CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

Segment 004 van Partiële herziening bestemmingsplan Leeuwarden - Recreatiegebied Groene Ster t.b.v. evenementen_Bijlage 7 bij de toelichting - PlanMER

Besluitvorming (raad) 11 maart 2024, gemeente LeeuwardenBij agendapunt: Partiële herziening bestemmingsplan Groene Ster tbv evenementen16.008 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bijlage 24 Actualisatie Natuurtoets kamperen en gebruik compound Groene Ster Leeuwarden

Advies natuurwaarden evenementen recreatiegebied Groene Ster - 8 maart 2023 5 december 2023

118

Actualisatie Natuurtoets kamperen Groene Ster Leeuwarden 31 oktober 2023

Kenmerk

R001-1282787AIH-V01

Verantwoording Titel

Actualisatie Natuurtoets kamperen en gebruik compound Groene Ster Leeuwarden

Opdrachtgever

Gemeente Leeuwarden

Projectleider

Sanne Ketelaar

Auteur(s)

Adrie van Hooff

Kenmerk

R001-1282787AIH-V01

Aantal pagina’s

91

Datum

31 oktober 2023

Handtekening

Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.

Colofon TAUW bv Australiëlaan 5 Postbus 3015 3502 GA Utrecht T +31 30 28 24 82 4 E info.utrecht@tauw.com

2/91

Kenmerk

R001-1282787AIH-V01

Inhoud 1

Inleiding ..................................................................................................................................... 5 1.1

Wetgeving .......................................................................................................................... 6

1.2

Te beschouwen onderdelen Wnb ...................................................................................... 6

1.3

Werkwijze ........................................................................................................................... 7

1.4

Kwaliteit .............................................................................................................................. 7

2

Beoogde activiteiten .................................................................................................................. 8

3

Wnb Soortenbescherming ....................................................................................................... 14 3.1

Beschermingsregime en bepalingen ................................................................................ 14

3.2

Vrijstellingen ..................................................................................................................... 14

3.3

Literatuuronderzoek ......................................................................................................... 15

3.4

Effecten kamperen Deelgebied 1 ..................................................................................... 18

3.4.1

Grondgebonden zoogdieren deelgebied 1 ................................................................ 18

3.4.2

Vleermuizen deelgebied 1 ........................................................................................ 19

3.4.3

Vogels deelgebied 1 ................................................................................................. 19

3.4.4

Amfibieën deelgebied 1 ............................................................................................ 20

3.4.5

Conclusie Wnb soortenbescherming deelgebied 1 ................................................... 20

3.5

Effecten Kamperen Deelgebied 2 .................................................................................... 22

3.5.1

Grondgebonden zoogdieren deelgebied 2 ................................................................ 22

3.5.2

Vleermuizen deelgebied 2 ........................................................................................ 23

3.5.3

Vogels deelgebied 2 ................................................................................................. 23

3.5.4

Amfibieën deelgebied 2 ............................................................................................ 24

3.5.5

Conclusie Wnb soortenbescherming deelgebied 2 ................................................... 24

3.6

Effecten kamperen Deelgebied 3 ..................................................................................... 26

3.6.1

Grondgebonden zoogdieren deelgebied 3 ................................................................ 26

3.6.2

Vleermuizen deelgebied 3 ........................................................................................ 26

3.6.3

Vogels deelgebied 3 ................................................................................................. 26

3.6.4

Amfibieën deelgebied 3 ............................................................................................ 27

3.6.5

Conclusie Wnb soortenbescherming deelgebied 3 ................................................... 27

3.7

Effecten kamperen Deelgebied 4 ..................................................................................... 29

3.7.1

Grondgebonden zoogdieren deelgebied 4 ................................................................ 29

3/91

Kenmerk

3.7.2

Vleermuizen deelgebied 4 ........................................................................................ 29

3.7.3

Vogels deelgebied 4 ................................................................................................. 30

3.7.4

Amfibieën deelgebied 4 ............................................................................................ 30

3.7.5

Conclusie deelgebied 4 ............................................................................................. 30

3.8

Effecten kamperen Deelgebied 5 ..................................................................................... 31

3.8.1

Grondgebonden zoogdieren deelgebied 5 ................................................................ 31

3.8.2

Vleermuizen deelgebied 5 ........................................................................................ 31

3.8.3

Vogels deelgebied 5 ................................................................................................. 31

3.8.4

Amfibieën deelgebied 5 ............................................................................................ 32

3.8.5

Conclusie deelgebied 5 ............................................................................................. 32

3.9

4

R001-1282787AIH-V01

Effecten kamperen Deelgebied 6 ..................................................................................... 33

3.9.1

Grondgebonden zoogdieren deelgebied 6 ................................................................ 33

3.9.2

Vleermuizen deelgebied 6 ........................................................................................ 34

3.9.3

Vogels deelgebied 6 ................................................................................................. 34

3.9.4

Amfibieën deelgebied 6 ............................................................................................ 34

3.9.5

Conclusie deelgebied 6 ............................................................................................. 35

Natuurnetwerk Nederland........................................................................................................ 36 4.1

Toetsingskader ................................................................................................................. 36

4.2

Toetsing ........................................................................................................................... 36

5

Conclusies ............................................................................................................................... 39

6

Literatuur ................................................................................................................................. 40

4/91

Kenmerk

R001-1282787AIH-V01

1 Inleiding In opdracht van gemeente Leeuwarden heeft TAUW onderzoek gedaan naar de consequenties van de Wet Natuurbescherming (hierna te noemen Wnb) voor het gebruik van gebieden voor kamperen tijdens festivals in de Groene Ster. In 2019 en 2020 is door TAUW onderzoek gedaan in De Groene Ster om te bepalen of en zo ja, welke gebieden geschikt zijn voor het kamperen tijdens een festival. Het gaat dan om bosschages en enkele specifieke deelgebieden. De onderzoeksresultaten zijn weergegeven in de volgende rapporten:  Quickscan kamperen festivals Groene Ster, projectnummer 1273578, d.d. 23 april 2020;  Natuurtoets kamperen en gebruik compound Groene Ster Leeuwarden, projectnummer 1276623, d.d. 6 juli 2020. Het voorliggend rapport betreft een actualisatie van de voorgenoemde onderzoeken. Er wordt beoordeeld of de huidige situatie mogelijk tot andere conclusies leidt. Echter zijn niet alle deelgebieden uit de onderzoeken van 2019 en 2020 beschouwd en meegenomen in de voorliggende actualisatie. Het betreft alleen de deelgebieden die uiteindelijk in de ‘partiële herziening bestemmingsplan Leeuwarden – Recreatiegebied Groene Ster t.b.v. evenementen’ (hierna: partiële herziening) zijn aangemerkt als gebied waar mag worden gekampeerd. Dit zijn minder gebieden dan in eerste instantie onderzocht (met name niet geschikt vanwege aanwezige natuurwaarden).

De volgende gebieden zijn niet meegenomen: Deelgebied 1 uit rapport d.d. 23 april 2020: in zijn geheel niet opgenomen; Deelgebied 6 uit rapport d.d. 23 april 2020: in zijn geheel niet opgenomen; Een deel van deelgebied 1 uit rapport d.d. 6 juli 2020:de dijk langs de watergang (wordt in zijn geheel niet gebruikt tijdens festivals) -

Deelgebied 2 uit rapport d.d. 6 juli 2020: in zijn geheel niet opgenomen; Een deel van deelgebied 3 uit rapport d.d. 6 juli 2020 (het oostelijk moerasdeel): in zijn geheel niet opgenomen.

Het gewenste gebruik kan voor wat betreft het natuuraspect alleen doorgaan als deze niet in strijd zijn met de natuurwetgeving, en als de benodigde vergunningen en/of ontheffingen kunnen worden verleend. In de rapportage worden de volgende vragen beantwoord:   

Welke onderdelen van de Wet Natuurbescherming (Wnb) zijn van belang? In hoeverre zijn de beoogde ontwikkelingen in overeenstemming met de Wnb? Zijn maatregelen en/of een ontheffing/vergunning nodig?

Wat betekent dit voor de verdere planvorming en uitvoering?

5/91

Kenmerk

1.1

R001-1282787AIH-V01

Wetgeving

Sinds 1 januari 2017 is de Wet Natuurbescherming (Wnb) in werking. De Wnb is het wettelijke stelsel voor natuurbescherming en vervangt drie tot dan bestaande wetten, namelijk de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. Het beschermingsregime gaat uit van het “nee, tenzij-principe“. Dit betekent dat de genoemde verbodsbepalingen in de Wnb voor bescherming van gebieden, soorten en houtopstanden altijd gelden. Het afwijken hiervan is alleen onder voorwaarden toegestaan. Gedeputeerde Staten (GS) van de provincie Friesland is het bevoegd gezag voor het verlenen van toestemming door middel van een vergunning, ontheffing of vrijstelling.

1.2

Te beschouwen onderdelen Wnb

Zowel soortenbescherming als gebiedsbescherming zijn in de Wet natuurbescherming geregeld. In de Wnb is ook de bescherming van houtopstanden (bossen en rijenbeplantingen) geregeld. Wnb onderdeel soortenbescherming is van belang vanwege de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten. Wnb onderdeel gebiedsbescherming regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden. De gevolgen voor de natuur door de evenementen is al beoordeeld in de Passende beoordeling voor het wijzigen van het bestemmingsplan (BügelHajema, 2023). De conclusie uit de Passende beoordeling is dat deze evenementen geen (significant) effect veroorzaken op Natura 2000gebieden. Het gebruik als kampeerterrein zorgt ten opzichte van de onderzochte activiteiten in de Passende beoordeling, niet voor een aanvullend negatief effect op Natura 2000-gebieden omdat:  De deelgebieden binnen of nabij het festivalterrein aan de zuidkant van de provinciale weg liggen. 

Het tijdelijk gebruik als kampeerterrein op deze locaties niet voor licht, geluid, optische verstoring in het Natura 2000-gebied Groote Wielen aan de noordkant van de provinciale weg zorgt,

Effecten door stikstofdepositie niet optreden.

Gelet op het voorgaande zijn effecten op Natura 2000-gebieden uitgesloten en blijven verder buiten beschouwing. Wnb onderdeel houtopstanden is niet van belang, omdat er geen bomen worden gekapt. Het Natuurnetwerk Nederland (voorheen EHS genoemd) wordt planologisch gewaarborgd via het Barro en de bestemmingsplannen. Delen van het plangebied liggen binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Daarom is het NNN ook van toepassing. Samengevat moet worden getoetst aan:  

Wnb onderdeel soortenbescherming Natuurnetwerk Nederland (NNN)

6/91

Kenmerk

1.3

R001-1282787AIH-V01

Werkwijze

De mogelijke aanwezigheid van beschermde (leefgebieden van) soorten is bepaald aan de hand van de volgende gegevens:  Regionale en landelijke verspreidingsatlassen en -data (zie literatuurlijst) 

Natuuronderzoeken in de Groene Ster van de volgende ecologische adviesbureaus (zie literatuurlijst):  Altenburg en Wymenga ( auteurs: D. van Dullemen, E. van der Heijden, M. Sikkema)  JM Ecologie (auteurs: E. Kroezen, J. Melis, W. Oevering, H. Zomer)  Merula (auteur: M. Zweemer)  TAUW (auteur: A. van Hooff)

  

Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF), laatst bezocht op 26 oktober 2023 (zie bijlage 1) Natuurkaart van TAUW (www.tauw.nl/natuurkaart) Veldbezoeken:   

18 november 2019 19 mei 2020 21 juli 2023

Door middel van een literatuurstudie is nagegaan welke beschermde soorten in of in de directe omgeving van het plangebied kunnen voorkomen. Tijdens de veldbezoeken is gecontroleerd of de locatie voldoet aan eisen die soorten aan hun leefomgeving stellen.

1.4

Kwaliteit

Voor soortenbescherming is een volledige garantie over de aanwezigheid niet te geven. Door inzet van deskundige ecologen en landelijk geaccepteerde onderzoeksmethodes wordt de kwaliteit van het onderzoek zoveel mogelijk gewaarborgd. Mede in dit kader is TAUW aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus, een samenwerkingsverband van adviesbureaus die ecologisch advies geven en ecologisch onderzoek verrichten.

7/91

Kenmerk

R001-1282787AIH-V01

2 Beoogde activiteiten In de partiële herziening wordt een deel van het recreatiegebied De Groene Ster aangemerkt als een terrein waar festivals kunnen worden gehouden. Tijdens deze festivals is kamperen toegestaan. In de partiële herziening is opgenomen dat op maximaal 20 dagen mag worden gekampeerd op het terrein. Dit betreft de dagen waarop het festival wordt gehouden (maximaal 12) als ook enkele aansluitende dagen voorafgaand en na festivals (maximaal 8). In voorliggend rapport is een actualisatie van de onderzoeken uit 2019 en 2020 uitgevoerd. Hiervoor is een op 23 juli 2023 een veldbezoek uitgevoerd. Op die dag zijn alle zes de deelgebieden bezocht. In figuur 2.1 staan de deelgebieden op kaart weergegeven. Daarna wordt per deelgebied een korte toelichting gegeven.

Figuur 2.1 Ligging deelgebieden waar mag worden gekampeerd (verbeelding partiële herziening)

Deelgebied 1 (deelgebied 1 in rapport d.d. 6 juli 2020) Dit deelgebied ligt ten zuiden van de Groningerstraatweg. Het gebied bestaat voor het grootste deel uit grasland en braakliggend terrein omringd door enkele houtwallen, bomen en watergangen met rietkragen. Er zijn tevens ruigtes met o.a. braam aanwezig. Ten westen wordt het gebied begrensd door een watergang met dijk. Deze dijk is dichtbegroeid met voornamelijk grassen en enkele algemene kruiden. De taluds gaan over in een goed ontwikkelde oevervegetatie. De taluds en oevervegetaties blijven onaangetast. Ten oosten wordt het gebied begrensd door de parkeerplaats van Aquazoo en ten zuiden ligt een verhard wandel- en fietspad. De situatie in 2023 is niet wezenlijk verschillend van de situatie in 2020 of 2019.

8/91

Kenmerk

R001-1282787AIH-V01

Figuur 2.2 Impressie deelgebied 1

Deelgebied 2 (deel van deelgebied 3 in rapport d.d. 6 juli 2020) Dit is een groot deelgebied met een variatie aan bosstroken, verharde wandelpaden, zandpaden en enkele watergangen. Het gebied ligt ingeklemd tussen de provinciale weg (Groningerstraatweg) en de parkeerplaatsen van de Groene Ster. De bosjes bestaan vooral uit grote oude bomen. Er is zowel liggend als staand dood hout aanwezig. Deze zijn geschikt als verblijfplaatsen voor verschillende diersoorten in holten in grote oude bomen kunnen vleermuizen verblijven, staand dood hout is geschikt voor spechten (veel insecten), liggend dood hout biedt geschikte verblijfplaatsen voor amfibieën en kleine zoogdieren. Verspreid liggen enkele grasstroken en -veldjes die aan de bosjes en watergangen grenzen. De onderbegroeiing van de bossen varieert van plaatselijk open (geen struweel en weinig tot geen kruidachtige planten) tot dichtbegroeid o.a. met bramen. Tijdens het veldbezoek op 23 juli 2023 is een rustende buizerd in een boom waargenomen. Door het dichte bladerdek was het niet goed mogelijk om roofvogelnesten te inventariseren. De aanwezigheid van buizerd is in ieder geval een indicatie dat deze mogelijk in het gebied broedt. Tijdens het veldbezoek in 2023 waren wandelaars met (loslopende) honden aanwezig. De situatie in 2023 is niet wezenlijk verschillend van de situatie in 2020 of 2019.

Figuur 2.3. Impressie deelgebied 2

9/91

Kenmerk

R001-1282787AIH-V01

Deelgebied 3 (deel van deelgebied 3 in rapport d.d. 6 juli 2020) Dit is een groot deelgebied vergelijkbaar met deelgebied 2. Het bestaat uit bosstroken, verharde wandelpaden, zandpaden graslandstroken en enkele watergangen. Het gebied ligt tussen de provinciale weg (Groningerstraatweg) en de parkeerplaatsen van de Groene Ster. De bosjes bestaan vooral uit oude bomen. Er zijn ook dode bomen met spechtengaten aanwezig. Verspreid liggen enkele grasstroken en -veldjes die aan de bosjes en watergangen grenzen. De onderbegroeiing van de bossen varieert van plaatselijk open (geen struweel en weinig kruidachtige planten) tot dichtbegroeid o.a. met bramen. In de bosjes zijn op verschillende plekken dode bomen, stronken en takkenhopen aanwezig die voor veel diersoorten geschikt zijn als verblijfplaats. In het westen van het gebied is een homo-ontmoetingsplaats, hierdoor zijn in de bosjes uitgebreide padenstructuren en open plekken ontstaan. Dit is zowel in 2019, 2020 als in juli 2023 geconstateerd. De situatie in 2023 week niet wezenlijk af van de situatie in 2019 of 2020. Wel waren enkele delen dichter begroeid, dit kan ook met het seizoen te maken hebben. In 2023 vond het veldbezoek plaats in juli dat is twee maanden verder in het groeiseizoen dan het veldbezoek in mei 2020. In 2019 was het veldbezoek in november als er weinig planten groeien en de bossen kaler zijn.

Deze verschillen zijn daarom te beschouwen als natuurlijke variaties die binnen een jaar en tussen jaren kunnen plaatsvinden.

10/91

Kenmerk

R001-1282787AIH-V01

Figuur 2.4. Impressie deelgebied 3.

11/91

Kenmerk

R001-1282787AIH-V01

Deelgebied 4 (deelgebied 2 in rapport d.d. 23 april 2020) Dit deelgebied bestaat uit twee graslanden met enkele ondiepe greppels. Aan de randen van de graslanden staan bomenrijen. Deze bestaan uit jonge bomen met onderbegroeiing. Ten noorden van de graslanden ligt een watergang. Het deelgebied wordt gebruikt als hondenlosloopgebied. Tijdens het veldbezoek zowel in 2019 als in 2023 waren verschillende honden loslopend in het gebied aanwezig. De situatie in 2023 is niet wezenlijk verschillend van de situatie in 2020 of 2019.

Figuur 2.5. Impressie deelgebied 4.

Deelgebied 5 (deel van deelgebied 4 in rapport d.d. 23 april 2020) Dit deelgebied bestaat uit het voetbalveld van de Groene Ster inclusief de omliggende bosschages met een aantal grote oude bomen. De onderbegroeiing varieert van open tot dicht begroeid. Vlak langs de bosrand is gemaaid (tijdens veldbezoek 2023) waardoor open stroken zijn ontstaan, door dit maaibeheer zijn hier in ieder geval na het maaien open delen aanwezig. In het deelgebied is ook een watergang aanwezig die tussen twee bosschages loopt. Deze watergang ligt in de schaduw van de bomen en heeft daarom weinig oevervegetatie. De situatie in 2023 is niet wezenlijk verschillend van de situatie in 2019.

Figuur 2.6 Impressie deelgebied 5.

12/91

Kenmerk

R001-1282787AIH-V01

Deelgebied 6 (deelgebied 5 in rapport 23 april 2020) Dit deelgebied heeft enkele grasstroken, langs wandelpaden het merendeel bestaat echter uit bos. De onderbegroeiing van de bossen varieert van open (geen struweel en weinig tot geen kruidlaag) tot dichtbegroeid. In de bosjes zijn op verschillende plekken enkele flinke takkenhopen aanwezig. Het gebied wordt gebruikt als hondenlosloopterrein. Tijdens het veldbezoek in 2019, 2020 en 2023 is waargenomen dat de honden in het gehele gebied rondrennen, ook in de bossen. Tijdens het veldbezoek in 2023 waren schapen aanwezig in een omheind gedeelte. De situatie in 2023 is niet wezenlijk verschillend van de situatie in 2020 of 2019.

Figuur 2.7 Impressie deelgebied 6.

13/91

Kenmerk

R001-1282787AIH-V01

3 Wnb Soortenbescherming 3.1

Beschermingsregime en bepalingen

In de Wnb zijn bepalingen opgenomen voor de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten. Het gaat onder meer om soorten die in Nederland, maar ook in Europa in hun voortbestaan worden bedreigd. De Wnb kent drie beschermingsregimes:  Vogels: het gaat hier om alle inheemse vogels in hun natuurlijk verspreidingsgebied. Ze zijn beschermd via de vogelrichtlijn Dieren en planten: het gaat hier om alle inheemse dieren en planten. Ze zijn beschermd via de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn

 

Nationale soorten: het gaat hier om de soorten, die niet onder de reikwijdte van de Vogel- of Habitatrichtlijn vallen. Deze soorten zijn wel nationaal beschermd

Per beschermingsregime is bepaald welke verboden er gelden. Daarbij gaat het om het om de verbodsbepalingen in tabel 3.1. De mogelijk aanwezige beschermde soorten worden genoemd in paragraaf 3.3. Er is een onderscheid in beschermingsregime voor zogenoemde Nationale soorten (art. 3.10) en Europese soorten (art. 3.5) en vogels (art. 3.1). Voor Nationale soorten geldt alleen een verbod op aantasting van verblijfplaatsen. Voor Europese soorten en vogels geldt naast een verbod op aantasting van verblijfplaatsen of nesten, tevens een verbod op verstoring. Gedeputeerde Staten van provincie Friesland kan een ontheffing verlenen van de verboden. Tabel 3.1 Verbodsbepalingen soortenbescherming onder de Wnb A

B

C

Vogels

Dieren/planten

Dieren/planten

(Europees)

(Nationaal)

Storen/verstoren

3.1.4 *

3.5.2

Vernielen, beschadigen nesten, vaste verblijfplaatsen.

3.1.2

3.5.4 (dieren)

Plukken vernielen etc. van planten

3.10

3.5.5 (planten)

* Verstoring van vogels is alleen verboden wanneer een effect op de staat van instandhouding optreedt.

3.2

Vrijstellingen

In de Wnb is een aantal algemene soorten amfibieën en zoogdieren beschermd onder de categorie “Nationale soorten”, zoals gewone pad, bruine kikker en konijn. Provincie Friesland heeft de bevoegdheid om bij verordening deze soorten “vrij te stellen” van de ontheffing/vergunningsplicht. Dit betekent dat geen ontheffing nodig is voor o.a. handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Het wijzigen van een bestemmingsplan kan worden beschouwd als een handeling in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Een festival valt echter niet onder de belangen waarvoor de vrijstelling geldt. Vrijgestelde soorten zijn daarom meegenomen in deze toetsing.

14/91

Kenmerk

3.3

R001-1282787AIH-V01

Literatuuronderzoek

Op basis van literatuur (o.a. NDFF zie bijlage 1)en het aanwezige biotoop is de aanwezigheid van beschermde soorten niet uitgesloten. De mogelijk aanwezige soorten staan in tabel 3.2 opgesomd. Hierbij is onderscheid gemaakt in Nationale en vogels/Europese soorten. Voor Nationale soorten geldt geen verbod op verstoring (zie paragraaf 3.1), voor vogels en Europese soorten geldt er wel een verbod op verstoring. Effecten op de volgende soortgroepen zijn op voorhand uitgesloten en blijven daarom verder buiten beschouwing (deze zijn in grijs aangegeven in tabel 3.2):  Planten: gelet op het aanwezige biotoop en de verspreidingsgegevens van de afgelopen 10 jaar komen geen beschermde planten voor in de deelgebieden (NDFF, 2023). In 2021 is op de parkeerplaats (buiten de deelgebieden) een waarneming van het kluwenklokje ingevoerd in NDFF (NDFF, 2023). Dit is een beschermde plant die in Nederland alleen in

het wild voorkomt langs de rivieren en in Zuid-Limburg. Het is echter ook een geliefde tuinplant die regelmatig verwilderd wordt aangetroffen. Dat is ook hier het geval, dit betreft geen natuurlijke standplaats van deze soort. Gelet hierop zijn effecten op voorhand uitgesloten. Planten blijven daarom verder buiten beschouwing. Reptielen: in de omgeving van de Groene Ster is de afgelopen 10 jaar een incidentele waarneming van ringslang bekend uit 2014 (NDFF, 2023). Deze waarneming was ver buiten het plangebied op meer dan een km afstand van deelgebied 6 nabij het pad Aldefinne. In de rapporten van 2019 en 2020 wordt een waarneming van ringslang gemeld bij de Alddeel op 500 meter afstand van deelgebied 4. Deze waarneming is niet in het NDFF opgenomen. Het is een Nationale soort (art. 3.10) waardoor er geen verbod op verstoring geldt, maar alleen op aantasting van verblijfplaatsen. De ringslang neemt geluid op een andere manier waar dan bijvoorbeeld zoogdieren. Lang is gedacht dat slangen doof zijn. Uit recent onderzoek (Zdenek et.al., 2023) blijkt dat slangen wel degelijk geluidsgolven via lucht kunnen waarnemen. Het betreft echter alleen bepaalde frequenties (Hertz) en geluidssterktes (Decibel). In het onderzoek is aangetoond dat slangen geluidsfrequenties tot 450 Hertz kunnen horen bij een geluidsvolume van 85 dB.

Dit geluid dient dan waarneembaar te zijn op maaiveld niveau waar het hoofd van de slang zich bevindt. Het waarnemen van geluid staat nog niet gelijk aan een blijvende verstoring. Binnen de deelgebieden zijn geen vaste verblijfplaatsen van ringslangen aanwezig. Een incidenteel zwervend exemplaar heeft bovendien voldoende alternatief leefgebied om uit te wijken. Ook als de slang het geluid van het festival hoort en uitwijkt

dan is er nog geen sprake van een overtreding van de Wnb. Ringslang blijft verder buiten beschouwing. Vissen: in het water van de Groene Ster en/of omgeving zijn de laatste 10 jaar geen waarnemingen bekend van beschermde vissoorten (NDFF, 2023). In theorie zijn geschikte wateren aanwezig buiten de deelgebieden voor grote modderkruiper en kwabaal. Het kamperen vindt plaats op het land en heeft geen effect op het leefgebied van deze soorten. Vlinders, libellen en andere ongewervelden: Buiten de deelgebieden zijn voortplantingswateren van enkele beschermde soorten libellen bekend (NDFF, 2023),

15/91

Kenmerk

R001-1282787AIH-V01

namelijk de gevlekte en sierlijke witsnuitlibel in het oostelijk deel van de Groene Ster en de groene glazenmaker ten noorden van de provinciale weg. De activiteiten hebben geen effect op voortplantingswateren, want deze liggen buiten de deelgebieden. Bovendien vindt de activiteit uitsluitend op land plaats en zijn bij eventuele voortplantingswateren in of nabij de deelgebieden effecten eveneens uitgesloten. Daarnaast zijn de beschermde vlinders grote vos en grote weerschijnvlinder waargenomen (NDFF, 2023). Deze soorten zijn afhankelijk van bomen, eitjes worden meestal hoog in de bomen afgezet. De grote weerschijnvlinder overwintert als rups in bomen verstopt onder schors e.d. De grote vos overwintert als vlinder in holle bomen, stapels hout etc. De activiteiten hebben geen effecten op bomen en zeker niet op voortplantings- of overwinterplaatsen van deze vlindersoorten. Zwervende (adulte) exemplaren van beschermde soorten libellen en/of vlinders zijn nooit uitgesloten. Gelet op het biotoop van de deelgebieden, het lokale en tijdelijke karakter van de activiteit en de mobiliteit van deze soorten is een effect zoals bedoeld in de wet op voorhand uitgesloten. De Wnb wordt niet overtreden. Van der Heijden (2018) meldt daarnaast dat de gestreepte waterroofkever en platte schijfhoren mogelijk in wateren binnen het plangebied voorkomen.

Hiervan zijn geen waarnemingen in NDFF bekend (zie bijlage 1). Bovendien is het leefgebied van deze soorten onder water, waar geen activiteiten plaatsvinden en ook geen verstorende invloed optreedt. Deze soorten blijven daarom buiten beschouwing. 

De mogelijke effecten op jaarrond beschermde nesten zoals ransuil, buizerd etc. zijn te vergelijken met algemene broedvogels. De maatregelen die nodig zijn voor broedvogels zullen ook voor jaarrond beschermde nesten volstaan om effecten te voorkomen. In het rapport worden jaarrond beschermde nesten daarom niet apart behandeld.

16/91

Kenmerk

R001-1282787AIH-V01

Tabel 3.2 Soorten die mogelijk in de deelgebieden of in de omgeving daarvan voorkomen grijs: soorten waarbij effecten op voorhand zijn uitgesloten Soortgroep

Nationale soorten

Vogels en Europese soorten

(art 3.10)

(art. 3.1 en art. 3.5)

Planten

Kluwenklokje (verwilderd)

Geen

Grondgebonden zoogdieren

Muizen en woelmuizen waaronder:

Otter

aardmuis, bosmuis, dwergmuis, rosse woelmuis, veldmuis Spitmuizen waaronder: dwergspitsmuis, huisspitsmuis, waterspitsmuis Middelgrote zoogdieren: eekhoorn, egel, konijn, haas Marters: boommarter, bunzing, hermelijn, steenmarter, wezel Grotere zoogdieren: ree, vos Vleermuizen

N.v.t.

Verschillende soorten

Vogels

N.v.t.

Verschillende soorten

Reptielen

Ringslang

Geen

Amfibieën

Bastaardkikker, bruine kikker,

Heikikker

gewone pad, kleine

Rugstreeppad alleen buiten

watersalamander, meerkikker

Groene Ster, geen effect.

Vissen

Grote modderkruiper, kwabaal

Geen

Vlinders, libellen en overige

Grote vos, grote weerschijnvlinder

Gevlekte witsnuitlibel, groene

ongewervelden

glazenmaker, sierlijke witsnuitlibel, gestreepte waterroofkever, platte schijfhoren

17/91

Kenmerk

3.4

R001-1282787AIH-V01

Effecten kamperen Deelgebied 1

De situatie in 2023 is voor beschermde soorten niet wezenlijk verschillend van de situatie in 2020 of 2019. 3.4.1 Grondgebonden zoogdieren deelgebied 1 Otter De watergang ten westen van het plangebied kan door de otter worden gebruikt als migratieroute en/of leefgebied (bron: NDFF). De soort is de laatste jaren in opmars en wordt ook vaker in andere delen van de Groene Ster waargenomen. Gelet op het gebruik als recreatieplas en hondenlosloopgebied (stranden) is het water in de directe omgeving van de deelgebieden geen onverstoord optimaal leefgebied voor de otter. Verblijfplaatsen van de schuwe otter binnen het plangebied kunnen worden uitgesloten door het intensieve recreatieve gebruik. Otters kunnen wel af en toe foerageren in en langs plassen en brede watergangen in het plangebied. Zo zijn sporen aangetroffen aan de oostzijde van het plangebied (Van der Heijden, 2018a; NDFF) en twee losse waarnemingen aan de westrand en uit de kleine zwemplas. De otter is een Europese soort (art. 3.5) waarvoor een verbod op verstoring geldt. De omgeving van de watergang wordt regelmatig door mensen gebruikt met de daarbij horende verstorende invloed. De watergang en oevers worden bovendien van het plangebied afgeschermd door de tussenliggende dijk. Gelet hierop en op de tijdelijkheid van de activiteiten zal geen essentieel leefgebied van de otter worden verstoord.

Waterspitsmuis In het moerasgebied aan de andere kant van de watergang, buiten het plangebied, zijn waarnemingen van de waterspitsmuis bekend (bron: NDFF). Dit is een nationale soort (art.3.10) waarvoor geen verbod op verstoring geldt. De situatie in 2023 is voor deze soort niet wezenlijk verschillend van de situatie in 2020 of 2019. De soort wordt in dezelfde leefgebieden verwacht en door maatregelen zijn effecten te voorkomen. Gelet op de goed ontwikkelde oeverbegroeiing is potentieel leefgebied van deze soort aanwezig aan de oever van de dijk Het deel met festivalactiviteiten (open terrein met korte vegetaties) is niet geschikt als leefgebied voor waterspitsmuis. De oever en het talud van de dijk blijven onaangetast. De waterspitsmuis blijft doorgaans enkele meters binnen afstand van de oever. Spitsmuizen hebben een slecht zichtvermogen. De waterspitsmuis leeft bovendien verscholen in vegetaties en onder water. Zo lang activiteiten niet plaatsvinden binnen geschikt leefgebied van de waterspitsmuis, is er geen sprake van optische verstoring. Alleen aan de oever en delen van de taluds wordt leefgebied van de waterspitsmuis verwacht. Het plangebied ligt buiten het leefgebied van de waterspitsmuis, waardoor dit onaangetast blijft. Het geschikte leefgebied bevindt zich onder aan een dijk in dichte vegetatie. Hier is geen lichtinvloed van de activiteiten.

Het gehoororgaan van spitsmuizen is met name gevoelig voor de hogere frequenties van 2 tot 20.000 kHz (Siemers et al., 2009). Deze hoge frequenties doven relatief snel uit en dringen bovendien niet goed door in het dichtbegroeide leefgebied van de waterspitsmuis. De meeste geluidsbronnen van festivalactiviteiten maken overigens geluiden in de

18/91

Kenmerk

R001-1282787AIH-V01

lagere frequenties die de waterspitsmuis niet kan horen. Tenslotte ligt een drukke provinciale weg direct naast dit potentiële leefgebied van de waterspitsmuis waardoor het geen stil gebied is in de reguliere situatie. Gelet op het voorgaande zijn effecten door geluidsverstoring uitgesloten. Voor de waterspitsmuis is er daarom geen sprake van activiteiten die leiden tot mogelijke schrikreacties. Overige soorten Voor de overige mogelijk aanwezige soorten geldt geen verbod op verstoring maar dienen de verblijfplaatsen functioneel te blijven. De situatie in 2023 is voor deze soorten niet wezenlijk verschillend van de situatie in 2020 of 2019. Verblijfplaatsen van zoogdieren (zoals hazen, marters, muizen etc.) worden in de bosschages verwacht en in de ruiger begroeide delen van het terrein. Op de open (deels kale) delen van het terrein worden geen verblijfplaatsen verwacht. Wel blijft het noodzakelijk om voorafgaand aan de opbouw een veldbezoek uit te voeren om de actuele situatie met betrekking tot soorten in beeld te brengen. Indien verblijfplaatsen van soorten worden aangetroffen, dienen maatregelen genomen te worden om deze te ontzien zoals het aanhouden van voldoende afstand. Conclusie zoogdieren De situatie in 2023 is voor zoogdieren niet wezenlijk verschillend van de situatie in 2020 of 2019.

Met in achtneming van de volgende voorwaarden kan het plangebied als festivalterrein worden gebruikt. Er is dan geen overtreding van de Wnb en een ontheffing is niet noodzakelijk. 

Een dag tot maximaal een week voorafgaand aan de opbouw van het festival een veldbezoek uitvoeren. Hierbij loopt een ecologisch deskundige het terrein af en brengt de actuele situatie met betrekking tot beschermde natuurwaarden in kaart. Hierbij wordt gelet op geschikte locaties voor verblijfplaatsen van zoogdieren. Bij het aantreffen van verblijfplaatsen: deze ontzien door voldoende afstand te creëren, af te schermen met zichtdichte hekken of andere gelijkwaardige maatregelen. Dit wordt uitgevoerd onder begeleiding van een ecologisch deskundige.

3.4.2 Vleermuizen deelgebied 1 De situatie in 2023 is voor vleermuizen niet wezenlijk verschillend van de situatie in 2020 of 2019. Met name de bosranden en de watergangen zijn geschikt als leefgebied voor vleermuizen. Verstoring door geluid of menselijke aanwezigheid treedt niet op door kampeeractiviteiten. Verstoring door licht dient door maatregelen voorkomen te worden. Door de volgende maatregelen wordt een overtreding van de Wnb voorkomen:  Het uitvoeren van een lichtschouw door een ecologisch deskundige binnen één week voorafgaand aan het festival. Zo nodig wordt de verlichting anders gericht om directe lichtuitstraling op het oppervlaktewater en op andere kwetsbare locaties, zoals bosschages, te voorkomen. 3.4.3

Vogels deelgebied 1

De situatie in 2023 is voor deze soort niet wezenlijk verschillend van de situatie in 2020 of 2019.

19/91

Kenmerk

R001-1282787AIH-V01

Verstoring van broedende vogels is verboden. In de bosschages, struikgewas, oevers en rietkragen kunnen verschillende soorten vogels broeden. Gelet op de terreinkenmerken worden deze niet op de open delen van het plangebied verwacht. Het is daarom zaak om hier voorafgaand aan het festival rekening mee te houden. De kans op een broedgeval is het grootst in de periode maart t/m juli (dit wordt wel gezien als het reguliere broedseizoen). Maar ook buiten deze periode kunnen vogels broeden. Door de volgende maatregelen wordt een overtreding van de Wnb voorkomen:  Een dag tot maximaal een week voorafgaand aan de opbouw een veldbezoek uitvoeren. Hierbij loopt een ecologisch deskundige het terrein af en brengt de actuele situatie met betrekking tot broedende vogels in kaart. 

Bij het aantreffen van broedende vogels: deze ontzien door voldoende afstand te creëren, af te schermen met zichtdichte hekken of andere gelijkwaardige maatregelen. Dit wordt uitgevoerd onder begeleiding van een ecologisch deskundige.

3.4.4 Amfibieën deelgebied 1 De situatie in 2023 is voor amfibieën niet wezenlijk verschillend van de situatie in 2020 of 2019. De soort wordt in dezelfde leefgebieden verwacht en door maatregelen zijn effecten te voorkomen. Heikker is waargenomen in 2019 (NDFF, 2023) in het moerasgedeelte aan de andere kant van het water (nabij deelgebied 2), het gebruik van deelgebied 1 heeft geen invloed op dit leefgebied van heikikker. In het deelgebied zelf worden alleen nationale soorten (zoals bruine kikker, kleine watersalamander, gewone pad) verwacht. Voor deze soorten geldt een verbod op aantasten van verblijfplaatsen. Verstoring is echter niet verboden. Het water en de oevers blijven onaangetast. Geschikt landhabitat bevindt zich in de bosschages, het hier en daar aanwezige puin en de ruiger begroeide delen van het terrein. Op de open delen worden geen vaste verblijfplaatsen verwacht. Door de volgende maatregelen wordt een overtreding van de Wnb voorkomen: 

Een dag tot maximaal een week voorafgaand aan de opbouw van het festival een veldbezoek uitvoeren. Hierbij loopt een ecologisch deskundige het terrein af en brengt de actuele situatie met betrekking tot amfibieën in kaart.

Bij het aantreffen van verblijfplaatsen: deze ontzien door voldoende afstand te creëren, af te schermen met zichtdichte hekken of andere gelijkwaardige maatregelen. Dit wordt uitgevoerd onder begeleiding van een ecologisch deskundige.

3.4.5 Conclusie Wnb soortenbescherming deelgebied 1 De situatie in 2023 is voor beschermde soorten niet wezenlijk verschillend van de situatie in 2020 of 2019. De activiteiten in dit deelgebied leiden door de volgende maatregelen niet tot een overtreding van de Wnb: 

Het uitvoeren van een lichtschouw door een ecologisch deskundige binnen één week voorafgaand aan het festival. Zo nodig wordt de verlichting anders gericht om directe lichtuitstraling op het oppervlaktewater en op andere kwetsbare locaties, zoals bosschages, te voorkomen.

20/91

Kenmerk

R001-1282787AIH-V01

Een dag tot maximaal een week voorafgaand aan de opbouw van het festival een veldbezoek uitvoeren. Hierbij loopt een ecologisch deskundige het terrein af en brengt de actuele situatie met betrekking tot beschermde natuurwaarden in kaart. Hierbij wordt gelet op broedende vogels en geschikte locaties voor verblijfplaatsen van zoogdieren en

amfibieën. Bij het aantreffen van verblijfplaatsen van zoogdieren of amfibieën of broedende vogels: deze ontzien door voldoende afstand te creëren, af te schermen met zichtdichte hekken of andere gelijkwaardige maatregelen. Dit wordt uitgevoerd onder begeleiding van een ecologisch deskundige.

21/91

Kenmerk

3.5

R001-1282787AIH-V01

Effecten Kamperen Deelgebied 2

De situatie in 2023 is voor beschermde soorten niet wezenlijk verschillend van de situatie in 2020 of 2019. 3.5.1 Grondgebonden zoogdieren deelgebied 2 In het oosten ligt het deelgebied dichtbij een watergang en rietvegetaties. Hier zijn waarnemingen van otter en waterspitsmuis bekend (NDFF, Melis, 2019). Dit zijn Europese soorten (art. 3.5) waarvoor een verbod op verstoring geldt. De leefgebieden van deze soorten liggen buiten het mogelijke kampeerterrein. De bossen binnen dit kampeerterrein hebben ook geen functie voor deze soorten. Otter en waterspitsmuis zijn gebonden aan het waterrijke moerasdeel (zie hiervoor). Gelet op het karakter van de activiteit, is ook geen sprake van verstoring van deze soorten. De waterspitsmuis leeft immers verborgen in de vegetatie waar de activiteiten van het kamperen niet zichtbaar of (goed) hoorbaar zijn (zie 3.4.1). Verstoring van waterspitsmuis is daarom uitgesloten. De otter heeft een zeer groot leefgebied waardoor voldoende uitwijk mogelijkheden bestaan (zie 3.4.1). Een eventuele verstoring is zeer plaatselijk en tijdelijk en zal niet leiden tot een blijvend effect op de otter. Een overtreding van de wet is daarom uitgesloten. Verblijfplaatsen van zoogdieren (zoals hazen, marters, muizen etc.) worden in de bosschages verwacht en in de ruiger begroeide delen van het terrein.

In dit deelgebied zijn (zand)paden aanwezig met daarlangs verschillende open plekken en grasveldjes. Ook bosstroken langs de paden zijn voldoende open en mede gelet op het gebruik worden in deze open bosstroken geen verblijfplaatsen van soorten verwacht. Gelet op het huidige gebruik worden vooral centraal in de dichter begroeide bossen soorten verwacht zoals muizen, spitsmuizen, egels en mogelijk marters. Op de paden en direct naast deze paden worden geen verblijfplaatsen verwacht. Tijdens de veldbezoeken zijn vele wandelaars met honden waargenomen, de honden liepen regelmatig los. Hierdoor worden de paden in de huidige situatie al regelmatig verstoord en worden verblijfplaatsen dieper in de bossen verwacht. Er zijn tevens enkele open grasstroken en -velden aanwezig waar, gelet op het reguliere gebruik, evenmin verblijfplaatsen worden verwacht. Het is noodzakelijk om voorafgaand aan de opbouw een veldbezoek uit te voeren om de actuele situatie met betrekking tot soorten in beeld te brengen. Indien verblijfplaatsen van soorten worden aangetroffen, dienen maatregelen genomen te worden om deze te ontzien zoals het aanhouden van voldoende afstand. Conclusie zoogdieren De situatie in 2023 is voor zoogdieren niet wezenlijk verschillend van de situatie in 2020 of 2019. Met in achtneming van de volgende voorwaarden kan het plangebied als festivalterrein worden gebruikt.

Er is dan geen overtreding van de Wnb en een ontheffing is niet noodzakelijk. 

Alleen op de paden kamperen inclusief een zone van 2 meter en op de grasstroken en grasvelden.1

1

In de partiële herziening zijn deze voorwaarden voor het kamperen als volgt vertaald: binnen 2 meter aan weerszijden van de aanwezige paden en in open bosdelen, grasstroken en grasvelden direct langs het pad.

22/91

Kenmerk

R001-1282787AIH-V01

Een dag tot maximaal een week voorafgaand aan de opbouw van het festival een veldbezoek uitvoeren. Hierbij loopt een ecologisch deskundige het terrein af en brengt de actuele situatie met betrekking tot beschermde natuurwaarden in kaart. Hierbij wordt gelet op geschikte locaties voor verblijfplaatsen van zoogdieren.

Bij het aantreffen van verblijfplaatsen: deze ontzien door voldoende afstand te creëren, af te schermen met zichtdichte hekken of andere gelijkwaardige maatregelen. Dit wordt uitgevoerd onder begeleiding van een ecologisch deskundige.

3.5.2 Vleermuizen deelgebied 2 Veel bomen in dit gebied zijn geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. Deze blijven onaangetast, verstoring door licht dient echter voorkomen te worden. Met name de bosranden en het water zijn geschikt als vliegroute en foerageergebied van verschillende soorten. Verstoring door geluid of menselijke aanwezigheid treedt niet op. Verstoring door licht dient door maatregelen voorkomen te worden. Door de volgende maatregelen wordt een overtreding van de Wnb voorkomen: 

Het uitvoeren van een lichtschouw door een ecologisch deskundige binnen één week voorafgaand aan het festival. Zo nodig wordt de verlichting anders gericht om directe lichtuitstraling op het oppervlaktewater en op andere kwetsbare locaties, zoals bosschages, te voorkomen.

3.5.3

Vogels deelgebied 2

Verstoring van broedende vogels is verboden. In de bossen en aan de oevers kunnen verschillende soorten vogels broeden. Gelet op het huidige gebruik worden deze niet op en nabij de paden en graslanden verwacht. Zoals vermeld is tijdens het veldbezoek in 2023 een rustende buizerd waargenomen. Mocht deze soort een nest bouwen in het deelgebied dan zijn aanvullende maatregelen nodig, waaronder het aanhouden van voldoende afstand tot het nest. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor de ransuil, die in 2020 waarschijnlijk broedend is waargenomen in dit deelgebied (NDFF, 2023). Echter zowel van ransuil als van buizerd zijn monitoringen tijdens festivals bekend (o.a. in Krijgsveld et al, 2022) waarin er geen negatief effect is waargenomen terwijl ze op slechts tientallen meters van een hoofdpodium aan het broeden waren. Verstoring van broedende vogels dient voorkomen te worden. Door de volgende maatregelen wordt een overtreding van de Wnb voorkomen:  Een dag tot maximaal een week voorafgaand aan de opbouw van het kampeerterrein een

veldbezoek uitvoeren. Hierbij loopt een ecologisch deskundige het terrein af en brengt de actuele situatie met betrekking tot broedende vogels in kaart. Bij het aantreffen van broedende vogels: deze ontzien door voldoende afstand te creëren, af te schermen met zichtdichte hekken of andere gelijkwaardige maatregelen. Dit wordt uitgevoerd onder begeleiding van een ecologisch deskundige.

23/91

Kenmerk

3.5.4

R001-1282787AIH-V01

Amfibieën deelgebied 2

In het oosten ligt het deelgebied dichtbij een watergang en rietvegetaties. Hier zijn waarnemingen van heikikker bekend (NDFF, Melis, 2019). In het deelgebied is geen waterhabitat van heikikker aanwezig. Het landhabitat van heikikker bestaat met name uit lage vochtige vegetaties zoals vochtige heide, pijpenstrootje en kruidenrijke graslanden. In de droge bossen in het deelgebied is geen optimaal landhabitat aanwezig. De soort verplaatst zich vooral via vochtige vegetaties en via greppels en oevers. Essentieel leefgebied van de soort ligt buiten het mogelijke kampeerterrein. Een fysieke aantasting van het leefgebied is daarom uitgesloten. Gelet op het karakter van de activiteit, kamperen, is er geen verstoring van deze soort. De heikikker leeft immers verborgen in de vegetatie waar de activiteiten van het kamperen niet zichtbaar of (goed) hoorbaar zijn. Een eventuele verstoring is bovendien zeer plaatselijk en tijdelijk en zal niet leiden tot een blijvend effect. Een overtreding van de wet is daarom uitgesloten. In het deelgebied zelf worden alleen nationale soorten (zoals bruine kikker, kleine watersalamander, gewone pad) verwacht. Voor deze soorten geldt een verbod op aantasten van verblijfplaatsen. Verstoring is echter niet verboden. Het water en de oevers blijven onaangetast.

Geschikt landhabitat bevindt zich in de bosschages, het hier en daar aanwezige puin en de ruiger begroeide delen van het terrein. Op de open delen worden geen vaste verblijfplaatsen verwacht. Door de volgende maatregelen wordt een overtreding van de Wnb voorkomen:  Een dag tot maximaal een week voorafgaand aan de opbouw van het festival een

veldbezoek uitvoeren. Hierbij loopt een ecologisch deskundige het terrein af en brengt de actuele situatie met betrekking tot amfibieën in kaart. Bij het aantreffen van verblijfplaatsen: deze ontzien door voldoende afstand te creëren, af te schermen met zichtdichte hekken of andere gelijkwaardige maatregelen. Dit wordt uitgevoerd onder begeleiding van een ecologisch deskundige.

3.5.5 Conclusie Wnb soortenbescherming deelgebied 2 De situatie in 2023 is voor beschermde soorten niet wezenlijk verschillend van de situatie in 2020 of 2019. De activiteiten in dit deelgebied leiden door de volgende maatregelen niet tot een overtreding van de Wnb:  

Alleen op de paden kamperen inclusief een zone van 2 meter en op de grasstroken en grasvelden.2 Het uitvoeren van een lichtschouw door een ecologisch deskundige binnen één week voorafgaand aan het festival. Zo nodig wordt de verlichting anders gericht om directe lichtuitstraling op het oppervlaktewater en op andere kwetsbare locaties, zoals bosschages, te voorkomen. Een dag tot maximaal een week voorafgaand aan de opbouw van het festival een veldbezoek uitvoeren. Hierbij loopt een ecologisch deskundige het terrein af en brengt de actuele situatie met betrekking tot natuurwaarden in kaart. Hierbij wordt gelet op

2

In de partiële herziening zijn deze voorwaarden voor het kamperen als volgt vertaald: binnen 2 meter aan weerszijden van de aanwezige paden en in open bosdelen, grasstroken en grasvelden direct langs het pad.

24/91

Kenmerk

R001-1282787AIH-V01

broedende vogels en geschikte locaties voor verblijfplaatsen van zoogdieren en 

amfibieën. Bij het aantreffen van broedende vogels of verblijfplaatsen van zoogdieren of amfibieën: deze ontzien door voldoende afstand te creëren, af te schermen met zichtdichte hekken of andere gelijkwaardige maatregelen. Dit wordt uitgevoerd onder begeleiding van een ecologisch deskundige.

25/91

Kenmerk

3.6

R001-1282787AIH-V01

Effecten kamperen Deelgebied 3

De situatie in 2023 is voor beschermde soorten niet wezenlijk verschillend van de situatie in 2020 of 2019. 3.6.1 Grondgebonden zoogdieren deelgebied 3 Het terrein wordt (veelvuldig) gebruikt als homo-ontmoetingsplaats waardoor een uitgebreid netwerk aan paden en open plekken in het bos is ontstaan. Gelet op de vele menselijke activiteiten in dit bos zijn weinig (verblijfplaatsen van) schuwe soorten aanwezig. Opvallend is de aanwezigheid van de boommarter die in juni 2020 is waargenomen (NDFF, 2023). Voor deze soort geldt, net als voor alle andere mogelijk aanwezige soorten, geen verbod op verstoring maar wel op aantasting van verblijfplaatsen. De verblijfplaatsen bevinden zich in holten hoog in de bomen, deze blijven door de activiteiten onaangetast. De boommarter is de laatste jaren zijn leefgebied in Nederland flink aan het uitbreiden. De soort komt ook voor in de parken rond en in Amsterdam. Het is daardoor geen soort meer die alleen in rustige grote bosgebieden voorkomt met weinig menselijke activiteiten, maar ook in de drukker bezochte parken zijn leefgebied vindt. Het (tijdelijk) kamperen zal niet leiden tot een extra verstoring gelet op dit reguliere gebruik van de bossen. Door de volgende maatregel wordt een overtreding van de Wnb voorkomen:  Een dag tot maximaal een week voorafgaand aan de opbouw van het festival een veldbezoek uitvoeren.

Hierbij loopt een ecologisch deskundige het terrein af en brengt de

actuele situatie met betrekking tot beschermde natuurwaarden in kaart. Hierbij wordt gelet op geschikte locaties voor verblijfplaatsen van zoogdieren. Bij het aantreffen van verblijfplaatsen: deze ontzien door voldoende afstand te creëren, af te schermen met zichtdichte hekken of andere gelijkwaardige maatregelen. Dit wordt uitgevoerd onder begeleiding van een ecologisch deskundige.

3.6.2 Vleermuizen deelgebied 3 Veel bomen in dit gebied zijn geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. Deze blijven onaangetast, verstoring door licht dient echter voorkomen te worden. Met name de bosranden en het water zijn geschikt als vliegroute en foerageergebied van verschillende soorten. Verstoring door geluid of menselijke aanwezigheid treedt niet op. Verstoring door licht dient door maatregelen voorkomen te worden. Door de volgende maatregelen wordt een overtreding van de Wnb voorkomen:  Het uitvoeren van een lichtschouw door een ecologisch deskundige binnen één week voorafgaand aan het festival. Zo nodig wordt de verlichting anders gericht om directe lichtuitstraling op het oppervlaktewater en op andere kwetsbare locaties, zoals bosschages, te voorkomen. 3.6.3 Vogels deelgebied 3 Verstoring van broedende vogels is verboden. In de bosschages, struikgewas, oevers en rietkragen kunnen verschillende soorten vogels broeden. Gelet op het gebruik als homo-

26/91

Kenmerk

R001-1282787AIH-V01

ontmoetingsplaats is er in de reguliere situatie ook sprake van menselijke activiteiten in de bosjes. In deze delen worden daarom niet de meest schuwe vogels verwacht. Er zijn waarnemingen van o.a. bosuil, buizerd, roek, sperwer en buizerd bekend (NDFF, 2023). Deze soorten hebben jaarrond beschermde nesten in Friesland. Echter vanwege het huidige gebruik is de verwachting dat een deel van deze bossen, ook tijdens het broedseizoen, vrijgegeven kunnen worden. De soorten worden immers door het dagelijks gebruik al op voldoende afstand van open plekken gehouden óf zijn blijkbaar niet gevoelig voor de menselijke activiteiten. Het blijft wel noodzakelijk om voorafgaand aan het festival rekening te houden met de aanwezigheid van broedende vogels. De kans op een broedgeval is het grootst in de periode maart t/m juli (dit wordt wel gezien als het reguliere broedseizoen). Maar ook buiten deze periode kunnen vogels broeden. Door de volgende maatregelen wordt een overtreding van de Wnb voorkomen:  Een dag tot maximaal een week voorafgaand aan de opbouw een veldbezoek uitvoeren. Hierbij loopt een ecologisch deskundige het terrein af en brengt de actuele situatie met 

3.6.4

betrekking tot broedende vogels in kaart. Bij het aantreffen van broedende vogels: deze ontzien door voldoende afstand te creëren, af te schermen met zichtdichte hekken of andere gelijkwaardige maatregelen. Dit wordt uitgevoerd onder begeleiding van een ecologisch deskundige. Amfibieën deelgebied 3

In dit deelgebied worden alleen nationale soorten (bruine kikker, kleine watersalamander, gewone pad) verwacht. Geschikt landhabitat bevindt zich in de dichtere struwelen, ruigten dode bomen en takken hopen. Deze zijn eenvoudig te ontzien. Door de volgende maatregelen wordt een overtreding van de Wnb voorkomen:  Een dag tot maximaal een week voorafgaand aan de opbouw van het festival een veldbezoek uitvoeren. Hierbij loopt een ecologisch deskundige het terrein af en brengt de 

actuele situatie met betrekking tot amfibieën in kaart. Bij het aantreffen van amfibieën: deze ontzien door voldoende afstand te creëren, af te schermen met zichtdichte hekken of andere gelijkwaardige maatregelen. Dit wordt uitgevoerd onder begeleiding van een ecologisch deskundige.

3.6.5

Conclusie Wnb soortenbescherming deelgebied 3

De situatie in 2023 is voor beschermde soorten niet wezenlijk verschillend van de situatie in 2020 of 2019. De activiteiten in dit deelgebied leiden door de volgende maatregelen niet tot een overtreding van de Wnb: 

Het uitvoeren van een lichtschouw door een ecologisch deskundige binnen één week voorafgaand aan het festival. Zo nodig wordt de verlichting anders gericht om directe lichtuitstraling op het oppervlaktewater en op andere kwetsbare locaties, zoals bosschages, te voorkomen. Een dag tot maximaal een week voorafgaand aan de opbouw van het festival een veldbezoek uitvoeren. Hierbij loopt een ecologisch deskundige het terrein af en brengt de actuele situatie met betrekking tot natuurwaarden in kaart. Hierbij wordt gelet op

27/91

Kenmerk

R001-1282787AIH-V01

broedende vogels en geschikte locaties voor verblijfplaatsen van zoogdieren en 

amfibieën. Bij het aantreffen van broedende vogels of verblijfplaatsen van zoogdieren of amfibieën: deze ontzien door voldoende afstand te creëren, af te schermen met zichtdichte hekken of andere gelijkwaardige maatregelen. Dit wordt uitgevoerd onder begeleiding van een ecologisch deskundige.

28/91

Kenmerk

3.7

R001-1282787AIH-V01

Effecten kamperen Deelgebied 4

De situatie in 2023 is voor beschermde soorten niet wezenlijk verschillend van de situatie in 2020 of 2019.Het terrein wordt gebruikt als hondenlosloop gebied. Het bestaat uit twee graslanden, met ondiepe greppels, watergangen en bomenrijen met jonge/dunne bomen. 3.7.1 Grondgebonden zoogdieren deelgebied 4 In dit deelgebied worden alleen nationale soorten verwacht. Hiervoor geldt een verbod op aantasting verblijfplaatsen, niet op verstoring. Gelet op het biotoop en het huidige gebruik (honden uitlaat terrein) worden geen essentiële leefgebieden van Europese soorten (zoals otter en waterspitsmuis) verwacht. Deze liggen buiten de kamperenterreinen en worden niet betreden. Otter is wel waargenomen in de watergang ten westen van het gebied (NDFF, 2023). Het kamperen heeft hier echter geen invloed op want het wordt hiervan gescheiden door bosschages. Bovendien zijn er door de vele honden in het gebied geen essentiële onderdelen van leefgebieden te verwachten op de locaties waar de activiteit plaatsvindt of invloed op heeft. In paragraaf 3.4.1. staat een uitgebreide effectenbeoordeling voor otter en waterspitsmuis, zie voor een uitgebreide effectenbeoordeling van otter en waterspitsmuis paragraaf 3.4.1). De aanwezige bomenrij inclusief onderbegroeiing en oevervegetaties bieden geschikt leefgebied voor kleine soorten als muizen, spitsmuizen, konijnen en kleine marters.

Door de volgende maatregelen wordt een overtreding van de Wnb voorkomen:  3.7.2

Alleen kamperen toestaan op de graslanden. Vleermuizen deelgebied 4

De situatie in 2023 is niet wezenlijk verschillend van de situatie in 2020 of 2019.Vleermuizen zijn Europese soorten (art. 3.5) waardoor een verbod op verstoring geldt. De bomen zijn jong en dun en minder geschikt voor verblijfplaatsen van vleermuizen. Mogelijk zijn de bomenrijen en watergangen wel van belang als vliegroute of foerageergebied van vleermuizen. Verstoring door geluid of menselijke aanwezigheid treedt niet op. Verstoring door licht dient door maatregelen voorkomen te worden. Door de volgende maatregelen wordt een overtreding van de Wnb voorkomen:  Het uitvoeren van een lichtschouw door een ecologisch deskundige binnen één week voorafgaand aan het festival. Zo nodig wordt de verlichting anders gericht om directe lichtuitstraling op het oppervlaktewater en op andere kwetsbare locaties, zoals bosschages, te voorkomen.

29/91

Kenmerk

3.7.3

R001-1282787AIH-V01

Vogels deelgebied 4

De situatie in 2023 is niet wezenlijk verschillend van de situatie in 2020 of 2019. Verstoring van broedende vogels is verboden. In de bosschages en aan de oevers kunnen verschillende soorten vogels broeden. Gelet op het huidige gebruik als hondenlosloopgebied worden deze niet op graslanden verwacht. Vogels kunnen gedurende het gehele jaar tot broeden komen. Het is daarom zaak om hier voorafgaand aan het kamperen rekening mee te houden. De kans op een broedgeval is het grootst in de periode maart t/m juli (dit wordt wel gezien als het reguliere broedseizoen). Maar ook buiten deze periode kunnen vogels broeden. Door de volgende maatregelen wordt een overtreding van de Wnb voorkomen:  Kamperen alleen toestaan op de graslanden 

3.7.4

In de bosschages en aan de oevers kunnen verschillende soorten vogels broeden. Een dag tot maximaal een week voorafgaand aan de opbouw van het festival een veldbezoek uitvoeren. Hierbij loopt een ecologisch deskundige het terrein af en brengt de actuele situatie met betrekking tot broedende vogels in kaart. Bij het aantreffen van broedende vogels: deze ontzien door voldoende afstand te creëren, af te schermen met zichtdichte hekken of andere gelijkwaardige maatregelen. Dit wordt uitgevoerd onder begeleiding van een ecologisch deskundige. Amfibieën deelgebied 4

De situatie in 2023 is niet wezenlijk verschillend van de situatie in 2020 of 2019. In dit deelgebied worden alleen nationale soorten (zoals bruine kikker, kleine watersalamander, gewone pad) verwacht. Voor deze soorten geldt een verbod op aantasten van verblijfplaatsen. Verstoring is echter niet verboden. Het water, de oevers en de bosschages blijven onaangetast. Op de graslanden worden (mede gelet op het huidige gebruikt) geen vaste verblijfplaatsen verwacht. Door de volgende maatregelen wordt een overtreding van de Wnb voorkomen:  3.7.5

Kamperen alleen toestaan op de graslanden. Conclusie deelgebied 4

De situatie in 2023 is niet wezenlijk verschillend van de situatie in 2020 of 2019. Het kamperen in dit deelgebied leidt door de volgende maatregelen niet tot een overtreding van de Wnb:  Kamperen alleen toestaan op de graslanden. 

Het uitvoeren van een lichtschouw door een ecologisch deskundige binnen één week voorafgaand aan het festival. Zo nodig wordt de verlichting anders gericht om directe lichtuitstraling op het oppervlaktewater en op andere kwetsbare locaties, zoals bosschages, te voorkomen. Bosschages en oevers: Een dag tot maximaal een week voorafgaand aan de opbouw van het festival een veldbezoek uitvoeren. Hierbij loopt een ecologisch deskundige het terrein af en brengt de actuele situatie met betrekking tot broedende vogels in kaart. Bij het aantreffen van broedende vogels: deze ontzien door voldoende afstand te creëren, af te schermen met zichtdichte hekken of andere gelijkwaardige maatregelen. Dit wordt uitgevoerd onder begeleiding van een ecologisch deskundige.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=15b3dd01-1c9d-413d-8e92-a7e496deef79