Technische beantwoording openstaande vragen informatieve bijeenkomst 14-01
Tekst van het document
1) Is het mogelijk om de metingen -hetzij via het riool hetzij via gedegen (vragen) onderzoek, op wijkniveau te krijgen? Rioolonderzoek Het is niet mogelijk om betrouwbare metingen van drugsgebruik op wijkniveau te verkrijgen via rioolwatermetingen.
Rioolwatermetingen worden uitgevoerd bij rioolgemalen of rioolwaterzuiveringsinstallaties. Het recent aangeleverde rioolwateronderzoek is uitgevoerd bij de rioolwaterzuiveringsinstallatie van Leeuwarden. De infrastructuur is niet ingericht op wijkgrenzen. Niet iedere wijk beschikt over een eigen gemaal en rioolstromen van verschillende wijken worden vaak samengevoegd. Daarnaast kan afvalwater van de ene wijk door een andere wijk worden verpompt voordat het wordt gezuiverd. Hierdoor raken rioolstromen van meerdere wijken met elkaar vermengd en is het niet mogelijk om de gemeten concentraties eenduidig toe te schrijven aan afzonderlijke wijken. Metingen geven daardoor hooguit een beeld op stads- of regionaal niveau.
Er zijn technisch (bij rioolwatermetingen) aanzienlijke beperkingen om drugsgebruik betrouwbaar op wijkniveau in kaart te brengen. De beschikbare methoden lenen zich vooral voor analyses op een hoger schaalniveau, zoals de gehele gemeente of een groter gebied.
Vragenonderzoek Voor cijfers op wijkniveau verwijzen wij u naar https://leeuwarden.incijfers.nl/mosaic/jongerenenquete/1--geluk--gezondheid-enmiddelengebruik.
2) Is het mogelijk om de preventie met grotere regelmaat en inzet te monitoren en zo ja, wat is daarvoor nodig? De monitoring van preventie is al stevig verankerd binnen het gemeentelijk beleid. Eind 2025 is de OKO Gezondheidsmonitor op het voortgezet onderwijs afgerond, het gemeentelijk rapport volgt eind februari 2026. De intentie is om deze monitor tweejaarlijks te herhalen, naast bestaande instrumenten zoals de vierjaarlijkse Jeugdmonitor, de Regionale Schoolmonitor en de Gezondheidsmonitor van de GGD. Daarnaast voert de gemeente zelf meerdere monitors uit, waaronder de Inwonersenquête en Jongerenenquête; waarin middelengebruik ook één van de thema’s is. We beschikken dus over een breed palet aan monitors die samen een solide basis bieden voor beleidssturing. Meer monitoren betekent niet automatisch betere preventie, maar het brengt wel extra inzet en kosten met zich mee. Het advies van GGD Fryslân is om brede bevolkingsmonitors, zoals de Gezondheidsmonitor, niet frequenter dan vierjaarlijks uit te voeren, gezien de beperkte jaarlijkse variatie in uitkomsten en de belasting voor inwoners. Thematische en doelgroepgerichte monitoring, zoals de tweejaarlijkse OKO-monitor in het voortgezet onderwijs, sluit hierop aan en biedt aanvullend, verdiepende inzichten.