal cliënten dat ‘Hulp bij het huishouden’ krijgt is gegroeid, terwijl de cliëntaantallen bij ‘Dagbesteding’ en ‘Begeleiding’ zijn afgenomen. Mogelijk spelen de coronamaatregelen hierbij een rol. In 2021 krijgen cliënten gemiddeld 185 dagen zorg/ondersteuning vanuit de WMO via ZIN. Hierbij gaat het om zorg- en/of ondersteuningstrajecten die in 2021 zijn gestart en al zijn afgerond. Het aantal dagen dat cliënten zorg en of ondersteuning krijgen ligt in 2018 en 2019 gemiddeld hoger dan in 2020 en 2021. Dit heeft te maken met trajecten die langer dan een jaar lopen; voor 2018 en 2019 zijn er meer langere trajecten nu afgerond terwijl de langere trajecten gestart in 2020 en 2021 nog doorlopen en pas volgend jaar opgenomen worden in deze gegevens. Daarnaast zijn er in 2020 veranderingen in de betaling van de WMO doorgevoerd. Trajecten die al begonnen waren vóór de invoer van deze nieuwe WMO-regels, zijn destijds gestopt en opnieuw opgestart onder de nieuwe WMO-regelgeving.
41
5.14 PGB: aantal WMO-cliënten per productgroep en looptijd 700 600 500 PGB Persoonlijke verzorging 400
PGB Kortdurend verblijf PGB Hulp bij het huishouden
300
PGB Dagbesteding PGB Begeleiding
200 100 0 2018
2019
2020
2021
Gemiddelde duur toewijzing (dagen)
300 250 200 Begeleiding Dagbesteding
150
Hulp bij het huishouden 100
Kortdurend verblijf Persoonlijke verzorging
50 0 2017
2018
2019
2020
2021
2022
PGB Bron: Datacentrum Sociaal Domein___________
In 2021 ligt het aantal producten binnen de toewijzing PGB iets lager dan in 2020. Door een verandering in de organisatie van de WMO maken meer cliënten gebruik van ZIN in plaatst van PGB. Daarnaast zien we een daling bij de categorie ‘Begeleiding’. Mogelijk spelen de coronamaatregelen hierbij een rol. Trajecten die in de categorie PGB vallen lopen maximaal 1 jaar. In 2021 krijgen cliënten gemiddeld 225 dagen zorg/ondersteuning vanuit de WMO via PGB. Hierbij gaat het om zorgen/of ondersteuningstrajecten die in 2021 zijn gestart en al zijn afgerond.
42
5.15 Moeite met rondkomen
Bron: Inwonersenquête___________
In zeven van de wijken van de gemeente hebben de inwoners duidelijk meer moeite met rondkomen (variërend van heel moeilijk tot redelijk kunnen rondkomen van het huishoudinkomen) dan gemiddeld. In 2020 gold dit voor inwoners van 3 wijken. In de Binnenstad, Bilgaard & Havankpark e.o., Vrijheidswijk en Heechterp & Schieringen e.o. is het percentage inwoners dat moeilijk kan rondkomen het hoogst (tussen 55% en 59%).
43
Hoofdstuk 6 - Werk & Inkomen 6.1
Geïndexeerde aantallen in het kader van Wet Werk en Bijstand (WWB) 180 170 160 150 140 130 120 110 100 90 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Gemeente Leeuwarden
Friesland
Nederland Bron: CBS___________
Sinds de financiële crisis van 2007/2008 was in Nederland, Friesland en gemeente Leeuwarden sprake van een toename in het aantal mensen in de bijstand. Vanaf 2017/2018 is een daling te zien. Wegens de coronacrisis is er weer een korte stijging geweest in 2020. De daling zette in Leeuwarden wat later in dan in Nederland.
6.2
Personen met een bijstandsuitkering 90
per 1.000 inwoners
80 70 60 50 40 30 20 10 0 2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
Gemeente Leeuwarden
100.000 - 300.000 inwoners
Provincie Friesland
Nederland
2022
Bron: CBS___________
Gemeente Leeuwarden heeft meer inwoners in de bijstand per 1.000 inwoners dan andere gemeenten met een vergelijkbaar inwoneraantal. Ook de provincie Friesland en Nederland in zijn totaliteit tellen relatief minder inwoners in de bijstand. 44
6.3
Openstaande fraudevorderingen
per 100 uitkeringsgerechtigden
45 40 35 30 25 20 15 10 5 0 2013
2014
2015
2016
2017
Gemeente Leeuwarden
2018
2019
2020
Friesland
2021
2022
2023
Nederland Bron: CBS___________
Gemeente Leeuwarden heeft relatief veel openstaande fraudevorderingen per 100 uitkeringsgerechtigden.
6.4
Geïndexeerde openstaande vorderingen 130 125 120 115 110 105 100 95 90 2013
2014
2015
2016
2017
Gemeente Leeuwarden
2018
2019
Friesland
2020
2021
2022
Nederland Bron: CBS___________
Het openstaande bedrag aan vorderingen op uitkeringsgerechtigden is sinds 2018 in gemeente Leeuwarden sneller gestegen dan in Friesland en Nederland. Er lijkt half 2020 wel een daling ingezet te zijn. Deze daling is in Nederland niet te zien.
45
6.5
Openstaande verhaalvorderingen
per 100 uitkeringsgerechtigden
5,0 4,5 4,0 3,5 3,0 2,5 2,0 1,5 1,0 0,5 0,0 2013
2014
2015
2016
2017
Gemeente Leeuwarden
2018
2019
2020
Friesland
2021
2022
2023
Nederland Bron: CBS___________
Wat betreft verhaalvorderingen per 100 uitkeringsgerechtigden zit gemeente Leeuwarden onder Friesland en Nederland.
6.6
Vermogen van huishoudens € 250.000 € 200.000 € 150.000 € 100.000 € 50.000 €2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
Gemiddeld vermogen LWD
Gemiddeld vermogen NL
Mediaan vermogen LWD
Mediaan vermogen NL
2020
2021
Bron: CBS___________
Het gemiddelde vermogen van huishoudens in gemeente Leeuwarden ligt onder het gemiddelde vermogen van huishoudens in Nederland. Sinds 2014 stijgt het gemiddeld vermogen, in Nederland wat sneller dan in de gemeente Leeuwarden. Het mediaan vermogen is minder gevoelig voor uitschieters naar boven of onder en ligt voor gemeente Leeuwarden ver onder het gemiddelde.
46
6.7
Gestandaardiseerd inkomen van particuliere huishoudens naar 20%-groep 100% 90% 80%
13%
13%
13%
13%
13%
12%
12%
17%
17%
18%
17%
18%
17%
17%
20%
20%
20%
20%
20%
20%
20%
22%
22%
21%
21%
21%
21%
70% 60%
5e 20%-groep 4e 20%-groep
50%
3e 20%-groep
40%
21%
30%
2e 20%-groep 1e 20%-groep
20% 29%
28%
28%
29%
29%
29%
29%
2008
2010
2012
2014
2016
2018
2020
10% 0%
Bron: CBS___________
Gemeente Leeuwarden heeft relatief veel huishoudens in de eerste 20%-groep. Samen met de tweede 20%-groep bevatten ze 50% van de huishoudens.
6.8
Gemiddelde vermogen van huishoudens naar woningeigendom € 250.000
€ 200.000
€ 150.000
Eigen woning
€ 100.000
Huurwoning met huurtoeslag Huurwoning zonder huurtoeslag
€ 50.000
€2006
2011
2016
2021
€ -50.000 Bron: CBS___________
Het vermogen van huishoudens met een eigen woning is sinds 2014 aan het stijgen. Huishoudens zonder huurtoeslag lijken een constant vermogen te hebben. Huishoudens in een huurwoning met huurtoeslag lijken steeds minder vermogen te hebben. Gemiddeld gezien hebben ze nu een vermogen van € -3.500. Voor 2011 was dit nog positief, gemiddeld bijna € 5.000.
47
6.9
Gemiddelde vermogen van huishoudens naar inkomstenbron € 450.000 € 400.000 € 350.000 Zelfstandige € 300.000
AOW-uitkering
€ 250.000
WW-uitkering
€ 200.000
Werknemer
€ 150.000
WIA-uitkering Bijstandsuitkering
€ 100.000
Studiefinanciering € 50.000 €€ -50.000
2006
2011
2016
2021 Bron: CBS___________
Het vermogen van veel huishoudens is sinds 2014 aan het stijgen, ongeacht de inkomstenbron. Alleen huishoudens die leven van een WW-uitkering zijn het afgelopen jaar gedaald in vermogen. Huishoudens die leven van studiefinanciering dalen al jaren in gemiddeld vermogen.
6.10 Geïndexeerd gemiddeld vermogen van huishoudens naar inkomstenbron 250 200 150 WW-uitkering
100
Zelfstandige
50 0 2006 -50 -100 -150
Werknemer 2011
2016
2021
AOW-uitkering Bijstandsuitkering WIA-uitkering Studiefinanciering
-200 -250 -300 Bron: CBS___________
Sinds 2006 is het gemiddeld vermogen van huishoudens die leven van een studiefinanciering steeds slechter geworden. Ook huishoudens met een inkomen vanuit de bijstandsuitkering daalden in het gemiddeld vermogen. Sinds 2014 lijkt er bij deze huishoudens weer een verbetering te zijn. Ze zitten nog steeds wel op de helft van het vermogen dat zij in 2006 hadden.
48
6.11 Gemiddeld besteedbaar huishoudinkomen volgens eigen opgave 100% 14%
90% 80%
17%
€4.500 of meer
70%
€3.500 tot €4.500
60%
20%
€2.500 tot €3.500
50%
€1.900 tot €2.500
40%
18%
€1.500 tot €1.900
30%
€1.000 tot €1.500
11%
20%
€1.000 of minder
10%
10%
9%
0%
2021 Bron: Inwonersenquête___________
In de Inwonersenquête wordt gevraagd tot welke inkomensgroep inwoners behoren. 30% van de inwoners zegt een inkomen onder de € 1.900 per maand te hebben.
6.12 Rond kunnen komen van het huishoudinkomen 100% 90%
14%
12%
36%
40%
17%
16%
80% 70%
Heel gemakkelijk 45%
60%
41%
Redelijk
50%
Moeilijk
40% 30%
37%
Heel moeilijk 38% 30%
20% 10%
Gemakkelijk
9%
7%
6%
2016
2018
2020
33%
Niet
7%
0% 2021 Bron: Inwonersenquêtes___________