CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke onderbouwing Verbouw boerderij Overijsselsestraatweg 18 Reduzum

Besluitvorming (raad) 12 oktober 2022, gemeente LeeuwardenBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen (vvgb) voor de realisatie van twee woningen in een voormalige boerderij op het adres Overijsselsestraatweg 18 te Reduzum.21.714 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Ruimtelijke onderbouwing verbouw boerderij naar twee woningen perceel Overijsselsestraatweg 18 Reduzum

Inhoud: Toelichting:

Pagina: 4 – 26

Bijlagen:

27 – 236

Status:

Definitief

2 december 2021

1

Overzichtskaart

Plangebied

Ruimtelijke onderbouwing Overijsselsestraatweg 18 Reduzum

2

Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1 - INLEIDING .......................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding .................................................................................................................................................... 4 1.2 Situering plangebied.................................................................................................................................... 4 1.3 Geldende planologische regeling ................................................................................................................ 6 1.4 Leeswijzer ................................................................................................................................................... 7 HOOFDSTUK 2 - PLANBESCHRIJVING ........................................................................................................ 8 2.1 Huidige situatie ............................................................................................................................................ 8 2.2 Nieuwe planopzet ........................................................................................................................................

8 HOOFDSTUK 3 - BELEIDSKADER ............................................................................................................... 10 3.1 Rijksbeleid ................................................................................................................................................. 10 3.2 Provinciaal beleid ...................................................................................................................................... 11 3.3 Gemeentelijk beleid ................................................................................................................................... 12 3.4 Stedenbouw en welstand .......................................................................................................................... 13 HOOFDSTUK 4 - MILIEUASPECTEN EN OMGEVINGSFACTOREN .......................................................... 15 4.1 Milieuhinder: bedrijven en milieuzonering ................................................................................................. 15 4.2 Bodemkwaliteit - asbest ............................................................................................................................ 17 4.3 Geluid - wegverkeerslawaai ...................................................................................................................... 18 4.4

Omgevingsaspect ecologie ................................................................................................................... 19

4.5

Erfgoed .................................................................................................................................................. 20

4.6 Externe veiligheid ...................................................................................................................................... 23 4.7 Water ......................................................................................................................................................... 23 4.8 Verkeer, parkeren en luchtkwaliteit ........................................................................................................... 24 4.9 MER - beoordeling .................................................................................................................................... 25 HOOFDSTUK 5 - UITVOERBAARHEID VAN HET PLAN ............................................................................ 26 5.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ............................................................................................................. 26 5.2 Economische uitvoerbaarheid ................................................................................................................... 26

Ruimtelijke onderbouwing Overijsselsestraatweg 18 Reduzum

3

BIJLAGEN BIJ DE RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ................................................................................ 27

Ruimtelijke onderbouwing Overijsselsestraatweg 18 Reduzum

4

Hoofdstuk 1 - Inleiding 1.1 Aanleiding Het perceel Overijsselsestraatweg 18 te Reduzum betreft een locatie waar in het verleden tot 1994 een agrarisch bedrijf was gevestigd. Na het stoppen van de agrarische functie zijn er vervolgens een aantal jaren bedrijfsmatige werkzaamheden uitgevoerd in de vorm van een transport- en overslag bedrijf. Vandaar dat de huidige bestemming ‘Bedrijf’ met de aanduidingen cw (cultuurhistorisch waardevol) en dw1 ( 1 dienstwoning) op het perceel van toepassing is. Inmiddels zijn deze bedrijfsmatige activiteiten ook gestaakt. Daarom is een particulier initiatief opgevat voor het transformeren en verbouwen van de boerderij naar wonen. Het initiatief voorziet in de realisatie van twee woningen in de voormalige schuur en boerderijwoning. Vanwege de bestemming ‘Bedrijf’ en het feit dat maar één (bedrijfs)woning toegestaan is, is het initiatief in strijd met de regels van het geldende bestemmingsplan ‘Lytse Doarpen’. Het college van de gemeente Leeuwarden heeft in de vorm van een principebesluit ingestemd met de realisatie van twee woningen in de voormalige boerderij. Het college heeft in haar principebesluit initiatiefnemers laten weten1 in beginsel medewerking te willen verlenen via het volgen van de uitgebreide omgevingsvergunningprocedure.

Om deze procedure uit te kunnen voeren dient op basis van een ruimtelijke onderbouwing aangetoond te worden, dat het initiatief uitvoerbaar en haalbaar is en dat in de nieuwe situatie sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Gemotiveerd moet worden waarom het initiatief geen strijd oplevert met de van toepassing zijnde omgevingsfactoren. Onderdeel van de procedure is dat de verbouwplannen ter visie worden gelegd waarbij een ieder een zienswijze in kan dienen. Vervolgens zal de gemeente een besluit nemen, waarbij een ‘verklaring van geen bedenkingen’ van de gemeenteraad is vereist. Op 14 december 2015 heeft de raad een lijst van projecten vastgesteld, waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen is vereist. Het plan past niet binnen deze vastgestelde projectenlijst, omdat het plangebied is gesitueerd in het buitengebied.

1.2 Situering plangebied Het plangebied Het plangebied Overijsselsestraatweg maakt, ofschoon het planologisch opgenomen is in het bestemmingsplan ‘Lytse Doarpen’, deel uit van het buitengebied van de gemeente Leeuwarden. Tot de gemeentelijke herindeling in 1984 maakte Reduzum (toen nog Roordahuizum) deel uit van de toenmalige gemeente Idaarderadeel, die opging in de gemeente Boornsterhim. Op 1 januari 2014 is deze gemeente opgeheven, waarop Reduzum onderdeel is geworden van het grondgebied van de gemeente Leeuwarden.

1

Gemeente Leeuwarden brief 9 november 2017 kenmerk 11020294 voorlopige beoordeling

Ruimtelijke onderbouwing Overijsselsestraatweg 18 Reduzum

5

Plangebied

Figuur 1. Situering plangebied.

Ruimtelijke onderbouwing Overijsselsestraatweg 18 Reduzum

6

1.3 Geldende planologische regeling Het plangebied heeft in het geldende bestemmingsplan ‘Lytse Doarpen’ de bestemming 'Bedrijf' met de aanduidingen van respectievelijk cw en dw1. Verwezen wordt naar paragraaf 1.1. en figuur 2.

Figuur 2. Fragment van verbeelding met letter B (= bestemming Bedrijf) en aanduidingen cw en dw1. Bron: verbeelding bestemmingsplan Lytse Doarpen.

Om een reëel beeld te verkrijgen van de omliggende functies en bestemmingen wordt verwezen naar figuur 3. Het betreft een fragment van de verbeelding van het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2008 Boarnsterhim. Figuur 3

Ruimtelijke onderbouwing Overijsselsestraatweg 18 Reduzum

In de directe nabijheid van het plangebied is een woning gelegen (geel – W) en zijn agrarische bedrijven gevestigd op de percelen plaatselijk bekend Overijsselsestraatweg 5 en 20. Wat dit betekent in het kader van bedrijven en milieuzonering, wordt in paragraaf 4.1 nader toegelicht.

7

1.4 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 nader ingegaan op het initiatief. In hoofdstuk 3 wordt een toelichting gegeven op het geldende en relevante ruimtelijke overheidsbeleid, om vervolgens in hoofdstuk 4 een beschrijving te geven van de van toepassing zijnde omgevingsaspecten. Tot slot is in hoofdstuk 5 ingegaan op de (economische en maatschappelijke) uitvoerbaarheid van het plan.

Ruimtelijke onderbouwing Overijsselsestraatweg 18 Reduzum

8

Hoofdstuk 2 - Planbeschrijving 2.1 Huidige situatie Voor wat betreft het huidige gebruik, het bestaande woongedeelte is in gebruik bij enkele van de initiatiefnemers.

Figuur 4. Bestaande situatie.

2.2 Nieuwe planopzet In de nieuwe planopzet wordt het boerderijpand gesplitst in twee delen (woningen) door middel van een lichtstraat en gezamenlijk tuingebied.

Figuur 5. Illustratie van de nieuwe voorgestelde situatie. Bron: JOUS Architecten.

Ruimtelijke onderbouwing Overijsselsestraatweg 18 Reduzum

9

Inpassing verbouwplan in de omgeving Het komt regelmatig voor dat voormalige agrarische bedrijfsgebouwen en boerderijen aan achterstallig onderhoud en verpaupering bloot worden gesteld. De gebouwen op de locatie Overijsselsestraatweg 18 vormen daarop geen uitzondering. Om de boerderij beter geschikt te maken voor bewoning, worden er twee afzonderlijke woningen gerealiseerd. Deze worden als het ware als twee losse, geïsoleerde blokken in de bestaande boerderij geplaatst. Om ook het bestaande voorhuis bij de woonfunctie te kunnen betrekken wordt deze ingrijpend verbouwd. Enkele gevels van de boerderij worden, met behoud van de bestaande buitengevels en raamopeningen, opengemaakt om het wonen in relatie met de tuin te brengen. De aanpassing van het dak, is zorgvuldig en is er op gericht om zoveel mogelijk daglicht in de woning te brengen en diagonale zichtlijnen vanuit woningen te creëren op de binnentuin. Met de introductie van een houten lamellenstructuur wordt de dakvorm hersteld. Het ontwerp beoogd van een eenvoudig vormgegeven boerderij een interessante en ruimtelijk spannende woonruimte te maken die optimaal is verbonden met de tuin en de nieuwe binnentuin. Conclusie Het initiatief is stedenbouwkundig en welstandshalve verantwoord en draagt bij aan een kwalitatieve versterking van het gebied.

Ruimtelijke onderbouwing Overijsselsestraatweg 18 Reduzum

10

Hoofdstuk 3 - Beleidskader Ruimtelijke ontwikkelingen moeten passen binnen wet-, regelgeving en beleid van het Rijk, de provincie en de gemeente.

3.1 Rijksbeleid De Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld. De NOVI vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen Nederland staat, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke prioriteiten de Rijksoverheid stelt bij de inrichting van Nederland en hoe het Rijk keuzes maakt in de uitvoering daarvan. Keuzes die samenhangen met toekomstbeelden over de fysieke leefomgeving, maatschappelijke opgaven en bijbehorende economische perspectieven.

Steeds duidelijker wordt dat de opgaven alleen goed aangepakt kunnen worden als dat in samenhang gebeurt, het ontwikkelpotentieel van heel Nederland optimaal wordt benut en gezorgd wordt voor een duurzame verbinding van alle delen van Nederland en met de landen om ons heen. Het beleid in de leefomgeving is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de betrokken overheden. De NOVI geeft aan waar het Rijk zich op nationale schaal aan bindt, waar het regie voert richting medeoverheden of waar het juist aan de medeoverheden is om keuzes te maken. Provincies en (samenwerkende) gemeenten zullen in hun omgevingsvisies uiting geven aan hun eigen verantwoordelijkheid en keuzes in de fysieke leefomgeving.

1. 2. 3. 4.

Met de NOVI wordt in beeld gebracht waar kansen liggen. Kansen om de kwaliteit van onze leefomgeving te verbeteren. Kansen om sociale samenhang, gezondheid en economisch herstel te bevorderen en kansen om schone, veilige en duurzame technieken, die bijdragen aan de beoogde transitie naar een circulaire samenleving – stevig te verankeren in onze manier van leven en werken. Daartoe zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel Sterke en gezonde steden en regio's Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Ladder voor duurzame verstedelijking Bij gebiedsontwikkeling is 'een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten' van belang. Hierbij hanteert het Rijk de Ladder voor duurzame verstedelijking. Deze is opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).

Ruimtelijke onderbouwing Overijsselsestraatweg 18 Reduzum

11

De Ladder houdt in dat de toelichting bij een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Voordat de Ladder voor duurzame verstedelijking wordt doorlopen, moet de vraag worden beantwoord of er wel sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Artikel 1.1.1 Bro definieert een stedelijke ontwikkeling als 'een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Het initiatief betreft de verbouw van een bestaand gebouw (boerderij). De verbouw van één (bedrijfs) woning naar 2 woningen is naar aard en omvang geen substantiële wijziging dat sprake zou kunnen zijn van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De Ladder is daarmee niet van toepassing op het initiatief. Conclusie Op basis van vorenstaande kan worden vastgesteld dat ten aanzien van dit planvoornemen geen nationale belangen in het geding zijn en het planvoornemen passend is in het ruimtelijke beleid van het Rijk.

3.2 Provinciaal beleid Streekplan Fryslân Het ruimtelijk beleid van de provincie vormt een belangrijk kader voor het gemeentelijk ruimtelijk beleid. Beleid dat onder meer is vastgelegd in het Streekplan Fryslân, vastgesteld op 13 december 2006. De provincie Fryslân zet, meer dan voorheen, in op de verhoging van de ruimtelijke kwaliteit bij veranderingen in het gebruik en de inrichting van de ruimte. Ruimtelijke kwaliteit dient zowel voor economische, sociale als culturele belangen en is daarmee voor alle functies in Fryslân essentieel. Met ruimtelijke kwaliteit wordt bedoeld dat in ruimtelijke plannen, in ontwerpen en in de uitvoering, expliciet de gebruikswaarde, de belevingswaarde en de toekomstwaarde in stand worden gehouden en verder worden ontwikkeld. Bij het streven naar een vitaal platteland, wordt ruimte geboden voor ontwikkelingen binnen de plaatselijke verhoudingen en kwaliteiten van het gebied. Voor de ontwikkeling van lokale en regionale bedrijvigheid, wordt in het buitengebied ruimte geboden. Gestreefd wordt naar kwaliteitsverbetering van bestaande voorzieningen. Er is daarbij een verhoogde aandacht voor de landschappelijke inpassing.

Verordening Romte (geconsolideerde versie 2018) Van de hoofdregel in hoofdstuk 1 dat in een ruimtelijk plan voor het landelijk gebied geen bouwen gebruiksmogelijkheden mogen worden opgenomen voor nieuwe stedelijke functies zoals wonen, mag afgeweken worden indien zoals in onderhavig geval sprake is van hergebruik van vrijkomende agrarische bebouwing. Wel heeft de provincie aan voorgaande de volgende voorwaarden gesteld: a. De bestaande karakteristiek moet behouden blijven; b. De plaats, omvang, vorm en gebruik dient te passen in de omgeving; c. Dat het initiatief geen beperkingen op mag leveren voor agrarische bedrijven in de omgeving. Hoofdstuk 3 van de verordening handelt over wonen. Regel is dat ruimtelijke plannen voor wonen in overeenstemming moeten zijn met het woonplan. Van deze regel mag worden afgeweken wanneer het een woningbouwproject betreft met niet meer dan 3 woningen. Bovendien dient het project op grond van artikel 3.1.2 onder a te voldoen aan het regionale woningbouwprogramma.

Ruimtelijke onderbouwing Overijsselsestraatweg 18 Reduzum

12

Omgevingsvisie Fryslân 2020 De Omgevingsvisie geeft de komende jaren richting aan de activiteiten van de provincie. Brede welvaart in een vitaal, veerkrachtig, karakteristiek en gezond Fryslân. Dat is de hoofdambitie voor de Friese leefomgeving. In de omgevingsvisie staan negen principes geformuleerd die de manier van werken van de provincie beschrijven en richting geven bij het maken van keuzes. • • •

•

Het planinitiatief sluit aan op de volgende principes van de omgevingsvisie: zuinig en doelmatig ruimtegebruik (bestaande bebouwing krijgt een nieuwe functie); omgevingskwaliteit als ontwerpbasis (bijzonder planontwerp dat voorziet in behoud, herstel en vernieuwing van karakteristieke agrarische bebouwing); koppelen van ambities (het plan draagt bij aan een leefbaar en vitaal platteland door terugdringen van leegstand, het toevoegen van een uniek woonconcept nabij een dorpskern met behoud en herstel van karakteristieke omgevingskwaliteiten. Terreinplan levert een (kleine) bijdrage aan biodiversiteit en klimaat door het vergroenen van een erf en het energiezuinig maken van bestaande bebouwing); aansluiting zoeken (ruimte bieden voor een particulier initiatief uit de samenleving). Conclusie Het plan is in overeenstemming met de provinciale verordening en het provinciaal beleid. De woningen worden gerealiseerd in bestaande karakteristieke bebouwing. De plaats, omvang, vorm en gebruik passen in de omgeving (voor nadere toelichting zie hoofdstuk 3.3. Stedenbouw). De functiewijziging naar wonen levert geen belemmeringen op voor omliggende agrarische bedrijven. In hoofdstuk 4.1 wordt dit aspect nader toegelicht. Het plan voorziet in het toevoegen van 1 extra woning.

Dit is in overeenstemming met de woningbouwafspraken met de provincie Fryslân waarin voor 2021 15 eenheden zijn opgenomen, die kunnen worden ingezet ten behoeve van herontwikkeling/herbestemming in de dorpen.

3.3 Gemeentelijk beleid Bestemmingsplan ‘Lytse Doarpen’ Boarnsterhim Het plangebied heeft in het geldende bestemmingsplan ‘Lytse Doarpen’ de bestemming 'Bedrijf' met de aanduidingen van respectievelijk cw en dw1. Verwezen wordt naar paragraaf 1.1 en 1.3. Het initiatief is strijdig met de regels van dit geldende bestemmingsplan. Om medewerking aan het initiatief te kunnen verlenen, is er voor gekozen om gebruik te maken van de uitgebreide omgevingsvergunningprocedure zodat afgeweken kan worden van het bestemmingsplan. Afwegingskader woningbouw 2016 Met het Afwegingskader woningbouw 2016 - 2026 heeft de gemeente de basis gelegd voor de periode tot 2026. Keuzes zoals het creëeren van bouwruimte voor bruto 4500 woningen, een behoefte van 250 woningen voor de dorpen en het faciliteren aan bijzondere woonvormen en bijzondere manieren van ontwikkelen. Er is een onderscheid gemaakt naar stedelijk, suburbaan en dorps wonen. Door de gemeentelijke herindelingen is het dorpse woonmilieu binnen de gemeente toegenomen. Ofschoon de gemeente vaststelt dat de groei van de bevolking zich vooral in de stad concentreert, wenst de gemeente ook ruimte te blijven bieden voor een bij de schaal en aard passende uitbreiding van de woningvoorraad bij dorpen. Binnen haar beleid heeft de gemeente ook duidelijk gemaakt open te staan voor niet-traditionele vormen van woningbouwontwikkeling.

Ruimtelijke onderbouwing Overijsselsestraatweg 18 Reduzum

13

Op basis van het initiatief wordt een grondgebonden woning toegevoegd aan de woningvoorraad Reduzum. Dit plan is in overeenstemming met het gemeentelijk woonbeleid (afwegingskader woningbouw). In het afwegingskader woningbouw is onder meer vastgelegd dat: ▪ in de periode 2016-2026 in de dorpen ruimte bestaat voor het toevoegen van 250 woningen. Voor 2021 kunnen in de dorpen nog 15 woningen toegevoegd. Voor het toevoegen van een extra woning in Reduzum is voldoende woningbouwcontingent; ▪ in beginsel geen medewerking wordt verleend aan het toevoegen van woonbestemmingen op onbebouwde gronden binnen en buiten stedelijk gebied. Het plan voorziet in de transformatie van reeds bestaande voormalige agrarische bebouwing nabij stedelijk gebied; ▪ ruimte wordt geboden aan bijzondere woonvormen en bijzondere manieren van ontwikkeling. Het betreft een particulier plan van een lokale bewoner dat voorziet in de realisatie van architectonisch bijzonder woonconcept met behoud van de karakteristieke agrarische bebouwing. Conclusie Het initiatief is conform de uitgangspunten van het gemeentelijk beleid opgesteld. Het initiatief past binnen de landelijke identiteit van de gemeente en meer specifiek het open landschap. Het gemeentelijk beleid vormt geen belemmering voor dit initiatief.

3.4 Stedenbouw en welstand Stedenbouw Het komt regelmatig voor dat voormalige agrarische bedrijfsgebouwen en boerderijen aan achterstallig onderhoud bloot worden gesteld. De voormalige agrarische bebouwing op de locatie Overijsselsestraatweg 18 vormt daarop geen uitzondering. Het transformatieplan (van bedrijfsfunctie naar wonen) voorziet in het behoud, herstel en vernieuwing van een karakteristieke kop-hals-rompboerderij. Gelet op de omvang van de bebouwing is het goed denkbaar dat er een tweede woning wordt toegevoegd. Het toevoegen van een extra woning op deze locatie is stedenbouwkundig aanvaardbaar. Het plangebied ligt op loop- en fietsafstand van de bebouwde kom van Reduzum. Er is sprake van duurzaam en efficiënt ruimtegebruik, in die zin dat een woning wordt gerealiseerd in reeds bestaande bebouwing. Hoewel het initiatief zich kenmerkt door vernieuwende elementen, zoals de realisatie van een binnentuin met lichtstraat in de schuur, sluit het verbouwplan goed aan op de landschappelijke context van de omgeving. De karakteristieke contour en architectuur van een kop-hals-rompboerderij blijft behouden. Het gehele woonprogramma wordt gerealiseerd binnen de bestaande bebouwingscontour van de kop-hals-rompboerderij.

De gevelwijzigingen en de realisatie van een binnentuin met lichtstraat komen de kwaliteit van wonen ten goede en doen geen afbreuk aan de karakteristieke architectuur van de boerderij. De functiewijziging komt de beeldkwaliteit van het erf ten goede. Vanwege de voormalige bedrijfsmatige activiteiten is een aanzienlijk deel van het erf verhard en is op de kavelgrens langs de straatzijde een twee meter hoog hekwerk geplaatst. Een aanzienlijk deel van deze erfverhardingen zal worden verwijderd en het hekwerk zal worden vervangen met een groene erfafscheiding.

Ruimtelijke onderbouwing Overijsselsestraatweg 18 Reduzum

14

Welstand De welstandscommissie Hûs en Hiem heeft het plan d.d. 14 september 2021 positief beoordeeld. Het plan voldoet volgens de commissie, getoetst aan de door de gemeenteraad vastgestelde criteria, aan de redelijke eisen van welstand.

Ruimtelijke onderbouwing Overijsselsestraatweg 18 Reduzum

15

Hoofdstuk 4 - Milieuaspecten en omgevingsfactoren Uitgangspunt voor onderhavig initiatief is dat er een goede omgevingssituatie ontstaat. In dit hoofdstuk komen een aantal omgevings- en milieuaspecten aan de orde die voorwaarden kunnen stellen aan dit plan.

4.1 Milieuhinder: bedrijven en milieuzonering Algemeen Ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening, als uitgangspunt van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), is het waarborgen van voldoende afstand tussen hinder veroorzakende functies, zoals bedrijven en voorzieningen, en hindergevoelige functies, zoals woningen, noodzakelijk. Bij de ruimtelijk-functionele afstemming hiervan kan gebruik worden gemaakt van de richtafstanden uit de basiszoneringslijst van de publicatie Bedrijven en milieuzonering (2009) van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Een richtafstand wordt beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten (betreffende geluid, geur, stof en gevaar) redelijkerwijs kan worden uitgesloten. De grootste aangegeven afstand is bepalend.

Figuur 6. Lijst met richtafstanden VNG-handreiking 2009.

Als aan de gestelde richtafstanden voldaan wordt, is op die punten sprake van een goede ruimtelijke ordening. De genoemde maten zijn evenwel richtinggevend en met een goede motivering kan en mag hiervan worden afgeweken. Het omgevingstype is bepalend voor de te handteren richtafstanden. Van een rustige woonwijk of rustig buitengebied is sprake bij een heldere functiescheiding en weinig verstoring door het verkeer. Van een gemengd gebied is bijvoorbeeld in het buitengebied sprake bij lintbebouwing met zowel woonfuncties, agrarische- als niet-agrarische bedrijvigheid. Aangezien in onderhavig geval geen sprake is van lintbebouwing en diversiteit van bedrijvigheid, is als uitgangspunt genomen het type rustige woonwijk / rustig buitengebied.

Ruimtelijke onderbouwing Overijsselsestraatweg 18 Reduzum

16

Milieuzonering

Figuur 7. Illustratie afstand (circa 48,5 meter) tussen bedrijfsperceel van agrarisch bedrijf gevestigd op Overijsselsestraatweg 5 en de voorgevel van de geplande nieuwe woning op het perceel nummer 18. Bron: ruimtelijke plannen.

Om een goed woon-, werk- en leefklimaat te kunnen garanderen, is nader onderzocht of het agrarische melkveebedrijf op perceel Overijsselsestraatweg nummer 5 een belemmering oplevert voor onderhavig initiatief. Voor een agrarisch melkveebedrijf is op basis van de VNG-handreiking vanwege het omgevingsaspect geur een richtafstand van toepassing van 100 meter. Deze afstand dient gerekend te worden vanaf de grens van het bedrijfsperceel tot de voorgevel van een woning. In onderhavig geval kan gelet op de feitelijke afstand van circa 48,5 meter aan deze richtafstand niet voldaan worden. Overwogen is of het in deze situatie verantwoord is om van de richtafstanden af te wijken. Vastgesteld is dat: 1. De woning op perceel Overijsselsestraatweg nr. 7 dichter bij op circa 20 meter afstand van het agrarische bedrijf gelegen is en deze woning het referentiepunt is bij de beoordeling en inpassing van het agrarisch melkveebedrijf; 2. Een eventuele uitbreiding van het agrarisch bedrijf naar achteren plaats zal vinden op grotere afstand van nummer 18; 3. Bestaande emissiepunten van het agrarisch bedrijf zullen niet dichter nabij Overijsselsestraatweg 18 komen te liggen. Conclusie Gelet op genoemde gronden kan geconcludeerd worden dat het agrarisch melkveebedrijf gevestigd op nr. 5 door onderhavig initiatief niet in de bedrijfsvoering beperkt zal worden.

De afstand naar het agrarisch bedrijf Overijsselsestraatweg 20 bedraagt circa 180 meter. Bedrijven en milieuzonering vormt derhalve geen belemmering voor onderhavig initiatief.

Ruimtelijke onderbouwing Overijsselsestraatweg 18 Reduzum

17

4.2 Bodemkwaliteit - asbest Bodem Verdachte plekken met betrekking tot de kwaliteit van de bodem dienen bij ruimtelijke plannen en projecten in het kader van de Wet bodembescherming te worden gesignaleerd. Er is een verkennend bodemonderzoek 2 uitgevoerd. Doel van het onderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. Het onderzoek heeft de volgende resultaten opgeleverd: ▪ Op basis van actuele en historische gegevens is de locatie als ‘onverdacht’ aangemerkt; ▪ Lokaal is tot een diepte van 0,5 á 1,0 m –mv een zeer zwakke bijmenging van puin aangetroffen. Bij boring 12 betreft het een matige bijmenging. Er is geen verdacht asbest plaatmateriaal in de opgeboorde grond waargenomen; ▪ In de bovengrond zonder bijmenging van puin is geen verontreiniging aangetoond. In de puinbevattende bovengrond is een licht verhoogd loodgehalte gemeten; ▪ In de ondergrond (0,5 – 1,5 m – mv) zijn lood en PAK boven de achtergrondwaarden aangetroffen; ▪ In het grondwater zijn licht verhoogde concentratie aan barium en molybdeen vastgesteld.

Figuur 8. Overzicht uitgevoerde boringen. Bron: Hopman en Peters.

Conclusies • De onderzoekshypothese ‘onverdacht’ in de zin van de NEN 5740 dient verworpen te worden; • Het licht verhoogde loodgehalte in de bovengrond is mogelijk te relateren aan de waargenomen puindeeltjes; • De licht verhoogde gehalten in de ondergrond zijn niet eenduidig te verklaren, maar zijn van dien aard dat deze geen verdere aandacht behoeven; • Het licht verhoogde gehalte aan barium in het grondwatermonster betreft waarschijnlijk een van nature verhoogde concentratie; • Vanuit milieu-hygiënisch oogpunt bestaan geen bezwaren tegen onderhavig initiatief.

2

Hopman en Peters verkennend bodemonderzoek rapportnummer P1700169

Ruimtelijke onderbouwing Overijsselsestraatweg 18 Reduzum

18

Aanvullend onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Aanbevelingen De ter zake deskundige heeft de volgende aanbevelingen gedaan: ➢ Uit laten voeren van asbestinventarisatie; ➢ Bij vrijkomende grond die mogelijk elders toegepast gaat worden, dienen de regels van het Besluit bodemkwaliteit in acht genomen te worden. Asbest Er is een asbestinventarisatieonderzoek 3 uitgevoerd. Daaruit zijn asbesthoudende toepassingen aangetroffen in respectievelijk de kelder, de schuur en het bijgebouw. Het advies is om de asbesthoudende materialen te laten verwijderen door een daartoe erkend saneringsbedrijf met een geldig SC-530 certificaat. Finale conclusie Met inachtneming van de aanbevelingen en adviezen uit de deskundigenrapporten kan de conclusie in redelijkheid zijn dat bodem en asbest geen belemmering vormen voor de uitvoering van onderhavig initiatief. De rapporten zijn als bijlage 1 (bodem) en bijlage 2 (asbestinventarisatie) toegevoegd.

4.3 Geluid - wegverkeerslawaai Algemeen In paragraaf 4.1 ‘Milieuhinder: bedrijven en milieuzonering’ is uitvoerig de milieuzonering aan de orde gesteld. Doelstelling bij ruimtelijke plannen is het voorkomen van geluidshinder bij geluidsgevoelige objecten door het aanhouden van voldoende afstand ten opzichte van geluidsproducenten. In dit geval betreft het de aanwezigheid van het wegverkeer en de ligging binnen de geldende geluidszones van de Overijsselsestraatweg en de Nijlânsdyk. Wettelijk kader De verplichting tot uitvoering van een akoestisch onderzoek is vastgelegd in de Wet geluidhinder (Wgh). De Wgh bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd indien sprake is van het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een uitgebreide omgevingsvergunningprocedure, waarbij het initiatief betrekking heeft op een nieuw geluidsgevoelig object in de vorm van een toe te voegen woning. Afweging Om duidelijk te krijgen of voldaan kan worden aan de normen van de Wgh, het Besluit geluidhinder (Bgh) en het Bouwbesluit, is akoestisch onderzoek 4 uitgevoerd inzake het wegverkeerslawaai op de wegen Overijsselsestraatweg en Nijlânsdyk.

Deze wegen bestaan uit één of twee rijstroken en kennen een wettelijke zonebreedte van 250 meter waarbinnen het plangebied Overijsselsestraatweg 18 gelegen is. De wettelijke voorkeursgrenswaarde op de gevel van de woning bedraagt 48 dB. De resultaten van het onderzoek hebben uitgewezen dat rekening houdende met de aftrek van 5 dB ex. artikel 110g de geluidsbelasting ruim onder de wettelijke voorkeursgrenswaarde blijft. Tevens is vastgesteld dat het binnenniveau van 33 dB (Bouwbesluit) gegarandeerd kan worden.

3 4

FIND Heerenveen asbestinventarisatierapport nr. 18-C-740 d.d. 20 november 2018 Adviesbureau dBA rapport wegverkeerslawaai kenmerk 2020-FR-025 d.d. 14 januari 2021

Ruimtelijke onderbouwing Overijsselsestraatweg 18 Reduzum

19

Conclusie Een goed woon- en leefklimaat ter plaatse is gewaarborgd. Het aspect geluidhinder levert geen belemmering op voor onderhavig initiatief. Het akoestisch rapport is als bijlage 3 toegevoegd.

4.4 Omgevingsaspect ecologie Beleid Bij ruimtelijke ingrepen moet rekening gehouden worden met de aanwezige natuurwaarden. Bescherming in het kader van de natuurwet- en regelgeving inzake gebieds- en soortenbescherming. Bij gebiedsbescherming zijn de Wet natuurbescherming en provinciale verordeningen van toepassing. De provincies beschermen via provinciale verordening waardevolle natuurgebieden. Daarnaast kunnen natuurgebieden of andere gebieden die essentieel zijn voor het behoud van bepaalde flora en fauna, aangewezen worden als Europees vogelrichtlijn- en/of habitatrichtlijn gebied (Natura 2000). De verplichtingen uit de Vogel- en Habitatrichtlijn zijn in Nederland opgenomen in de Wet natuurbescherming. Soortenbescherming Er is voor het plangebied zowel een ecologische quick-scan 5 (bijlage 4) als een nader onderzoek 6 (bijlage 8) uitgevoerd. Het doel van de quick-scan is, om op basis van een literatuuronderzoek en een veldonderzoek, een inschatting te maken of beschermde plantenen diersoorten in het plangebied of directe omgeving van het plangebied kunnen voorkomen. En welke mogelijke effect(en) het initiatief heeft op de al dan niet aanwezige beschermde planten diersoorten. Het aanvullend onderzoek is uitgevoerd om duidelijkheid te verkrijgen over het feit of de panden door vleermuizen als verblijfplaats worden gebruikt.

Op basis van de uitgevoerde onderzoeken is het volgende geconstateerd: ❖ Op basis van de verspreidingsgegevens en het veldbezoek kan het gebruik van het plangebied door grondgebonden zoogdieren, vleermuizen, amfibieën en broedvogels niet uitgesloten worden; ❖ Het initiatief geen negatieve effecten op beschermde planten, grondgebonden zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen en ongewervelden heeft. Voor deze soortgroepen zijn mitigerende maatregelen niet nodig. Wel is de algemene zorgplicht van toepassing; ❖ Als potentiële verblijfplaats dient een nader vleermuizenonderzoek uitgevoerd te worden, hetgeen plaats gevonden heeft. Vastgesteld is dat zich binnen het plangebied geen kraam en/of zomerverblijven bevinden van vleermuizen. Ook zijn geen paarverblijven van vleermuizen aangetroffen; ❖ Als plangebied geschikt voor de steenuil en/of kerkuil dient een nader onderzoek uitgevoerd te worden naar deze jaarrond beschermde vogelsoorten. Uit het aanvullend onderzoek is gebleken dat in het gebied geen steenuilen of kerkuilen waargenomen zijn; ❖ In het algemeen dient de zorgplicht in acht genomen te worden; ❖ Verstorende werkzaamheden dienen buiten de kwetsbare periodes uitgevoerd te worden.

Voor de broedvogels is dit de periode tussen 15 maart en 15 augustus; ❖ Verlichting dient waar mogelijk gedimd en afgeschermd van de habitat voor vleermuizen en andere lichtgevoelige soorten aangebracht en toegepast te worden.

5 6

Lievense Quick scan ecologie rapportnummer SOL006973 d.d. 19 oktober 2018 JM Laatvliegers nader onderzoek rapport R20.116 d.d. 22-06-2021

Ruimtelijke onderbouwing Overijsselsestraatweg 18 Reduzum

20

Gebiedsbescherming Het plangebied zelf heeft geen status van een beschermd gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is het gebied de ‘Alde Feanen’ op circa 7 kilometer afstand ten oosten van het plangebied. Om duidelijk te krijgen of het initiatief in de realisatie- en exploitatiefase nadelig van invloed is op het Natura 2000-gebied, zijn berekeningen van de stikstofdepositie uitgevoerd met behulp van de AERIUS Calculator. De berekeningen zijn uitgevoerd in de rekenconfiguratie “Berekend voor natuurgebieden”. Dit betekent dat alleen de rekenpunten worden gebruikt die relevant zijn voor de toetsing aan de Wet natuurbescherming. Uit het onderzoek7, toegevoegd als bijlage 5, blijkt dat noch in de verbouwfase van het plan als de gebruikersfase sprake zal zijn van een toename van de stikstofdepositie in Natura 2000gebieden. De ontwikkeling van het initiatief heeft geen significante effecten op kwalificerende natuurwaarden in nabij gelegen Natura 2000-gebieden tot gevolg. Het is niet noodzakelijk een passende beoordeling op te stellen. Conclusie Bij de voorbereiding en uitvoering van de werkzaamheden zal de zorgplicht in acht genomen worden. Tevens zullen de werkzaamheden zoveel als mogelijk buiten het broedseizoen plaatsvinden en zal de verlichting gedimd en afgeschermd ingezet worden.

Het initiatief heeft geen negatief effect voor de Natura 2000-gebieden en meer specifiek het gebied de “Alde Feanen”. Conclusie is dat ecologie geen belemmering vormt voor dit initiatief.

4.5 Erfgoed De Erfgoedwet bundelt een aantal wetten op het terrein van cultureel erfgoed. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Daarnaast dient ieder ruimtelijk plan een analyse van de overige cultuurhistorische waarden van het plangebied te bevatten. Voor zover in een plangebied sprake is van erfgoed, dient op grond van voorgaande dan ook aangegeven te worden op welke wijze met deze cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologische restanten rekening wordt gehouden. Archeologie Met het verdrag van Malta en als gevolg daarvan het sinds 2017 in de wet vastgelegde archeologische bestel, is het rijksbeleid erop gericht om het archeologisch erfgoed te behouden in de bodem. In de bestemmingsplannen en ruimtelijke onderbouwingen moet een archeologieparagraaf worden opgenomen. De archeologische (verwachtings)waarde en vindplaatsen moeten in beeld worden gebracht. Voor gebieden met een archeologische verwachtingswaarde geldt een archeologische onderzoeksplicht. Bestemmingsplan ‘Partiële herziening Archeologie’ 2020 In het bestemmingsplan ‘Partiële herziening Archeologie’, vastgesteld d.d.

11 november 2020, heeft het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ en ‘Waarde – Archeologie 5’.

7

Projoule rapportnr. 20003 Stikstofuitstoot berekening d.d. 14-09-2020

Ruimtelijke onderbouwing Overijsselsestraatweg 18 Reduzum

21

Waarde-Archeologie 3 Voor bouwwerken waarvoor bodemingrepen nodig zijn met een oppervlakte groter dan 100 m2 en die de bodem dieper dan 0,3 meter beneden maaiveld verstoren moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend, door de aanvrager een rapport worden overlegd waarin: -

de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld, en;

-

in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. Het plan voorziet niet in de realisatie van extra bebouwing ter plaatse van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’. Ter plaatse van deze dubbelbestemming worden incidenteel werken uitgevoerd. De gezamenlijke oppervlakte van bouwwerken en overige werken die de bodem op meer dan 0,3 meter beneden maaiveld verstoren is kleiner dan 100 m², aangezien alleen ter plaatse van het balkenrooster (afmeting 300 x 500 mm – b x h) dieper dan 30 cm de bodem geroerd zal worden. In dit verband wordt verwezen naar het vloer- en palenplan dat als bijlage 7 toegevoegd is. Het doen van archeologisch onderzoek is niet noodzakelijk. Waarde-Archeologie 5 Voor bouwwerken waarvoor bodemingrepen nodig zijn met een oppervlakte groter dan 2.500 m2 en die de bodem dieper dan 0,5 meter beneden maaiveld verstoren moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend, door de aanvrager een rapport worden overlegd waarin:

-

de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld, en;

-

in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. Het plan voorziet niet in de realisatie van extra bebouwing ter plaatse van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5’. Ter plaatse van deze dubbelbestemming wordt alleen een deel van de bestaande terreinverharding verwijderd en een deel van het bestaande bijgebouw gesloopt. Bij de uitvoering van laatstgenoemde werkzaamheden zal de bodem niet op meer dan 0,3 m verstoord gaan worden. De gezamenlijke oppervlakte van bouwwerken en overige werken die de bodem op meer dan 0,5 meter beneden maaiveld verstoren is kleiner dan 2.500 m2. Het doen van archeologisch onderzoek is niet noodzakelijk. Cultuurhistorie Reduzum is als terpdorp ontstaan aan de boorden van de vroegere Middelzee. Het dorp was bekend om het Grand hotel "De Trije Romers" langs de weg van Leeuwarden naar Sneek. Nog drukker werd het toen deze weg iets werd omgelegd naar de tegenwoordige Snekerhoek en van daar werd doorgetrokken naar Zwolle. Door de centrale ligging en de sterke betrokkenheid van het dorp met de boerenstand werd in dit hotel in 1879 het Fries Rundvee Stamboek evenals het Fries Paarden Stamboek opgericht. Kort daarop stichtten enkele veehouders en landeigenaren de coöperatieve zuivelfabriek waarbij rond de eeuwwisseling een groot deel van de veehouders was aangesloten.

Door schaalvergroting is de fabriek in 1962 weer gesloten. Reduzum telde in 2020 1.095 inwoners. De laatste uitbreidingen van het dorp hebben (mede in het kader van een woonimpulsproject) plaatsgevonden aan de zuidzijde van het dorp.

Ruimtelijke onderbouwing Overijsselsestraatweg 18 Reduzum

22

Het initiatief heeft betrekking op een plangebied dat ten noorden van het dorp ligt.

Plangebied

Figuur 9. Cultuurhistorische waarden op en rondom het plangebied. Bron: provinsje Fryslân Cultuurhistorische kaart.

Het plangebied is op de cultuurhistorische kaart aangeduid als karakteristiek bouwwerk en als boerderijplaats. De omgeving van het plangebied en het dorp Reduzum kenmerkt zich onder meer door de aanwezigheid van stinzen en states, oude paden, enkele rijksmonumenten en tot 1962 een zuivelfabriek. Het initiatief tast de cultuurhistorische waarde van het bouwwerk niet aan en ook andere cultuurhistorische waarden in de omgeving blijven in stand. Conclusie Met het initiatief wordt op een verantwoorde wijze rekening gehouden met de archeologischeen cultuurhistorische waarden. De bestaande structuren blijven in stand en met de verbouw blijft de karakteristiek van de boerderij behouden. Erfgoed levert derhalve geen belemmering op voor de uitvoering van het initiatief.

Ruimtelijke onderbouwing Overijsselsestraatweg 18 Reduzum

23

4.6 Externe veiligheid Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de woon- en leefomgeving bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, aardgas of LPG. Het aandachtsveld van externe veiligheid richt zich op zowel inrichtingen (bedrijven) waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn als het transport van gevaarlijke stoffen. Dit vervoer kan plaatsvinden over weg, water en spoor en door buisleidingen. Het beleid is er op gericht te voorkomen dat te dicht bij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden. Dit is verankerd in diverse wet- en regelgeving, zoals het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), Besluit externe veiligheid transportroutes en het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit). Uit de risicokaart blijkt dat het plangebied niet in de nabijheid van inrichtingen en dergelijke is gelegen waardoor er sprake is van een extern risico. Conclusie Aangezien het plangebied buiten de invloeds-contour ligt van mogelijke externe risico’s, levert externe veiligheid geen beperkingen op voor de uitvoering van dit initiatief.

4.7 Water De watertoets is het instrument dat zorgt dat de waterbelangen in de planvorming voldoende aandacht krijgen. Het is niet een toets achteraf, maar een proces dat de initiatiefnemer en de waterbeheerder in een zo vroeg mogelijk stadium met elkaar in gesprek brengt. Het plangebied ligt in het beheersgebied van Wetterskip Fryslân. De watertoets is bij het waterschap kenbaar gemaakt via de website www.dewatertoets.nl. Het waterschap heeft op het plan gereageerd met een wateradvies8. In het wateradvies wordt aandacht gevraagd voor het feit dat het initiatief plaats vindt binnen de invloedsfeer van een hoofdwatergang en dat er enige verharding, concreet 76 m², aan het landelijk gebied toegevoegd wordt. Wateradvies Voor het plan Wijzigen gebruik Overijsselsestraatweg 18 is een watertoets aangevraagd op www.dewatertoets.nl. Met de gegevens die zijn opgegeven is bepaald dat het plan geen invloed heeft op het watersysteem en de waterketen. Hierdoor kan de procedure geen waterschapsbelang worden gevolgd voor de watertoets. Dit betekent dat u verder geen contact hoeft op te nemen met Wetterskip Fryslân. Deze uitkomst kunt u opnemen in de ruimtelijke onderbouwing van het plan. Toename verharding Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater.

Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel past binnen het bestemmingsplan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompenseerd is. Het is verboden zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2 onverharde grond in stedelijk gebied en 1500 m2 in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. In onderhavige situatie wordt geen verharding toegevoegd. Integendeel, met verwijzing naar figuur 10 blijkt in de nieuwe situatie veel verharding verwijderd te zijn in de vorm van sloop van een oud bijgebouw en het verwijderen van de erfverharding op het achtererf.

8

Wateradvies d.d. 12 april 2021 dossiercode 20210412 – 2 - 26102

Ruimtelijke onderbouwing Overijsselsestraatweg 18 Reduzum

24

Ruimtelijke adaptatie Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Het is belangrijk kansen te benutten om het gebied klimaat robuust in te richten. Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. Voor veel maatregelen geldt bovendien dat ze kosteneffectief zijn, als ze maar in een vroeg stadium in het planvormingsproces worden meegenomen. Meer informatie hierover is te vinden op De Friese klimaatatlas : www.frieseklimaatatlas.nl. Zoals reeds aangegeven wordt er geen verharding toegevoegd. Integendeel, daar waar mogelijk zal overbodige erfverharding verwijderd worden en gunste van een groene inrichting van het erf. Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor onderhavig initiatief. De watertoets is toegevoegd als bijlage 6.

4.8 Verkeer, parkeren en luchtkwaliteit Verkeer

Figuur 10. Inrichting erf in de nieuwe situatie. Bron: JOUS architecten.

Het initiatief vormt geen belemmering voor het verkeer en de verkeersveiligheid. Het gehele perceel wordt ontsloten via één reeds bestaande uitrit. Bewoners zullen de beschikking krijgen over vier gezamenlijke parkeerplaatsen op het voormalig achtererf aan de straatzijde van de Overijsselsestraatweg. De (tweede) bestaande uitweg ten zuiden van de voormalige bushalte komt te vervallen. Parkeren Vastgesteld kan worden dat in voldoende parkeerruimte op eigen terrein kan worden voorzien. Dit conform de gemeentelijke parkeernorm van twee parkeerplaatsen per woning.

Ruimtelijke onderbouwing Overijsselsestraatweg 18 Reduzum

25

Luchtkwaliteit Beleid Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer. Op 15 november 2007 is het onderdeel luchtkwaliteit van de Wet milieubeheer in werking getreden. Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Hierin staat wanneer en hoe overschrijdingen van de luchtkwaliteit aangepakt moeten worden. Het programma houdt rekening met nieuwe ontwikkelingen zoals bouwprojecten of de aanleg van infrastructuur. Projecten die passen in dit programma, hoeven niet meer te worden getoetst aan de normen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit. Ook projecten die ‘niet in betekenende mate’ (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit, hoeven niet meer te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. Afweging Een project waarbij in totaal 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg worden gebouwd, wordt nog aangemerkt als een Nibm-project. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing heeft betrekking op een bestaand pand (boerderij) waar intern één woning aan wordt toegevoegd. Vaststaat dat daarmee qua omvang en verkeersaantrekkende werking het initiatief (veel) kleinschaliger van omvang is dan de bouw van 1500 woningen aan één ontsluitingsweg. Onderhavig initiatief kan daarom worden beschouwd als een nibm-project. Onderzoek naar de luchtkwaliteit is niet nodig.

Conclusie Uit een oogpunt van verkeer en luchtkwaliteit zijn er geen belemmeringen voor de haalbaarheid van onderhavig initiatief.

4.9 MER - beoordeling Kader De bij elk ruimtelijk plan uit te voeren m.e.r.-verantwoording houdt in dat nagegaan moet worden of er activiteiten plaatsvinden die negatieve effecten op het milieu kunnen hebben en die van een zodanige omvang kunnen zijn dat er aanleiding bestaat om de (uitgebreide) m.e.r.-procedure te doorlopen. De grondslag hiervoor is vastgelegd in het Besluit m.e.r. (Besluit milieueffectrapportage). De drempelwaarden waarbij deze verplichting aan de orde is, zijn vastgelegd in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). De vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee uitkomsten leiden: 1. Belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.-beoordeling noodzakelijk; 2. Belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r. Afweging Op basis van de uitkomsten in dit hoofdstuk 4 ‘Milieuaspecten en omgevingsfactoren’ is inzichtelijk gemaakt dat er geen belangrijk nadelige gevolgen zijn voor de omgeving en het milieu. Ook hebben het plangebied en de omgeving geen bijzondere kenmerken die geschaad worden door het initiatief. Integendeel, door de functiewijziging van bedrijf naar wonen zal de kwaliteit van de woon- en leefomgeving worden verbeterd.

Conclusie Gezien de aard van het initiatief worden geen negatieve effecten verwacht, zodat op basis hiervan verder kan worden afgezien van het verrichten van een (vorm)vrije m.e.r.beoordeling.

Ruimtelijke onderbouwing Overijsselsestraatweg 18 Reduzum

26

Hoofdstuk 5 - Uitvoerbaarheid van het plan Wettelijk bestaat er de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheidsaspecten van een plan. In dat verband wordt er onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke- en de economische uitvoerbaarheid.

5.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid De initiatiefnemer heeft ten aanzien van dit initiatief een principeverzoek neergelegd bij de gemeente Leeuwarden en is in overleg getreden over de te volgen procedure. De aanvraag omgevingsvergunning doorloopt de in de Wabo voorgeschreven procedure. Dit betekent dat de aanvraag gedurende zes weken ter inzage ligt voor zienswijzen. Tijdens deze periode bestaat voor een ieder de mogelijkheid voor het indienen van zienswijzen. Aan de hand van de ingekomen zienswijzen kan het plan eventueel worden aangepast. De indieners van de zienswijzen worden hiervan op de hoogte gehouden. Tegen de omgevingsvergunning is beroep mogelijk bij de rechtbank en hoger beroep bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Initiatiefnemers hebben de plannen met de direct omwonenden gedeeld. En dat heeft niet tot negatieve reacties uit de directe omgeving geleid. Voor de functiewijziging naar wonen blijkt derhalve vanuit de omgeving voldoende draagvlak te bestaan. Reactie provincie Fryslân: In het kader van het vooroverleg heeft de provincie een reactie verstrekt. De provincie wenst nader inzicht in de archeologie en het vermelden van de uitkomsten van het nader onderzoek ecologie. Ten aanzien van de landschappelijke inpassing wenst de provincie dat daarvoor een voorschrift wordt opgenomen in de omgevingsvergunning.

Reactie: De opmerkingen zijn verwerkt. De gemeente neemt de landschappelijke inpassing als voorschrift op in de omgevingsvergunning.

5.2 Economische uitvoerbaarheid Het betreft een particulier initiatief. De kosten voor het opstellen van de ruimtelijke onderbouwing en dergelijke komen voor rekening van initiatiefnemer. Voor wat betreft mogelijke planschade zal de gemeente initiatiefnemer een overeenkomst doen toekomen, op grond waarvan de gemeente eventuele planschade op initiatiefnemer kan verhalen. De ambtelijke kosten worden gedekt uit de leges. Voorts wordt het project volledig gefinancierd door de initiatiefnemer en er is geen aanleiding om te veronderstellen dat deze niet over voldoende financiële middelen beschikt om dit project te realiseren.

Ruimtelijke onderbouwing Overijsselsestraatweg 18 Reduzum

27

Bijlagen bij de ruimtelijke onderbouwing Bijlage 1

Bodemonderzoek

Bijlage 2

Asbestinventarisatie

Bijlage 3

Akoestisch onderzoek

Bijlage 4

Quick-scan Flora en fauna

Bijlage 5

Stikstofberekening

Bijlage 6

Resultaat watertoets

Bijlage 7

Vloer- en palenplan

Bijlage 8

Nader onderzoek ecologie

Ruimtelijke onderbouwing Overijsselsestraatweg 18 Reduzum

Bijlage 1

Bodemonderzoek

● milieutechniek ● bodemonderzoek ● asbestonderzoek ● juridisch advies ● saneringen ●

Postbus 253 3700 AG Zeist KvK: 16087130 Telefoon: 030 691 59 31 www.hopmanenpeters.nl info@hopmanenpeters.nl IBAN: NL97RABO0385241666 BTW: NL 8023.22.621.B.01

VERKENNEND BODEMONDERZOEK OVERIJSSELSESTRAATWEG 18 TE REDUZUM

Rapportnummer: P1700169

Verkennend bodemonderzoek Overijsselsestraatweg 18, Reduzum

Opdrachtgever: de heer J. Klopper en mevrouw J. Gerritsma Wilhelminaplein 12 8911 BS, Leeuwarden

HOPMAN EN PETERS

21 september 2017 Opgesteld door: Gecontroleerd door:

ing. A.A.R. (Richard) de Nijs ing. H.L.J.A. (Huub) Peters

INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING ........................................................................................................................................ 4 1.1 AANLEIDING ................................................................................................................................................. 4 1.2 DOEL.............................................................................................................................................................. 4 2. VOORONDERZOEK ......................................................................................................................... 5 2.1 ALGEMENE GEGEVENS .................................................................................................................................. 5 2.2 ACTUELE EN HISTORISCHE GEGEVENS .......................................................................................................... 5 2.3 BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE.......................................................................................................... 6 2.4 HYPOTHESE ................................................................................................................................................... 7 2.5 ONDERZOEKSOPZET ......................................................................................................................................

7 3. UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN EN ANALYSES ................................................................. 9 3.1 VELDWERKZAAMHEDEN ............................................................................................................................... 9 3.2 VELDWAARNEMINGEN ................................................................................................................................. 9 3.3 LABORATORIUMONDERZOEK ......................................................................................................................... 9 4. ANALYSERESULTATEN ................................................................................................................ 11 4.1 ANALYSERESULTATEN GROND ..................................................................................................................... 11 4.2 BESPREKING GROND ..................................................................................................................................... 13 4.3 BESPREKING GRONDWATER ........................................................................................................................ 13 5. SAMENVATTING, CONCLUSIE EN ADVIES ..............................................................................

14 5.1 SAMENVATTING .......................................................................................................................................... 14 5.2 CONCLUSIE .................................................................................................................................................. 14 5.3 ADVIES......................................................................................................................................................... 15

BIJLAGEN BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7 BIJLAGE 8

KADASTRALE KAART EN OMGEVINGSKAART FOTO’S EN TEKENING MET AANDUIDING FOTO-STANDPUNTEN HISTORISCHE INFORMATIE SITUATIETEKENING MET BORINGEN EN PEILBUIS BOORPROFIELBESCHRIJVINGEN ANALYSECERTIFICATEN TOETSINGSTABELLEN TOELICHTING OP UITGEVOERD BODEMONDERZOEK

P1700169 21 september 2017

Verkennend bodemonderzoek Overijsselsestraatweg 18, Reduzum 4

1. INLEIDING Door mevrouw J. Gerritsma is aan Hopman en Peters opdracht verleend voor het verrichten van een verkennend bodemonderzoek op de locatie Overijsselsestraatweg 18 in Reduzum. De locatie is kadastraal bekend als gemeente Roordahuizum, sectie E, perceel 69. De oppervlakte van het te onderzoeken terrein bedraagt circa 2.000 m2. Door de opdrachtgever is aangegeven dat niet het gehele kadastrale perceel maar een gedeelte daarvan onderzocht hoeft te worden. Het betreft de bebouwde terreindelen, het erf daar direct omheen alsmede het gedeelte van de vroegere bouwplaats. 1.1 Aanleiding In verband met de voorgenomen onroerend goed transactie (aankoop) dient een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 te worden uitgevoerd. 1.2 Doel Doel van het onderzoek is het bepalen van de huidige milieuhygiënische bodemkwaliteit van het perceel zodat kan worden vastgesteld of de bodem geschikt is voor het huidige en/of toekomstige gebruik. Leeswijzer In hoofdstuk 2 is het vooronderzoek beschreven met daarin een interpretatie van de verkregen informatie en gestelde hypothese. In hoofdstuk 3 zijn de uitgevoerde werkzaamheden beschreven (zowel het veldwerk als het uitgevoerd laboratoriumonderzoek). Hoofdstuk 4 geeft een beschrijving van de analyseresultaten waarna in hoofdstuk 5 een samenvatting volgt met conclusies en adviezen.

P1700169 21 september 2017

Verkennend bodemonderzoek Overijsselsestraatweg 18, Reduzum 5

2. VOORONDERZOEK 2.1 Algemene gegevens Adres Kadastraal bekend Oppervlakte onderzoekslocatie Huidig gebruik Toekomstig gebruik

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=bfb1e60f-fbc4-4961-b758-345a7d8b1d25